25-172 Bijlage 1. Toekomstvisie vervolgonderwijs
Tekst van het document
Toekomstvisie vervolgonderwijs, 2025-2035
Onderwijsregio Middelburg-Vlissingen:
“…daar waar we de toekomst van Zeeland vormen”
1
Inhoudsopgave Samenvatting................................................................................................................................................3 1.
Inleiding ..............................................................................................................................................4
2.
Ontwikkeling van het Zeeuwse vervolgonderwijs ...............................................................................5
3.
Onderwijs en onderzoek als motor voor brede Zeeuwse welvaart .....................................................7
4.
De Strategische onderwijs- en onderzoeksagenda Zeeland als paraplu ...........................................9
6.
Uitdagingen en kansen voor de Woon-Werk-Leef Campus Walcheren ...........................................11
6.1. Ondersteun het organiseren van toekomstbestendig onderwijs..........................................................11 6.2. Verbind onderwijs en onderzoek met maatschappelijke en economische opgaven ...........................12 6.3. Versterk de wervingskracht en profilering van Zeeland als onderwijsregio .........................................12 7.
Uitgangspunten voor rolneming gemeente Middelburg ....................................................................13
8.
Werken als één onderwijsregio: strategisch partnerschap met Vlissingen ......................................14
Gebruikte bronnen ......................................................................................................................................16 Bijlage 1. Participatieverslag Middelburg Onderwijsstad ............................................................................16
2
Samenvatting Samen bouwen aan een krachtige onderwijsregio Walcheren: De gemeenten Middelburg en Vlissingen werken samen aan een toekomstbestendige onderwijsregio die studenten, onderzoekers en professionals aantrekt én vasthoudt. In 2035 beschikt Zeeland over de mogelijkheid om het bestaande wetenschappelijk onderwijs af te sluiten met een diploma op masterniveau. De regio positioneert zich als dé plek waar leren, werken en leven samenkomen met een duidelijke focus op de Zeeuwse thema’s water, energie en voedsel, naast vitaliteit en circulariteit. De Woon-Werk-Leef Campus Walcheren: het kloppend hart van vervolgonderwijs in Zeeland. De campus verbindt onderwijsinstellingen zoals HZ University of Applied Sciences (HZ), University College Roosevelt (UCR) en Scalda, met bedrijven, onderzoekscentra en maatschappelijke organisaties. Het is een omgeving die uitnodigt tot innovatie en samenwerking. Er wordt naast onderwijsfaciliteiten geïnvesteerd in voorzieningen voor welzijn, sport, cultuur en huisvesting, zodat studenten zich thuis voelen en ook na hun studie in Zeeland blijven. De Middelburgse ambities worden opgepakt langs de actielijnen van de Strategische Onderwijs- en Onderzoeksagenda Zeeland. 1.
Toekomstbestendig onderwijs organiseren Er wordt gebouwd aan een robuuste onderwijsstructuur die aansluit op de behoeften van Zeeland. Dit betekent onder andere het versterken van werk-leeromgevingen, het aantrekken van studenten en docenten, én het verbeteren van de financiële basis van instellingen.
2.
Onderwijs en onderzoek verbinden met maatschappelijke en economische opgaven De onderwijsinstellingen worden actief betrokken bij regionale vraagstukken. Denk aan samenwerking met innovatieve hubs zoals Dockwize en KAAP, en het stimuleren van praktijkgericht onderzoek binnen het Delta Climate Center en JRCZ.
3.
Versterken van de wervingskracht en profilering van Zeeland Zeeland moet beter zichtbaar worden als aantrekkelijke onderwijsregio, zowel nationaal als internationaal. Dit vraagt om gerichte marketing, goede bereikbaarheid, voldoende studentenhuisvesting en een campus met een sterk ‘community’ gevoel.
Hoewel gemeenten geen wettelijke taak hebben in het vervolgonderwijs, neemt Middelburg een actieve rol op zich. Samen met Vlissingen als centrum van het vervolgonderwijs in Zeeland. We scheppen voorwaarden voor groei en daartoe investeert Middelburg in: • • • •
Studentenhuisvesting en leefomgeving; Promotie van de onderwijsregio; Samenwerking met onderwijsinstellingen en bedrijven; Voorzieningen voor welzijn, cultuur en sport.
Daarnaast zet de gemeente Middelburg het vervolgonderwijs in Zeeland actief in voor stages, onderzoek en scholing van eigen personeel. Voor het realiseren van de ambities trekken Middelburg en Vlissingen samen op als één onderwijsregio. Vlissingen focust op de ontwikkeling van de Kenniswerf als hightech campus, terwijl Middelburg de academische allure van de monumentale binnenstad benut. Samen bieden ze een unieke combinatie van inhoudelijke kwaliteit en een inspirerende leefomgeving – een krachtige aantrekkingskracht voor studenten. Vanaf 2026 wordt met Vlissingen een gezamenlijke uitvoeringsagenda opgesteld met concrete mijlpalen richting 2035. Deze agenda zorgt voor coördinatie, acquisitie van nieuwe opleidingen, versterking van voorzieningen en een krachtige lobby richting het Rijk.
3
Begripsomschrijving: In dit rapport gebruiken we voor de term ‘vervolgonderwijs’ de volgende definitie: de totale waaier van middelbaar- en hoger beroepsonderwijs (mbo en hbo), universitair onderwijs (bachelor en master) en toegepast en fundamenteel wetenschappelijk onderzoek. Ondanks dat Zeeland op dit moment een brede onderwijswaaier heeft, ontbreekt het aan de mogelijkheid om de onderwijsloopbaan af te sluiten met een universitaire (w.o.) master.
1. Inleiding Al meer dan honderd jaar vormen Vlissingen en Middelburg dé Zeeuwse regio voor het middelbaar- en hoger vervolgonderwijs. Een onderwijsregio met internationale allure. Hier leggen wij het fundament voor de Zeeuwse arbeidsmarkt en economie. Innovatief onderwijs en onderzoek werken als een magneet op mensen van buiten Zeeland. De laatste jaren hebben regio en Rijk dan ook fors geïnvesteerd in de Zeeuwse onderwijs- en onderzoeks-infrastructuur. Studenten en kennisinstellingen weten onze provincie te vinden en hebben een positief effect op de leefbaarheid en economie.1 Daar plukt heel Zeeland de vruchten van. Voor een duurzame ontwikkeling is het van belang om het aantal studenten, opleidingen en onderzoeken te laten groeien. Dit vraagt meer dan alleen het verbeteren van de bereikbaarheid en versterking van het woonklimaat. Het vraagt om het actief pakken van kansen. Zowel als het gaat om de transities in energie, voedsel en water, als om het aantrekken van investeringen uit de defensie-industrie. Dit vraagt krachtenbundeling in Zeeland. Middelburg en Vlissingen zetten om die reden een stap naar voren. Wij doen dat in nadrukkelijke verbinding met de rest van Zeeland. Immers, onderwijs en onderzoek zijn in Zeeland alleen te verduurzamen als de massa en leefkwaliteit op Walcheren worden verbonden met de kracht van leer-werkomgevingen op locatie.
