25-124 Bijlage 1. Ontwerpbestemmingsplan (verbeelding, regels, toelichting inc. bijlagen)
Tekst van het document
Juust
Er zijn geen terreinen/objecten van het Waterschap waarop het plan invloed heeft anders dan de genoemde watergangen en ontsluitingswegen.
29
Oude Veerseweg Zonnepark, Middelburg
Wegen in beheer bij het waterschap Voor het ophogen van het gebied zal zwaar (alleen invullen voor zover van toepassing) vrachtverkeer over de wegen van en naar het terrein * in de bouwfase: moeten rijden. Deze wegen zijn in eigendom van het Vinden er transporten (grond/bouwmaterialen) plaats Waterschap en niet allemaal volledig verhard. Indien over waterschapswegen? nodig zullen maatregelen worden genomen om schade aan de wegen en de wegbermen te voorkomen. Indien er toch schade ontstaat zal deze op kosten van de veroorzaker hersteld moeten worden. Dit voor en * na realisatie: verkeersaantrekkende werking tijdens de uitvoering met het waterschap overlegd. Veroorzaakt uw plan structureel extra verkeer? Er komt een terreinafscheiding in de vorm van een hekwerk tussen het plan en de Oude Veerseweg. Dit * na realisatie: bereikbaarheid hekwerk komt op minder dan 20 meter uit de as van de Omschrijf hoe motorvoertuigen, fietsers en weg en daarvoor dient een Keur ontheffing wegen voetgangers uw plan kunnen bereiken. aangevraagd te worden. De toegang tot het plangebied Worden er hiervoor uitwegen gewijzigd of nieuw zal na realisatie in de zuidwestelijke hoek plaatsvinden. aangelegd? Daar wordt ook, in het plangebied, voorzien in parkeergelegenheid. Dit gedeelte van de Oude Veerseweg is niet in beheer (en ook niet in eigendom) * na realisatie: parkeren bij ons.
Wordt er op uw eigen terrein geparkeerd? Er is na realisatie geen sprake van een verkeersaantrekkende werking. Enkel voor onderhoud zal een monteur het plangebied moeten bezoeken. * na realisatie: (ver)bouwen Bent u voornemens om binnen 20 meter van een Momenteel is de toegangsweg niet volledig verhard. Er waterschapsweg een bouwwerk te (ver)bouwen? (zoals is een pad van schelpen en steentjes aangelegd. een woning of afscheiding (gefundeerd). Motorvoertuigen, fietsers en voetgangers kunnen het plangebied bereiken. Gelet op het karakter van het gebied blijft het onverharde pad van toepassing. Voor onderhoud en reparaties zal af en toe een monteur het gebied moeten bezoeken. Er is ruimte genoeg om op eigen terrein te kunnen parkeren door middel van halfverharding. Ten behoeve van terreinafscheiding en landschappelijke inpassing zullen er hekwerken en een aarden wal op de grens van het terrein worden gerealiseerd. Deze zullen op minder dan 20 meter afstand van de weg worden gerealiseerd. Gelet op het karakter van het gebied en het feit dat er geen sprake is van een doorgaande weg is dit niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening.
4.12
Duurzaamheid
Duurzaamheid, klimaatadaptatie en de energietransitie krijgen een steeds prominentere rol in ruimtelijke planvorming. Op dit moment is dit, in tegenstelling tot andere aspecten binnen de ruimtelijke planvorming, niet juridisch afdwingbaar. De verwachting is dat duurzaamheid een geïntegreerd onderwerp wordt in de aankomende Omgevingswet. In het kader van de Omgevingswet en met betrekking tot het realiseren van toekomstbestendige ontwikkelingen in het raadzaam om in een vroegtijdig stadium na te denken over integrale duurzaamheidsoplossingen. Onderhavige ontwikkeling voorziet in de realisatie van een zonnepark op een voormalige stortplaats. Het
Juust
30
Oude Veerseweg Zonnepark, Middelburg
zonnepark levert een bijdrage aan het opwekken van duurzame en hernieuwbare energie. Het initiatief heeft geen negatieve effecten voor waterberging. Het zonnepark wordt modulair opgebouwd zodat, na beëindiging van het park, vrijkomende grondstoffen hergebruikt kunnen worden. Het initiatief draagt hierdoor niet alleen bij aan de energietransitie, maar ook aan de circulaire economie.
4.13
Milieu Effect Rapportage
In onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. zijn diverse activiteiten opgenomen waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Hierbij moet beoordeeld worden of er sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden geldt een m.e.r.-plicht. In onderdeel D is per activiteit de drempelwaarde benoemd. Als een activiteit voorkomt in onderdeel D en boven de drempelwaarde komt, geldt voor het te nemen besluit een m.e.r.-beoordelingsplicht. Indien er activiteiten plaatsvinden die in onderdeel D zijn opgenomen, maar onder de drempelwaarde blijven, dient er nagegaan te worden of het project grote milieugevolgen heeft. Deze toets dient plaats te vinden aan de hand van de criteria uit bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r.. De hoofdcriteria waaraan getoetst moet worden zijn: kenmerken van het project, plaats van het project en kenmerken van het potentiële effect. Het bevoegd gezag dient vervolgens voor de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan een besluit te nemen of er een MER moet worden opgesteld. De grondslag hiervoor is een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Zonneparken staan niet expliciet op de D-lijst van het Besluit m.e.r. genoemd en vallen ook niet onder een van de andere categorieën zoals genoemd in de D-lijst.
Uit de uitspraak van de Raad van State (ABRvS 14 augustus 2019, ECLI: NL:RVS:2019:2770) blijkt dat een zonnepark niet onder de reikwijdte van het Besluit milieueffectrapportage valt. Een zonnepark is volgens de Raad van State geen landinrichtingsproject, geen stedelijk ontwikkelingsproject en ook geen industriële installatie bestemd voor de productie van elektriciteit, stoom en warm water. Een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling is daarom niet nodig.
4.14
Conclusie
Milieu- en andere sectorale aspecten ten aanzien van de functiewijziging op onderhavig perceel zijn onderzocht en vormen geen belemmering voor de ontwikkeling. Planologische medewerking aan het initiatief ligt dan ook in de rede.
Juust
31
Oude Veerseweg Zonnepark, Middelburg
Hoofdstuk 5 5.1
Uitvoerbaarheid
Financiële uitvoerbaarheid
Voor bouwplannen zoals die zijn aangewezen in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het uitgangspunt dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt. Van de verplichting een exploitatieplan vast te stellen kan onder andere worden afgeweken als het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd, bijvoorbeeld door een anterieure overeenkomst of doordat de verplicht te verhalen kosten zijn verdisconteerd in de grondprijs. De kosten die gemaakt worden bij de uitvoering van de ontwikkeling zijn voor rekening van de initiatiefnemer, in dit geval de gemeente. Er is geen sprake van een bouwplan zoals hierboven bedoeld waardoor het opstellen van een exploitatieplan niet aan de orde is. In de meerjarenbegroting is rekening gehouden met de uitvoering van dit project.
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Vooroverleg Vooroverleg zoals bedoeld in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening is voor dit plan van toepassing. In het kader van dit bestuurlijke vooroverleg is het plan toegezonden aan de provincie en het waterschap. Participatie Er heeft participatie plaatsgevonden. Dat participatietraject heeft in 2021 plaatsgevonden. Het plan voor een zonnepark is voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan voorgelegd aan direct omwonenden en grondeigenaren. Zo onder meer aan 'Stichting Het Zeeuwse Landschap'. Er is daarbij bewust voorafgaand aan het formele bestemmingsplantraject een inrichtingsplan voorgelegd aan de participanten. Met het uiteindelijke inrichtingsplan 'inpassing zonnepark Oude Veerseweg Middelburg' (Opgesteld door Buro Ruimte & Groen, november 2021) hebben de participanten ingestemd. Dat is dan ook de basis om de bestemmingsplanprocedure te gaan doorlopen. Ter inzage legging ontwerpbestemmingsplan Gelet op het bepaalde in artikel 3.8 Wro jo afdeling 3.4 Awb wordt een ontwerpbestemmingsplan, na voorafgaande bekendmaking, gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd. Een ieder is dan in de gelegenheid zijn of haar zienswijze mondeling of schriftelijk kenbaar te maken bij de gemeenteraad. Vaststelling van het bestemmingsplan, al dan niet in gewijzigde vorm, gebeurt met inachtneming van de ingediende zienswijzen.
