CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

25-162 Bijlage 5. Rapportage aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming

Gemeenteraad 18 december 2025, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan bouwvlakvergroting vliegveld Midden-Zeeland (25-162 AB)4.343 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rapportage aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Vliegveld Midden Zeeland

Versie: Definitief

Colofon Titel:

Rapportage aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Vliegveld Midden Zeeland

Projectcode Versie: Datum

P03115 Definitief 12-01-2023

Opdrachtgever:

Gemeente Middelburg Stadskantoor Kanaalweg 3 4337 PA Middelburg

Uitvoerder

Email: Website:

GRAS Advies bv Bedrijvenpark Twente 412 7602 KM Almelo ecologie@grasadvies.nl https://grasadvies.nl/

Contactpersoon: Telefoon: Email:

Michael Witjes 074 - 202 02 58 michael.witjes@grasadvies.nl

Projectcode: P03115 Versie: Definitief

Pagina 1 van 16

Huismanstraat 6 6851 GT Huissen

Inhoudsopgave 1

Inleiding.............................................................................................................................................. 4

1.1

Aanleiding .......................................................................................................................................... 4

1.2

Projectgebied ..................................................................................................................................... 5

1.3

Voorgenomen ontwikkeling en werkzaamheden ............................................................................... 5

2

Werkwijze........................................................................................................................................... 6

2.1

Toetsingskaders Haas en Konijn ....................................................................................................... 6

2.1.1

Haas................................................................................................................................................... 6

2.1.2

Konijn ................................................................................................................................................. 6

2.2

Uitvoering locatieonderzoeken .......................................................................................................... 7

3

Resultaten .......................................................................................................................................... 8

3.1

Haas................................................................................................................................................... 8

3.1.1

Effectbeoordeling ............................................................................................................................... 8

3.2

Konijn ................................................................................................................................................. 8

3.2.1

Effectbeoordeling ............................................................................................................................... 8

4

Conclusies en advies ......................................................................................................................... 9

5. Bronnen ....................................................................................................................................................... 10

Projectcode: P03115 Versie: Definitief

Pagina 2 van 16

Bijlagen Bijlage 1: Wet natuurbescherming Bijlage 2: Stappenplan Ministerie van Economische Zaken

Projectcode: P03115 Versie: Definitief

Pagina 3 van 16

1 Inleiding 1.1

Aanleiding

Het projectgebied luchthaven Midden-Zeeland bevindt zich in Arnemuiden, gemeente Middelburg. Het terrein is momenteel in gebruik als vliegveld. Rondom het vliegveld bevinden zich agrarische percelen. Men is voornemens om de start- en landingsbaan van het vliegveld te wijzigen. Hierbij wordt de bestaande baan geroteerd en komt dan deels op terrein te liggen dat nu als agrarisch perceel in gebruik is. De exacte werkzaamheden en planning zijn nog niet bekend. Bij dergelijke ruimtelijke ingrepen dient rekening gehouden te worden met beschermde gebieden, houtopstanden en plant- en diersoorten. De Wet natuurbescherming omvat de regelgeving betreffende deze soorten en gebieden. De Wet natuurbescherming is van kracht sinds januari 2017 en vervangt de drie oude wetten: ‘Natuurbeschermingswet 1998’, ‘Boswet’ en ‘Flora- en Faunawet’. Doelstelling van de Wet natuurbescherming is bescherming van de biodiversiteit, decentralisatie van verantwoordelijkheden en vereenvoudiging van regelgeving. Uit de resultaten van het verkennende onderzoek (quickscan) flora en fauna van het projectgebied (GRAS Advies, 2022) blijkt dat in het projectgebied mogelijk hazen en konijnen voorkomen. Op basis hiervan is besloten nader onderzoek naar deze soortgroepen uit te voeren. Onderzoek is uitgevoerd op basis van het door GRAS Advies opgestelde Toetsingskader Haas en Toetsingskader Konijn.

