CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

26-032 Bijlage 3. Ingekomen stukken - AB

Gemeenteraad 12 maart 2026, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Ingekomen stukken (26-032 MZ/RM/AB)32.686 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

2 alinea's met “adviserend”: 216 220

Ingekomen stukken Datum brief

30-01-2026

Commissie

Commissie Algemeen Bestuur

Datum commissie

3 maart 2026

Onderwerp

024. Q&A Samenwerking GR GGD Zeeland en VRZ, versie januari 2026

Ingekomen stuk

024. Q&A webinars samenwerking GGD en VRZ

Categorie

Organisatie

Afzender

GGD Zeeland en VRZ

Advies

Voor kennisgeving aannemen

Datum brief

29-01-2026

Commissie

Commissie Algemeen Bestuur

Datum commissie

3 maart 2026

Onderwerp

023. Motie Hulst rijksbijdrage lobby VRZ

Ingekomen stuk

023. Motie Hulst rijksbijdrage lobby VRZ

Categorie

Organisatie

Afdeling

Wijk en Bestuur

Afzender

Gemeente Hulst

Advies

Voor kennisgeving aannemen

Raadsvergadering

12 maart 2026

Datum brief

28-01-2026

Commissie

Commissie Algemeen Bestuur

Datum commissie

3 maart 2026

Onderwerp

021. VPPG Nieuwjaarsgroet januari 2026

Ingekomen stuk

021. VPPG Nieuwjaarsgroet januari 2026

Categorie

Organisatie

Afdeling

Wijk en Bestuur

Afzender

VPPG

Advies

Voor kennisgeving aannemen

Raadsvergadering

12 maart 2026

Datum brief

28-01-2026

Commissie

Commissie Algemeen Bestuur

Datum commissie

3 maart 2026

Onderwerp

020. Terugkoppeling vergadering algemeen bestuur Veiligheidsregio Zeeland op 11 december 2025

Ingekomen stuk

020. Terugkoppeling vergadering algemeen bestuur Veiligheidsregio Zeeland op 11 december 2025

Categorie

Organisatie

Afdeling

Wijk en Bestuur

Afzender

VRZ

Advies

Voor kennisgeving aannemen

Bijlagen: 020. Bijlage1a. Oplegnotitie Meerjarenbeleidsplan VRZ 2026-2027 020 Bijlage 1b. Meerjarenbeleidsplan 2022-2025 020. Bijlage 1c. Overzicht reacties gemeenten ontwerp beleidsplan 2026 020 Bijlage 2. Plan van aanpak opgave begroting VRZ 020. Bijlage 3. Vierde begrotingswijziging 2025 VRZ

Datum brief

28-01-2026

Commissie

Commissie Algemeen Bestuur

Datum commissie

3 maart 2026

Onderwerp

017. BRANDBRIEF aan Hoge Raad. FORENSENBELASTING. Simpel Bewijs leidt tot Afschaffing!

Ingekomen stuk

017. BRANDBRIEF aan Hoge Raad. FORENSENBELASTING. Simpel Bewijs leidt tot Afschaffing!

Categorie

Inwoner

Afdeling

Samenwerkende Belastingen Walcheren –Schouwen-Duiveland

Afzender

R. Klein

Advies

Voor kennisgeving aannemen

Raadsvergadering

12 maart 2026

Datum brief

05-01-2026

Commissie

Commissie Algemeen Bestuur

Datum commissie

3 maart 2026

Onderwerp

002. Nieuwsbrief december OZO.pdf

Ingekomen stuk

002. Nieuwsbrief december OZO

Categorie

Organisatie

Afdeling

Wijk en Bestuur

Afzender

OZO

Advies

Voor kennisgeving aannemen

Raadsvergadering

12 maart 2026

Q&A – Webinars samenwerking GGD & Veiligheidsregio Zeeland Onderstaand overzicht bevat de belangrijkste vragen die tijdens de webinars in november 2025 en januari 2026 zijn gesteld, met daarbij heldere en samengevatte antwoorden. Deze Q&A is bedoeld voor bredere verspreiding en naslag. Tijdens de webinars is een video getoond met een toelichting op het traject van de samenwerking en gezamenlijke huisvesting van GGD en VR Zeeland. In het bijzonder is in deze video aandacht voor de ontwerp-gemeenschappelijke regeling GGD en VR Zeeland. De video is terug te kijken via deze link. 1. Wat verandert voor medewerkers van de GGD en VRZ, wanneer de twee gemeenschappelijke regelingen één regeling worden? Voor medewerkers van de beide organisaties heeft deze route de minste impact. Door de wijziging van de GR VRZ blijven de medewerkers en vrijwilligers van VRZ als ook alle materialen in deze organisatie. Voor de medewerkers van de GGD betekent dit een overgang naar een nieuwe werkgever, de GR GGD en VR Zeeland. Deze route is minder impactvol dan het aanpassen van de GR GGD of het oprichten van een geheel nieuwe gemeenschappelijke regeling. In dat geval zouden van zowel VRZ als de GGD alle medewerkers, vrijwilligers en materialen over moeten naar de nieuwe GR.

Dat is vele malen impactvoller en bovendien meer dan twee keer zoveel werk en voor veel meer mensen een vorm van onzekerheid, die als niet wenselijk wordt beschouwd. 2. Wat betekent de samenwerking voor het bestuur en de governance? Er komt één gemeenschappelijke regeling met één algemeen bestuur (AB), één dagelijks bestuur (DB) en twee bestuurscommissies: de Bestuurscommissie Veiligheid (met de 13 Zeeuwse burgemeesters) en de Bestuurscommissie Publieke Gezondheid (met 13 wethouders publieke gezondheid). Het algemeen bestuur heeft een beperkte, wettelijk vastgelegde rol (zoals het vaststellen van begroting en jaarrekening). Inhoudelijke besluiten worden genomen in de bestuurscommissies. 3. Is met twee bestuurscommissies én een AB, geen sprake van ‘dubbel toezicht’? Nee. De bestuurscommissies nemen zelfstandig inhoudelijke besluiten binnen hun eigen domein. Deze besluiten hoeven niet opnieuw door het algemeen bestuur te worden goedgekeurd. Het algemeen bestuur besluit alleen over onderwerpen die wettelijk zijn voorbehouden aan het AB, zoals het vaststellen van de begroting en de jaarrekening (zie artikel 8, lid 5 ontwerpregeling GGD en VR Zeeland). 4. Waarom blijft een algemeen bestuur nodig? Een algemeen bestuur is wettelijk verplicht op grond van de Wet veiligheidsregio’s en de Wet publieke gezondheid. Hiervan kan niet worden afgeweken.

5. Hoe blijft de gemeenteraad grip houden op de nieuwe organisatie? De positie van gemeenteraden blijft ongewijzigd en wordt op onderdelen zelfs versterkt. Raden behouden al hun kaderstellende en controlerende bevoegdheden, zoals: • Zienswijzen indienen • Begrotingsrecht • Vragen, moties en amendementen • Toestemming geven bij wijzigingen van de GR Daarnaast zijn er extra instrumenten vanuit de Wet gemeenschappelijke regelingen, zoals evaluaties, rekenkameronderzoeken en (eventueel) een gezamenlijke raadsadviescommissie. 6. Waarom is er (nog) geen gezamenlijke raadsadviescommissie? Een gezamenlijke raadsadviescommissie is wettelijk mogelijk, maar kan alleen worden ingesteld als alle 13 gemeenteraden hiermee instemmen. In het VZG-model is een raadsadviescommissie niet opgenomen. VRZ kent al jaren een raadsklankbordgroep, wat een goed alternatief is. Bekeken wordt of deze uitgebreid kan worden met de GGD. Na de raadsverkiezingen wordt bekeken hoe dit ingericht kan worden. 7. Hoe ziet de begroting van de nieuwe organisatie eruit? Er komt één begroting voor de gezamenlijke organisatie. Binnen deze begroting wordt gewerkt met aparte programma’s voor het domein Publieke gezondheid en het domein Veiligheid. Zo blijft inzichtelijk welk onderdeel welke middelen gebruikt. 8.

