25-096 Bijlage 3. Inventarisatie muurplanten (Openbaar)
Tekst van het document
Inventarisatie muurplanten kademuren flanken Dokbrug in Middelburg
In opdracht van:
Gemeente Middelburg Afdeling Leefomgeving | Dhr. Martin de Jonge, Civiele Techniek Postbus 6000 | 4330 LA Middelburg | Tel. +31 6 52 35 47 02
Opdrachtnemer:
Nanning-Jan Honingh | Schoondijksedijk 35 | 4438 AE Driewegen 06-12883834 |info@melkenhoningh.nl Bank: NL51 TRIO 0786 8048 23 | KvK: 69037930 | BTW: NL1914 11 152 B07
In samenwerking met: De Kale Jonker | voor ecologisch advies en inventarisaties Peter Maas tel: 06-29243454 | info@dekalejonker.com
15 mei 2025
Inhoudsopgave 1. ECOLOGISCHE INVENTARISATIE 2025 .............................................................................................. 2 1.0 INLEIDING........................................................................................................................................ 2 1.1 ALGEMENE OF NIET SPECIFIEKE MUURPLANTEN ......................................................................................... 3 1.2 BIJZONDERE OF SPECIFIEKE MUURFLORA ................................................................................................. 3 1.3 WETTELIJK BESCHERMDE MUURFLORA .................................................................................................... 3 1.4 VLEERMUIZEN .................................................................................................................................. 4 2. ECOLOGISCHE INVENTARISATIES 1993 EN 2010 ............................................................................... 6 3. SITUATIE VAN DE MUURVEGETATIE OP DE DOKBRUG. ..................................................................... 8 4.1 STABIELE MUURDELEN MET MUURPLANTEN IN DE VOEGEN .......................................................................... 8 4.2 FUNDERING EN 1STE METER VANAF DE FUNDERING .....................................................................................
9 4.3 LOSZITTENDE MUURDELEN MET MUURPLANTEN ........................................................................................ 9 5. WERKWIJZEN................................................................................................................................ 10 5.1 ALGEMEEN .................................................................................................................................... 10 5.2 PLAATSELIJK REPAREREN VAN LOSLIGGENDE STENEN EN OPEN OF LOSLIGGENDE VOEGEN ................................... 10 5.3 TRANSPLANTATIE VAN MUURDELEN MET BIJZONDER MUURPLANTEN............................................................ 11 5.4 TRANSPLANTATIE VAN LOSSE (BIJZONDERE) MUURPLANTEN ....................................................................... 12 5.5 OPSLAG BIJZONDERE EN ALGEMENE MUURPLANTEN ................................................................................. 12 5.6 INPLANTEN VAN DE MUURPLANTEN IN DE MUUR ..................................................................................... 13 5.7 METSELWERK ................................................................................................................................. 13 5.8 UITPLANTEN VAN DE MUURPLANTEN IN PLANTENBAKKEN ..........................................................................
13 BIJLAGE 1: INFORMATIE BIJZONDERE MUURPLANTEN DOKBRUG ...................................................... 15
1
1. Ecologische inventarisatie 2025 1.0 Inleiding In mei 2025 is door bureau Melk en Honingh in samenwerking met De Kale Jonker een inventarisatie uitgevoerd naar de muurvegetatie op de flanken van de kademuren Dokbrug in Middelburg (Afb. 1). Dit werd gedaan in opdracht van de gemeente Middelburg. De kademuur vertoont tekenen van verval en hier en daar is dringend restauratiewerk noodzakelijk. De vraag die door de gemeente werd gesteld is hoe er rekening gehouden kan of moet worden met muurplanten tijdens restauratie of reparatiewerkzaamheden. De inventarisatie is uitgevoerd aan de noord(west) of Kinderdijkzijde van de Dokbrug (Afb. 1). De zuid(oost)zijde is wel bekeken, maar het aantal muurplanten is daar zeer spaarzaam en de kademuur is daar minder slecht.
Afbeelding 1: De onderzochte flanken van de kademuren Dokbrug.
Een groot deel van de muur kon vanaf de steiger worden waargenomen. Alle waarnemingen zijn digitaal ingevoerd. Behalve de soortnaam werden ook de coördinaten van de groeiplaats opgenomen. Dit kan later van belang zijn om de planten bij restauratiewerkzaamheden of vervolginventarisaties terug te vinden. In deze rapportage wordt verslag gedaan van deze recente inventarisatie. Eerdere inventarisaties en de rapportages daarvan zijn niet in deze beoordeling meegenomen. Daarnaast wordt advies gegeven over hoe met de muurflora om te gaan tijdens de voorziene werkzaamheden. Daarbij worden ervaringen gebruikt uit een eerder project van de restauratie van de Kinderdijk-Korendijk (M&H, 2023).
2
1.1 Algemene of niet specifieke muurplanten In tabel 1 is een overzicht te vinden waarin alle gevonden planten op de kademuren van de Dokbrug zijn opgenomen. Daarin zijn behalve de bijzondere of voor muurbegroeiingen specifieke plantensoorten genoemd ook de algemeen voorkomende planten die op muren kunnen voorkomen. Deze zijn niet specifiek voor muurbegroeiingen, omdat ze elders ook gemakkelijk kunnen voorkomen zoals dovenetel, duizendblad en verschillende boomsoorten zoals ruwe iep, appel etc. Bovengenoemde soorten groeien vaak op muren die al sterk in verval zijn. Sommigen van deze soorten zoals de boomvormers zijn destructief voor muren. Met hun wortels drukken ze het verband van het metselwerk uit elkaar. Soms zijn ook de algemene muurplanten het beschermen waard, zoals de muurfijnstraal. Omdat ze lang en uitbundig bloeien komen er veel insecten op af. Door hun schaduwwerking maken ze het de bijzondere muurplanten gemakkelijker om zich te vestigen en te groeien.
