CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

25-051 Bijlage 2. Was-wordt-tabel

Commissie Algemeen Bestuur 8 april 2025, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Actualisatie Algemene Plaatselijke Verordening Middelburg (25-051 AB)12.656 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

14 alinea's met “sluiting”: 119 120 123 125 126 131 132 166 212 213 214 228 229 230

Was-wordt-tabel wijziging Algemene Plaatselijke Verordening Middelburg 2025 Algemene wijzigingen (niet opgenomen in was-wordt-tabel): -

Drank- en horecawet wordt gewijzigd in Alcoholwet; wet algemene bepalingen omgevingsrecht gewijzigd in de nieuwe van toepassing zijnde regelgeving onder de Omgevingswet; Verschillende omschrijvingen voor de begripsbepalingen gewijzigd in definities; Letters voor de definities gewijzigd in gedachtestreepjes; Nummering in huidige APV klopt niet, 2.35 ontbreekt. Nummering wordt gecorrigeerd; Sommige zinnen gewijzigd, conform model APV (VNG)

Artikel 1.1 Begripsomschrijving wordt het begrip bromfiets toegevoegd. Bestaande tekst

Nieuwe tekst Artikel 1.1 bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994.

Artikel 1.3 vervalt. Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 1.3 Te late indiening aanvraag

Artikel 1.3

1. Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt ingediend minder dan drie weken voor het tijdstip waarop de aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het bevoegde bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet in behandeling te nemen.

(Vervallen)

2. Voor bepaalde, door het bevoegde bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden verlengd tot ten hoogste acht weken.

Titel Afdeling 1 van hoofdstuk 2 wijzigt. Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Afdeling 1 Bestrijding van ongeregeldheden

Afdeling 1 Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden

In artikel 2.1 worden lid 5 en 6 toegevoegd. Het oude lid 6 wordt geschrapt. Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2.1 Samenscholing en ongeregeldheden

Artikel 2.1 Samenscholing en ongeregeldheden

1. Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen, te vechten of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot wanordelijkheden.

1. Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen, te vechten of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot wanordelijkheden.

2. Een ieder, die op een openbare plaats aanwezig is bij een voorval, waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan of bij een tot toeloop van publiek aanleiding gevende gebeurtenis waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, dan wel zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, is verplicht op een bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.

2. Een ieder, die op een openbare plaats aanwezig is bij een voorval, waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan of bij een tot toeloop van publiek aanleiding gevende gebeurtenis waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, dan wel zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, is verplicht op een bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.

3. Het is verboden zich te begeven naar of zich te bevinden op openbare plaatsen die door of vanwege het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet.

3. Het is verboden zich te begeven naar of zich te bevinden op openbare plaatsen die door of vanwege het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet.

4. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid gestelde verbod.

4. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid gestelde verbod.

5. Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.

5. Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.

6. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

6. Het is verboden om, wanneer een voorval, gebeurtenis of samenscholing als bedoeld in het eerste lid plaatsvindt, samen met anderen zich in de richting daarvan te begeven als daarbij voorwerpen en/of stoffen worden meegevoerd, die plegen te worden gebruikt of geschikt zijn om te worden gebruikt bij wanordelijkheden, zoals een ketting, knuppel, helm of bivakmuts. 7. Het verbod in het zesde lid is niet van toepassing als de in dat lid bedoelde voorwerpen kennelijk niet bestemd zijn voor het daar aangeduide gebruik.

Artikel 2.3 titel wijzigt en tekst vijfde lid wijzigt. Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2.3 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen

Artikel 2.3 Verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen

1. Het is verboden gedrukte of geschreven stukken of afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden, aan te bevelen of bekend te maken op door het college aangewezen openbare plaatsen. 2. Het college kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren. 3. Het verbod geldt niet voor het huis-aan-huis verspreiden of het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en afbeeldingen. 4. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. 5. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

1. Het is verboden gedrukte of geschreven stukken of afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden, aan te bevelen of bekend te maken op door het college aangewezen openbare plaatsen. 2. Het college kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren. 3. Het verbod geldt niet voor het huis-aan-huis verspreiden of het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en afbeeldingen. 4. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. 5. Op de aanvraag van een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Titel Afdeling 4 wijzigt. Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Afdeling 4 Vertoningen e.d. op de weg

Afdeling 4 Vertoningen op openbare plaatsen

Artikel 2.4 wijzigt en wordt uitgebreid, vergunningplicht wordt gewijzigd in verbod en ontheffingsmogelijkheid. Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2.4 Straatartiest e.d.

