CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

25-096 Bijlage 2. Inventarisatie gebreken en herstelplan

Gemeenteraad 2 juli 2025, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Restauratie kademuren flanken Dokbrug (25-096 RM)4.460 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BBA Sinke Bureau voor Bouwhistorisch Advies Sinke

KADEMUREN FLANKEN DOKBRUG MIDDELBURG inventarisatie gebreken en herstelplan

BBA Sinke Vlissingen

COLOFON Onderzoeksobject: Kademuren Flanken Dokbrug Opdrachtgever: Gemeente Middelburg Onderzoek en rapportage: Ir. J H Sinke BBA Sinke Wielingenlaan 3 4382BL Vlissingen Tel.: 0638103854 Email: bbasinke@zeelandnet.nl Rapportdatum: 19-05-2025 Foto’s kademuuroppervlak: 09-01-2020

De DNR (De Nieuwe Regeling) 2011 betreffende de rechtsverhouding opdrachtgeverarchitect, ingenieur en adviseur, is van toepassing

BIJLAGEN: Blad B01: opname gebreken, dd 14-04-2025 Calculatieblad segmenten 1-10, dd.01-05-2025

BBA Sinke Vlissingen

Kademuren flanken Dokbrug

ALGEMENE BESCHRIJVING ONDERZOEKSOBJECT In het onderzochte gebied hebben in de tweede helft van de 19de eeuw grote veranderingen plaats gevonden. De huidige Spijkerbrug, sinds 1853 gebruikt als verbinding tussen Dwarskaai en Schuitvlotstraat, werd in verband met de aanleg van het Droogdok in 1875 naar de huidige positie verplaatst ter vervanging van een houten ophaalbrug. Voor de ijzeren basculebrug werden grote kelders in nieuwe gemetselde landhoofden aangebracht. In dezelfde periode werd het oude dok verbouwd tot haven waarbij de oude dokingang met sluizen en brug werd verbouwd en verruimd en van een nieuwe ijzeren brug voorzien. Beide nieuwe brugwerken sluiten voor zover bekend aan op oudere gedeelten van de toen bestaande kademuren zoals die zich nu nog uitstrekken tot na de Bellinkbrug. Deze oudere muurwerken dateren in oorsprong mogelijk uit de 16de of 17de eeuw maar zullen in de daarop volgende eeuwen regelmatig zijn gerenoveerd en aangepast. De vergelijkbare, reeds gerestaureerde muren aan de overzijde van de haven aan de Rouaanse kaai vertoonden achter een veelal 19de en 20ste eeuwse ‘schil’ een mogelijk 17de eeuwse kern waarbij kruislaag metselwerk in Ijsselsteen voorkomt. In steunberen en diep muurmetselwerk aan de Korendijk en Kinderdijk is moppen metselwerk aangetroffen dat eveneens uit de 16de of 17de eeuw kan dateren.

Er dient ook bij de nu onderzochte muren ‘flanken Dokbrug’ rekening gehouden te worden met de aanwezigheid van een oude kern. De aanlegdiepte van de muren aan de Rouaanse kaai is bij de restauratiewerken niet vastgesteld, evenmin als paalfundringen. Vooralsnog wordt er van uit gegaan dat, ook hier aan de zuidzijde van de haven, sprake is van zgn. gewichtsmuren, ‘op staal gefundeerd’. Ook bij het onderzoek door de Grontmij in 1999 is plaatselijk aan de waterzijde ontgraven tot ca 4 m -/- hoogwater peil en is op deze diepte nog geen fundering / aanleg aangetroffen. De conditie van de nu onderzochte muren geeft geen aanleiding om belangrijke fundering problemen te veronderstellen.