Waarom staat de bijdrageregeling (verdeelsleutel) niet in de gemeenschappelijke regeling? De kostenverdeelsleutels zijn niet in de GR opgenomen, maar worden opgenomen in een aparte (nog op te stellen) bijdrageregeling. Door de bijdrageregeling apart op te nemen, kent een eventuele aanpassing een kortere doorlooptijd. Om de positie van gemeenteraden te borgen is gekozen voor een verzwaarde procedure: gemeenteraden moeten altijd een zienswijze geven bij wijzigingen en het algemeen bestuur moet de aangepaste regeling met een 2/3 meerderheid vaststellen. Het uitgangspunt bij het opstellen van de bijdrageregeling is dat er geen herverdeeleffecten tussen de gemeenten plaatsvinden. Dit betekent dat de bijdragen gebaseerd zijn op de huidige verdeling van de gemeentelijke bijdragen bij de GGD en de VRZ. 9. Waar mogelijk wordt het VZG-model gevolgd voor de GR. Wat zijn de verschillen en waarom? Het VZG-model is gebruikt als leidraad en is zoveel als mogelijk gevolgd. Op een paar punten wijkt de regeling af van het VZG-model, als gevolg van bovenliggende wetgeving uit de Wet veiligheidsregio's en de Wet Publieke Gezondheid. De voornaamste punten die afwijken zijn: • De stem van de voorzitter in het algemeen bestuur. De Wet veiligheidsregio's schrijft voor (artikel 11, lid 5 Wet veiligheidsregio's) dat indien de stemmen staken, de stem van de voorzitter geeft de doorslag.

•

Verschil in benoeming van de directeur Publieke Gezondheid enerzijds en de Directeur Veiligheidsregio anderzijds. De directeur Veiligheidsregio wordt conform artikel 18 van de ontwerp-GR benoemd, geschorst en ontslagen door het Dagelijks Bestuur. In de Wet veiligheidsregio’s zijn geen afwijkende benoemingsprocedures opgenomen, daarom volgen we hierin de Wet gemeenschappelijke regelingen en het VZG-model. Voor de DPG is het benoemingsproces beschreven in de Wet publieke gezondheid. Conform de Wet publieke gezondheid benoemt, schorst en ontslaat het AB van de GGD de DPG in overeenstemming met het AB van de Veiligheidsregio. Omdat het AB van GR GGD en VR Zeeland zowel het AB van GGD Zeeland als van VR Zeeland betreft is het volgende opgenomen (lid 2, artikel 19): “Het Algemeen Bestuur benoemt, schorst en ontslaat de Directeur Publieke Gezondheid, na voorafgaande instemming van de Bestuurscommissie Publieke Gezondheid en de Bestuurscommissie Veiligheid.”

10. Welke cao(’s) gaan gelden voor medewerkers? De keuze voor de cao wordt momenteel uitgewerkt. Er worden verschillende scenario’s doorgerekend. Dit leidt tot een voorstel dat wordt voorgelegd aan het bestuur. Op dit moment is nog geen definitieve keuze gemaakt. 11. Hoe ziet de tijdslijn van het hele traject eruit? In 2025 heeft voorgenomen besluitvorming plaatsgevonden over één gemeenschappelijke regeling, de samenvoeging van de bedrijfsvoering en gezamenlijke huisvesting in Goes-West. In 2026 volgt de verdere uitwerking en besluitvorming in de besturen van GGD en VRZ op deze drie bestuurlijke opdrachten. De beoogde ingangsdatum van de gemeenschappelijke regeling is 1 januari 2027. De gevraagde plannen voor de gezamenlijke bedrijfsvoering worden in september 2026 voorgelegd aan de besturen van GGD en VRZ. Een definitief ontwerp voor de gezamenlijke huisvesting met kostencalculatie wordt geagendeerd voor de besturen van GGD en VRZ in december 2026. 12. Hoe zit het met huisvesting en bereikbaarheid (openbaar vervoer)? Bereikbaarheid is nadrukkelijk onderdeel van het huisvestingstraject. Hierover voeren wij gesprekken met de gemeente Goes. De locatie is bereikbaar met het openbaar vervoer. Ook wordt gekeken naar voldoende parkeerplekken en fietsvoorzieningen (voor van en naar het station). Concrete plannen volgen in een later stadium. 13.

Is er al een organogram van de nieuwe organisatie? De inrichting gaat uit van één organisatie, één dagelijks bestuur, twee bestuurscommissies en één algemeen bestuur. Hoe de organisatie er verder uit komt te zien, wordt nog uitgewerkt. 14. Hoe zijn medewerkers en medezeggenschap betrokken? Medewerkers worden actief meegenomen. Beide ondernemingsraden zijn betrokken en er is een gezamenlijke bijzondere ondernemingsraad ingericht met vertegenwoordigers van GGD en VRZ.

15. Wat is gedaan met de zienswijzen van gemeenteraden? Alle zienswijzen zijn gebundeld in een zienswijzennota, met per gemeente een reactie. Belangrijke aandachtspunten waren onder andere betrokkenheid van medewerkers, zorgvuldigheid van het proces, de relatie met andere organisaties zoals de RUD. De zienswijzennota is gedeeld met de gemeenten en vormt input voor de verdere uitwerking. 16. Kunnen bestuurders straks tegenover elkaar komen te staan? Bestuurders kunnen het inhoudelijk oneens zijn, maar daarvoor is een duidelijke procedure ingericht om verschillen zorgvuldig te bespreken en op te lossen. Daarnaast vindt besluitvorming en stemming in het AB en de Bestuurscommissies plaats bij meerderheid van stemmen, tenzij voor een bijzonder onderwerp daarvoor in de GR een uitzondering is gemaakt.

NIEUWSBRIEF VPPG Vooruitblik 2026 Nieuwjaarsgroet Geachte raadsleden, Namens het bestuur van de VPPG wensen wij u en uw naasten alle goeds voor het nieuwe jaar. Wij hopen dat 2026 voor u een jaar wordt waarin gezondheid, stabiliteit en bestuurlijke continuïteit centraal staan, zowel persoonlijk als in uw rol binnen de gemeenteraad. Het begin van een nieuw jaar is traditioneel een moment van reflectie én vooruitkijken. Ook voor de VPPG is dit een passend moment om stil te staan bij de koers die wij voor ogen hebben en bij de ontwikkelingen die in 2026 hun beslag zullen krijgen. De lokale democratie staat voor grote opgaven. Gemeenteraden worden geconfronteerd met toenemende complexiteit, een groeiende hoeveelheid regelgeving en hoge verwachtingen vanuit de samenleving. Dit vraagt veel van raadsleden, in het bijzonder van raadsleden van onafhankelijke lokale groeperingen, die hun werk vaak verrichten met beperkte ondersteuning. De VPPG wil ook in 2026 een betrouwbare partner zijn voor haar leden. In deze nieuwsbrief geven wij een eerste algemene schets van de plannen die voor dit jaar op stapel staan. De positie van de VPPG De VPPG is de vereniging voor raadsleden van onafhankelijke lokale politieke groeperingen. Groeperingen die bewust kiezen voor een lokale oriëntatie, dicht bij de inwoners staan en niet gebonden zijn aan landelijke partijstructuren.

Deze positie biedt grote kansen, maar brengt ook specifieke uitdagingen met zich mee. Lokale groeperingen beschikken vaak over minder middelen, terwijl de bestuurlijke verantwoordelijkheden van raadsleden onverminderd groot zijn. Juist daarom blijft de rol van de VPPG onverminderd relevant. In 2026 blijft de VPPG zich inzetten voor het versterken van de kwaliteit van het raadswerk; het ondersteunen van raadsleden bij hun bestuurlijke

en controlerende rol; het bevorderen van kennisdeling tussen lokale groeperingen; het behoud van de onafhankelijkheid van lokale partijen. Deze uitgangspunten vormen het fundament onder alle activiteiten die wij dit jaar zullen ontplooien. 2026: een jaar met veel plannen Voor 2026 staan binnen de VPPG veel plannen en initiatieven op stapel. Het bestuur heeft de afgelopen periode intensief gewerkt aan de voorbereiding hiervan. Daarbij is bewust gekozen voor een zorgvuldige en realistische benadering. Wij willen voorkomen dat initiatieven te snel of ondoordacht worden uitgerold. Kwaliteit, toepasbaarheid en aansluiting bij de praktijk van het raadswerk staan voorop. Daarom zullen wij in de loop van het jaar stapsgewijs informatie met u delen over de verschillende plannen. Deze plannen richten zich onder andere op: uitbreiding en verdieping van het scholingsaanbod; samenwerking met externe deskundigen; verdere professionalisering van de VPPG Academie; versterking van de positie van raadsleden binnen het lokale bestuur. Nadere invulling volgt op een later moment. Uitbreiding van de VPPG Academie Een belangrijk speerpunt voor 2026 is de uitbreiding van het aanbod van de VPPG Academie. De Academie vormt al geruime tijd een belangrijk instrument voor scholing en kennisontwikkeling van raadsleden. De praktijk laat zien dat het raadswerk steeds veeleisender wordt.

