26-016 rvs Vaststelling kwaliteitsverordening Uitvoering & Handhaving Middelburg 2025
Tekst van het document
raadsvoorstel volgnummer
29 januari 2026 26-016
onderwerp
Vaststelling kwaliteitsverordening Uitvoering & Handhaving Middelburg 2025
behandelen in raadscommissie
Ruimte
portefeuillehouder
Jeroen Louws Volksgezondheid en milieu Katie Reilly k.reilly@middelburg.nl (0118) 67 55 67
datum vergadering
programma behandeld door e-mail telefoon
Conceptbesluit
De raad besluit: 1. In te stemmen met vaststelling van de Verordening kwaliteit uitvoering en handhaving Middelburg 2025 Aanleiding
In 2015 hebben de VNG en het IPO gezamenlijk een uniforme modelverordening voor de kwaliteit van vergunningverlening, toezicht en handhaving binnen het omgevingsrecht ontwikkeld. Aanleiding hiervoor was de gezamenlijke ambitie van gemeenten, provincies en omgevingsdiensten om de kwaliteit van de uitvoering en handhaving landelijk te versterken, te waarborgen en op eenduidige wijze te kunnen beoordelen, met het oog op een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. De oorspronkelijke juridische grondslag van deze modelverordening lag in de artikelen 5.4 en 5.5 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). In dat kader zijn in landelijk verband de Kwaliteitscriteria 2.1 en later, per 1 juli 2019, de Kwaliteitscriteria 2.2 vastgesteld. Deze criteria boden een inhoudelijk kader voor het beoordelen van de beschikbaarheid en deskundigheid van de uitvoerende organisaties. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is de Wabo als grondslag komen te vervallen. De nieuwe juridische basis is vastgelegd in de artikelen 18.20 en 18.23 van de Omgevingswet. De meest actuele Kwaliteitscriteria 3.0 zijn op 25 september 2024 vastgesteld door het Bestuurlijk Overleg IBP VTH en treden op 1 januari 2025 in werking. Deze sluiten aan bij de systematiek en terminologie van de Omgevingswet en vormen tevens het uitgangspunt voor het interbestuurlijk toezicht (IBT).
De voorliggende verordening volgt de door de VNG en het IPO geactualiseerde modelverordening en is door de Zeeuwse gemeenten onderling afgestemd in het kader van de provinciale samenwerking. Daarbij is rekening gehouden met de afspraken uit de Dienstverleningsovereenkomst Zeeuwse Gemeenten (Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving), onder meer over de wijze van rapporteren over de kwaliteitscriteria. Conclusie belangrijkste wijzigingen De geactualiseerde verordening sluit aan bij de Omgevingswet en kent een nieuwe wettelijke grondslag in de artikelen 18.20 en 18.23. De verantwoordelijkheden van burgemeester en wethouders voor het kwaliteitsbeleid zijn verduidelijkt, terwijl de gemeenteraad sturing geeft op hoofdlijnen en horizontaal toezicht houdt. Door aansluiting bij de geactualiseerde VNG-modelverordening wordt tevens een uniforme en herkenbare Zeeuwse aanpak geborgd.
1
Effect
Met het vaststellen van deze verordening geeft een gemeenteraad uitvoering aan de wettelijke verplichting om de kwaliteitsborging van de VTH-taken vast te leggen. Daarmee wordt geborgd dat de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving voldoet aan de landelijk vastgestelde kwaliteitscriteria, en dat de gemeente op een transparante en toetsbare wijze kan verantwoorden hoe de kwaliteit van de uitvoering is georganiseerd. Dit draagt bij aan een consistente, professionele en goed samenwerkende VTH-keten in Zeeland.
Argumenten
1.1 Wettelijke verplichting tot vaststelling van een kwaliteitsverordening Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn gemeenten verplicht om een kwaliteitsverordening vast te stellen (artikelen 18.20 en 18.23 Ow en artikel 13.5 Omgevingsbesluit). Deze verordening vormt het formele kader waarmee de gemeente uitvoering geeft aan de wettelijke eisen voor kwaliteitsborging bij vergunningverlening, toezicht en handhaving. 1.2 Uniformiteit en samenwerking binnen Zeeland De voorgestelde verordening sluit aan bij de landelijke modelverordening van VNG en IPO en is afgestemd binnen het Zeeuwse samenwerkingsverband. Dit bevordert een eenduidige manier van werken, beoordelen en rapporteren tussen gemeenten. 1.3 Versterking van bestuurlijke sturing en horizontale verantwoording De verordening verduidelijkt de verantwoordelijkheden van burgemeester en wethouders voor het kwaliteitsbeleid en de verantwoording daarover aan de gemeenteraad. Daarmee krijgt de raad meer grip op de hoofdlijnen van de uitvoering en op de kwaliteit van de leefomgeving. De verordening ondersteunt zo het principe van horizontaal toezicht en transparante besluitvorming. Kanttekeningen
1.1 Afhankelijkheid van uitvoering De verordening creëert het formele kader, maar de daadwerkelijke kwaliteitsverbetering hangt af van de uitvoering van het beleid en de naleving van de kwaliteitscriteria in de praktijk. 1.2 Beperkte ruimte voor lokale accenten De uniforme opzet laat beperkte ruimte voor lokale accenten. Eventuele Middelburgse ambities moeten daarom vooral worden uitgewerkt in het VTH-beleid en de uitvoeringsprogramma's. 1.3 Rol van de raad bij toezicht De raad beoordeelt de beleidsmatige hoofdlijnen, niet de operationele uitvoering. Dit vraagt om heldere afspraken over welke informatie jaarlijks in de verantwoording wordt opgenomen. Over de naleving van de kwaliteitscriteria doen burgemeester en wethouders jaarlijks mededeling aan de raad. Hiertoe wordt het evaluatieverslag, zoals bedoeld in artikel 13.7 van het Omgevingsbesluit, jaarlijks aan de raad aangeboden. Dit is geregeld in artikel 5 van de Kwaliteitsverordening. Financiën
Er zijn geen directe verdere financiële consequenties verbonden aan de vaststelling van het beleid. De uitvoering vindt plaats binnen bestaande budgetten en capaciteit van de betrokken organisaties.
Duurzaamheid
N.v.t. Communicatie en participatie
N.v.t. 2
Uitvoering
Als de kwaliteitsverordening eenmaal is vastgesteld, vormt deze het juridische kader voor de raad om horizontaal toezicht uit te oefenen op het door burgemeester en wethouders gevoerde beleid. Conform artikel 3 ziet de raad toe op de hoofdlijnen van de uitvoering en handhaving aan de hand van de in de uitvoerings- en handhavingsstrategie vastgestelde doelen, die volgens artikel 4 in ieder geval betrekking hebben op de dienstverlening, de uitvoeringskwaliteit van diensten en producten, en de financiën. Het college rapporteert jaarlijks over de algehele uitvoering van de VTH-thuistaken via het jaarverslag VTH. Voor de kwaliteitscriteria met betrekking tot de kritieke massa (deel B) volstaat een rapportage eens per twee jaar, mede vanwege de intergemeentelijke afstemming binnen de Zeeuwse samenwerking.
Advies ingewonnen bij adviesorgaan?
N.v.t. Bijlagen 2. Kwaliteitsverordening
Middelburg, 16 december 2025 Burgemeester en wethouders van Middelburg de secretaris,
Garmt Kolhorn de burgemeester,
Yvonne van Mastrigt
3