25-074 rvs Zienswijze Gemeenschappelijke regeling Publiek vervoer Zeeland
Tekst van het document
raadsvoorstel volgnummer
22 mei 2025 25-074
onderwerp
Zienswijze Gemeenschappelijke regeling Publiek vervoer Zeeland
behandelen in raadscommissie
Maatschappelijke Zaken Willemien Treurniet Bestuur en ondersteuning Jasper de Kind j.de.kind@middelburg.nl (0118) 67 57 14
datum vergadering
portefeuillehouder programma behandeld door e-mail telefoon
Conceptbesluit
De raad besluit: 1. De concept-Gemeenschappelijke Regeling Publiek Vervoer Zeeland en de bijbehorende toelichting te voorzien van een positieve zienswijze. 2. Met het oog op de voorgenomen toetreding tot de GR akkoord te gaan met de incidentele bijdrage van €36.740 (voor 2025) voor de tijdelijke voorziening, te dekken uit Wmo-vervoerskosten (18.740) en Verkeersmaatregelen (18.000). 3. Te bekrachtigen dat na de zienswijzetermijn de zienswijze, samen met de zienswijzen van de andere Zeeuwse deelnemers, wordt voorgelegd ter advisering aan een ambtelijke werkgroep waarin alle 14 deelnemers zijn vertegenwoordigd. Het advies van deze werkgroep wordt voorgelegd aan de Kopgroep RMS, welke na akkoord het advies doorzet naar de 13 Zeeuwse colleges en de Provincie ter vaststelling. Naar verwachting wordt uw raad in Q4 van 2025 gevraagd om in te stemmen met toetreding tot de GR PVZ.
1.1 Huidig vervoersaanbod (Regionale Mobiliteitsstrategie) In 2022 heeft de gemeenteraad de Regionale Mobiliteitsstrategie vastgesteld. Op basis hiervan is gewerkt aan een nieuwe bestuurlijke structuur voor publiek vervoer in Zeeland. Uit de Regionale Mobiliteitsstrategie (RMS) blijkt dat het huidige vervoersaanbod niet meer voldoet aan de veranderende vraag. Veel busroutes zijn de afgelopen jaren ingekrompen, verdwenen of worden aangepast met de nieuwe busconcessie, terwijl de behoefte aan maatwerkvervoer en bereikbaarheid van voorzieningen juist groeit. Dit komt mede door: • Vergrijzing: Steeds meer ouderen maken gebruik van Wmo-vervoer of andere vormen van doelgroepondersteuning. • Toenemende vraag naar jeugd- en leerlingenvervoer: Specifieke groepen (o.a. jongeren met een zorg- of onderwijsbehoefte) doen een beroep op extra vervoersvoorzieningen. • Bereikbaarheid van studie- en stageplekken is belangrijk om jongeren aan regio Zeeland te binden. • Aantrekkelijk werkgeverschap: Vraagt om een flexibel en goed dekkend vervoersnetwerk. 1.2 Combinatie van lijngebonden OV en Flexvervoer Om beter aan te sluiten op de veranderende vervoersbehoefte is een hybride systeem ontworpen, bestaande uit: • Lijngebonden streekvervoer: Bussen volgens vaste routes en tijden. Deze lijnen zijn onlangs aanbesteed door de provincie in een nieuwe concessie aan EBS.
Wanneer de bezwarentermijn is verlopen zal de officiële dienstregeling met vaste lijnen voor o.a. Walcheren bekend gemaakt worden. Wanneer er helderheid is over de definitieve dienstregeling informeren wij u hierover met een memo actieve informatie. • Vraaggestuurd (flex)vervoer: Binnen het vervoersconcept Reizen door Zeeland wordt gebruikgemaakt van flexibel vervoer op afroep (zoals taxi’s en minibussen), waarbij ritten voor verschillende doelgroepen zoveel mogelijk worden gebundeld. Dit draagt bij aan efficiëntie en bereikbaarheid.