Daar waar je letterlijk met je voeten in de klei staat, of een client in de ogen kijkt. De ambities uit de Strategische Onderwijs- en onderzoeksagenda vertalen Middelburg en Vlissingen in onderling afgestemde visies. Zo werken wij samen als één onderwijsregio. Vlissingen heeft de Ontwikkelvisie voor de Kenniswerf, Middelburg heeft nu deze voorliggende toekomstvisie. Vanaf 2026 werken we met een gezamenlijke uitvoeringsagenda. Zo positioneren we de onderwijsregio als dé plek waar je colleges volgt in een eeuwenoud stadhuis, onderwijs volgt en onderzoek doet in de moderne labs van het Groenewoud (JRCZ) en deze toepast op de Kenniswerf. ’s Avonds ontspan je met je voeten in zee of op een terras met uitzicht op één van de mooiste academiegebouwen van Nederland. Middelburg zet in op een open, veilige en inclusieve campus. We hebben aandacht voor het welzijn en de gezondheid van studenten, en gaan investeren in voorzieningen en activiteiten op het gebied van mentaal welbevinden, sport en cultuur. Een goede aansluiting op de arbeidsmarkt en passende woonruimte zijn belangrijk om ervoor te zorgen dat studenten ook na hun studie in Zeeland blijven wonen. Er is werk aan de winkel en dat kunnen wij niet alleen. We zijn dan ook trots dat wij deze visie samen met onze inwoners, studenten, bedrijven, stichtingen en verenigingsleven, én onderwijsinstellingen hebben vormgegeven.
Dit geeft ons samen met Vlissingen een goede startpositie op weg naar 2035. In dat jaar is er in Zeeland een krachtig netwerk van organisaties, mensen, middelen en samenwerkingen die samen het onderwijs in Zeeland vormgeven en versterken. Daarbij is het ecosysteem compleet met de mogelijkheid om je opleiding af te sluiten met een universitaire master. Willemien Treurniet, wethouder vervolgonderwijs Middelburg
1 Op basis van een door de Universiteit Gent in 2021 uitgevoerd onderzoek naar de economische betekenis van de Roosevelt Academy (nu
University College Roosevelt) is berekend dat dit per student tussen de 15.000 -18.000 euro bedraagt. Zie: Universiteit Gent (2010): 2.
4
2. Ontwikkeling van het Zeeuwse vervolgonderwijs Een universiteit gaat aan Zeeland voorbij In Nederland waren Drenthe en Zeeland de enige provincies die eeuwenlang verstoken bleven van wetenschappelijk onderwijs. In 1575 zag Zeeland een eigen universiteit aan zijn neus voorbijgaan toen stadhouder Willem van Oranje Leiden deze eer gunde. In de eeuwen die volgden werden meerdere malen pogingen ondernomen om wetenschappelijk onderwijs in Zeeland van de grond te trekken. Tot tweemaal werd een ‘Illustre School’ opgericht. Maar, wat de geschiedenis toont is dat Zeeuwse ambities altijd door krachten van buiten de provincie vroegtijdig tot een einde kwamen. De ene keer ontbrak het aan steun van de nationale (of zelfs provinciale) overheid, dan weer beriepen andere universiteiten zich op exclusieve promotierechten of waren het andere provincies die stelden dat een eigen Zeeuwse universiteit niet nodig was. De wetenschapstraditie bleef hierdoor buitenuniversitair en met een praktijkgerichte benadering. Voorbeelden hiervan zijn het Koninklijk Zeeuws genootschap der wetenschappen en de Zeeuwse volksuniversiteit. Het ontbreken van een volwaardige universiteit maakt dat scholieren buiten de provincie gaan studeren en veelal niet terugkomen. Ook is er voor jongeren van buiten Zeeland geen aanleiding om voor universitair onderwijs naar Zeeland te komen.
Dit leidde eeuwenlang tot een braindrain.2
Praktijkgericht (hoger) onderwijs als fundatie voor de Zeeuwse arbeidsmarkt Pas met de oprichting van de Hogere Zeevaartschool (Vlissingen, 1903) kent onze provincie een instituut voor praktijkgericht hoger onderwijs. Vanuit deze school werd ook de Hogere technische school (HTS) gesticht toen er vanuit de industrie behoefte was aan een niet-maritieme hogere werktuigkunde opleiding. Later volgden elektrotechniek en weg- en waterbouwkunde. Het groeiende hoger onderwijs leidde in de jaren tachtig van de twintigste eeuw tot fusies en splitsingen met als resultaat de breed georiënteerde HZ, University of Applied Sciences.3 Opschaling vond ook plaats in het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) en de volwasseneneducatie met als resultaat twee regionale opleidingscentra. Het Hoornbeeck College in Goes en Scalda, actief in de vier grote Zeeuwse gemeenten en met diverse hybride leeromgevingen.4
… toch eindelijk universitair onderwijs in Zeeland In 1986 werd de wetenschapstraditie nieuw leven ingeblazen met het in Middelburg gevestigde Roosevelt Study Center, een onderzoeksfaciliteit voor de twintigste-eeuwse Europees-Amerikaanse geschiedenis. Sinds 2017 werkt het center als Roosevelt Institute for American Studies (RIAS) samen met de Universiteit Leiden en functioneert onder meer als ‘graduate school’ in Amerikaanse geschiedenis. Eveneens vernoemd naar de drie bekendste leden van de familie Roosevelt werd in 2004 de Roosevelt Academy (sinds 2013 University College Roosevelt) opgericht als een Engelstalige liberal arts college. Daarmee kreeg Zeeland voor het eerst sinds eeuwen een academische onderwijsinstelling. Dit onder licentie van de Universiteit Utrecht.5
2 Braindrain = vrij vertaald het lekken van kennis uit een bepaald gebied. Zie: Illustre School in Middelburg - Zeeuwse Ankers:
www.zeeuwseankers.nl en W. Frijhoff, Zeelands universiteit: hoe vaak het mislukte, en waarom, in: Archief KZGW 1987, 7-41. 3 Zie: HZ University of Applied Sciences - Wikipedia. Zie voor de opleidingen van HZ: Opleidingen | HZ University of Applied Sciences. 4 Zie: Opleidingen - Hoornbeeck College. Zie voor opleidingen Scalda: Onze opleidingen | Scalda 5 Zie: University College Roosevelt - Wikipedia, Roosevelt Institute for American Studies - Middelburg. Zie voor opleidingen UCR: Courses UCR,
5
Duurzame groei door samenwerking in Campus Zeeland Het decennium dat volgde, kenmerkte zich door vraagstukken rond de toekomstbestendigheid van de Zeeuwse onderwijsinstellingen. In 2015 werd Campus Zeeland opgericht, een samenwerkingsverband van onderwijs, overheden en het bedrijfsleven.6 Succesvolle initiatieven sindsdien zijn het Joint Research Center (JRCZ) in Middelburg als gezamenlijke onderzoeks- en laboratoriumfaciliteit van HZ, UCR en Scalda en de ontwikkeling van onderwijs- en onderzoek in het Delta Climate Center (DCC) op de Kenniswerf in Vlissingen.7 De Kenniswerf is een goed voorbeeld van een echte campus waar onderwijs- en onderzoeksfaciliteiten in samenhang ontwikkeld worden met Dockwize en KAAP als innovatie hubs. Wanneer Middelburg en Vlissingen samen een sterke Woon-Werk-Leef-Campus vormen, winnen zij aan betekenis door de verbinding met de innovatieve onderzoeksfaciliteiten elders in Zeeland. Te noemen zijn NIOZ en IMARES in Yerseke, de Rusthoeve in Colijnsplaat en de netwerksamenwerking Living-lab Schouwen-Duiveland. De nieuwste loten in het Zeeuwse kennis- en onderzoeksnetwerk zijn het Strategisch kenniscentrum georganiseerde ondermijnende criminaliteit en het Internationaal Kenniscentrum Slavernij.
