26-026 rvs Bomenplan
Tekst van het document
raadsvoorstel volgnummer
12 maart 2026 26-026
onderwerp
Bomenplan
behandelen in raadscommissie
Ruimte
portefeuillehouder
Carla Doorn Volksgezondheid en milieu Wim Sanderse W.Sanderse@middelburg.nl (0118) 67 53 97
datum vergadering
programma behandeld door e-mail telefoon
Conceptbesluit
De raad besluit: 1. Het ‘Bomenplan 2026-2035' vast te stellen met onder andere de volgende kaders: A. Het onderhoud van bomen uitvoeren op kwaliteitsniveau B en alle bomen minimaal één keer per vier jaar te onderhouden. B. Op basis van de huidige kwaliteit de komende tien jaar circa 800 bomen te kappen en de hoeveelheid bomen in die periode toe te laten nemen door 2700 nieuwe bomen te planten waarmee het boomkroonvolume toe neemt. C. De diversiteit in het bomenbestand te vergroten en bij aanplant van meer dan drie bomen minimaal twee boomsoorten afwisselend toe te passen. D. Biodiversiteit te versterken door bomen in de aftakelende fase langer veilig te behouden en hiervoor extra onderhoud uit te voeren. E. Kwaliteit van het bomenbestand te verbeteren door daar waar mogelijk verharding rond bomen te vergroenen. F. Elk jaar onderzoek uit te voeren op locaties binnen de hoofdgroenstructuur en andere prominente plekken waar bomen slecht groeien, en waar nodig de groeiomstandigheden te verbeteren. G. Het Bomenplan uit te voeren op ambitieniveau + ‘Een nog groenere gemeente’. 2. De structurele meerkosten á €282.000,- die voortvloeien om ambitieniveau + “Een nog groenere gemeente” in de komende jaren tot uitvoering te brengen te dekken uit regulier binnen de begroting beschikbare middelen voor onderhoud, vergroening en een nog groenere gemeente. 3.
Het beleidsplan vast te stellen voor een periode van tien jaar en de uitvoering tussentijds te evalueren na vier jaar.
Aanleiding
De kwaliteit en vitaliteit van een deel van het bomenbestand in Middelburg staat onder druk door veroudering, beperkte groeiruimte en toenemende ziekten. Tegelijkertijd wordt het belang van bomen voor klimaatadaptatie en het versterken van biodiversiteit steeds meer benadrukt. Onder andere in actuele beleidsambities en nieuwe wettelijke verplichtingen. Sinds 18 augustus 2024 is de Europese natuurherstelverordening van kracht en stelt dat vanaf 2031 er een toenemende trend gerealiseerd moet worden in elk ecosysteemgebied en in de stedelijke boomkroonbedekking. In de omgevingsvisie Middelburg 2050 is één van de leidende ontwerpprincipes ‘Een groene stad’, dit is onder andere vertaald naar de ambitie 3-30-300. Iedereen moet vanuit huis 3 bomen kunnen zien, 30% van de oppervlakte van een buurt wordt gedekt met boomkroonvolume en op maximaal 300 meter lopen is er een park of natuurgebied.