1
Combinatie van doelgroepen is toegestaan als dit past binnen gemeentelijke beleidskaders en de indicatiestelling dit toelaat. In de praktijk zijn er echter enkele duidelijke uitzonderingen: • Leerlingenvervoer mag alleen gecombineerd worden met andere ritten als dit expliciet is toegestaan binnen de gemeentelijke regeling én als veiligheid, begeleiding en planning gewaarborgd zijn. • Jeugdzorgvervoer mag alleen gecombineerd worden als privacy en begeleiding voldoende geborgd zijn, bijvoorbeeld via voorafgaande toestemming of extra maatregelen. • Individueel toegekend vervoer (zoals bij bepaalde Wmo-indicaties) mag niet gecombineerd worden, ongeacht eventuele efficiëntievoordelen. Het combineren van ritten is dus een belangrijk uitgangspunt, maar alleen toegestaan binnen de grenzen van wettelijke, beleidsmatige en indicatieve kaders. 1.3 De Gemeenschappelijke Regeling Publiek Vervoer Zeeland (GR Publiek Vervoer Zeeland) is een wijziging van de bestaande Gemeenschappelijke Regeling Collectief Vervoer Zeeuws-Vlaanderen (GR CVV). Aanvankelijk namen alleen de gemeenten Hulst, Sluis en Terneuzen deel aan de GR CVV.
Met deze wijziging treden Gedeputeerde Staten van de provincie Zeeland en de colleges van Burgemeester en Wethouders van de gemeenten Borsele, Goes, Kapelle, Middelburg, Noord-Beveland, Reimerswaal, Schouwen-Duiveland, Tholen, Veere en Vlissingen toe, zodat nu alle colleges van de Zeeuwse gemeenten én de provincie Zeeland deelnemer zijn van de GR Publiek Vervoer Zeeland. 1.4 Samenwerkingsmodel GR Publiek Vervoer Zeeland In januari 2023 heeft uw raad de RMS vastgesteld en in september 2023 zijn middels een memo actief de definitieve onderzoeksresultaten en spelregels voor de Flextaxi Zeeland gepresenteerd. Vervolgens is in mei 2024 de intentieverklaring voor het bestuurlijk arrangement Publiek Vervoer Zeeland voorgelegd. In 2024 heeft uw college besloten in te stemmen met de intentieverklaring voor het bestuurlijk arrangement Publiek Vervoer Zeeland waarover uw raad middels een memo is geinformeerd. Nadat de RMS werd vastgesteld is door de dertien Zeeuwse gemeenten en de Provincie Zeeland toegewerkt naar de uitbreiding van de GR CVV tot de nieuwe Gemeenschappelijke Regeling Publiek Vervoer Zeeland (GR PVZ). De uitvoering van het publiek vervoer wordt daarbij ondergebracht in een op te richten Mobiliteitscentrale Zeeland B.V., die volledig eigendom is van de GR PVZ. • GR PVZ: Hier worden strategische en beleidsmatige besluiten genomen door de deelnemende gemeenten en provincie.
Democratische controle en transparantie zijn geborgd via deze gemeenschappelijke regeling. • Mobiliteitscentrale Zeeland B.V.: Een professioneel en slagvaardig orgaan voor de operationele taken (ritplanning, callcenter, data-analyse, facturatie). Omdat deze B.V. 100% publiek eigendom is van de GR, behouden gemeenten en provincie via de GR de zeggenschap en controle over de uitvoering. Stemverhouding GR PVZ: • 9 kleine gemeenten: 2 stemmen • 4 grote gemeenten (≥ 35.000 inwoners): 4 stemmen • Provincie Zeeland: 14 stemmen Deze stemverdeling kan na elke verkiezingsperiode worden herzien om recht te doen aan eventuele demografische veranderingen. 1.5 Delegatie van taken Tot 2030 worden de volgende taken gedelegeerd of gemandateerd aan de GR PVZ: • Delegatie (verplicht): • Regie voeren, inclusief contractbeheer, op doelgroepenvervoer (Jeugd- en leerlingenvervoer) • Financiële administratie (rechtmatige betalingen) voor uitvoering van de contracten • Beleidsvoorbereiding voor de GR als bestuurlijk orgaan • Mandaat (optioneel, via een Dienstverleningsovereenkomst): • Contractbeheer van de OV-concessie en het flexcontract • Eventuele aanvullende taken of pilots die gemeenten onder willen brengen in de mobiliteitscentrale Gemeenten kunnen ervoor kiezen om (een deel van) via een Dienstverleningsovereenkomst (DVO) taken en middelen te mandateren.