1.2 Bijzondere of specifieke muurflora Hieronder volgt een opsomming in alfabetische volgorde van de bijzondere muurplanten die op de kademuren van de Dokbrug werden waargenomen (Tabel 1). Met bijzondere muurplanten worden planten bedoeld die in Nederland vrijwel alleen op muren groeien. De omstandigheden waaronder muurplanten leven zijn te vergelijken met planten die in rotsachtig gebied voorkomen. Muurplanten vestigen zich bij voorkeur op oude, verweerde muren, waarvan de voegen rijk zijn aan kalk. Soorten die specifiek zijn voor muurvegetaties, zijn voor een belangrijk deel typische kalkplanten. Zij komen bijvoorbeeld van nature voor in het krijtgebied van Zuid-Limburg en zijn daar niet gebonden aan groeiplaatsen op muren. Het stenige oppervlak, de verticale stand, de geringe mogelijkheden om te wortelen en het soms barre microklimaat vereisen speciale aanpassing van de planten. Het zijn langzame groeiers die met schaarse ruimte en middelen kunnen overleven. Zij zijn niet destructief voor de muur, maar maken gebruik van scheuren, spleten en dergelijke om te ontkiemen of te groeien. De volgende lijst van planten werden gevonden: IJzervaren; Klein glaskruid; Muurleeuwenbek; Muurvaren; Steenbreekvaren; Tongvaren; Wijfjesvaren. Een aantal van deze muurplanten komt op de kademuur van de Kademuren flanken Dokbrug algemeen voor. Dit zijn bijvoorbeeld Klein glaskruid en Muurvaren.
Hoewel zeer onopvallend is ook het Plat beemdgras een bijzondere en zeldzame muurplant. Meer informatie over de bijzondere muurplanten op de kademuren van de Dokbrug is te vinden in tabel 1. Muurplanten benadrukken de ouderdom van muren van kaden, gebouwen, kelders e.d. Zij verfraaien de schoonheid van verval. In deze tijd van steeds meer versnelling en vernieuwing trekken oude muren en de planten die erop groeien onze aandacht naar verstilling, vertraging, duurzaamheid en eeuwigheid. Daarom verdienen deze oude muren en de planten die zich hierop hebben gevestigd onze zorg en bescherming.
1.3 Wettelijk beschermde muurflora Sinds de Wet Natuurbescherming in 2017 (Nu: Omgevingswet) in werking trad, zijn veel planten van de lijst van beschermde plantensoorten verwijderd. De lijst met beschermde planten is
3
opgenomen als onderdeel van Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I bij het Verdrag van Bern en als bijlage bij artikel 3.10 van de Wet Natuurbescherming (overige soorten). In deze laatste bijlage staan Muurbloem en Schubvaren als enige specifieke muurplanten vermeld. Deze komen niet voor op de kademuren van de Kademuren flanken Dokbrug en er zijn dus geen wettelijk beschermde planten op deze kademuren aanwezig. In de Kadernota Natuurwetgeving van de Provincie Zeeland (2018), staan muurplanten vermeld onder paragraaf 3.2 Zeeuwse soorten in relatie tot biodiversiteit: “Het zorgdragen voor kwetsbare, typisch Zeeuwse planten en dieren geeft deels vorm aan de opgave uit de natuurvisie om het beheer van bedreigde soorten uit te werken maar wordt ook zeker ingegeven door het feit dat ze zo karakteristiek zijn voor de Zeeuwse natuur en daarmee een belangrijke bijdrage leveren aan de beleving van de typisch Zeeuwse natuur. Gedeeltelijk kunnen deze soorten meeliften op het reguliere natuurbeleid, maar vaak is dat onvoldoende. Om de kwaliteit van de Zeeuwse biodiversiteit te vergroten zijn aanvullende maatregelen vanuit het actieve soortenbeleid nodig”. Er is voor het project t.b.v. de restauratie van de kademuur mogelijk subsidie beschikbaar om muurplanten e.a. tijdens reparatie en restauratie van de kademuren te behouden.
1.4 Vleermuizen Er wordt bij wijze van steekproef nog een avondinventarisatie (3 juni 2025, in combinatie met de Londensche kaai – Bierkaai)) uitgevoerd naar de aanwezigheid van foeragerende vleermuizen. Het is namelijk de vraag of de muurvegetatie ook een aantrekkingskracht uitoefent op dieren. We zijn nieuwsgierig of grotere dieren zoals vleermuizen op de muurvegetatie afkomen. Er wordt ook gekeken naar nieuw aangebrachte verblijfplaatsen aan en in de kademuren van de Kinderdijk – Korendijk. De resultaten van deze eenmalige inventarisatie worden opgenomen in de rapportage van de inventarisatie van muurplanten aan de Londensche kaai - Bierkaai. De grachten en singels in Middelburg worden door Watervleermuizen en mogelijk ook door Meervleermuizen gebruikt als jachtbiotoop. In de zomer verblijven Watervleermuizen vermoedelijk onder bruggen en overkluizingen en in holle monumentale bomen in de binnenstad en stadsparken zoals in het Segeerspark en Park Toorenvliedt (Honingh en Poppe, 2019). In dit park staan ook bunkers uit de WOII, waarin watervleermuizen overwinteren. In de loop van augustus-september komen de watervleermuizen naar hun winterkwartieren. In Park Toorenvliedt wordt gejaagd boven de waterpartijen, maar ook in de boomkruinen als bijvoorbeeld de linden in bloei staan. Bomen bieden beschutting aan insecten tegen harde wind en zij houden ’s avonds warmte vast.
Hiervan profiteren de insectenetende vleermuizen. Het is niet duidelijk of de met muurplanten begroeide kademuren een extra aantrekkingskracht hebben op insecten die ’s nachts vliegen en/of foerageren op de muurplanten of in de buurt van de nog warme muren actief zijn. Daarvoor zou meer onderzoek nodig zijn, verspreid over een heel seizoen. De spectaculair aanwezige en foeragerende watervleermuizen boven het water Achter de Houttuinen (M&H, 2023) profiteren van een gunstige wind, een zachte waterstroming en de volle beplanting op de oever van lindenbomen, een veldesdoornheg en gazon. Onder deze
4
omstandigheden waren daar veel insecten aanwezig. Langs de kademuren van de Maisbaai met hoog opgaande populieren zijn die omstandigheden mogelijk ook aanwezig.