Nieuwe raadsleden moeten in korte tijd veel kennis opdoen, terwijl ervaren raadsleden geconfronteerd worden met steeds complexere dossiers. In 2026 zal het aanbod van de VPPG Academie worden uitgebreid en verder geprofessionaliseerd. Hierbij wordt nadrukkelijk gekeken naar de behoeften van raadsleden in verschillende fasen van hun raadsperiode. De VPPG Academie blijft gericht op praktische toepasbaarheid, met oog voor de dagelijkse realiteit van het raadswerk. Samenwerking met professionele partijen Om de kwaliteit van het opleidingsaanbod verder te verhogen, zal de VPPG in 2026 samenwerkingen aangaan met professionele partijen. Deze partijen beschikken over specialistische kennis en ruime ervaring op het gebied van openbaar bestuur en recht. De samenwerking richt zich met name op de bestuurlijke en juridische kant van het raadswerk. Juist op deze terreinen neemt de complexiteit toe en is behoefte aan verdieping en duiding. Door samen te werken met externe deskundigen kan de VPPG haar leden ondersteunen met actuele kennis, praktische inzichten en heldere kaders. Bestuurlijke en juridische ondersteuning De focus op bestuurlijke en juridische aspecten is geen toevallige keuze. Gemeenteraden hebben een belangrijke verantwoordelijkheid bij besluitvorming, toezicht en kaderstelling. Deze taken vragen om zorgvuldigheid en kennis van Wet- en regelgeving.

De VPPG wil in 2026 bijdragen aan het versterken van deze competenties bij raadsleden. Niet door uniformiteit na te streven, maar door raadsleden beter toe te rusten om zelfstandig en kritisch hun rol te vervullen. Werken aan een sterke gemeenteraad Alle activiteiten van de VPPG in 2026 zijn uiteindelijk gericht op één doel: het versterken van de gemeenteraad. Een sterke gemeenteraad: beschikt over voldoende kennis en inzicht; kan zijn controlerende rol effectief uitvoeren; staat stevig in het bestuurlijke krachtenveld en is zichtbaar en benaderbaar voor inwoners. De VPPG ziet het als haar taak om hieraan bij te dragen door ondersteuning te bieden waar nodig. Wat betekent dit voor u? Voor u als raadslid betekent dit dat u in 2026 kunt rekenen op: een breder scholingsaanbod; meer aandacht voor bestuurlijke en juridische thema’s; ondersteuning die aansluit bij de praktijk en mogelijkheden tot kennisdeling met collega-raadsleden. Wij nodigen u uit om actief gebruik te maken van het aanbod dat in de loop van het jaar verder wordt gepresenteerd. Uw ervaringen en signalen uit de praktijk zijn daarbij van grote waarde. Communicatie en informatievoorziening De VPPG zal u in 2026 regelmatig informeren over nieuwe ontwikkelingen. Dit gebeurt onder andere via: nieuwsbrieven; de website van de VPPG en bijeenkomsten en scholingsactiviteiten.

2026 wordt een jaar waarin de VPPG verdere stappen zet in de ondersteuning van raadsleden. Met veel plannen op stapel, een duidelijke koers en oog voor kwaliteit kijken wij met vertrouwen vooruit.

Wij danken u voor uw inzet voor de lokale democratie en wensen u nogmaals alle goeds voor het nieuwe jaar. Met vriendelijke groet, Het bestuur van de Vereniging voor Plaatselijke Politieke Groeperingen (VPPG) Secretariaat: Nijemonde 31 3434 AZ. Nieuwegein Telefoon: 06-27017646 info@vppg.nl secretariaat@vppg.nl www.vppg.nl .

Aan de colleges van Burgemeester en Wethouders van de Zeeuwse gemeenten

Onderwerp: Terugkoppeling vergadering algemeen bestuur Veiligheidsregio Zeeland op 11 december 2025

Geacht college, Op 11 december 2025 heeft een vergadering plaatsgevonden van het algemeen bestuur van Veiligheidsregio Zeeland (VRZ). Graag informeren wij u over de genomen besluiten en de onderwerpen die tijdens deze vergadering besproken zijn. Meerjarenbeleidsplan VRZ 2026-2027 Iedere Veiligheidsregio moet ten minste eenmaal in de vier jaar een beleidsplan vaststellen. De huidige beleidsplanperiode eindigt eind 2025. Het algemeen bestuur VRZ heeft op 11 september 2025 gekozen het huidige beleidsplan 20222025 met twee jaar te verlengen en deze samen met de oplegnotitie vast te stellen als meerjarenbeleidsplan 2026-2027. Dit plan is vervolgens aangeboden ter bespreking in de gemeenteraden en afgestemd met de netwerkpartners. De input van de gemeenten en de netwerkpartners en zijn weergegeven in bijlage ‘Overzicht reacties gemeenten en netwerkpartners’. Hieruit volgen geen aanpassingen op het beleidsplan. In de vergadering van 11 december heeft het algemeen bestuur VRZ het meerjarenbeleidsplan 2026-2027 definitief vastgesteld. Plan van aanpak opgave begroting VRZ Het algemeen bestuur heeft in de vergadering van 11 december besloten: 1. In te stemmen met het Plan van aanpak opgave begroting VRZ met daarin maatregelen om structureel € 430.000 te dekken; 2. Kennis te nemen van de nog bestaande onzekerheid op de doorwerking van de VZG-richtlijn op het meerjarenperspectief. 3.

Indien de resultaten van de maatregelen in het Plan van aanpak (nog) niet de beoogde resultaten opleveren, de gemeentelijke bijdragen met het verschil te verhogen; 4. De gemeentelijke bijdragen structureel te verhogen met €357.672 vanaf 2027. Aanleiding In de begroting 2026 van VRZ is een (meerjarig) tekort (787.672) ontstaan als gevolg van op dat moment geldende bezuinigings- en indexatierichtlijnen van de Vereniging Zeeuwse Gemeenten (VZG). Met het algemeen bestuur zijn diverse gesprekken gevoerd en oplossingsrichtingen besproken, om meerjarig een structureel sluitende begroting te kunnen presenteren.

• Crisisbeheersing en Rampenbestrijding • Risicobeheersing • Brandweerzorg • Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR)

Datum: 07/01/2026 Verzenddatum: 07/01/2026

Inlichtingen: Bestuursondersteuning VRZ Tel.: 0118-421101 Fax: 0118-421101 E-mail: bestuursondersteuning@vrzeeland.nl Ons kenmerk: VRZ/202600015 Uw kenmerk:

Blad: 1 van 3 Aantal bijlagen: 5 Adres: Postbus 8016 4330 EA Middelburg Segeerssingel 10 4337 LG Middelburg info@vrzeeland.nl Internet: www.vrzeeland.nl Bank: IBAN: NL06BNGH0285027956 BIC: BNGHNL2G t.n.v. Veiligheidsregio Zeeland

Genomen maatregelen bestuur en VRZ om het tekort vanaf 2026 te verminderen Allereerst heeft VRZ maatregelen genomen om haar eigen ontstane exploitatietekort op te lossen. Een bedrag oplopend tot ca. €570.000 in 2028 aan besparingen is gerealiseerd. Ook is besloten het huidige beleidsplan te verlengen met twee jaar en geen nieuwe ontwikkelingen in de begroting 2026 en 2027 op te nemen. Daarnaast heeft het algemeen bestuur op 11 september 2025 ingestemd met een sluitende begroting 2026, door eenmalig in 2026 het tekort op te lossen door verhoging van de gemeentelijke bijdragen 2026. Mogelijkheden om de taakstelling vanaf 2027 te verminderen Vanaf 2027 is besloten structureel een taakstelling op te nemen voor een bedrag van € 787.672, gelijk aan het bedrag dat volgt uit de VZG-bezuinigingsrichtlijn 2026 van -2,2%. VRZ is gevraagd ombuigingsvoorstellen uit te werken ter hoogte van dit bedrag en daarin te kijken naar de mogelijkheden voor het verzakelijken van dienstverlening en het verkrijgen van extra externe financiering voor bovenregionale veiligheidsopgaven (d.m.v. lobby). Dertig ombuigingsvoorstellen voor brandweerzorg, risico-en crisisbeheersing en bedrijfsvoering zijn in oktober aan het algemeen bestuur gepresenteerd. Deze ombuigingsvoorstellen raken de operationele slagkracht en het goed werkgeverschap van VRZ, juist in een tijd dat meer van VRZ gevraagd wordt.