Doelstelling rapport Het doel van dit aanvullend onderzoek is om uitsluitsel te geven over de aanwezigheid en aantallen beschermde diersoorten in het projectgebied, de mogelijke functies van het projectgebied voor deze soorten, de mogelijke effecten van de voorgenomen ontwikkeling en de eventuele noodzakelijke vervolgstappen. Dit rapport presenteert de uitkomsten van het aanvullend onderzoek. GRAS Advies GRAS Advies voert verkennende veldonderzoeken uit volgens de geldende soortprotocollen. De medewerkers van GRAS Advies zijn middels opleiding en ervaring bevoegd voor de verrichte werkzaamheden. Daarnaast is het project uitgevoerd volgens het kwaliteitshandboek van GRAS Advies. Het kwaliteit managementsysteem van GRAS Advies is ISO NEN-EN-ISO 9001:2015 gecertificeerd.

Projectcode: P03115 Versie: Definitief

Pagina 4 van 16

1.2

Projectgebied

Het projectgebied is gelegen in Arnemuiden, gemeente Middelburg (Afb. 1.1). Het is gelegen aan de Calandweg. Het gebied grenst aan de zuidzijde aan agrarische percelen, aan de westzijde grenst het aan de Muidenweg, ervan gescheiden door een waterpartij. Aan de noordzijde ligt de Calandweg en aan de oostzijde bevinden zich agrarische percelen. Het projectgebied heeft een oppervlakte van ca. 75.000 m 2 en bestaat uit agrarische percelen, de luchthaven en de huidige landingsbaan (Afb. 1.2).

Afbeelding 1.1. Ligging van het projectgebied (rood kader).

Afbeelding 1.2. Luchtfoto van het projectgebied (binnen het rode kader).

1.3

Voorgenomen ontwikkeling en werkzaamheden

Men is voornemens om de start- en landingsbaan van het vliegveld te wijzigen. Hierbij wordt de bestaande baan geroteerd en komt deels op terrein te liggen dat momenteel als agrarisch perceel in gebruik is. De exacte werkzaamheden en planning zijn nog niet bekend.

Projectcode: P03115 Versie: Definitief

Pagina 5 van 16

2 Werkwijze 2.1

Toetsingskaders Haas en Konijn

Voor het onderzoek naar haas en konijn zijn geen beschikbare kennisdocumenten of toetsingskaders. Daarom is door GRAS Advies voor beide soorten een toetsingskader opgesteld (GRAS Advies 2022b en c). Deze toetsingskaders zijn vergelijkbaar met de kennisdocumenten van BIJ12. In de toetsingskaders is de algemene ecologie van de soorten beschreven. Daarnaast wordt er ingegaan op onderzoeksmethodes en het nemen van maatregelen ten gunste van deze soorten.

2.1.1

Haas

In het Toetsingskader Haas (GRAS Advies, 2022b) is voor onderzoek naar de haas de volgende werkwijze beschreven: Het heeft de voorkeur om tijdens de schemer te beginnen met een goede verrekijker, om later over te gaan op een thermische camera wanneer het donker wordt. Waarnemen kan jaarrond. Bij het inventariseren moet gelet worden op de habitatkenmerken waarvan de haas afhankelijk is, om zo de meest kansrijke plekken voor aantreffen te bepalen. Hieruit ontstaat een beeld waar zich de locaties van de functies van het functioneel leefgebied (dekking, looproutes en foerageergebieden) van de haas bevinden. Door het gebied direct om het projectgebied heen te bezoeken met bijvoorbeeld een auto, in combinatie met eerder desktop-studie, kan dit leefgebied eenvoudig in kaart worden gebracht. Redelijkerwijs kan men ervan uitgaan dat als er geen waarnemingen worden gedaan bij 2 gebied dekkende veldbezoeken in de avond, met thermische camera zoals hierboven beschreven, er geen hazen in het gebied aanwezig zijn. Als er veldbezoeken in namiddag of avond worden gedaan zonder thermische camera, zijn hier 4 bezoeken voor nodig. Om een goed beeld te krijgen van het terreingebruik is het zinvol de observatieavonden met een interval van tenminste 10 dagen uit te voeren. Hier bestaat geen maximale tijd tussen de observatieavonden. Het is belangrijk bij goede weersomstandigheden te observeren.