Hiermee blijft formeel eigenaarschap (beleidsverantwoordelijkheid) bij de gemeente zelf, 2
terwijl uitvoering, centrale aansturing en financiering praktisch via de GR of de mobiliteitscentrale loopt. Concreet betekent dit: • De gemeente blijft verantwoordelijk voor bijvoorbeeld het WMO-beleid en indicaties. • De GR of mobiliteitscentrale voert het vervoer (operationeel, financieel en administratief) uit voor de gemandateerde taken. • Financiering van vervoer wordt dan centraal geregeld binnen de GR, wat efficiëntie en uniformiteit in dienstverlening oplevert. 1.6 Tijdelijke voorziening (2025) De oprichting van de GR PVZ loopt niet geheel gelijk met de verdere uitrol van het vernieuwde publiek vervoer in Zeeland. Om te voorkomen dat er vertraging ontstaat, wordt in 2025 een incidentele voorziening getroffen. Daarbij leveren de gemeenten en provincie een eenmalige financiële bijdrage aan de huidige Gemeentelijke Vervoerscentrale (GVZ), die de operationele taken op zich neemt totdat de GR PVZ en de Mobiliteitscentrale Zeeland B.V. volledig in werking treden. Voor de gemeente Middelburg betekent dit een bijdrage van €36.740 in 2025, te dekken uit Wmovervoerskosten (€18.740) en uit Verkeersmaatregelen (€18.000). Effect
2.1 Geïntegreerd publiek vervoerssysteem Door de bundeling van buslijnen (met vaste haltes), flexvervoer (op afroep) en diverse vormen van doelgroepenvervoer (zoals Wmo, jeugd- en leerlingenvervoer) ontstaat één geïntegreerd vervoerssysteem dat zowel in stedelijk als landelijk gebied in Zeeland tegemoetkomt aan de mobiliteitsbehoefte. Hierdoor verbetert de bereikbaarheid voor alle inwoners, terwijl de kosten beheersbaar blijven. Daarnaast houdt men op doelgroepniveau rekening met de vraag welke doelgroepen wel en niet gecombineerd kunnen worden. Zo kan het voorkomen dat jeugd- en/of leerlingenvervoer niet (volledig) te combineren zijn met regulier OV. Tegelijkertijd biedt het geïntegreerde systeem kansen om, waar het wel kan, ritten te bundelen en lege kilometers te beperken, wat niet alleen kostenefficiënter is, maar ook duurzamer. 2.2 De bestaande Gemeentelijke Vervoerscentrale Zeeland (GVZ). De GVZ is momenteel verantwoordelijk voor de uitvoering van het doelgroepenvervoer in een deel van Zeeland, wordt per 1 januari 2026 omgevormd tot de Mobiliteitscentrale Zeeland B.V. Deze mobiliteitscentrale wordt de uitvoeringsorganisatie van de GR Publiek Vervoer Zeeland en krijgt een bredere opdracht: naast het doelgroepenvervoer regisseert zij ook flexvervoer en ondersteunt zij het reguliere openbaar vervoer. De nieuwe B.V.
blijft volledig in publieke handen (eigendom van de GR) en fungeert als professionele backoffice voor planning, klantcontact, datamanagement en uitvoering. Argumenten
3.1 Regionale Mobiliteit en Publiek Belang • Een gemeenschappelijke regeling In de GR Publiek Vervoer Zeeland, worden afspraken over organisatie, kwaliteit en financiering in een kader gebundeld. Dit voorkomt versnippering en biedt een centraal aanspreekpunt voor de reiziger en de deelnemende overheden. • Verbetering van bereikbaarheid en kwaliteit Gemeenten dragen verantwoordelijkheid voor Wmo- en jeugdvervoer, terwijl de provincie busconcessies beheert. Door deze vormen van vervoer onder een paraplu te brengen, komt de reiziger centraler te staan en worden vervoersmiddelen efficiënter ingezet. Zo kan vraag en aanbod beter op elkaar worden afgestemd, met als gevolg minder lege ritten, meer flexibiliteit en een verbeterde bereikbaarheid van voorzieningen. • Uitvoering Regionale Mobiliteitsstrategie De GR Publiek Vervoer Zeeland is een logisch vervolg op de Regionale Mobiliteitsstrategie (RMS), waarin de dertien Zeeuwse gemeenten en de provincie hebben vastgesteld dat het huidige, vooral lijngebonden vervoer niet langer voldoet aan de veranderende vraag. Het nieuwe stelsel moet de leefbaarheid bevorderen en tegemoetkomen aan de groeiende vervoersvraag van onder andere vergrijzende inwoners, jongeren (ljeugd- en leerlingenvervoer) en forensen (aantrekkelijk werkgeverschap).
