CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

26-007 Bijlage 1. Rapport Rebel Groep

Gemeenteraad 29 januari 2026, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Storting in Transitiefonds Zeeland (26-007 AB)16.826 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

22-06-2023

Naar een toekomstbestendig Zeeuws bedrijfsleven Marktonderzoek Transitiefonds Zeeland

Definitief Rapport

2

Management samenvatting De provincie Zeeland en Impuls hebben Rebel gevraagd een marktonderzoek te verrichten om de marktvraag en meerwaarde van een transitiefonds in Zeeland in beeld te brengen. Dit transitiefonds zou zich in eerste instantie richten op de financiering van de circulaire- en energietransitie. De aanleiding van deze vraag is dat er regelmatig signalen zijn dat de vraag naar kapitaal voor deze transities niet (volledig) vanuit bestaande marktpartijen kan worden gefinancierd. Uit het onderzoek blijkt dat bijna 50% van de bedrijven verwacht financiering nodig te hebben voor verduurzaming in komende 5 jaar. De focus van deze verduurzamingsfinanciering is vooral de verduurzaming van bestaande bedrijven, het ontwikkelen van duurzame projecten (projectfinanciering) en in mindere mate het ontwikkelen van een duurzaam product/service. Belangrijke meerwaarde van een fonds in Zeeland zit op grotere financieringen aan bestaand bedrijfsleven en projectfinanciering. Voor grotere verduurzamingsingrepen bij bestaand bedrijfsleven in de groei- en volwassenheidsfase en projectfinancieringen, kan de markt de vraag naar kapitaal niet altijd invullen.

Dit zijn de grotere investeringen vanaf indicatief 200k tot 5 miljoen die qua financiering een sterk effect hebben op de balans van een onderneming en –zeker als sprake is van een relatief nieuwe techniek- een relatief groot risico, waardoor banken en andere financiers terughoudend zijn. De haalbaarheid van deze investeringen valt of staat met acceptabele voorwaarden waaronder rente (gevoelige businesscase) en überhaupt verkrijgen van financiering. Deze investeringen zijn vaak te groot om volledig met eigen middelen (eigen vermogen) te financieren. Volgens onze eerste inschatting kan dit fonds starten met een omvang van 25-50 miljoen (min.15 miljoen i.v.m. transactiekosten).

Bij projectfinanciering van innovatievere projecten, zoals energieopslag, is er geen sprake van een bewezen bedrijfsmodel. Dit maakt een deel van de financiers huiverig om kapitaal te verstrekken, wat de realisatie van projecten in de weg staat. Dit geldt ook voor andere projecten met een hoog risicoprofiel, zoals warmte- en waterstofprojecten en laadinfrastructuur of financiering van sectoren in transitie zoals de schelpdiersector. Hier kan een fonds mede gericht op projectfinanciering ook meerwaarde bieden. Uit het onderzoek en specifiek de enquête onder het Zeeuws MKB blijkt geen keiharde noodzaak voor een fonds voor kleine tickets, de meerderheid van de ondernemers verwacht niet veel barrières voor het ophalen van deze financiering. Het is wel van belang om de ontwikkeling van deze markt in de gaten te houden. Er is ook geen noodzaak voor een extra fonds voor startende bedrijven gericht op (innovatieve) verduurzaming. Landelijke onderzoeken laten zien dat in de startfase van ondernemingen over het algemeen een tekort aan kapitaal zit. In Zeeland is Impuls echter al actief op de financieringsmarkt voor startende innovatieve MKB-bedrijven via InnoGo! en het Zeeuws Participatiefonds. Financiering is tot slot niet de enige belemmering om te verduurzamen.

Ondernemers weten beschikbare financiering niet goed te vinden (onvoldoende transparantie) en/of het businessplan vanuit ondernemers is kwalitatief niet altijd voldoende. Het is belangrijk dat er naast het verstrekken van financiering ook aandacht is voor het assisteren van het Zeeuws bedrijfsleven met business development rondom verduurzaming. Daarnaast zijn er een aantal beperkende aspecten, zoals netcongestie.

Inhoud 1. Introductie

p. 4

2. Benchmark fondsen

p. 8

3. Vraaganalyse

p. 15

4. Aanbodanalyse

p. 28

5. Conclusies marktfalen & contouren fonds

p. 37

6. Bijlagen

p. 41

4

1 Introductie

5

1. Het doel van dit onderzoek is inzicht bieden in een eventueel marktfalen in de financiering van circulaire- en energietransitie in Zeeland Dit onderzoek De provincie Zeeland en Impuls hebben Rebel gevraagd een kapitaalmarktonderzoek te verrichten om de marktvraag voor een transitiefonds in Zeeland in beeld te brengen. Dit transitiefonds richt zich in eerste instantie op de circulaire- en energietransitie. De aanleiding van deze vraag is dat er regelmatig signalen zijn dat de vraag naar kapitaal voor deze transities niet (volledig) vanuit bestaande marktpartijen kunnen worden gefinancierd. Het transitiefondsfonds is in beginsel bedoeld voor MKB-ondernemers met een financieringsbehoefte voor trajecten die bijdragen aan de circulaire- en energietransitie, waarbij momenteel sprake is van marktfalen in de financiering. Het onderzoek richt zich op alle sectoren aangezien de transities zich niet tot specifieke sectoren beperken. Tot MKB bedrijven rekenen we: 1. Bedrijven van 2 tot 250 medewerkers; 2.

Bedrijven met een maximale omzet van € 50 mln.

Deze definitie is gebaseerd op de definiëring van RVO en wordt ook door CBS gehanteerd. De definitie wordt in deze link uiteengezet. De provincie Zeeland en Impuls willen het grootbedrijf ook niet op voorhand uitsluiten, aangezien ook bij deze bedrijven impact gemaakt kan worden. De grote industriële bedrijven vallen niet binnen de scope, omdat op Rijksniveau hier al maatwerkafspraken mee worden gemaakt rondom verduurzaming. Hoewel het grootbedrijf niet wordt uitgesloten, spreken we ten behoeve van de leesbaarheid in deze rapportage over MKB-financiering.

Onder de circulaire- en energietransitie worden plannen verstaan die als doel hebben de impact op de planeet te verminderen. Bijvoorbeeld door minder energie te gebruiken, hernieuwbare energie op te wekken, energie op te slaan of de bedrijfsvoering te elektrificeren. Tevens valt hieronder inkoop/inzet van duurzame materialen, efficiënter materiaalgebruik of recycling van materialen. Dit onderzoek heelt als doel inzicht te bieden in: 1. Een eventueel marktfalen in de financiering van de circulaire- en energietransitie in Zeeland 2. De eerste contouren van een fonds te schetsen om dit marktfalen weg te nemen De opbouw van de rapportage is als volgt: • Hoofdstuk 2 bevat een benchmark van vergelijkbare fondsen in andere provincies en steden en bevat te leren lessen; • Hoofdstuk 3 gaat in op de vraag naar kapitaal voor transitiefinanciering in Zeeland; • Hoofdstuk 4 gaat in op het aanbod van kapitaal; • In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op een eventueel marktfalen in de circulaire- en energietransitie in Zeeland en de contouren van een fonds; • In de bijlage wordt ingegaan op: o een beschrijving van de sample van de enquête o aanbevelingen vanuit de focusgroepen o bijlagen gerelateerd aan de benchmark o een overzicht van aanbieders van kapitaal o Een lijst met gesprekspartners

6

Om marktfalen te identificeren brengen we in het rapport scherpte aan in het type financiering en de levensfase van bedrijven. De standaard financiering van het MKB-bedrijf bestaat niet. De behoeften van MKB-bedrijven op het gebied van financiering verschillen namelijk. Dit is afhankelijk van vele factoren, waarvan de belangrijkste hieronder worden samengevat. Dit onderscheid wordt gemaakt om scherpte aan te brengen in waar een eventueel fonds meerwaarde kan bieden ten opzichte van de markt. Bedrijfsfinanciering of projectfinanciering In het onderzoek wordt onderscheid gemaakt tussen bedrijfsfinanciering en projectfinanciering. Dat gaat het over 1) MKB dat financiering nodig heeft om (nieuwe innovatieve) duurzame en/of circulaire diensten en producten aan te bieden aan andere bedrijven om te verduurzamen of 2) MKB dat financiering nodig heeft ten behoeve van verduurzaming van de bedrijfsvoering.

