25-136 rvs Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Middelburg 2026
Tekst van het document
raadsvoorstel volgnummer
13 november 2025 25-136
onderwerp
Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Middelburg 2026
behandelen in raadscommissie
Algemeen Bestuur
portefeuillehouder
Rutger Schonis Volksgezondheid en milieu D.J.B. (Jeroen) Sakko J.Sakko@Middelburg.nl 0118 675212
datum vergadering
programma behandeld door e-mail telefoon
Conceptbesluit
De raad besluit: 1. De verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Middelburg 2026, volgens bijlage 1, vast te stellen en hiermee a. Conform het vastgestelde indexatiepercentage van 2,1 % en de eenmalige extra verhoging van 8,25 % bij de Kadernota 2025 – 2026 het vast tarief afvalstoffenheffing voor 2026 te verhogen van € 264,13 naar € 291,47 voor eenpersoonshuishoudens en van € 279,12 naar € 308,01 voor meerpersoonshuishoudens. b. De kostendekking voor 2026 vast te stellen op 96 % en hiermee een extra kostenstijging van circa 6 % / € 16,00 per woonhuisaansluiting (bovenop de 10,35 %) te voorkomen. c. Ook in 2026 de eerste 3 ledigingen van een 240 liter rolcontainer restafval / de eerste 5 ledigingen van een 140 liter rolcontainer restafval / de eerste 18 keer storten in de ondergrondse container restafval op te nemen in het vast tarief. d. Het variabele tarief voor het aanbieden van restafval voor 2026 conform het vastgestelde indexatiepercentage van 2,1 % te verhogen: I. per lediging van een 240 liter rolcontainer restafval van € 8,54 naar € 8,72 II. per lediging van een 140 liter rolcontainer restafval van € 4,99 naar € 5,09 III. per aanbieding van restafval op een verzamelcontainer van € 1,42 naar € 1,45 e.
De kosten voor het hebben van een extra rolcontainer voor restafval voor 2026 te verhogen van € 144,24 naar € 159,17, dit conform het vastgestelde indexatiepercentage van 2,1 % en de eenmalige extra verhoging van 8,25 % bij de Kadernota 2025 – 2026. f. De tarieven reinigingsrecht voor het aanbieding van Kantoor-, Winkel- en Dienstenafval (KWD) door bedrijven in de binnenstad voor 2026 te verhogen: I. het vast tarief van € 288,47 naar € 318,33 conform het vastgestelde indexatiepercentage van 2,1 % en de eenmalige extra verhoging van 8,25 % bij de Kadernota 2025 – 2026. II. het variabel tarief per aanbieding op een verzamelcontainer van € 1,42 naar € 1,45 conform het vastgestelde indexatiepercentage van 2,1 %.
Aanleiding
Jaarlijks dienen de tarieven voor de afvalstoffenheffing en reinigingsrecht te worden vastgesteld. Volgens de Gemeentewet mogen de geraamde baten de geraamde lasten niet overschrijden, wat betekent dat de opbrengsten hooguit kostendekkend mogen zijn. In de praktijk noemen we dit kostendekkende tarieven. Middelburg hanteert bij een aantal heffingen het uitgangspunt om alle kosten te verhalen op haar inwoners. Dit geldt ook voor de afvalstoffenheffing. Deze heffing is bedoeld om de kosten van afvalinzameling en -verwerking te dekken.
1
Op 1 januari 2021 is Diftar ingevoerd mét verrekening op het aanbieden van restafval. De gemeenteraad stelt jaarlijks de tarieven vast en zal dat ook voor 2026 moeten doen.
Effect
Een afvalinzameling en -verwerking die efficiënt, schoon en veilig is en tegen aanvaardbare maatschappelijke kosten wordt uitgevoerd.
Argumenten
1.1 Volledige kostendekking betekent nog verdere stijging afvalstoffenheffing (b in dictum) Bij de jaarrekening van 2023 is gebleken dat de voorziening niet meer afdoende is om het gehanteerde uitgangspunt van 100 % kostendekkende tarieven te handhaven. Op grond van een analyse kan worden vastgesteld dat de kosten hoger zijn dan de inkomsten. Om deze balans te herstellen, was een extra tariefsverhoging van 16,5 % nodig. Bij de behandeling van de Kadernota 2025 – 2028 is door uw raad besloten om de 100 % kostendekkende tarieven voor afvalstoffenheffing als uitgangspunt te blijven hanteren. Tevens heeft uw raad toen het besluit genomen om naast de gebruikelijke inflatiecorrectie voor 2025 én 2026 een gefaseerde extra verhoging van 8,25 % door te voeren. Door extra kosten ten gevolge van de begroting OLAZ, verminderde inkomsten vanuit de SUP vergoeding en vergoedingen voor verpakkingen (aankomende ketenovereenkomst) blijkt dat de extra verhoging van 8,25% niet voldoende is voor 100 % kostendekkendheid. Volledige kostendekking is mogelijk door de afvalstoffenheffing nog verder te verhogen. Dit zou een extra lastenverzwaring voor inwoners geven bovenop de eerder vastgestelde stijging. We zullen inspanningen verrichten om de ontwikkeling van de kosten kritisch te volgen en op zoek te gaan naar besparingsmogelijkheden.
