25-162 Bijlage 3. Rapportage quick scan Wet natuurbescherming
Tekst van het document
Actualisatie Quickscan Wet natuurbescherming Luchthaven Midden-Zeeland Projectcode: P04524 Versie: Definitief
Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Luchthaven Midden-Zeeland
Colofon Titel:
Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Luchthaven Midden-Zeeland
Projectcode Versie: Datum Auteur:
P04524 Definitief 23-02-2023 GRAS Advies
Opdrachtgever:
Gemeente Middelburg Stadskantoor Kanaalweg 3, 4337 PA Middelburg
Uitvoerder
Email: Website:
GRAS Advies bv Bedrijvenpark Twente 412 7602 KM Almelo ecologie@grasadvies.nl https://grasadvies.nl/
Contactpersoon: Telefoon: Email:
Michael Witjes 074 - 202 02 58 michael.witjes@grasadvies.nl
Projectcode: P04524 Versie: Definitief
Pagina 2 van 19
Huismanstraat 6 6851 GT Huissen
Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Luchthaven Midden-Zeeland
Inhoudsopgave Samenvatting ..................................................................................................................................................... 5 1
Inleiding.............................................................................................................................................. 6
2
Wet natuurbescherming ..................................................................................................................... 7
2.1
Beschermde gebieden ....................................................................................................................... 7
2.1.1
Natura 2000 ....................................................................................................................................... 7
2.1.2
Natuurnetwerk Nederland .................................................................................................................. 7
2.2
Beschermde soorten .......................................................................................................................... 8
2.3
Ontheffing of vrijstelling Wet natuurbescherming .............................................................................. 8
2.3.1
Gedragscodes ................................................................................................................................... 8
2.4
Invasieve soorten ............................................................................................................................... 9
3
Projectgebied ................................................................................................................................... 10
3.1
Gebiedsbeschrijving ........................................................................................................................ 10
3.2
Beoogd projectresultaat ................................................................................................................... 11
4
Onderzoeksopzet ............................................................................................................................. 12
5
Resultaten ........................................................................................................................................ 13
5.1
Beschermde gebieden ..................................................................................................................... 13
5.1.1
Natura-2000 ..................................................................................................................................... 13
5.1.2
Natuurnetwerk Nederland ................................................................................................................ 14
5.2
Beschermde soorten ........................................................................................................................ 14
5.2.1
Bekende waarnemingen .................................................................................................................. 14
5.2.2
Resultaten veldbezoek .................................................................................................................... 15
5.3
Houtopstanden ................................................................................................................................ 17
6
Conclusie en aanbevelingen............................................................................................................ 18
Bronnen ........................................................................................................................................................... 19
Projectcode: P04524 Versie: Definitief
Pagina 3 van 19
Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Luchthaven Midden-Zeeland
Bijlagen Bijlage 1: Wet Natuurbescherming Bijlage 2: Impressie projectgebied Bijlage 3: Toelichting verkennend onderzoek (quickscan) flora en fauna Bijlage 4: Stappenplan Ministerie van Economische Zaken
Projectcode: P04524 Versie: Definitief
Pagina 4 van 19
Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Luchthaven Midden-Zeeland
Samenvatting Beschermde gebieden Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000gebied is het Veerse Meer op ca. 800 m afstand van het projectgebied, andere Natura 2000-gebieden liggen op grotere afstand (> 7 km) van het projectgebied. Gelet op de ligging van het projectgebied, afstand tot Natura 2000-gebieden en de beperkte impact van de ingreep, kan verstoring van soorten in Natura 2000-gebieden door licht, geluid of optische verstoring op voorhand worden uitgesloten. Een substantieel, negatief effect van de voorgenomen ontwikkeling op de stikstofemissie en daarmee op Natura 2000-gebieden is niet op voorhand uit te sluiten en kan desgewenst nader onderzocht worden middels een AERIUS berekening. Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland. Het dichtstbijzijnde gebied behorende tot het Natuurnetwerk Nederland betreft de watergang direct grenzend ten zuidwesten en zuiden van het projectgebied. Gezien de aard van de voorgenomen ruimtelijke ingrepen en het feit dat de watergang behouden blijft, is een direct, nadelig effect op de in dit gebied aanwezige beschermde soorten niet aannemelijk. Haas en konijn Het projectgebied is geschikt als leefgebied voor hazen en konijnen. De aanwezigheid van hazen en konijnen in het projectgebied kan niet op voorhand worden uitgesloten.
Een nader onderzoek naar deze soorten is noodzakelijk. Vogels Het bramenstruweel is geschikt als broedbiotoop voor zangvogels en de rietkragen zijn geschikt als broedbiotoop voor riet- en watervogels. Daarnaast gebruiken diverse vogels het projectgebied als foerageergebied. Gedurende het broedseizoen mogen daarom geen werkzaamheden worden uitgevoerd die leiden tot een verstoring of vernietiging van deze dieren/of nesten van deze soortgroepen. Het broedseizoen is globaal aan te geven tussen 15 maart en 15 juli, afhankelijk van de weersomstandigheden. Eerdere en latere broedgevallen zijn ook beschermd conform de Wet natuurbescherming. Zorgplicht De aannemer behoudt te allen tijde zijn of haar zorgplicht: ‘’De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun directe leefomgeving. In praktijk betekent dit het a) voorkomen, b) beperken en c) ongedaan maken van schadelijke handelingen voor de natuur.”