ONDERZOEK BOUWTECHNISCHE TOESTAND KADEMUUR In januari 2020 heeft ir. J H Sinke van BWZ adviseurs en architecten inspectie uitgevoerd naar de toestand van de kademuren vanaf de Maisbaai tot aan de nieuwe muurconstructie westelijk van de Bellinksbrug (Maaibaai, Kinderdijk en Korendijk). Van dit onderzoek is rapport opgesteld, gedateerd februari 2020. Inmiddels is in de jaren 2023-2025 het muurgedeelte vanaf de Spijkerbrug langs de Kinderdijk en Korendijk gerestaureerd. De onderzoeks resultaten uit 2020 sloten redelijk aan bij die van de Grontmij uit 1999 waarbij de toestand enigszins verslechterd leek te zijn wat door verkeersinvloeden en plaatselijk uitgebreide plantengroei in de muren te verwachten was. De resultaten van beide onderzoeken wezen op een vergelijkbare toestand zoals die indertijd bij de restauratie aan de kademuur van de Rouaansekaai werd aangetroffen: afgeschoven afdekkende rollagen en BBA Sinke Mei 2025

3

Kademuren flanken Dokbrug

deksloven met direct daaronder enige lagen los en instabiel metselwerk, over grote delen van de muur los, gescheurd en instabiel frontmetselwerk van ca. een halve tot twee steens diep waarachter zich in veel gevallen stabiel metselwerk bevond dat kon worden gehandhaafd. Vrijwel zonder uitzondering kan worden gesteld dat het frontmetselwerk dat in slechte staat verkeert, metselwerk betreft dat min of meer lang geleden al eerder eens werd vernieuwd, soms door zorgvuldig nieuw metselwerk in het oude in te boeten maar vaak ook door nieuw metselwerk als een soort losse schil van één steens of meer dikte ‘koud’ tegen het oude afgehakte werk aan te brengen. Zeer plaatselijk was de muur over de volle diepte in dermate slechte staat dat gehele vernieuwing aan de orde was. Behalve slecht metselwerk was het voegwerk in het overige metselwerk op veel plaatsen los, uitgevallen of verzand. In praktijk bleek dat slecht metselwerk en voegwerk voorkomt tot ongeveer op de laagwaterlijn (tijdens jaarlijkse waterstand verlaging van ca 60 cm. in begin van het jaar, gedurende 6 weken zichtbaar), waardoor benodigd herstel kon worden uitgevoerd zonder bijzondere voorzieningen om de muur over grotere diepte droog te moeten leggen.

Grote metselwerkschade bevindt zich steeds bij de vaste stenen kadetrappen waar het metselwerk door uitzetting vervormt en als het ware aan beide zijden over de trap wordt gedrukt. Grote gedeelten van het muuroppervlak zijn sterk begroeid waarbij voor metselwerk van min of meer schadelijke planten sprake is. Vooral planten met zware wortel- en stamgroei zoals de vlinderstruik zijn destructief voor de muur tot grote diepte. Voorts bevinden zich in de muren zware schootankers waarvan een deel in de loop der jaren tot achter het frontmetselwerk is verwijderd waardoor het lijkt dat er een geringer aantal ankers op onregelmatige afstanden aanwezig is dan oorspronkelijk het geval zal zijn geweest. De ankers zullen dateren uit de tijd dat er nog sprake was van grote eb- en vloed verschillen en deze een constructieve functie hadden. Of de nog aanwezige ankers nog gekoppeld zijn aan weerstandsconstructies in de kade achter de muur is onbekend. Aan de kademuren zijn, met uitzondering van de gedeelten aansluitend op bruggenhoofden waar de haven smaller is, eiken wrijfstijlen aangebracht waartegen schepen konden afmeren. Veel wrijfstijlen zijn in slechte staat en ook de ijzeren bevestigingsschoenen, vooral die zich dicht boven het wateroppervlak bevinden, zijn door roestvorming in slechte staat.

Tijdens de restauratie van het kademuurgedeelte Korendijk en Kinderdijk in 2023-2025 bleken er echter toch nogal wat afwijkingen in de aard van de muur en kwalitatieve toestand te bestaan met wat uit de onderzoeken en uit vergelijking met reeds gerestaureerde muren aan de overzijde van de haven was geconcludeerd. Mogelijk doordat aan de Korendijk en Kinderdijk in de loop der eeuwen meer bedrijvigheid en daardoor schade en slijtage voor kwam en de woonfunctie vooral aan de overzijde te vinden was, lijken de muren aan de Korendijk en Kinderdijk vaker en ingrijpender hersteld te zijn in de loop der tijd. Ook de sporen van laden en lossen en landvasten en kabels langs de randen van afdekkende rollagen zijn van die bedrijvigheid getuigen. BBA Sinke Mei 2025