Artikel 2.4 Straatartiest e.d.

1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester ten behoeve van publiek als straatartiest, straatmuzikant, straatfotograaf, tekenaar of filmoperateur op te treden.

1. Het is verboden muziek ten gehore te brengen op openbare plaatsen indien dit gepaard gaat met hinder van verkeersstromen, gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins overlast veroorzaken.

2. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

2. Een ieder die zich hinderlijk op een openbare plaats gedraagt zoals omschreven in lid 1 van dit artikel, is verplicht op een daartoe strekkend bevel

van een ambtenaar van politie of een andere daartoe bevoegde ambtenaar zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen. 3. Het is verboden muziek ten gehore te brengen op de door de burgemeester aangegeven openbare plaatsen. 4. Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest, straatfotograaf, tekenaar of filmoperateur op te treden op of aan de door de burgemeester aangegeven wegen of gedeelten daarvan. 5. De burgemeester kan de werking van het verbod van lid 3 en lid 4 beperken tot bepaalde dagen of uren. 6. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod in lid 3 en lid 4.

Afdeling 5 en artikel 2.5 vervalt en wordt opgenomen in Omgevingsplan. Bestaande tekst Afdeling 5. Bruikbaarheid en aanzien van de weg Artikel 2.5 Vergunning voor het plaatsen en houden van voorwerpen op of aan de weg 1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegde bestuursorgaan de weg of een weggedeelte te gebruiken anders dan overeenkomstig de bestemming daarvan. 2. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd: a. Indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; b. Indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; c. In het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van in de nabijheid gelegen onroerende zaken. 3. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover

Nieuwe tekst

dit een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2 eerste lid, onder j. of onder k. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 4. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor: a. het uitsteken van vlaggen, wimpels en vlaggenstokken mits zij geen gevaar of hinder kunnen opleveren voor personen of goederen en niet voor commerciële doeleinden worden gebruikt; b. zonneschermen, mits deze zijn aangebracht boven het voor voetgangers bestemde gedeelte van de weg en mits: I. elk onderdeel zich meer dan 2,2 meter boven dat gedeelte bevindt en; II. elk onderdeel van het scherm, in welke stand dat ook staat, zich op meer dan 0,5 meter van het voor het rijverkeer bestemde gedeelte van de weg bevindt; III. elk onderdeel minder dan 1,5 meter buiten de opgaande gevel reikt; c. voertuigen; d. evenementen als bedoeld in artikel 2.13; e. standplaatsen als bedoeld in artikel 5.14; f. terrassen als bedoeld in artikel 2.17, vierde lid; g. andere door het bevoegd bestuursorgaan aangewezen categorieën van gevallen. 5.

Het verbod geldt tevens niet voor voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard, tenzij deze door hun omvang of vorm, constructie of bevestiging schade toebrengen aan de weg, gevaar kunnen opleveren voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kunnen vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg. 6. Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van het bepaalde in dit artikel. 7. Het bevoegd bestuursorgaan kan categorieën van gevallen aanwijzen

waarvoor in afwijking van het eerste lid een meldingsplicht geldt. 8. Dit artikel is niet van toepassing voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien bij of krachtens de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Wet milieubeheer of de Wegenverordening Zeeland. 9. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2.6 vervalt en wordt opgenomen in Omgevingsplan. Bestaande tekst Artikel 2.6 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg. 2. De vergunning wordt verleend: a. als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit; b. door het college in de overige gevallen. 3. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor overheden bij het uitvoeren van hun publieke taak. 4.

Het verbod geldt voorts niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Wegenverordening Zeeland, de keur van het waterschap Scheldestromen, de Telecommunicatiewet of de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren.

5.

Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve

Nieuwe tekst

fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 2.7 vervalt en wordt opgenomen in Omgevingsplan. Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2.7 Omgevingsvergunning voor het maken en veranderen van een uitweg 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag: a. een uitweg te maken naar een weg in de zin van artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994; b. van een zodanige weg gebruik te maken voor het hebben van een uitweg; c. verandering te brengen in een bestaande uitweg naar een zodanige weg. 2. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd in het belang van: a. de bruikbaarheid van de weg; b. het veilig en doelmatig gebruik van de weg; c. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving; d. de bescherming van de groenvoorzieningen in de gemeente. 3. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de keur van het waterschap Scheldestromen of de Wegenverordening Zeeland.

Artikel 2.8 eerste lid onder b wijzigt en derde lid wordt toegevoegd. Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2.8 Winkelwagentjes

Artikel 2.8 Winkelwagentjes

1. De winkelier die winkelwagentjes ter beschikking stelt is verplicht deze a. te voorzien van de naam van het bedrijf of van een ander herkenningsteken;

2. De winkelier die winkelwagentjes ter beschikking stelt is verplicht deze a. te voorzien van de naam van het bedrijf of van een ander herkenningsteken;

b. terstond te verwijderen of te doen verwijderen uit de omgeving van dat bedrijf.

b. direct te verwijderen of te doen verwijderen uit de omgeving van dat bedrijf.

2. Het is verboden een winkelwagentje na gebruik onbeheerd op een openbare plaats achter te laten. 3. Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet.

2. Het is verboden een winkelwagentje na gebruik onbeheerd op een openbare plaats achter te laten.

Artikel 2.9 uitgebreid met toeristisch vervoersmiddel. Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2.9 Paardentrams

Artikel 2.9 Paardentrams of toeristische vervoersmiddelen

1. Het is de rechthebbende op een bespannen wagen, die er zijn bedrijf of nevenbedrijf dan wel een gewoonte van maakt personen te vervoeren, verboden zonder vergunning van het college de weg te gebruiken of te laten gebruiken voor het vervoer van personen met bespannen wagens. 2. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

1. Het is de rechthebbende op een bespannen wagen of toeristisch vervoersmiddel, die er zijn bedrijf of nevenbedrijf dan wel een gewoonte van maakt personen te vervoeren, verboden zonder vergunning van het college de weg te gebruiken of te laten gebruiken voor het vervoer van personen met bespannen wagens of toeristische vervoersmiddelen. 2. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2.10 vervalt en wordt opgenomen in Omgevingsplan. Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2.10 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of daarvoor op andere wijze hinder of gevaar oplevert.

Artikel 2.12 tweede lid vervalt en tekst derde lid wijzigt. Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2.12 Voorzieningen voor verkeer en verlichting

Artikel 2.12 Voorzieningen voor verkeer en verlichting

1. De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk, voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden aange-

1. De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk, voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden aange-

bracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd. 2. Het college maakt tevoren aan de rechthebbende als bedoeld in het eerste lid zijn besluit bekend over te gaan tot het doen aanbrengen of wijzigen van een voorwerp, bord of voorziening als bedoeld in het eerste lid.

bracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd. 2. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door hoofdstuk 10 Omgevingswet.

3. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet of de Belemmeringenwet Privaatrecht.

Artikel 2.13 eerste lid onder a wordt theater toegevoegd, aan tweede lid braderie wordt toegevoegd. Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2.13 Begripsomschrijving

Artikel 2.13 Definities

1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan: elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a. bioscoopvoorstellingen in een gebouw; b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid onder h, Gemeentewet; c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; d. het in een inrichting in de zin van de Drank- en Horecawet gelegenheid geven tot dansen; e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; f. voorstellingen, vertoningen en tentoonstellingen die gegeven worden in een gebouw dat qua bestemming en inrichting in het bijzonder daarvoor aangewezen is; g. activiteiten als bedoeld in de artikelen 2.4 en 2.37 van deze verordening. 2. Onder evenement wordt mede verstaan: a. een herdenkingsplechtigheid, met uitzondering van de nationale dodenherdenking; b. een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:2 van deze verordening, op of aan de weg; c. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg. 3. Onder klein evenement wordt verstaan: een straatfeest, (buurt)barbecue of een daarmee gelijk te stellen evenement op eigen terrein of in de open lucht, dat op één dag plaatsvindt, een lage belasting van de woon-