Mogelijk kan dit zijn vertaling krijgen in het afval- en grondstoffenbeleidsplan waarover we half volgend jaar besluitvorming voorzien. Uitgangspunt blijft 100 % kostendekkendheid. 1.2 De compensatie voor wegwerpluiers blijft. Gezinnen met kinderen tot en met drie jaar (peildatum 1 januari) worden gecompenseerd door hun luierafval in mindering te brengen op de aanslag van het betreffende belastingjaar: 2 maal een lediging bij gebruik van een grote restafval rolcontainer (240 liter), 3 maal een lediging bij gebruik van een kleine restafval rolcontainer (140 liter) of 12 maal een aanbieding bij gebruik van de ondergrondse container. 1.3 De medische regeling blijft. Er is een medische regeling voor huishoudens die niet in staat zijn afval aan te bieden op de voorgeschreven wijze en dit niet kunnen regelen met (mantel)zorg. Of als er een medische noodzaak is, bijvoorbeeld als gevolg van incontinentie of door het gebruik van stoma’s of thuisdialyse. Hierdoor hebben deze huishoudens extra restafval. In de regeling zitten op dit moment 265 huishoudens. Bij het toepassen van de medische regeling wordt naast het vast tarief het gemiddeld variabele deel aangeslagen. De aanbiedingen/ledigingen boven dit aantal worden niet in rekening gebracht. 1.4 Het is noodzakelijk tijdig over de nieuwe tarieven te communiceren.
Om effectief met bewoners te kunnen communiceren over Diftar, is het duidelijk communiceren over de hoogte van de tarieven een voorwaarde. De tarieven in de legesverordeningen Middelburg worden in de raadsvergadering van december vastgesteld. Op dat moment is tijdige communicatie niet meer mogelijk. Daarom is besloten om de tarieven voor de afvalstoffenheffing eerder aan uw raad aan te bieden. Op deze wijze zijn de tarieven voor 2026 eerder bekend en kan hierover eerder worden gecommuniceerd. De verrekening van het variabel deel van de heffing tarief 2026 vindt uiteindelijk pas plaats in 2027.
2
Kanttekeningen
1.1 Alternatief scenario – volledige kostendekking is mogelijk door afvalstoffenheffing extra te verhogen (b in dictum). Volledige kostendekking is mogelijk door de inkomsten uit de afvalstoffenheffing te verhogen. Naast de extra verhoging van 8,25 % (gemiddeld circa € 28,- per woonhuisaansluiting) is dan aanvullend een verhoging van 6 % nodig (totaal dan gemiddeld circa € 44,- stijging per woonhuisaansluiting). Dit is een extra lastenverzwaring voor inwoners bovenop de voorgenomen stijging en willen we niet aanvullend voor 2026 voorstellen. 1.2 Alternatief scenario - eerste aanbiedingen restafval niet meer verrekenen in vast tarief heeft voor- en nadelen (c in dictum). Nauwelijks stijging van (gemiddelde) afvalstoffenheffing in 2026 maar wel ook verhoging in 2027. De eerste ledigingen worden op dit moment in het vast tarief opgenomen (de eerste 3 ledigingen van een 240 liter rolcontainer restafval/ de eerste 5 ledigingen van een 140 liter rolcontainer restafval/ de eerste 18 keer storten in de ondergrondse container restafval). Variabele kosten laten betalen vanaf de eerste aanbieding restafval betekent dat de afvalstoffenheffing gemiddeld circa € 26,- per woonhuisaansluiting minder hoeft te stijgen in 2026. De heffing van het variabel tarief 2026 vindt pas plaats in 2027. De variabele kosten nemen dan dus in 2027 toe. Minder restafval en meer afvalscheiding.