4

Kademuren flanken Dokbrug

Oudere herstellingen aan de muur aan de Korendijk en Kinderdijk werden vaker dan aan bijvoorbeeld de Rouaansekaai over grote of de volle dikte van de muur uitgevoerd welk herstelwerk niet zelden als geheel weer in slechte staat bleek te zijn. Over een vrij grote lengte heeft men in het verleden bij herstelwerk zelfs niet de oorspronkelijke dikte van de muur terug gebracht maar een dunnere uitvoering of een gedeeltelijk dunnere uitvoering waarop dan weer met een grotere muurdikte is door gebouwd. Met boven omschreven ervaringen en om een beter beeld te krijgen van mogelijke tegenvallers in de kwaliteit en hoedanigheid van de kademuur van de zgn. ‘flanken Dokbrug’ is in maart 2025 een aanvullende inspectie uitgevoerd waarbij op enkele plaatsen met behulp van kernboringen de aard en kwaliteit van de muur over de volle diepte is onderzocht. De Grontmij had in 1999 reeds één kernboring dicht bij de Spijkerbrug uitgevoerd met als resultaat: halfsteens diep een rode steen in cementspecie als ‘renovatieschil’ en daar achter een lichtere rode steensoort. Tot 2-steens diep is het metselwerk instabiel, daarachter voldoende stabiel. Dit resultaat komt overeen met het algemene beeld dat ook bij de oppervlakte inspectie in 2020 ontstond. De in 2025 gemaakte kernboringen leverden de volgend resultaten op (voor posities zie tekening):

ACTUALISERING 20 MAART 2025 No. 1 op linker flank Dokbrug, positie 12 meter op ca. 1200 mm onder de rollaag -

Kernlengte 1000mm, lijkt gehele diepte muur Metselwerk handvormsteen, direct gelegen boven machinale steen Oude breuken op 100 mm 360 mm 600 mm 800 mm en verder los /puin

Algemene conditie: geheel instabiel

BBA Sinke Mei 2025

5

Kademuren flanken Dokbrug

No. 2 op linker flank Dokbrug, positie ca. 31 meter op 1060 mm onder de rollaag - Kernlengte 1000 mm, is niet door en door - Handvorm baksteen, na 2-2,5 steens diepte jongere steen - Op 0,5 tot 1 steens diepte zware scheur, daarachter stabiel (breuk op 570mm is boorschade) Algemeen: frontwerk steens los, daarachter stabiel

No. 8 op linker flank Dokbrug, positie ca. 46,5 meter op 1150 mm onder de deksloof -

Kernlengte ca 900 mm, is door en door Oudere vormbak (ca 50x215mm) Over volle diepte los, gescheurd en instabiel, doorgaande wortelgroei Tot 2 steens diep hele stenen, daarachter gruis en puin

Uit deze proefboringen blijkt dat de toestand bij boring 2 op positie 31 meter overeenkomt met de aanname op basis van de oppervlakte inspectie uit 2020. De toestand bij boring 1 op ca 12 meter is slechter en er moet vanuit worden gegaan dat over volle diepte metselwerk BBA Sinke Mei 2025

6

Kademuren flanken Dokbrug

vernieuwd moet worden. Dicht bij deze boring bevindt zich een uitwateringskanaal onder de hoogwater lijn waarvan het metselwerk eveneens in slechte staat verkeert en dat mogelijk met elkaar verband houdt maar nader moet worden onderzocht tijdens uitvoering van het restauratie werk. Er dient daarbij rekening gehouden te worden dat er wellicht tot onder de laagwater lijn hersteld moet worden en daarom een deel van de muur droog gelegd moet worden. Ook bij boring 8 op ca 46,5 meter, dicht bij het bruggenhoofd van de Dokbrug, verkeert het metselwerk over volle diepte in zeer slechte staat. Wat hier de oorzaak van is, is onduidelijk en dient eveneens tijdens uitvoering nader onderzocht te worden.