2.1.2

Konijn

In het Toetsingskader Konijn (GRAS Advies, 2022c) is voor onderzoek naar konijn de volgende werkwijze beschreven: Het konijn is niet met andere soorten te verwarren. Het vaststellen van aanwezigheid is dan ook niet complex. Direct waarnemen van de soort is het meest kansrijk rond de schemering en in de nacht. Met name waarnemen met een warmtebeeld- of infraroodcamera is effectief (Van Lunteren & Japink, 2022). Waarnemen kan jaarrond en is het meest kansrijk bij droog weer, en windsnelheid onder de 5 Bft. Bij regen en wind blijven konijnen in de burcht en kunnen ze over het hoofd worden gezien. Kies strategisch een aantal uitkijkpunten die zo over het projectgebied verdeeld zijn dat alle delen van het terrein kunnen worden afgespeurd. Besteed per punt 10 minuten. Waarnemen kan jaarrond. Redelijkerwijs kan men ervan uitgaan dat als er geen waarnemingen worden gedaan bij 2 gebied dekkende veldbezoeken in de avond, met thermische camera zoals hierboven beschreven, er geen konijnen in het gebied aanwezig zijn. Als er veldbezoeken rond de schemering worden gedaan, of nachtelijke bezoeken zonder thermische camera, zijn hier 5 bezoeken voor nodig. Om een goed beeld te krijgen van het terreingebruik is het zinvol de observatieavonden met een interval van tenminste 10 dagen uit te voeren. Hier bestaat geen maximale tijd tussen de observatieavonden.

Het is belangrijk bij goede weersomstandigheden te observeren. De soort laat ook duidelijke sporen achter. Het meest in het oog springend zijn burchten, al zitten die soms wat verborgen in taluds en/of onder gras of struiken. Bij het observeren van dieren in de avond (hierboven beschreven) kan vaak worden gezien waar de dieren de burcht in- of uitgaan. Het kan gebeuren dat een populatie lokaal verdwijnt maar de verlaten burchten nog in stand blijven. De ingangen raken dan snel dichtgegroeid en er zijn geen prenten meer te zien in de pijpen. Prenten kunnen snel verdwijnen of nauwelijks Projectcode: P03115 Versie: Definitief

Pagina 6 van 16

worden achtergelaten. Keutels blijven juist zeer lang (maanden) herkenbaar. Op basis van afwezigheid van sporen kan niet worden geconcludeerd dat de soort zelf afwezig is en aanwezigheid van keutels betekent niet altijd dat er in het betreffende gebied nog konijnen leven.

2.2

Uitvoering locatieonderzoeken

Op basis van de beschreven werkwijze is besloten een gecombineerd onderzoek uit te voeren in mei 2022. In totaal zijn 2 locatieonderzoeken op 2 verschillende dagen uitgevoerd. De weersomstandigheden en andere informatie van elk locatiebezoek is weergegeven in tabel 2.1. De onderzoeken vonden plaats in de schemeruren. Hierbij is niet alleen het projectgebied zelf onderzocht, maar ook de directe omgeving ervan. Op deze manier is een goed beeld verkregen van de situatie in én buiten het projectgebied (Afb. 2.1). Er is gebruik gemaakt van een zaklamp, verrekijker en een warmtekijker.

Afbeelding 2.1. Indicatie van onderzoeksgebied (buitenste rode kader) en projectgebied (binnenste rode kader).

Tabel 2.1. Overzicht locatieonderzoeken. Datum

Controleur

Soort

Tijdstip

Weersomstandigheden

09-05-2022

GRAS Advies

Haas en Konijn

21.00-23.00

21° C, onbewolkt, droog, wind ZO, 2 Bft

24-05-2022

GRAS Advies

Haas en Konijn

21.00-23.00

24° C, half bewolkt, droog, wind ZW, 3 Bft

Projectcode: P03115 Versie: Definitief

Pagina 7 van 16

3 Resultaten 3.1

Haas

Er zijn hazen waargenomen tijdens de aanvullende onderzoeken. Het ging per bezoek om circa 10 hazen binnen het projectgebied. Op en rondom de landingsbaan is foerageergebied voor de haas. Daarnaast is de akker ten zuiden van het projectgebied in gebruik als dekking en mogelijk ook als foerageergebied. Rust- en verblijfplaatsen zijn lastig in het veld te vinden en te herkennen, zeker in weilanden in hoog gras. Bij het vaststellen van de aanwezigheid van hazen moet er aangenomen worden dat er in het leefgebied ook meerdere legers aanwezig zijn. Zodoende geldt het gehele leefgebied als zijnde leefgebied met vaste rust- of verblijfplaatsen. Buiten het projectgebied, maar binnen het onderzoeksgebied, zijn ook hazen waargenomen. Dit gebied staat in goede verbinding met het projectgebied.