Bij projectfinanciering gaat het om 3) financiering van duurzame projecten vanuit MKB om een project te financieren. Dan betreft het een zelfstandig gefinancierd project waarbij er geen garanties zijn vanuit de aandeelhouders dat nog extra kapitaal wordt ingebracht indien er financiële problemen ontstaan. Levensfase MKB-bedrijf Financieringsuitdagingen kunnen ook per levensfase van een MKBbedrijf verschillen. De volgende levensfasen van bedrijven worden daarom onderscheiden: • Starter: het bedrijf is maximaal 5 jaar oud • Groeifase: het bedrijf is ouder dan 5 jaar en heeft minstens 10

•

•

werknemers (in fte). Groei in omzet en personeel is een belangrijk doel van het bedrijf Snelle groeier: het bedrijf is ouder dan 5 jaar, heeft minstens 10 werknemers (in fte) en verwacht de komende drie jaar 10% in omzet te groeien. Volwassen (als bovenstaande opties niet van toepassing zijn).

Type financiering Het MKB en projecten hebben behoefte aan verschillende typen financiering. We maken onderscheid in: • Eigen vermogen: risicodragend kapitaal dat wordt geïnvesteerd in het bedrijf. Hiervoor worden aandelen verkregen en daarmee is de persoon of het bedrijf dat aandelen koopt mede-eigenaar. • Vreemd vermogen: kapitaal dat een partij leent aan een onderneming, waartoe in ruil rente over betaald wordt en dat op een afgesproken termijn afgelost wordt (aflossingen). • Achtergestelde lening: Een lening die achtergesteld is ten opzichte van het reguliere vreemd vermogen (zoals banklening). Eerst wordt dan het vreemd vermogen terugbetaald • Borgstelling: Het verstrekken van zekerheden met als doel om –door het afgenomen risicoprofiel van een bedrijf- financiering mogelijk te maken. Het verstrekken van een borgstelling betreft dus op zichtzelf geen kapitaal verstrekking aan bedrijven.

7

De conclusie omtrent marktfalen volgt op een benchmark, vraaganalyse en aanbodanalyse. Het vervolg van dit rapport bestaat uit 4 hoofdstukken. Hoofdstuk 2 bevat een benchmark van vergelijkbare fondsen in andere provincies en steden. Daarnaast bevat dit hoofdstuk ook een bondige weergeven van de te leren lessen. In hoofdstuk 3 gaan we in op de vraag naar kapitaal voor transitiefinanciering in Zeeland. Deze analyse steunt onder meer op een enquête die wij hebben afgenomen bij het Zeeuwse bedrijfsleven. Hierna gaan we in op het aanbod van transitiefinanciering in Zeeland. Uiteindelijk kunnen we dan een conclusie trekken over de aanwezigheid van marktfalen op de markt van transitiefinanciering in Zeeland. De verschillende hoofdstukken zijn hieronder visueel zichtbaar gemaakt middels een flowdiagram, welke in de rest van de rapportage dient als leeswijzer. Aanvullende informatie die ten grondslag ligt aan de getrokken conclusie is opgenomen als bijlage. Dit betreft onder andere een overzicht van de aanbieders van kapitaal, een beschrijving van de sample van de enquête, aanbevelingen vanuit de focusgroepen en achtergrondinformatie van de benchmark.

1. Introductie

2. Benchmark

3. Vraag

4. Aanbod

5. Marktfalen & Contouren

8

Begrippenlijst Financiering Eigen vermogen: wordt initieel ingebracht door de eigenaars van het bedrijf, in ruil voor aandelen, maar kan groeien door winstreserves aan te leggen. • Directe participatie: Kapitaal wordt rechtstreeks ter beschikking gesteld, verschaffer wordt mede-eigenaar – dit gaat vaak in de vorm van aandelen. • Fund-in-fund: Indirecte participatie via marktfonds dat op haar beurt in bedrijven participeert. Vreemd vermogen: wordt ter beschikking gesteld door derden, moet worden terugbetaald. • Financial lease: een vorm van koop op afbetaling, waarbij een onderneming een kortlopende lening afsluit bij een andere onderneming, maar wel direct eigenaar is van het gekochte product. Dit is een voorbeeld van kort vreemd vermogen. • Garantie: Een garantie betreft het verstrekken van zekerheden met als doel om –door het afgenomen risicoprofiel van het project- een investering mogelijk te maken. • Lening: Verschaffer verstrekt vreemd vermogen tegen rente, varieert van laag risico (senior lening) tot hoog risico (achtergestelde lening). Ook obligaties vallen hieronder (een lening verdeeld in kleine stukken). • Mengvormen/ mezzanine: Maatwerkcombinaties tussen eigen en vreemd vermogen. Bijvoorbeeld tot aandelen om te zetten leningen, typisch gebruikt bij bedrijven met hoog risicoprofiel.

• Crowdfunding: manier om financiering op te halen voor een onderneming of project, hiervoor bestaan verschillende platforms. Hiermee kan je eigen vermogen aanbieden (aandelen),

• •

•

• •

• •

•

•

vreemd vermogen (een lening), een tegenprestatie (product/dienst) of een donatie. Direct lending: een directe verstrekking van leningen, zonder tussenkomst van een bank – online kredietverstrekker. Durfkapitaal: risicodragend kapitaal om te investeren in een startende onderneming, vaak in ruil voor aandelen in de onderneming (eigen vermogen). Factoring: door een tussenbedrijf worden facturen binnen 24 uur betaald, waarna het tussenbedrijf het bedrag bij de klant int (en het bijbehorende risico draagt). Kredietunies: verschaffen leningen aan ondernemers door ondernemers, zonder winstoogmerk. Leverancierskrediet: uitstellen van betaling van een factuur aan een leverancier, om het bedrag voor andere uitgaven te gebruiken. MKB-beurs: Hiermee kunnen beleggers rechtstreeks, zonder tussenkomst van een derde partij, beleggen in MKB-bedrijven. Private equity: private investeringen in niet-beursgenoteerde firma’s, in ruil voor een groot belang (aandelen – eigen vermogen) in het bedrijf, inclusief zeggenschap. Rekening courant: zakelijk krediet waarmee men tijdelijk rood kan staan op de betaalrekening, toegestaan binnen de afgesproken limiet. Subsidie: een subsidie betreft financiële steun, veelal van overheden, met een maatschappelijk doel (zoals verduurzaming) en zonder dat deze hoeft te worden terugbetaald.

9

2 Benchmark Fondsen

2.

In bijna alle provincies zijn regionale energiefondsen opgericht. Sinds 2012 zijn in Nederland een groot aantal Regionale Energiefondsen (REFs) opgezet en (mede) gefinancierd door regionale overheden, waarvan 11 door provincies (alleen Zeeland heeft geen eigen energiefonds). Veel van deze REFs zijn opgericht met vooral de opbrengsten van de verkoop van Nuon en Essent aandelen. De fondsen hebben eigen context, historie en instrumenten en elk een verschillend mandaat. Dit maakt dat er verschillen zijn in de scope (type projecten en beoordelingscriteria etc.) van de fondsen. Omwille van het trekken van lessen voor een transitiefonds op het gebied van energie- en circulariteit in Zeeland worden de belangrijkste kenmerken en verschillen in dit hoofdstuk behandeld.1 De volgende onderwerpen komen daarbij aan bod: • Doelstelling en doelgroep fonds; • Fondsomvang en financieringsproducten; • Marktconformiteit voorwaarden en cofinanciering; • Uitbreiding en ontwikkeling scope fondsen; • Samenwerking met InvestNL; • De te trekken lessen.

1. https://www.refs.nu/

10

11

2.

Lessen uit andere regio’s en nationaal (1/4) Doelstellingen en doelgroep De energiefondsen verstrekken leningen of risicodragend kapitaal in de vorm van eigen vermogen aan regionale projecten en/of MKB (bedrijfsfinanciering) die bijdragen aan de energietransitie. Naast het Mkb (bij alle fondsen) komen ook maatschappelijke organisaties, energiecoöperaties en vastgoedeigenaren in sommige gevallen in aanmerking voor de financiële ondersteuning vanuit de fondsen. De fondsen beogen om in de financieringsbehoefte te voorzien wanneer reguliere geldverstrekkers nog beperkt bereid zijn om dergelijke trajecten en projecten te financieren. De fondsen zijn aanvullend op de traditionele wijze van stimuleren van duurzaamheid met subsidies. Het niet beschikbaar zijn van financiering is met subsidie namelijk niet altijd op te lossen. REFs worden op afstand gezet van de lokale overheid en worden door zelfstandig opererende fondsmanagers en investeringsspecialisten beheerd. De opbrengsten uit deze fondsen kunnen revolverend worden ingezet, wat in veel gevallen leidt tot een relatief hoge multiplier.