ALGEMENE BESCHRIJVING VAN DE AANGTROFFEN TOESTAND VAN DE KADEMUREN FLANKEN DOKBRUG (zie ook tekeningen opname resultaten met de daarop aangegeven tekst)

7

Voorlangs een groot deel van de kademuren ligt een vaste steiger welke bij segment 1 afbuigt en vrij is van de muur (maar voor herstel van de muur wel gedemonteerd zal moeten worden). Het steigergedeelte langs segmenten 1 tot 3 bij de hoek is reeds vernieuwd. De overige steiger gedeelten verkeren nog in oude toestand met houten loopdek. Bij segment 8 is een grote vaste houten trap aangebracht terwijl naast de Spijkerbrug een klein drijvend steigergedeelte aanwezig is. Langs de steigers zijn op de steigers en aan de muur water- en elektravoorzieningen voor aangemeerde schepen aangebracht terwijl voor beide bruggen bedienings-voorzieningen en verkeersvoorzieningen in en op de bestrating aanwezig zijn waar bij herstel aan de muur en ontgraving achter de muur rekening mee gehouden moet worden. BBA Sinke Mei 2025

Kademuren flanken Dokbrug

Segmenten 1 en 2 tot aan de stenen trap vertonen over een groot deel van het oppervlak tot dicht boven de laagwaterlijn hol klinkend, los en instabiel metselwerk en voor het overige metselwerk veel slecht voegwerk. Kernboring no. 1 duidt op instabiliteit over de volle diepte zodat er van uit moet worden gegaan dat deze delen van de kademuur tot dicht boven het laagwater niveau volledig vernieuwd moet worden. Rollagen zijn steeds in zodanige toestand dat het mogelijk is deze in segmenten te demonteren en achteraf te herplaatsen. Het eerder beschreven rondboog uitwatererings kanaal op positie 13 meter is aan het muuroppervlak in slechte staat maar nader onderzoek dient uit te wijzen hoe de conditie dieper in de muur en onder het laag water niveau is. Ook de aard van het kanaal: hoe ver het door loopt en of er een open verbinding met de Fittinghaven is, dient nog nader bepaald te worden. De stenen trap op positie 19 meter verkeert geheel in slechte staat met gescheurde, vervormde en ontzette wangen en gescheurde deksloven. Een enkele deksloof is reeds eerder vernieuwd maar ook is één in beton uitgevoerd. Segment 3 tot op de kade-hoek vertoont naar buiten gedrukte afdekkingen (natuurstenen sloven en metselwerk rollaag) incl. enkele lagen metselwerk daar direct onder.

Algemeen klinkt vrijwel het hele oppervlak boven het steiger niveau hol en vertoont losse steen en zeer slecht voegwerk. Onder steiger niveau klinkt ca. 30% van het oppervlak hol. Gerekend moet worden dat het hol klinkende metselwerk op losse steen en frontwerk over ca. 2 steens diepte wijst. De natuursteen blokken op de kadehoek vertonen veel breuken, scheuren en vergruisd oppervlak. Hoe de conditie van de natuursteen onder de hoogwaterlijn is, is door zware begroeiing niet voldoende duidelijk en dient nader onderzocht te worden tijden uitvoering van de restauratie. Tijdens uitvoering dienen de natuursteen hoekblokken op hun positie gemerkt en vervolgens gedemonteerd te worden en dient nader te worden bepaald of herstel door inlijmen van reparatiestukken mogelijk is of volledig vervangen aan de orde is (behoud en herstel gaat hier voor vernieuwen). Segment 3 vanaf de kadehoek (excl. eerder benoemd natuursteenwerk) en segment 4 vertonen een afgeschoven / naar de waterzijde verplaatste rollaag en direct aangrenzend metselwerk in machinale steen daaronder (een eerdere herstelling die nu weer in slechte staat verkeert). Rollagen zijn steeds in zodanige toestand dat het mogelijk is deze in segmenten te documenteren, demonteren en achteraf te herplaatsen.

De inspectie, onderbouwd met de uitgevoerde kernboring op positie 31 meter wijst op los en instabiel metselwerk over ca 50% van het oppervlak (onder steigerniveau ca 30% van het oppervlak) dat vervangen dient te worden waarbij het achterliggende metselwerk voldoende stabiel lijkt te zijn. Van het overige, te handhaven front metselwerk is het voegwerk over ca 80% van het oppervlakte slecht. Vanaf positie ca. 42 meter verkeert het metselwerk in segmenten 5 en 6 tot en met het lagere kadedeel grenzend aan het bruggenhoofd in zeer slechte staat. De kernboring no. 8 op positie 46,5 meter wijst op een totale instabiliteit over de volle diepte van de muur. Ook het ronde metselwerk in de draaiplateau van de brug vertoont veel scheuren. Volledige BBA Sinke Mei 2025