Ontwikkeling blijft nodig Met alle onderwijs- en onderzoeksinstellingen beschikt Zeeland over een brede onderwijswaaier en infrastructuur die het in zich heeft om verder door te ontwikkelen. Ondanks dat er sprake is van een versterking van het vervolgonderwijs en onderzoek in Zeeland, blijft een groei in het aantal opleidingen en studenten noodzakelijk. De Wet Internationalisering in Balans (de WIB) heeft laten zien hoe kwetsbaar het vervolgonderwijs in Zeeland nog altijd is. Echter, ook kansen voor nieuwe opleidingen en extra geld vanuit de Rijksoverheid dienen zich aan in het kader van de Rijk-Regio arrangementen en het Toekomstperspectief Zeeland 2050. Het is van belang dat niet alleen in Zeeland maar zeker ook in Den Haag duidelijk is wat de ambitie van de onderwijsregio Middelburg-Vlissingen in de toekomst is. Een visiedocument vormt hiervoor de grondslag.
6 De partijen die samenwerken in Campus Zeeland worden vertegenwoordigd door de Stuurgroep Campus Zeeland; hier worden de
hoofdlijnen van de activiteiten en werkzaamheden van Campus Zeeland besproken. De Stuurgroep is verantwoordelijk voor de strategie en samenhang van acties en belegt deze bij de eerstverantwoordelijke. Namens de overheden is onder andere burgemeester Van Mastrigt lid, naast wethouder Sips (Vlissingen) en gedeputeerde Van der Maas (voorzitter). 7 Het Delta Climate Center is een krachtenbundeling van zes onderwijs- en kennisinstellingen: Scalda, HZ University of Applied Sciences, University College Roosevelt, NIOZ Zeeonderzoek, Universiteit Utrecht (UU) en Wageningen University and Research (WUR).
6
3. Onderwijs en onderzoek als motor voor brede Zeeuwse welvaart Noodzaak tot economisch structuurversterking Voor het goed duiden van het belang van het vervolgonderwijs is het nodig om kort terug te grijpen op twee commissies die zich de afgelopen tien jaar hebben gebogen over de economische structuurversterking van Zeeland. Achtereenvolgens waren dit de commissies Balkenende (2016) en Wientjes (2020). Beiden benadrukten het belang van volwaardig onderwijs- en onderzoek voor de Zeeuwse economie en arbeidsmarkt, en in het algemeen, voor de leefbaarheid van de regio. Met het advies ‘Zeeland in stroomversnelling’ wees de commissie Balkenende op demografische ontwikkelingen, die naast een grote vernieuwingsopgave van het haven- en industriecluster een risico vormden voor de toekomstige concurrentiekracht van de provincie. Balkenende plaatste deze in de context van een gebrek aan innovatiekracht, schaal, massa en realisatievermogen. Het was zijn advies structuurversterkend te werken door te focussen op de Zeeuwse thema’s water, voedsel en energie. Daarbij zag hij de vele excellente onderwijsinstellingen als een kracht, zeker wanneer deze zouden worden ingezet voor maatschappelijke ontwikkelingen en het innoverend vermogen van het bedrijfsleven. Als de voornaamste kwetsbaarheid benoemde hij de financiële positie van de onderwijs- en onderzoeksinstellingen.8
Constateringen uit ‘Wind in de zeilen’ Vier jaar later constateerde speciaal adviseur Bernard Wientjes met het rapport ‘Wind in de zeilen’ een forse verbetering in de aansluiting van het onderwijs en onderzoek op de Zeeuwse thema’s. Het was echter nog onvoldoende om genoeg nieuwe studenten, jonge professionals en kenniswerkers aan te trekken en te behouden. Zeker het gemis van masteropleidingen was volgens hem voelbaar: “Hierdoor trekken teveel jongeren voor of na hun bachelor studie weg uit de regio, zonder dat ze terugkomen: ze kunnen niet de gewenste vervolgopleiding doen, of vinden in de regio niet de baan die past bij hun opleiding.” Wientjes wees op de kansen van kennisontwikkeling, onderzoek en valorisatie bij onderwerpen als verzilting, verdroging, zoetwatervoorziening, duurzame energie, landbouw en voedsel uit zee. Hij zag deze als van (inter)nationaal toegevoegde waarde.9
Vraag voor meer aandacht vanuit het Rijk: Elke regio telt! Waar de commissies Balkenende en Wientjes vooral wezen op de economische structuurversterking, onderbouwden de landelijke adviesraden met het rapport ‘Elke regio telt’ (2023) het belang van de leefbaarheid. Dat deden zij op indringende wijze door te laten zien hoe Randstedelijke logica ertoe heeft geleid dat regio’s zich structureel overgeslagen voelen op de momenten dat het Rijk investeert. Of het nu gaat om de economie, zorg, infrastructuur, cultuur of het onderwijs. In plaats van structurele Rijksaandacht, zien regio’s belangrijke voorzieningen in toenemende mate verdwijnen. Hierdoor treedt een domino-effect op waarbij jongeren wegtrekken, de leefbaarheid in dorpen en kernen afneemt en de regio steeds minder aantrekkelijk wordt voor jonge gezinnen.10 In een pleidooi om de kracht van de regio op waarde te schatten en te benutten, namen de adviesraden het concept ‘brede welvaart voor alle Nederlanders’ als uitgangspunt.11 Daarbij wordt ontwikkeling niet langer uitsluitend geduid in termen van economische welvaart,
8 Commissie Structuurversterking, 2016: 2-4, 12,18, 29-30 9 Wientjes, 2020: 21 10 RLI et al, 2023: 22, 23, 26 11 Hierbij is er ook aandacht dat de objectief meetbare werkelijkheid (bijv. de financiële middelen waarover zij beschikken) kan verschillen
van hoe mensen de werkelijkheid ervaren en tevreden zijn over hun leven. Zie: RLI et al, 2023: 48, 61
7