Projectcode: P04524 Versie: Definitief
Pagina 5 van 19
Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Luchthaven Midden-Zeeland
1 Inleiding Het projectgebied luchthaven Midden-Zeeland bevindt zich in Arnemuiden, gemeente Middelburg. Het terrein is momenteel in gebruik als vliegveld. Rondom het vliegveld bevinden zich agrarische percelen. Men is voornemens om de start- en landingsbaan van het vliegveld te wijzigen. Hierbij wordt de bestaande baan geroteerd en komt dan deels op terrein te liggen dat nu als agrarisch perceel in gebruik is. Bij dergelijke ruimtelijke ingrepen dient rekening gehouden te worden met beschermde gebieden, houtopstanden en plant- en diersoorten. De Wet natuurbescherming omvat de regelgeving betreffende deze soorten en gebieden. De Wet natuurbescherming is van kracht sinds januari 2017 en vervangt de drie oude wetten: ‘Natuurbeschermingswet 1998’, ‘Boswet’ en ‘Flora- en Faunawet’. Doelstelling van de Wet natuurbescherming is bescherming van de biodiversiteit, decentralisatie van verantwoordelijkheden en vereenvoudiging van regelgeving. Doelstelling rapport Het doel van dit rapport is om het voorgaand verkennend onderzoek te actualiseren. Uit voorgaande QuickScan (Rapportage quickscan flora & fauna Wet natuurbescherming – Luchthaven Midden Zeeland 2019) zijn al de nodige conclusies getrokken. Deze zijn terug te vinden in voorliggend rapport, mits er niks veranderd is. Daarnaast wordt de ligging van het projectgebied ten opzichte van beschermde natuurgebieden onderzocht.
Op basis van deze soorten- en gebiedsinformatie worden uitspraken gedaan over mogelijke effecten van de voorgenomen ontwikkeling en eventuele noodzakelijke vervolgstappen (vervolgonderzoeken). GRAS Advies GRAS Advies voert verkennende veldonderzoeken uit volgens de geldende soortprotocollen. De betrokken medewerkers van GRAS Advies zijn middels opleiding en ervaring bevoegd voor de verrichte werkzaamheden. Daarnaast is het project uitgevoerd volgens het kwaliteitshandboek van GRAS Advies. Het kwaliteit managementsysteem van GRAS Advies is ISO NEN-EN-ISO 9001:2015 gecertificeerd. Leeswijzer Hoofdstuk 2 van deze rapportage benoemt het relevante wettelijke kader. Hoofdstuk 3 beschrijft het projecten onderzoeksgebied en het voorgenomen project. In hoofdstuk 4 is de onderzoeksopzet opgenomen, gevolgd door de resultaten in hoofdstuk 5. In hoofdstuk 6 vindt u de conclusies, adviezen en eventuele vervolgstappen.
Projectcode: P04524 Versie: Definitief
Pagina 6 van 19
Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Luchthaven Midden-Zeeland
2 Wet natuurbescherming De oude natuurwetgeving, bestaande uit de ‘Natuurbeschermingswet 1998’, de ‘Boswet’ en de ‘Flora- en Faunawet’, is per 1 januari 2017 vervangen door de ‘Wet natuurbescherming’. Het bevoegd gezag ligt bij de provincies. Dit hoofdstuk licht de inhoud van de Wet natuurbescherming toe. De Wet natuurbescherming is gericht op het beschermen van: • beschermde gebieden • beschermde soorten • houtopstanden Omdat het projectgebied geen effect heeft op bestaande houtsopstanden is het onderdeel ’houtopstanden’ van de Wet natuurbescherming niet van toepassing op het projectgebied.
2.1
Beschermde gebieden
2.1.1
Natura 2000
De bescherming van de ruim 160 Natura 2000-gebieden in Nederland wordt gewaarborgd in de Wet natuurbescherming. In Natura 2000-gebieden zijn de Europese richtlijnen van kracht. De Europese Unie (EU) heeft een zeer gevarieerde en rijke natuur, die van grote waarde is. Om deze natuur te behouden, heeft de Europese Unie het initiatief genomen voor Natura 2000. Natura 2000 is de overkoepelende naam voor gebieden die worden beschermd vanuit de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. Nederland telt ruim 160 Natura 2000-gebieden, welke onderdeel uitmaken van een samenhangend netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie. Er wordt bij ieder project (activiteit of handeling), zowel binnen als buiten Natura-2000 gebieden, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen. De volgende verboden gelden namens artikel 2.7, 2e lid: • De kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kan verslechteren; of • Een significant verstorend effect kan hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen Wanneer een project één of beide verboden dreigt te overtreden kan het bevoegde gezag een vergunning verlenen. Hiervoor dient een groter maatschappelijk belang aanwezig te zijn en een vergunningsprocedure te worden doorlopen.
Hierbij geldt de volgende regel: ‘activiteiten mogen in principe alleen worden uitgevoerd wanneer er geen significante schade aan beschermde natuurwaarde ontstaat’.