8

Kademuren flanken Dokbrug

ontgraving achter de muur in segment 5 (gedeeltelijk) en segment 6 dient duidelijkheid te geven hoe de algemene conditie van de muur aan de achterzijde is. De natuurstenen deksloven in segment 5 liggen los en verschoven en vertonen diverse breuken. Het hoekblok in segment 6 is niet origineel maar in beton uitgevoerd. Aan de westzijde van de Dokbrug vertoont het muurmetselwerk van het draaiplateau boven steigerniveau veel breuken en instabiel metselwerk. Ook de hoek van het hogere opgaande werk is sterk gescheurd en instabiel. De afdekkende rollagen en natuurstenen deksloven liggen los en verschoven incl. enkele lagen metselwerk daar direct onder over de volle diepte van de muur. Enkele deksloven zijn gescheurd. In segment 8 en 9 bevindt zich een strook van variërende hoogte, instabiel metselwerk, vermoedelijk over de volle diepte ter plaatse van de overgang van het oudere metselwerk en de later aangebrachte vervanging daarboven op ca. 1,8 meter boven steiger niveau. Ontgraving aan de achterzijde van de muur dient de conditie aan de achterzijde duidelijk te maken. Voor het overige is een betrekkelijk beperkt gedeelte van het muuroppervlak holklinkend en instabiel waarbij het naar verwachting over instabiliteit over de voorste 1,5 tot 2 steens diepte gaat zoals onderbouwd wordt door de kernboring van de Grontmij uit 1999.

Rond en onder steigerniveau is een groot deel van het voegwerk in slechte staat. In de natuurstenen deksloven komt een enkele breuk voor. Op de overgang van segmenten 9 en 10 bevindt zich een verticale scheur op de knik van de kademuur. Ervaring door de restauratie van de muur aan de Korendijk doet vermoeden dat de scheur door en door is en door werking in de vorm van uitzetting van de muur veroorzaakt wordt waardoor deze buitenhoek ‘spat’. In segment 10 bevindt zich op de overgang van ouder metselwerk en latere herstelling in machinale staan een horizontale scheur met aangrenzend enkele lage los en instabiel werk. In het werk zal moeten worden bepaald of alleen het frontwerk los gescheurd is of dat de scheur over volle diepte van de muur aanwezig is in welk geval aan de achterzijde dieper moet worden ontgraven t.b.v. herstel. De afdekkende rollaag en enkele lagen metselwerk daaronder zijn weer instabiel en verschoven waarbij de rollaag in zodanige toestand is dat het mogelijk is deze in segmenten te demonteren en achteraf te herplaatsen. In de kademuur zijn grote ijzeren schootankers aanwezig waarbij roestvorming in min of meer ernstige mate is geconstateerd. Enkele ankers zullen vernieuwd moeten worden tot in het metselwerk, de overige zullen met ontroesten en behandelen behouden kunnen blijven. Aan de muur van segmenten 4-10 zijn eiken wrijfstijlen aangebracht.

Enkele wrijfstijlen zijn zodanig slecht en ingerot dat behoud niet mogelijk is doordat bevestiging niet meer deugdelijk kan plaats vinden. De overige zijn zodanig dat deze behouden kunnen blijven waarbij met name de onderste stalen bevestigingsschoenen wegens roestvorming wel vernieuwd moeten worden.

BBA Sinke Mei 2025

9

Kademuren flanken Dokbrug

Bij de trap en de bruggenhoofden zijn klassiek vormgegeven ijzeren hekwerken aanwezig die i.v.m. herstel aan de muur gedemonteerd moeten worden en alvorens te herplaatsen ontroest en geconserveerd dienen te worden.

