25-164 Bijlage 1. Concept-statuten fusiestichting
Tekst van het document
-1-
Concept statuten Stichting voor Voortgezet Onderwijs op Walcheren Naam en zetel Artikel 1 1. De stichting draagt de naam: Stichting voor Voortgezet Onderwijs op Walcheren. 2. De stichting heeft haar zetel in de gemeente Middelburg. 3. De stichting is opgericht voor onbepaalde tijd. Begripsbepalingen Artikel 2 1. In deze statuten wordt verstaan onder: a. gemeenten: de gemeente Middelburg en de gemeente Vlissingen; b. gemeenteraden: de gemeenteraad van de gemeente Middelburg en de gemeenteraad van de gemeente Vlissingen; c. scholen: de door de stichting in stand gehouden scholen; d. schriftelijk: per post, per e-mail of via enig andere digitale informatiedrager, waarmee het mogelijk is informatie te verzenden of vast te leggen op een manier die leesbaar en reproduceerbaar is, tenzij uitdrukkelijk anders is vermeld; e. Wvo 2020: de Wet voortgezet onderwijs 2020 dan wel een op enig moment daarvoor in de plaats tredende wet. 2. Tenzij anders blijkt of kennelijk anders is bedoeld, sluit een verwijzing naar een begrip of woord in het enkelvoud een verwijzing naar de meervoudsvorm van dit begrip of woord in en omgekeerd. 3. Tenzij anders blijkt of kennelijk anders is bedoeld, sluit een verwijzing naar het mannelijke geslacht een verwijzing naar het vrouwelijke geslacht in en omgekeerd. Doel en middelen Artikel 3 1.
De stichting heeft ten doel het geven van openbaar onderwijs en bijzonder onderwijs op christelijke grondslag in afzonderlijke openbare respectievelijk bijzondere scholen. Teneinde haar doel te bereiken kan de stichting gebruikmaken van alle middelen die daaraan dienstbaar zijn. 2. Het onderwijs aan de openbare scholen draagt bij aan de ontwikkeling van de leerlingen met aandacht voor de godsdienstige, levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden die leven in de Nederlandse samenleving en met onderkenning van de betekenis van de verscheidenheid van die waarden. Het onderwijs aan de openbare scholen wordt zo gegeven dat ieders godsdienst of levensovertuiging wordt geëerbiedigd. 3. Het onderwijs aan de scholen op christelijke grondslag wordt gegeven vanuit een modern christelijke opvatting en op basis van de christelijke waarden. Voor dit onderwijs vormen christelijke bronnen, waaronder de Bijbel, het uitgangspunt. 4. De stichting heeft geen winstoogmerk. 5. Erfstellingen worden slechts onder het voorrecht van boedelbeschrijving aanvaard. Organen van de stichting Artikel 4
-2-
De stichting kent als organen: a. het college van bestuur; b. de raad van toezicht. College van bestuur; samenstelling en benoeming Artikel 5 1. Het aantal leden van het college van bestuur wordt door de raad van toezicht vastgesteld. 2. De leden van het college van bestuur worden benoemd door de raad van toezicht, na verkregen advies van de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad en met inachtneming van de volgende artikelleden. 3. Benoeming van de leden van het college van bestuur vindt plaats aan de hand van een door de raad van toezicht vast te stellen openbare werving- en selectieprocedure en vooraf openbaar gemaakte profielen. Ten aanzien van zowel de benoeming van de leden van het college van bestuur als de vaststelling of wijziging van de profielen, heeft de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad een adviesrecht. 4. Ieder lid van het college van bestuur is onafhankelijk ten opzichte van de (eventuele) overige leden van het college van bestuur, de raad van toezicht en van de (deel)belangen van de stichting. Tot lid van het college van bestuur kan niet worden benoemd: a. een lid van de raad van toezicht of een voormalig lid van de raad van toezicht van de stichting, behoudens de situatie genoemd in artikel 6 lid 5 van deze statuten; b.
een persoon die tevens de functie van bestuurder of intern toezichthouder vervult bij een andere onderwijsorganisatie binnen dezelfde onderwijssector als de stichting; c. een persoon die tevens de functie van bestuurder of intern toezichthouder vervult bij een onderwijsorganisatie in een andere onderwijssector dan de stichting, tenzij deze onderwijsorganisatie een ander voedingsgebied bedient. 5. Een lid van het college van bestuur vervult geen nevenfuncties die conflicterend zijn met het doel van de stichting. Voordat een lid van het college van bestuur in functie treedt, meldt hij schriftelijk zijn betaalde en onbetaalde nevenfuncties aan de raad van toezicht. Voor het aanvaarden van een betaalde of onbetaalde nevenfunctie wordt door het betreffende lid van het college van bestuur voorafgaand goedkeuring gevraagd aan de raad van toezicht. De criteria die dienen als basis voor de raad van toezicht voor het verlenen of onthouden van goedkeuring aan de aanvaarding van een nevenfunctie worden vastgelegd in het bestuursreglement. 6. Aan leden van het college van bestuur worden geen persoonlijke leningen of financiële garanties namens de stichting verstrekt. 7. De vaststelling van de bezoldiging en overige arbeidsvoorwaarden van de leden van het college van bestuur geschiedt door de raad van toezicht.