2.1.2
Natuurnetwerk Nederland
Aanvullend op de natuurwetgeving is er natuurbeleid. De provincies zijn sinds 2014 verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling hiervan. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden (voorheen Ecologische Hoofdstructuur, ofwel EHS). Het netwerk moet natuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied verbinden. Natuurbeleid is een zachter kader dan de natuurwetgeving, maar is ook van belang voor ruimtelijke plannen. Projecten worden getoetst aan de hand van de ‘Spelregels EHS’ (uitwerking van gemeenschappelijk opgesteld beleidskader). Deze spelregels zijn verweven in het provinciaal beleid. Het compensatiebeginsel voor de EHS is het sluitstuk van het ‘nee, tenzij’ beschermingsregime. Volgens dat regime zijn nieuwe projecten, plannen en handelingen in het NNN die afwijken van het bestemmingsplan en met een significant negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden niet toegestaan. Tenzij er sprake is van een groot openbaar belang én het ontbreken van reële alternatieven. Het Besluit Algemene Regels Ruimtelijke ordening (Barro, 2010) voorziet juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid.
In Natuurnetwerk Nederland liggen de volgende natuurgebieden: • bestaande natuurgebieden (waaronder de 20 Nationale Parken); • gebieden waar nieuwe natuur wordt aangelegd; • landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer;
Projectcode: P04524 Versie: Definitief
Pagina 7 van 19
Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Luchthaven Midden-Zeeland
• •
2.2
ca. 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, Nederlandse deel Noordzee en Waddenzee; alle Natura 2000-gebieden.
Beschermde soorten
De wet natuurbescherming heeft als doelstelling het beschermen en in stand houden van de Nederlandse natuurgebieden en bescherming van de Nederlandse Flora & Fauna (Bijlage 1). De Wet natuurbescherming deelt soorten in drie beschermingsregimes in: • soorten van de Vogelrichtlijn (alle van nature in Nederland in het wild voorkomende soorten) • soorten van de Habitatrichtlijn • andere soorten Daarnaast zijn er: • vrijgestelde soorten (bepaald per provincie en landelijk) • jaarrond beschermde vogelnesten En bestaat er: • de zorgplicht
2.3
Ontheffing of vrijstelling Wet natuurbescherming
Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden toegebracht aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan door een ontheffing of vrijstelling. Om te bepalen of een ontheffing nodig is of dat er gebruik kan worden gemaakt van een vrijstelling, is er een stappenplan opgesteld door het Ministerie van Economische Zaken (Bijlage 4). De bevoegdheid voor het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen ligt bij de provincies. Enkel bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, blijft het Rijk het bevoegd gezag. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan de volgende criteria worden voldaan: • Er bestaat geen andere bevredigende oplossing (Wet natuurbescherming artikel 3.8, lid 5a). • In het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten (Wet natuurbescherming artikel 3.8, lid 5b3). • Er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan (Wet natuurbescherming artikel 3.8, lid 5c).
2.3.1
Gedragscodes
In de Wet natuurbescherming is de mogelijkheid opgenomen om een vrijstelling te verkrijgen indien wordt gewerkt volgens een goedgekeurde gedragscode (art 3.31). In de mogelijkheid die de wet biedt wordt ook aangegeven dat er met betrekking tot de Europees beschermde soorten een gedragscode kan worden goedgekeurd voor ruimtelijke ontwikkelingen. Dit naast beheer en onderhoud, waarvoor in de Flora- en Faunawet reeds een vrijstelling gold als werd gewerkt conform een goedgekeurde gedragscode. Hoewel de mogelijkheid wel wordt geboden, zijn er bij het opstellen van het stappenplan nog géén gedragscodes goedgekeurd voor de nieuwe beschermde soorten of voor de Europees beschermde soorten voor ruimtelijke ontwikkelingen. Hier dient rekening mee gehouden te worden bij de bepaling of een gedragscode van toepassing is voor de type ingreep en de voorkomende beschermde soorten.
Projectcode: P04524 Versie: Definitief
Pagina 8 van 19
Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Luchthaven Midden-Zeeland
2.4
Invasieve soorten
Per 3 augustus 2016 is het verboden (EU-exotenverordening 1143/2014) om schadelijke exotische planten en dieren te: • Bezitten; • Verhandelen; • Kweken; • Gebruiken; • transporteren ; • vrijlaten. Verder geldt de plicht om in de natuur aanwezige populaties op te sporen en te verwijderen. Als dat niet lukt, moeten er maatregelen worden getroffen om de populatie zodanig te beheren dat verspreiding zoveel mogelijk wordt voorkomen. In Nederland zijn de provincies verantwoordelijk voor de aanpak van de invasieve exoten die in 2016 en 2017 op de lijst zijn geplaatst. Uitgezonderd de wolhandkrab en de Amerikaanse rivierkreeft daar is het Rijk verantwoordelijk voor en de beverrat waar waterschappen verantwoordelijk voor zijn. Op de website van de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA) is de (dynamische) lijst te vinden van soorten die op de Unielijst staan (NVWA 2022). Deze invasieve soorten brengen schade toe aan de biodiversiteit en/of ecosysteemdiensten, of zullen dat in de toekomst waarschijnlijk gaan doen. Daarnaast kunnen ze nadelige gevolgen hebben voor de menselijke gezondheid, veiligheid of de economie.