Denk aan de opgave voor weerbaarheid, toetreding tot de vitale infrastructuur en de energietransitie. VRZ functioneert overall op basisniveau en het bestuur is van mening dat keuzes ten aanzien van taakstellingen genomen moeten worden vanuit een zorgvuldige afweging op inhoudelijke aspecten. Het proces voor het beleidsplan 2028-2031, wat eind 2027 vastgesteld moet worden, biedt ruimte voor gesprek hierover. Daarnaast zijn mogelijkheden onderzocht voor het verzakelijken van onze dienstverlening onderzocht en de lobby op bovenregionale veiligheidsopgaven via lobby. Financiële ontwikkelingen VZG-richtlijn Vanuit de VZG is bevestigd dat de voorlopige VZG-richtlijn voor 2026 ongewijzigd blijft op -2,2%. Voor VRZ betekent dit een taakstelling van € 787.672 vanaf 2027. In het Plan van aanpak opgave begroting VRZ zijn maatregelen voorgesteld die een verwachte verlaging van de taakstelling opleveren van maximaal € 430.000. Het is van belang te benadrukken dat de verwachting is dat een deel van deze maatregelen pas in de loop van 2027 gerealiseerd kan worden, vanwege de benodigde implementatietijd. Om die reden is conform besluitpunt 2 besloten. Na uitvoeren van de maatregelen uit het plan van aanpak resteert nog een tekort van € 357.672 (€ 787.672 minus € 430.000).

Om dit resterende tekort op te vangen, wordt in de begroting 2027 de gemeentelijke bijdrage structureel verhoogd met € 357.672, conform besluitpunt 4. BDuR korting In de risicoparagraaf van de begroting 2026 is een korting van 10% op de BDuR opgenomen. Inmiddels is deze korting definitief. Voor VRZ betekent dit een structurele korting van circa € 1.020.000. Voor een deel kan deze structurele korting vanaf 2027 worden afgedekt door landelijk toegekende extra gelden crisisbeheersing ten behoeve van regionale/lokale weerbaarheid. Voor een ander kleiner deel vraagt dit keuzes in het ambitieniveau van de daarmee samenhangende BDuR gerelateerde taken. Deze keuzemogelijkheden hebben geen invloed op de gemeentelijke bijdragen. Bovenstaande landelijke extra gelden worden gefaseerd toegekend en zijn in 2026 niet toereikend om het totale tekort van € 1.020.000 te dekken. Afhankelijk van de gemaakte keuzes is naar schatting incidenteel in 2026 nog maximaal € 626.000 te dekken. VRZ ziet mogelijkheden voor incidentele dekking uit de balanspost vooruit ontvangen bedragen met een specifiek bestedingsdoel (saldo ultimo 2024 € 2,2 mln.).

Voortgang Provincie Zeeland als toezichthoudend orgaan heeft ingestemd met dit plan van aanpak begroting 2026. Vanaf 2026 geldt regulier repressief toezicht voor VRZ. Het Algemeen Bestuur wordt via de reguliere P&C cyclus op de hoogte gehouden van de voortgang van de uitvoering van het plan van aanpak. 4e begrotingswijzigingen VRZ Tijdens het algemeen bestuur van 11 december 2025 is de vierde begrotingswijziging 2025 vastgesteld. De gemeentelijke bijdrage 2025 wijzigt hierdoor niet en een zienswijzeprocedure is daarom niet van toepassing. De vierde begrotingswijziging vindt u in bijlage 3.

Wij verzoeken u deze brief door te sturen naar uw gemeenteraad.

Het dagelijks bestuur van Veiligheidsregio Zeeland,

H.J.A. van Merrienboer voorzitter

J. Gaemers secretaris

Bijlagen: 1a. Oplegnotitie Meerjarenbeleidsplan VRZ 2026-2027 1b. Meerjarenbeleidsplan VRZ 2022-2025 1c. Overzicht reacties gemeenten en partners 2. Plan van aanpak opgave begroting VRZ 3. Vierde begrotingswijziging 2025 VRZ

Oplegnotitie meerjarenbeleidsplan VRZ 2026-2027 Inleiding Het bestuur van Veiligheidsregio Zeeland (VRZ) stelt conform artikel 14 van de Wet veiligheidsregio's ten minste eenmaal in de vier jaar een beleidsplan vast, waarin het beleid is vastgelegd ten aanzien van de taken van de veiligheidsregio. In 2022 is het meerjarenbeleidsplan 2022-2025 ‘Samen zorgen voor een veilig Zeeland’ vastgesteld. Dit meerjarenbeleidsplan beschrijft de wettelijke basis van VRZ, de verschillende Zeeuwse risico’s en de voor onze regio relevante (maatschappelijke) ontwikkelingen. Het plan beschrijft op hoofdlijnen de doelen en aanpak voor de periode 2022-2025. Het huidige meerjarenbeleidsplan eindigt eind 2025 en daarmee is het tijd voor een nieuw beleidsplan. Het algemeen bestuur VRZ heeft op 11 april 2025 gekozen voor het met twee jaar verlengen van het huidige beleidsplan 2022-2025. Dit heeft de volgende redenen: • VRZ ziet nieuwe ontwikkelingen op zich afkomen. In de komende periode wordt duidelijk wat deze ontwikkelingen betekenen voor de organisatie. • De kortere doorlooptijd biedt ons de mogelijkheid om gesprekken te voeren over deze nieuwe ontwikkelingen met ons bestuur, de nieuwe gemeenteraden en de netwerkpartners, in aanloop naar de volgende beleidsperiode 2028-2031. • Het geeft ons de kans aan te sluiten op het nieuwe regionale risicoprofiel, dat ingaat op 1 januari 2027.

• De komende periode wordt meer duidelijk over de financiële ontwikkelingen in relatie tot de voorziene bezuinigingsopgave voortkomend uit de VZG bezuinigings- en indexatierichtlijn. Dit geeft richting aan het niveau van de invulling van onze taken. Het huidige beleidsplan wordt, samen met deze oplegnotitie, vastgesteld als ‘meerjarenbeleidsplan 2026-2027’. In deze oplegnotitie geven wij een korte terugblik op de beleidsperiode 2022-2025 en schetsen wij de nieuwe ontwikkelingen die op ons afkomen. Omdat het huidige beleidsplan wordt verlengd, zijn deze nieuwe ontwikkelingen niet opgenomen in het beleidsplan. Het betreft een beleidsarm plan. Wanneer ontwikkelingen zich voordoen waarvoor nieuw beleid nodig is, wordt hiervoor een separaat bestuursvoorstel opgesteld en voorgelegd aan het algemeen bestuur. Kanttekeningen verlenging huidig beleidsplan Het verlengen van het huidige beleidsplan 2022-2025 met twee jaar betekent dat het huidige beleid wordt voorgezet in 2026 en 2027. Er staat geen nieuw beleid in het plan, nieuwe ontwikkelingen zijn niet meegenomen. Op dit moment bestaat nog onzekerheid over de financiële ontwikkelingen, voortkomend uit de VZG bezuinigings- en indexatierichtlijn en de door het Rijk voorgenomen korting van 10% (ca. €1 miljoen) op de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR).