Juust
32
Oude Veerseweg Zonnepark, Middelburg
Bijlagen bij de toelichting
Juust
33
Oude Veerseweg Zonnepark, Middelburg
Bijlage 1 Landschapstoets Ruimte & Groen
Juust
34
Buro
Oude Veerseweg Zonnepark, Middelburg
MAATREGELEN OUDE VEERSEWEG LANDSCHAPSTOETS stortplaats - gronddepot - baggerdepot Gemeente Middelburg 5 maart 2018
concept
INHOUD 1. INLEIDING 2. LANDSCHAPPELIJKE BEGINWAARDE 3. IMPACT VOORGESTELDE MAATREGELEN 4. TOETSING
2
3.
2.
1. oude stortplaats
mogelijk baggerdepot
SITUATIE 3
BEELDEN 4
AANLEIDING De gemeente Middelburg heeft aan de Oude Veerseweg te Middelburg een oude stortplaats liggen met een oppervlakte van ca 5,5 ha. Deze moet om milieutechnische redenen afgedekt worden met een grondlaag van ca 1m. Dit wil men realiseren met elders binnen het grondgebied van de gemeente vrijkomende bagger en grond. Hiervoor wordt een bestemmingsplanwijziging in gang gezet. Tevens wil de gemeente, vooruitlopend hierop, een tijdelijke opslag van grond realiseren en een tijdelijk baggerdepot (2 ha, max 2 jaar?) realiseren op nevenliggende percelen. De percelen waar deze werkzaamheden uitgevoerd zouden worden hebben een landschappelijke waarde. In het Bestemmingsplan Buitengebied Gemeente Middelburg (september 2009) zijn voorwaarden opgenomen ten aanzien van deze gronden met landschappelijke waarde: Het is verboden op de bedoelde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (aanlegvergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen van paden, wegen en parkeergelegenheden alsmede het aanbrengen van oppervlakteverhardingen; b. het aanbrengen van boven- en ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatie- leidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; c. het ontginnen, verlagen, afgraven, ophogen of egaliseren van de bodem; d.
het vellen of rooien van struiken of bomen; e. het beplanten van gronden met struiken of bomen.
Kanaaldijk
vmg stortplaats: afdekken locatie tijdelijk depot
locatie tijdelijk baggerdepot
Voorwaarden voor een aanlegvergunning Werken of werkzaamheden als bedoeld onder a tot en met e zijn slechts toelaatbaar indien daardoor de genoemde waarden (=landschapswaarden in de vorm van kenmerkende openheid, beplantingspatroon en bebouwingspatroon) van de gronden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van de waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind. Advisering over de aanlegvergunning Alvorens te beslissen omtrent een aanlegvergunning is schriftelijk advies nodig van een landschaps- en natuurbeschermingsdeskundige, omtrent de voorwaarde.
Een schriftelijk advies is dus nodig voor de aanleg vergunning van het tijdelijke (bagger) depot en voor het wijzigen van de bestemming voor het afdekken van de stortplaats. Centrale vraag hierbij is of door het verlenen van een aanlegvergunning en het wijzigen van een bestemming geen onevenredige afbreuk wordt of zal worden gedaan aan de betreffende waarden van het gebied. Daarom heeft de gemeente Middelburg aan Buro Ruimte & Groen uit Borssele gevraagd een advies uit te brengen om deze vraag te beantwoorden. Deze rapportage bevat een beknopte beoordeling van de planvoorstellen. Hierbij is allereerst gekeken naar de betreffende waarden van het gebied, daarna naar de voorstellen van de gemeente en tenslotte zijn deze voornemens getoetst waarbij aangegeven wordt in hoeverre sprake is van onevenredige afbreuk aan het gebied. Afgesloten wordt met een conclusie waarin het geadviseerd wordt hoe te handelen.
5
aardkundig waardevolle gebieden
LANDSCHAPPELIJKE BEGINWAARDE
poel kreekrug
Om toetsing mogelijk te maken is het vaststellen van een landschappelijke beginwaarde een eerste vereiste. De locatie bevindt zich direct ten noorden van Middelburg aan de Oude Veerseweg. Aan de oostzijde vormt de kanaaldijk van het Kanaal door Walcheren de begrenzing. Direct ten noorden van de bestaande stortplaats liggen laaggelegen, natte percelen die behoren tot de bestaande natuur in het kader van het Natuurnetwerk Zeeland. De gronden die tot het plangebied behoren hebben geen status in het kader van het Natuurnetwerk maar vormen als ‘open akkers’ wel leefgebieden voor Flora en Fauna. Ten noorden zuidwesten van de locatie bevinden zich gronden die nog in landbouwkundig gebruik zijn. Aan de noordzijde vormt een vrij brede watergang de begrenzing. Landschappelijk gezien behoort het gebied tot het Walcherse polderlandschap wat gekenmerkt wordt door een karakteristiek patroon van laag gelegen poelgronden (klei op veen) en hoger gelegen zandige kreekruggen (zie kaart). Het Walcherse landschap heeft een bijzondere kwaliteit en is daarom eerder aangewezen als Nationaal Landschap. Er is sprake van een relatief gaaf landschap met overheersend kleinschalig en agrarisch karakter. De poelgebieden zijn van origine open van karakter door het ontbreken van bebouwing en opgaande beplanting. De kreekruggen zijn juist verdicht met beplanting en bebouwing.
Ter plaatse van het plangebied is dit oorspronkelijke patroon aangetast door het Kanaal met bijbehorende werken wat dwars door dit landschappelijk patroon heengetrokken is destijds. Van recenter datum is de stortplaats die evenwijdig aan het kanaal is aangebracht. Ter plaatse van dit depot is het maaiveld opgehoogd (ca 1 á 1,5m) en is de landschapsstructuur aangetast. Op de locatie van het tijdelijk gronddepot en baggerdepot is de oorspronkelijke structuur nog wel goed zichtbaar. Het halfverharde weggetje wat dwars door dit gebied heen loopt ligt op een oude hoger gelegen kreekrug (ca 0.0 NAP), meer naar de buitenranden van deze percelen gaat dit over in poelgebied (ca 1.0-NAP).
poel
hoogtekaart
kreekrug
poel
poel
kaart 1912
De ophoging van het depot is reliëfrijk en volledig begroeid met gras waardoor dit niet als een zwaar grondlichaam overkomt. Door het vele gras in de omgeving en de achterliggende kanaaldijk gaat het depot redelijk in de omgeving op en wordt dit minder als storend element ervaren. Dit komt ook door de relatief geringe hoogte waardoor je er nog overheen kijkt vanuit de omgeving. De locaties van de tijdelijk grond- en baggerdepots liggen redelijk vlak en lopen naar de rand toe iets af in hoogte (totaal ca 0,7m hoogteverschil). Opgaande beplantingen ontbreken op de percelen. Langs het halfverharde weggetje staan enkele bomen, langs de Oude Veerseweg is een singelbeplanting aanwezig en ook grotere vuilstort in het zuiden is met bos begroeid. De planlocatie zelf is vrij van beplanting. Kernwoorden voor deze locatie wat betreft landschappelijke waarde: patroon van kreek- en poelgronden, openheid, reliëfrijk, overgangen nat-droog, kleinschaligheid.
6
lage hoek (poel)
open weide gebied
bomen (relict)
lage hoek (poel)
3.
hogere gronden
2.
lage hoek (poel)
1.
open weide gebied weggetje over kreekrug
LANDSCHAPSSTUCTUUR 7
IMPACT VOORGESTELDE MAATREGELEN Gezien de waarden van het gebied is het noodzakelijk dat nieuwe ontwikkelingen binnen het plangebied kritisch gevolgd worden en dat getoetst wordt of deze geen onevenredige afbreuk doen aan de landschappelijke waarde van het gebied. Deze waarde wordt bepaald door het oudlandgebied met een afwisseling van poel- en kreekruggebieden, karakteristieke openheid, relatief laaggelegen, reliëfrijk. Elke verandering heeft effecten op de landschappelijke waarde. De mate waarin is afhankelijk van de voorgenomen activiteit. In dit kader worden de effecten van de voorgenomen activiteiten op de landschappelijke waarde getoetst. De voorgestelde wijzigingen bestaan uit: 1. Het afdekken van de bestaande voormalige stortplaats (ca 5 ha) met ca 1m grondafdekking; Niet aangegeven is of deze ophoging als strak gronddepot wordt uitgevoerd of maaiveldvolgend. 2. Het inrichten van een tijdelijk gronddepot (max 10 jaar) voor schone grond (ca 0,5 ha). De grond wordt hierbij gedurende een langere periode en met wisselende hoeveelheden op dit perceel aangebracht in variabele hoogtes van 0-4m; 3. het inrichten van een tijdelijk baggerdepot (max 5 jaar?) voor baggerspecie (ca 2,5 ha). Hierbij wordt met gebruikmaking van de bovengrond? (0,3m) van dit perceel rondom een aarden wal aangebracht van maximaal 1m boven maaiveld.