1
De gemeenteraad heeft de afgelopen vijf jaar haar ambities voor meer bomen onder andere kenbaar gemaakt via de volgende moties: • 2020 Motie dubbele herplantplicht; o De gemeenteraad verzoekt het college om voor elke gekapte boom, twee bomen terug te planten. • 2023 Motie uitbreiding dubbele herplantplicht; o De gemeenteraad verzoekt het college om dubbele herplantplicht uit te breiden bij kap vanwege dunning of ziekte. • 2025 Motie beweegbaar bos in Middelburg o De gemeenteraad verzoekt het college te onderzoeken of een Beweegbaar Bos in Middelburg waarde kan toevoegen. Aan de moties over de uitbreiding van de dubbele herplantplicht en het onderzoek naar een beweegbaar bos is met het opstellen van het Bomenplan uitvoering gegeven. Met de vaststelling van dit plan worden deze moties als afgedaan beschouwd. Effect
Een duurzaam en toekomstbestendig bomenbestand dat bijdraagt aan klimaatadaptatie, biodiversiteit en leefbaarheid. Argumenten
1.1 A. B-niveau is het landelijk gemiddelde Onderhoud op niveau B is het landelijk gangbare kwaliteitsniveau en houdt in dat bomen eens per vier jaar worden geïnspecteerd en gesnoeid. Dit interval is voldoende om bomen veilig in stand te houden en voorkomt dat snoeiwonden te groot worden, waardoor de kans op infecties beperkt blijft. 1.2 A. Inwoners vinden onderhoud belangrijk In de enquête geven inwoners aan dat onderhoud van bomen belangrijk is. Door te kiezen voor onderhoud op niveau B wordt aan deze wens tegemoetgekomen, het waarborgt tijdig en zorgvuldig beheer en draagt daarmee bij aan de kwaliteit en veiligheid van het bomenbestand. 1.3 A. Vervanging maakt bomenbestand vitaler Een deel van het bomenbestand is verzwakt door ziekten zoals essentaksterfte en door veroudering, waardoor de vitaliteit afneemt. Door aftakelende bomen gefaseerd te verwijderen ontstaat ruimte voor nieuwe aanplant, waardoor het bomenbestand op een beheerste en toekomstbestendige manier lokaal wordt verjongd. 1.4 B. Er zijn bomen zonder toekomst Op verschillende locaties staan bomen in kleine of sterk verhardde groeiplekken. Veel van deze bomen zijn daardoor gestagneerd in groei en leveren nauwelijks bijdrage aan beeldkwaliteit, klimaatadaptatie of biodiversiteit.
Door deze bomen te vervangen en nieuwe exemplaren te planten in grotere, beter ingerichte groenvakken met voldoende voeding en doorwortelbare ruimte, wordt gericht geïnvesteerd in een toekomstbestendig bomenbestand. 1.5 B. 2700 nieuwe bomen geeft invulling aan dubbele herplant plicht De komende tien jaar worden circa 2.700 nieuwe bomen geplant. Dit aantal geeft ruim voldoende invulling aan de dubbele herplantplicht. Dankzij de beschikbare kanslocaties en uitbreidingslocaties wordt niet alleen gecompenseerd voor te rooien bomen, maar wordt het bomenbestand bovendien substantieel uitgebreid. 1.6 B. Meer boomkroonvolume is een opgave uit Omgevingsvise en Natuurherstelverordening Het vergroten van het boomkroonvolume is een expliciete opgave uit zowel de Omgevingsvisie Middelburg 2050 als de Europese Natuurherstelverordening. Deze beleidskaders verplichten tot het versterken en uitbreiden van stedelijk groen en boomkroonbedekking. Door gericht nieuwe bomen te planten en bestaande structuren te verbeteren, wordt invulling gegeven aan deze wettelijke en beleidsmatige opgave. 2
1.7 B. Meer bomen planten draagt bij aan leefbaarheid Bomen leveren een belangrijke bijdrage aan de leefbaarheid. Ze zorgen voor verkoeling tijdens warme perioden, houden water vast bij hevige neerslag en dragen bij aan rust en een prettige woonomgeving. Door extra bomen te planten wordt deze positieve impact verder vergroot, wat bijdraagt aan een gezonde, klimaatbestendige en aantrekkelijke gemeente. Door de voortschrijdende klimaatverandering neemt de noodzaak toe om nu te investeren in nieuwe aanplant, zodat toekomstige generaties kunnen profiteren van volwassen, robuuste bomen. 1.8 C. Diversiteit verlaagt kans op grootschalige uitval Diversiteit in het bomenbestand verkleint in de toekomst de kans op grootschalige uitval door ziekten of ouderdom. Verschillende boomsoorten hebben uiteenlopende eigenschappen en gevoeligheden, waardoor de vatbaarheid voor ziekten en plagen beter wordt gespreid. Bovendien doorlopen boomsoorten hun levensfasen in een verschillend tempo, waardoor zij niet gelijktijdig verouderen of uitvallen. Door bij meer dan drie nieuwe bomen minimaal twee verschillende boomsoorten afwisselend toe te passen, wordt het bomenbestand robuuster en beter bestand tegen ziekten, plagen en klimaateffecten. 1.9 C. Diversiteit draagt bij aan biodiversiteit Een gevarieerd bomenbestand draagt sterk bij aan biodiversiteit.
