CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

25-069 Bijlage 1. Ingekomen stukken - MZ mei 2025

Gemeenteraad 22 mei 2025, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Ingekomen stukken gemeenteraad (25-069 MZ/RM/AB)13.204 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

In totaal geeft 65% van de respondenten aan voldoende vrijwilligers en betaalde krachten in huis te hebben. Dit is ongeveer hetzelfde percentage als oktober 2024, toen 66% aangaf voldoende menskracht te hebben. Ongeveer en op de vijf hulporganisaties geeft aan een tekort te hebben aan vrijwilligers en/of betaalde krachten (22%). Zie figuur 3.3. Figuur 3.3 Heeft jouw organisatie voldoende vrijwilligers/betaalde krachten? (Ingevuld door 402 organisaties) Ja, we hebben voldoende mensen.

65%

Nee, we komen vrijwilligers tekort

16%

Overige (geef nadere toelichting)

12%

Nee, we komen betaalde krachten tekort

4%

Nee, we hebben een tekort aan vrijwilligers én betaalde krachten

2% 0%

10%

20%

30%

40%

50%

60%

70%

3.2 FINANCIËLE KRACHT LOK ALE HULPORGANISATIES Om een beeld te krijgen van de financiële vitaliteit van hulporganisaties is hen gevraagd hoe ze er financieel voorstaan, zie figuur 3.4. Van de 402 organisaties die de vraag invulden, gaf 54% aan er goed voor te staan. Nog eens 30% zegt er redelijk voor te staan en 5% van de hulporganisaties zegt er slecht aan toe te zijn op financieel gebied. Zij verklaren dat hun voortbestaan op het spel staat.

19

Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND

Veel hulporganisaties leunen op vrijwilligers, omdat de meeste hulporganisaties namelijk geen betaalde medewerkers hebben (zie mediaan figuur 3.2). Gemiddeld zijn er per organisatie 72 vrijwilligers en 20 betaalde medewerkers actief.

60%

54%

50% 40% 30%

30% 20%

11%

10% 0%

5% Goed

Redelijk

Overig (geef nadere toelichting)

Slecht, ons voortbestaan staat op het spel

We hebben hulporganisaties ook gevraagd in hoeverre ze in beeld zijn bij hun gemeente. Om zo zicht te krijgen op het contact tussen hen. Bijna alle lokale hulporganisaties geven aan dat de gemeente hen kent en dat ze contact hebben met elkaar, zie figuur 3.6. Dat gaat om maar liefst 90% van de hulporganisaties die de vraag hebben ingevuld. Nog eens 10% zegt in beeld te zijn bij de gemeente maar geen contact te hebben. Twee hulporganisaties geven aan niet in beeld te zijn bij hun gemeente. Figuur 3.5 Is jouw organisatie in beeld bij de gemeente? (Ingevuld door 402 organisaties) Ja, onze gemeente kent ons en we hebben contact

90%

Ja, onze gemeente kent ons maar we hebben geen contact

10%

Nee, we zijn nog niet in beeld bij onze gemeente

0% 0%

20%

40%

60%

80%

100%

“We hebben goed contact met de gemeente. Ze steunen ons en we werken ook veel samen met projecten. We proberen ook, ondanks het wantrouwen van sommigen, altijd mensen te wijzen op bestaande regelingen.” Quiet Community Den Haag

20

Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND

Figuur 3.4 Hoe staat jouw organisatie er financieel voor? (Ingevuld door 402 organisaties)

Figuur 3.6 Werkt jouw organisatie met een wachtlijst? (Ingevuld door 480 organisaties)

8%

Ja

92%

Nee

3.4 VOORWA ARDEN EN DOORVERWIJZEN VAN HULP Hulporganisaties zijn soms onderdeel van een netwerk aan hulp dat geboden wordt aan mensen. Zo kunnen ze bijvoorbeeld inspringen wanneer een andere instantie geen hulp kan bieden. Waar voor gemeentelijke hulp bijvoorbeeld vaker een vast inkomstenpercentage ten opzichte van het sociaal minimum geldt, zien we dat lokale hulporganisaties over het algemeen ook mensen helpen die buiten deze grenzen vallen. Zoals te zien in figuur 3.7, zegt 51% van de respondenten geen inkomensgrens te hanteren.