Bij de vaststelling of wijziging van de bezoldiging en arbeidsvoorwaarden van de bestuurders wordt aangesloten bij de voor bestuurders in de sector geldende (wettelijke) normen. College van bestuur; Schorsing en ontslag, belet en ontstentenis Artikel 6 1. De raad van toezicht kan besluiten een lid van het college van bestuur te schorsen. Indien een lid van het college van bestuur is geschorst,
-3-
dient de raad van toezicht binnen zes weken na ingang van de schorsing te besluiten tot ontslag dan wel opheffing of verlening van de schorsing. Bij gebreke van een besluit als bedoeld in de vorige zin, vervalt de schorsing. Een besluit tot verlenging van de schorsing kan slechts eenmaal worden genomen en de schorsing kan daarbij ten hoogste worden verlengd voor zes weken, ingaande op de dag waarop de raad van toezicht het besluit tot verlenging heeft genomen. 2. Het lid van het college van bestuur dat is geschorst, wordt in de gelegenheid gesteld zich in de vergadering van de raad van toezicht te verantwoorden en zich daarbij door een raadsman te laten bijstaan. 3. De raad van toezicht kan besluiten een lid van het college van bestuur te ontslaan. Een besluit tot ontslag wordt slechts genomen na verkregen advies van de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad en nadat het lid van het college van bestuur over wiens ontslag wordt besloten in de gelegenheid is gesteld om te worden gehoord. Daarbij kan het lid van het college van bestuur zich laten bijstaan door een raadsman. 4. Een bestuurder defungeert voorts: a. door vrijwillig aftreden (bedanken); b. doordat hij failliet wordt verklaard of aan hem surseance van betaling wordt verleend dan wel op hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen – al dan niet voorlopig – op hem van toepassing wordt verklaard; c.
indien titel 16 (curatele), titel 19 (onderbewindstelling) en/of titel 20 (mentorschap) van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek op hem van toepassing wordt; d. door het verstrijken van de mogelijkerwijze vastgestelde duur van de benoeming; e. door ontslag door de rechtbank op grond van artikel 298 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek; f. door overlijden. 5. Bij ontstentenis of belet van één of meer leden van het college van bestuur, berust het bestuur bij de overblijvende leden dan wel het overblijvende lid van het college van bestuur. In het geval van ontstentenis of belet van alle leden van het college van bestuur, berust het bestuur tijdelijk bij één of meer door de raad van toezicht al dan niet uit haar midden aan te wijzen personen, onverminderd de verplichting voor de raad van toezicht zo spoedig mogelijk in het bestuur te voorzien. Indien en voor zover een lid van de raad van toezicht optreedt als tijdelijk bestuurder als in de vorige volzin bedoeld, treedt die persoon voor die periode uit de raad van toezicht. College van Bestuur; taken en bevoegdheden Artikel 7 1. Het college van bestuur is belast met het besturen van de stichting, onder toezicht van de raad van toezicht.
Aan het college van bestuur komen in de stichting alle taken en bevoegdheden toe, die tot het bevoegd gezag als bepaald in de onderwijsregelgeving behoren en die niet door de wet of de statuten aan andere organen of derden zijn opgedragen. 2. Bij de vervulling van zijn taak richt het college van bestuur zich naar
-4-
het belang van de stichting, het belang van de scholen die door de stichting in stand worden gehouden en het belang van de samenleving en weegt het college van bestuur deze belangen tegen elkaar af. 3. Het college van bestuur stelt ten behoeve van de scholen op christelijke grondslag een identiteitscommissie in, die tot taak heeft gevraagd en ongevraagd te adviseren over de identiteit van de scholen op christelijke grondslag. 4. Het college van bestuur is slechts met goedkeuring van de raad van toezicht bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt. Het ontbreken van de bedoelde goedkeuring tast de vertegenwoordigingsbevoegdheid van het college van bestuur aan. 5. Het college van bestuur behoeft tevens de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht voor het nemen van besluiten met betrekking tot: a. het vaststellen of wijzigen van het strategisch (meerjaren)beleidsplan van de stichting; b. het vaststellen of wijzigen van de (meerjaren)begroting, de jaarrekening en het jaarverslag van de stichting; c. het vaststellen of wijzigen van een treasurystatuut van de stichting; d.