Projectcode: P04524 Versie: Definitief
Pagina 9 van 19
Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Luchthaven Midden-Zeeland
3 Projectgebied Tijdens een quickscan wordt onderscheid gemaakt tussen het projectgebied, daar waar de werkzaamheden plaatsvinden, en het onderzoeksgebied, de directe omgeving van het projectgebied. Het onderzoeksgebied wordt bepaald aan de hand van de afstand waarbinnen beschermde diersoorten verstoring kunnen ondervinden van de voorgenomen/verwachte werkzaamheden.
3.1
Gebiedsbeschrijving
Context Het projectgebied is gelegen in Arnemuiden, gemeente Middelburg (Afb. 3.1.1). Het is gelegen aan de Calandweg. Het gebied grenst aan de zuidzijde aan agrarische percelen, aan de westzijde grenst het aan de Muidenweg, ervan gescheiden door een waterpartij. Aan de noordzijde ligt de Calandweg en aan de oostzijde bevinden zich agrarische percelen. Projectgebied Het projectgebied heeft een oppervlakte van ca. 75.000 m2, en bestaat uit agrarische percelen, de luchthaven en de huidige landingsbaan (Afb. 3.1.2).
Afbeelding 3.1.1 Ligging van het projectgebied (rood kader).
Projectcode: P04524 Versie: Definitief
Pagina 10 van 19
Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Luchthaven Midden-Zeeland
Afbeelding 3.1.1 Luchtfoto van het projectgebied (rood kader)
3.2
Beoogd projectresultaat
Men is voornemens om de start- en landingsbaan van het vliegveld te wijzigen. Hierbij wordt de bestaande baan geroteerd en komt deels op terrein te liggen dat momenteel als agrarisch perceel in gebruik is. De exacte planning is nog niet bekend. Afbeelding 3.2.1 geeft hiervan een weergave.
Afbeelding 3.2.1 Het beoogde projectresultaat.
Projectcode: P04524 Versie: Definitief
Pagina 11 van 19
Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Luchthaven Midden-Zeeland
4 Onderzoeksopzet Bij het uitvoeren van deze quickscan is onderzocht of het voorgenomen project mogelijk effect heeft op beschermde gebieden, plant- en diersoorten en houtopstanden. Hiervoor is zowel een voor- als een locatieonderzoek uitgevoerd, gevolgd door een effectenbeoordeling. Tijdens het vooronderzoek is informatie verzameld over: • Het projectgebied en de positie van het projectgebied t.o.v. beschermde gebieden in de omgeving van het projectgebied (hoofdstuk 5.1). • Waarnemingen van plant- en diersoorten in het projectgebied en in de omgeving van het projectgebied (hoofdstuk 5.2). Hierbij is gebruik gemaakt van bekende natuurinformatie (NDFF, Verspreidingsatlas). Tijdens het locatieonderzoek is gekeken naar: • aanwezigheid van beschermde plantensoorten • aanwezigheid van (sporen van) beschermde soorten • aanwezigheid van leefgebieden/ soort-specifieke functies voor beschermde soorten (oppervlaktewater, schuilgelegenheden, specifieke plantensoorten/ lijnvormige elementen) Het onderzoeksgebied is ter plaatse bepaald a.d.h.v. de verwachtte invloed van het project en de inschatting van de onderzoeker. Het bezoek is uitgevoerd tijdens droog, helder weer, bij een temperatuur van 16 graden en windkracht 2. De ecoloog van GRAS Advies spant zich maximaal in om het onderzoek zo zorgvuldig mogelijk uit te voeren.
Desondanks zal nooit een 100% volledig beeld van de aanwezige flora en fauna gegeven kunnen worden. GRAS Advies kan daarom geen aansprakelijkheid aanvaarden voor kosten en vertraging die optreden als gevolg van het voorkomen van beschermde flora en fauna. Bij de effectenbeoordeling zijn de resultaten van het vooronderzoek, het locatiebezoek en het voorgenomen project in overweging genomen. Daarmee kunnen wij een goed inschatting maken van de invloed van het voorgenomen project op beschermde natuurgebieden, (potentieel) aanwezige beschermde soorten en al dan niet aanwezige houtopstanden. Vleermuizen Een vleermuisonderzoek valt buiten het kader van een quickscan. Wel is de potentie onderzocht voor vleermuizen op het terrein en is gelet op sporen en aanwijzingen zoals geluiden wanneer het locatiebezoek in de avonduren plaatsvindt. Verblijfplaatsen van vleermuizen bevinden zich in holten van bomen en besloten of donkere ruimten van gebouwen. Er is onderzocht welke soorten redelijkerwijs of mogelijk te verwachten zijn aan de hand van het landschap, de omgeving en bekend verspreidingsbeeld. Daarnaast is onderzocht welke functies voor vleermuizen mogelijk voorkomen. Als richtlijn is hiervoor de checklist van het huidig geldende Vleermuisprotocol (2021) aangehouden.
Hierbij gaat het om objecten die voor de vleermuis van belang zijn en die door de beoogde activiteit of het plan, in relevante mate worden aangetast. Foerageergebied en vliegroutes zijn alleen beschermd als ze essentieel zijn voor het goede voortbestaan van de soort ter plaatse.