5
2. Ecologische inventarisaties 1993 en 2010 De kademuren van de Dokbrug in Middelburg vormen een mooi begroeide muur in Middelburg. Er werden 32 verschillende soorten werden aangetroffen. Tijdens de inventarisaties door Peter Maas (1993 – 2010) werden en bij de Dokbrug/ Beatrixbrug samen tientallen (1993) tot honderden (2010) muurvarens aangetroffen. Deze situatie is nu (2025) min of meer gelijk (ong. 200 ex) aan toen. De muurplanten aan de Beatrixbrug zijn overigens gedecimeerd, vanwege restauratiewerkzaamheden. Het is erg moeilijk om in het algemeen iets te zeggen over het aantalsverloop van de verschillende muurplantsoorten, laat staan daar een verklaring voor te geven. Welke factoren daarin een rol spelen (weer, klimaat, veranderingen in en op de muur) is niet eenduidig aan te geven. Wetenschappelijke naam
Soortnaam
Aantal
X
Y
Acer pseudoplatanus
Gewone esdoorn
+
32530
391612
Achillea millefolium
Duizendblad
+
32523
391618
Achillea millefolium
Duizendblad
+
32088
391360
Aira praecox
Vroege haver
+
32468
391610
Alchemilla mollis
Fraaie vrouwenmantel
+
32476
391607
Alchemilla mollis
Fraaie vrouwenmantel
+
32451
391609
Alchemilla spec.
Vrouwenmantel spec.
+
32468
391611
Anthriscus sylvestris
Fluitenkruid
+
32518
391620
Arabidopsis thaliana
Zandraket
+
32475
391608
Asplenium ruta-muraria
Muurvaren
25
32481
391608
Asplenium ruta-muraria
Muurvaren
51
32475
391608
Asplenium ruta-muraria
Muurvaren
10
32449
391610
Asplenium ruta-muraria
Muurvaren
10
32455
391610
Asplenium ruta-muraria
Muurvaren
2
32459
391611
Asplenium ruta-muraria
Muurvaren
5
32467
391610
Asplenium ruta-muraria
Muurvaren
3
32498
391610
Asplenium ruta-muraria
Muurvaren
25
32504
391614
Asplenium ruta-muraria
Muurvaren
25
32509
391619
Asplenium ruta-muraria
Muurvaren
25
32511
391621
Asplenium ruta-muraria
Muurvaren
10
32516
391624
Asplenium ruta-muraria
Muurvaren
5
32527
391613
Asplenium ruta-muraria
Muurvaren
+
32523
391616
Asplenium ruta-muraria
Muurvaren
5
32518
391620
Asplenium scolopendrium
Tongvaren
+
32465
391610
Asplenium trichomanes
Steenbreekvaren
+
32448
391609
Asplenium trichomanes
Steenbreekvaren
6
32449
391610
Asplenium trichomanes
Steenbreekvaren
5
32460
391612
Asplenium trichomanes
Steenbreekvaren
2
32462
391610
6
Asplenium trichomanes
Steenbreekvaren
+
32466
391610
Bromus hordeaceus
Zachte dravik
+
32522
391620
Buddleja davidii
Vlinderstruik
+
32482
391607
Buddleja davidii
Vlinderstruik
+
32458
391608
Buddleja davidii
Vlinderstruik
+
32504
391614
Buddleja davidii
Vlinderstruik
+
32510
391621
Buddleja davidii
Vlinderstruik
+
32522
391619
Cymbalaria muralis
Muurleeuwenbek
+
32522
391618
Cyrtomium falcatum
IJzervaren
+
32502
391611
Dryopteris filix-mas
Mannetjesvaren
+
32475
391608
Dryopteris filix-mas
Mannetjesvaren
+
32532
391613
Dryopteris filix-mas
Mannetjesvaren
+
32524
391616
Erigeron karvinskianus
Muurfijnstraal
+
32476
391608
Erigeron karvinskianus
Muurfijnstraal
+
32469
391611
Erigeron karvinskianus
Muurfijnstraal
+
32513
391625
Erigeron karvinskianus
Muurfijnstraal
+
32518
391620
Eupatorium cannabinum
Koninginnekruid
+
32497
391610
Foeniculum vulgare
Venkel
+
32522
391618
Geranium robertianum
Robertskruid
+
32527
391613
Hypochaeris radicata
Gewoon biggenkruid
+
32518
391620
Lamium album
Witte dovenetel
+
32518
391620
Malus spec.
Appel spec.
+
32531
391609
Parietaria judaica
Klein glaskruid
+
32449
391610
Parietaria judaica
Klein glaskruid
+
32513
391624
Parietaria judaica
Klein glaskruid
+
32518
391620
Plantago coronopus
Hertshoornweegbree
+
32462
391610
Plantago coronopus
Hertshoornweegbree
+
32465
391610
Plantago coronopus
Hertshoornweegbree
+
32527
391614
Plantago lanceolata
Smalle weegbree
+
32527
391613
Poa pratensis
Veldbeemdgras
+
32525
391614
Potentilla indica
Schijnaardbei
+
32513
391623
Poterium sanguisorba
Kleine pimpernel
5
32459
391612
Sambucus nigra
Gewone vlier
+
32512
391621
Sedum acre
Muurpeper
+
32462
391610
Solidago gigantea
Late guldenroede
+
32468
391609
Spergularia rubra
Rode schijnspurrie
25
32473
391608
Ulmus spec.
Iep spec.
+
32448
391609
Ulmus spec.
Iep spec.
+
32529
391612
TABEL 1: Alle planten op de Dokbrug en hun aantallen (geteld of geschat: +).