Vervolgens wordt de bagger binnen deze ‘omwalling’ aangebracht. Nadat de bagger ca 3 jaar ingedroogd is wordt deze gebruikt als ophoogmateriaal van gebied 1 (voormalige stortplaats) De grond van de wallen wordt weer gelijkmatig verdeeld over het gehele perceel.
max 1m
Er behoeft nergens beplanting te worden verwijderd om deze maatregelen uit te kunnen voeren. Het gaat dus om 2 maatregelen met een tijdelijk karakter: binnen 5- 10 jaar is de situatie weer zoals voor uitvoering van de werkzaamheden. Ten tijde van deze werkzaamheden zal het aanzien en karakter van deze percelen tijdelijk wijzigingen. Van een open landbouw/weide gebiedje met licht reliëf transformeert dit tijdelijk tot een opslagplaats voor grond en bagger. In deze tijd is sprake van een (tijdelijke) nivellering van de landschappelijke waarden. De afdekking van de voormalige stortplaats heeft een permanent karakter. De maatregelen die uitgevoerd worden hebben visueel een behoorlijke impact. De bestaande grondophoging die nu al ca 1m boven maaiveld uitsteekt krijgt er nog een laag van 1m bovenop, waardoor deze totaal ca 2m hoog wordt. De stortplaats zal beter zichtbaar worden in het landschap. De inrichting van dit terrein vormt echter in de huidige situatie al een aantasting van de oorspronkelijke landschapsstructuur. Het oorspronkelijk patroon van kreekruggen en poelen is al niet meer zichtbaar. In die zin valt de impact van de voorgenomen maatregel, afgezet tegen de bestaande situatie, mee. Daar komt nog bij dat na de inrichtingsmaatregelen de ophoging met gras ingezaaid wordt waardoor deze opgaat in het geheel van weiden en achterliggende Kanaaldijk.
Tegen dit massief valt de ophoging, zoals nu ook al, visueel enigszins weg.
VOOR
NA
8
TOETSING Om te beoordelen of de gedane voorstellen al of niet onevenredig afbreuk doen aan het gebied is het nodig na te gaan wat het effect is van de te nemen maatregelen op de uiterlijke verschijningsvorm en landschappelijke waarde van het gebied.
Effecten maatregel 1: ophogen stortplaats In principe is het aanbrengen van een grondophoging van ca 1m in strijd met de karakteristieke openheid van het gebied. Het open karakter zal, al is het gering, verder worden aangetast. Vanuit het omringende landschap zal het opgehoogde element goed te zien zijn. Wel dient in acht te worden genomen dat de bestaande situatie ook al een aantasting is van de oorspronkelijke landschappelijke structuur. Het karakteristieke patroon van kreekruggen en poelen is hier ook in de huidige situatie al niet meer herkenbaar. De voorgestelde maatregel is hoogstens een beperkte versterking hiervan. De verwachting is dat de visuele impact meevalt. De met gras ingezaaide ophoging valt min of meer weg te midden van de omringende weilanden en tegen de achterliggende Kanaaldijk. Deze ophogingswerken zijn toelaatbaar omdat de karakteristieke landschapswaarden (kreekruggen- en poelgebiedenstructuur) van de gronden niet onevenredig worden aangetast. Wel worden de volgende aanbevelingen meegegeven: Grondophoging maaiveldvolgend uitvoeren waardoor er (evenals in de huidige situatie) een gevarieerd en reliëfrijke ophoging ontstaat; De gehele ophoging wordt ingezaaid met gras en beheert als schraalgrasland (1-2x/jaar maaien of begrazing); Er worden geen beplantingselementen aangebracht omdat deze de hoogte van het element alleen maar accentueren;
Effecten maatregel 2: tijdelijk gronddepot Het inrichten van een tijdelijk gronddepot tast de landschappelijke waarden van dit gebied aan. Het open graslandgebiedje met een aflopend maaiveldprofiel (overgang kreekrugpoel) transformeert naar een met grondhopen verdichte plek. Onduidelijk is wat de hoogte van dit depot wordt, waarschijnlijk zal dit meerdere meters hoog zijn en daarmee ook visueel een aantasting van het nu open landschap. Wel dien in acht genomen te worden dat het een tijdelijk maatregel, voor maximaal 10 jaar, betreft. Hierna wordt alles weer in de oorspronkelijke staat teruggebracht. Daarmee is deze maatregel geen blijvende, maar een tijdelijke aantasting van de landschappelijke waarden. De voorgenomen werken worden dan ook toelaatbaar geacht aangezien de mogelijkheden voor het herstel van de waarden niet onevenredig worden: herstel is mogelijk nadat het depot zijn dienst heeft gedaan. Wel worden de volgende aanbevelingen meegegeven: Probeer het tijdelijke karakter ook tijdelijk te houden en de looptijd van 10 jaar terug te brengen. Probeer de hoogte van het depot beperkt te houden en werk het depot netjes af Mogelijk kunnen extra inrichtingsmaatregelen genomen worden (verlagen/vernatten lage terreindelen) waarmee de landschappelijke en ecologische waarden toenemen.
Effecten maatregel 3: tijdelijk baggerdepot Ook het inrichten van een tijdelijk baggerdepot tast de landschappelijke waarden van dit gebied aan. Het open graslandgebied met een iets aflopend maaiveldprofiel (overgang kreekrug-poel) transformeert naar een met aarden wallen omgeven plek. De hoogte van deze wallen is relatief gering (ca 1m), waardoor er ook zicht is op de (ingedroogde) bagger. Met name in de beginsituatie kan dit wel als storend ervaren worden. Wel dient in acht genomen te worden dat het een tijdelijk maatregel, voor maximaal 5 jaar?, betreft. Hierna zal het depot met (ingedroogde) bagger worden geëgaliseerd en afgevoerd waarbij de oorspronkelijke situatie weer hersteld wordt. Daarmee is ook deze maatregel geen blijvende, maar een tijdelijke aantasting van de landschappelijke waarden. De voorgenomen werken worden dan ook toelaatbaar geacht aangezien de er mogelijkheden voor het herstel van de waarden aanwezig zijn nadat het depot zijn dienst heeft gedaan.
Wel worden de volgende aanbevelingen meegegeven: grondwallen depot strak opzetten en inzaaien met gras; na verwijderen baggerdepot oorspronkelijke situatie herstellen, hierbij het oorspronkelijke hoogteverloop zoveel mogelijk in acht nemen; bestaande boombeplanting langs de halfverharde weg handhaven; Mogelijk kunnen extra inrichtingsmaatregelen genomen worden (verlagen/vernatten lage terreindelen, aanbrengen beplantingselementen) waarmee de landschappelijke en ecologische waarden toenemen.
9
BIJLAGE:
I. OVERZICHTSTEKENING
Plein 19 4454 AS Borssele 0113-354074 info@ruimte-groen.nl www.ruimte-groen.nl
Bijlage 2 Aanvullend landschapstoets
Juust
46
advies
Oude Veerseweg Zonnepark, Middelburg
MAATREGELEN OUDE VEERSEWEG LANDSCHAPSTOETS aanvullend advies toepassing zonnepanelen Gemeente Middelburg 25 mei 2018
VRAAGSTELLING Aanleiding voor dit advies is de aanvullende vraag vanuit de Gemeente Middelburg of de voormalige vuilstortplaats na grondafdekking een mogelijke locatie zou kunnen vormen voor een zonnepanelenpark. Dit om meervoudig ruimtegebruik van de voormalige stortplaats mogelijk te maken. Gezien de aanwezige landschapswaarden, de status Nationaal Landschap en de dichtbij gelegen EHS structuur (op minder dan 100 m) zal ook deze vraag kritisch getoetst moeten worden op de landschappelijke impact ervan. De Gemeente Middelburg stelt namelijk voorwaarden ten aanzien van gronden met een landschappelijke waarde. Het aanbrengen van boven- en ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatie- leidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur (waar zonnepanelen onder vallen) zijn in principe op deze gronden verboden. Voor het verlenen van een aanlegvergunning en het wijzigen van een bestemming moet vast staan dat er geen onevenredige afbreuk zal worden gedaan aan de betreffende landschapswaarden van het gebied. Om dit te kunnen beoordelen is de impact van de aan te brengen zonnepanelen onderzocht en getoetst.