“Wij hebben het gevoel dat veel mensen tussen wal en schip vallen. Door bijvoorbeeld onzichtbare schulden of doordat ze niet in kaart hebben wat er binnenkomt en uit gaat. Als we een grens zouden aanhouden dan doen we veel mensen daar tekort aan, die erboven zitten maar wel de hulp nodig hebben.” Don Bosco Rijswijk

21

Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND

3.3 HULPORGANISATIES MET EEN WACHTLIJST Van alle armoedehulporganisaties geeft 8% aan te werken met een wachtlijst, zie figuur 3.6. De mediaan is 20 personen en na gemiddeld 78 dagen worden deze mensen geholpen.

49%

Ja

51%

Nee

Daarbij zien we dat hulporganisaties zelf ook doorverwijzen naar andere (soorten) hulp. Zo geeft 79% aan dat ze mensen doorverwijzen naar andere hulporganisaties. Nog eens 54% geeft aan mensen naar de gemeente te sturen voor passende hulp en 43% zegt mensen op toeslagen of (kind)regelingen te wijzen. Dat hulporganisaties onderdeel zijn van de keten van hulp is te zien in figuur 3.8. Lokale hulporganisaties geven namelijk aan dat mensen al bij de gemeente (ingevuld door 71%) of bij andere hulporganisaties (ingevuld door 55%) in beeld zijn als ze bij hun om hulp vragen. Dit komt door bijvoorbeeld gebrek aan kennis over passende hulp, gebrek aan vertrouwen of laaggeletterheid, aldus de organisaties. Figuur 3.8 Zijn hulpvragers al ergens anders in beeld als ze bij jullie terechtkomen? (Ingevuld door 261 organisaties) 80%

71%

60%

55%

40% 24% 20%

0%

12%

Ja, al bij andere hulporganisaties geweest

Ja, vanuit de gemeente doorgestuurd

Nee, wij zijn vaak de eerste plek waar ze om hulp vragen

Geen zicht op

22

Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND

Figuur 3.7 Hanteert jouw organisatie een vaste inkomensgrens voor mensen die om hulp vragen? (Ingevuld door 410 organisaties)

In maart dit jaar maakte het Centraal Planbureau haar nieuwe raming bekend. Hierin wordt de (economische) groei van Nederland voorspeld. Op basis van de nieuwe armoededefinitie verwacht het CPB dat het armoedecijfer verder zal dalen. Ook de inflatie daalt naar verwachting iets en de koopkracht zal per huishouden wat stijgen. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de visie van armoedehulporganisaties op het aantal mensen dat bij hen aanklopt voor hulp. Dit geeft een beeld van hoe men in de praktijk verwacht dat het aantal hulpvragen zich ontwikkelt. Wat betekent het voor hulporganisaties? Hoe willen ze deze hulp bieden? En hoe ontwikkelt deze hulpvraag zich? 4.1 A ANTAL HULPVRAGEN NABIJE TOEKOMST Wanneer de organisaties gevraagd wordt naar hun verwachting voor het komende half jaar geeft 83% aan een stijging in het aantal hulpvragen te verwachten, zie figuur 4.1. Een minderheid, namelijk 17%, geeft aan geen stijging te verwachten. Figuur 4.1 Verwacht je dat het aantal hulpaanvragen het komende half jaar zal stijgen? (Ingevuld door 399 organisaties)

83%

Ja

17%

Nee

“Er is onder onze doelgroep geen vertrouwen dat de situatie qua beleid veel beter gaat worden op korte termijn. Wij zijn ook bang voor minder geld voor armoedeverzachting binnen de gemeente, dus verwachten wel dat het aantal hulpvragen gaat stijgen de komende tijd.” Quiet Community Den Haag

23

Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND

4. TOENAME HULPVRAGEN EN MOGELIJKHEDEN NABIJE TOEKOMST

In figuur 4.2 is te zien dat organisaties het liefst hulp bieden middels fysieke spullen (ingevuld door 44%). 29% van de hulporganisaties helpt mensen het liefst met tegoedkaarten. 6% helpt het liefst door geld te geven. Figuur 4.2 Hoe biedt jouw organisatie het liefst hulp? (Ingevuld door 407 organisaties) 50% 44% 40% 29%

30%

22%

20% 10% 0%

6%

Met fysieke spullen

Met een tegoedkaart

We hebben geen voorkeur

Door geld te geven (bijv. rekening betalen)

Om de hulp te kunnen blijven bieden zijn hulporganisaties vaak afhankelijk van verschillende vormen van fondsenwerving, zie figuur 4.3. De grootste groep richt zich op het werven van subsidies van gemeente of landelijke overheid (72%) of donateurs en eenmalige giften (70%). 69% maakt gebruik van de steun van Stichting Armoedefonds in de vorm van goederen of geld.