Projectcode: P04524 Versie: Definitief
Pagina 12 van 19
Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Luchthaven Midden-Zeeland
5 Resultaten 5.1
Beschermde gebieden
5.1.1
Natura-2000
Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied (Afb. 5.1.1). Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is Veerse Meer op ca. 800 m afstand van het projectgebied. Het projectgebied wordt van dit Natura 2000-gebied gescheiden door agrarisch gebied. Andere Natura 2000-gebieden liggen op grotere afstand (> 7 km) van het projectgebied. Het projectgebied is niet direct zichtbaar vanuit omliggende Natura 2000-gebieden. Van optische verstoring van soorten in Natura 2000-gebieden is derhalve geen sprake. Gelet op de ligging van het projectgebied en de beperkte impact van de ingreep, kan verstoring van soorten in Natura 2000-gebieden door licht en geluid op voorhand worden uitgesloten. Een substantieel, negatief effect van de voorgenomen ontwikkelingen op de stikstofemissie en daarmee op Natura 2000-gebieden is niet op voorhand uit te sluiten en kan desgewenst nader onderzocht worden middels een AERIUS berekening.
Afbeelding 5.1.1 Ligging van het projectgebied (rood kader) t.o.v. Natura 2000-gebied het Veerse Meer (blauw vlak).
Projectcode: P04524 Versie: Definitief
Pagina 13 van 19
Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Luchthaven Midden-Zeeland
5.1.2
Natuurnetwerk Nederland
Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland (Afbeelding 5.1.2). Het dichtstbijzijnde gebied behorende tot het Natuurnetwerk Nederland betreft de watergang direct grenzend ten zuidwesten en zuiden van het projectgebied. De aanwezige start- en landingsbaan wordt geroteerd en de betreffende watergang blijft behouden. Gezien de aard van de voorgenomen ruimtelijke ingrepen en het feit dat de watergang behouden blijft, is een direct, nadelig effect op de in dit gebied aanwezige beschermde soorten niet aannemelijk.
Afbeelding 5.1.2 Ligging van het projectgebied (rood kader) t.o.v. Natuurnetwerk Nederland (Blauw, beige, groen)
5.2
Beschermde soorten
5.2.1
Bekende waarnemingen
Voordat wij het projectgebied hebben bezocht, hebben wij een vooronderzoek uitgevoerd. Hierdoor hebben wij een indicatie van de te verwachten beschermde soorten binnen het projectgebied. Hiervoor is met name de Nederlandse Database Flora en Fauna (NDFF) gebruikt. Hierin staan alleen gevalideerde waarnemingen. Dit geeft een beeld van wat de bekende aanwezigheid is van soorten binnen het projectgebied en de omgeving. NDFF is echter een hulpmiddel. Wanneer een soort niet geregistreerd staat in de omgeving van NDFF houdt dit niet in dat deze daar ook afwezig is. Met behulp van NDFF zijn in een straal van 1 km de waarnemingen van beschermde soorten in de afgelopen drie jaar verzameld.
Soort Flora Vleermuizen Overige Zoogdieren
Soort x x Ree
Datum
Vogels Reptielen Amfibieën Vissen Ongewervelden
Torenvalk, Zwarte kraai, Spreeuw, Scholekster, Buizerd x x x x
13-4-2021 Ter plaatse
Projectcode: P04524 Versie: Definitief
Gedrag
7-3-2022 Ter plaatse
Pagina 14 van 19
Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Luchthaven Midden-Zeeland
5.2.2
Resultaten veldbezoek
Tabel 1 Gegevens locatiebezoek. Controleur Datum Weer
A. J. van Duin 2 November, 2022 Droog, zonnig, 16 ˚C, wind West, 2 Bft
Tijdens het veldbezoek is gekeken naar de aanwezige planten- en diersoorten in en rondom het projectgebied. Naast de aanwezige soorten is er ook gezocht naar sporen zoals nesten, poot afdrukken, wildwissels en uitwerpselen. Ook is er gekeken naar landschappelijke elementen die een onderkomen of biotoop bieden voor soorten. Elementen Gebouwen Water Houtachtige vegetatie Kruidachtige vegetatie Moeras en verlandingszone Agrarisch gebied Werken Erf / tuin / privé Bestrating / verharding
Aanwezig Nee Ja Ja Ja Nee Ja Nee Nee Nee
Omschrijving Sloten Braamstruweel Grasveld Akkers -
Flora Het veldbezoek vond plaats buiten het groeiseizoen van planten, zodat enkel een globale indruk is verkregen van de aanwezige soorten. Hierbij is de aanwezigheid vastgesteld van enkele algemeen voorkomende grassoorten en kruiden waaronder Engels raaigras, kweek, veldbeemdgras, madeliefje, klein kruiskruid, hondsdraf, grote brandnetel, vogelmuur en smalle weegbree. Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Gezien de huidige inrichting van het projectgebied en het regelmatige onderhoud van grasveld en bermen, is het niet aannemelijk dat beschermde plantensoorten in het projectgebied voorkomen. Een nader onderzoek naar beschermde flora en/of een ontheffingsaanvraag is niet benodigd. Zoogdieren Op enkele plaatsen zijn molshopen waargenomen. Daarnaast kunnen gezien de aangetroffen vegetatie en de omgeving soorten egel en algemene muizensoorten worden verwacht. Het projectgebied is mogelijk onderdeel van de leefomgeving van deze soorten. De bovengenoemde soorten zijn beschermd conform de Wet natuurbescherming ‘andere soorten’, maar staan ook in de categorie ‘vrijgestelde soorten’. Dit houdt in dat bij uitvoering van de werkzaamheden een vrijstelling geldt voor deze soorten. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht voor de uitvoerende partij. Haas en Konijn Het projectgebied is geschikt als foerageer en leefgebied voor hazen en konijnen.