maar worden ook aspecten betrokken zoals welzijn en welbevinden, waaronder ook sociale contacten, bestaanszekerheid, gezondheid en veiligheid.12 De adviesraden wezen erop dat de aanwezigheid van kennisinstellingen én samenhang met instellingen voor hoger en middelbaar (beroeps)onderwijs een enorme impuls kunnen geven aan de regionale ecosystemen, de verbinding met de arbeidsmarkt en daarmee aan het perspectief voor de inwoners. In het bijzonder jongeren en jonge huishoudens. Daarmee heeft het vervolgonderwijs een positieve invloed op de bevolkingssamenstelling.13 De adviesraden bepleiten om die reden dat het Rijk moet bevorderen dat kennisen onderwijsinstellingen dependances openen of handhaven in regio’s die nu te maken hebben met een achterstand in brede welvaart. Als voorbeeld wordt de Universiteit Twente genoemd die theoretisch opgeleiden naar de regio haalt en waar ook kansen liggen op een vervolgbaan bij de start-ups en scale-ups die de spin-off vormen van de universiteit. Zij spelen een belangrijke rol als werkgever voor afgestudeerden.14
Weglek en terugkeer van jongeren In 2024 presenteerde het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) van de Maastricht University eenzelfde analyse in een onderzoek van studie- en locatiekeuze in het hoger onderwijs in Zeeland. Ook wordt een eigen universiteit in aansluiting op de werkgelegenheid in de regio benoemd als oplossing voor het doorbreken van de spiraal van het wegtrekken van jongeren.15 Eenzelfde conclusie kan getrokken worden op basis van het in 2025 verschenen rapport Jonge Zeeuwen in Beweging (2025). Dit onderzoek analyseert de verhuisbewegingen van jongeren in Zeeland, met een focus op vier groepen: blijvers, vertrekkers, terugkeerders en nieuwkomers. Uit het onderzoek blijkt dat mbo’ers vaker blijven en wo’ers vaker vertrekken. Bij afgestudeerden in het voortgezet- of middelbaar beroepsonderwijs is de weglek het grootst in de richtringen informatica, wiskunde, natuurwetenschappen, kunst, talen en journalistiek. De terugkeer en instroom is het sterkst in de sectoren landbouw, onderwijs, zorg, techniek en dienstverlening. Het rapport adviseert om per doelgroep en regio beleid te formuleren om theoretisch opgeleiden te behouden en aan te trekken.
Dit kan door in de sectoren met een hoge weglek juist werkgelegenheid te creëren en zo aan te sluiten bij het positieve verhuis- en instroombeeld dat al te zien is bij richtingen waar de binding met Zeeland al sterker is.16
Vertaling in overheidsbeleid De adviezen van de commissies en adviesraden hebben een vertaling gekregen in het beleid van de verschillende overheidslagen. Op Rijksniveau wordt gewerkt aan een concrete vertaling van ‘Elke regio telt!’. Op Zeeuwse schaal wordt gewerkt langs de lijnen van de Economische agenda (Provincie Zeeland) en de Strategische onderwijs- en onderzoeksagenda 2035 (Campus Zeeland). Het belang van het vervolgonderwijs, inclusief de ambitie om te komen tot volwaardig wetenschappelijk onderwijs-en onderzoek is opgenomen in het ‘Toekomstperspectief Zeeland 2050’. De gemeenteraad van Middelburg heeft in een 12 RLI et al, 2023: 48 13 RLI et al, 2023: 57 14 RLI et al, 2023: 71. Verder: RLI et al, 2023: 51-59. In de kabinetsreactie gaat de Minister in op welke wijze het Rijk invulling geeft aan de
aanbevelingen voor herijking van de reguliere beleids- en investeringslogica van het Rijk, het investeren in langjarige en substantiële programma’s voor regionale ontwikkeling, en het werken aan een vitale relatie tussen regio’s en rijksoverheid. 15 Het onderzoek biedt een analyse over de studiekeuze en locatiekeuze. Deze wordt beïnvloed door afstand, kosten, sociale omgeving, en aanbod. In de Zeeuwse context leiden beperkte bereikbaarheid en aanbod tot uitstroom van studenten. Onderwijsinstellingen spelen een belangrijke rol in het studiekeuzeproces, maar sluiten niet altijd aan op de wensen van jongeren. Het rapport bevestigd de negatieve spiraal op bevolking, werkgelegenheid en voorzieningen in Zeeland als gevolg van het wegtrekken van middelbare scholieren na hun eindexamen. Meer voorlichting door, en verbindingen tussen, voortgezet onderwijs en vervolgonderwijs kunnen helpen om jongeren in Zeeland te houden. Tevens wordt onderbouwd dat uitbreiding van de onderwijsinfrastructuur in Zeeland met een universiteit, zal leiden tot positieve effecten voor de regio, zeker als daarbij de aansluiting met de werkgelegenheid in de regio wordt gevonden (bijv. richtingen techniek en gezondheidszorg). Zie: Bakens et al. (2024): 22 16 Kenniscentrum Zeeuwse Samenleving (2025). Jonge Zeeuwen in beweging. Verhuispatronen van en naar Zeeland.
8
unaniem aangenomen motie besloten in het kader van Zeeland 2050 als hoofdstad van Zeeland een voortrekkersrol te willen spelen. Op gemeentelijke niveau benadrukt de Omgevingsvisie Middelburg 2050 het belang van onderzoek en onderwijs én het behoud van jongeren voor de ontwikkeling en leefbaarheid van de regio. Ook Vlissingen benoemt deze kwaliteiten in de Strategische visie Vlissingen 2040 en focust zich op de ontwikkeling van de Kenniswerf en heeft hiertoe een Ontwikkelvisie opgesteld.
4. De Strategische onderwijs- en onderzoeksagenda Zeeland als paraplu Analyse van de Zeeuwse onderwijs- en onderzoeksinfrastructuur Uit een analyse van de sterktes en zwaktes van de Zeeuwse onderwijs- en onderzoeksinfrastructuur (2024), blijkt opvolging van de adviezen van Balkenende en Wientjes. De brede onderwijswaaier van primair onderwijs tot en met wetenschappelijk onderwijs en toegepast onderzoek is een kracht en bedient de bestaande economische sectoren.