Deze financiële ontwikkelingen kunnen leiden tot verdergaande bezuinigingsvoorstellen met keuzes voor (het huidige niveau van) de dienstverlening. Tot slot In de afgelopen periode heeft de organisatie een gesprek gevoerd met het algemeen bestuur VRZ over de koers van de organisatie, gezien de toekomstige ontwikkelingen en de onzekere financiële situatie. Op dit moment functioneert onze organisatie op basisniveau. Dit betekent dat wij het reeds ingezette beleid kunnen voorzetten, maar dat openstaande acties, nieuwe ontwikkelingen en taakverbreding niet opgepakt worden. (Landelijke) ontwikkelingen vragen dit wel van ons. Wij 1

benutten de komende periode om te bekijken hoe wij ons werk zo goed als mogelijk kunnen uitvoeren, om samen met onze partners te zorgen voor een veilig en gezond Zeeland. 1. Terugblik meerjarenbeleidsplan 2022-2025 In 2022 is het meerjarenbeleidsplan vastgesteld voor de periode 2022-2025. Op basis van de wettelijke opdracht, Zeeuwse risico’s en alle maatschappelijke ontwikkelingen hebben wij samen met onze stakeholders destijds de volgende vier met elkaar samenhangende aandachtsgebieden benoemd: 1. Toekomstbestendige brandweerzorg 2. Een voorbereide crisisorganisatie 3. Werken in netwerken 4. Mens en organisatie Toekomstbestendige brandweerzorg In Zeeland vormt vrijwilligheid de basis van onze brandweerzorg, zowel voor de reguliere brandweerzorg als voor opschaling bij grotere incidenten. Dankzij onze vrijwilligers kunnen we goede brandweerzorg bieden tegen relatief lage kosten. Verdeeld over Zeeland hebben we 64 brandweerposten waarmee we kunnen voorzien in een adequate dekking. Voorwaarde is dan wel dat deze posten een voldoende sterke bezetting hebben. Het garanderen van voldoende paraatheid is een steeds grotere uitdaging. De paraatheid van de brandweer hangt samen met de beschikbaarheid van voldoende vrijwilligers. We signaleren dat, met name overdag, de beschikbaarheid van voldoende vrijwilligers kwetsbaar is.

Daarom verzorgen we overdag vanuit onze hoofdlocaties in de grote stedelijke kernen (Middelburg, Terneuzen en Goes) een gegarandeerde uitruk met onze beroepsmedewerkers. Om de veerkracht en continuïteit van onze brandweerorganisatie te waarborgen zetten we, aan de hand van een interne meerjarige uitvoeringsagenda vrijwilligheid, in op het binden en boeien van onze vrijwilligers, bijvoorbeeld door het intern organiseren van leiderschapstrainingen waarmee we zowel persoonlijke als organisatorische ontwikkeling stimuleren. Op basis van de nieuwe landelijke systematiek van gebiedsgerichte opkomsttijden is in 2023, als onderdeel van het programma brandweerzorg 2030, het dekkingsplan vastgesteld. Ons dekkingsplan geeft weer waar de kwetsbaarheden in onze brandweerzorg zitten. Samen met risicobeheersing en de gemeenten kijken we waar risico's onvoldoende repressief afgedekt zijn en met welke maatregelen we deze kwetsbaarheden acceptabel kunnen maken. Een voorbereide crisisorganisatie De opdracht in het meerjarenbeleidsplan is omgezet in het realisatieplan ‘een voorbereide crisisorganisatie’. In dit realisatieplan wordt gewerkt op basis van zes inhoudelijke thema’s en vier ontwikkelsporen.

Binnen de zes thema’s: natuur, nucleair, transport, industrie en bedrijvigheid, gezondheid en maatschappelijke ontwrichting wordt gewerkt aan dossiers als natuurbrandbeheersing, nucleaire industrie, maritieme veiligheid en de energietransitie. Vanuit de landelijk geconstateerde noodzaak tot versterking van crisisbeheersing en informatievoorziening, is met ingang van 2023 de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) verhoogd. Deze extra gelden zijn alleen bestemd voor de versterking van crisisbeheersing (regionaal, bovenregionaal en landelijk), het versterken van de informatiepositie en het inrichten van een landelijk Knooppunt Coördinatie Regio’s en Rijk (KCR2). Binnen het programma voorbereide crisisorganisatie is dit geld afgelopen beleidsperiode onder meer besteed aan de versterking van 2

team crisisbeheersing, de aanschaf van extra middelen (zoals piketvoertuigen) en de ontwikkeling van het veiligheidsinformatieknooppunt (VIK). Werken in netwerken Veiligheidsregio’s zijn verantwoordelijk voor het vormen en faciliteren van relevante netwerken. We participeren in netwerken op verschillende bestuurlijke, strategische en tactische niveaus. Zo kunnen we sneller afstemmen en samen iets bereiken. Eén van de doelstellingen blijft daarom ook om deze afstemming intensief te continueren binnen de verschillende netwerken. Daarbinnen kunnen we verschillende rollen vervullen; van initiërend en faciliterend tot regisserend of coördinerend. De lijnen tussen de verschillende netwerkpartners zijn over het algemeen kort. Ook onze buurregio’s en Belgische partners zijn hierbij belangrijk. Mens en organisatie Vanwege het operationele karakter van onze organisatie stimuleren wij vakmanschap. Onze organisatie heeft twee functies: een kantoorfunctie voor de voorbereiding van (vrijwillige) brandweerzorg en crisisbeheersing en een 24/7 inzetfunctie. Bedrijfsvoering moet zodanig worden ingericht dat in geval van crises adequaat gereageerd kan worden. De afgelopen jaren hebben we onze bedrijfsvoering verder geoptimaliseerd. Wij willen een goede werkgever zijn. We investeren in flexibiliteit, deskundigheid en proceskwaliteit, met oog voor maatschappelijke ontwikkelingen. 2.

Vooruitblik 2026-2027: nieuwe ontwikkelingen Verlenging van het huidige beleidsplan betekent dat we nog niet kunnen inspelen op de nieuwe ontwikkelingen die op ons afkomen. Regionale economische ontwikkelingen (zoals de energietransitie, kerncentrales, mobiliteit) vergen aanvullende financiële middelen om te voorkomen dat deze uitbreiding van taken ten koste gaat van ons noodzakelijk niveau van voorbereiding op en optreden bij incidenten en crises. Voor onderwerpen zoals het versterken van de maatschappelijke weerbaarheid zal onze inzet ook afhangen van de landelijke uitwerking hiervan. Risicoprofiel In 2024 is het risicoprofiel inclusief het grensoverschrijdend risicoprofiel herijkt. Belangrijke thema’s zijn klimaat, nucleair, transport/mobiliteit, industrie/bedrijvigheid, gezondheid en maatschappelijke ontwrichting. We staan aan de vooravond van grote ontwikkelingen. Vooral in onze industriële omgevingen. De intensivering van activiteiten die bijdragen aan de energietransitie zoals waterstoffabrieken, opslag en vervoer van ammoniak en waterstof, aanlanding van elektriciteit uit de windmolenparken en verlenging van de gebruiksduur van de huidige kerncentrale en mogelijke bouw van nieuwe kerncentrales verandert het risicoprofiel aanhoudend.

Naast deze ontwikkelingen zal ook de klimaatverandering, met kans op hevige regenval en meer en zwaardere stormen, de impact van onze risico's beïnvloeden. Nieuwe ontwikkelingen met impact op onze veiligheidsregio zijn: Nucleair De mogelijke komst van nieuwe kerncentrales en het vergroten van de opslag van nucleair materiaal door Covra zorgt voor een toename van taken op het gebied van advisering, toezicht/controle en preparatie op incidenten, met name in de bouwfase (10-15 jaar). In 2026 wordt hierover meer duidelijk. Op dat moment kan pas een goede inschatting van de te verwachten kosten worden gemaakt. Vroegtijdig in gesprek gaan, onder andere over financieringsmogelijkheden voor de taken die VRZ uitvoert, is noodzakelijk. 3

Waterstof en elektra De verwachte komst van waterstoffabrieken en andere duurzame energieprojecten en het transport van gevaarlijke stoffen (bijvoorbeeld waterstof en ammoniak) brengen nieuwe veiligheidsrisico’s met zich mee. Dit vraagt om extra advisering aan gemeenten. De impact en benodigde kennis hiervoor zijn nog onbekend. Klimaatverandering Mede door de klimaatverandering nemen extreme weersomstandigheden toe. Dit leidt tot meer veiligheidsrisico’s. We krijgen steeds vaker te maken met hevige regenval en stormen die een grote impact hebben op de samenleving, met toenemende risico’s op slachtoffers en schade. Daarnaast neemt bij aanhoudende droogte het risico op natuurbrand toe. Geopolitieke ontwikkelingen en weerbaarheid De kans op een (dreigende) crisis wordt groter door een grotere kans op uitval van vitale voorzieningen, de ontwrichting van de samenleving door fake news en aanvallen op de rechtsorde, gezag en democratische processen. VRZ heeft als taak zich voor te bereiden op deze dreiging (aan de voorkant en wanneer de crisis zich voordoet) en het voorbereiden van de bevolking (zelfredzaamheid). De exacte invulling van de taken is nog niet bekend, hierover wordt landelijk een discussie gevoerd. Het is nog onduidelijk of wij voor deze extra taken een compensatie ontvangen vanuit het Rijk.