24

Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND

4.2 BENODIGDE MIDDELEN 83% van de organisaties die de enquête hebben ingevuld verwachten een stijging in het aantal hulpvragen het komende halfjaar. We vroegen deze organisaties hoe ze hun hulp het liefst bieden. Ook is gevraagd hoe ze geld- en hulpbronnen werven, om de mensen te kunnen helpen.

Subsidies gemeente of overheid

72%

Donateurs en eenmalige giftgevers

70%

Aanbod van stichting Armoedefonds

69%

Bijdrage vanuit de kerk

54%

Giften uit het bedrijfsleven

54%

Vermogensfondsen, landelijke hulporganisaties en serviceclubs

41%

Acties door particulieren

39%

Acties door bedrijven

39%

We krijgen veel hulp in natura

39%

Online met donatiemogelijkheid op eigen website

34% 20%

Online met sociale media 13%

We hebben eigen reserves/noodfonds

10%

Overig Online met digitale nieuwsbrief

6%

Onze koepelorganisatie heeft een calamiteitenfonds

5% 2%

Niet van toepassing 0%

10%

20%

30%

40%

50%

50%

70%

80%

25

Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND

Figuur 4.3 Geld- en hulpbronnen die worden aangesproken (Ingevuld door 424 organisaties)

Stichting Armoedefonds werkt samen met meer dan 1.300 lokale armoedehulp­ organisaties uit heel Nederland. Hiervan nam ongeveer de helft (462 organisaties) deel aan dit periodieke onderzoek. Om een beeld te krijgen van de staat van armoedehulp in ons land zijn drie deelvragen geformuleerd. Deze deelvragen zullen hieronder worden beantwoord. Lokale hulporganisaties zijn degenen die armoede zien, verzachten en bestrijden. De resultaten uit dit onderzoek laten zien dat armoedehulporganisaties in toenemende mate een stijging ervaren in het aantal hulpvragen. In tegenstelling tot wat de landelijke cijfers wellicht laten zien en verwacht wordt de komende tijd. 1.

HOE IS HET A ANTAL HULPVRAGEN BIJ LOK ALE HULPORGANISATIES IN HET AFGELOPEN HALF JA AR VERANDERD? Dit onderzoek toont een zorgwekkende trend: meer dan de helft (60%) van de hulporganisaties zag het afgelopen halfjaar een stijging in het aantal hulpvragen. Deze stijging was voornamelijk te zien bij alleenstaanden met kinderen. Ook geven hulporganisaties aan dat alleenstaanden zonder kinderen, paren met kinderen en AOW’ers/ouderen vaker hulp nodig hadden dan voorheen. Minder organisaties gaven aan dat het aantal hulpvragen was gedaald (7% ten opzichte van 16% in oktober 2024). Ruim een derde van de hulporganisaties (36%) ziet een stijging in de hulpvragen onder mensen met betaald werk. 31% van de organisaties geeft aan dat dit gelijk bleef en slechts 1% zag een daling.

“Steeds meer mensen bij ons in de buurt hebben behoefte aan hulp. Ze spreken elkaar ook steeds meer aan, dat het niet erg is als je niet rond kunt komen of dat je sommige dingen niet kunt betalen. En dat je gewoon om hulp kan vragen.” Wijkcentrum Waterkracht Hulporganisaties geven aan dat mensen met name worstelen met huishoudelijke uitgaven, het gebrek aan financiële buffers en schulden. Ook geven organisaties aan dat er beperkte toegang is tot bepaalde basisproducten. Zo blijkt er voornamelijk een tekort aan voedsel (genoemd door 61%) en verzorgingsproducten (genoemd door 61%). Ook kleding (aldus 43% van de organisaties) en schoonmaakartikelen (aldus 36% van de organisaties) worden genoemd. Het soort verzorgingsproducten waar een tekort aan

26

Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND

5. CONCLUSIES

2.