PLAN VAN AANPAK Voorbereidende werkzaamheden uitvoering Creëren werkruimte: Alvorens de uitvoerende werkzaamheden te kunnen starten dient voldoende ruimte vóór de kademuren gerealiseerd te worden. Voor een groot deel van de te restaureren kademuren bevindt zich een vaste houten steiger. Voor herstelwerk aan de muur zullen de steigers gedemonteerd moeten worden waarbij de palen zoveel mogelijk blijven staan Ter plaatse van de steigers dienen vooraf alle voorzieningen voor water, elektra, blussers etc. van steigers en muurwerk afgesloten en gedemonteerd te worden. Aan de landzijde zal vrijwel algemeen de mogelijkheid moeten worden gecreëerd om voldoende diep (variabel) te kunnen ontgraven t.b.v. metselwerk herstel. Behalve straatmeubilair bevinden zich in het betreffende voetgangersgebied ook verlichtingselementen, brug bedieningszaken ed met bijbehorend leidingwerk in de ondergrond. Ontgraving: Bij dieper ontgraven dan de reeds diverse malen geroerde bovengrond moet rekening gehouden worden met mogelijke vervuiling van de uit te graven en te verwerken grond, zoals gebruikelijk in de binnenstad. Gezien de locatie met hoge archeologische waarde dient bij uitgebreid en diep graafwerk vooraf / in een vroege planfase overleg plaats te vinden met de Walcherse Archeologische Dienst.

Verkeer en parkeer maatregelen: Bij de kademuur oostelijk van de Dokbrug, richting Maaibaai is voor een groot gedeelte voldoende ruimte voor de beoogde werkzaamheden en bouwplaats inrichting. Dicht bij de bruggen is de beschikbare ruimte echter gering. Bij werkzaamheden dient hier rekening gehouden te worden met noodzakelijke verkeersmaatregelen.

Uitvoering: Begroeiing: Zie apart rapport inzake vegetatie aan de kademuur. Voorkomen vervuiling oppervlaktewater:

BBA Sinke Mei 2025

10

Kademuren flanken Dokbrug

Logischerwijs zal vanaf pontons boven water gewerkt moeten worden. Om verontreiniging van het oppervlakte water door sloopafval, steen en metselmortel te voorkomen is een adequate afdichting tussen het werkponton en de kade muur vereist en dient regelmatig het afval van het ponton verwijderd te worden. Documentatie posities: Van met name hardstenen elementen (deksloven en muurblokken) en te demonteren segmenten van rollaagen dient vooraf de bestaande positie en oriëntering vastgelegd te worden op tekening en de elementen zelf waardoor het terugbrengen op de oorspronkelijke positie gewaarborgd is. Voorafgaand aan sloopwerk dient door de directie of aannemer het betreffende muurwerk fotografisch vastgelegd te worden om belangrijke bouwsporen te documenteren en op de juiste posities te behouden. Behoud historisch materiaal: Uitgangspunt is steeds: behoud gaat voor vernieuwen. Noodzakelijk sloopwerk van metselwerk dient zodanig te geschieden dat technisch goede baksteen in beginsel zoveel mogelijk onbeschadigd uit het werk komt. De uit de sloop komende baksteen van met name frontwerk dient uitgesorteerd te worden op herbruikbaarheid in het (front)metselwerk waar dit qua steensoort zinvol en geschikt is. Uitsortering vindt plaats op aanwijs van de directie en zal met name handvorm baksteen betreffen.

Jonger herstelwerk in machinale steen is doorgaans in harde cementmortel gemetseld en is vrijwel niet herbruikbaar. Gezien het belang van gebruikssporen voor het karakter van de muur dient er van uit te worden gegaan dat rollaagafdekkingen met gebruiks-sporen zo veel als mogelijk worden gedemonteerd en later herplaatst. Dat zelfde geldt ook voor de gebruiksporen op en aan deksloven. Natuurstenen elementen worden in beginsel alle hergebruikt waarbij verlijming van scheuren en inlijmen van ontbrekende of kapotte delen de voorkeur heeft boven vernieuwen. Omvang metselwerk vernieuwing: Op vele posities is geconstateerd dat het frontmetselwerk verspreid over meer dan 75% in slechte staat verkeerd: los, uitgevallen, gescheurd en instabiel. Hoewel gestreefd wordt naar behoud van metselwerk dat in goede tot voldoende staat verkeert moet in deze inventarisatie- en calculatiefase er mee gerekend worden dat in die gevallen het gehele betreffende metselwerk oppervlak wordt vernieuwd aangezien de praktijk leert dat tijdens sloop de omvang van instabiel metselwerk uitgebreider blijkt te zijn dan aanvankelijk beoordeeld is. Tijdens werkelijke uitvoering zal in het werk exact bepaald moeten worden welke delen al dan niet behouden kunnen blijven. Bij te leveren steen en toe te passen mortels: Uitgangspunt is behoud van historisch materiaal.