Verschillende boomsoorten bieden uiteenlopende leefgebieden voor vogels, insecten, vleermuizen en bodemleven. Daarnaast bloeien soorten op verschillende momenten en produceren zij op uiteenlopende tijden vruchten en zaden, waardoor gedurende het hele jaar voedsel beschikbaar is voor diverse diersoorten. Door variatie in boomsoorten toe te passen, ontstaat een robuuster en veerkrachtiger ecosysteem. 1.10 C. Snelle en duurzame soorten vullen elkaar aan Op sommige locaties is het strategisch zinvol om snelgroeiende soorten af te wisselen met duurzame, langzaam groeiende soorten. Dit noemen we het wijker-blijver principe. Snelle groeiers zorgen in de eerste jaren voor een vlotte toename van schaduw, koelte en boomkroonvolume, terwijl duurzame soorten uitgroeien tot robuuste, langlevende bomen die dit volume op de lange termijn borgen. Door deze soorten doelgericht te combineren, wordt zowel op korte als op lange termijn gestuurd op het vergroten en behouden van boomkroonvolume. 1.11 D. Bomen in aftakelende fase zijn ook bomen en dragen bij aan het ecosysteem Bomen doorlopen verschillende levensfasen: van jonge boom, tot volwassen exemplaar en uiteindelijk de aftakelende fase. In deze laatste fase nemen de ecologische waarden juist sterk toe.
Deze zogenaamde veteranenbomen bieden door dode takken, holtes, schimmels en baststructuren belangrijke leefruimte en voedsel voor onder meer insecten, vogels en vleermuizen. Door deze bomen waar mogelijk langer veilig te behouden met gericht extra onderhoud, blijven deze natuurwaarden behouden en wordt biodiversiteit versterkt, terwijl tegelijkertijd risico’s voor de omgeving beheersbaar blijven. 1.12 E./F. Bomen groeien langzaam Bomen groeien langzaam en doen er tientallen jaren over om hun volledige waarde voor klimaat, biodiversiteit en leefbaarheid te bereiken. Het loont daarom om te investeren in de groeiplek van bestaande bomen. Waar de bodemkwaliteit, doorwortelbare ruimte of toegang tot vocht, lucht en voedingsstoffen wordt verbeterd, kunnen bomen uitgroeien tot gezonde volwassen exemplaren. Volwassen bomen leveren meer schaduw, CO₂‑vastlegging, waterberging en ecologische waarde. Daarom is het versterken van groeiplaatsen een effectieve manier om de kwaliteit van het huidige bomenbestand duurzaam te verbeteren. 1.13 G. Sneller planten geeft sneller baten Door te kiezen voor ambitieniveau 2 wordt extra geïnvesteerd ten opzichte van niveau 1, waardoor de gestelde ambities en bijbehorende baten aanzienlijk sneller worden bereikt.