Sterke samenhang rond Zeeuwse thema’s Daarnaast is er een sterke samenhang rond de Zeeuwse thema’s water, energie en voedsel met ‘brede welvaart’ als de integrerende rode draad. Steeds vaker verbinden onderwijs- en onderzoeksinstellingen in Zeeland zich aan deze thema’s en maken ze tot uitgangspunt in de samenwerking met instellingen elders in Nederland of Vlaanderen.17 Met excellente instellingen biedt dit Zeeland een onderscheidend profiel. Daarbij wordt onderwijs op locatie, en dus dichtbij doelgroepen georganiseerd, onder meer door gebruik te maken van vernieuwende vormen van lesgeven.18
Kwetsbaarheden en uitdagingen Tegelijkertijd zijn ook de financiële kwetsbaarheden en uitdagingen er nog. Invoering van een vaste kostenvoet én een groei van het aantal studenten zijn essentieel als duurzame oplossing.19 Om het marktaandeel van het vervolgonderwijs in Zeeland te vergroten, is een grotere bekendheid van opleidingen en onderzoeksmogelijkheden nodig. Niet alleen voor jongeren, maar ook voor de beroepsbevolking als het gaat om de bij- en omscholing. Daarbij gaat het over ‘leven lang ontwikkelen’. Uit de analyse blijkt dat de (financiële) deelname van het bedrijfsleven aan campusontwikkeling, onderzoek en vernieuwing nog altijd achterloopt. Tot slot worden kansen gezien in kabinetsbeleid, bijvoorbeeld op het gebied van kernenergie en defensie.20 Deze analyse vormt de basis voor Strategische onderwijs- en onderzoeksagenda 2035, zoals vastgesteld door de Stuurgroep Campus Zeeland. De inschatting is dat de komende tien jaar circa € 90 miljoen nodig is voor het realiseren van het onderstaande streefbeeld:
17 Daarbij hanteren we als definitie een netwerk van onderwijs- en onderzoeksinstellingen, bedrijven en maatschappelijke organisaties die
samenwerken in onderzoeks- en leeromgevingen (al dan niet in campussen) verspreid over Zeeland. 18 Het gaat dan onder meer om zogeheten ‘hybride onderwijs’ ofwel onderwijs op locatie (bijv. in een zorginstelling of bedrijf) of door de inzet van ‘hybride’ docenten die niet alleen doceren, maar ook werken in de betreffende branche. 19 Er wordt momenteel gesproken over invoering van een vaste kostenvoet voor hbo instellingen. Voor universiteiten en het mbo wordt gezocht naar een andere oplossing. 20 Zie: SWOT-analyse uit Birch (2024).
9
“In 2035 vormt een solide onderwijs- en onderzoekinfrastructuur de basis voor het inspelen op economische en maatschappelijke ontwikkelingen, met onderwijs dat aansluit op de behoeften van het bedrijfsleven en instellingen. De focus ligt op de Zeeuwse thema’s water, energie en voedsel. Zeeland profileert zich als een kennisregio waarin onderwijs, onderzoek en innovatie bijdragen aan de regionale economie en maatschappelijke uitdagingen. We richten ons op de onderwijswaaier MBO-HBO-WO, met daarin doorlopende lijnen naar het VO en PO. Living Labs en proeftuinen spelen hierin een cruciale rol, als plekken waar vernieuwende concepten worden ontwikkeld en getest door het bedrijfsleven en onderwijsinstellingen.”
Om in een concurrerende markt te kunnen groeien in het aantal studenten, is het van belang dat de onderwijsorganisaties zich onderscheiden door goed onderwijs én sterk onderzoek. Hiertoe formuleert Campus Zeeland de volgende ambities voor 2035: 1.
Onderwijs en arbeidsmarkt zijn een dynamisch ecosysteem dat elkaar versterkt door kwalitatief hoogwaardig onderwijs en onderzoek. Stageplaatsen, ‘hybride’ docenten en een centraal Zeeuws Schakelpunt zorgen voor optimale samenwerking en afstemming;
2.
Er is een toekomstbestendig en toegankelijk onderwijsaanbod van primair tot universitair onderwijs dat aansluit op de regionale economische en maatschappelijke uitdagingen. Elke Zeeuw heeft toegang tot passend onderwijs dat hen voorbereidt op de toekomst21;
3.
In 2035 biedt Zeeland volwaardig wetenschappelijk (master)onderwijs en onderzoek aan, in verbinding met bestaande onderwijs- en onderzoeksinstellingen binnen en buiten Zeeland. Dit academisch onderwijs sluit aan bij de Zeeuwse arbeidsmarkt en innovatiethema’s en koppelt kennis aan praktijkgerichte projecten in de regio. Dit draagt bij aan kennisontwikkeling, innovatie en het behouden en aantrekken van talent (studenten en onderzoekers);
4.
Zeeland beschikt over een meerdere moderne campussen waar leren, werken en leven samengaan. Deze locaties, waaronder de Woon-Leef-Werk-Campus op Walcheren, trekken jaarlijks duizenden nieuwe studenten en professionals. Ze fungeren als kenniscentra en innovatiehubs die onderwijs en onderzoek integreren, waarbij mbo, hbo en wo samenwerken aan Zeeuwse thema’s;
5.
Zeeland is een (inter)nationaal erkende proeftuin voor duurzame innovaties op het gebied van water, energie en voedsel. Innovatieve bedrijven, start-ups en kennisinstituten werken samen in Living Labs en hubs, met het Delta Climate Center als kern. Zeeland trekt jong talent en ondernemerschap aan door haar innovatieve aanpak en biedt oplossingen voor wereldwijde uitdagingen.
Om het streefbeeld en de ambities te realiseren wordt gewerkt langs drie actielijnen: • • •
organiseren toekomstbestendig onderwijs (basis op orde); verbinden onderwijs en onderzoek met economische en maatschappelijke uitdagingen; versterken wervingskracht en profilering van Zeeland op passende, maar ook onderscheidende thema’s.
De bovenstaande ambities hanteren wij als uitgangspunt voor de definitie van het strategisch partnerschap met de gemeente Vlissingen als samenhangende onderwijsregio en de rolneming als gemeente Middelburg. 21 Ook in het speciaal voortgezet onderwijs speelt een problematiek rond de financiering onder de brede opleidingswaaier, met daarnaast
een stapelingsproblematiek in het voortgezet speciaal onderwijs waardoor kwetsbare leerlingen en jongeren (bijvoorbeeld met een onderwijsachterstand) dreigen uit te vallen of niet het gewenste maatwerk krijgen. Naast de pleidooi om slagkracht tussen de scholenkoepels onderling, Jeugdzorg en middelbaar beroepsonderwijs te organiseren, is er ook de oproep aan het Rijk om in de bekostigingssystematiek rekening te houden met de uitdagingen voor dunbevolkte regio’s. Zie: Dingelstad (2025): pp 1-3.