Uitkomende, historisch waardevolle baksteen dient na voorzichtig uitnemen en uitsorteren schoon gehakt te worden voor hergebruik. Het zal met name handvormsteen uit het frontwerk betreffen en steen die niet BBA Sinke Mei 2025

11

Kademuren flanken Dokbrug

met zeer harde cementmortel is gemetseld. Bij te leveren baksteen dient qua maat, hardheid, drukvastheid, wateropname, kleur en textuur overeenkomstig de uitkomende baksteen ter plaatse te zijn. Er dient rekening mee gehouden te worden dat voor ten minste anderhalfsteens diep frontmetselwerk dat nu in handvormsteen en jongere vormbasteen is uitgevoerd, speciaal te bakken handvorm en vormbak baksteen wordt toegepast. Achterwerk is bij zowel oud werk als wat jonger herstelwerk vrijwel steeds als zgn. ‘vuilwerk’ uitgevoerd. Ook bij herstelwerk en vernieuwing van achterwerk is het uitgangspunt: vuilwerk, waarbij de kleur en structuur van de steen van minder belang is dan de met het oorspronkelijke werk en het frontwerk overeenkomende kwaliteiten (hardheid, wateropname etc.) en maatvoering. Toe te passen metsel- en voegmortels dienen afgestemd te zijn op de baksteen eigenschappen en de situatie. Voor de eerder gerestaureerde muurgedeelten aan de Rouaansekaai is hier specialistisch onderzoek naar gedaan en zijn morteladviezen gegeven die ook hier toepasbaar zijn. Waar frontmetselwerk wordt vervangen zal het duurzame doorgestreken voegwerk worden toegepast. Waar alleen voegwerk vervangen zal worden dient het bestaande voegwerk zorgvuldig en rechthoekig met voldoende diepte te worden uitgehaald t.b.v. voldoende hechting en duurzaamheid.

Zekering / verankering metselwerk: In het verleden is veel herstelwerk aan frontmetselwerk uitgevoerd in de vorm van een min of meer los voor het oude metselwerk geplaatste nieuwe schil. Vaak is daarbij slechts zeer plaatselijk het nieuwe metselwerk in het oudere, stabiele achterwerk ingetand of ingekast voor een koppeling van oud aan nieuw. Juist op deze scheidingsvlakken (waar vaak holle ruimten aanwezig zijn of ontstaan) treedt via scheuren veel vocht binnen en vindt vervolgschade plaats door vorst en zoutkristallisatie en uitgebreide wortelgroei. De koppeling van nieuw op te handhaven metselwerk is daarom van cruciaal belang waarbij tevens de vulling van metselwerk aandacht behoeft om open ruimten waar vocht kan ophopen te voorkomen. Bij eerdere restauraties aan de Rouaanse kaai is losstaand maar verder stabiel frontmetselwerk plaatselijk met chemische ankers aan stabiel achterwerk gekoppeld. Deze toepasbaarheid is echter gering omdat per locatie de stabiliteit van het achterwerk bekend zou moeten zijn door proefname op uittrekweerstand, wat praktisch moeilijk en kostbaar is. Bovendien dient redelijke zekerheid te bestaan over het ontbreken van of kunnen dichten van holle ruimten tussen front- en achterliggend metselwerk.

In het nu onderzochte metselwerk komt slechts incidenteel de situatie voor dat sprake is van stabiel maar losstaand, niet gebuikt frontmetselwerk dat in aanmerking komt voor verankering aan achterliggend stabiel werk. Voor calculatie is er nu van uitgegaan dat ook in deze situaties het frontmetselwerk wordt vervangen. Ankers: Op enkele plaatsen bevinden zich zware schootankers in de kademuren bij wijze van verankering van de muren in het achterliggende gebied. Slechts de toestand van de ankerknopen en schoten aan het metselwerkoppervlak is bekend en deze toestand is BBA Sinke Mei 2025