3.1.1

Effectbeoordeling

Er is sprake van een gebied waar zich geen duurzame populatie kan bevinden, maar het gebied maakt wel deel uit van een netwerk aan gebieden, die gezamenlijk wel een op langere termijn duurzame populatie mogelijk maken. Het gaat dan bijvoorbeeld om een dispersieroute of foerageergebied (GRAS Advies, 2022c). De start- en landingsbaan is door de dieren in gebruik als foerageergebied. Deze zal in de toekomstige situatie geroteerd zijn. Hierdoor gaat deze functie van het gebied voor hazen niet verloren. De akker waar de baan komt, zal kleiner worden door de ontwikkeling. Het gebruik hiervan zal per gewastype verschillen en zal in iets mindere mate aanwezig blijven. De akkers in de directe omgeving kunnen dezelfde functies vervullen, en de dieren kunnen zich gemakkelijk hierheen verplaatsen. Echter zullen er tijdens het uitvoeren van de ontwikkeling vaste rust- en verblijfplaatsen van hazen worden vernietigd. Hierdoor is zowel een ontheffing van de Wet natuurbescherming als het volgen van een ecologisch werkprotocol nodig. Door met een werkprotocol te werken kan het volgen van de zorgplicht opgevolgd worden. Het verstoren van hazen en konijnen kan zo veel als mogelijk beperkt worden door dit werkprotocol te volgen. Maatregelen met betrekking tot kleine marterachtigen en broedvogels kunnen ook in dit protocol verwerkt worden.

Enkele zaken dit in het werkprotocol verwerkt kunnen worden: • in welke periode gewerkt moet worden; • welke activiteiten op welke locatie(s) en op welk moment plaatsvinden; • welke maatregelen worden genomen en wat daarmee wordt gerealiseerd voor de haas; • wanneer begeleiding door een hazendeskundige noodzakelijk is, en • wie die hazendeskundige is en wat de deskundige exact gaat doen.

3.2

Konijn

Er zijn geen konijnen of burchten van konijnen waargenomen in het projectgebied. Ook zijn er geen konijnen waargenomen binnen het onderzoeksgebied.

3.2.1

Effectbeoordeling

Vanwege het ontbreken van waarnemingen van konijnen is het optreden van negatieve effecten als gevolg van de werkzaamheden niet aannemelijk. Om verstoring van konijnen te voorkomen wordt geadviseerd om de maatregelen zoals beschreven in paragraaf 3.1.1 ook uit te voeren voor het konijn.

Projectcode: P03115 Versie: Definitief

Pagina 8 van 16

4 Conclusies en advies Haas Het projectgebied en de directe omgeving is foerageer en leefgebied voor de haas. Er wordt aangenomen dat er in het leefgebied ook meerdere legers aanwezig zijn. Zodoende geldt het gehele leefgebied als zijnde leefgebied met vaste rust- of verblijfplaatsen. Het gaat hier niet om een essentieel leefgebied, aangezien er voldoende alternatieven aanwezig zijn in de directe omgeving. Omdat er wel vaste rust- en verblijfplaatsen van hazen worden vernietigd, is een ontheffing op de Wet natuurbescherming en het werken volgens een ecologisch werkprotocol nodig. In het protocol staat aangegeven op welke manier en binnen welke kaders gewerkt moet worden. Een van deze kaders is het werken buiten de kwetsbare periode van de haas. Konijn Er zijn geen konijnen waargenomen in het projectgebied en het onderzoeksgebied. De aanwezigheid van konijnen binnen het projectgebied zal beperkt zijn tot enkele passerende exemplaren. Negatieve effecten op konijnen als gevolg van de werkzaamheden zijn daarom niet aannemelijk. Negatieve effecten op het konijn kunnen voorkomen worden door te werken volgens een werkprotocol. In dit protocol staat aangegeven op welke manier en binnen welke kaders gewerkt moet worden.