het vaststellen of wijzigen van een managementstatuut van de stichting; e. het vaststellen of wijzigen van een integriteitsregeling voor de stichting; f. het opheffen, samenvoegen of overdragen van een onder het bevoegd gezag van de stichting staande school alsmede het stichten van een nieuwe school, dan wel het aanvaarden van het bevoegd gezag over een school; g. het aangaan, wijzigen of verbreken van een duurzaam en/of strategisch samenwerkingsverband, indien deze samenwerking of verbreking van ingrijpende betekenis is voor de stichting of de in stand te houden scholen; h. het verkrijgen, wijzigen of beëindigen van een deelneming of zeggenschap in een andere rechtspersoon en het oprichten van een andere rechtspersoon; i. ingrijpende reorganisaties, waaronder in ieder geval moet worden verstaan gelijktijdig of binnen een tijdbestek van drie maanden het beëindigen van de arbeidsovereenkomsten dan wel ingrijpend wijzigen van de arbeidsvoorwaarden van ten minste twintig in dienst van de stichting zijnde personeelsleden; j. het aangaan van transacties waarbij tegenstrijdige belangen van leden van het college van bestuur spelen die van materiële betekenis zijn voor de stichting en/of voor de betreffende leden van het college van bestuur; k.
het aangaan van geldleningen door de stichting als schuldenaar of als schuldeiser boven een door de raad van toezicht vastgesteld en aan het college van bestuur meegedeeld bedrag; het aangaan van verplichtingen en het doen van bestedingen die niet zijn voorzien
-5-
in de begroting en een door de raad van toezicht vastgesteld en aan het college van bestuur meegedeeld bedrag te boven gaan; l. het wijzigen van de statuten, fusie, (af)splitsing, omzetting en ontbinding van de stichting; m. het aanvragen van surseance van betaling of faillissement van de stichting. 6. De besluitvorming over de opheffing van de door de stichting in stand gehouden openbare scholen is voorbehouden aan de gemeenteraden. 7. Het college van bestuur heeft goedkeuring nodig van de gemeenteraden voor besluiten tot verplaatsing, samenvoeging, omzetting, splitsing of opheffing van een openbare school. Goedkeuring kan alleen worden onthouden indien het besluit van het college van bestuur op onevenredige wijze het belang van het openbaar onderwijs schaadt. 8. Het college van bestuur stelt, na goedkeuring van de raad van toezicht en met inachtneming van deze statuten, een bestuursreglement op, waarin aangelegenheden het college van bestuur intern betreffende nader worden geregeld, daaronder begrepen de vergaderwijze, overige werkwijze en de wijze waarop de door het college van bestuur te nemen besluiten tot stand komen, alsmede de eventuele onderlinge verdeling van taken. 9. Het college van bestuur verschaft de raad van toezicht tijdig, gevraagd en ongevraagd, de voor de uitoefening van diens taak benodigde gegevens.
College van Bestuur; vergadering en besluitvorming Artikel 8 1. Vergaderingen van het college van bestuur zijn in principe openbaar, met dien verstande dat het college van bestuur kan besluiten om vergaderingen besloten te verklaren voorzover deze betrekking hebben op het bijzonder onderwijs. Vergaderingen vinden voorts uitsluitend achter gesloten deuren plaatsvinden indien het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen: a. het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer; b. de economische of financiële belangen van de stichting; c. het belang van voorkoming van onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de aangelegenheden betrokken natuurlijke personen dan wel derden. 2. In de vergadering van het college van bestuur heeft ieder lid van het college van bestuur recht op het uitbrengen van één stem. Voor zover in deze statuten niet anders wordt voorgeschreven, besluit het college van bestuur bij volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin ten minste de helft van de leden van het college van bestuur aanwezig of vertegenwoordigd is. Indien de stemmen staken is het voorstel verworpen en komt geen besluit tot stand. 3. Een lid van het college van bestuur kan zich ter vergadering door een schriftelijk gevolmachtigd ander lid van het college van bestuur doen vertegenwoordigen.