IN WELKE MATE ZIJN LOK ALE HULPORGANISATIES OP DIT MOMENT IN STA AT (GESTELD) OM A AN DE HULPVRAGEN TE VOLDOEN? 77% van de hulporganisaties geeft aan dat er voldoende middelen beschikbaar zijn om de hulp te bieden die nodig is. Denk hierbij aan menskracht, producten of financiële middelen. 22% van de hulporganisaties geeft echter aan dat ze onvoldoende vrijwilligers en betaalde krachten hebben. Het Armoedefonds vindt het zorgwekkend dat nog steeds ruim 8% van de armoedehulporganisaties met een wachtlijst moet werken en 5% van de hulporganisaties aangeeft dat ze er financieel slecht voor staan en hun voortbestaan hierdoor onzeker is. Uit dit onderzoek blijkt daarnaast dat er een netwerk van armoedehulp is waar lokale hulporganisaties een essentieel onderdeel van zijn. Veel organisaties sturen namelijk mensen door naar andere (soorten) hulp, zoals andere hulporganisaties (79%), de gemeente (54%) of mensen wijzen op toeslagen of (kind)regelingen. Niet alle ondervraagde organisaties gebruiken een vaste inkomensgrens (slechts 49% van de ondervraagden), wat maakt dat ze ook mensen op kunnen vangen die tussen wal en schip vallen. Dit kan verklaren waarom organisaties naar zowel officiële instanties als elkaar doorverwijzen.

3.

HOE VERWACHTEN LOK ALE HULPORGANISATIES DAT HULPVRAGEN ZICH DE KOMENDE MA ANDEN GA AN ONTWIKKELEN? Lokale armoedehulporganisaties hebben een uitdagend toekomstperspectief. Ze verwachten een flinke stijging in het aantal hulpvragen terwijl ze afhankelijk zijn van de werving van geld- en hulpbronnen. Uit het onderzoek blijkt dat 44% van de hulporganisaties het liefst hulp biedt in de vorm van fysieke spullen en 29% met een tegoedkaart. Om deze hulp te kunnen bieden hebben ze naar eigen zeggen donaties, subsidies van gemeente of overheid en het aanbod van Stichting Armoedefonds hard nodig. Het feit dat 83% van de organisaties aangeeft dat ze verwachten dat het aantal hulpvragen zal stijgen het komende halfjaar legt hier extra druk op.

27

Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND

is, zijn shampoo en douchegel, wasmiddel, menstruatieproducten en tandenborstels/ tandpasta. Het is dus essentieel dat hulporganisaties mensen kunnen blijven voorzien van deze producten.

De door het Centraal Planbureau verwachte stijging van armoede in 2024 is terug te zien in de praktijk. 60% van de armoedehulporganisaties zag namelijk een stijging in het aantal hulpvragen. Een grotere groep verwacht het komende halfjaar een stijging in het aantal mensen dat hulp nodig heeft. De hulp die lokale armoedehulporganisaties bieden is cruciaal om mensen in armoede laagdrempelig en dicht bij huis te helpen. Om de groeiende vraag naar hulp beter te kunnen opvangen, doet het Armoedefonds de volgende aanbevelingen: 1.

WERKENDE ARMEN KLOPPEN VAKER A AN VOOR HULP: STRUCTURELE STEUN VOOR HULPORGANISATIES Ruim een derde van de hulporganisaties ziet steeds vaker mensen met betaald werk aankloppen voor hulp. Dat benadrukt de noodzaak om deze doelgroep beter te bereiken en te ondersteunen. Dat kan bijvoorbeeld door het minimumloon, en daaraan gekoppeld de uitkeringen, te verhogen. Daarnaast vraagt het ook om maatwerk bij lokale hulporganisaties. Waar kan, wordt dit al geboden. Maar niet elke hulporganisatie heeft voldoende middelen om álle mensen die hulp nodig hebben, direct te helpen. Door voldoende middelen voor hulporganisaties te garanderen, kunnen inkomens­ grenzen ruimer opgezet worden. Met ruimere inkomensgrenzen bij hulporganisaties kunnen ook mensen bereikt worden die nét boven de officiële armoedegrens leven maar wel (flink) in de problemen komen. Bovendien zorgt structurele financiële steun voor de noodzakelijke armoedehulp­ organisaties ervoor dat de continuïteit van hun hulp niet onder druk komt te staan. Door onzekere financiële middelen en stijgende hulpvragen is dat voor een groep nu wel het geval.