In dit niveau kunnen meer groeiplaatsen worden verbeterd, worden jaarlijks meer nieuwe bomen geplant en wordt op meer locaties onderzoek gedaan naar bomen die slecht groeien. Hierdoor neemt de kwaliteit van het bomenbestand sneller toe, groeit het boomkroonvolume eerder en ontstaan sneller voordelen voor klimaatadaptatie, biodiversiteit en leefbaarheid. De extra inzet nu levert daarmee zichtbare en duurzame baten op voor de toekomst. 3
1.14 G. Eerst planten dan kappen Door te kiezen voor ambitieniveau + ‘Een nog groenere gemeente’ kan al vroegtijdig worden gestart met extra aanplant op kanslocaties. In vijf jaar worden kans locaties aangevuld met nieuwe bomen. Deze nieuwe bomen groeien voor een deel vooruit op toekomstige kap en vormen daarmee een deel van de noodzakelijke compensatie als oudere bomen worden verwijderd. 3.1 Een beleidsperiode van 10 jaar zorgt voor een stabiele koers Het instant houden van een duurzaam bomenbestand is een continu proces dat wordt beïnvloed door diverse ontwikkelingen. Door een beleidsperiode van tien jaar vast te stellen en na vier jaar de uitvoering te evalueren, kan tijdig worden ingespeeld op nieuwe inzichten, verplichtingen en actuele ontwikkelingen. Dit zorgt ervoor dat het bomenbeleid actueel blijft en effectief kan worden bijgestuurd wanneer dat nodig is. Deze tussentijdse evaluatie gaat ter informatie naar uw raad. Kanttekeningen
1.1 A. Bomen minder vaak snoeien is goedkoper Tussen 2012 en 2022 is het kwaliteitsniveau tijdens een bezuinigingsronde teruggezet naar niveau C, waarbij regulier onderhoud eens per zes jaar werd uitgevoerd. Deze lagere onderhoudsfrequentie leidde tot minder zicht op de kwaliteit en vitaliteit van bomen en een grotere kans op achterstallig onderhoud. In 2023 is besloten het onderhoudsniveau weer terug te brengen naar niveau B, waarbij alle bomen minimaal eens per vier jaar worden onderhouden, om meer grip te krijgen op de kwaliteit en veiligheid van het bomenbestand. 1.2 B. Er kunnen meer bomen uitvallen dan verwacht Het bomenbestand is op sommige locaties kwetsbaar doordat daar veel bomen van dezelfde soort bij elkaar staan. Hierdoor kan een ziekte of aantasting zich snel verspreiden en leiden tot grootschalige uitval. Bij essen is dit risico groot door essentaksterfte. De kans is reëel dat in de komende jaren meer exemplaren in verval raken. Deze onzekerheid in ziekteontwikkeling kan er voor zorgen dat op termijn meer dan 800 bomen moeten worden vervangen. De bomen worden daarom gemonitord. 1.3 B. We planten een kleinere maat bomen terug Bij het kappen van bomen worden volwassen exemplaren vervangen door jonge aanplant.
Jonge bomen hebben een beperkte kroon, leveren minder schaduw, koeling en waterberging en dragen in de eerste jaren minder bij aan biodiversiteit en beeldkwaliteit. Volwassen en aftakelende bomen hebben juist een hoge ecologische waarde. Daarom wordt gefaseerd gewerkt en waar de veiligheid het toelaat, blijven bomen in de aftakelende fase behouden. Op deze manier blijft een deel van de bestaande natuurwaarde aanwezig terwijl de nieuwe generatie bomen kan doorgroeien. 1.4 B. Uitbreidingsplannen kunnen de planning beïnvloeden Van de circa 2.700 te planten bomen wordt ongeveer 1.900 gerealiseerd in uitbreidingslocaties. De daadwerkelijke uitvoering hiervan is afhankelijk van de voortgang van deze gebiedsontwikkelingen. Omdat deze projecten zich echter in een vergevorderd stadium bevinden, is het zeer aannemelijk dat deze bomen binnen de beleidsperiode van tien jaar worden aangeplant. 1.5 C. Diversiteit geeft een ander beeld Het afwisselend aanplanten van verschillende boomsoorten betekent dat het straat- of laanbeeld minder uniform wordt dan bij één soort. Dit kan lokaal leiden tot een zichtbaar ander beeld dan men gewend is. Deze variatie is echter belangrijk om de kwetsbaarheid van het bomenbestand te verkleinen en de biodiversiteit te versterken. 1.6 D.
Aftakelende bomen geven een ander beeld Een boom in de aftakelende fase heeft minder blad, meer open plekken en afstervende toppen. Dit geeft een ander beeld. Toch draagt de boom vaak meer bij aan CO2 opslag en biodiversiteit dan nieuwe aanplant.