Een lid van het college van bestuur kan ten hoogste één ander lid van het college van bestuur vertegenwoordigen. 4. Besluiten van het college van bestuur kunnen ook buiten vergadering tot stand komen, mits dit schriftelijk geschiedt en geen van de leden van het college van bestuur zich hier tegen verzet. Een besluit is dan
-6-
genomen als de vereiste meerderheid van de leden van het college van bestuur zich voor het voorstel heeft verklaard. Elk buiten vergadering genomen besluit wordt schriftelijk gedocumenteerd. 5. Aan vergaderingen van het college van bestuur kan worden deelgenomen door middel van een elektronisch communicatiemiddel. Hiervoor is vereist dat een deelnemer van de vergadering via het elektronisch communicatiemiddel kan worden geïdentificeerd, rechtstreeks kan kennisnemen van de verhandelingen ter vergadering, deel kan nemen aan de beraadslaging en het stemrecht kan uitoefenen. 6. Indien een lid van het college van bestuur direct of indirect een persoonlijk tegenstrijdig belang heeft met de stichting, neemt het lid geen deel aan de beraadslaging en besluitvorming ter zake binnen het college van bestuur. Indien alle leden van het college van bestuur een tegenstrijdig belang, als bedoeld in de vorige zin, hebben, wordt het besluit genomen door de raad van toezicht. College van Bestuur; vertegenwoordiging Artikel 9 1. De stichting wordt vertegenwoordigd door het college van bestuur. De leden van het college van bestuur zijn ook ieder afzonderlijk bevoegd de stichting te vertegenwoordigen. 2. Krachtens besluit van het college van bestuur kan aan één of meer personen een volmacht worden verleend om de stichting te vertegenwoordigen.
De gevolmachtigde vertegenwoordigt de stichting met inachtneming van de grenzen van zijn volmacht. Van het verstrekken van de volmacht en van de inhoud en omvang daarvan wordt schriftelijk mededeling gedaan aan de raad van toezicht. Het college van bestuur kan de volmacht te allen tijde intrekken. Toezicht op het bestuur Artikel 10 1. De raad van toezicht houdt toezicht op het college van bestuur, op de wijze en binnen de kaders als beschreven in de Wvo 2020 en de statuten. 2. Daarnaast houden de gemeenteraden toezicht op de stichting door, in situaties waarin zulks geboden is, de bevoegdheden te gebruiken die aan de gemeenteraden zijn toegekend bij deze statuten en in de Wvo 2020. Raad van toezicht; samenstelling en benoeming Artikel 11 1. De raad van toezicht bestaat uit een door de raad van toezicht te bepalen aantal leden van ten minste vijf en ten hoogste zeven natuurlijke personen. Is het aantal leden minder dan vijf, dan behoudt de raad van toezicht zijn bevoegdheden onverminderd de verplichting om onverwijld maatregelen tot aanvulling van zijn ledental te nemen. 2. De leden van de raad van toezicht worden benoemd door de raad van toezicht voor een periode van ten hoogste vier jaar. De benoemingen vinden plaats aan de hand van een door de raad van toezicht vast te stellen openbare werving- en selectieprocedure en vooraf openbaar gemaakte profielen.
Ten aanzien van de vaststelling of wijziging van de profielen heeft de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad een adviesrecht.
-7-
3.
4.
5. 6.
7.
8.
9.
Bij de benoeming van de leden van de raad van toezicht wordt de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad in de gelegenheid gesteld een bindende voordracht te doen voor één lid. Indien de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad vorenbedoeld voordrachtsrecht niet heeft uitgeoefend binnen drie maanden na daartoe door de raad van toezicht te zijn uitgenodigd, is de raad van toezicht vrij in de vervulling van de vacature, doch slechts voor één zittingsperiode. De samenstelling van de raad van toezicht is dusdanig dat de leden ten opzichte van elkaar, de bestuurders en welk deelbelang van de stichting ook onafhankelijk en kritisch kunnen opereren. De leden van de raad van toezicht vervullen hun taak zonder mandaat en onafhankelijk van bij de stichting en de scholen betrokken deelbelangen. Tot lid van de raad van toezicht kunnen niet worden benoemd personen die: a. anders dan als tijdelijk lid als in artikel 6 lid 5 van deze statuten bedoeld, lid van het college van bestuur zijn of in de afgelopen vier jaren zijn geweest; b. de functie van bestuurder of schoolleider vervullen bij een andere school voor voortgezet onderwijs binnen de regio waar de stichting actief is; c. de functie van bestuurder vervullen bij een andere onderwijsorganisatie binnen dezelfde onderwijssector als de stichting; d.