Sinds 2020 staan hazen en konijnen niet meer op de vrijstellingslijst in de provincie Zeeland. De geplande werkzaamheden hebben mogelijk een negatief effect op het leefgebied van deze soorten. Een nader onderzoek naar beschermde hazen en konijnen is benodigd.
Projectcode: P04524 Versie: Definitief
Pagina 15 van 19
Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Luchthaven Midden-Zeeland
Kleine marterachtigen Het projectgebied is matig geschikt als leefgebied voor kleine marterachtigen (bunzing, wezel en hermelijn). Sinds 2019 en 2020 staan bunzing, wezel en hermelijn niet meer op de vrijstellingslijst in de provincie Zeeland. Aangezien er weinig schuilmogelijkheden zijn in de vorm van struiken en bosschages, is de aanwezigheid van deze soorten vermoedelijk beperkt tot enkele passerende of kort foeragerende exemplaren. Een nader onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk. Het opstellen van een werkprotocol is geadviseerd om de juiste werkwijze te hanteren tijdens de werkzaamheden. Zoogdieren: vleermuizen Een vleermuisonderzoek valt buiten het kader van een quickscan. Wel is de potentie onderzocht van het terrein voor vleermuizen en is gelet op sporen. Verblijfplaatsen van vleermuizen bevinden zich in holten van bomen en besloten of donkere ruimten van gebouwen. Er is onderzocht welke soorten redelijkerwijs of mogelijk te verwachten zijn aan de hand van het landschap, de omgeving en bekend verspreidingsbeeld. Daarnaast is onderzocht welke functies voor vleermuizen mogelijk voorkomen. Als richtlijn is hiervoor de checklist van het huidig geldende Vleermuisprotocol (2021) aangehouden. Het gaat om voor vleermuis van belang zijnde objecten die door de beoogde activiteit of plan, in relevante mate worden aangetast.
Foerageergebied en vliegroutes zijn alleen beschermd als ze essentieel zijn voor het goede voortbestaan van de soort ter plaatse. In het gebied zijn geen bomen met holtes of scheuren aangetroffen die groot genoeg en geschikt zijn als habitat voor vleermuizen. De gebouwen van de luchthaven blijven behouden en bevinden zich buiten het projectgebied. De aanwezigheid van vaste rust- en/of verblijfplaatsen van vleermuizen in het projectgebied kan daarom uitgesloten worden. Mogelijke verblijfplaatsen in de gebouwen van de luchthaven vallen buiten de invloedsfeer van de voorgenomen werkzaamheden, zodat een negatief effect op voorhand uitgesloten kan worden. Het projectgebied is gezien de ligging in nabijheid van open water, bossen, gebouwen en open veld wel geschikt als foerageergebied voor vleermuizen. Gelet op het open karakter van het projectgebied is een eventuele functie als vliegroute voor vleermuizen niet aannemelijk. Een nader onderzoek naar beschermde vleermuizen en/of een ontheffingsaanvraag is niet benodigd. Vogels Jaarrond beschermde vogels Tijdens het veldbezoek zijn bomen gecontroleerd en hierin zijn geen nesten aangetroffen van jaarrond beschermde soorten. De aanwezigheid van jaarrond beschermde vogels is niet aannemelijk. Broedvogels De bomen en bosschages zijn gecontroleerd en beoordeeld op aanwezige vogelnesten. Er zijn geen nesten aangetroffen.
Het bramenstruweel is wel geschikt als broedbiotoop voor zangvogels. Daarnaast zijn de rietkragen geschikt als broedbiotoop voor riet- en watervogels en zijn tijdens het locatiebezoek waarnemingen gedaan van overvliegende en foeragerende vogels, waaronder gewone mantelmeeuw, zwarte kraai, grauwe gans, torenvalk, en blauwe reiger. Tenslotte zijn veren en ontlasting aangetroffen van houtduif en diverse soorten ganzen. Dit houdt in dat diverse soorten zang-, riet- en watervogels het projectgebied gebruiken als broedlocatie. Gedurende het broedseizoen mogen daarom geen werkzaamheden worden uitgevoerd die leiden tot een verstoring of vernietiging van de dieren en/of nesten van deze soortgroepen. Het broedseizoen ligt globaal tussen 15 maart en 15 juli, afhankelijk van de weersomstandigheden. Eerdere, maar ook latere broedgevallen zijn mogelijk. Deze ‘broedgevallen buiten het broedseizoen om’ zijn ook beschermd conform de Wet natuurbescherming. Een nader onderzoek naar beschermde vogels en/of een ontheffingsaanvraag is niet benodigd. Reptielen In het projectgebied zijn geen reptielen aangetroffen. Er zijn ook geen biotopen aangetroffen die geschikt zijn voor reptielen. Een nader onderzoek naar reptielen en/of een ontheffingsaanvraag is niet benodigd.