12

Kademuren flanken Dokbrug

doorgaans matig tot slecht door zeer (zware) roestvorming. In een aantal gevallen zal ontroesten en herstel van schoot en/of knoop mogelijk zijn. Soms zal vervanging moeten plaats vinden van de schoot en meestal ook de knoop waarbij een nieuwe schoot en knoop aan de bestaande staart wordt gelast. Wrijfstijlen: Wrijfstijlen zijn beoordeeld op de conditie van het metalen bevestigingswerk. In verband met metselwerkherstel dienen de stijlen steeds gedemonteerd te worden. Het metalen bevestigingsmateriaal wordt daarna, tenzij reeds vernieuwd, steeds vervangen door corrosievrij materiaal om metselwerk schade door roestvorming te voorkomen. Het houtwerk van de wrijfstijlen is beoordeeld op mate van houtaantasting en te verwachten levensduur. Bij geringe aantasting en scheurvorming gaat behoud voor vervanging. Ter plaatse van vaste steigers hebben de wrijfstijlen geef bufferfunctie meer en kan met beperkte kwaliteit volstaan worden, op plaatsen waar de wrijfstijlen vrij liggen zoals op de hoeken bij de Dokbrug, dienen de wrijfstijlen van goede kwaliteit te zijn. Hier dienen nieuwe stijlen te worden geplaatst en kunnen de afkomende stijlen wellicht nog elders worden herplaatst ter vervangen van te slechte stijlen.

Behoud kadebegroeiing: In analogie met de aanpak aan de Korendijk – Kinderdijk zullen begroeiingspots kunnen worden gemaakt waar gecontroleerde begroeiing van niet-destructieve planten mogelijk is.

BBA Sinke Mei 2025

13

Kademuren flanken Dokbrug AFBEELDINGEN VOLGENS NUMMERING SEGMENTEN

14

segm. 1, overzicht

segm. 1, detail laagwater BBA Sinke Mei 2025

Kademuren flanken Dokbrug

segm. 2, afgedrukt metselwerk en rollaag

15

segm. 2, weggevallen metselwerk BBA Sinke Mei 2025

Kademuren flanken Dokbrug

segm. 2 uitmonding, weggevallen metselwerk

BBA Sinke Mei 2025

16

Kademuren flanken Dokbrug

17

segm. 2, kadetrap, instabiel metselwerk, natuursteenschade

BBA Sinke Mei 2025

Kademuren flanken Dokbrug

segm. 3 overzicht

18

BBA Sinke Mei 2025

Kademuren flanken Dokbrug

19

segm. 3, detail hoek, natuursteen schade, instabiel metselwerk

BBA Sinke Mei 2025

Kademuren flanken Dokbrug

segm. 2-3, uitgevallen metselwerk (midden: onderste trede kadetrap)

segm. 4 overzicht BBA Sinke Mei 2025

20

Kademuren flanken Dokbrug

segm. 4, detail pos. 32m.

21

segm. 4 BBA Sinke Mei 2025

Kademuren flanken Dokbrug

segm. 5, onder deksloven

22

segm. 5 BBA Sinke Mei 2025

Kademuren flanken Dokbrug

segm. 5-6

23

segm. 6, instabiel en verzakt metselwerk

BBA Sinke Mei 2025

Kademuren flanken Dokbrug

segm. 6, lage deel

24

segm. 6, gebroken deksloven BBA Sinke Mei 2025

Kademuren flanken Dokbrug

segm. 7 hoge deel

25

BBA Sinke Mei 2025

Kademuren flanken Dokbrug

26

segm. 7 hoge deel

BBA Sinke Mei 2025

Kademuren flanken Dokbrug

segm. 7 hoge deel, gescheurde deksloof

27

segm. 7 BBA Sinke Mei 2025

Kademuren flanken Dokbrug

segm. 7

28

segm. 7, lage deel BBA Sinke Mei 2025

Kademuren flanken Dokbrug

segm. 7, lage deel

29

segm. 8, instabiel metselwerk BBA Sinke Mei 2025

Kademuren flanken Dokbrug

segm 8-9

30

BBA Sinke Mei 2025

Kademuren flanken Dokbrug

31

segm. 9

BBA Sinke Mei 2025

Kademuren flanken Dokbrug

32

segm. 9 hoek segm. 10

BBA Sinke Mei 2025

Kademuren flanken Dokbrug

segm. 9, hoek segm. 10

33

segm. 10 BBA Sinke Mei 2025

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15633338/5