de functie van bestuurder vervullen bij een onderwijsorganisatie in een andere onderwijssector, indien die onderwijsorganisatie in dezelfde regio als de stichting actief is; e. in dienst zijn van de stichting; De raad van toezicht kan de verdere procedure voor de werving, selectie en benoeming van de leden van de raad van toezicht regelen in het reglement raad van toezicht. Een lid van de raad van toezicht wordt benoemd voor ten hoogste vier (4) jaar en treedt af volgens een door de raad van toezicht op te stellen rooster van aftreden. Een volgens rooster aftredend lid van de raad van toezicht is onmiddellijk herbenoembaar. Herbenoeming is slechts eenmaal mogelijk. De totale zittingsduur van een lid van de raad van toezicht bedraagt ten hoogste acht (8) jaar. Een in een tussentijdse vacature benoemd lid neemt op het rooster de plaats in van degene in wiens vacature het lid werd benoemd. De raad van toezicht wijst uit zijn midden een voorzitter en een vicevoorzitter aan. Onverminderd de collectieve verantwoordelijkheid kan de raad van toezicht besluiten tot een onderlinge verdeling van taken en bevoegdheden en het instellen van een of meer commissies ter advisering aan de raad van toezicht.
De leden van de raad van toezicht benoemen uit hun midden een lid dat bijzonder belast is met borging van de christelijke identiteit van de scholen op christelijke grondslag en een lid dat bijzonder is belast met de borging van het openbare karakter van de scholen op openbare grondslag. Eenmaal per jaar evalueert de raad van toezicht het functioneren van
-8-
de raad van toezicht als zodanig. 10. Leden van de raad van toezicht hebben recht op een vergoeding voor gemaakte onkosten en een niet bovenmatig vacatiegeld. De hoogte hiervan wordt door de raad van toezicht vastgesteld. Bij de vaststelling van de (onkosten)vergoedingen wordt aangesloten bij de voor intern toezichthouders in de sector geldende normen. Jaarlijks wordt door de raad van toezicht in de jaarrekening verantwoord welke bedragen zijn toegekend aan de leden van de raad van toezicht. 11. Leden van de raad van toezicht vervullen geen nevenfuncties die conflicterend zijn met het doel van de stichting. Een lid van de raad van toezicht meldt de aanvaarding van een betaalde of onbetaalde nevenfunctie. In het bestuursverslag worden alle hoofd- en nevenfuncties van de leden van de raad van toezicht vermeld. Aan leden van de raad van toezicht worden geen persoonlijke leningen of financiële garanties namens de stichting verstrekt. Raad van toezicht; Schorsing en ontslag, belet en ontstentenis Artikel 12 1. De leden van de raad van toezicht worden door de raad van toezicht geschorst of ontslagen.
Een besluit tot schorsing of ontslag van een lid van de raad van toezicht wordt genomen met een meerderheid van ten minste twee derde van de geldig uitgebrachte stemmen, uitgebracht in een speciaal voor dit doel bijeengeroepen vergadering waarin ten minste twee derde van het aantal leden aanwezig of vertegenwoordigd is. 2. Indien een lid van de raad van toezicht is geschorst, dient binnen drie maanden na ingang van de schorsing te worden besloten tot ontslag van het lid van de raad van toezicht dan wel tot opheffing of verlenging van de schorsing. Bij gebreke van een besluit als bedoeld in de vorige zin, vervalt de schorsing. Een besluit tot verlenging van de schorsing kan slechts eenmaal worden genomen en de schorsing kan daarbij ten hoogste worden verlengd voor drie maanden, ingaande op de dag waarop het besluit tot verlenging is genomen. 3. Een lid van de raad van toezicht dat is geschorst, wordt in de gelegenheid gesteld zich jegens de raad van toezicht te verantwoorden en zich daarbij door een raadsman te laten bijstaan. Een besluit tot ontslag wordt niet genomen dan nadat het lid van de raad van toezicht, over wiens ontslag wordt besloten, vooraf de gelegenheid is geboden om te worden gehoord. 4. Een lid van de raad van toezicht defungeert voorts: a. door vrijwillig aftreden (bedanken); b.