7
3. Situatie van de muurvegetatie op de Dokbrug. In dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van de verschillende situaties waarin de muurplanten in de kademuren van de Dokbrug groeien. Sommige soorten muurplanten groeien in stabiele muurdelen waaraan weinig behoeft te gebeuren. Andere muurplanten groeien in muurdelen die zeer instabiel zijn waarbij de herstelwerkzaamheden ingrijpend zullen zijn.
4.1 Stabiele muurdelen met muurplanten in de voegen Er zijn delen van de muur die redelijk stabiel lijken en weinig scheuren of uitgespoelde voegen bevatten (Afb. 2). Voorgesteld word om deze muurdelen die stabiel zijn of in een nabij verleden eerder zijn gerestaureerd of gerepareerd voorlopig met rust te laten. Het is beter om deze muurdelen nog verder te laten verweren, maar op termijn kleinschalige reparaties uit te voeren. Bij grootschalig onderhoud waarbij oude voegen worden weggeslepen, verdwijnen ook de muurplanten. Bij het machinaal uitslijpen zullen veel muurplanten verdwijnen. Waar mogelijk kunnen de zeldzame of bijzondere muurplanten behouden blijven als er met de hand rondom deze planten wordt gewerkt. Met een voegspijker kunnen losse delen worden verwijderd en kan de holle voeg deels worden opgevuld met gruis en turfmolm en daarna worden gevoegd, waarbij de plant en de wortels niet helemaal worden opgesloten in de voegmortel.
Afbeelding 2: De meeste planten groeien in de verweerde voegen van de muur. Hier groeien hertshoornweegbree, muurleeuwenbek, muurvaren en klein glaskruid in openingen in de voegen.
8
4.2 Fundering en 1ste meter vanaf de fundering Ruwweg de onderste meter van de muur vanaf de waterlijn tot aan de grens die niet onder invloed staat van (brak) kanaalwater bevat nauwelijks of geen muurplanten. De werkzaamheden kunnen hier grondig worden uitgevoerd indien nodig, zonder dat er rekening gehouden hoeft te worden met muurplanten.
4.3 Loszittende muurdelen met muurplanten Het metselwerk van de rol- of deklaag van de muur is soms losgekomen van de kademuur. Waarschijnlijk is het nodig dit metselwerk geheel te slopen en opnieuw op te metselen. Bij de sloop van de deklaag zullen veel muurplanten (o.m. muurvarens) hun groeiplaats verliezen. Deze groeien precies in de scheur die door het verschuiven en loskomen van de deklaag is ontstaan (Afb. 3). In de deklaag zelf groeien beduidend minder muurplanten, maar door het verweringsproces wordt de deklaag wel steeds meer geschikt.
Afbeelding 3: Muurfijnstraal en muurvarens groeien in scheuren in de bovenste delen van de losgekomen muurdelen.
Wanneer delen van de muur instabiel zijn, worden deze in z’n geheel in één keer aangepakt zoals scheuren repareren; losse stenen vastzetten; voegen uitslijpen en opnieuw voegen; muurdelen in z’n geheel wegslopen en vervangen door nieuw metselwerk. Hierbij moeten dan zoveel mogelijk losse muurplanten of losse muurdelen met muurplanten worden verzameld en in depot worden gezet. Later worden deze elders in het nieuwe werk ingeplant of gebouwd.
9
5. Werkwijzen 5.1 Algemeen De gemeente heeft gevraagd of er realistische werkwijzen kunnen worden voorgesteld om de kademuur van de Dokbrug te herstellen met behoud van muurplanten. Dit rapport gaat niet inhoudelijk in op de technische of constructieve problemen van de kademuur. Het is in elk geval onvermijdelijk dat delen van de muur restauratie en herstelwerkzaamheden nodig zijn die in één keer moeten worden aangepakt. Voordat de werkzaamheden aanvangen, moeten de zeldzame en bijzondere planten die in de muur behouden moeten blijven, door een plantenkenner gemarkeerd worden. De planten en hun groeiplaats worden d.m.v. gps weer opgespoord en eenvoudig met stoep- of vetkrijt omcirkeld. Op de kademuur wordt ook een markering d.m.v. een pijl aangebracht. Met verschillende kleuren kan worden aangegeven of de plant ter plaatse moet worden behouden, als losse plant moet worden weggenomen of in het (losse) muurdeel uitgenomen moet worden. Voorkomen moet worden dat er metselmortel wordt gemorst op de muurplantvegetatie of dat de muurplanten worden afgedekt of weg geschraapt of gestoten tijdens de restauratiewerkzaamheden. Eventueel neerdalend stof of gruis is niet zo’n probleem. Dit spoelt door regenwater wel af en mogelijk profiteren de planten ervan.
5.2 Plaatselijk repareren van losliggende stenen en open of losliggende voegen Probeer zoveel mogelijk handmatig met gebruik van een voegspijker de oude mortel en losliggende stenen te verwijderen – zeker dichtbij de muurplanten zelf. Gebruik maken van een haakse slijper kan beter op delen van de muur waar geen of weinig muurplanten zijn. Maak bij het opnieuw voegen of metselen gebruik van kalkmortel ((on)gebluste kalk, afb. 3) en zand en/of leem. Vermijd het gebruik van portlandcement of bastaardmortels (waarin portlandcement zit). Deze mortels zijn te ‘hard’. Kalkmortels blijven elastisch en verweren sneller ten behoeve van muurplanten. Alleen bij muurdelen net boven of onder water kan portlandcement of ‘tras’ worden gebruikt. Tras is gemalen (vulkanisch) tufsteen en geeft hardere mortels.
Afbeelding 3: Gebluste en ongebluste kalk; Zgn. trasraam, het onderste gedeelte van een muur gemetseld met ras tegen optrekkend vocht en spatwater.