Type projecten De REFs richten zich primair op lokale ondernemingen die willen verduurzamen en zetten in de meeste gevallen in op specifieke doelstellingen. Zoals weergegeven in het figuur hiernaast zetten alle van de 11 onderzochte fondsen in op projecten m.b.t. energiebesparing en duurzame opwek. Meer dan de helft richt zich ook specifiek op circulaire economie, een thema wat steeds centraler komt te staan bij de REFs. Let

op: dit zijn de thema’s specifiek weergegeven op de website, mogelijk reikt de scope met maatwerk nog verder. Aantal fondsen per focusthema Duurzame opwek (warmte, biomassa, groen gas, geothermie)

11

Energiebesparing

11

Circulaire economie

7

mobiliteit / infra

4

Verduurzaming energie-intensieve processen

3

Groene afvalzuivering/ -verwerking

2

Energieopslag

2

Bijlage 1 geeft een uitgebreider overzicht van de scope van de verschillende fondsen en de doelgroepen.

1. https://www.refs.nu/

12

2.

Lessen uit andere regio’s en nationaal (2/4)

Over het algemeen is er een relatie te zien tussen de fondsomvang en het maximaal te financieren bedrag; hoe groter de fondsomvang, hoe hoger de maximale hoogte van de lening. Daarbij zijn Funs Skjinne Fryske Enerzjy (maximaal € 15 miljoen) en het Limburgs Energiefonds flinke uitschieters (maximaal € 12,5 miljoen). De rest ligt onder de € 8 miljoen. Vooral het Limburgs Energiefonds heeft met deze grote omvang ook een bredere doelstelling. Het fonds streeft ernaar om een aanjagende rol aan te nemen voor innovatie, de energietransitie en een circulaire economie en hebben daarbij ook oog voor maatschappelijk rendement (de impact op werkgelegenheid, lastenverlichting en de verbetering van het economisch- en leefklimaat). Bij het minimaal te financieren bedrag voor leningen zien we dat AKEF, Energiefonds Overijssel en PDENH (minimaal € 500.000) erg hoge instap bedragen hanteren en zich dus richten op het financieren van grootschalige projecten. De andere fondsen financieren projecten vanaf € 5000 tot € 200.000.

Marktconformiteit voorwaarden en cofinanciering Fondsen werken binnen kader van staatssteun en rekenen daarom in beginsel marktconforme tarieven (rente en financieringsvoorwaarden zijn marktconform). Het Energiefonds Overijssel geeft aan dat ze zo veel mogelijk marktconform participeert maar in sommige gevallen ook steun verstrekt (rente of premiekorting). In dat geval moet worden voldaan aan Europese staatssteunregels, waarbij voorwaarden en drempelwaarden gelden voor de mate van steun (zoals maximaal 15 miljoen euro per onderneming per project en maximaal 45% tot 65% van de totale investeringsbehoefte). Verder worden alle kaders (juridische context) van de fondsen vastgesteld in de investeringsreglementen. Een ander onderscheidend kenmerk is dat er door de fondsen meer risico wordt genomen ten opzichte van de markt en er daarmee dus financiering beschikbaar komt. Daarnaast is in bijna alle gevallen cofinanciering vereist bij het verstrekken van leningen, maar verschilt het aandeel. Meestal financieren de fondsen tot een maximum van 50% van de investeringssom, maar in sommige gevallen ook 75% (Overijssel) en 100% (Innovatie- en Energiefonds Gelderland, onder het innovatie deel van het fonds).Participaties zijn bijna altijd in een minderheidsbelang (49% van de aandelen).

in miljoen €

Fondsomvang en financieringsinstrumenten Zoals weergegeven in onderstaande figuur verschillen de provinciale fondsen sterk in omvang. Met fondsomvang refereren we naar het bedrag dat vanuit investeerders (in de meeste gevallen de provincies) in het fonds is gestopt. De REF’s bieden vooral financiële ondersteuning in de vorm van eigen vermogen, achtergestelde leningen en garanties. Maatwerkfinanciering wordt geregeld als optie aangeboden en in enkele gevallen is er ook sprake van burgerfinanciering, of een zogenaamde verduurzamingsvoucher. De tabel op de volgende pagina geeft een beter inzicht van de financieringsinstrumenten per fonds. Duidelijk wordt dat leningen in de meeste gevallen met standaard voorwaarden komen maar dat er bij garanties en participaties vaak maatwerk aan te pas komt.

300 250 200 150 100 50 0

F O 270 N D S O M VAN G 150 65

90

60

110

85 8

36

25

35

45

13

2.

Lessen uit andere regio’s en nationaal (3/4) Financieringsproducten per fonds Achtergestelde leningen

Fonds

Fondsomvang (miljoen €)

Ticket size

Max aandeel investeringsbehoefte

Rente

Looptijd

Energiefonds Drenthe

65

€ 5.000 - € 2.5 mln.

75%

3 - 5%

Funs Skjinne Fryske Enerzjy

90

€ 25.000 - € 15 mln.

50 - 100%

Energiefonds Brabant

60

€ 150.000 – € 5 mln.

Limburgs Energiefonds

270

Energiefonds Overijssel

Participaties

Garanties

Type projecten

5 - 15 jaar

€ 50.000 - € 2.5 mln max 50%

max € 70.000 100% kosten energiestudie

Duurzame energie- en energiebesparing + circulaire economie

3 - 6%

1 - 15 jaar

max € 15 mln.

Maatwerk

Duurzame energie- en energiebesparing + circulaire economie

49%

variabel

3 - 7 jaar

25 - 90%

Maatwerk

€ 100.000 - € 12,5 mln.

50%

variabel

20 jaar

max 50%

Max 50%

150

min € 1.000.000

variabel

variabel

variabel

min € 100.000

Participatiefonds Duurzame Economie Noord-Holland

85

€ 500.000 - € 7 mln.

50%

variabel

variabel

max 50%

-

Energie expertisecentrum Flevoland

7.5

€ 5.000 - € 1 mln.

80%

> 4%

5 - 7 jaar

-

-

Innovatie- en Energiefonds Gelderland

109.75

€ 50.000 - € 5 mln.

50 - 100%

variabel

variabel

Maatwerk

Energiefonds Utrecht

36

€ 5.000 - € 50.000 (vanaf € 50.000 maatwerk)

€ 50.000 - € 5 mln. 50-100%

75%

5 - 7%

1 - 10 jaar

Min € 50.000

min € 50.000

Fonds Nieuwe Doen

25

€ 5.000 - € 2.5 mln.

50 - 75%

5%

5 - 10 jaar

-

-

ENERGIIQ

35

€ 200.000 - € 4.3 mln.

50%

variabel

variabel

€ 200.000 - € 4.3 mln.

-

Amsterdams Klimaat & Energiefonds (AKEF)

45

€ 500.000 - € 5 mln.

variabel

variabel

max 15 jaar

max € 5 mln.

max € 5 mln.

Duurzame energie- en energiebesparing + circulaire economie (Bewezen) duurzame energie- en energiebesparing + circulaire economie

min € 1.000.000 Duurzame energie- en energiebesparing + max 80% energie opslag en infrastructuur Grootschalige projecten gericht op energietransitie, circulaire economie en duurzame mobiliteit Duurzame energie- en energiebesparingsproject + grootschalige projecten (zon, biomassa, geothermie) Duurzame energie- en energiebesparing + circulaire economie Energiebesparing en duurzame energieopwekking Energiebesparing en duurzame energieopwekking Ondernemingen die hun bewezen energieinnovatie gaan commercialiseren Grootschalige projecten (zon, wind, biomassa, energiebesparend, energie opslag)

14

2.