Toetreding tot de vitale infrastructuur De veiligheidsregio’s worden door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen als onderdeel van de vitale infrastructuur. Voor VRZ betekent dit dat extra investeringen nodig zijn op het gebied van informatiebeveiliging en continuïteit, zoals screeningsbeleid, vervanging van sloten, het aanleggen van een noodvoorraad diesel, et cetera. De geschatte extra kosten zijn € 200.000300.000 voor een security operations center/computer emergency response team (SOC/CERT). Of hiervoor compensatie komt vanuit het Rijk, is nog onzeker. Duurzaamheid (CO2-reductie) VRZ moet in het kader van het Klimaatakkoord maatregelen treffen om te komen tot CO2-reductie, met name op het gebied van huisvesting. Het is mogelijk het uitvoeren van deze maatregelen door te schuiven naar de volgende beleidsperiode. In de huidige begroting is nog geen geld opgenomen voor de verduurzamingsopgave De exacte kosten voor verduurzaming zijn nog onbekend. Erkenning PTSS als beroepsziekte Landelijk is de PTSS-regeling vastgesteld, welke per 1 februari 2026 in werking treedt. Vanaf deze datum kent de regeling een terugwerkende kracht van vijf jaar. Met het vaststellen van deze regeling is PTSS als beroepsziekte erkend. Dit is een belangrijke stap naar een betere en gelijke aanpak van PTSS in alle veiligheidsregio’s.

Het is mogelijk dat (oud)werknemers VRZ aansprakelijk stellen en een claim indienen. De kosten van deze claims zijn nog onduidelijk en nog niet in te schatten. Wel zijn regionale preparatie- en implementatiekosten en bijdragen aan landelijke werkzaamheden voor de regeling PTSS noodzakelijk. De geschatte kosten hiervan zijn € 100.000-150.000. Er is nog onduidelijkheid over de Rijksbijdrage aan deze kosten. 3. Aanpak en planning Voor formele vaststelling van het beleidsplan dient, conform de Wet veiligheidsregio’s, artikel 14, lid 2a, de burgemeester met de gemeenteraad te overleggen over het ontwerpbeleidsplan. Tevens dient het ontwerpbeleidsplan afgestemd te worden met de (beleidsplannen van de) aangrenzende regio’s, betrokken waterschappen en de betrokken regionale eenheid van de politie.

4

In de bestuursvergadering van 11 september 2025 wordt het AB gevraagd in te stemmen met het conceptbeleidsplan. Daarna wordt het conceptbeleidsplan ter bespreking aangeboden aan de gemeenteraden. VRZ stemt in deze periode het conceptbeleidsplan af met (de beleidsplannen van) netwerkpartners. Na verwerking van de input wordt het conceptbeleidsplan vastgesteld in het algemeen bestuur VRZ van 11 december 2025 en ter kennisname verzonden aan gemeenten en netwerkpartners.

5

Meerjarenbeleidsplan 2022 - 2025 Samen zorgen voor een veilig zeeland 1

Inhoudsopgave 1. Voorwoord.......................................................................... 3 2. Leeswijzer ........................................................................... 4 3. Basis voor beleid................................................................. 5 3.1 Wetgevingskader........................................................... 5 3.2 Wat bedreigt ons? ......................................................... 5 3.3 Wat komt er op ons af? ................................................. 8 4. VRZ in perspectief............................................................. 11 4.1 Waar staan wij voor? .................................................. 11 4.2 Wat willen we bereiken? ............................................ 11 4.3 Wat gaan we doen?..................................................... 12 5. Toekomstbestendige brandweerzorg ............................... 13 5.1 Brandveiligheid ........................................................... 14 5.2 Incidentbestrijding ...................................................... 14 5.3 Leren en ontwikkelen .................................................. 15 5.4 Informatiemanagement & bedrijfsvoering ................. 15 6. Een voorbereide crisisorganisatie..................................... 16 6.1 Samen met onze partners ...........................................

17 6.2 Flexibel en wendbaar .................................................. 18 6.3 Vakbekwaam en hoge kwaliteit .................................. 18 6.4 Informatiegestuurde veiligheid ................................... 19 7. Werken in netwerken ....................................................... 20 7.1 Regionaal..................................................................... 21 7.2 Bovenregionaal ........................................................... 21 7.3 Internationaal.............................................................. 21 8. Mens en organisatie ......................................................... 22 8.1 Personeelsbeleid ......................................................... 22

Bijlage 1 – Wettelijk kader .................................................... 26 Bijlage 2 – Structuur beleidsdocumenten en p&c cyclus ..... 27 Bijlage 3 – Taakinvulling wet veiligheidsregio’s .................... 29 Bijlage 4 – MOTO 2022-2025 ................................................ 30 Bijlage 5 – Verklarende lijst met afkortingen........................ 31

8.2 Informatiegestuurde organisatie................................. 23 8.3 Duurzaamheid ............................................................. 23 8.4 Kwaliteitszorg .............................................................. 24 9. Monitoring en implementatie .......................................... 25 2

1. Voorwoord Beste lezer, Met gepaste trots presenteren we u het Meerjarenbeleidsplan 2022 – 2025. De totstandkoming ervan heeft vanwege de coronacrisis een andere dynamiek gekregen. Dankzij de flexibiliteit en gedrevenheid van onze medewerkers en partners is het - ondanks enige vertraging - toch gerealiseerd. Als betrokken organisatie zoeken wij nadrukkelijk verbinding met de Zeeuwse samenleving. De coronacrisis toont aan dat crisisbeheersing een belangrijke pijler is van onze organisatie. Want net als met andere incidenten, willen we ook deze crisis zo goed mogelijk bestrijden en de impact voor onze regio beperken. Hiermee maken wij het verschil: wij verbinden partners en faciliteren het proces - voor een veiliger Zeeland. Met dit plan zetten wij koers naar de toekomst. We leggen de focus voor de iets langere termijn vast. Maar omdat Veiligheidsregio Zeeland voor een groot deel een beheersmatig karakter heeft, kunt u in deze jaren geen belangrijke beleidswijzigingen van ons verwachten. Wel leggen wij een duidelijk accent op onze taken. Op basis van de wettelijke opdracht, Zeeuwse risico’s en alle maatschappelijke ontwikkelingen hebben wij dan ook de volgende vier nauw met elkaar

3

samenhangende aandachtsgebieden benoemd: 1. 2. 3. 4.

Toekomstbestendige brandweerzorg Een voorbereide crisisorganisatie Werken in netwerken Mens en organisatie

Zo nemen wij u graag mee in de richting die wij gaan. U leest ook dat in de komende beleidsperiode - naast het doorontwikkelen van crisisbeheersing - het herijken van de brandweerzorg centraal staat. Onze brandweerzorg is namelijk gebaseerd op vrijwilligheid. Om de continuïteit daarvan te waarborgen, moeten ingrijpende veranderingen plaatsvinden. Behoud van vrijwilligheid staat hierbij centraal. De realiteit wijst uit dat de noodzaak hiertoe hoog is, maar een oplossing is nog niet in zicht. Dit meerjarenbeleidsplan geeft een beeld van de ontwikkelingen die onze organisatie raken. Samen met u als medewerker, vrijwilliger, burger, raadslid en netwerkpartner staan wij voor eenzelfde uitdaging: een veiliger Zeeland. Erik van Merrienboer Edith van der Reijden

2. Leeswijzer Deze leeswijzer biedt u een beknopt overzicht van de indeling van dit meerjarenbeleidsplan. Eerst leggen we de grondbeginselen uit van ons beleid; de wettelijke basis, de verschillende Zeeuwse risico’s en de voor onze regio relevante maatschappelijke ontwikkelingen. Vervolgens plaatsen we Veiligheidsregio Zeeland in perspectief: waar staan we voor, wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? In de hoofdstukken daarna stellen we de eerste twee aandachtsgebieden centraal: ‘Toekomstbestendige brandweerzorg’ en ‘Een voorbereide crisisorganisatie’. Vervolgens werken we de essentiële randvoorwaarden uit: ‘Werken in netwerken’ en ‘Mens en organisatie’. In de bijlagen achterin vindt u aanvullende informatie.