2.

VERBORGEN ARMOEDE: MENSEN IN FINANCIËLE NOOD VALLEN BUITEN DE BOOT IN DE NIEUWE ARMOEDEDEFINITIE Lokale armoedehulporganisaties maken het mogelijk dat kinderen kunnen sporten, zorgen ervoor dat mensen met geldzorgen toch een warme maaltijd op tafel kunnen zetten en helpen mensen door de wirwar van financiële administratie bij steeds hoger oplopende schulden. Hulporganisaties bereiken mensen die tussen wal en schip vallen en bieden ondersteuning waar anderen tekortschieten. Met de nieuwe armoededefinitie dreigt een grote groep mensen in nood buiten de boot te vallen. Zij blijven verborgen in de nieuwste armoedecijfers.

28

Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND

6. A ANBEVELINGEN

3.

EEN STERK NETWERK VAN ARMOEDEHULP DRA AGT BIJ A AN PASSENDE HULP VOOR MENSEN MET GELDZORGEN Veel hulporganisaties helpen mensen in armoede die zijn doorgestuurd vanuit de gemeente of een andere hulporganisatie. Deze samenwerking tussen armoedehulp­ organisaties en gemeentes is belangrijk om te bevorderen, zowel op lokaal als nationaal niveau. Dit kan door netwerken te creëren waar organisaties elkaar kunnen vinden, van elkaar kunnen leren en onderling doorverwijzen waar nodig. Een hulporganisatie kan vaak dienen als laagdrempelig toegangspunt om iemand de rust te bieden om aan diens toekomst te bouwen.

29

Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND

Daarom waarschuwt het Armoedefonds ervoor om nieuw armoedebeleid – lokaal of landelijk – enkel in te steken op deze krappe definitie. Dit zou betekenen dat mensen met hoge zorgkosten, die dakloos zijn of hoge schulden hebben, niet of minder makkelijk, in aanmerking komen voor hulp. Terwijl juist zij die hulp zo hard nodig hebben.

Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND

BRONNEN 1 Stichting Armoedefonds (2024). Reactie Armoedefonds nieuwe armoedecijfers: papieren werkelijkheid, praktijk laat zien dat armoede ernstiger wordt. www.armoedefonds.nl/reactie-armoedefonds-nieuwe-armoedecijfers 2 Commissie Sociaal Minimum (2023). Een zeker bestaan. Naar een toekomstverkenning stelsel van het sociaal minimum. Rapport 1. www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2023/06/30/een-zeker-bestaan-rapport-icommissie-sociaal-minimum 3 CBS (2024). De nieuwe methode om armoede in Nederland te meten. www.cbs.nl/nl-nl/publicatie/2024/42/de-nieuwe-methode-om-armoede-in-nederland-temeten 4 CBS (2025). Armoede en schulden. www.cbs.nl/nl-nl/visualisaties/armoede-en-schulden?theme=0 5 CPB (2025). Centraal Economisch Plan 2025. Middellangetermijnraming. www.cpb.nl/raming-februari-2025-cep-2025 6 Centraal Planbureau (2025). De armoede-intensiteit: een raming van de diepte van armoede. www.cpb.nl/de-armoede-intensiteit-een-raming-van-de-diepte-van-armoede 7 Binnenlands Bestuur. (2025). Aandeel mensen in diepe armoede blijft toenemen. www.binnenlandsbestuur.nl/sociaal/aandeel-mensen-diepe-armoede-blijft-toenemen 8 CBS (2024). Armoede en sociale uitsluiting. longreads.cbs.nl/armoede-en-sociale-uitsluiting-2023/ 9 CBS (2024). Nieuws: nieuwe armoedemeting 540 duizend mensen arm in 2023.

www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2024/42/nieuwe-armoedemeting-540-duizend-mensen-armin-2023 10 TNO (2025). Scenario’s energiearmoede voor 2025 bij stijgende energieprijzen. www.tno.nl/nl/newsroom/2025/03/scenario-energiearmoede-2025-energie/ 11 Nibud (2024). Rapport; verschillen in gemeentelijk minimabeleid. www.nibud.nl/onderzoeksrapporten/rapport-gemeentelijk-minimabeleid-2024/

30

Steun elkaar!