doordat hij failliet wordt verklaard of aan hem surseance van betaling wordt verleend dan wel op hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen – al dan niet voorlopig – op hem van toepassing wordt verklaard; c. indien titel 16 (curatele), titel 19 (onderbewindstelling) en/of titel 20 (mentorschap) van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek op hem van toepassing wordt; d. door het verstrijken van de termijn waarvoor het lid is benoemd, behoudens een eventuele herbenoeming; e. door ontslag door de rechtbank op grond van artikel 298 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
-9-
f. door overlijden. In geval van ontstentenis of belet van één of meer leden van de raad van toezicht nemen de overblijvende leden, of neemt het overblijvende lid, de volledige taken van de raad van toezicht waar. Een niet voltallige raad van toezicht blijft volledig bevoegd. In geval van ontstentenis of belet van alle leden van de raad van toezicht zal door de voorzieningenrechter van de rechtbank binnen wiens arrondissement de stichting is gevestigd, op verzoek van hetzij een afgetreden lid van de raad van toezicht, hetzij het college van bestuur, met inachtneming van het in deze statuten bepaalde, een nieuwe raad van toezicht worden benoemd. Gaat de rechtbank hier niet toe over, dan kan door het meest daarvoor in aanmerking komende afgetreden lid van de raad van toezicht, op verzoek van het bestuur, met inachtneming van het in deze statuten bepaalde, een nieuw lid van de raad van toezicht worden benoemd, dat op zijn beurt voorziet in de benoeming van de overige benodigde nieuwe leden van de raad van toezicht. Raad van toezicht; Taken en bevoegdheden Artikel 13 1. De raad van toezicht is belast met de taak toezicht te houden op (het beleid van) het college van bestuur en op de algemene gang van zaken in de stichting en de door haar in stand gehouden scholen.
De raad van toezicht staat het college van bestuur met raad terzijde, fungeert als klankbord, vervult namens de stichting de werkgeversrol jegens het college van bestuur en kan het college van bestuur gevraagd en ongevraagd adviseren. 2. Bij de vervulling van zijn taak richt de raad van toezicht zich naar het belang van de stichting, het belang van de scholen die door de stichting in stand worden gehouden en het belang van de samenleving en weegt de raad van toezicht deze belangen tegen elkaar af. 3. De taken en bevoegdheden van de raad van toezicht zijn zodanig dat de raad van toezicht een deugdelijk en onafhankelijk intern toezicht kan uitoefenen. Onverminderd het overigens bij of krachtens deze statuten bepaalde, is de raad van toezicht belast met: a. het goedkeuren van de besluiten van het bestuur als genoemd in deze statuten; b. het houden van toezicht op het functioneren van het bestuur en het toezien op de naleving door het bestuur van de wettelijke verplichtingen, de code voor goed bestuur en eventuele afwijkingen van die code; c. het toezien op de rechtmatige verwerving en de doelmatige, efficiënte en rechtmatige bestemming en aanwending van financiële middelen; d. het aanwijzen van de accountant die verslag uitbrengt aan de raad van toezicht, een en ander zoals bedoeld in artikel 3.3 lid 2 sub d Wvo 2020. 4.
De raad van toezicht of een of meer door hem aan te wijzen leden hebben, na overleg met het college van bestuur, toegang tot alle onderdelen, gebouwen en faciliteiten van de stichting en de school of scholen en het recht om te allen tijde inzage te nemen in alle boeken en bescheiden van de stichting en de school of scholen. 5. De raad van toezicht kan zich voor rekening van de stichting in de 5.
- 10 -
uitoefening van zijn taak doen bijstaan door één of meer deskundigen. De raad van toezicht stelt met inachtneming van deze statuten een reglement raad van toezicht op, waarin aangelegenheden de raad van toezicht intern betreffende nader worden geregeld, daaronder begrepen de vergaderwijze, overige werkwijze en de wijze waarop de door de raad van toezicht te nemen besluiten tot stand komen, alsmede de eventuele onderlinge verdeling van taken. Raad van Toezicht; vergadering en besluitvorming Artikel 14 1. De voorzitter leidt de vergaderingen van de raad van toezicht. Indien de voorzitter niet ter vergadering aanwezig is of indien de voorzitter ervoor kiest de vergadering niet te leiden, wordt de vergadering geleid door de vicevoorzitter. Indien de voorzitter en de vicevoorzitter beiden niet ter vergadering aanwezig zijn, danwel indien geen van beiden in de leiding der vergadering voorziet, kiest de vergadering zelf een persoon die de vergadering zal leiden. 2. Aan vergaderingen van de raad van toezicht kan worden deelgenomen door middel van een elektronisch communicatiemiddel. Hiervoor is vereist dat een deelnemer van de vergadering via het elektronisch communicatiemiddel kan worden geïdentificeerd, rechtstreeks kan kennisnemen van de verhandelingen ter vergadering, deel kan nemen aan de beraadslaging en het stemrecht kan uitoefenen. 3.