1m 1m
1m
EFFECT Uit de bevindingen in het voorgaande rapport (landschappelijke beginwaarden; blz 6) blijkt dat het patroon van kreek- en poelgronden, de openheid, het reliëf, de overgangen nat-droog en de kleinschaligheid voor deze locatie het meest kenmerkend zijn. Alhoewel de ophoging van de huidige vuilstortplaats ten opzichte van het oorspronkelijke lage maaiveld van het poelenlandschap, al een aantasting vormt, wordt dit niet als zodanig ervaren. Door de geringe hoogte en reliefrijke grasbegroeing gaat het geheel op in de omgeving en valt het weg tegen de achterliggende Kanaaldijk. Wanneer echter de voorgenomen maatregel van grondafdekking van de vuilstortplaats zal zijn uitgevoerd, veranderd wel de uitgangssituatie. Aan het verhoogde maaiveld zal nog eens 1m hoogte worden toegevoegd zodat een totale verhoging van 2m ten opzichte van het oorspronkelijke maaiveld ontstaat. Wanneer bovenop de voorgenomen grondophoging van 1m ook nog zonnepanelen zullen worden gesitueerd zal dit een veel grotere visuele impact hebben op de omgeving. Door de maaiveldverhoging staan de panelen als het ware op een voetstuk, in het zicht vanuit de omgeving. Dit zal van een grote afstand gezien en (negatief) ervaren worden. Plaatsing van zonnepanelen zonder verdere (afschermende) maatregelen is in elk geval ongewenst.
VOOR ophoging zonder zonnepanelen
met zonnepanelen zonder inpassingsmaatregelen
INPASSINGSMOGELIJKHEDEN Onderzocht is welke inpassingsmaatregel in dit gebied mogelijk is om plaatsing van zonnepanelen mogelijk te maken. Een goede landschappelijke inpassing van de panelen is van essentieel belang. Deze kan op 2 manieren gestalte krijgen: 1. een omzoming met een grondwal langs de randen (bovenop de grondophoging) waarbinnen de zonnepanelen een plaats krijgen en onzichtbaar zijn vanuit de omgeving; 2. Een afscherming met een beplantings-/groenstrook. Een omzoming met opgaand groen is echter in dit kenmerkende, open poelgebied niet wenselijk. Daarom is onderzocht wat het effect is van een omzoming met een grondwal.
1m + 1,2-1,5m = 2,2-2,5m
0,5m + 1,2-1,5m = 1,7-2m
In het linker aanzicht hiernaast en in de doorsneden op de volgende bladzijde is te zien dat voor de landschappelijke inpassing van de panelen een grondwalhoogte vereist is die minimaal even hoog is als de zonnepanelen. Deze hoogte bedraagt ca 1,2-1,5 m, deze komt bovenop de geplande ophoging van 1m. Dit betekent dat de grondwal 2,2-2,5 m hoogte zal worden en de totale verhoging ten opzichte van het omliggende maaiveld ca 3,2-3,5m zal bedragen. Ten opzichte van de open omgeving is dit een behoorlijke hoogte. Wanneer de taluds met gras begroeid zijn zal dit wel enigszins wegvallen tegen de kanaaldijk (die nog een kleine meter hoger is), maar toch zal het element (als dijk met een hoogte van 3-3,5m) vanuit de omgeving goed te zien zijn. Het beeld vanuit de omgeving is een dijk voor een dijk. Het aanbrengen van een (nog hogere) grondwal tbv de landschappelijke inpassing van zonnepanelen heeft dus een behoorlijke impact op de beleving van het open karakter van het poelgebied. Vanuit het omringende landschap zal het opgehoogde gedeelte inclusief omwalling nog meer gaan opvallen en gaan concurreren met de Kanaaldijk waardoor het landschap nog minder leesbaar wordt. Inpassing van zonnepanelen is niet zondermeer toepasbaar. Hoe lager de grondophoging kan zijn hoe minder de invloed op de omgeving.
Dit pleit voor een zo gering mogelijke grondophoging en een zo laag mogelijke plaatsing van de panelen. Het advies is te onderzoeken of een oplossing mogelijk is waarbij geen dubbele ophoging (afdekking + landschappelijke inpassing) noodzakelijk is. Wanneer er een minder zware/dikke afdekking van de vuilstortplaats mogelijk is komen de panelen aanmerkelijk lager te staan en is de omwalling ook minder hoog waardoor het element vanuit de omgeving minder zwaar overkomt en minder opvalt. Vanuit de gemeente Middelburg is ondertussen bevestigd dat een afdekking van de stortplaats met 0,5 m zou moeten volstaan bij toevoeging van zonnepanelen. Dit is zeker een verbetering. Alhoewel het alsnog een behoorlijke landschappelijke ingreep blijft met veel visuele impact in het open poelgebied. (Zoals weergegeven in het rechteraanzicht, de laatste doorsnede op de volgende bladzijde en de daarop volgende impressies.)
ophoging met 1 m ophoging met metzonnepanelen zonnepanelen zonder inpassing mét inpassing grondwal
met 0.5 m ophoging met zonnepanelen mét lagere inpassing grondwal
PRINCIPEPROFIELEN
3.60+ 0.60+ 0.90-
sloot
huidige situatie voormalige stortplaats
sloot
Kanaaldijk 3.60+
Kanaal door Walcheren
1.60+ 0.90-
sloot
voormalige stortplaats incl. 1m afdekking
sloot
Kanaaldijk
Kanaal door Walcheren
3.60+
2.80+ 0.90-
voormalige stortplaats incl. 1m afdekking en zonnepanelen
sloot
sloot
Kanaaldijk
Kanaal door Walcheren
3.60+
2.30+ 0.90-
sloot
voormalige stortplaats met 0.5m afdekking en zonnepanelen
sloot
Kanaaldijk
Kanaal door Walcheren
IMPRESSIE VANUIT OMGEVING
0.5m ophoging met zonnepanelen mét inpassing grondwal
IMPRESSIE VANUIT OMGEVING IMPRESSIE 2
0.5m ophoging met zonnepanelen mét inpassing grondwal
0.5m ophoging met zonnepanelen zonder inpassing
IMPRESSIE 3
0.5m ophoging met zonnepanelen mét inpassing grondwal
0.5m ophoging met zonnepanelen zonder inpassing
Plein 19 4454 AS Borssele 0113-354074 info@ruimte-groen.nl www.ruimte-groen.nl
Bijlage 3 Landschappelijke inpassing
Juust
55
Oude Veerseweg Zonnepark, Middelburg
INPASSING ZONNEPARK OUDE VEERSEWEG MIDDELBURG Gemeente Middelburg 26 november 2021
INHOUD INLEIDING ACHTERGROND EN UITGANGSPUNTEN UITWERKING
bijlage: overzichtstekening
2
landgoedontwikkeling
Op/afritten N57
2.
1.
oude stortplaats
tijdelijk depot schone grond
SITUATIE 3
BEELDEN SITUATIE 4
INLEIDING De gemeente Middelburg heeft aan de Oude Veerseweg te Middelburg een oude stortplaats liggen. De gemeente heeft de wens om een zonnepark te realiseren op deze stortplaats. Voordat het park gerealiseerd kan worden, wordt de stortplaats afgedekt met een schone grondlaag van circa 0,5 meter. Direct ten noorden van de stortplaats wordt deel van het plangebied (mogelijk door stichting Het Zeeuwse Landschap) ingericht en beheerd als natuurgebied. Dit sluit aan op reeds bestaande natte natuur ten noorden van de planlocatie. Daarnaast is de wens om binnen het plangebied een verbinding te maken met de naastgelegen landgoedontwikkeling en het recreatief gebruikte jaagpad aan de oostzijde van de Kanaaldijk. Plangebied Het plangebied ligt tussen de Oude Veerseweg en het Kanaal door Walcheren. De stortplaats heeft een oppervlakte van circa 5,5 hectare. Het gebied wordt aan de zuidzijde begrensd door de Oude Veerseweg, aan de westzijde door een brede watergang (met aan de overzijde de landgoed ontwikkeling), aan de noordzijde door het bestaande natte natuurgebied (weilanden) en aan de oostzijde door de dijk van het Kanaal door Walcheren met nevenliggende bermsloot.