1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan: elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a. bioscoop- en theatervoorstellingen in een gebouw; b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid onder h, Gemeentewet; c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; d. het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen; e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; f. voorstellingen, vertoningen en tentoonstellingen die gegeven worden in een gebouw dat qua bestemming en inrichting in het bijzonder daarvoor aangewezen is; g. activiteiten als bedoeld in de artikelen 2.4 en 2.37 van deze verordening. 2. Onder evenement wordt mede verstaan: a. een herdenkingsplechtigheid, met uitzondering van de nationale dodenherdenking; b. een braderie; c. een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:2 van deze verordening, op of aan de weg; d. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg. 3. Onder klein evenement wordt verstaan: een straatfeest, (buurt)barbecue of een daarmee gelijk te stellen evenement op eigen terrein

en leefomgeving heeft en geen te verwachten inzet van de hulpdiensten.

of in de open lucht, dat op één dag plaatsvindt, een lage belasting van de woonen leefomgeving heeft en geen te verwachten inzet van de hulpdiensten.

Artikel 2.16 harde horeca toegevoegd. Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2.16 Definities

Artikel 2.16 Definities

In deze afdeling wordt verstaan onder:

In deze afdeling wordt verstaan onder:

-

-

-

-

-

openbare inrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie worden bereid en/of verstrekt. Onder een openbare inrichting wordt in ieder geval verstaan: een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, afhaalrestaurant, discotheek, buurthuis of clubhuis alsmede een bij dit bedrijf behorend terras en de andere aanhorigheden; terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken en/of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid en/of verstrekt; exploitant: natuurlijke persoon of rechtspersoon, voor wiens rekening en risico de inrichting wordt gedreven, en de bestuurders van de rechtspersoon of hun gevolmachtigden met uitzondering van de bestuurders van een rechtspersoon als bedoeld in artikel 4 Alcoholwet; leidinggevende: natuurlijke persoon die de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent in een openbare inrichting.

-

-

-

openbare inrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie worden bereid en/of verstrekt. Onder een openbare inrichting wordt in ieder geval verstaan: een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, afhaalrestaurant, discotheek, buurthuis of clubhuis alsmede een bij dit bedrijf behorend terras en de andere aanhorigheden; terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken en/of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid en/of verstrekt; exploitant: natuurlijke persoon of rechtspersoon, voor wiens rekening en risico de inrichting wordt gedreven, en de bestuurders van de rechtspersoon of hun gevolmachtigden met uitzondering van de bestuurders van een rechtspersoon als bedoeld in artikel 4 Alcoholwet; leidinggevende: natuurlijke persoon die de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent in een openbare inrichting; harde horeca: cafés, danscafés en discotheken.

Artikel 2.22, eerste lid onder b, en nummering gehele artikel wijzigt. Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2.22 Sluitingstijden

Artikel 2.22 Sluitingstijden

1. a. Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de openbare inrichting te laten verblijven tussen 02.00 uur en 06.00 uur

1. Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de openbare inrichting te laten verblijven tussen 02.00 uur en 06.00 uur.

b. In afwijking van het gestelde in het eerste lid onder a van dit artikel geldt voor de harde horeca in het horeca concentratiegebied – met uitzondering van de para commerciële bedrijven in dat gebied - dat het verboden is op de vrijdag, zaterdag en zondag een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de openbare inrichting te laten verblijven tussen 03.00 uur en 06.00 uur. c. Voor het logiesgedeelte van een logiesverstrekkende openbare inrichting gelden geen sluitingstijden. 2. De burgemeester kan door middel van een vergunningvoorschrift andere sluitingstijden vaststellen voor een afzonderlijke openbare inrichting of een daartoe behorend terras. 3. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid: a. op grond van bijzondere omstandigheden; b. aan maximaal 4 openbare inrichtingen (nachthoreca) om tot 05.00 uur geopend te zijn; c. aan maximaal 2 openbare inrichtingen waar geen alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse wordt verkocht en die zich in hoofdzaak richten op het verstrekken van geringe etenswaren zoals cafetaria's, broodjeszaken, grillrooms en shoarmazaken om tot 05.00 uur geopend te zijn. 5. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid gelden voor een inrichting als bedoeld in artikel 2.18, eerste lid, sub b, dezelfde sluitingstijden als voor de winkel waarin de inrichting zich bevindt. 6.