Lessen uit andere regio’s en nationaal (4/4) Uitbreidingen en ontwikkelingen REFs De energiefondsen zijn op zoek naar meerwaarde in verstrekken van financiering ten opzichte van de markt. Lager-risico projecten met voorspelbaar rendement (vaak gericht op duurzame energie opwek, wind en zon) worden nu regelmatig opgepakt door de markt. Om die reden kiest bijvoorbeeld het PDENH om hun focus te verschuiven naar de financiering van nieuwe technologieën. Bij Energiefonds Overijssel, EFD en AKEF hebben in de afgelopen jaren uitbreidingen van de voorwaarden plaatsgevonden om ook circulaire initiatieven op te nemen in de scope. AKEF heeft deze verbreding in 2021 geïmplementeerd door de eis dat een project een significante CO₂reductie van minimaal 30 kgCO2/ € moet realiseren in combinatie met andere duurzaamheidseisen te vervangen door de eis dat projecten de Routekaart Klimaatneutraal en/of Strategie Circulair van de gemeente Amsterdam moeten volgen. Ook bij het Energiefonds Overijssel is in februari 2022 is een fondsverbreding goedgekeurd naar circulaire proposities gepaard met een fondsverhoging met een externe financiering van € 50 miljoen. Ook is er in samenwerking met Qredits een fonds voor kleine leningen tot 50.000 voor ondernemers die geen geld hebben om te verduurzamen (MKB duurzaamheidslening). Bij meerdere fondsen is extra geld beschikbaar gesteld.

In Drenthe is het aantal aanvragen voor een lening in de afgelopen periode explosief gestegen door de forse stijging van energieprijzen. Om de continuïteit van het fonds veilig te stellen is in 2022 € 26 miljoen euro extra beschikbaar gesteld. Ook in Groningen willen de Gedeputeerde Staten het fondsvermogen van Fonds Nieuwe Doen in 2023 verhogen met € 24

miljoen euro omdat, door de sterke toename van het aantal aanvragen bij met name het deelfonds Energie, er bij dit fonds geen geld meer beschikbaar is voor energieprojecten. De Oekraïne oorlog en de sterk stijgende energie- en CO2-prijzen (door diversificatie van portefeuille heeft dit op sommige projecten een positief en op andere een negatief effect), samen met steeds strenger wordende regelgeving m.b.t. verduurzaming, leiden ertoe dat meer ondernemers en instellingen aan de slag willen met verduurzaming. De urgentie van de energietransitie is voor alle stakeholders evident en veel fondsen zien het aantal aanvragen stijgen. Anderzijds zien fondsen ook uitdagingen. Zo zag het Funs Skjinne Fryske Enerzjy in 2021 dat projecten vertraging oplopen door lange levertijden en installatietechnici die maar beperkt beschikbaar zijn. Daarnaast is ook netcongestie steeds vaker een probleem, waardoor nieuwe projecten niet altijd aangesloten kunnen worden. Samenwerking REFs en Invest-NL Het Energiefonds Overijssel zag dat het budget vaak te beperkt is om grote energieprojecten mede te financieren. Een groot bio-energieproject kost al snel € 5 tot 10 miljoen. Om toch deze grotere energieprojecten te financieren werken de 15 regionale energiefondsen sinds 2020 samen met Invest-NL zodra financiering over bepaalde drempel heen gaat.

15

2.

Benchmark - Deelconclusie

Samenvattend zijn de belangrijkste lessen op de benchmark van regionale fondsen de volgende: ❖ De energiefondsen verstrekken leningen of risicodragend kapitaal in de vorm van eigen vermogen aan regionale projecten en MKB’ers die bijdragen aan de energietransitie. De fondsen beogen daarmee om in de financieringsbehoefte te voorzien wanneer reguliere geldverstrekkers nog beperkt bereid zijn om dergelijke trajecten en projecten te financieren. De energiefondsen zijn dus op zoek naar meerwaarde in verstrekken van financiering ten opzichte van de markt. Lager-risico projecten met voorspelbaar rendement (zoals wind en zon) worden nu regelmatig opgepakt door de markt. Om die reden kiezen fondsen om hun focus te verschuiven naar de financiering van nieuwe technologieën rondom duurzame opwek en om circulaire initiatieven op te nemen in de scope. De scope van de fondsen is ook afhankelijke van de specifieke situatie en uitdagingen op het gebied van de transities. ❖ De fondsen worden op afstand gezet van de overheid en worden door zelfstandig opperende fondsmanagers en investeringsspecialisten beheerd. De opbrengsten uit deze fondsen kunnen revolverend worden ingezet.

❖ De voorwaarden verschillen tussen de fondsen. Duidelijk wordt dat zeker bij kleine leningen in de meeste gevallen met standaardvoorwaarden komen. Bij de meeste fondsen is wel sprake van een ruime bandbreedte aan te financieren bedragen en de looptijd van leningen. Dit biedt ruimte aan de fondsmanagers om maatwerk te leveren. Ook bij garanties en participaties is vaak sprake van maatwerk. ❖ In sommige gevallen wordt –bijvoorbeeld door een rentekortinggeoorloofde staatssteun gegeven, of wordt met andere kenmerken zoals een grace periode een financiering aantrekkelijker gemaakt voor de markt. In andere gevallen is het überhaupt verstrekken van financiering al de meerwaarde die de markt nodig heeft. ❖ De urgentie van de energietransitie is voor alle stakeholders evident en veel fondsen zien het aantal aanvragen stijgen. Daarnaast vindt er uitbereiding van scope van de fondsen plaats en is er in meerder gevallen extra geld beschikbaar gesteld.

Kortom regionale fondsen richten zich op meerwaarde ten opzichte van markt, leveren maatwerk en de scope is afhankelijk van de lokale situatie.

16

3 Vraaganalyse

17

3.

Vraaganalyse – Leeswijzer De vraaganalyse bestaat uit een mix van methoden. • We hebben een enquête samengesteld die is verstuurd naar circa 2000 bedrijven in Zeeland en gedeeld op sociale media van de Provincie Zeeland en Impuls. 164 ondernemers hebben deze enquête ingevuld (zie slide bijlage 2 voor omschrijving van de sample). • We hebben interviews gevoerd met medewerkers van de provincie en drie ondernemers met plannen om zich te vestigen in Zeeland. • We hebben twee focusgroepen georganiseerd waarbij we met twee keer drie ondernemers in gesprek zijn gegaan over hun plannen voor verduurzaming, hun behoefte aan financiering (en perceptie van lenen in het algemeen) en het aanbod in Zeeland. Deze ondernemers zijn werkzaam in verschillende sectoren, namelijk landbouw, transport, industrie (chemie en voedselverwerking) en bouw. • Uit de focusgroepen resulteerden een aantal aanbevelingen voor de provincie en Impuls – deze hebben we in de bijlage opgenomen, voor zover deze niet verwerkt konden worden in de vraaganalyse (bijlage 2).

Op basis van deze drie methoden hebben we de analyse uitgevoerd. Deze analyse hebben we onderverdeeld in vijf onderdelen: het Zeeuws mkb, de toekomst (komende 5 jaar), vergelijking toekomst – verleden, algemene perceptie van financiering voor verduurzaming in Zeeland en projecten. • Bij het Zeeuws mkb bekijken we een doorsnede van de doelgroep; • In de toekomst kijken we naar de behoefte aan financiering voor verduurzaming, het type plannen en het verwachte type financiering; • In de vergelijking toekomst-verleden kijken we of de plannen verschillen tussen deze tijdsmomenten. De volledige slides over het verleden vindt u in de bijlage (bijlage 2); • We bekijken de algemene perceptie van verduurzaming in Zeeland en de organisatie van de bijbehorende financiering; • We identificeren ook projecten die zich in de planfase bevinden in de provincie, waarbij een fonds verschil zou kunnen maken in de financiering en zodoende de realisatie.

18

3.

Het Zeeuws bedrijfsleven bestaat met name uit mkb, actief in de sectoren financiële instellingen, advies en groot- en detailhandel Een overzicht van het Zeeuws mkb uit 2022, samengesteld uit de CBS database1, telt circa 55,000 bedrijven in Zeeland. Een groot deel hiervan is recent opgericht (36% vanaf 2017), een deel bestaat circa 10 jaar (24%; 2010-2016) en er is een gevestigde orde (39%;<1989-2009).

Sector De meeste bedrijven zijn actief in de sectoren Groot- en detailhandel, Financiële instellingen en Advisering en onderzoek, waarna de sectoren Bouwnijverheid, Gezondheids- en welzijnszorg en Landbouw volgen. In ons sample (bijlage 2) zijn de bedrijven in de financiële sector en advisering en onderzoek minder vertegenwoordigt, omdat wij eenmanszaken hebben uitgesloten. Echter zijn ook in ons sample de sectoren F en G goed vertegenwoordigd. De sector I (Logies-, maaltijden drankverstrekking) heeft meer gereageerd op ons sample.