10
Mortel Muurplanten groeien van nature graag op kalkhoudend gesteente. Dit is kalk in de vorm van calciumcarbonaat (CaCO3). Om kalk in de bouw te gebruiken wordt deze steenkalk of schelpkalk gebrand in ovens (900 Co). Er wordt dan in de vorm van hout e.d. koolstof toegevoegd en met de gemalen kalksteen verbrand tot calciumoxide en koolstofdioxide: CaCO3 + C = CaO + CO2. Deze reactie kost energie. Calciumoxide is erg reactief en wordt geblust met water tot calciumhydroxide: CaO + H2O = 2 Ca(OH)2. Hierbij komt energie vrij. Met deze zgn. gebluste kalk kan worden gemetseld. Op den duur verweert deze calciumhydroxide in metselwerk weer tot calciumcarbonaat. Het reageert met regenwater of vocht uit de lucht waarin koolzuurgas (CO2) is opgelost tot koolzuur (H2CO3). Daarmee wordt het weer geschikt voor muurplanten. Mortel die tijdens de sloop vrijkomt uit verweerde muren kan alleen worden (her)gebruikt als vulmiddel in nieuwe kalkmortel. Daarom wordt wel geadviseerd om dit oude kalkmortelgruis of -stof toe te voegen in nieuwe kalkmortel als extra verschraling t.b.v. muurplanten.
5.3 Transplantatie van muurdelen met bijzonder muurplanten Delen van een muur met daarin muurplanten die stabiel zijn (en dus bij wegnemen niet uit elkaar vallen) kunnen tijdelijk in depot worden gezet. Het is belangrijk dat het depot niet in de volle zon, maar permanent in de schaduw staat. De muurdelen worden indien nodig met spanband bij elkaar gehouden en rechtop gezet tegen een vochtig zandbed. Het blijft op die manier vochtig en overeind staan. In delen van de muur waarin grote gaten zijn ontstaan kunnen deze losse muurdelen weer worden ingemetseld. Deze methode heeft de voorkeur boven het transplanteren van losse muurplanten (Afb. 4).
Afbeelding 4: Een deel van de rollaag is tijdens de werkzaamheden aan de Kinderdijk – Korendijk weggehaald, in depot gezet en terug in de muur gemetseld. Het transplanteren van muurdelen werkt beter dan het terugplanten van lossen plantjes.
11
5.4 Transplantatie van losse (bijzondere) muurplanten Het metselwerk van het muurdek (rollaag) is losgekomen van de muur zelf. Ook elders in de muur bevinden zich losse muurdelen of stenen. In deze scheuren groeien muurplanten waaronder muur- en steenbreekvarens. Wanneer dit metselwerk wordt weggehaald en vervangen, dan kunnen de planten in de scheur voorzichtig worden verwijderd. Er moeten zoveel mogelijk wortels worden meegenomen. Let op! De wortels zijn erg dun en lang en kunnen over tientallen centimeters verspreid liggen. Na het verzamelen moeten de plantjes direct wordt overgeplant in daarvoor bestemde depots. Het is niet mogelijk om de plantjes te laten zitten en later met nieuw metselwerk te bedekken. Wortelopslag van houtige gewassen zoals van ruwe iep, vlinderstruik en andere struiken, brandnetels etc. moet worden verwijderd. Depots - plaatsen van emmers op een plaats die permanent in de schaduw ligt (eventueel afschermen met bouwgaas); - boren van 3 gaten per metselkuip (8 mm.
doorsnede) net boven de rand van de bodem; - vullen met fijn puin, oude mortel die vrijkomt bij de sloop van muurdelen, scherp zand en potgrond (geen bemeste tuinaarde); de eerste paar metselkuipen alleen vullen met scherp zand met in de bovenlaag potgrond gemengd met scherp zand; Verplanten Verwijder voorzichtig het metselwerk van de bovenzijde van de muur of losse stenen/ muurdelen in de muur. Verzamel voorzichtig de (bijzondere) muurplanten (meestal varens) met wortelkluit en/of de losse mortel waar uit zij verwijderd worden. Verplant deze direct in de verschillende metselkuipen; de planten moeten per soort zeer dicht op elkaar worden geplant. Onderhoud Dagelijks bewateren als het niet regent; Beschermen tegen felle zon; Beschermen tegen overige bouwactiviteiten;
5.5 Opslag bijzondere en algemene muurplanten Het is belangrijk dat de verschillende soorten planten apart en per soort in depot worden gehouden. Het verdient de voorkeur om de bijzondere muurplanten zoals steenbreekvaren, muurvaren etc. (Zie bijlage 1) in de muur terug te planten, maar het is niet zeker of dat voor alle planten lukt. Hetzelfde geldt voor de meer algemene soorten (muurfijnstraal etc.) die uitbundig in de muur kunnen voorkomen. Het zal niet eenvoudig zijn om alle planten te behouden en terug te planten. Het is verstandig om de zorg voor de muurplanten niet alleen aan de aannemer of bouwvakkers over te laten, maar de hulp in te schakelen van iemand die alleen met de zorg voor de muurplanten belast is.
12
5.6 Inplanten van de muurplanten in de muur Inmetselen van de plantjes kan het beste gebeuren in een open stoot- of lintvoeg. Tijdens het metselen wordt een voeg tussen twee metselstenen opengehouden. Hierin wordt het plantje met wat uitgekomen gruis van elders en/of turfmolm geplant. De open voeg moet in verbinding staan met de vochtige muur of de grond erachter. Het is misschien nodig om in de binnenkant van de muur een opening te boren of een extra plantruimte uit te hakken die wordt opgevuld met gruis en turfmolm. In de kademuren van de Kinderdijk-Korendijk zijn dergelijke ‘groene spots’ gerealiseerd. Op die manier wordt het aanslaan van de plant vergroot. Indien mogelijk worden de steenlaag onder de stootvoeg iets uitstekend uit de muur gemetseld. Hierdoor krijgt de plant extra ondersteuning en er kan water op het randje worden opgevangen en naar de plant geleid. De ervaring leert dat verplanten in het voorjaar grote risico’s meebrengt op verdroging. In Zeeland regent het in het voorjaar zeer weinig en de nieuwe muurdelen onttrekken veel vocht uit het plantmateriaal. Als het onvermijdelijk is om in het voorjaar planten terug in de muur te zetten, moeten zij vrijwel dagelijks rijkelijk van water worden voorzien.