Indien de eerste aanbiedingen niet meer verrekend worden in het vast tarief is de financiële prikkel direct aanwezig en zal er hoogstwaarschijnlijk minder restafval worden aangeboden. Minder inkomsten uit variabel tarief. Hierdoor bestaat de kans dat er minder aanbiedingen van het restafval zijn en ontstaat er een risico op minder inkomsten. De balans tussen het vast tarief en het variabel tarief om met de inkomsten de kosten te kunnen dekken dient goed gevolgd en zo nodig bijgesteld te worden. Nadelige neveneffecten. Indien de eerste aanbiedingen niet meer verrekend worden in het vast tarief is de financiële prikkel direct aanwezig en zal er waarschijnlijk minder restafval worden aangeboden en meer afvalscheiding zijn. Het laten vervallen van het betalen vanaf de eerste aanbieding restafval kan wel zorgen voor meer ontwijken van het systeem waardoor meer vervuiling van grondstofstromen zoals dumping, toename van zwerfafval, oneigenlijk gebruik van containers voor grondstoffen en prullenbakken. 1.3 Hoe groter het aandeel variabel tarief hoe groter de prikkel tot minder restafval en meer afvalscheiding (d in dictum). De vraag is wat een voldoende financiële prikkel is, ook in relatie tot de te realiseren hoeveelheid restafval Hiervoor maken we een vergelijk met andere gemeenten. Dit laat zien dat hoe hoger het ledigingstarief is, hoe minder restafval huishoudens aanbieden.
Het is echter geen lineair verband. De burger moet het doen. 1.4 Tarieven voor ondernemers in de Binnenstad zijn laag (f in dictum). De gemeente heeft een zorgplicht voor huishoudelijk afval. Bedrijfsafval wordt nauwelijks nog ingezameld. Momenteel maken er circa 140 bedrijven gebruik van de mogelijkheid hun afval in de ondergrondse containers in de binnenstad te gooien. Dit betreft uitsluitend Kantoor-, Winkel- en Dienstenafval (KWD). Deze ondernemers hebben geen ruimte en mogelijkheid om een rolcontainer voor afval op eigen terrein te plaatsen om op die wijze gebruik te kunnen maken van een commerciële inzamelaar. Deze bedrijven betalen reinigingsrecht en het aantal inworpen in de ondergrondse container wordt per inworp, tegen hetzelfde tarief als huishoudens afgerekend.
Financiën
Wat mag het kosten? In 2026 dient een bedrag van € 8.815.557 te worden gedekt uit inkomsten van de afvalstoffenheffing. 3
Hoe gaan we dat financieren? De voorziening afvalstoffen is op waardoor er geen buffer is om fluctuaties op te kunnen vangen. We werken naar een systematiek waarbij in elk begrotingsjaar de lasten en de baten van inzameling van afvalstoffen in evenwicht zijn. Besloten is de 100 % kostendekkende tarieven voor afvalstoffenheffing als uitgangspunt te hanteren. Naast de gebruikelijke inflatiecorrectie (2,1 %) wordt in 2025 en 2026 een gefaseerde extra verhoging van 8,25 % toegepast. In 2025 bedroeg de kostendekkendheid 91,75 %. Met de verhoging in 2026 zijn de tarieven 96 % kostendekkend en op deze wijze in de begroting 2026 verwerkt. Zijn er significante gevolgen or het weerstandsvermogen? Niet van toepassing
Duurzaamheid
Activiteiten in de afvalbranche leiden tot het uitstoten en vermijden van CO2-emissie. Uitstoot komt voort uit bijvoorbeeld het gebruik van diesel en het verbranden van restafval. Veel CO2-emissie wordt vermeden door gescheiden inzameling van afvalstoffen. Door grondstoffen uit het afval te hergebruiken, worden minder nieuwe grondstoffen geproduceerd.
Communicatie en participatie
Na vaststelling van de tarieven worden inwoners geïnformeerd via de huis-aan-huis krant, de website en de digitale inzamelwijzer. Het is noodzakelijk tijdig over de nieuwe tarieven te communiceren zodat inwoners weten waar ze aan toe zijn. Om effectief met bewoners te kunnen communiceren over Diftar en het besparen van kosten door minder afval en afvalscheiding, is het noemen van tarieven een voorwaarde.
Uitvoering
De nu geldende afvalstoffenverordening intrekken en de nieuwe afvalstoffenverordening Middelburg met ingang van 1 januari 2026 toe te passen.
Advies ingewonnen bij adviesorgaan?
Bijlagen 1. Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsheffingen Middelburg 2026
Middelburg, 7 oktober 2025 Burgemeester en wethouders van Middelburg de waarnemend secretaris,
Garmt Kolhorn de burgemeester,
Yvonne van Mastrigt
4