10
6. Uitdagingen en kansen voor de Woon-Werk-Leef Campus Walcheren De Strategische onderwijs-en-onderzoeksagenda 2035 kent ambities voor de lange termijn. Om deze te vertalen naar de opgaven voor de Woon-Werk-Leef Campus op Walcheren heeft een participatietraject plaatsgevonden, conform het besluit van de Middelburgse gemeenteraad. Een impressie en verantwoording van het participatietraject is opgenomen als bijlage 2. Tijdens het participatieproces hebben wij grote betrokkenheid ervaren van alle partijen. Ook was er een breed gehoorde oproep om als Middelburg en Vlissingen samen op te trekken. Er is veel energie om te werken aan een sterke en inclusieve Woon-Werk-Leef-Campus. Voor de korte termijn is een krachtige lobby voor een hogere vaste voet in de basisbekostiging prioritair. Deze is van groot belang voor het behoud van de brede onderwijswaaier die essentieel is voor de Zeeuwse arbeidsmarkt. Daarnaast vormen de kwaliteit van opleiding en onderzoek, de persoonlijke benadering van de onderwijsinstellingen en beschikbaarheid van studentenkamers en voorzieningen een kracht, die Middelburg-Vlissingen een onderscheidend, ander profiel geeft ten opzichte van de grote studentensteden. Een profiel én kracht die kan worden ingezet voor vergroting van de instroom. Tijdens het particiaptietraject zijn er vele goede suggesties gedaan voor acties op de korte- en (middel)lange termijn.
Deze uitdagingen en kansen vertalen wij langs de drie actielijnen uit de Strategische Onderwijs-enonderzoeksagenda. We maken daarbij een onderscheid tussen acties voor de korte termijn (<5 jaar) en de lange termijn (5>10 jaar).
6.1. Ondersteun het organiseren van toekomstbestendig onderwijs Vragen van het Vervolgonderwijs in Zeeland voor de korte termijn: •
• • •
Het Zeeuwse vervolgonderwijs hecht een groot belang aan het vergroten van het Zeeuwse marktaandeel, zowel als het gaat om de instroom van studenten als om- en bijscholing van de beroepsbevolking. Dit kan door het meefinancieren van kennismakingsprogramma’s op de doorgaande leerlijnen. Vergroting van de instroom versterkt de financiële basis van de brede opleidingswaaier die nodig is voor toeleiding naar de Zeeuwse economische sectoren. Omdat leerlingeninstroom alleen niet genoeg is, wordt ondersteuning gevraagd bij de lobby voor een vaste kostenvoet. Ondersteuning bij het realiseren van hybride leeromgevingen (werken en leren) in samenwerking met bedrijven en instellingen. Ondersteuning bij het versterken van samenwerking in de backoffice (personeel, ICT, communicatie, marketing). Inzetten van Zeeuwse onderwijs- en onderzoeksinstellingen als ‘preferred supplier’ in het kader van leervragen personeel (leven lang ontwikkelen).
Vragen van het Zeeuwse vervolgonderwijs voor de lange termijn: • • •
Het komen tot een duurzame financiële relatie tussen overheid, onderwijsinstellingen, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties gekoppeld aan maatschappelijke tegenprestaties. Meedenken over oplossingen voor het aantrekken en behouden van onderwijspersoneel, inclusief hybride docenten (werknemers, die tevens lesgeven). Actief bijdragen aan het leggen van verbindingen met universiteiten in Nederland en Vlaanderen (bijv. Utrecht, Leiden, Delft en Gent) in de ambitie om te groeien tot een volwaardige universiteit.
11
6.2. Verbind onderwijs en onderzoek met maatschappelijke en economische opgaven Vragen van het Zeeuwse vervolgonderwijs voor de korte termijn: •
•
Stimuleren van samenwerking van onderwijs en onderzoek met economische hubs zoals Dockwize en KAAP, met de nadruk op het MKB. Concreet wordt de suggestie gedaan om als Middelburg deel te nemen aan Dockwize. Ondersteunen van praktijkgericht onderzoek binnen DCC en JRCZ door voldoende opdrachten, gericht ook op een duurzame business case. Daarmee beiden verankeren als pijlers onder een geïntegreerde kennisinfrastructuur en positioneren als aanjagers van maatschappelijke innovatie in Zeeland.
Vragen van het Zeeuwse vervolgonderwijs voor de lange termijn: •
Het actief betrekken van andere Zeeuwse kennis- en onderzoeksinstituten (zoals bijvoorbeeld RIAS, Kenniscentrum Slavernij, Strategisch Kenniscentrum Ondermijnende criminaliteit) bij de ontwikkeling van het regionale onderwijs- en onderzoeksprogramma. Daarmee het aanbod van onderwijs en onderzoek verbreden en de aantrekkelijkheid voor studenten vergroten.
6.3. Versterk de wervingskracht en profilering van Zeeland als onderwijsregio Vragen van het Zeeuwse vervolgonderwijs voor de korte termijn: •
• •
• •
•
Positioneren van de onderwijsregio Middelburg-Vlissingen als een aantrekkelijke woon-, leer- en werkomgeving voor studenten, docenten en onderzoekers, gericht op behoud Zeeuwse studenten en werven studenten uit omliggende regio’s én het buitenland. Onderwijsregio gezamenlijk profileren met een gericht marketingprogramma van onderwijsinstellingen en overheden, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. Inzetten van City Marketing Vlissingen en de Merkorganisatie Zeeland voor het bundelen van promotieactiviteiten. Het laatste vraagt dan aansluiting van Middelburg. Investeren in voldoende betaalbare huisvesting voor studenten, onderzoekers en onderwijspersoneel. Investeren in goede bereikbaarheid via van en naar Middelburg-Vlissingen via goede (snel)busverbindingen vanuit Zeeuws-Vlaanderen, Tholen en Schouwen-Duiveland (en Zuid-HollandZuid), en daarnaast een betrouwbare spoorverbinding. Zeeland, inclusief verbindingen van West-Brabant en Zuid-Holland-Zuid. Investeren in een aantrekkelijke campus met voorzieningen op het gebied van cultuur, sport, bewegen en welzijn (mentaal welbevinden en medische ondersteuning). Vormen van een community gericht op verbinding met de Zeeuwse samenleving.
Organiseren van structureel overleg tussen overheid, onderwijsinstellingen, studenten en maatschappelijke organisaties (cultuur, sport, bewegen en welzijn), gericht op uitvoering van een gezamenlijke agenda.