5.7 Metselwerk In muurdelen die geheel moeten worden afgebroken en opnieuw moeten worden opgemetseld is het belangrijk dat de voegen terug liggend in de muur worden gevoegd en niet ‘platvol’. Dat betekent plantenzaden en varensporen meer vestigingsmogelijkheden krijgen, vanwege het iets onregelmatiger muuroppervlak. Ook kunnen de bakstenen iets terug liggend in de muur of juist iets uitstekend uit de muur worden ingemetseld (ongeveer 0,5 – 1,0 cm.). Het spreekt vanzelf dat de gebruikte mortels schraal en kalkrijk zijn.
5.8 Uitplanten van de muurplanten in plantenbakken Muurplanten in het depot die niet in de muur kunnen worden ingeplant kunnen mogelijk wel worden behouden door ze in speciale plantenbakken uit te planten. Deze bakken kunnen op de kademuur worden geplaatst of aan de kademuur worden gehangen. Zo blijven de zaad- en sporenbronnen in de buurt van de muur. De plantenbakken worden gevuld met fijn puin en gruis en aangevuld met scherp zand en of tuinturf. Het is belangrijk om vooral de bakken met varensoorten niet in de zon, maar permanent in de schaduw neer te zetten. Bakken met klein glaskruid, muurleeuwenbek of muurfijnstraal verdragen meer zonlicht. In de onderstaande tabel 2 staat een overzicht van de verschillende werkwijzen en de kansrijkdom van de inspanningen.
13
Situatie
Werkwijze gericht op
Werkwijze
Inspanning
Kansrijk
Opmerking Resultaat
1 Stabiele muurdelen zonder muurplanten
Bevorderen
Muur niet behandelen
Geen
+
Door verweringsproces kunnen muurplanten zich op lange termijn vestigen.
2 Stabiele muurdelen met muurplanten
Behouden
Muurplanten met rust laten
Klein
+
Met regelmatig periodiek onderhoud succesvol.
3 Stabiele muurdelen met muurplanten waarbij voegwerk is uitgesleten
Behouden
Klein
+
Behoud van de aanwezige muurplanten.
4 Instabiele muurdelen met losliggende stenen en voegwerk met muurplanten
Behouden
Groot
-
5 Instabiele muurdelen maar met stabiele (uitneembare) muurdelen met muurplanten
Behouden
Voegwerk herstellen maar om zeldzame soorten heenwerken Losse muurplantjes in depot bewaren en elders terug planten of plaatsen Losse muurdelen in depot bewaren en elders terugplaatsen
Groot
+
6 Bij te herstellen of nieuw metselwerk
Behouden
Groot
-
7 Bij te herstellen of nieuw metselwerk
Bevorderen
Groot
+
8 Instabiele muurdelen zonder muurplanten net boven de waterlijn
Geen belang muurplanten
Gebruik maken van kalkrijke mortel en oud substraat; inplanten losse planten in het metselwerk. Gebruik maken van kalkrijke mortel en oud substraat; niet terug planten in de muur maar in aparte plantenbakken. Optimaal constructief herstellen
Tijdens uitnemen worden plantjes beschadigd; de opslag vergt grote nazorg en het terugplanten is risicovol vanwege de veranderde groeiomstandigheden. Enig risico op verdroging door veranderde vochthuishouding in de muur, (micro) klimaat en weersomstandigheden. Groot risico op verdroging door veranderde vochthuishouding in de muur, (micro) klimaat en weersomstandigheden.
Geen
-
Door verweringsproces kunnen muurplanten zich op lange termijn in het metselwerk vestigen. De groeiomstandigheden in de bakken zijn beter te realiseren en te corrigeren. Muurplanten zullen zich hier waarschijnlijk nooit vestigen vanwege het brakke water.
Tabel 2: Overzicht van de werkwijzen en een inschatting van de resultaten van de inspanningen.
14
Bijlage 1: Informatie bijzondere muurplanten Dokbrug IJzervaren
De ijzervaren (Cyrtomium falcatum) is een varen uit de niervarenfamilie (Dryopteridaceae) die door cultivatie wereldwijd verspreid is en zich sinds enige jaren in België en Nederland ook in het wild voortplant. De ijzervaren is een rotsvaren en komt voornamelijk voor op rotsen en kliffen en in matig voedselrijke bossen. In de bewoonde wereld neemt hij genoegen met bakstenen of natuurstenen muren, waterputten en kaden. De ijzervaren is oorspronkelijk afkomstig uit Oost-Azië (China), maar is als tuin- en kamerplant praktisch wereldwijd verspreid geraakt. De soort komt ondertussen in het wild voor in zowel Europa als in Noord-Amerika. Blijkbaar kan de plant overleven en zich voortplanten in een gematigd klimaat met milde vorst. Sinds enkele jaren worden ook in België en Nederland sporenvormende exemplaren van de ijzervaren gevonden buiten tuinen. Tot nu toe beperkt hij zich blijkbaar wel tot vochtige muren in een stedelijke omgeving. Zo is hij in Nederland sinds 2000 gevonden in o.a. Amsterdam, Delft, Utrecht, Middelburg en Haarlem en ook in Twente en in België ondertussen ook in de stadscentra van Gent en Antwerpen. Smalle ijzervaren heeft een smallere, bleke bladrand en is onregelmatig maar wel duidelijk getand. De matte (niet glanzende), lichtgroene bladen zijn kruidachtig. De deelblaadjes zijn gaaf of bovenaan fijn gezaagd.