Aantal medewerkers Het is onbekend hoeveel hiervan precies behoren tot het mkb (minder dan 250 werknemers). Wel is bekend dat 61% van deze bedrijven slechts één medewerker in dienst heeft, 24% 2-9 medewerkers, 4% meer dan 10; het aantal mkb-bedrijven is dus goed vertegenwoordigd.

Zeeuwse bedrijvigheid per sector 18% 16% 14% 12% 10% 8% 6% 4% 2% 0%

1.

16% 13%

13% 9%

7% 4%

Bron is Innovatiespotter, analyse begin 2022.

8% 3%

5% 2%

3%

4%

3%

3%

5% 0%

19

3.

Bijna de helft van de ondernemers heeft in de toekomst behoefte aan financiering voor verduurzaming; men is bekend met aanbieders 46% van de respondenten1 verwacht de komende vijf jaar behoefte te hebben aan financiering voor verduurzaming, 39% weet het niet en 15% niet. Voor de (kleine) groep die geen verduurzamingsfinanciering denkt nodig te hebben, is de reden vooral dat men voldoende liquide middelen heeft of de bestaande kredietruimte voldoende is (10 respondenten). Deze perceptie van financiering sluit aan bij die van de focusgroepen: deelnemers geven aan de voorkeur te hebben en gewend te zijn om verduurzaming van de bedrijfsvoering te financieren met eigen middelen, zodat men ‘niet uitgeeft wat men niet heeft’ en ‘niet te veel onnodig risico neemt’. Financiering wordt gezien als makkelijk te verkrijgen, maar stijgende rentelasten maken deze optie onaantrekkelijker. Deelnemers kijken naar grotere financieringen die ze niet uit de eigen balans kunnen bekostigen en die buiten hun directe bedrijfsactiviteiten vallen, zoals infrastructuur (zie ook vanaf slide 26 over projecten). Hierbij is het van belang dat de voorwaarden voor lange tijd gelden (vaste rente) en kloppen in de businesscase. Het merendeel van de respondenten is redelijk bekend met aanbieders van financiering (van die respondenten die hebben gezocht).

Men oriënteert zich het meest via de accountant en overheidsinstellingen (ook bij de focusgroepen werd de accountant genoemd). Wat betreft bronnen, kijkt men naar eigen middelen binnen het bedrijf, subsidies, de huisbank, aandeelhouders of Impuls.

Financieringsbehoefte komende 5 jaar

11; 15%

33; 46%

Ja Weet ik niet

28; 39%

Aantal, percentage

1.

72 respondenten in totaal.

Nee

In de focusgroepen noemde men met name lokale investeerders en/of het ‘gebruikelijke netwerk’ als aanbieders van financiering. Lokale investeerders gaan namelijk vaker akkoord met een lager rendement vanwege de maatschappelijke meerwaarde. Banken worden gezien als te hoge rente en te risico-avers om mee samen te werken., ook al hebben ondernemers dit wel geprobeerd door in gesprek te gaan. Ook maakt men graag (en steeds meer) gebruik van financial lease via de fabrikant, omdat dit geen invloed heeft op de schuldpositie, met flexibelere voorwaarden (minder onderpand) dan andere financiers en snel schakelen. Tenslotte wordt vaak de behoefte aan subsidie genoemd om businesscases haalbaar te maken, aangezien het duurzame alternatief vaak meer kost en niet geheel kan worden terugverdiend (binnen een acceptabele periode)

20

3.

In de toekomst wil men met name de eigen bedrijfsvoering verduurzamen, vooral met duurzame energie-opwek en besparing Het type verduurzaming waar men aan denkt is ook in de toekomst vooral energiebesparing en de opwek/gebruik van duurzame energie. Vervolgens kijkt men naar verschillende aanpassingen in het grondstofgebruik, alsook energieopslag en elektrificatie. De focus van deze verduurzaming is (net als in het verleden) vooral de verduurzaming van het bedrijf (74%), daarna volgt het ontwikkelen van een duurzaam product/service (21%) en het starten van een duurzaam project (21%). In de focusgroepen hadden deelnemers ook verschillende typen plannen, met name voor verduurzaming van de bestaande bedrijfsvoering en een nieuw project buiten het bedrijf. Dit project betreft vaak (ook) infrastructuur die een randvoorwaarde voor verduurzaming van het bedrijf vertegenwoordigt.

Type verduurzaming komende 5 jaar 35 30 25 20 15 10 5 0

Aard verduurzaming komende 5 jaar

31 25

22 16

14

15

15 9

5

Bedrijf verduurzamen

13; 17%

16; 22%

45; 61%

Duurzaam product/service ontwikkelen

Nieuw project opzetten

Aantal keren gekozen

1.

72 respondenten in totaal.

Aantal, percentage

21

3.

In de toekomst verwachten bedrijven vooral een behoefte aan kleine maar ook grotere leningen, men schat de kans hierop positief tot gemiddeld in De verwachte ticket sizes van toekomstige financiering1 komen overeen met die van de afgelopen drie jaar. 32% verwacht een financieringsbedrag van onder de 100k, voor 26% is dit tussen de 100 en 250k; 14% verwacht 250k – 1 miljoen nodig te hebben. De grotere bedragen bevatten slecht een klein percentage. Qua type financiering kijkt zoekt men ook hier met name naar een (achtergestelde) lening of rekening courant. Hierna volgen een aantal minder populaire opties, zoals leasing of aandelen (zie figuur rechts). Zoals eerder genoemd, werden deze opties (financial lease en aandelen) juist het meest genoemd in de focusgroepen. Het is afhankelijk van de onderneming en investering naar welke financieringsvorm men precies op zoek is. De inschatting van de kans op financiering is gemiddeld positief: 40% (zeer) goed, 53% gemiddeld en slechts 7% (zeer) slecht. Respondenten zijn positief omdat de zaken goed lopen, verdienmodellen haalbaar zijn en de investeringen zich zullen terugverdienen. Negatieve inschattingen worden verklaard door het feit dat de bank weinig proactief zijn, de businesscase niet rond is (capaciteitsgebrek) of leningen duurder worden in verband met de stijgende rente.

Inderdaad, ook in de focusgroepen schat men de kans op financiering goed in, indien het gaat om een gezonde onderneming. Echter gaat het hier meer om de vraag of men financiering kan aantrekken i.v.m. de hoge rente en bijbehorend risico. Voor financieringen met een hoger risicoprofiel is het ingewikkelder geld aan te trekken. 1.

Dit gaat om een groep van 57 respondenten.

Toekomstig bedrag < € 100.000

11; 19%

€ 100k - € 250k

18; 32%

2; 4% 3; 5%

€ 250k - € 1 mln € 1 mln - € 5 mln

8; 14%

€ 5 mln > 15; 26%

Weet niet

Aantal, percentage

Financieringsvorm in de toekomst 30 25 20 15 10 5 0

24

4

Aantal deelnemers

10

12

16 2

9

7

2

7

22

3.

Ook in het verleden veel plannen, behoefte aan financiering leek lager, m.n. geconcentreerd op kleine ticket sizes Zoals toegelicht, vroeg onze studie ook naar de verduurzamingsplannen (en bijbehorende behoefte aan financiering) van de afgelopen drie jaar (zie bijlage 2). Terugkijkend op de aflopen drie jaar had de meerderheid van de deelnemers (86%) plannen om te verduurzamen. Ook toen lag de focus met name op het verduurzamen van het eigen bedrijf, alsook hernieuwbare opwek en energiebesparing. Opvallend is dat, wanneer deelnemers worden gevraagd naar barrières voor deze plannen, slechts 10% aangaf dat de financiering niet rondkwam; en slechts 25% van de deelnemers met plannen naar financiering heeft gezocht. Ook hier zocht men met name naar leningen (o.a. rekening courant). De meest gezochte ticket size lag ook in het verleden onder de 100k of tussen de 100k en 250k. Van diegenen die geen financiering zochten, was de reden met name dat zij voldoende liquide middelen hadden, of voor kleinere groepen dat financiering te duur was, de verwachting was het niet te krijgen of een andere reden. In de focusgroepen kwamen nog een aantal andere barrières naar voren.