Legenda Landgoedontwikkeling Natuurgebied Watergang/sloot Plangebied
5
ACHTERGROND EN UITGANGSPUNTEN Achtergrond Het plangebied heeft een landschappelijke waarde. Het gebied ligt in het Walcherse polderlandschap. Dit landschap wordt gekenmerkt door een karakteristiek patroon van laaggeleden poelgronden (klei op veen) en hogere gelegen zandige kreekruggen. Het Walcherse landschap heeft een bijzondere kwaliteit en is daarom aangewezen als Nationaal Landschap. Er is sprake van een relatief gaaf landschap met overheersend een kleinschalige en agrarisch karakter. De poelgebieden zijn van origine open van karakter door het ontbreken van bebouwing en opgaande beplanting. De kreekruggen zijn juist verdicht met beplanting en bebouwing. Ter plaatse van het plangebied is dit oorspronkelijk patroon aangetast door het Kanaal met bijbehorende werken wat destijds dwars door dit landschappelijke patroon heengetrokken is. Ontwikkeling en uitgangspunten Om de kwaliteit van het landschap te waarborgen moeten ontwikkelingen goed worden ingepast. In een eerder stadium is hier een advies voor uitgebracht. Het uitgangspunt van dit advies is om een grondophoging van min. een halve meter aan te brengen als afdekking van de stortplaats. Hierop worden de zonnepanelen geplaatst. Als inpassing wordt een grondwalletje/talud geadviseerd wat de zonnepanelen vanuit het landschap aan het zicht onttrekt.
Het talud wordt ingezaaid met gras/kruiden waardoor deze visueel wegvalt tegen de achterliggende, hogere Kanaaldijk en hiermee één geheel vormt. Het talud wordt niet ingeplant zodat de hoogte van de wal niet geaccentueerd wordt.
Het plangebied vanaf de Oude Veerseweg
Het zonnepark beslaat niet de volledige ruimte van de voormalige stortplaats. Er blijft ruimte voor natuur- en landschapsontwikkeling. In de noordoosthoek van het plangebied kan circa 0,5 hectare natuur gerealiseerd worden. Dit wordt mogelijk gedaan door stichting Het Zeeuwse Landschap, beheerder van het bovenliggende natuurgebied. Een open inrichting met (natte) graslanden ligt voor de hand. Aan de zuidwestzijde van het plangebied ligt nu een depot met schone grond. Wanneer dit depot opgeheven wordt is hier ook ruimte voor natuur/landschapsontwikkeling met grasland en mogelijk enkele poelen die als verlagingen in de voorgenomen grondophoging blijven liggen. Daarnaast wordt er een verbinding gerealiseerd tussen de landgoedontwikkeling aan de westzijde en het buitendijks gelegen Jaagpad. Deze verbinding wordt gerealiseerd door 2 nieuwe dammen: één over de brede watergang en één over de sloot onderlangs de Kanaaldijk. Deze wandelverbinding zorgt voor een mooie route, over het landgoed en langs het kanaal.
Legenda Zonnepark
Natuur-/landschapsontwikkeling
Nieuwe dam
Talud
Verbinding landgoed> Jaagpad
Entree
6
UITWERKING Grondwal/talud De inpassing van het zonnepark is op nevenstaande tekening en doorsnede weergegeven. Het graswalletje/talud (1) ligt rondom het zonnepark, behalve aan de zuidoostzijde. Deze zijde wordt op ‘natuurlijke’ wijze ingepast door de hoge Kanaaldijk. Het graswalletje/talud wordt circa 1,7 meter hoog. De exacte hoogte is afhankelijk van de uiteindelijke hoogte van de zonnepanelen. Het talud is niet beplant. Met de situering van de zonnepanelen en het talud is rekening gehouden met de onderhoudsstroken van het waterschap langs de sloten: 7 meter voor de noordwestelijke watergang en 5 meter voor de zuidoostelijke sloot. Verbinding Jaagpad De wandelverbinding naar het Jaagpad (2) wordt gerealiseerd aan de noordzijde van het plangebied, aan de buitenzijde van het talud. Hiervoor moeten twee nieuwe dammen met duikers worden aangelegd. Het pad bestaat uit halfverharding of een graspad. De dijk wordt schuin overgestoken, zonder trap. Langs het pad wordt een Zeeuwse haag gerealiseerd als buffer met het natuurgebied.
3 2
1
4
Natuur-/landschapsontwikkeling De natuurontwikkeling aan de noordzijde (3) wordt gerealiseerd in overleg of door Het Zeeuwse Landschap. Een open inrichting met weilanden in een hollebollig profiel is denkbaar, eventueel aangevuld met wat plukjes struweel/Zeeuwse haag en enkele knotbomen. De natuur-/landschapsontwikkeling aan de westzijde (4) kan bestaan uit extensief beheerd grasland met mogelijk enkele poelen die als verlagingen in de voorgenomen grondophoging blijven liggen. Ook kunnen enkele groepjes knotbomen en vrijstaande landschappelijke bomen worden toegevoegd.
7
BIJLAGE:
I. OVERZICHTSTEKENING
8
Bijlage 4 Bodemonderzoek Veerseweg ong.
Juust
64
Oude
Oude Veerseweg Zonnepark, Middelburg
Rapport Actualiserend bodemonderzoek voormalige stort Oude Veerseweg ong. te Middelburg
projectnummer 0413575.00 definitief revisie 00 23 december 2016
Rapport Actualiserend bodemonderzoek voormalige stort Oude Veerseweg ong. te Middelburg
projectnummer 0413575.00 definitief revisie 00 23 december 2016
Auteur ing. J.C.M. Lexmond
Opdrachtgever Gemeente Middelburg Postbus 6000 4330 LA Middelburg
datum vrijgave 23-12-2016
beschrijving revisie 00 definitief
goedkeuring J.C.M. Lexmond
vrijgave M.F. Elings
Inhoudsopgave
Blz.
1
Inleiding
2
2
Vooronderzoek
3
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6
Algemeen Terreinbeschrijving Voormalig- en huidig gebruik Toekomstig gebruik Bodemopbouw en geohydrologie Conclusie vooronderzoek en hypothese
3 3 4 6 6 6
3
Verrichte werkzaamheden
8
3.1 3.2
Veldwerkzaamheden Laboratoriumonderzoek
8 8
4
Onderzoeksresultaten
10
4.1 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3
Lokale bodemopbouw en veldwaarnemingen Analyseresultaten Toetsingskader Grond Grondwater
10 11 11 12 13
5
Conclusies en aanbevelingen
14
5.1 5.2
Conclusies Aanbevelingen
14 15
Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.
Profielbeschrijvingen en zintuiglijke waarnemingen Analyseresultaten grondmonsters Analyseresultaten grondwatermonsters Normwaarden grond en grondwater Toelichting normwaarden Analysecertificaten Kwaliteitsaspecten bodemonderzoek Verantwoording uitvoering onderzoek BRL 2000 Foto’s
Tekeningen 413575-O-1 413575-S-1 413575-S-2 413575-V-1
Overzichtstekening met ligging locatie Situatietekening met boringen en peilbuizen Situatietekening met contour stort en diktes deklaag Tekening met verontreinigingssituatie
Rapport Actualiserend bodemonderzoek voormalige stort Oude Veerseweg ong. te Middelburg projectnummer 0413575.00 23 december 2016 revisie 00
1
Inleiding In opdracht van de gemeente Middelburg is door Antea Group in december 2016 een verkennend en actualiserend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de voormalige stortplaats aan de Oude Veerseweg ong. te Middelburg.
Aanleiding Aanleiding tot het onderzoek is de voorgenomen verkoop van de locatie.
Doel Het doel van het bodemonderzoek is het globaal vaststellen van de omvang, dikte en kwaliteit van de deklaag op de op locatie aanwezige stortplaats. Tevens zal de algemene kwaliteit van het grondwater worden bepaald.
Onderzoeksstrategie en kwaliteit Het bodemonderzoek is gebaseerd op de richtlijnen uit de NEN 5740 (Onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek). Met betrekking tot de kwaliteitsaspecten, toegepaste methoden en betrouwbaarheid/garanties van het onderzoek wordt verwezen naar bijlage 7. In dit rapport wordt verslag gedaan van de uitgevoerde werkzaamheden en worden de resultaten van het onderzoek beschreven.
Blad 2 van 15
Rapport Actualiserend bodemonderzoek voormalige stort Oude Veerseweg ong. te Middelburg projectnummer 0413575.00 23 december 2016 revisie 00
2
Vooronderzoek
2.1
Algemeen Bij toepassing van de NEN 5740 moet een hypothese worden opgesteld omtrent de aan-/ afwezigheid, de aard en de ruimtelijke verdeling van eventuele verontreinigingen. Ten behoeve van het opstellen van een hypothese dient een vooronderzoek te worden uitgevoerd overeenkomstig de NEN 5725 (Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek). Op basis van de verzamelde basisinformatie, de aanleiding van het onderzoek en de mate van verdachtheid van de onderzoekslocatie is gekozen voor een beperkt vooronderzoek. Het beperkt vooronderzoek richt zich alleen op de onderzoekslocatie. Aansluitend is informatie verzameld over de volgende aspecten van de locatie: - voormalig gebruik - huidig gebruik - toekomstig gebruik - bodemopbouw en geohydrologie Per onderdeel zijn één of meerdere informatiebronnen geraadpleegd. De verzamelde informatie is vastgelegd per bron en weergegeven in de volgende paragrafen.