3
3.2 Governance: GR en B.V. Waarom een GR en een B.V. in plaats van alleen een B.V.? Een B.V. kan op zichzelf geen democratische controle en politieke verantwoording bieden. Door de Mobiliteitscentrale Zeeland B.V. te verbinden aan een gemeenschappelijke regeling (GR) waarin alle deelnemers vertegenwoordigd zijn, blijft de besluitvorming transparant en onder regie van de overheden. Zo wordt de democratische legitimiteit geborgd. • Rol van de GR De GR Publiek Vervoer Zeeland fungeert als bestuurlijke tafel voor alle dertien Zeeuwse gemeenten en de provincie. Het Algemeen Bestuur stelt de hoofdlijnen van beleid, de financiële kaders en de vormgeving van het publiek vervoer vast. • Stemverhouding: kleine gemeenten (< 35.000 2 stemmen), grote gemeenten (≥ 35.000 inwoners: 4 stemmen) en de provincie (14 stemmen). Deze kan na elke verkiezingsperiode worden herijkt. • Democratische aansturing: via het Algemeen Bestuur (AB) houden gemeenten en provincie toezicht op het Dagelijks Bestuur (DB) en daarmee op de Mobiliteitscentrale Zeeland B.V. • Mobiliteitscentrale Zeeland B.V. Deze B.V. is 100% eigendom van de GR, zodat gemeenten en provincie de zeggenschap en controle behouden. De mobiliteitscentrale verzorgt de operationele uitvoering van het vervoersysteem, zoals ritplanning, klantcontact en data-analyse. Ook contractbeheer en kwaliteitsmonitoring kunnen centraal worden georganiseerd.
Hiermee wordt professionaliteit en efficiency bevorderd, terwijl de politieke verantwoordelijkheid via de GR geborgd blijft. 3.3 Taken en Verantwoordelijkheden binnen de GR • Gedelegeerde taken (verplicht) Dit zijn kerntaken die elke deelnemer overdraagt aan de GR, zoals het organiseren en beheren van het publiek vervoer, het budgetbeheer en de centrale regie (inclusief contractbeheer voor bijvoorbeeld doelgroepenvervoer). • Gemandateerde taken (optioneel, via DVO) Bij mandaat blijft het formele eigenaarschap en de eindverantwoordelijkheid bij gemeenten liggen, maar wordt de praktische uitvoering aan de GR PVZ gemandateerd via een Dienstverleningsovereenkomst (DVO • Proces • De gemeente besluit welke taken zij via mandaat bij de GR PVZ wil beleggen. • Gemeente en GR PVZ stellen samen een DVO op, waarin taken, financiële afspraken, looptijd en eventuele prestatie-indicatoren worden vastgelegd. • De mobiliteitscentrale voert in opdracht van de GR PVZ de taken uit, verzorgt contractbeheer, monitort kwaliteit en kosten en rapporteert hierover. • De gemeente behoudt het formele eigenaarschap en kan het mandaat in de toekomst eventueel aanpassen, rekening houdend met afspraken in de DVO.
Door gebruik te maken van mandaat via een DVO realiseert de gemeente een efficiënte, flexibele en gecoördineerde uitvoering van vervoerstaken, terwijl zij tegelijkertijd de formele verantwoordelijkheid behoudt en desgewenst beleidsmatige aanpassingen kan doorvoeren. 3.4 Tijdelijke voorziening (2025) • Overbrugging tot de GR PVZ volledig operationeel is De oprichting van de GR PVZ en de Mobiliteitscentrale Zeeland B.V. loopt niet in pas met de beoogde uitrol van nieuw (flex)vervoer. Om te voorkomen dat er in 2025 een gat ontstaat in de operationele aansturing, is een incidentele voorziening opgezet. • De huidige Gemeentelijke Vervoerscentrale (GVZ) krijgt extra taken en middelen om het publiek vervoer in 2025 te kunnen coördineren, zodat de bereikbaarheid en voortgang van de flex-projecten geen vertraging oploopt. • Deze voorziening wordt bekostigd door een eenmalige bijdrage van gemeenten en provincie, gebaseerd op de verdeelsleutel voor de doelgroepenvervoer-kosten. • Voor Middelburg betekent dit een bijdrage van €36.740 in 2025, te dekken uit Wmo-vervoerskosten (€18.740) en Verkeersmaatregelen (€18.000). Het belang van deze tijdelijke voorziening is dat de uitrol van flexvervoer en eventuele pilots niet vertraagt, waardoor reizigers verzekerd blijven van passend en toegankelijk vervoer.