De middelste blaadjes zijn meestal meer dan drie keer zo lang als breed. Ze hebben een lang toegespitste bladpunt. Volgroeide bladen hebben vaak meer dan twintig blaadjes. Enkele verschillen met IJzervaren: IJzervaren heeft stugge, leerachtige, sterk glanzende, spits toelopende blaadjes met onregelmatige, grove tanden en een verdikte rand. Smalle ijzervaren heeft een lichtere kleur en een donkere bladnerf.
15
Klein glaskruid
Klein glaskruid (Parietaria judaica) is een vaste plant die behoort tot de brandnetelfamilie (Urticaceae). De soort heeft zich verspreid vanuit het Middellandse Zeegebied en de Europese westkust. In Noord-Amerika wordt het als een onkruid beschouwd. De plant wordt 10-60 cm hoog en heeft een liggende of opstijgende, gevulde, meestal sterk vertakte stengel. Op de stengels, de bladnerven en onderkant van de bladeren zitten roze of rode haren. De eironde bladeren zijn 2-5 cm lang en hebben een korte, spitse top. Klein glaskruid is een tweehuizige plant. De plant bloeit van mei tot oktober met witte of roze bloemen, die in dichte groepjes bij elkaar zitten. De schutblaadjes zijn aan de voet vergroeid. De vrucht is een 1-1,4 mm lang nootje met een mierenbroodje. De plant komt algemeen voor in Zuid-Europa en vanaf de Romeinse tijd is hij ook in noordelijker streken te vinden. Daar komt de soort voor in stedelijke gebieden en in rivierengebied, op en langs kalkrijke, vochtige oude muren en soms onder heggen. In Nederland en Vlaanderen is de plant zeldzaam tot zeer zeldzaam. In Nederland is klein glaskruid vanaf 1 januari 2017 niet meer wettelijk beschermd. De grens van aanwezigheid in Nederland werd lang gevormd door de lijn Amsterdam - Deventer maar heeft de neiging naar het noorden op te schuiven. Stengel en de bloempjes blijven gemakkelijk kleven, wat de verspreiding bevordert.
Klein glaskruid dankt zijn naam aan het feiten dat het vroeger werd gebruikt om glas en metaal te poetsen, de plant is om die reden ook wel gekweekt. Het stuifmeel bevat sterke allergenen en kan daardoor een allergische reactie veroorzaken (Bron: Wikipedia).
16
Muurfijnstraal
Muurfijnstraal (Erigeron karvinskianus, synoniem: Erigeron mucronatus) is een vaste plant uit de composietenfamilie. De plant is afkomstig uit Mexico en raakte van daaruit vanaf de negentiende eeuw over de wereld verspreid. In 1993 werd ze voor het eerst aangetroffen in Amsterdam en raakte sindsdien ingeburgerd in een groot deel van de Lage Landen. Muurfijnstraal groeit op stenige plaatsen zoals muren en langs gevels. De soort wordt wel ook als sierplant gebruikt. De plant wordt 15-50 cm hoog en heeft een gladde tot spaarzaam behaarde, liggende tot opstijgende stengel, die lang, dun en geribd is. De op de grond liggende delen van de stengel bewortelen. De smalle bladeren zijn deels drie-lobbig met naar voren gerichte, spitse slippen en hebben bij wrijven een aangename geur. Muurfijnstraal bloeit van juni tot augustus met 1-1,5 cm grote bloemhoofdjes. De lintbloem en de straalbloemen zijn 1 mm breed, 9-10 mm lang, van boven wit en van onderen roze tot paars. De pappus bestaat alleen uit borstelharen. De bloemen worden veel door insecten, zoals bijen, wespen en vliegen, bezocht. De vrucht is een 11,4 mm lang, lichtbruin nootje met een enkele rij langharig vruchtpluis en bevat één zaadje (Bron: Wikipedia).
17
Muurleeuwenbek
Aangenomen wordt dat de plant uit Kroatië en/of Noord-Italië afkomstig is. In West- en Midden-Europa nestelt de plant zich vooral in de spleten van oude bakstenen muren. Waarschijnlijk is hij in dit gebied als tuinplant verwilderd. Muurleeuwenbek prefereert beschaduwde, vochtige plaatsen zoals verweerde muren en zerken van oude graven. Oude dijkbeschoeiingen en kademuren zijn ideaal, omdat het water de temperatuurschommelingen, waar deze plant een hekel aan heeft, beperkt. Ook is de benodigde hoge relatieve luchtvochtigheid hier gegarandeerd. De plant vormt veel lange stengels, die regelmatig wortelschieten. Hierdoor kan de plant zich behalve door uitzaaiing ook vegetatief vermeerderen. De bloem buigt na de bloei naar binnen, waardoor de zaden naar binnen vallen en in spleten tussen stenen in het donker kiemen. De kiemen van de plant werden tot de 17e eeuw ook gebruikt als bindmiddel voor het maken van vruchtensap.
18
Muurvaren
Oorspronkelijk is dit een plant van rotsspleten in wat kalkrijkere delen van Europese en Noord-Amerikaanse gebergten, verspreid komt de soort ook in Azië voor. Afhankelijk van de gebruikte mortel tussen stenen van gebouwen en ommuringen heeft deze soort zich, in een land zonder rotsen, kunnen vestigen. Daarmee is de standplaats droog tot matig droog. De plant is meestal te vinden op aan het directe daglicht geëxponeerde muren. We vinden Muurvaren dan ook in stedelijke gebieden en in dorpen met oude gebouwen in het hele land. De soort komt vrij algemeen voor, maar is zeldzamer in Drenthe, Zeeland en op de Waddeneilanden. De plant wordt maximaal tot ongeveer 25 cm hoog. Sporen zijn gemakkelijk aan de onderkant van de bladsegmenten te vinden. De smalle dekvliesjes liggen over de eerst langgerekte sporenhoopjes, en wel meerdere per segment. Bij rijpheid bedekken de sporen vrijwel de gehele onderkant van een blad. Van juni tot oktober rijpen de sporen af.
19
Plat beemdgras
Foto: Gerrit Hendriksen (stadsplanten.nl: De urbane flora van Nederland) en (uitgebloeid) Korendijk-Kinderdijk.