4

3. Basis voor beleid Een groot deel van onze organisatie werkt aan beheersmatige zaken. Zo toetsen wij bouwplannen, voeren wij brandpreventiecontroles uit bij bedrijven, leiden we ons operationeel personeel op en zorgen we dat ze over de juiste vaardigheden en middelen beschikken. Omdat we de langere termijn met dit meerjarenbeleidsplan helder voor ogen hebben, kunnen we in de dagelijkse praktijk het accent leggen op de uitdagingen die op ons afkomen. Verder vinden wij het belangrijk dat de strategische beleidsthema’s ook herkenbaar zijn voor onze medewerkers. De accenten zullen daarom jaarlijks via onderliggende plannen en begrotingen worden vertaald naar de interne organisatie (zie Bijlage 2).

3.1 Wetgevingskader De taken en verantwoordelijkheden van de veiligheidsregio zijn vastgelegd in de Wet veiligheidsregio's en de gemeenschappelijke regeling (zie Bijlage 1).

5

3.2 Wat bedreigt ons? Veiligheidsregio Zeeland is een regio met relatief weinig inwoners, ongeveer 380.000, en een groot oppervlakte dat bestaat uit eilanden die met elkaar verbonden zijn via een beperkt aantal verbindingen. Deze bijzonder infrastructuur en de uitgestrektheid van het gebied hebben invloed op hoe wij ons werk organiseren. Het betekent bijvoorbeeld dat er in verhouding tot het inwoneraantal veel brandweerposten en -mensen noodzakelijk zijn om overal tot een goede dekking te komen. Omdat we een bovengemiddeld aantal vrijwilligers hebben in Zeeland maakt dit de instandhouding van onze brandweerzorg complex. Daarnaast is het risicoprofiel zeer hoog in vergelijking met andere regio's. Met een groot cluster van chemische industrie, de enige nog werkende kerncentrale in Nederland en natuurlijk de Westerschelde als - lastig bevaarbare - toegang tot de havengebieden van Antwerpen, Gent en Zeeland, is continue alertheid geboden. Door het Algemeen Bestuur is het Regionaal Risicoprofiel 2020-2023 vastgesteld. Alle veiligheidsregio’s zijn verplicht iedere vier jaar een Regionaal Risicoprofiel op te stellen. Doel van het Regionaal Risicoprofiel is het (strategisch) beleid van iedere veiligheidsregio in samenhang te brengen met de daadwerkelijk aanwezige risico’s binnen de regio [Artikel 15 - Wet veiligheidsregio’s].

In het regionaal risicoprofiel is een breed beeld gegeven van de reële risico’s in Zeeland. Het biedt ons houvast bij het bepalen van ons beleid. Dit diagram geeft een overzicht vanuit dit risicoprofiel. Na 2022 volgt een geactualiseerde versie van het regionaal risicoprofiel.

Veiligheidsregio Zeeland bereidt zich - samen met de maatschappij – voor op deze risico’s. We proberen ze vanuit de veiligheidsketen1 (zie ook afbeelding rechts) preventief te verkleinen, en bij een incident of crisis de effecten ervan zoveel mogelijk te beperken. In welke mate wij tijdens de komende beleidsperiode aan aan het voorkomen of verkleinen van deze risico’s prioriteiten toekennen, hangt af van verschillende facetten, zoals landelijk beleid. Sommige risico’s kennen een groot (bestuurlijk) afbreukrisico. In het beheersen van overige risico’s hebben we de afgelopen jaren geïnvesteerd. 1

Nafase Teruggaan naar de normale situatie door het herstellen van schade. Voorbeeld: schoonmaak gebruikt materieel en psychologische hulp bij schokkende ervaringen.

Pro-actie Structurele oorzaken van onveiligheid wegnemen of voorkomen. Voorbeeld: adviseren van gemeenten op het gebied van ruimtelijke ordening.

Pro-actie-Preventie-Preparatie-Repressie-Nafase Preventie Onveiligheid voorkomen, veiligheidsbewustzijn vergroten en incidenten beheersbaar houden. Voorbeeld: voorlichting over het ophangen van rookmelders.

Repressie Bestrijding van incidenten, rampen en crises. Voorbeeld: overstroming en brand.

6

Preparatie Voorbereiding op incidenten, rampen en crises door planvorming, oefenen en trainen. Voorbeeld: evacuatieoefening en inzetoefening redvoertuig of het opstellen van een rampenbestrijdingsplan.

Het Algemeen Bestuur heeft zes risico’s benoemd die een hoge prioriteit hebben:

transportgerelateerde risico's

Nucleaire risico’s

Externe risico’s

Zeeland is een veelzijdige regio. Het kent veel toerisme en ook veel transport over wegen, water en spoor. De grote - onderling met elkaar verweven - verscheidenheid aan verkeersstromen en verkeersgebruikers met divers gedrag, leidt tot risico’s op wegen, water, spoor en zelfs in de lucht. De kwetsbare infrastructuur in Zeeland betekent een verhoogd risico. De impact van bijvoorbeeld een stranding op de Westerschelde of een incident op het Schelde-Rijnkanaal of de Oosterschelde is groot, omdat daarmee een belangrijke vaarroute wordt gestremd. Ook wanneer een LPG-trein ontspoort in de buurt van een woonkern, zijn de gevolgen aanzienlijk.

2

In Zeeland zijn veel Brzo -bedrijven met gevaarlijke stoffen. Deze bedrijven werken met stoffen die giftig, ontvlambaar of explosief zijn en moeten voldoen aan strenge wet- en regelgeving. Als ondanks alle voorzorgsmaatregelen toch een incident plaatsvindt, kan dit leiden tot ernstige gevolgen voor de volksgezondheid en tot schade aan het milieu.

Natuurrisico’s Zeeland bestaat voor een groot deel uit water. De kans op overstroming vanuit de zee(armen) is altijd aanwezig. Mede door de klimaatverandering nemen ook extreme weersomstandigheden toe; bij aanhoudende droogte is bijvoorbeeld het risico van natuurbranden op de kop van Schouwen-Duiveland niet te onderschatten. Een overstroming of natuurbrand kan veel economische, ecologische en materiële schade tot gevolg hebben.

Pandemie Een pandemie vormt een bedreiging voor de volksgezondheid en de continuïteit van de maatschappij. Als een besmettelijke virusziekte uitbreekt, is Zeeland kwetsbaar. Covid-19 is hier een actueel voorbeeld van. Verder ziet men landelijk, en dus ook in onze provincie, een jaarlijks dalend percentage toegediende griepvaccinaties. Een pandemie verstoort de processen binnen onze samenleving en kan leiden tot verstrekkende maatregelen.

2

Besluit risico’s zware ongevallen

7

Binnen onze veiligheidsregio staat de enige werkzame kerncentrale van Nederland. Hier vindt opslag voor- en transport van nucleair afval plaats. Net over de grens bij het Belgische Doel bevinden zich vier kernreactoren. Gevolgen van een nucleaire ramp – hoe klein de kans ook is – zijn groot, lastig te overzien en moeilijk in te perken. Dit risico scoort hoog in het Regionaal Risicoprofiel.

Ontwrichtingsrisico’s Maatschappelijke ontwrichting van de samenleving ontstaat niet alleen door brand, werkzaamheden of overstromingen, maar ook door virussen, cybercrime of terrorisme. Omdat alles binnen onze maatschappij een steeds grotere onderlinge afhankelijkheid heeft - de digitale wereld gebruikt elektriciteit en elektriciteitsnetwerken kunnen niet functioneren zonder computers - is er altijd sprake van meerdere dreigingen of optredende gevaarlijke effecten. De essentie van deze scenario’s is, dat ze van langdurige aard zijn, grote maatschappelijke impact hebben en een beroep doen op de veerkracht van de hele samenleving.

3.3 Wat komt er op ons af? De richting die Veiligheidsregio Zeeland de komende jaren op gaat, wordt ook bepaald door wat er in de maatschappij gebeurt. In Zeeland zien wij hoe de volgende ontwikkelingen een rol spelen bij de wijze waarop wij onze beleidsdoelen kunnen behalen.

BELEIDSONTWIKKELINGEN Consequenties van covid-19 De mondiale uitbraak van Covid-19 heeft een enorme impact op hoe de crisisbeheersing in Nederland is georganiseerd. De pandemie toont hier helder het belang van aan, waarbij de centrale rol van veiligheidsregio’s nadrukkelijk naar voren komt. Vanwege de bovenregionale en internationale aspecten is een goed netwerk belangrijk. De crisis wordt geëvalueerd door de Onderzoeksraad voor Veiligheid, de Inspectie van Justitie en Veiligheid en door de veiligheidsregio’s zelf. Adviezen en mogelijke verbeteringen die uit deze evaluaties voortvloeien, vormen de input voor het beleid van Veiligheidsregio Zeeland. Dit geldt ook voor de Tijdelijke wet Covid-19.