Ondertussen wordt verder gewerkt aan de formele inrichting en ingebruikname van de Mobiliteitscentrale Zeeland B.V. als uitvoeringsorgaan van de GR PVZ. 4
3.5 Reactie op de Zienswijze De raad krijgt acht weken de tijd om haar zienswijze op de concept-GR kenbaar te maken. De zienswijze wordt voorgelegd aan een ambtelijke werkgroep waarin alle 14 deelnemers zijn vertegenwoordigd. Het advies van deze werkgroep wordt voorgelegd aan de Kopgroep RMS, welke na akkoord het advies doorzet naar de 14 colleges ter vaststelling. Kanttekeningen
4.1 Financiële Onzekerheden • Onbekende vervoervraag De vraag naar bijvoorbeeld Wmo- of jeugdvervoer kan gaan stijgen of dalen. Wanneer de werkelijke vraagbedragen substantieel hoger uitvallen, kan het Algemeen Bestuur (AB) van de GR Publiek Vervoer Zeeland besluiten om extra bijdragen te vragen of bijvoorbeeld wachttijden te verlengen. • Afwijking van meer dan 15% Bij een afwijking van meer dan 15% in de vervoerskosten (bijvoorbeeld jeugdvervoer) kunnen deelnemers worden geconfronteerd met een bijstelling van hun gemeentelijke bijdrage. In het geval van stijgende kosten door flexvervoer ligt de financiële verantwoordelijkheid bij de provincie. • Lokale budgettering sociaal domein Zowel in Middelburg als in Vlissingen (en andere gemeenten) is het niet altijd zeker of de huidige budgetten voor Wmo- of jeugdvervoer blijven volstaan. Bij hogere of lagere instroom van cliënten kan dit leiden tot een herverdeling van de financiële last binnen de GR. • Verfijning bijdrageregeling De GR PVZ en de Mobiliteitscentrale Zeeland B.V. zijn formeel nog in oprichting. De precieze verdeling van kosten en indexering zal worden uitgewerkt in de bijdrageregeling, die voorafgaand aan de definitieve start van de GR PVZ wordt vastgesteld.
4.2 Organisatorische Doorontwikkeling • Tijd voor invoering Het is van belang dat er in 2025 voldoende tijd en middelen zijn om de Mobiliteitscentrale Zeeland B.V. op te zetten: personeel, ICT-systemen en procedures moeten klaar zijn om per 1 januari 2026 goed te kunnen draaien. De tijdelijke voorziening via de Gemeentelijke Vervoerscentrale (GVZ) overbrugt deze periode. • Afstemming en tempo Mochten één of meer gemeenten of de provincie vertraging oplopen in hun besluitvorming, dan kan dit de implementatie van het nieuwe model hinderen. De flexpilots zijn in sommige delen van Zeeland al gestart. 4.3 Politiek Draagvlak • Financiële zorgen en lokale autonomie Zorgen over mogelijke kostenoverschrijdingen en het behoud van voldoende lokale zeggenschap binnen de GR kunnen gericht worden aangepakt en verminderd met een duidelijke communicatieaanpak, middels webinars, een Q&A-sessie en gerichte raadsinformatiebrieven. 4.4 Partiële Uittreding • Gebondenheid aan de kernopgaven Voor de kerntaken (zoals publiek vervoer en het integrale budgetbeheer) zijn deelnemers tot eind 2029 gebonden aan de GR PVZ. Hierdoor kunnen gemeenten niet tussentijds op eigen initiatief volledig uitstappen zonder consequenties. • Dienstverleningsovereenkomsten (DVO) Voor eventuele extra taken die via een DVO worden belegd bij de GR of de Mobiliteitscentrale Zeeland B.V. blijft wel flexibiliteit bestaan.