Stichting Armoedefonds ziet de door het Centraal Planbureau (CPB) verwachte stijging van armoede in 2024 terug in de praktijk. Zes op de tien lokale armoedehulporganisaties, zoals voedselhulporganisaties en SchuldHulpMaatjes, zag het afgelopen half jaar namelijk een stijging in het aantal hulpvragen. Ook is er een toename van mensen met betaald werk die om hulp vragen. Dit blijkt uit onderzoek van het Armoedefonds. Uit de nieuwste cijfers van het Armoedefonds blijkt dat lokale hulporganisaties het afgelopen halfjaar in toenemende mate een stijging zagen in het aantal mensen dat hulp nodig had. 60% van de hulporganisaties gaf dit namelijk aan. “Eén tegenvaller en de problemen stapelen zich op. En van de een op de andere dag leef je ineens in armoede. Dit zien we steeds vaker gebeuren ”, aldus Henk de Graaf (directeur Armoedefonds). De toenemende armoede, vraagt om extra financiële steun voor lokale hulporganisaties, aldus het Armoedefonds. De Graaf: “De tekorten waar mensen mee te maken hebben zijn groot. Vaak gaat het om de meest basale producten, zoals tandpasta, shampoo of maandverband.” Zo gaf een meerderheid van de hulporganisaties aan dat mensen in armoede niet altijd voldoende geld voor menstruatieproducten hebben. De Graaf: “Veel gemeenten helpen al door gratis menstruatieproducten beschikbaar te stellen via MUP’s. Dat zijn menstruatieproducten uitgiftepunten.

Het is noodzaak dat MUP’s in elke gemeente ondersteund worden om vrouwen in menstruatiearmoede te helpen.” Het Armoedefonds constateert dat met name alleenstaande ouders met kinderen, alleenstaanden zonder kinderen, paren met kinderen en AOW’ers/ouderen vaker met geldzorgen kampen. Ook mensen met betaald werk hadden het afgelopen half jaar steeds meer ondersteuning nodig vanuit lokale armoedehulporganisaties. Zo vertelt een lokale hulporganisatie: “We zien voornamelijk steeds meer mensen bij ons komen met betaald werk. Ze vallen vaak net buiten regelingen. Ze werken keihard de hele dag en komen dan toch niet rond. Soms zijn ze zelfs met twee personen die werken en lukt het nog niet om geld over te houden.” De Graaf vult aan: “Mensen die net buiten de armoedegrens vallen hebben ook ondersteuning nodig en daarvoor zijn lokale hulporganisaties essentieel.”

Stichting Armoedefonds is de landelijke organisatie die armoede bestrijdt en de gevolgen hiervan verzacht door meer dan 1.300 lokale hulporganisaties te steunen. Het gehele onderzoek is te vinden op www.armoedefonds.nl/onderzoek.

Voor meer informatie over het onderzoek kunt u contact opnemen met Lotte Meerhoff (woordvoerder Armoedefonds) via lotte@armoedefonds.nl

20250307 – 7 maart 2025 – SCW Orionis – advies SCW verordening Aan het Algemeen Bestuur van Orionis

Geachte bestuursleden, De Sociale Cliëntenraad Walcheren vraagt naar aanleiding van de concept verordening voor onze raad uw aandacht voor het volgende. Artikel 7.4 van de huidige SCW verordening d.d. 16-05-2019 luidt: Orionis Walcheren zorgt dat de SCW, op haar verzoek, door een ambtelijk secretaris wordt ondersteund. De ambtelijk secretaris is geen lid van de SCW. Verzoeken om informatie, antwoorden op vragen, voorzieningen e.d. lopen via de ambtelijk secretaris en deze bewaakt de tijdige afhandeling hiervan. Over de inrichting en taak van het ambtelijke secretariaat worden nadere afspraken gemaakt. Hoewel de huidige (vigerende) verordening dus volwaardige ondersteuning van de cliëntenraad in de vorm van een ambtelijk secretaris toezegt wordt deze de raad al jarenlang door Orionis onthouden. Dat bemoeilijkt het werk van de cliëntenraad en belemmert ons functioneren. Vandaar dat wij bij herhaling om aanwijzing van een ambtelijk secretaris hebben gevraagd, maar dat is geweigerd. Desgevraagd gaf Orionis aan niet langer over beleidsambtenaren te beschikken; alleen zulke personen zouden blijkbaar in staat zijn om de functie van ambtelijk secretaris te vervullen. Dat vindt de SCW beslist geen overtuigend argument maar wij zijn nu eenmaal niet in een positie om daar iets aan te veranderen. Wij hebben ons te schikken en noodgedwongen een compromis geaccepteerd.