Van het verhandelde in de vergaderingen van de raad van toezicht worden notulen gemaakt door de daartoe door de voorzitter aangewezen persoon. De notulen worden vastgesteld in dezelfde of in de eerstvolgende vergadering en ten blijke daarvan door de voorzitter van de vergadering ondertekend. 4. De leden van het college van bestuur wonen de vergadering van de raad van toezicht bij, tenzij de raad van toezicht aangeeft in afwezigheid van het college van bestuur te willen vergaderen. Ten minste één keer per jaar vergadert de raad van toezicht in afwezigheid van het college van bestuur. In deze vergadering komen het onderlinge functioneren van de raad van toezicht en het college van bestuur aan de orde, alsmede het functioneren van het college van bestuur en de individuele leden van het college van bestuur. 5. In de vergadering van de raad van toezicht heeft ieder lid van de raad van toezicht recht op het uitbrengen van één stem. Voor zover in deze statuten niet anders wordt voorgeschreven, besluit de raad van toezicht bij volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin ten minste de helft van de leden van de raad van toezicht aanwezig of vertegenwoordigd is. Indien de stemmen staken is het voorstel verworpen en komt geen besluit tot stand. 6.
Een lid van de raad van toezicht kan zich ter vergadering door een schriftelijk gevolmachtigd ander lid van de raad van toezicht doen vertegenwoordigen. Een lid van de raad van toezicht kan ten hoogste voor één ander lid van de raad als gevolmachtigde optreden. 7. Besluiten van de raad van toezicht kunnen ook buiten vergadering tot stand komen, mits dit schriftelijk geschiedt en geen van de leden van de raad van toezicht zich hiertegen verzet. Een besluit is dan genomen als de vereiste meerderheid van de leden van de raad van toezicht zich voor het voorstel heeft verklaard. Elk buiten vergadering 6.
- 11 -
genomen besluit wordt schriftelijk gedocumenteerd. Indien een lid van de raad van toezicht direct of indirect een persoonlijk tegenstrijdig belang heeft met de stichting, neemt het lid geen deel aan de beraadslaging en besluitvorming ter zake binnen de raad van toezicht. Indien alle leden van de raad van toezicht een tegenstrijdig belang als bedoeld in de vorige zin, hebben, wordt het besluit niettemin door de raad van toezicht genomen, zulks onder schriftelijke vastlegging van de overwegingen die aan het besluit ten grondslag vastliggen. Begroting en jaarrekening Artikel 15 1. Het boekjaar van de stichting is gelijk aan het kalenderjaar. 2. Het college van bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting zodanige administratie te houden, dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen kunnen worden gekend. 3. Na overleg met de gemeenteraden, stelt het college van bestuur jaarlijks, vóór een door de raad van toezicht te bepalen tijdstip, echter uiterlijk voor het einde van het lopende boekjaar, een begroting op voor het komende boekjaar en legt deze ter goedkeuring voor aan de raad van toezicht. 4. Per het einde van ieder boekjaar worden de boeken van de stichting afgesloten. Binnen zes maanden na afloop van het boekjaar maakt het college van bestuur een jaarrekening en een jaarverslag op over dat boekjaar. 5.
De jaarrekening en het jaarverslag (tezamen: jaarstukken) worden vergezeld door een rapport van een accountant. De accountant wordt door de raad van toezicht benoemd en brengt gelijkelijk aan het bestuur en de raad van toezicht verslag uit over zijn bevindingen. 6. Na overleg met de gemeenteraden van de gemeenten waarin de scholen waar openbaar onderwijs wordt gegeven, gevestigd zijn, worden de jaarstukken binnen zes maanden na afloop van het boekjaar door het college van bestuur vastgesteld en vervolgens ter goedkeuring voorgelegd aan de raad van toezicht. Ten blijke van vaststelling respectievelijk goedkeuring worden de jaarstukken door alle leden van het college van bestuur en alle leden van de raad van toezicht ondertekend. Ontbreekt de handtekening van één van hun, dan wordt daarvan onder opgave van reden melding gedaan. 7. Het college van bestuur brengt jaarlijks, al dan niet verwerkt in het jaarverslag, aan de gemeenteraden verslag uit over de werkzaamheden, waarbij in ieder geval aandacht wordt geschonken aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs. Het college van bestuur maakt het verslag openbaar. 8. Het college van bestuur is verplicht de in de vorige leden van dit artikel bedoelde bescheiden ten minste zeven jaren lang te bewaren. Statutenwijziging Artikel 16 1.
Het college van bestuur is bevoegd de statuten te wijzigen, indien de hierna opgenomen goedkeuringen zijn verkregen. 2. Het besluit tot statutenwijziging is onderworpen aan voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht. Een besluit tot statutenwijziging kan slechts door de raad van toezicht goedgekeurd 8.