Wet natuurbescherming Aangezien het projectgebied wordt beschouwd als leefgebied voor de haas waarin meerdere legers aanwezig zijn die door de ontwikkeling worden vernietigd, is het aanvragen van een ontheffing op de Wet natuurbescherming voor de haas nodig. Daarnaast wordt er gewerkt volgens een ecologisch werkprotocol. In het werkprotocol worden ook maatregelen beschreven om verstoring van andere soorten, zoals kleine marterachtigen, te voorkomen. Advies Geadviseerd wordt een ontheffing op de Wet natuurbescherming aan te vragen voor het vernietigen van vaste rust- en verblijfplaatsen van de haas bij het bevoegd gezag, de provincie Zeeland. Zorgplicht De aannemer behoudt te allen tijde zijn of haar zorgplicht: ‘’De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, als mede voor hun directe leefomgeving. In praktijk betekent dit het a) voorkomen, b) beperken en c) ongedaan maken van schadelijke handelingen voor de natuur.”

Projectcode: P03115 Versie: Definitief

Pagina 9 van 16

5. Bronnen Literatuur • GRAS Advies, Actualisatie quickscan rapportage flora & fauna, vliegveld Midden Zeeland, 2022a • GRAS Advies, Toetsingskader Haas, 2022b • GRAS Advies, Toetsingskader Konijn, 2022c • Hunnink, S. (2022). Lijst beschermde soorten Wet natuurbescherming. Natuurinclusief, Borculo. 13 p.

Internet • https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ Provinciale verordening m.b.t. de Wet natuurbescherming en vrijgestelde soorten. Geraadpleegd op 12-12-2022 •

https://www.stichtingkleinemarters.nl SKM doet onderzoek naar kleine marterachtigen (bunzing, wezel en hermelijn). Geraadpleegd op 12-12-2022

Projectcode: P03115 Versie: Definitief

Pagina 10 van 16

6. Woordenlijst Geldigheid Dit onderzoek is uitgevoerd conform de landelijk geldende richtlijnen. Het bevoegd gezag hanteert de volgende definitie voor de geldigheid van onderzoeken naar beschermde soorten: “Onderzoeksgegevens hebben een beperkte geldigheidstermijn. Voor vogels en soorten genoemd op Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn hanteren we daarom een geldigheidstermijn van maximaal 3 jaar. Voor soorten genoemd op de bijlage bij de Wet natuurbescherming is deze periode 5 jaar.” Dit rapport gaat in op de effecten van de ontwikkeling zoals beschreven in de aanleiding van het onderzoek. Wijzigingen of aanpassingen in de ontwikkeling kunnen tot andere conclusies ten aanzien van de effecten op beschermde soorten leiden. Zorgplicht ‘’De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd”. In de praktijk betekent dit: 1. Voorkomen dat er schade wordt toegebracht aan flora en fauna 2. Beperken dat er schade wordt toegebracht aan flora en fauna 3.

Ongedaan maken van toegebrachte schade Een voorbeeld van invulling geven aan de zorgplicht: • Bij het kappen van bomen controleren op mogelijke broedgevallen buiten het broedseizoen om. Passende gedragscode Een gedragscode is een ontheffing voor de beschreven maatregelen in bepaalde werken. De gedragscode geeft invulling aan de zorgplicht en het zorgvuldig handelen. Er zijn diverse gedragscodes, afhankelijk van het type werk: besteding beheer en onderhoud of ruimtelijke ingrepen. Gedragscode worden goedgekeurd door het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, en hebben een geldigheidsduur van 5 jaar. Vervolgens dienen deze opnieuw gekeurd te worden.