Evaluatie Wet veiligheidsregio’s De evaluatie van de Wet veiligheidsregio’s is uitgevoerd door een commissie die door de ministerraad is ingesteld. Het geeft zicht op het functioneren van het stelsel, zoals is beschreven in de Wet veiligheidsregio’s (Wvr) ten aanzien van bestuurlijke en operationele componenten. De Wvr is in 2012-2013 voor het eerst geëvalueerd en het tweede onderzoeksrapport kwam eind 2020 uit. Begin februari

2021 heeft het kabinet haar standpunt hierover uitgebracht. Thema’s die in de evaluatie aan de orde komen, zijn: de flexibiliteit om te kunnen inspelen op nieuwe risico’s; ruimte voor mogelijke harmonisatie met andere veiligheidsregio’s of gemeenschappelijke regelingen; het stimuleren van bovenregionale samenwerking; aandacht voor de borging van adequate informatievoorziening en een duidelijk onderscheid tussen brandweerzorg en crisisbeheersing.

Agenda risico- en crisisbeheersing Kabinetsperiode 2018-2021 Doel: dat Nederland op alle niveaus met elkaar - in een continu veranderende maatschappij en met oog voor de praktijk - toegerust is én blijft om risico’s en crises te beheersen en zo mogelijk te voorkomen. Dit is te bereiken door: • het versterken van het systeem dat de samenwerkende veiligheidspartners, publiek en privaat, in staat stelt om gezamenlijk invulling te geven aan risico- en crisisbeheersing; • het verbeteren van de inhoudelijke werking van het systeem; • het vergroten van de weerbaarheid en veerkracht van de maatschappij als geheel. Mogelijke bijstelling van deze speerpunten door een nieuwe kabinetsformatie gedurende huidige beleidsperiode, kan van invloed zijn op de beleidsdoelstellingen van Veiligheidsregio Zeeland.

8

Strategische agenda Veiligheidsberaad Het Veiligheidsberaad werkt met een strategische agenda die samen met de 25 veiligheidsregio's tot stand is gekomen. De hoofdthema’s zijn: • taak- en rolopvatting van de veiligheidsregio’s, in relatie tot de Wet veiligheidsregio’s; • kansen en bedreigingen van de informatie- en data-gestuurde maatschappij; • gezamenlijke aanpak bij ongekende crises; • vrijwilligheid in multidisciplinair perspectief.

Landelijke agenda Brandweerzorg De Landelijke Agenda Brandweerzorg is gericht op de toekomst van de brandweer. Zij hanteert het volgende uitgangspunt: “Als betrouwbare partner in (brand)veiligheid werken we vraag- en risicogericht op basis van een sterke informatiepositie aan minder incidenten, minder slachtoffers en minder schade. Dit doen we samen, vanuit vakmanschap en een goede balans tussen mens en werk.” Dit is te bereiken met: • vraag- en risicogericht werken; • allianties voor een gezamenlijke meerwaarde voor de samenleving; • een krachtige informatiepositie.

NIEUWE WETGEVING

Collega's aan het woord

Wetgeving rechtsposities ambtenaren Sinds 1 januari 2020 is de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra); van kracht. De Wnra heeft als doel de rechtspositie van ambtenaren zoveel mogelijk gelijk te stellen aan die van werknemers in de private sector die een arbeidsovereenkomst hebben. Personeel van de veiligheidsregio’s, waaronder brandweervrijwilligers, valt binnen deze Wnra. Uit onderzoek is gebleken dat (in nauwe samenhang met de Wnra) op grond van de Europese deeltijdrichtlijn de huidige inrichting en werkwijze van vrijwilligheid bij de brandweer niet behouden kan blijven binnen de bestaande juridische kaders. Om te komen tot een juridisch houdbaar systeem wordt onderzocht hoe er onderscheid kan worden gemaakt tussen beroeps- en vrijwillig brandweerpersoneel door te differentiëren in taken. Omdat de veiligheidsregio’s te maken hebben met deze complexe vorm van werkgeverschap, is uitstel verleend op het inwerking treden van de Wnra. Dit betekent wel dat wij ons hierop moeten voorbereiden en de mogelijkheden voor onze vrijwilligers willen onderzoeken, zodat de vrijwillige basis voor de brandweerzorg in Zeeland blijft bestaan.

Omgevingswet Naar verwachting treedt in 2022 de Omgevingswet in werking. Het is één wet die alle bestaande wetgeving over de leefomgeving bundelt en zo verschillende thema’s bij elkaar brengt. Hierin krijgt Veiligheidsregio Zeeland, vanuit Risicobeheersing, een adviesrol. Dit is wettelijk geborgd in artikel 14 van de Wet veiligheidsregio’s (zie Bijlage 3). Daarnaast beïnvloedt de nieuwe wetgeving de huidige uitvoeringspraktijk. Zo komen er bijvoorbeeld mínder vergunningen en zal er méér toezicht zijn. Ook moet meer rísicogericht worden

gewerkt, in plaats van régelgericht. Veiligheidsregio Zeeland staat met de komst van de Omgevingswet voor de uitdaging haar rol op een andere manier in te vullen, samen met partners als de RUD, GGD, Zeeuwse gemeenten, Provincie Zeeland, het Rijk en waterschappen. Dit raakt onmiddellijk de vraagstukken waar de toekomstbestendige brandweerzorg mee te maken heeft, omdat het op preventie gerichte advies nadrukkelijker wordt. Daarom is het belangrijk dat we de wettelijke verplichtingen vertalen en vastleggen in ons beleid.

Wet kwaliteitsborging voor het bouwen De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) is een andere wettelijke ontwikkeling die invloed heeft op onze taken en verantwoordelijkheden. Deze treedt per 1 januari 2022 stapsgewijs in werking. Dit houdt in dat de kwaliteit van bouwwerken gaat verbeteren en de positie van opdrachtgevers wordt versterkt. Onze adviesrol vanuit Risicobeheersing krijgt hierdoor een andere invulling, omdat de bestaande preventieve bouwplantoets van het Nederlands Bouwbesluit voortaan door private partijen wordt uitgevoerd, en niet meer door de overheid. Na de afgegeven bouwtoestemming komt de nadruk dus meer te liggen op adviseren rondom toezicht en handhaving. De vergunning-aanvrager is echter wel verplicht vooraf informatie te overleggen die relevant is voor (mogelijke toekomstige) inzet van de brandweer.

Han Clarijs Beleidsadviseur Risico en Veiligheid ,,Er komt veel op ons af. Heel zwart-wit gesteld: aangezet door de Omgevingswet moeten we in de nabije toekomst geen rampen bestríjden, maar voorkómen. Dit betekent dat onze adviserende rol over de risico’s van bijvoorbeeld het spoor, chemische stoffen en nieuwe energiebronnen toeneemt. Om dit goed te regelen, zitten we eerder met allerlei partijen aan tafel. Vanuit deze verschuiving is het transformeren van onze brandweerzorg een ware uitdaging. Maatschappelijke en demografische ontwikkelingen leiden tot minder vrijwilligers, en die vrijwilligers zijn ook nog eens korter beschikbaar, wat de druk op de posten verhoogt en de aanrijtijden verlengt. Naast het inspecteren van bedrijven, scholen en tehuizen, geven we dus publieksvoorlichting over hoe je onveilige situaties kunt ondervangen en wat je in geval van calamiteiten moet doen. We praten mee over rookdichte deuren, melders, aanwezige blusmiddelen en aanpassingen in de bouw, zoals explosieveilig glas, sprinklerinstallaties en afsluitbare ventilatiesystemen voor gevaarlijke gassen. Als adviseur ben ik natuurlijk altijd al aan de voorkant bezig. Met een enthousiaste groep betrokken collega’s sta ik midden in de actualiteit. Op basis van jarenlang verzamelde gegevens komen we tot risicoanalyses met een voorspellend karakter waarop we onze strategie kunnen baseren.

Mocht onverhoopt tóch een incident of ramp gebeuren, dan zetten we ons ervoor in de schade zoveel mogelijk te beperken en leveren we voor de slachtoffers uiteraard goede nazorg.”

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16578351/1