Projectcode: P04524 Versie: Definitief
Pagina 16 van 19
Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Luchthaven Midden-Zeeland
Vissen en Amfibieën De watergangen langs de randen van het projectgebied zijn geschikt als biotoop voor vissen. Het is aannemelijk dat vissen in deze watergangen leven. De watergangen blijven behouden en vallen buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden. Een negatief effect van de voorgenomen werkzaamheden kan daarom uitgesloten worden. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht voor de uitvoerende partij. Een nader onderzoek naar beschermde vissen en/of een ontheffingsaanvraag is niet benodigd. De watergangen langs de randen van het projectgebied zijn geschikt als leef- en voortplantingsbiotoop voor amfibieën. De aanwezigheid van enkele algemene soorten in de omgeving van het projectgebied is bekend, waaronder de kleine watersalamander (NDFF data 0-1 km. Tijdens het veldbezoek zijn geen amfibieën waargenomen. Het is mogelijk dat enkele algemene soorten amfibieën het projectgebied gebruiken als leefomgeving en de watergangen gebruiken als broedbiotoop. Deze soorten zijn beschermd conform de Wet natuurbescherming ‘Andere soorten’, maar voor deze soorten geldt een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht voor de uitvoerende partij. De watergangen blijven behouden en vallen buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden.
Een negatief effect van de voorgenomen werkzaamheden kan daarom uitgesloten worden, indien de zorgplicht in acht wordt genomen. Een nader onderzoek naar beschermde amfibieën en/of een ontheffingsaanvraag is niet benodigd. Ongewervelden Tijdens het veldbezoek zijn geen ongewervelden waargenomen. De kans op waarnemingen is gedurende de wintermaanden klein. Vanwege het ontbreken van de voor beschermde insecten benodigde specifieke habitats, is het niet aannemelijk dat dergelijke beschermde insecten in het projectgebied aanwezig zijn. Een nader onderzoek naar ongewervelden en/of een ontheffingsaanvraag is niet benodigd.
5.3
Houtopstanden
Het projectgebied bevindt zich buiten de bebouwde kom. Op het terrein bevinden zich geen houtopstanden groter dan 10 are of rijen bomen van meer dan 20 exemplaren.
Projectcode: P04524 Versie: Definitief
Pagina 17 van 19
Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Luchthaven Midden-Zeeland
6 Conclusie en aanbevelingen •
Geadviseerd om nader onderzoek uit te voeren naar de aanwezigheid van hazen en konijnen in het projectgebied. Onderzoek kan uitgevoerd worden volgens de door GRAS Advies opgestelde toetsingskaders.
•
Geadviseerd wordt de werkzaamheden uit te voeren buiten het broedseizoen om. Het broedseizoen is globaal aan te geven tussen 15 maart en 15 juli, afhankelijk van de weersomstandigheden. Eerdere en latere broedgevallen zijn ook beschermd conform de Wet natuurbescherming.
•
Het opstellen van een werkprotocol is geadviseerd. Hierin worden de werkwijzen beschreven die benodigd zijn om verstoring te voorkomen van kleine marterachtigen.
•
De aannemer behoudt te allen tijde zijn of haar zorgplicht: ‘’De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, als mede voor hun directe leefomgeving. In praktijk betekent dit het a. voorkomen, b. beperken en c. ongedaan maken van schadelijke handelingen voor de natuur.”
Projectcode: P04524 Versie: Definitief
Pagina 18 van 19
Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Luchthaven Midden-Zeeland
Bronnen ArcGIS (2022). Geografisch informatiesysteem met kaarten van Esri, Natura2000 en NNN. Datum geraadpleegd: 1 november ’22 GRAS Advies (2019) Rapportage QuickScan flora & fauna (wet natuurbescherming, Luchthaven Midden Zeeland) Hunnink, S. (2022). Lijst beschermde soorten Wet natuurbescherming. Natuurinclusief, Borculo. 13 p. Kadviewer is een online kaartendienst waarmee geografische locaties opgezocht kunnen worden. Geraadpleegd op 1 november 2022 http://kadviewer.map5.nl Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). https://ndff-ecogrid.nl/. Datum geraadpleegd: 1 november 2022 Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) (2022). Unilijst. https://www.nvwa.nl/onderwerpen/invasieve-exoten/unielijst-invasieve-exoten. Datum geraadpleegd: 1 november ’22 Overheid.nl. Officiële bekendmakingen. https://zoek.officielebekendmakingen.nl/uitgebreidzoeken. Datum geraadpleegd: 1 november 2022 Stichting Floron (2011). Nieuwe Atlas van de Nederlandse Flora. KNNV Uitgeverij, Nijmegen. 176p. SyBioSys Nederland. https://www.synbiosys.alterra.nl/synbiosys.svg. Datum Geraadpleegd: 1 november 2022 Vleermuisprotocol 2021, Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureau 2021. Datum Geraadpleegd: 1 november 2022 Wet natuurbescherming (2015). https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2021-07-01. Datum geraadpleegd: 1 november 2022
Projectcode: P04524 Versie: Definitief
Pagina 19 van 19
Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Luchthaven Midden-Zeeland
Bijlage 1: Wet Natuurbescherming Soorten van de Vogelrichtlijn De verbodsbepalingen betreffende beschermde soorten Vogelrichtlijn, artikel 3.1: lid 1 Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. lid 3 Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. lid 4 Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. lid 5 Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Soorten van de Habitatrichtlijn Dit zijn soorten genoemd in de Habitatrichtlijn in bijlage IV, het verdrag van Bern in bijlage I en II en het verdrag van Bonn, bijlage II. Lid 1 Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. lid 2 Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren.