2.2
Terreinbeschrijving De onderzoekslocatie betreft een weiland, gelegen direct langs het Kanaal door Walcheren. De locatie heeft een oppervlakte van ca 52.500 m2. Op een groot gedeelte van het terrein bevindt zich een voormalige stortplaats. Het terrein wordt omsloten door slootjes en agrarisch terrein. De situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in de tekeningen 413575-O-1 en 413575-S-1. Op onderstaande luchtfoto is de onderzoekslocatie weergegeven.
Blad 3 van 15
Rapport Actualiserend bodemonderzoek voormalige stort Oude Veerseweg ong. te Middelburg projectnummer 0413575.00 23 december 2016 revisie 00
Figuur 2.1: Luchtfoto onderzoekslocatie
(Bron: AGODP: Applicatie Antea Group)
2.3
Voormalig- en huidig gebruik Voor het vaststellen van het voormalige en huidige gebruik is informatie verkregen van de opdrachtgever. Onderstaand is per geraadpleegde bron de gevonden informatie omschreven. Archieven Voor zover bekend hebben er op de onderzoekslocatie geen calamiteiten of overtredingen van voorschriften in het kader van de Wet milieubeheer en/of Wet bodembescherming en/of andere milieuregelgeving plaatsgevonden. Bodemonderzoeken Op het terrein zijn de volgende bodemonderzoeken uitgevoerd: Inventarisatie voormalige stortplaatsen Zeeland, Gemeente Middelburg, stortplaats Oude Veerseweg (19), ZE/075/805, deelrapport 33.4141.0, IWACO BV, 1oktober 1997 Uit de resultaten van dit onderzoek blijkt dat er sprake is van een geringe deklaag. Derhalve betreft de afdeklaag een verhoogd risico. Ook de uitloging van verontreinigingen naar het freatische grondwater vormt een verhoogd risico. Verkennend bodemonderzoek Oude Veerseweg te Middelburg, projectnummer 10.2001.048, B.V. Adviesbureau C.K.M.S., 23 maart 2001 Het onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de voorgenomen aankoop van de locatie. Onderhavige onderzoekslocatie betrof deellocatie D van dit onderzoek. Hierbij dient te worden opgemerkt dat de oude stortplaats niet is meegenomen in het onderzoek.
Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat ter plaatse van onderhavige onderzoekslocatie de bovengrond matig verontreinigd is met lood en licht verontreinigd is met minerale olie. In de ondergrond worden de onderzochte parameters niet verhoogd gemeten. Het grondwater bevat licht verhoogde concentraties aan zware metalen, xylenen en minerale olie.
Blad 4 van 15
Rapport Actualiserend bodemonderzoek voormalige stort Oude Veerseweg ong. te Middelburg projectnummer 0413575.00 23 december 2016 revisie 00
Tankarchief De onderzoekslocatie komt niet voor in het tankarchief. Bouwarchief De onderzoekslocatie komt niet voor in het bouwarchief. Bodemkwaliteitskaart (BKK) Op basis van de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Middelburg (Walcheren: 2011) is de diffuse bodemkwaliteit deels boven interventiewaarde (zuidelijk deel) en deels ‘achtergrondwaarde’. Zie ook onderstaand figuur. Figuur 2.2: Uitsnede Zeeuws bodemloket, bodemkwaliteitskaart
De locatie is niet gelegen ter plaatse van een voormalige boomgaard. Bodemfunctieklassekaart Op de bodemfunctiekaart van de gemeente Middelburg (Walcheren: 2011) is de locatie in gedeeld in zone ‘Overig’. Overige historische gegevens Via het Zeeuws Bodemvenster is een natuurplan aangetroffen (Natuurontwikkeling Oude Veerseweg, rapportnummer wno 02/35, Provincie Zeeland, Werkgroep Natuurontwikkeling, 13 augustus 2002). In dit natuurplan zijn natuurdoelen voor het gebied nader uitgewerkt en zijn inrichtingsmaatregelen beschreven. De stortplaats is wel benoemd, maar behoort niet tot het natuurgebied. Door de provincie Zeeland is op het Zeeuws Bodemvenster aangegeven dat er ter plaatse van voormalige stortplaatsen minstens 1 meter deklaag aanwezig dient te zijn (https://www.zeeuwsbodemvenster.nl/themas/chemische-bodemkwaliteit/voormaligestortplaatsen).
Blad 5 van 15
Rapport Actualiserend bodemonderzoek voormalige stort Oude Veerseweg ong. te Middelburg projectnummer 0413575.00 23 december 2016 revisie 00
Tijdens de uitvoering van het historisch onderzoek zijn geen gegevens gevonden over de verbranding of stort van afval, (her)gebruik van grond of andere bouwmaterialen, het (voormalige) gebruik van asbest, verkaveling, (sloot)dempingen, ontgrondingen, aanvullingen, afzetting van bodemvreemd materiaal, de verwachting ten aanzien van archeologische waarden, de verwachting van niet gesprongen explosieven en onbetrouwbaarheden of tegenstrijdigheden.
2.4
Toekomstig gebruik In de nabije toekomst blijft het bodemgebruik van de onderzoekslocatie voor zover bekend, ongewijzigd.
2.5
Bodemopbouw en geohydrologie Voor de plaatselijke bodemopbouw wordt verwezen naar paragraaf 4.1. Tabel 2.1 Regionale bodemopbouw Globale diepte Geohydrologische eenheid (m –mv) 0-10 Deklaag
Lithostratigrafische eenheid
Lithologische samenstelling
Westland Formatie
zand, klei- en veenlagen
10-20
Eerste watervoerend pakket
Eem Formatie
zand (slibhoudend)
20-24
Eerste scheidende laag
Formatie van Tegelen
klei
24-30
Tweede watervoerend pakket
Formatie van Breda en Oosterhout
fijn tot matig grof zand
>30
Slecht doorlatende basis
Formatie van Rupel
klei (zandig)
De stromingsrichting van het freatisch grondwater is regionaal gezien in westelijke richting. Echter vanwege de aanwezigheid van het kanaal door Walcheren, kan ter plaatse van de locatie een andere grondwaterstroming aanwezig zijn. Gegevens over de geohydrologie en de bodemopbouw zijn verkregen uit de Grondwaterkaart van Nederland TNO/DGV, kaartblad Middelburg/Bergen op Zoom (GWK 39, juni 1985).
2.6
Conclusie vooronderzoek en hypothese Op aangeven van de opdrachtgever heeft het onderzoek zich gericht op de milieuhygiënische kwaliteit van de deklaag. Het NAVOS protocol schrijft een onderzoeksdichtheid voor van 20 boringen per hectare bij onderzoek naar de deklaag. Gelet op de duidelijke profilering van het stort in het terrein en de oppervlakte van de locatie is in overleg met de opdrachtgever uitgegaan van 10 boringen per hectare. Dit komt overeen met de strategie NEN-ONV-NL. Rondom de voormalige stort zijn ten behoeve van het grondwateronderzoek 6 peilbuizen geplaatst. De boringen zijn doorgezet tot in het stortmateriaal. Daar waar geen stort aanwezig is, zijn de boringen doorgezet tot 1 m –mv. Het stortmateriaal is niet meegenomen in het onderzoek.
Blad 6 van 15
Rapport Actualiserend bodemonderzoek voormalige stort Oude Veerseweg ong. te Middelburg projectnummer 0413575.00 23 december 2016 revisie 00
Blad 7 van 15
Rapport Actualiserend bodemonderzoek voormalige stort Oude Veerseweg ong. te Middelburg projectnummer 0413575.00 23 december 2016 revisie 00
3
Verrichte werkzaamheden
3.1
Veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd in december 2016. Het veldwerk is uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000. In bijlage 8 is aangegeven welke protocollen zijn gevolgd en welke veldmedewerkers zijn ingezet. Er zijn in totaal 60 boringen tot in het stortmateriaal gezet. Daarnaast zijn rondom de voormalige stort 6 peilbuizen geplaatst. Tijdens de terreininspectie binnen het onderzoeksgebied en bij het uitvoeren van de boringen is aandacht geschonken aan de aanwezigheid van asbestverdachte materialen op het maaiveld of in het opgeboorde materiaal. De boorlocaties zijn weergegeven op situatietekening 413575-S-1.
3.2
Laboratoriumonderzoek In de volgende tabel is een overzicht gegeven van de uitgevoerde analyses. Tabel 3.1: Laboratoriumonderzoek (Mengmonster) (traject m -mv.)