• Risico van niet deelnemen Indien een gemeente besluit niet (meer) deel te nemen, zal deze zelf alle organisatie, inkoop en financiering van 5
vervoer moeten regelen. Hierdoor vervallen de schaalvoordelen en kan het verzorgingsgebied versplinteren, met hogere kosten en een minder samenhangend vervoersaanbod als mogelijk gevolg. Financiën
5.1 tijdelijke Voorziening 2025 • Een budget van circa €1,72 miljoen is vrijgemaakt voor: o Extra personele inzet, voor de opbouw van de Mobiliteitscentrale. o ICT-voorzieningen als rittenregistratie, callcenter- en planningssystemen. o Communicatie en advies om inwoners, colleges, raden en andere stakeholders te informeren. Met deze impuls wordt de mobiliteitscentrale vanaf 1 januari 2026 volledig operationeel. Verdeling: 70% wordt gedekt door de provincie, 30% door de gemeenten gezamenlijk. Daarnaast is er een extra incidentele bijdrage van 700.000 vanuit het ministerie van I&W beschikbaar gesteld. Dit maakt dat de bijdrage is bepaald op basis van de verdeelsleutel voor doelgroepenvervoer. De tijdelijke voorziening 2025 betekent voor Middelburg een hogere bijdrage van € 36.740. 5.2 Fixatie van Kosten (2026-2029) Het uitgangspunt is dat de uitgaven voor vraagafhankelijk vervoer in de periode 2026-2029 worden gefixeerd op het niveau van 2024, met een jaarlijkse indexering volgens de NEA-index. Hierdoor hebben gemeenten en provincie voor een periode van vier jaar duidelijkheid over de financiering van publiek vervoer. • Bandbreedte 15% Als de werkelijke kosten voor specifiek doelgroepenvervoer meer dan 15% afwijken van het gefixeerde niveau, kan het Algemeen Bestuur (AB) van de GR PVZ besluiten tot bijstelling.
Hierbij kan het gaan om een verhoging van de gemeentelijke bijdrage, of het beperken van het aanbod door langere wachttijden of aangepaste routes. • Provinciale verantwoordelijkheid Wanneer de kostenstijging voortkomt uit toename in flexvervoer (dat grotendeels onder de OV-concessie valt), ligt de financiële verantwoordelijkheid primair bij de provincie. Dit waarborgt dat kostenstijgingen door regionaal of interlokaal gebruik van flex niet volledig bij de gemeenten belanden. • Evaluatie In 2028 beoordeelt het AB de werking van de fixatie. Op basis van deze evaluatie kan de fixatie worden verlengd, aangepast of beëindigd. Omdat de begroting voor 2029 nog onder de fixatie valt, werkt een eventuele aanpassing pas door vanaf 2030. 5.3 Bekostiging van de Vervoercentrale (vanaf 2026) De mobiliteitscentrale krijgt voor front-, mid- en backoffice een meerjarenbegroting. De gemeentelijke bijdrage is evenredig met de stemverhoudingen in de GR. • De kosten voor de vervoercentrale voor de gemeenten worden net als de vervoerkosten gefixeerd voor de jaren 2026, 2027, 2028 en 2029. Indien taken worden uitgebreid dan is dit een besluit van het AB en worden deze voor 30% toebedeeld aan gemeenten en 70% aan provincie.