Zo werd de grote afhankelijkheid van de markt genoemd om kapitaal over te hebben voor verduurzaming (voor de bouw, markt zit vast), netcongestie/tekort aan infrastructuur (voor elektrificatie van transport en industrie) en hoge rentelasten (voor financiering specifiek). Net als in de vragenlijst werden ook in de focusgroepen beleid (m.n. wisselingen) en kennis(gebrek) genoemd als barrières – ‘we zijn mkb, we doen het er maar een beetje bij’ en daarom zou een meedenkende partij van pas komen. Ook noemden zij de barrière ‘businesscase komt niet rond’: ondernemers geven aan dat de hoge kosten van het duurzame alternatief niet kunnen worden terugverdiend in de businesscase (klanten vragen er niet om en betalen niet extra).

Barrières Kennis Planontwikkeling/business development Tijd/capaciteitstekort

16; 15%

19; 18% 11; 10%

11; 10%

9; 8%

23; 21%

17; 16%

Acceptatie binnen de organisatie Beleid/vergunningen Businesscase komt niet rond Financiering komt niet rond

2; 2%

Waarom geen financiering gezocht? 5; 9% 2; 3%

2; 3%

7; 12%

Anders Geen verduurzamingsplannen

7; 12%

Voldoende liquide middelen

7; 12%

Financiering is momenteel te duur Verwacht het niet te kunnen krijgen Bestaande kredietruimte is voldoende Weet niet

29; 49%

Aantal, percentage

23

3.

Ondernemers wensen een grote rol van provincie en Impuls in de financiering van verduurzaming, ook in kennis en business development Vindbaarheid en toegankelijkheid van partijen die verduurzaming financieren wordt als onvoldoende beoordeeld12. Over een kwalitatieve dienstverlening oordeelt men gemiddeld. Respondenten zijn van mening dat de provincie een grote rol zou moeten spelen in de financiering van verduurzaming van bedrijven. Tenslotte zijn respondenten ook van mening dat de huidige financieringsopties voor mkb verduurzaming onvoldoende zijn (zie onderstaand figuur).

verduurzaming van bedrijven (= .27; p = .03; R2 = .07). Hetzelfde geldt voor de stelling ‘de huidige opties voor financiering van verduurzaming mkb zijn onvoldoende’ (= .24; p = .05; R2 = .06). In de focusgroepen waren de reacties anders: ondernemers gaven aan over het algemeen financiering te kunnen vinden, een aantal grote bedrijfsfinancieringen en speciale projecten uitgezonderd (zie volgende slide). Deze financiering is niet geheel naar wens (hoge rente) en komt niet van banken. Ook werd een grote rol voor de provincie en Impuls gewenst, vooral voor ondersteuning met kennis, business development en acceptabele rentes (Impuls) en duidelijke kaders en subsidie (Provincie). Zie bijlage 2 voor een samenvatting van de aanbevelingen.

Wellicht niet onverwachts, heeft de anticipatie van een toekomstige financieringsvraag een significant effect op de perceptie dat de provincie en Impuls een grote rol moeten spelen in de financiering van

Gemiddelde score op stellingen 5 4,5 4 3,5

3,7

3 2,5

2,7

2

2,9

3,0

3,4

1,5 1 Partijen in de provincie Zeeland die Partijen in de provincie Zeeland die Partijen in de Zeeland die verduurzaming van bedrijven verduurzaming van bedrijven verduurzaming van bedrijven financieren zijn gemakkelijk te financieren zijn toegankelijk financieren hebben een kwalitatief vinden goede dienstverlening

Aantal deelnemers

1. 2.

Hier hebben 55 respondenten gereageerd Respondenten beoordelen stellingen op een schaal van 1 (zeer oneens) tot 5 (zeer eens).

De provincie zou een grote rol De huidige opties voor financiering moeten spelen in de financiering van verduurzaming van mkb zijn van verduurzaming bedrijven onvoldoende

3.

In de gebouwde omgeving is m.n. behoefte aan projectfinanciering voor warmtenetten – projecten op het gebied van duurzame energie (1/4) In de RES 1.0 zijn de ambities van Zeeland vastgelegd. In februari 2020 is de RES 1.0 gepubliceerd. De RES is een dynamisch document en zal iedere twee jaar geëvalueerd en geactualiseerd worden. In de RES staat welke keuzes Zeeland maakt als het gaat om bijvoorbeeld energiebesparing, duurzame opwek van elektriciteit, de inzet van mogelijke warmtebronnen, de opslag en het transport van elektriciteit, toepassingen van waterstof en duurzame oplossingen voor mobiliteit. Uit beleidsdocumenten, gesprekken met beleidsmedewerkers en ondernemers hebben we een aantal projecten gespecificeerd die op het gebied van de energietransitie en circulariteit zouden kunnen worden versneld met een fonds. Gebouwde omgeving/ Warmte Ambitie: De Zeeuwse doelstelling is een CO2-besparing van 34%. Voor de gebouwde omgeving zijn er drie knoppen om aan te draaien: vermindering van de energievraag, verduurzaming van het energieaanbod en toepassing van duurzame installaties en producten. Om die reden zet Zeeland eerst vol in op energiebesparing, vooral door isolatie van gebouwen, maar ook door het optimaliseren van apparatuur en bedrijfsprocessen.

Uit de huidige analyse van de beschikbare data blijkt dat er op dit moment niet één oplossing lijkt te zijn die realistisch is voor alle locaties en toepassingen. Gemeenten moesten eind 2021 een Transitievisie Warmte gereed hebben. Vanuit de provincie begrijpen we dat in alle gemeenten wijken liggen die kansrijk zijn om met een collectief warmtenet van het aardgas af te krijgen. Er is nog veel onduidelijk over de bruikbaarheid van Zeeuwse warmtebronnen. En of ze, als ze bruikbaar zijn, ook daadwerkelijk efficiënt voor warmtevoorziening in de Zeeuwse gebouwde omgeving ingezet kunnen worden. Tegelijkertijd zijn er ook een aantal concrete collectieve warmteprojecten met restwarmte of aquathermie als bron. Een provinciaal fonds kan een deel van de financiering voor haar rekening nemen. Vanuit de provincie wordt minimaal een rol gezien in de financiering van transportnetten van restwarmte, die buiten de grenzen van gemeenten liggen. Hier zou het fonds een versnellende functie kunnen helpen, aangezien deze netten vanwege de grote investeringen niet snel van de grond komen. Voorbeelden van projecten zijn:

• Terneuzen – restwarmte van Yara, Dow en Cargill met totale investering in transportnet geschat op 41,5 miljoen voor 35,580 weqs. Eerste fase is Hoek waarbij 1570

•

• •

weqs worden voorzien van warmte. Hierbij hoort een onrendabele top en overdimensionering (potentie 20,000 weqs) die kan worden ingevuld in 15-20 jaar. De overdimensionering van de eerste fase van dit warmtenet wordt geschat op 8,5 miljoen. Midden-Zeeland: gemeenten (Middelburg, Vlissingen, Borssele, Goes en Kapelle) kunnen restwarmte van Sloegebied (Elektrolysers bij Orsted, Zeeland Refinery/H2Ero, VoltH2) gebruiken, mits er financiering is. Ook hier is overdimensionering een issue. Totale investering transportnet wordt geschat op 166 miljoen voor circa 97,720 weqs. Zeeuws-Vlaanderen: aankoppeling van gemeenten Hulst en Sluis op restwarmtenet van Terneuzen – 38,100 weqs. Totale investering transportnet en installaties wordt geschat op 107 miljoen Provinciaal warmtebedrijf (met provincie, gemeente, Zeeuwind, netverder) met daarin grote transportnetten, en eventueel distributienetten en warmtelerving. Minder interessant voor commerciële partijen vanwege grondgebondheid en grootte net. M.n. voor de transportnetten is financiering nodig, distributie in gemeente zelf minder.

24

3.

De RES-ambitie van wind loopt op schema; voor grote zonnedaken kan extra ondersteuning worden geboden – projecten op het gebied van duurzame energie (2/4)

Opwek elektriciteit Ambitie Zeeland spant zich in om in 2030 tenminste 11 PJ aan opwekking hernieuwbare energie te realiseren. Dit wordt een combinatie van zon, wind en energie uit water. Het doel staat ongeveer gelijk aan 1/12 deel van de landelijke doelstelling en komt ook overeen met het huidige totale elektriciteitsverbruik in Zeeland. Momenteel is al 608 MW capaciteit opgesteld vermogen wind gerealiseerd en/of in de implementatiefase. Op basis van bekende plannen en initiatieven van de verschillende gemeenten, is in 2020 geraamd dat er tot 2030 extra ruimte is binnen een bandbreedte van 100 tot 170 MW. Dit zou voldoende moeten zijn om het beoogde doel van 700 MW in 2030 daadwerkelijk te realiseren. Energiecoöperatie Zeeuwind speelt een belangrijke rol in het mee helpen realiseren van de plannen. Inzet van een fonds hiervoor is op dit moment niet noodzakelijk. Het beleid voor zon op land/water is een regeling op hoofdlijnen en de uitwerking tot op projectniveau vindt door de gemeenten plaats. Ingezet wordt op minimaal 1000 MW in 2030, met een voorkeur op dak en aanvullend op land of water. Op dit moment is reeds ca.