Vragen voor de lange termijn: •
• •
Zeeland blijvend te profileren als een onderscheidende onderwijs- en onderzoeksregio met een focus op thema’s als duurzaamheid en kwaliteit van leven (‘brede welvaart’). Inhoudelijke doorontwikkeling van opleidingen en onderzoeken op de bestaande thema’s water, voedsel en energie, en daarnaast benutten van nieuwe kansen op het gebied van defensie. (OV)bereikbaarheid van Zeeland vergroten vanuit Vlaanderen (met name Gent). Stimuleren van alumni-netwerken en ambassadeurschap voor Zeeland.
12
7. Uitgangspunten voor rolneming gemeente Middelburg Het realiseren van de ambities voor de Woon-Werk-Leef Campus vraagt een verdere clustering en versterking van functies op Walcheren. Zowel om te komen tot de massa en aantrekkingskracht die nodig is voor het verduurzamen van onderwijs- en onderzoek, als voor het aantrekken van nieuwe initiatieven en extra studenten. Dit vraagt een strategisch partnerschap van Middelburg en Vlissingen. We willen dit doen door te gaan werken als één onderwijsregio. Hiermee geven we invulling aan de langjarige roep om realisatiekracht en de wens van de gemeenteraad van Middelburg bij de opdracht voor deze toekomstvisie. Alvorens wij invulling kunnen geven aan dit strategisch partnerschap, duiden wij in dit hoofdstuk eerst onze eigen rol als Middelburg. Daarbij is belangrijk om te noemen dat gemeenten geen wettelijke rol of verantwoordelijkheid hebben ten aanzien van het vervolgonderwijs. Duidelijk is dat de verantwoordelijkheid voor het aanbieden van onderwijsprogramma’s, stageopdrachten en onderzoeksprojecten primair ligt bij de onderwijsinstellingen, het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. Wel kunnen wij als gemeente een rol spelen door de vraagstukken van het vervolgonderwijs te verbinden aan taken en verantwoordelijkheden die wij wel hebben.
Daarbij gaat het om de lokale economie, arbeidsmarkt en leefomgeving, en daarnaast om welzijn, sport en cultuur. Onze rolneming kan alleen effectief zijn als hier goed wordt afgestemd met de Provincie en het Rijk. Met hen gaan wij in gesprek over hun inzet en rol, bijvoorbeeld als het gaat om de bereikbaarheid en bekostiging. Op deze wijze versterken we samen het Zeeuwse ecosysteem van onderwijs en onderzoek. Meer dan in het verleden vullen wij als gemeente Middelburg onze rol actief in. Dan het gaat primair over het creëren van voorwaarden waarbinnen het onderwijs- en onderzoek kan groeien. Wij concretiseren onze rollen als volgt:
Stimulerende- en belangenbehartigende rol •
•
•
Wij denken met het vervolgonderwijs in Zeeland en DCC-partners mee over de ontwikkelingen die op korte, middellange en lange termijn nodig zijn voor een onderscheidend profiel van het onderwijs- en onderzoek in Zeeland. Waar nodig stimuleren wij onderzoek van het imago van het onderwijs- en onderzoek in Zeeland en het klimaat voor studenten, onderzoekers en onderwijsprofessionals. Dit kan door het beschikbaar stellen van middelen, capaciteit, denkkracht of het inhuren daarvan. De Merkorganisatie Zeeland is in deze een logische partner. Samen met het vervolgonderwijs in Zeeland en DCC-partners behartigen wij hun belang extern. Wij zetten daarbij in op het vergroten van het organiserend vermogen en trekken samen op in relevante netwerken binnen Zeeland, maar ook richting provincie, Rijk en Europa. Onze inzet is gericht op het verbeteren van de aantrekkelijkheid en bereikbaarheid van opleidings- en onderzoeklocaties. Daarbij stimuleren wij als onderwijsregio, en dus samen met Vlissingen, ook de samenwerking en uitwisseling tussen de regio’s in Zeeland. Wij stimuleren en ondersteunen het vervolgonderwijs bij het leggen van contacten met andere onderwijsorganisaties binnen en buiten Nederland, gericht op samenwerking. Deze contacten moeten leiden tot het aantrekken van nieuwe opleidingen en onderzoeksmogelijkheden, en het genereren van financiering.
13
Ontwikkelende rol •
•
•
Wij geven als werkgever zelf het goede voorbeeld door in ons (opleidings)beleid het vervolgonderwijs én de onderzoeksorganisaties in Zeeland voor zover als mogelijk te beschouwen als ‘preferred supplier’. Zowel als het gaat om stages, startersfuncties als onderzoeksopdrachten. Ook onderzoeken wij de inzet van Zeeuwse onderwijsinstellingen voor de bij- en omscholing van ons personeel. Binnen onze woonopgave zetten wij in op een aantrekkelijk woon- en leefklimaat voor studenten, onderwijspersoneel en onderzoekers. Wij doen dit aanbodgericht omdat de beschikbaarheid van voldoende, kwalitatieve huisvesting een belangrijke voorwaarde is voor het vergroten van de instroom en het aantrekken van personeel. Daarbij stemmen wij af met Vlissingen, de huisvestingsorganisaties en onderwijsinstellingen. Ons motto is: “voor iedere student, leerkracht en onderzoeker een huis’.22 Via marketing en promotie zetten wij in op het vergroten van de zichtbaarheid van de opleiding- en onderzoeksmogelijkheden in Zeeland. In het verlengde hiervan stimuleren wij de verbinding van de onderwijs- en onderzoeksinstellingen met de lokale arbeidsmarkt en economie, bijvoorbeeld als het gaat om gerelateerde start-ups, scale-ups en grown-ups op onze bedrijventerreinen.
Faciliterende en investerende rol •
•
• •
Samen met de onderwijsorganisaties voorzien wij in adequate voorzieningen op het gebied van ontmoeting, ontspanning, beweging en gezondheidszorg. Dit kan zowel gaan om voorzieningen als programma’s. Wij doen dit in afstemming met Vlissingen; Wij stemmen ons cultuurbeleid af op een betere aansluiting van het culturele aanbod op de behoeften van jongeren en jongvolwassen, zowel in de rol van bezoekers als actieve beoefenaar. Wij doen dit in afstemming met Vlissingen; Wij zetten in op het welzijn en de veiligheid van studenten. Dat doen we samen met de welzijn-, gezondheids- en veiligheidsorganisaties. Wij stemmen hierbij af met Vlissingen; Waar nodig investeren wij in voorzieningen voor hoger- en universitair onderwijs, bijvoorbeeld een academiegebouw of gezamenlijke sociëteit voor studenten van UCR, HZ en Scalda
De bovenstaande rolneming van de gemeente Middelburg vormt het uitgangspunt voor de invulling van het strategisch partnerschap met Vlissingen. Deze wordt uitgewerkt in het volgende hoofdstuk.