Dat compromis houdt in dat de SCW, naast zaken als budget, kantoorruimte en -middelen, alleen contact met medewerkers zoals geregeld in artikel 5.5 als ondersteuning vanuit Orionis ontvangt. En geen tot de cliëntenraad zelf toebehorende secretariële ondersteuning, of budget daarvoor.

SCW verordening, Artikel 5.5 “Daarnaast vindt regelmatig overleg plaats tussen de SCW en medewerkers van Orionis Walcheren en de afdelingen die belast zijn met het sociale en armoedebeleid van de drie Walcherse gemeenten over beleidsontwikkeling en uitvoeringsaspecten.” De SCW vraagt zo snel mogelijk een ambtelijk secretaris ter beschikking van de cliëntenraad te stellen. De aanstelling van een ambtelijk secretaris zorgt ervoor dat een cliëntenraad onafhankelijk en effectief binnen de organisatie waarvan ze deel uitmaakt kan functioneren. In opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) is recent een verkennend onderzoek uitgevoerd naar cliëntenparticipatie in het domein van Sociale Zekerheid en Integratie (SZI). Daarin staat, naast veel andere interessante informatie, het volgende over ambtelijke ondersteuning: Ook is er tussen cliëntenraden veel diversiteit in de aanwezigheid en kwaliteit van ambtelijke ondersteuning, terwijl deze ondersteuning door verschillende cliëntenraden als essentieel wordt gezien. Zij nemen veel werk uit handen, zoals het maken van agenda’s en de verslaglegging, uitnodigingen sturen, etc. Ook is de ambtelijke ondersteuning van belang voor het leggen van contact met bestuurders en beleidsadviseurs en de samenwerking tussen cliëntenraden en bestuurders en beleidsadviseurs.

Er zijn ook landelijke en gemeentelijke cliëntenraden die gebruikmaken van een inhoudelijke adviseur. (…) Daarentegen stelt een gemeentelijke beleidsadviseur dat door het gebruik van een adviseur de capaciteit en kwaliteit toenemen. De adviseur heeft meer tijd ten opzichte van leden, en kan daarmee taken, zoals het maken van een beleidsplan, overnemen of cliëntenraden op de hoogte brengen van belangrijke thema’s die spelen. Een beleidsadviseur vertelt bijvoorbeeld: “Mensen in een cliëntenraad zijn vrijwilligers en dat maakt het kwetsbaar, een inhoudelijk adviseur kan daarin helpen.” (Uit: Cliëntenparticipatie: een vervelende verplichting of de moeite waard?, Regioplan, in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, 2023) Het rapport van de ombudsman Inspraak mag geen vinkje zijn! citeert een cliëntenraadslid werk en inkomen, uit een grote stad, als volgt: ‘’Onze cliëntenraad heeft een heel goede ambtelijke secretaris. Zij is fulltime werkzaam bij de gemeente maar de helft van de tijd werkt ze voor de cliëntenraad. Zij is voor ons heel belangrijk: zij is de schakel tussen ons en de gemeente. Zij betrekt ons tijdig bij beleid en leidt onze adviezen soepel door naar de gemeente.