lid 3 Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. lid 5 Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Andere soorten Dit zijn soorten die genoemd zijn in bijlage A van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten in Nederland.
lid 1 Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: onderdeel a In het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; onderdeel b de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of onderdeel c vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Vrijgestelde soorten Er zijn een aantal soorten landelijk vrijgesteld bij specifieke activiteiten wanneer de Minister van Economische Zaken bevoegd gezag is. De lijst met deze soorten is te vinden via beschermdesoorten.nl onder provinciale vrijstellingen.
Projectcode: P04524 Versie: Definitief
Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Luchthaven Midden-Zeeland
Jaarrond beschermde vogelnesten De lijst met jaarrond beschermde nesten van vogels is een beleidsdocument dat is voortgevloeid uit de voormalige Flora- en faunawet en meegenomen is onder de Wet natuurbescherming. Wanneer er een activiteit plaatsvindt die de nestlocatie kan beschadigen en/ of de gunstige staat van instandhouding van de soort lokaal in gevaar kan brengen, moeten er voor deze nesten mitigerende maatregelen worden getroffen. Een recente lijst met jaarrond beschermde nesten is te vinden via rvo.nl. Zorgplicht Iedereen dient voldoende rekening te houden met in het wild levende dieren en planten en de directe leefomgeving. ‘De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd.
Projectcode: P04524 Versie: Definitief
Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Luchthaven Midden-Zeeland
Bijlage 2: Impressie projectgebied
Projectcode: P04524 Versie: Definitief
Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Luchthaven Midden-Zeeland
Bijlage 3: Toelichting verkennend onderzoek (quickscan) flora en fauna In het verkennend onderzoek (quickscan) flora en fauna in het kader van de Wet natuurbescherming wordt onderzoek gedaan naar het mogelijk voorkomen van beschermde plant- en diersoorten in het projectgebied. Ook wordt de ligging van het projectgebied onderzocht t.o.v. beschermde gebieden behorende tot het Natura 2000 netwerk en Natuurnetwerk Nederland. De volgende werkzaamheden behoren tot het verkennend onderzoek. Voorbereidend onderzoek ● Verzamelen van gebiedsinformatie ● Verzamelen van soorteninformatie en verspreidingsgebied ● Informatie verzamelen over voorgenomen werkzaamheden in het projectgebied Verkennend veldonderzoek met inspectie van het terrein en/of gebouwen ● Tijdens het veldonderzoek wordt het projectgebied en de directe omgeving geïnventariseerd op de aanwezigheid van beschermde plant- en diersoorten. Ook wordt gekeken of het projectgebied geschikt is als habitat voor beschermde soorten. Het verkennend veldonderzoek geeft daarmee inzicht in de kans op aanwezigheid van beschermde soorten. Het is geen gedetailleerd en gespecialiseerd onderzoek. ● Het is mogelijk dat er objecten of plekken zijn die niet de inspecteren zijn door de controleur. Dit kan bijvoorbeeld een watergang (vissen en amfibieën) zijn of holtes, spouwen en kieren in bomen en gebouwen (vleermuizen).
Onderzoek van dergelijke objecten en plekken vereist in elk geval aanvullend onderzoek door een deskundige. ● Indien tijdens het verkennend veldonderzoek de aanwezigheid van beschermde soorten wordt vastgesteld, en/of plekken zijn aangetroffen die kunnen fungeren als habitat voor beschermde soorten, is aanvullend onderzoek noodzakelijk. Indien een watervoerende watergang / sloot wordt aangetroffen (in verbinding staand met andere watergangen), en de kans bestaat dat er beschermde soorten in voorkomen is altijd een nader onderzoek noodzakelijk. ● Aanvullend onderzoek wordt uitgevoerd door een deskundige op het gebied van de betreffende (mogelijk) aanwezige soort(en) en geeft uitsluitsel over welke beschermde soorten aanwezig zijn, in welke aantallen, op welke locaties en welke functie die locaties hebben. ● Aanvullend onderzoek maakt geen onderdeel uit van een verkennend onderzoek (quickscan). Aanvullend onderzoek kan als meerwerk verrekend worden bovenop het verkennend onderzoek. Advies en rapportage ● De resultaten van het verkennend onderzoek worden gepresenteerd in een rapportage. ● In de rapportage wordt aangegeven of aanvullend onderzoek noodzakelijk is en indien dit noodzakelijk is, voor welke soortgroep(en). ● In de rapportage wordt een advies gegeven met betrekking tot het vervolgtraject.
● In het geval aanvullend onderzoek noodzakelijk is, kunnen wij u adviseren over de planning en doorlooptijd van deze onderzoeken.
Projectcode: P04524 Versie: Definitief
Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Luchthaven Midden-Zeeland
Bijlage 4: Stappenplan Ministerie van Economische Zaken
Projectcode: P04524 Versie: Definitief