Plat beemdgras (Poa compressa) is een grijsgroene, overblijvende plant, die behoort tot de grassenfamilie (Poaceae). De plant komt van nature voor in Eurazië en is van daaruit verspreid naar Noord- en Zuid-Amerika en Australië. De plant komt voor op oude muren, langs wegen en op droge, kalkhoudende, stenige grond.
20
Steenbreekvaren
De steenbreekvaren (Asplenium trichomanes) is een varen uit de streepvarenfamilie (Aspleniaceae). De kleine, in de winter groenblijvende plant groeit op muren en rotsachtige grond. Hij komt voornamelijk in gematigde streken voor. In Nederland was de zeldzame soort tot 2017 wettelijk beschermd. Alleen in Zuid-Limburg en langs de rivieren Maas en IJssel komt ze wat vaker voor. In Vlaanderen is de soort vrij zeldzaam en komt verspreid voor. De varen wordt het meest gevonden op oude, vochtige muren die op het noorden zijn gericht. Hij kan slecht tegen droogte en vermijdt plaatsen in de volle zon. Hoog op sluis- en brugmuren, boven het water, voelt de plant zich thuis. Zeer zelden wordt steenbreekvaren groeiend in een greppel aangetroffen. De bladen zijn gewoonlijk 20 cm lang, maar op vochtige plekken kunnen de bladen een lengte van 40 cm bereiken. Ze zijn enkel geveerd. De in twee rijen staande talrijke vrijwel gaafrandige deelblaadjes zijn enigszins langwerpig of rond en helder lichtgroen van kleur. In het tweede jaar vallen de deelblaadjes af. De hoofdnerf valt later af. De bladsteel en hoofdnerf zijn zwart tot donkerbruin. Oudere planten lijken daardoor in de lente op pruikjes van zwartglanzend haar. De sporenhoopjes (sori), die bestaan uit sporangiën, zijn lang en dun. Ze zijn rijp tussen mei en oktober en bedekken dan vrijwel de gehele onderkant van het blad (Bron: Wikipedia).
21
Stijf hardgras
Foto: Stijf hardgras (waarneming.nl) en (uitgebloeid) op de Rouaansekaai.
Stijf hardgras (Catapodium rigidum) is een eenjarige plant die behoort tot de grassenfamilie. In Nederland is de plant vanaf 1 januari 2017 niet meer wettelijk beschermd. De soort staat op de Nederlandse Rode lijst van planten als zeldzaam en stabiel of toegenomen. Stijf hardgras komt voor in Europa, West-Azië en Noord- en Zuid-Afrika. Verder komt de soort voor in Australië, Nieuw-Zeeland, de Verenigde Staten, Zuid-Amerika en de Caribische eilanden. Meestal kiemt dit gras in de nazomer en ontwikkelt dan op het meestal stenige of kalkstenige substraat een meerstengelige plant die in de tweede helft van de lente bloeit. Een deel van het zaad kiemt na de winter, ontwikkelt nog lager blijvende stengels dan de nazomer kiemers en bloeit dan eveneens, een waarborg om bij eventueel afsterven door de vorst van de grotere planten toch voor nakomelingen te zorgen. Stijf hardgras komt voor in de duinen op kalkrijke stenige plaatsen en in straten.
22
Tongvaren
De tongvaren (Asplenium scolopendrium, synoniem: Phyllitis scolopendrium) is een varen uit de streepvarenfamilie (Aspleniaceae). De soort groeit op muren en in de duinen. De plant is in Nederland en Vlaanderen niet meer zeldzaam. De groeiplaats van deze soort is kenmerkend voor vochtige, schaduwrijke, overwegend kalkrijke rotswanden en muren. In de Lage Landen vinden we ze vooral terug op gracht-, kade- en sluismuren, op oude dammen, in waterputten en op muren onder lekkende regenpijpen. Meestal is de luchtvochtigheid hoog. De standplaatsen zijn bijna steeds naar het noorden gericht. Ze kan echter vooral in stikstofrijke omgevingen worden aangetroffen. Op de grond vormt ze dikwijls de ondergroei van duindoornstruweel in duinen, maar hoofdzakelijk kan gesteld worden dat ze een liefhebber is van vochtige, kalkhoudende, stenige grond onder een flink bosdek.
23
Mannetjesvaren
De mannetjesvaren (Dryopteris filix-mas) is een varen uit de niervarenfamilie (Dryopteridaceae). De plant komt voor in lichte, vochtige loofbossen. Verder komt de soort voor langs slootkanten en greppels. Daarnaast wordt de plant gehouden als sierplant voor in de tuin. De mannetjesvaren is een kensoort voor het eiken-haagbeukenbos. Er is kans op verwarring met de eveneens algemeen voorkomende mannetjesvaren (Dryopteris filix-mas) en de zeldzame stippelvaren (Oreopteris limbosperma). Alle drie hebben ze ongeveer hetzelfde habitat en overeenkomstige kenmerken. De wijfjesvaren is echter van beide te onderscheiden door de drievoudig gedeelde bladen en de komma- of haakvormige sporenhoopjes. De beide anderen hebben dubbel gedeelde bladen en ronde sporenhoopjes. De mannetjesvaren wordt kan tot 1,20 meter hoog worden. En, wat kwekers meestal niet vermelden, maar waar voor het inplanten - of beter: vóór de aanschaf - wel rekening mee moet worden gehouden, is, ten eerste, dat de plant een diameter kan krijgen van 1,50 meter en ten tweede, dat de plant in 10 jaar tijd een indrukwekkende, 30 centimeter grote, zware wortelknol krijgt, waardoor eventueel verplanten een moeizame klus is - althans, met de schop (Wikipedia).
Dit werd tijdens de restauratie van de Kinderdijk – Korendijk ondervonden tijdens het houden van mannetjesvarens in depot; in de vochtige potgrond verdubbelde de planten zich qua omvang in een paar maanden!
24