Projectcode: P03115 Versie: Definitief

Pagina 11 van 16

Bijlage 1: Wet natuurbescherming De oude natuurwetgeving met ‘de Natuurbeschermingswet 1998’ en ‘de Flora- en Faunawet’ is per januari 2017 veranderd in de Wet natuurbescherming. Hieronder wordt de inhoud van de Wet natuurbescherming toegelicht. Natura 2000 De bescherming van de ca. 164 Natura 2000-gebieden in Nederland blijft behouden in de Wet natuurbescherming. In Natura 2000-gebieden zijn de Europese richtlijnen van kracht. De Europese Unie (EU) heeft een zeer gevarieerde en rijke natuur, die van grote waarde is. Om deze natuur te behouden, heeft de Europese Unie het initiatief genomen voor Natura 2000. Natura 2000 is de overkoepelende naam voor gebieden die worden beschermd vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn. Nederland telt ruim 160 Natura 2000-gebieden, welke onderdeel uitmaken van een samenhangend netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie. Aanwijzingsprocedure Natura 2000-gebieden worden formeel aangewezen. Per gebied is er een aanwijzingsdocument gemaakt door het ministerie met daarin: • instandhoudingsdoelen; om welke doelsoorten en habitats gaat het, en wat is de doelstelling ten aanzien van die soorten en/of habitats; • begrenzing; welk areaal is beschermd. Beheerplannen Voor ieder gebied moet binnen drie jaar een beheerplan worden vastgesteld. In het beheerplan staat welke natuurwaarden er zijn en of deze moeten worden beschermd en/of ontwikkeld.

Er staat ook in hoe het gerealiseerd moet worden. Verder wordt er in aangegeven welke externe factoren de instandhoudingsdoelen mogelijk negatief kunnen beïnvloeden. Deze beheerplannen worden vastgesteld door het Rijk of de provincie. Vergunning Voor de uitvoering van werkzaamheden welke mogelijk schade toebrengen aan een door Natuurbeschermingswet beschermd gebied, geldt dat deze acties in principe verboden zijn. Indien een groter maatschappelijk belang aanwezig is, dient er een vergunningsprocedure te worden doorlopen. Hierbij geldt de volgende regel: ‘activiteiten mogen in principe alleen worden uitgevoerd wanneer er geen significante schade aan beschermde natuurwaarde ontstaat’. Beschermde Natuurmonumenten Voorheen waren naast Natura 2000-gebieden ook Beschermde Natuurmonumenten beschermd conform de gebiedsbescherming. De bescherming van Beschermde Natuurmonumenten is vervallen. Provincies kunnen wel besluiten om deze gebieden alsnog te beschermen via het provinciale beleid. De provincie voegt de gebieden toe aan het Natuurnetwerk Nederland of wijst ze aan als bijzonder provinciaal natuurgebied of landschap. Natuurnetwerk Nederland Aanvullend op de natuurwetgeving is er natuurbeleid. Natuurbeleid is een zachter kader dan de natuurwetgeving, maar is eveneens van belang voor ruimtelijke plannen.

Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden (voorheen Ecologische Hoofdstructuur). Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Via de Nota Ruimte is het toetsingskader voor het Natuurnetwerk Nederland geregeld. In Natuurnetwerk Nederland liggen de volgende natuurgebieden: • bestaande natuurgebieden (waaronder de 20 Nationale Parken); • gebieden waar nieuwe natuur wordt aangelegd; • landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; • ca. 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, het Nederlandse deel van de Noordzee en de Waddenzee, en • alle Natura 2000-gebieden.

Projectcode: P03115 Versie: Definitief

Pagina 12 van 16

Houtopstanden De Wet natuurbescherming spreekt over een houtopstand indien sprake is van een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, die: a. een oppervlakte grond beslaat van tien are of meer, of b. bestaat uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen De Wet natuurbescherming heeft geen betrekking op: a. houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom; b. houtopstanden op erven of in tuinen; c. fruitbomen en windschermen om boomgaarden; d. naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; e. kweekgoed; f. uit populieren of wilgen bestaande: 1°. wegbeplantingen; 2°. beplantingen langs waterwegen, en 3°. eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; g. het dunnen van een houtopstand; h. uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: 1°. ten minste eens per tien jaar worden geoogst; 2°. bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en 3°. zijn aangelegd na 1 januari 2013.