8. Werken als één onderwijsregio: strategisch partnerschap met Vlissingen Vlissingen en Middelburg hebben een gedeeld beeld over het belang van het vervolgonderwijs. Behoud én ontwikkeling is niet alleen prioritair voor beide gemeenten, maar voor de arbeidsmarkt, economie en leefbaarheid van Zeeland als geheel. Het is de ambitie van de onderwijsregio om jonge Zeeuwen aan de provincie te binden, en talentvolle nieuwkomers van buiten aan te trekken. In het kader van het strategisch partnerschap ondersteunt Middelburg de ontwikkeling van de Kenniswerf. Nieuwbouw van de HZ aan de Edisonweg, de uitbouw van het Delta Climate Center (DCC) en de ontwikkeling van de start- en scale-ups zijn in het belang van Zeeland. De ontwikkeling van de Kenniswerf wint aan kracht door de campuslocaties in Middelburg en de onderwijs- en onderzoeksfaciliteiten van het Groenewoud (JRCZ) en de UCR. Met de UCR en het RIAS ziet Middelburg zich als de zetel van het academisch onderwijs met het monumentale stadhuis als academiegebouw. Door het ook aanhaken van Middelburgse bedrijven op deze ontwikkelingen wordt innovatiekracht op regionale schaal versterkt. Als onderwijsregio beschikken Middelburg en Vlissingen over kwalitatief onderwijs- en onderzoek, hightech campussen en aantrekkelijke voorzieningen en activiteiten op het gebied van cultuur, welzijn en sport.
In afstemming met Vlissingen definiëren we het strategisch partnerschap als volgt:
22 Na vaststelling van deze Onderwijsvisie 2025-2043 actualiseren wij waar nodig de Beleidsnota studentenhuisvesting 2023-2028.
14
“Middelburg en Vlissingen vormen samen het kloppend hart van het Zeeuwse vervolgonderwijs. De ligging, gedeelde voorzieningen en samenwerking met onderwijsinstellingen, bedrijven en overheden vormen de basis voor een sterke onderwijsregio. Deze samenwerking versterkt de regio als plek om te studeren, werken en innoveren.” Waar gaan we als onderwijsregio mee door? • • •
Ondersteunen van onderwijs en onderzoek als motor voor brede welvaart. Investeren in bereikbaarheid, huisvesting en voorzieningen die bijdragen aan een aantrekkelijke en veilige leefomgeving voor studenten en inwoners. Samen optrekken met onderwijsinstellingen en maatschappelijke partners.
Wat gaan we als onderwijsregio nog meer doen? • •
• • •
Actiever coördineren en stimuleren van samenwerking. Actiever inzetten op acquisitie van studenten en nieuwe opleidingen die passen bij vraagstukken die leven in Zeeland; Realiseren van studentenhuisvesting en voorzieningen die specifiek gericht zijn op het dagelijks leven van studenten en starters of (tijdelijk) werkenden in het onderwijs en onderzoek. Wij verbinden wonen, werken en leren nog meer. De regio sterker promoten als aantrekkelijke onderwijsplek. Het belang van de onderwijsinstellingen, hun ontwikkeling en groei behartigen in de Rijkregiogesprekken die in het kader van Zeeland 2050 worden gevoerd met het Rijk. Onderwijsinstellingen ondersteunen bij het aantrekken van studenten en personeel en opdrachten voor onderzoek en toepassing.
Hoe gaan we dit als onderwijsregio doen? • • •
We nemen een zichtbare en betrouwbare rol als partner. We verbinden onderwijs met economie, leefomgeving en samenleving. We werken toe naar 2035 met een uitvoeringsagenda met concrete stappen en mijlpalen.
Naar een uitvoeringsagenda vanaf 2026… Om verdere invulling te geven aan het strategisch partnerschap ondertekenen Vlissingen en Middelburg begin 2026 een intentieverklaring als onderlegger voor een gezamenlijke uitvoeringsagenda. Deze agenda benoemt dan de mijlpalen en acties tot 2035.23
23 Hiermee wordt invulling gegeven aan het besluit van college B&W van Vlissingen van december 2023 om een "Samenwerkingsagenda
middelbaar en hoger onderwijs Middelburg-Vlissingen” op te stellen.
15
Gebruikte bronnen Onderzoeksrapporten- en adviezen • •
• • •
• • •
Schoors, Prof.dr. K. & Karas, Dr. A. & Kamphuis, M. Zeeland and RA. The annual impact of the Roosevelt Academy on the Economic Activity in Zeeland. Universiteit Gent. (2010). Commissie structuurversterking en werkgelegenheid Zeeland. Zeeland in stroomversnelling, actieprogramma voor duurzame economische groei, regionale inbedding en bestuurlijke daadkracht. (2016). Wientjes, Bernard (speciaal adviseur). Wind in de Zeilen. Een nieuwe start. Advies compensatiepakket Vlissingen en Zeeland. (2020). Rli, ROB en RVS. Elke regio telt! Een nieuwe aanpak van verschillen tussen regio's. (2023). Bakens, Jessie & Cörvers, Frank & Meng, Christoph & van Oosterhout, Kars. "Studie- en locatiekeuze in het hoger onderwijs: Zeeland”, ROA Technical Report, Maastricht University, Research Centre for Education and the Labour Market (ROA). (2024). Birch. Bouwstenen Verkenning Strategische Onderwijs- en Onderzoeksagenda Zeeland. (2024). Dingelstad, F. en T. Brandenbarg. Onderwijs en zorg: perspectief bieden aan kwetsbare jongeren. Stapelingsproblematiek in het voortgezet onderwijs in Zeeland. (2025). HZ Kenniscentrum Zeeuwse Samenleving. Jonge Zeeuwen in beweging. Verhuispatronen van en naar Zeeland. (2025).
Visies en beleidsnota’s • • • • • •
Gemeente Vlissingen. Blik op de toekomst. Strategische visie 2040. (2021). Z4 (gemeenten Vlissingen, Terneuzen, Goes en Middelburg): position papers ‘profilering stedelijkheid’. (2020). Gemeente Middelburg, Beleidsnota studentenhuisvesting 2023-2028. (2023). Gemeente Middelburg. “Omgevingsvisie Middelburg 2050”. (2024). Gemeente Vlissingen. Ontwikkelvisie Kenniswerf (2024). Campus Zeeland, Onderwijs, onderzoek en innovatie. Strategische Onderwijs- en Onderzoek agenda 2025-2035. (2025).
Artikelen • •
Illustre School in Middelburg - Zeeuwse Ankers: www.zeeuwseankers.nl W. Frijhoff. Zeelands universiteit: hoe vaak het mislukte, en waarom, in: Archief KZGW 1987, 7-41.
Bijlage 1. Participatieverslag Middelburg Onderwijsstad
16