150 MW gerealiseerd en was er een pijplijn van bijna 260 MW aan subsidiebeschikkingen voor zonneprojecten op dak in Zeeland Op het gebied van opwek liggen de ambities uit de RES van de provincie voor wind op land binnen handbereik: de ambitie is 700 MW wind, Zodoende richt de provincie zich op zonne-energie, m.n. grote zonne-energiesystemen op daken. Hiervoor is de ambitie 400 MW in 2030, waarvan momenteel 200 MW is gerealiseerd. De provincie geeft aan dat dak eigenaren hiervoor liever niet hun kredietlijn bij de bank hiervoor aanspreken en partijen die leaseconcepten aanbieden ook problemen met financiering daarvan hebben. Hier zou een fonds meerwaarde kunnen hebben, eerder is er een plan geweest voor een fonds van 5 miljoen voor zon op grote daken van ondernemers. Echter is hier de vraag of een fonds de oplossing is: over het algemeen is de businesscase voor zon op dak goed, ook zijn er veel andere opties zoals leasing om dit mogelijk te maken. Mogelijk ligt de barrière hier dus niet in de financiering, maar in business development en/of kennis. Ook in de focusgroepen kwamen twee mogelijke elektriciteitsprojecten naar voren: 1) een elektriciteitskabel genoemd die nodig is voor de verzwaring van het elektriciteitsnet om industriële elektrificatie mogelijk te maken.

Deze kabel heeft geen toegang tot reguliere financiering vanwege het hoge risico en gebrek aan onderpand; wel kan de kabel ook mogelijk zorgen voor oplaadpunten voor de omgeving. 2) een netwerk voor het opladen van elektrische vrachtwagens, om elektrificatie van transport mogelijk te maken buiten het reguliere net om. Een dergelijk netwerk kan eventueel worden gedeeld met andere gebruikers.

25

3.

Nieuwere technologie-ontwikkelaars hebben behoefte aan financiers die meer risico kunnen nemen dan banken – RES en projecten op het gebied van duurzame energie (3/4)

Energieopslag Gezien de netcongestie in de provincie en de combinatie met hernieuwbare opwek, ontstaat er een steeds grotere behoefte aan energieopslag of flexibiliteit, die kan worden geboden met opslagsystemen of andere congestiemanagementtools. Volgens de provincie is de businesscase van energieopslag aantrekkelijk, echter geven marktpartijen andere signalen, op basis waarvan een fonds een doorslaggevende factor kan zijn voor realisatie. • Volgens marktpartijen met technologie voor netcongestie vragen banken om gegarandeerde omzet die niet bestaat bij tools voor congestiemanagement, o.b.v. de markt veranderen prijsafspraken. • Ook batterijtechnologie is relatief nieuw voor banken en daarmee risicovol. Een fonds is hier nodig voor achtergestelde financiering naast een bank, die de technologie anders te risicovol vindt. Ook kan een fonds helpen bij de business development, om ondernemers te helpen de ‘financieringstaal’ te spreken. Waterstof Men geeft aan dat het lastig is in te schatten of een fonds een grote bijdrage kan doen aan de waterstoftransitie. Momenteel zijn met name subsidies voor onrendabele toppen en onderzoeksgelden nodig. Het beleid van de provincie moet nog worden vormgegeven. De RES 1.0 doelt op 1GW elektrolysefabriek in 2030 en een pilot op schaal 100 MW in 2025.

• Provincie kan eventueel bijdrage doen aan waterstofinfrastructuur of productiefaciliteiten (elektrolysers). Elektrolyser kan men inzetten als flexmiddel en de resulterende reststromen (warmte, water) gebruiken. Precieze investeringsbedragen zijn hiervan onbekend. Circulair Voor circulair is de ambitie van de provincie om in 2030 50% reductie van abiotische grondstoffen te behalen en in 2050 volledig circulair te zijn. Het huidige provinciebeleid richt zich met name op kennis creëren en ondersteunen bij haalbaarheidsstudies met subsidies/vouchers. • Het bedrijf Neste werkt samen met Ravago aan een plan voor een pyrolysefabriek, voor chemische recycling van restkunststoffen. Hetzelfde geldt voor DowChemical, dat eenzelfde faciliteit onderzoekt. Mogelijk kan het fonds dergelijke pyrolyseprojecten financieren, gezien de nieuwigheid van deze techniek in Nederland. Bij pyrolyse is het belangrijk om naast de circulaire winst ook kritisch te zijn op de CO 2-impact van het proces.

26

3.

De schelpdierensector wil een duurzame omslag maken en heeft daarvoor een financier naast de bank nodig – RES en projecten op het gebied van duurzame energie (4/4)

• Een ander circulair project betreft de urban mining fabriek van Circular Industries, met als doel grondstoffen te herwinnen uit printplaten, die vervolgens kunnen worden ingezet voor de energietransitie. De CO2-reductie van dit proces (incl. scope 3) is 89%. Men kijkt naar Zeeland vanwege het gebrek aan netcongestie, de optie een milieuvergunning te krijgen en de mogelijke link met nabije industrie. In het verleden was met name financiering nodig voor projectontwikkeling; dit is uitdagend omdat er nog geen prototype te tonen is. Nu is financiering nodig voor de fabriek van 65 miljoen, waarvan 45 miljoen bancaire financiering en 20 miljoen equity. Hiervoor is met vele financiers gesproken, landelijke fondsen (InvestNL en Groenfonds) waren minder geschikt. Een transitiefonds kan hier een deel van de lening voorzien of handelen als sparringpartner richting InvestNL. Visserij (schelpdieren) De schelpdierensector wil zichzelf herpositioneren als duurzame dierlijke eiwitbron, met het oog op de zeer lage CO2-footprint van mosselen, de bijbehorende positieve effecten op waterveiligheid, de zuiverende functie en stimulans op biodiversiteit1. Om het potentieel van de schelpdierensector in het toekomstige dieet te verwezenlijken, is de Taskforce schelpdieren opgericht.

Deze taskforce staat voor een transitie bestaande uit vier sporen: 1) Uitbreiding van de productie in combinatie met biodiversiteitsherstel en natuurontwikkeling; 2) Vergroting en bevordering van duurzame consumptie; 3) Verduurzaming van de vloot van kotters; 4) Robotisering en digitalisering in de verwerkingsketen – met name sporen 1, 3 en 4 hebben financiering nodig. • De productie is de laatste jaren teruggelopen vanwege klimatologische omstandigheden. Ook betreft het nieuwe productiegebied een robuustere omgeving met nieuwe vorm van opereren voor Zeeland (hangcultuur). Pilots zullen laten zien wat het effectieve economische rendement is. Deze onzekerheden vormen risico’s voor financiers. Daarnaast heeft de gehele sector visserij een minder positieve naam voor verduurzamingsfinanciering, wat negatief uitwerkt voor de schelpdierensector, ondanks het grote verschil in duurzaamheidseffecten. • Om deze risicoperceptie van banken te verminderen, zou een transitiefonds achtergesteld vermogen kunnen inbrengen. De sector streeft voor de investeringen naar een verdeling van 1/3 (eigen inbreng) – 1/3 (banken/PE) – 1/3 (subsidie of achtergestelde lening overheidsfonds). De verduurzaming en mogelijke uitbreiding van de vloot betreft een totale investering van 50 miljoen de komende 5 jaar en 75 miljoen de daaropvolgende 10 jaar.

De groei van natuur-inclusieve kweek betreft naar verwachting een totale investering van circa 55 miljoen in de komende vijf jaar en 280 miljoen de 10 jaar erna. Robotisering en digitalisering in de verwerking vraagt om een totale investering van circa 50 miljoen de komende 5 jaar en 30 miljoen de 10 jaar erop.

1.