Het is verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, zonder voorafgaande melding daarvan bij gedeputeerde staten (Artikel 4.2). Soortenbescherming De Wet natuurbescherming benoemt niet welke concrete activiteiten wel of niet zijn toegestaan. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. Er is een stappenplan opgesteld door Ministerie van Economische Zaken (Bijlage 4). Met dit stappenplan kan worden bepaald of een ontheffing nodig is of dat er gebruik kan worden gemaakt van een vrijstelling. Bevoegdheid De bevoegdheid voor het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen ligt bij de provincies. Enkel bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, blijft het Rijk het bevoegd gezag. Beschermingsregime De Wet Natuurbescherming kent de onderstaande beschermingsregimes. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor een vrijstelling of ontheffing van de verboden.

• Soorten van de Vogelrichtlijn • Soorten van de Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn • Andere soorten (bescherming vanuit nationaal oogpunt) Om te mogen afwijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan de volgende criteria zijn voldaan. • Er mag worden afgeweken als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is • Tegenover de afwijking van het verbod moet een in de wet genoemd belang staan (bijv. volksgezondheid of openbare veiligheid) • De ingreep mag geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van een soort De verbodsbepalingen voor Vogel- en Habitatrichtlijnsoorten zijn gericht op bescherming van de individuen van de soorten. De verbodsbepalingen mogen enkel overtreden worden met een ontheffing (het ‘nee, tenzijprincipe’). Bij het besluit of een afwijking van het verbod kan worden toegestaan, wordt niet gekeken naar de gevolgen van deze afwijking voor het individuele plant of dier, maar naar de gevolgen voor de instandhouding van de betrokken soort.

Projectcode: P03115 Versie: Definitief

Pagina 13 van 16

Zorgplicht Iedereen dient voldoende rekening te houden met in het wild levende dieren en planten en de directe leefomgeving. ‘’De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd”. Vrijstelling regelgeving In veel gevallen is er geen ontheffing nodig, maar kan er gebruik worden gemaakt van een vrijstelling. Een vrijstelling is een uitzondering op een wettelijk verbod. Er zijn diverse vrijstellingen van de verboden voor beschermde soorten mogelijk. Bekende voorbeelden van vrijstellingen zijn onder meer het toepassen van de gedragscode of wanneer de werkzaamheden plaatsvinden in het kader van een Programmatische Aanpak of een Provinciale verordening. Verbodsbepalingen De verbodsbepalingen betreffende beschermde soorten Vogelrichtlijn, artikel 3.1 lid 1) Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. lid 2) Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.

lid 3) Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. lid 4) Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. lid 5) Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. De verbodsbepalingen betreffende beschermde soorten Habitatrichtlijn, artikel 3.2 lid 1) Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. lid 2) Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. lid 3) Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. lid 4) Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. lid 5) Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

De verbodsbepalingen betreffende andere soorten, artikel 3.3 lid 1) Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: onderdeel a. In het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; onderdeel b. De vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of onderdeel c. Vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Gedragscodes In de Wet natuurbescherming is de mogelijkheid opgenomen om een vrijstelling te verkrijgen indien wordt gewerkt volgens een goedgekeurde gedragscode (art 3.31). In de mogelijkheid die de wet biedt, wordt ook aangegeven dat er met betrekking tot de Europees beschermde soorten een gedragscode kan worden goedgekeurd voor ruimtelijke ontwikkelingen (naast beheer en onderhoud, waarvoor in de Flora- en Faunawet reeds een vrijstelling gold als werd gewerkt conform een goedgekeurde gedragscode).

Hoewel de mogelijkheid wel wordt geboden, zijn er bij het opstellen van het stappenplan nog géén gedragscodes goedgekeurd voor de nieuwe beschermde soorten of voor de Europees beschermde soorten voor ruimtelijke ontwikkelingen. Hier dient rekening mee te worden gehouden bij de bepaling of een gedragscode van toepassing is voor de type ingreep en de voorkomende beschermde soorten.

Projectcode: P03115 Versie: Definitief

Pagina 14 van 16

Bijlage 2: Stappenplan Ministerie van Economische Zaken

Projectcode: P03115 Versie: Definitief

Pagina 15 van 16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16251331/1