Boringen
Analyses1)
MM01 (0,00 - 0,30)
016-1; 062-1
Standaardpakket grond, arseen en chroom
MM02 (0,00 - 0,25)
026-1; 027-1; 044-1; 045-1; 046-1
Standaardpakket grond, arseen en chroom
MM03 (0,00 - 0,20)
014-1; 028-1; 047-1; 048-1
Standaardpakket grond, arseen en chroom
MM04 (0,00 - 0,15)
015-1; 029-1; 030-1; 049-1
Standaardpakket grond, arseen en chroom
MM05 (0,00 - 0,20)
017-1; 018-1; 032-1; 033-1; 053-1; 063-1
Standaardpakket grond, arseen en chroom
MM06 (0,00 - 0,40)
020-1; 034-1; 035-1; 054-1; 055-1; 064-1
Standaardpakket grond, arseen en chroom
MM07 (0,00 - 0,40)
021-1; 022-1; 065-1; 066-1
Standaardpakket grond, arseen en chroom
M08 (0,00 - 0,20)
056-1
Standaardpakket grond, arseen en chroom
M09 (0,30 - 0,70)
003-2
Standaardpakket grond, arseen en chroom
M10 (0,00 - 0,50)
039-1
Standaardpakket grond, arseen en chroom
Grond
Blad 8 van 15
Rapport Actualiserend bodemonderzoek voormalige stort Oude Veerseweg ong. te Middelburg projectnummer 0413575.00 23 december 2016 revisie 00
Tabel 3.1: Laboratoriumonderzoek (Mengmonster) (traject m -mv.)
Boringen
Analyses1)
Grondwater 008-1-1
Standaardpakket grondwater, arseen en chroom
009-1-1
Standaardpakket grondwater, arseen en chroom
010-1-1
Standaardpakket grondwater, arseen en chroom
011-1-1
Standaardpakket grondwater, arseen en chroom
042-1-1
Standaardpakket grondwater, arseen en chroom
061A-1-1
Standaardpakket grondwater, arseen en chroom
1) Standaardpakketten: grond: zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), polychloorbifenylen (PCB som 7), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK 10 VROM), minerale olie (GC) grondwater: zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, styreen en naftaleen), vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (17 stuks), minerale olie (GC)
Blad 9 van 15
Rapport Actualiserend bodemonderzoek voormalige stort Oude Veerseweg ong. te Middelburg projectnummer 0413575.00 23 december 2016 revisie 00
4
Onderzoeksresultaten
4.1
Lokale bodemopbouw en veldwaarnemingen De profielbeschrijvingen van de verrichte boringen met de bijbehorende veldwaarnemingen zijn opgenomen in bijlage 1. Uit de profielbeschrijvingen blijkt dat de aan de zuidzijde van de locatie een deklaag aanwezig is van zand, richting noorden verandert dat in klei. De dikte van de deklaag varieert tussen 0 en 40 cm. Uit de resultaten van het veldwerk, blijkt dat de stort een oppervlakte heeft van circa 40.000 m2. De contour van de voormalige stort, alsmede de dikte van de deklaag is weergegeven op tekening 413575-S-2. Op het noordelijk deel van het perceel is een stukje asbestverdacht materiaal aangetroffen. In overleg met de opdrachtgever is ervoor gekozen deze niet te analyseren (behoort tot het stortmateriaal). Bij het uitvoeren van het veldonderzoek zijn waarnemingen gedaan die duiden op bodemverontreiniging. De veldwaarnemingen zijn weergegeven in tabel 4.1. Het stortmateriaal is hierin niet meegenomen. Tabel 4.1: Veldwaarnemingen Boring
Einddiepte
Veldwaarnemingen
(m -mv.)
Diepte (m -mv.)
Waarneming
001
1,0
0,1-0,6
Brokken baksteen
003
1,0
0,3-0,7
Matig baksteenhoudend
005
1,0
0,3-0,5
Sporen baksteen
006
1,0
0,3-0,6
Sporen baksteen
025
1,0
0-0,3
Zwak baksteenhoudend
042
2,7
0-0,4
Sporen puin, sporen plastic
061A
2,0
0-0,3
Sporen plastic, zwak baksteenhoudend
016
0,5
0-0,3
Zwak puinhoudend
039
1,0
0-1,0
Matig baksteenhoudend, zwak puinhoudend
062
0,3
0-0,2
Sporen puin, sporen baksteen
Buiten stort
Binnen stort
Blad 10 van 15
Rapport Actualiserend bodemonderzoek voormalige stort Oude Veerseweg ong. te Middelburg projectnummer 0413575.00 23 december 2016 revisie 00
In onderstaande tabel zijn de resultaten van de veldmetingen van het grondwater weergegeven. Tabel 4.2: Veldmetingen grondwater Peilbuis Grondwaterstand (filter, m -mv) (m -mv) 009 (1,50-2,50) 0,25 008 (1,50-2,50) 0,43 011 (1,50-2,50) 0,63 010 (1,50-2,50) 0,25 042 (1,70-2,70) 0,43 061A (1,00-2,00) 0,30
Belucht? nee nee nee nee nee nee
pH (-) 7,42 7,65 7,33 7,97 7,13 7,36
EC (µS/cm) 16.020 8.370 4.880 20.000 4.380 17.870
Troebelheid (NTU) 47 373 88 121 45 11
De zuurgraad (pH), het elektrische-geleidingsvermogen (EC) en de troebelheid zijn vrij hoog ten opzichte van een natuurlijke situatie. Naar alle waarschijnlijk wordt dit veroorzaakt door de aanwezigheid van de stort. In het bemonsterde grondwater uit alle peilbuizen is een verhoogde troebelheid (> 10 NTU) vastgesteld. Een verhoogde troebelheid kan in sommige gevallen leiden tot een overschatting van de gehalten aan PAK, PCB, OCB, dioxines of andere matig/slecht oplosbare organische parameters. Dergelijke stoffen zijn in dit onderzoek niet onderzocht. Aanvullend onderzoek naar de verhoogde troebelheid is daarom niet uitgevoerd.
4.2
Analyseresultaten
4.2.1
Toetsingskader De getoetste analyseresultaten van de onderzochte grond- en grondwatermonsters zijn weergegeven in respectievelijk bijlage 2 en bijlage 3. De analysecertificaten zijn toegevoegd in bijlage 6. De resultaten zijn getoetst aan de actuele achtergrond-, streef- en interventiewaarden uit de Regeling Bodemkwaliteit en de Circulaire bodemsanering. Hiervoor is gebruik gemaakt van BOTOVA-gevalideerde software. De achtergrond-/streef- en interventiewaarden zijn opgenomen in bijlage 4. Een toelichting op het toetsingskader is opgenomen in bijlage 5. In de tekst zal de term 'verhoogd' worden gebruikt bij gehalten hoger dan de achtergrond- of streefwaarden en lager dan de interventiewaarden. De term 'sterk verhoogd' wordt gebruikt bij gehalten hoger dan of gelijk aan de interventiewaarden. Tevens is bij de getoetste waarden een index opgenomen. Deze index is als volgt berekend: Index = (GSSD - AW) / (I - AW). Een negatieve waarde voor de index houdt in dat de gestandaardiseerde meetwaarde (= GSSD) lager is dan de achtergrondwaarde (= AW). Bij een index boven de 1 ligt de gestandaardiseerde meetwaarde boven de interventiewaarde (= I). Een index tussen de 0 en 0,5 betekent dat de gestandaardiseerde meetwaarde (ver) onder de interventiewaarde ligt. Een index tussen de 0,5 en 1 houdt in dat de gestandaardiseerde meetwaarde (dicht) bij de interventiewaarde ligt.
Afhankelijk van de specifieke situatie geeft dit mogelijk aanleiding voor het uitsplitsen van een mengmonster en/ of het uitvoeren van een nader onderzoek.