Dat werkt heel goed en prettig.” (Uit: Rapport Nationale Ombudsman 2023/144, Inspraak mag geen vinkje zijn! Een onderzoek naar participatie en invloed van de burger in de Participatiewet, 3 oktober 2023) Een ambtelijk secretaris draagt zorg voor zaken als het organiseren, voorbereiden en notuleren van de vergaderingen van de cliëntenraad, de overlegvergaderingen met de bestuurder of manager en de vergaderingen van werkgroepen vanuit de cliëntenraad. En vervult verder in opdracht van de cliëntenraad taken als: • secretariële ondersteuning bieden zoals agenda opstellen, informatie verzenden, verslag van de vergadering maken en adviezen van de cliëntenraad uitschrijven en archief beheer;

• beleidsmatige ondersteuning bieden zoals agendaonderwerpen op inhoud voorbereiden en adviezen geven over de besluitvorming; • informatie en/of adviezen geven over wet- en regelgeving, procedures en communicatie van de cliëntenraad (intern en extern); • jaarverslag opstellen; • agendapunten, actiepunten en (evaluatie)afspraken bewaken; • een vraagbaak voor (nieuwe) leden, bestuurder en anderen binnen de cliëntenraad zijn

De Verordening Regeling Cliëntenraad Werk en Inkomen Rotterdam 2017 geeft dat goed aan: Ambtelijk secretaris 1. De concerndirecteur van het cluster Werk en Inkomen stelt een medewerker beschikbaar aan de Cliëntenraad die de rol van ambtelijk secretaris van de Cliëntenraad vervult. 2. De ambtelijk secretaris heeft geen stemrecht. 3. De ambtelijk secretaris organiseert de overleggen van de Cliëntenraad met de concerndirecteur van het cluster Werk en Inkomen, de vooroverleggen en de planningsoverleggen. 4. De ambtelijk secretaris fungeert voor de Cliëntenraad als een contactpersoon met medewerkers van de clusters Werk en Inkomen en Maatschappelijke Ondersteuning. 5. De ambtelijk secretaris is in staat de Cliëntenraad inhoudelijk te adviseren en tevens om uit te brengen adviezen op te stellen. 6. Indien de ambtelijk secretaris door de Cliëntenraad uit te brengen adviezen opstelt, dan vindt dit plaats onder de verantwoordelijkheid van het dagelijks bestuur van de Cliëntenraad. 7. Indien de ambtelijk secretaris deze rol naast een ander takenpakket binnen Werk en Inkomen vervult, dan stelt de concerndirecteur van het cluster Werk en Inkomen deze medewerker in staat om zowel ten aanzien van urenbesteding als wat betreft de onafhankelijkheid deze rol naar behoren te vervullen.

De Verordening Cliëntenraad Participatiewet 2020 Krimpenerwaard geeft een voorbeeld hoeveel tijd ervoor zou kunnen worden vrijgemaakt: Het college zorgt voor adequate ondersteuning van de cliëntenraad. Hiertoe (…) draagt het zorg voor de secretariële ondersteuning ter voorbereiding en afronding van de reguliere vergaderingen van de cliëntenraad. Hiervoor is 400 uur per jaar beschikbaar gesteld. Maar de SCW zal het in de toekomst, als de concept verordening zo blijft, moeten doen met het veel te magere: Orionis Walcheren zorgt dat de SCW, op haar verzoek, wordt ondersteund. Hierover zijn maatwerkafspraken gemaakt. Dat Orionis zich daartoe wil beperken kan de SCW niet rijmen met het mogelijk maken van werkelijke cliëntenparticipatie. Het staat er haaks op, het maakt een onafhankelijke en goed geïnformeerde stem voor cliënten onnodig kwetsbaar. En het werk van de vrijwilligers veel te belastend en te ingewikkeld.

De SCW adviseert daarom het artikel tenminste ongewijzigd te laten, en vraagt u, als leden van het algemeen bestuur, er op toe te zien dat Orionis daadwerkelijk zorg draagt voor de aanstelling van een deskundige en onafhankelijke ambtelijk secretaris met voldoende armslag. Met vriendelijke groet, Ada Visschers, Marina Goudjalova

082. Verzoek om gesprek met wethouder aangaande tarief WMO

Het bestand 082. Verzoek om gesprek met wethouder aangaande tarief WMO kon niet correct worden ingeladen, het is mogelijk corrupt of beschadigd. Het originele bestand kunt u hier vinden: https://middelburg.raadsinformatie.nl/document/15349960/2/0_82+Verzoek+om+gesprek+met+wethouder+aa ngaande+tarief+WMO?connection_type=17&connection_id=11705066

Powered by TCPDF (www.tcpdf.org)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15452327/1