- 12 -
met een meerderheid van ten minste twee derde van de geldig uitgebrachte stemmen, uitgebracht in een speciaal voor dit doel bijeengeroepen vergadering waarin ten minste twee derde van het aantal leden aanwezig of vertegenwoordigd is. Bij de oproeping van de voornoemde vergadering dient een afschrift van het voorstel, bevattende de woordelijke tekst van de voorgestelde wijziging, te worden gevoegd. 3. Het besluit tot statutenwijziging is voorts onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de gemeenteraden. De gemeenteraden kunnen hun instemming aan een voorgenomen statutenwijziging slechts onthouden indien de overheersende invloed van de overheid op het openbaar onderwijs in de stichting niet is verzekerd. 4. Een statutenwijziging treedt eerst in werking nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt. De bestuurders zijn verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en een volledige doorlopende tekst van de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het door de Kamer van Koophandel gehouden handelsregister. Ontbinding en vereffening Artikel 17 1. Het college van bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden, indien de hierna opgenomen goedkeuringen zijn verkregen. 2. Het besluit tot ontbinding is onderworpen aan voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht.
Een besluit tot ontbinding kan slechts door de raad van toezicht goedgekeurd met een meerderheid van ten minste twee derde van de geldig uitgebrachte stemmen, uitgebracht in een speciaal voor dit doel bijeengeroepen vergadering waarin ten minste twee derde van het aantal leden aanwezig of vertegenwoordigd is. 3. Het besluit tot ontbinding is voorts aan de voorafgaande goedkeuring van de gemeenteraden. 4. Tenzij de raad van toezicht anders beslist, is het college van bestuur met de vereffening belast. 5. De vereffenaars dragen er zorg voor, dat van de ontbinding inschrijving geschiedt in het ten kantore van het door de Kamer van Koophandel gehouden handelsregister. Na de ontbinding blijft de stichting voortbestaan voor zover dit tot de vereffening van haar vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht. In stukken en aankondigingen die van haar uitgaan, moeten aan de naam van de stichting worden toegevoegd de woorden 'in liquidatie'. 6. Een eventueel batig saldo wordt uitsluitend uitgekeerd aan een door het college van bestuur, met goedkeuring van de raad van toezicht, aan te wijzen doel, vergelijkbaar met het doel van de stichting. 7. Na afloop van de vereffening blijven de boeken en bescheiden van de ontbonden stichting gedurende zeven jaren berusten onder degene die daartoe door de vereffenaar(s) is aangewezen.
Na afloop van de vereffening blijven de boeken, bescheiden en overige gegevensdragers van de ontbonden stichting gedurende de door de wet bepaalde termijn onder berusting van de door de vereffenaars aangewezen persoon. Deze persoon is gehouden zijn aanwijzing ter inschrijving op te geven in het in lid 5 vermelde register. Juridische fusie en juridische splitsing
- 13 -
Artikel 18 1. Het college van bestuur is bevoegd te besluiten tot juridische fusie en juridische splitsing van de stichting, indien de hierna opgenomen goedkeuringen zijn verkregen. 2. Een dergelijk besluit is onderworpen aan voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht. Een besluit tot statutenwijziging kan slechts door de raad van toezicht goedgekeurd met een meerderheid van ten minste twee derde van de geldig uitgebrachte stemmen, uitgebracht in een speciaal voor dit doel bijeengeroepen vergadering waarin ten minste twee derde van het aantal leden aanwezig of vertegenwoordigd is. 3. Een besluit tot juridische fusie is voorts onderworpen aan de goedkeuring van de gemeenteraden. Een besluit tot juridische fusie waarbij de stichting als verkrijgende rechtspersoon optreedt is niet onderworpen aan zodanige goedkeuring. 4. Een besluit tot juridische splitsing van de stichting ten gevolge waarvan de instandhouding van een of meer door de stichting in stand gehouden openbare scholen overgaat naar een andere rechtspersoon dan de stichting, is onderworpen aan de goedkeuring van de gemeenteraden. Andere besluiten tot juridische splitsing zijn niet onderworpen aan de goedkeuring van de gemeenteraden.
Slotbepaling Artikel 19 In alle gevallen, waarin zowel de wet, deze statuten als de interne reglementen niet voorzien, beslist het college van bestuur, zulks na overleg met de raad van toezicht. Overgangsbepaling Artikel 20 In afwijking van het bepaalde in artikel 11 lid 1 van de statuten, luidt de tekst van deze bepaling tot en met eenendertig december tweeduizend zevenentwintig (31-12-2027) als volgt: “1. De raad van toezicht bestaat uit een door de raad van toezicht te bepalen aantal personen van minimaal vijf (5) en maximaal dertien (13) natuurlijke personen.” Dit artikel vervalt tezamen met zijn opschrift zodra bedoelde periode verstreken is.