Blad 11 van 15
Rapport Actualiserend bodemonderzoek voormalige stort Oude Veerseweg ong. te Middelburg projectnummer 0413575.00 23 december 2016 revisie 00
4.2.2
Grond In de volgende tabel zijn de parameters weergegeven, die de betreffende achtergrond- of interventiewaarde overschrijden. Tabel 4.3: Overschrijdingstabel grond Monster Boring Waarneming Overschrijdingen (m -mv) (m -mv) > AW > AW & <= I (i <= 0,5) (0,5 < i <= 1) licht matig MM01 016 (0,00-0,30), zwak puin PCB (som 7), (0,00-0,30) 062 (0,00-0,20) houdend, Koper, zwak Zink, baksteen Molybdeen, houdend, Kwik, sporen puin, Lood, sporen PAK 10 VROM baksteen MM02 044 (0,00-0,10), Chroom, Nikkel (0,00-0,25) 045 (0,00-0,25), Kobalt, 046 (0,00-0,10), Arseen, 026 (0,00-0,15), Molybdeen, 027 (0,00-0,10) Cadmium, Kwik, PAK 10 VROM MM03 047 (0,00-0,10), PCB (som 7), Koper (0,00-0,20) 048 (0,00-0,10), Chroom, 028 (0,00-0,20), Kobalt, 014 (0,00-0,15) Nikkel, Arseen, Molybdeen, Cadmium, Kwik, PAK 10 VROM MM04 049 (0,00-0,10), PCB (som 7), Nikkel (0,00-0,15) 029 (0,00-0,15), Chroom, 030 (0,00-0,15), Kobalt, 015 (0,00-0,10) Arseen, Molybdeen, Cadmium, Kwik, PAK 10 VROM MM05 017 (0,00-0,20), Koper, (0,00-0,20) 018 (0,00-0,20), Zink, 032 (0,00-0,20), Kwik, 033 (0,00-0,20), Lood, 053 (0,00-0,20), PAK 10 VROM 063 (0,00-0,15) MM06 054 (0,00-0,20), Koper, (0,00-0,40) 055 (0,00-0,15), Zink, 034 (0,00-0,20), Kwik, 035 (0,00-0,30), Lood, 020 (0,00-0,20), PAK 10 VROM 064 (0,00-0,40) MM07 065 (0,00-0,20), Nikkel, Koper (0,00-0,40) 066 (0,00-0,20), Zink, 022 (0,00-0,40), Molybdeen, 021 (0,00-0,25)
Kwik, Lood, PAK 10 VROM M08 056 (0,00-0,20) PCB (som 7), Zink, (0,00-0,20) Kobalt, Lood
Blad 12 van 15
Conclusie >I (i > 1) sterk -
Overschrijding achtergrondwaarde
Koper, Zink, Lood
Overschrijding interventiewaarde
Zink, Lood
Overschrijding interventiewaarde
Koper, Zink, Lood
Overschrijding interventiewaarde
-
Overschrijding achtergrondwaarde
-
Overschrijding achtergrondwaarde
-
Overschrijding achtergrondwaarde
-
Overschrijding achtergrondwaarde
Rapport Actualiserend bodemonderzoek voormalige stort Oude Veerseweg ong. te Middelburg projectnummer 0413575.00 23 december 2016 revisie 00
Monster (m -mv)
M09 (0,30-0,70) M10 (0,00-0,50)
Toelichting : AW, I, i :
4.2.3
Boring (m -mv)
Waarneming Overschrijdingen > AW > AW & <= I (i <= 0,5) (0,5 < i <= 1) licht matig Koper, Molybdeen, Cadmium, Kwik, PAK 10 VROM 003 (0,30-0,70) matig baksteen houdend 039 (0,00-0,50) matig Koper, Lood baksteen Zink, houdend, Kwik, zwak puin PAK 10 VROM houdend
Conclusie >I (i > 1) sterk
-
Voldoet aan achtergrondwaarde
-
Overschrijding achtergrondwaarde
geen veldwaarneming/geen overschrijding AW = achtergrondwaarde, I = interventiewaarde, i = index, zie bijlage ‘Toelichting op bodemonderzoek’ voor uitleg bij AW, I en index
Grondwater In de volgende tabel zijn de parameters weergegeven, die de betreffende streef- of interventiewaarde overschrijden. Tabel 4.4: Overschrijdingstabel grondwater Monster
(filter, m -mv)
009-1-1
(1,50 - 2,50)
008-1-1
(1,50 - 2,50)
011-1-1
(1,50 - 2,50)
010-1-1
(1,50 - 2,50)
042-1-1
(1,70 - 2,70)
061A-1-1
(1,00 - 2,00)
Toelichting : S, I, i :
Overschrijdingen >S (i <= 0,5) licht Chroom, Barium Arseen, Barium Chroom, Barium Nikkel, Barium Barium
Conclusie > S & <= I (0,5 < i <= 1) matig -
>I (i > 1) zwaar -
-
-
-
-
-
Minerale olie
-
-
-
-
Overschrijding streefwaarde Overschrijding streefwaarde Voldoet aan streefwaarde Overschrijding interventiewaarde Overschrijding streefwaarde Overschrijding streefwaarde
geen overschrijding S = streefwaarde, I = interventiewaarde, i = index, zie bijlage ‘Toelichting op bodemonderzoek’ voor uitleg bij S, I en index
Blad 13 van 15
Rapport Actualiserend bodemonderzoek voormalige stort Oude Veerseweg ong. te Middelburg projectnummer 0413575.00 23 december 2016 revisie 00
5
Conclusies en aanbevelingen In het uitgevoerde bodemonderzoek is overeenkomstig de NEN 5740 de milieuhygiënische bodemkwaliteit van de deklaag ter plaatse van de voormalige stort en de kwaliteit van het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie vastgesteld. Het aanwezige stortmateriaal is niet onderzocht.
5.1
Conclusies Deklaag/grond Uit de profielbeschrijvingen blijkt dat de aan de zuidzijde van de locatie een deklaag aanwezig is van zand, richting noorden verandert dat in klei. Op het meest noordelijke deel is geen deklaag aanwezig. De dikte van de deklaag varieert tussen 0 en 40 cm. De oppervlakte van de stort bedraagt circa 40.000 m2. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat in de deklaag op het zuidelijk deel van het terrein licht tot sterk verhoogde gehalten aan zware metalen bevat. Tevens zijn licht verhoogde gehalten aan PCB’s en PAK aangetoond. Het ‘middenstuk’ bevat ten hoogste licht verhoogde gehalten aan zware metalen, PCB’s en PAK, in het noordelijke deel worden matig verhoogde gehalten aangetroffen. In de matig puinhoudende grond buiten de stort zijn de onderzochte parameters niet verhoogd gemeten. Het gemeten gehalte aan barium behoeft in principe, conform het gestelde in de circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, niet getoetst te worden aan de voormalige interventiewaarde (geldt alleen voor de zintuiglijk schone mengmonsters). Dit in verband met het voor deze parameter ontbreken van een aanwijsbare antropogene bron (bijmenging). Wanneer er echter wel wordt getoetst, blijkt dat in MM02 voor barium de voormalige interventiewaarde wordt overschreden. De verontreinigingssituatie is weergegeven op de tekening 413575-V-1.
Grondwater In het grondwater ter plaatse van peilbuis 010 is een sterk verhoogde concentratie aan minerale olie gemeten. Tijdens het veldwerk zijn geen waarnemingen gedaan die duiden op de mogelijke aanwezigheid van een dergelijke verontreiniging. Daarnaast worden licht verhoogde concentraties aan barium, chroom, nikkel en arseen aangetoond.
Toetsing hypothese De vooraf opgestelde hypothese 'verdachte locatie' wordt aanvaard, vanwege de aangetroffen verhoogde gehalten in grond en grondwater. Voornoemde conclusies zijn gebaseerd op het vooronderzoek, de zintuiglijke waarnemingen en analyseresultaten van dit onderzoek.
Blad 14 van 15
Rapport Actualiserend bodemonderzoek voormalige stort Oude Veerseweg ong. te Middelburg projectnummer 0413575.00 23 december 2016 revisie 00
5.2
Aanbevelingen Ter plaatse van de stortlaag worden sterk verhoogde gehalten in zowel de deklaag als het grondwater aangetroffen. De deklaag is diffuus verontreinigd met zware metalen, PAK en PCB’s. Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging (> 25 m3 grond sterk verontreinigd). Mogelijk vormen de aangetroffen verontreinigingen humane of ecologische risico’s. Het grondwater bevat plaatselijk (peilbuis 010) een sterk verhoogde concentratie aan minerale olie. Een duidelijke oorzaak voor deze verontreiniging is vooralsnog niet bekend. Omdat tijdens het veldwerk geen waarnemingen zijn gedaan die duiden op de aanwezigheid van een dergelijke verontreiniging, wordt in eerste instantie aanbevolen om het grondwater ter plaatse van peilbuis 010 te herbemonsteren. Op een deel van de stort is geen deklaag aanwezig. Op de overige delen is de deklaag niet voldoende dik of zelfs sterk verontreinigd. Door de provincie Zeeland is aangegeven dat ter plaatse van voormalige stortplaatsen minstens 1 meter deklaag aanwezig dient te zijn. De aard en de mate van verontreiniging van de stort zijn niet onderzocht. Er kan derhalve geen uitspraak worden gedaan over de mogelijke aanwezigheid van humane of ecologische risico’s. Aanbevolen wordt een deklaag aan te brengen, waardoor contactmogelijkheden met zowel de stort als de sterke verontreinigingen worden uitgesloten.