• Naast de huidige bijdrage van € 2.040.000 aan de vervoercentrale voor de uitvoering van het doelgroepenvervoer wordt komende 3 jaar € 360.000 bekostigd door verschuiving van taken (en daarmee middelen) naar de vervoercentrale/GR die nu bij de gemeenten zijn belegd. De toedeling van de financiële bijdrage per gemeente is op basis van het stemrecht dat deze heeft binnen de GR. Het hiervoor beschikbaar budget is kader stellend. • De hierboven genoemde bedragen kunnen periodiek worden geïndexeerd conform de geldende CAO-afspraken. • Voor gemeente Middelburg betekent de nieuwe GR PVZ en Mobiliteits centrale Zeeland vanaf 2026 een structureel hogere bijdrage van € 40.000 per jaar (in ieder geval tot en met 2028) waar een aanvraag voor in de kadernota voor is opgenomen. Een gemeente kan er ook voor kiezen deze bijdrage in natura te voldoen, bijvoorbeeld door een aantal fte beschikbaar te stellen. Dekkinsvoorstel vanuit de Wmo vervoerskosten. Duurzaamheid
Door een beter afgestemd vervoersaanbod (reguliere buslijnen gecombineerd met flexvervoer) kan er efficiënter gereden worden, wat leidt tot minder onnodige kilometers. Dit draagt direct bij aan CO₂-reductie en de mogelijkheid om in te zetten op milieuvriendelijke alternatieven, zoals elektrische voertuigen, deelfietsen en auto’s. De GR kan regionale duurzaamheidsambities bevorderen door te sturen op groenere vervoersmiddelen in nieuwe contracten. 6
Communicatie en participatie
•
•
• •
Voor een groot deel van de reizigers blijft de bestaande situatie gelijk, maar op enkele lijnen en diensten kan de impact merkbaar zijn. De toegang tot vervoer, zoals Wmo-vervoer, blijft via de gemeente verlopen. Inwoners hoeven dus niet zelf contact op te nemen met de Mobiliteitscentrale Zeeland voor het aanvragen van vervoer. Wat wel verandert, is dat de uitvoering van het vervoer (zoals ritplanning, klantenservice en klachtenafhandeling) vanaf 1 januari 2026 via de nieuwe Mobiliteitscentrale Zeeland B.V. loopt. Deze organisatie komt voort uit de huidige Gemeentelijke Vervoerscentrale Zeeland (GVZ) en blijft volledig in publieke handen. De communicatie richting inwoners wordt gezamenlijk voorbereid door de GR Publiek Vervoer Zeeland en de Mobiliteitscentrale. Zij verzorgen generieke communicatiecampagnes voor de hele provincie. De gemeente kan daarnaast op lokaal niveau aanvullende communicatie verzorgen, waar nodig afgestemd op specifieke doelgroepen of gemeentelijke informatiekanalen. Inwoners worden dus tijdig, duidelijk en via vertrouwde kanalen geïnformeerd over de (beperkte) veranderingen in de dienstverlening Er worden (digitale) bijeenkomsten (webinars) georganiseerd, waarin raads- en statenleden vragen kunnen stellen en achtergrondinformatie krijgen over de GR en de mobiliteitscentrale. De raad ontvangt de concept-GR en kan binnen 8 weken haar zienswijze uitbrengen.
De werkgroep Vervoercentrale en de Mobiliteitscentrale Zeeland b.v. voorzien de raad desgevraagd van Q&A-documenten en eventuele verdiepende informatie.
Uitvoering
•
•
•
Definitieve GR: Na afronding van de zienswijzen wordt, naar verwachting in het najaar, de definitieve Gemeenschappelijke Regeling vastgesteld. Vervolgens moeten de raden en Provinciale Staten toestemming verlenen aan de colleges om toe te treden tot de GR. Dat gebeurt met een nieuw raadsvoorstel in het najaar. Het college stelt de GR niet zelf vast, maar treedt toe. Tijdelijke Voorziening: Zodra uw Raad akkoord is met de benodigde middelen, kan de tijdelijke voorziening worden ingezet. Daarmee wordt in de loop van 2025 de Mobiliteitscentrale verder ingericht, zodat per 1 januari 2026 de nieuwe organisatie volledig operationeel is. Evaluatie: Rond 2028 volgt een evaluatiemoment voor de fixatie, de samenwerking en de vraag of (en in welke vorm) de GR wordt voortgezet. Het resultaat van deze evaluatie wordt onderdeel van een zienswijze procedure en is zal daarmee in 2030 geeffectueerd worden.
Advies ingewonnen (advies)orgaan N.v.t.
AVG
Nee; AVG is niet van toepassing Bijlagen
1. Gemeenschappelijke Regeling Publiek Vervoer Zeeland 2. Toelichting op de GR Publiek Vervoer Zeeland
Middelburg, 8 april 2025 Burgemeester en wethouders van Middelburg de secretaris,
Aart van den Brink de burgemeester,
Yvonne van Mastrigt
7