Hoekstra et al. (2022). De echte prijs van mosselen. Zie https://research.wur.nl/en/publications/de-echte-prijs-true-price-van-mosselen-echte-en-eerlijke-prijs-va

27

28

3.

De vraag – Deelconclusie

❖ Bijna 50% van de bedrijven verwacht financiering nodig te

❖ Grote verduurzamingsingrepen worden ook gekarakteriseerd

hebben voor verduurzaming in komende 5 jaar. De focus van deze verduurzaming is vooral de verduurzaming van bestaande bedrijven in de groei- en volwassenheidsfase, in mindere mate het ontwikkelen van duurzame projecten (projectfinanciering) en ontwikkelen van een duurzaam product/service. Het type verduurzaming waar men aan denkt is vooral energiebesparing en de opwek/gebruik van duurzame energie. Vervolgens kijkt men naar verschillende aanpassingen in het grondstofgebruik, alsook energieopslag en elektrificatie. Er is met name behoefte aan kleinere tickets, ook grotere tickets komen voor.

door aanvullende complexiteit voor ondernemingen, bijvoorbeeld omdat het gaat om een nieuw businessmodel (energie naast transport) of samenwerking met andere partijen (bijvoorbeeld uitwisseling van energie). Dit zijn de grotere projecten (>1 miljoen) die een sterk effect hebben op de balans van een onderneming en een relatief groot risico, waardoor banken en andere financiers terughoudend zijn. Deze projecten vallen of staan met een acceptabele rente (gevoelige businesscase) en zijn minder bewezen (waardoor banken het risico hoog inschatten).

❖ Voor (advies over) financiering kijken ondernemers vooral naar hun eigen omgeving: de bank en de eigen kring van lokale investeerders, waar zij vaker geld hebben opgehaald. Voor financieringsadvies kijkt men naar de accountant, maar ondersteuning van de overheid wordt hier sterk gewaardeerd.

❖ Voor

grotere verduurzamingsingrepen bij bestaand bedrijfsleven in de groei- en volwassenheidsfase en projectfinancieringen, kan de markt de vraag naar kapitaal niet altijd invullen. Het gaat dan bijvoorbeeld om de realisatie van regionale infrastructuur voor elektrisch laden, of een grootschalige verduurzaming van een fabriek, waarbij ook netverzwaring nodig is.

❖ Het

is niet geheel eenduidig of de kleinere verduurzamingsingrepen die met kleinere tickets gepaard gaan, ook zonder een fonds kunnen worden gerealiseerd: de behoefte aan financiering is relatief laag, ondernemers bekostigen liever met eigen middelen – dat is een voorkeur die zowel in de survey als focusgroepen duidelijk naar voren komt. Veranderende omstandigheden op de kapitaalmarkt (de recent stijgende rente) en in de economie kunnen effect hebben op de financieringscapaciteit van de bedrijven bij banken en op de meerwaarde van een fonds.

❖ Naast financiering, hebben ondernemers een grote behoefte aan algemene ondersteuning vanuit de Provincie en/of Impuls: bijvoorbeeld subsidies om ervaring op te doen met verduurzaming en deze kennis breder te delen, of hulp bij business development.

29

4 Aanbodanalyse

30

4.

Aanbodanalyse – Leeswijzer De aanbodanalyse bestaat uit kwalitatieve analyse waarbij het aanbod van kapitaal per doelgroep in kaart is gebracht. • Kapitaalverstrekkers nemen het wel/niet verstrekken van kapitaal aan de grondstof- en energietransitie in principe niet als een zelfstandig criterium mee. Als er sprake is van een “goed project” of een gezond MKB-bedrijf wordt financiering verstrekt. Dit bemoeilijkt het kwantitatief in kaart brengen van het Zeeuwse kapitaalaanbod voor transitiefinanciering. • We kunnen de markt echter wel per financieringsdoelgroep opdelen. Zodoende kunnen we kwalitatief in kaart brengen wat de beschikbaarheid van transitiefinanciering is voor Zeeuwse MKBbedrijven. • We hebben gebruik gemaakt van bestaande onderzoeken naar de Nederlandse financieringsmarkt. • Daarnaast hebben we meerdere expertinterviews gehouden. In de bijlage is een lijst met gesprekspartners opgenomen.

Op basis van deze twee methoden hebben we de analyse uitgevoerd. Deze analyse hebben we onderverdeeld in drie onderdelen: het bestaande mkb, het startende mkb en transitieprojecten. • De verduurzaming van de bestaande productieprocessen leidt bij het groeiende en volwassen MKB tot een duidelijke investeringsopgave. Een breed scala aan financieringsvormen en aanbieders kan hierbij een rol spelen. • Startende MKB-bedrijven vervullen met hun innovaties een belangrijke rol in de circulaire- en energietransitie. • Naast de verduurzaming binnen het startende en reguliere MKB, vindt ook een groot deel van de circulaire- en energietransitie plaats binnen projectsamenwerkingen.

31

4.

Uitstaand MKB-krediet is voor 85% bancair, maar het aanbod aan nonbancaire financiering neemt toe Het aanbod van kapitaal voor ondernemers kan op verschillende manieren worden opgesplitst. Bancaire financiering vormt van oudsher het meest gebruikte financieringsaanbod. De taartdiagram rechtsboven laat zien dat bancaire financiering ook in 2021 de meest belangrijke financieringsvorm is. Van het krediet dat eind 2021 bij het Nederlandse MKB uitstond is 85% bancair. De taartdiagram rechtsonder laat zien dat het merendeel (70%) van het uitstaande krediet gaat om financieringen met een omvang van meer dan € 1 miljoen. Financieringen met een omvang tussen de € 0,25 en € 1 miljoen beslaan 21% van het uitstaande krediet. De resterende 9% is krediet onder de € 250.000,-. Er zijn ook vele vormen van non-bancaire financiering beschikbaar. In 2021 vond 21% van de financiering tot € 1 miljoen plaats via non-bancaire financieringsvormen. Dit was in 2020 nog 17%. Het grootste deel van de non-bancaire financiering is afkomstig vanuit private equity (29%), equipment lease (32%) en factoring (27%). Crowdfunding is een financieringsvorm die de laatste jaren sterk in opmars is. De meest gebruikelijke nonbancaire financieringsvormen zijn hieronder in de tabel weergegeven. In de bijlage is een toelichting van de verschillende financieringsvormen opgenomen.

Financieringsvorm Banken Private equity Durfkapitaal Crowdfunding Equipment lease Factoring Direct lending MKB-beurs Kredietunies 1. CBS (2023), Financieringsmonitor 2022

2020 121.000 7.267 790 424 6.631 4.815 231 23 20

2021 122.400 6.269 1.843 730 6.896 5.843 246 24 6

Groei Aandeel 2021 1% 85% -14% 4% 133% 1% 72% 1% 4% 5% 21% 4% 6% 0% 4% 0% -70% 0%

Verdeling MKB-financiering

21.857

122.400

Bancair

Non-bancair

Uitstaand MKB-krediet grootbanken 9% 21%

70% <= 250.000 > 0,25 miljoen en <= 1 miljoen > 1 miljoen Bron: DNB (2022), Kredietverlening Nederlandse grootbanken aan Nederlands midden- en kleinbedrijf

32

4.

De dominantie van bancaire financiering is met name aanwezig in de groeien volwassenfase De dominantie van bancaire financiering is sterk afhankelijk van de fase waarin ondernemingen zich bevinden. In de volwassenheidsfase is 90% van de financiering afkomstig vanuit banken (zie figuur linksonder). Andere relatief gangbare financieringsvormen in deze fase zijn private equity (5%) en equipment lease (3%). Een vergelijkbaar beeld is zichtbaar in de groeifase (zie figuur rechtsonder), waar bancaire financiering eveneens dominant (81%) aanwezig is, alsook equipment lease (7%) en factoring (6%). Private equity neemt slechts 2% van de financieringen in deze fase voor haar rekening, terwijl durfkapitaal verantwoordelijk is voor 3% van de financieringen. In de startfase is een totaal andere financieringsmarkt zichtbaar (zie taartdiagram rechtsboven). Bancaire financiering is hier juist geheel afwezig. In deze fase maken ondernemers vaak gebruik van factoring (54%), equipment lease (16%) en crowdfunding (13%). Deze financieringsvormen zijn gekenmerkt door een relatief lage drempel. Ook durfkapitaal (17%) speelt een grote rol in de startfase.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16405000/1