4
1.7 D. Veteranen bomen behouden vraagt extra onderhoud Het behouden van bomen in de aftakelende fase vraagt extra onderhoud. Veilig beheer van deze bomen vereist vaker toezicht, aanvullende snoei of het terugnemen van kroondelen. Dit brengt extra inzet en kosten met zich mee, maar voorkomt kap en behoudt de ecologische waarde die juist in deze fase groot is. 1.8 E. Groeiplaatsonderzoek is kostbaar Groeiplaatsonderzoek en maatregelen om de standplaats te verbeteren zijn relatief kostbaar, zeker wanneer het slechts enkele bomen betreft. Tegelijkertijd duurt het tientallen jaren voordat een nieuw geplante boom dezelfde bijdrage levert aan beeldkwaliteit, klimaatadaptatie en biodiversiteit als een volwassen exemplaar. Het verbeteren van de groeiplaats is daarom logische investering om bestaande bomen langer vitaal te houden en vroegtijdige uitval te voorkomen. 1.9 F. Er is een hoger ambitieniveaus Het beheer, onderhoud en de vervanging volgens ambitieniveau + ‘Een nog groenere gemeente’ past binnen bestaande middelen, arbeid en materieel. Er kan ook worden gekozen voor ambitieniveau ++ ‘De groene droom’. Hiermee komen gestelde ambities sneller in beeld. Dit scenario betekent echter dat er nog meer middelen bij moeten. Financiën
Wat mag het kosten? De structurele meerkosten voor het versterken en uitbreiden van het bomenbestand op basis van het ambitieniveau “Een nog groenere gemeente” bedragen € 282.000 per jaar. Hoe gaan we dat financieren? De reguliere werkzaamheden worden gedekt vanuit reeds beschikbare middelen in de gemeentelijke meerjarenbegroting voor het onderhoud van groenvoorzieningen. Verder kunnen ook vanuit de geplande grond exploitaties voor de uitbreidingswijken kosten worden gedekt voor de aanplant van groen en bomen. Daarnaast zijn via de begroting 2023 structureel middelen vrijgemaakt voor “nog groenere gemeente”. Deze middelen worden de komende jaren ingezet ter dekking van de bovengenoemde meerkosten ad € 282.000 die voortvloeien uit het uitvoeringsprogramma op basis van het ambitieniveau “Een nog groenere gemeente” . . Zijn er significante gevolgen voor het weerstandsvermogen? Nee.
Duurzaamheid
Bij onderhoud en vervanging van bomen komt snoeimateriaal en stamhout vrij. In eerste instantie wordt dit zoveel mogelijk op locatie verwerkt, bijvoorbeeld als takkenrail of speelboom. Dit voorkomt extra transportbewegingen en geeft opgeslagen voedingsstoffen terug aan de natuur. Met het oog op een circulaire economie moet voor langere termijn worden onderzocht op welke manier vrijkomende materialen lokaal verwerkt of ingezet kunnen worden. Communicatie en participatie
Via een enquête en een raadsinformatiebijeenkomst is input opgehaald. Inwoners en raadsleden geven hierin aan dat zij bomen belangrijk vinden, de waarde ervan hoog inschatten en meer investering in groen wenselijk achten. Het bomenplan sluit hierbij aan door deze signalen te vertalen naar concrete maatregelen en uitvoerbare acties. Bij het kappen van bomen wordt de omgeving tijdig geïnformeerd via een brief en indien nodig via aanvullende kanalen zoals de gemeentelijke website. Het doel van deze communicatie is om transparantie te bieden. Uitvoering
Na instemmen van de gemeenteraad gaan we aan de slag conform het gekozen ambitieniveau. 5
Advies ingewonnen bij adviesorgaan?
De Tuin van Zeeland Bijlagen
Bomenplan 2026-2035
Middelburg, 3 februari 2026 Burgemeester en wethouders van Middelburg de secretaris,
Garmt Kolhorn de burgemeester,
Yvonne van Mastrigt
6