Het in het eerste, tweede en derde lid bepaalde geldt niet voor zover op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften van toepassing zijn. 8. 7. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

2. In afwijking van het gestelde in het eerste lid onder a van dit artikel geldt voor de harde horeca Plein 1940, Pottenmarkt, Markt (zogenaamde “Tympaanplein”), Vlasmarkt, Schuttershofstraat en de Beddewijkstraat – met uitzondering van de para commerciële bedrijven in dat gebied dat het verboden is op de vrijdag, zaterdag en zondag een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de openbare inrichting te laten verblijven tussen 03.00 uur en 06.00 uur. 3. Voor het logiesgedeelte van een logiesverstrekkende openbare inrichting gelden geen sluitingstijden. 4. De burgemeester kan door middel van een vergunningvoorschrift andere sluitingstijden vaststellen voor een afzonderlijke openbare inrichting of een daartoe behorend terras. 5. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid: a. op grond van bijzondere omstandigheden; b. aan maximaal 4 openbare inrichtingen (nachthoreca) om tot 05.00 uur geopend te zijn; c. aan maximaal 2 openbare inrichtingen waar geen alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse wordt verkocht en die zich in hoofdzaak richten op het verstrekken van geringe etenswaren zoals cafetaria's, broodjeszaken, grillrooms en shoarmazaken om tot 05.00 uur geopend te zijn. 6.

In afwijking van het bepaalde in het eerste lid gelden voor een inrichting als bedoeld in artikel 2.18, eerste lid, sub b, dezelfde sluitingstijden als voor de winkel waarin de inrichting zich bevindt.

7.

Het in het eerste, tweede en derde lid bepaalde geldt niet voor zover op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften van toepassing zijn. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2.23 derde en vierde lid worden toegevoegd. Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2.23 Afwijking sluitingstijden; tijdelijke sluiting 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor één of meer openbare inrichtingen tijdelijk andere sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen.

Artikel 2.23 Afwijking sluitingstijden; tijdelijke sluiting 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor één of meer openbare inrichtingen tijdelijk andere sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen. 2. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover artikel 13b van de Opiumwet van toepassing is. 3. De burgemeester kan een inrichting, al dan niet voor een bepaalde termijn, gesloten verklaren indien: a. de inrichting wordt geëxploiteerd zonder geldige vergunning; b. de exploitant of leidinggevende handelt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften. 4. De burgemeester kan de opgelegde sluiting opheffen indien later bekend geworden feiten en omstandigheden daartoe aanleiding geven.

2. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover artikel 13b van de Opiumwet van toepassing is.

Artikel 2.27a Drinkgerei van glas en glazen flessen wordt toegevoegd (nieuw). Bestaande tekst

Nieuwe tekst Artikel 2.27a Drinkgerei van glas en glazen flessen 1. De exploitant is verplicht zodanige maatregelen te nemen dat de bezoekers van de inrichting geen drinkgerei van glas of flessen van glas buiten de inrichting brengen. 2. Het is verboden in een door de burgemeester aangewezen gebied en binnen een door de burgemeester aangewezen periode, drinkgerei van glas en/of geopende danwel ongeopende verpakkingen van glas of blik, die kennelijk bestemd zijn voor het bewaren van drank, bij zich te hebben of met zich mee te voeren. 3. Het bepaalde in het tweede lid geldt eveneens voor een terras dat behoort bij een inrichting, alsmede glaswerk bij een buitenbar.

4. Het bepaalde in het tweede lid geldt niet voor de plaats, niet zijnde een inrichting, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Alcoholwet. 5. Het is verboden in een door de burgemeester aangewezen gebied en binnen een door de burgemeester aangewezen periode in een horeca inrichting drank in glas te verstrekken.

Artikel 2.29 derde lid wordt aangepast. Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2.29 Regulering paracommerciële rechtspersonen 1. Een paracommercieel rechtspersoon die zich voornamelijk richt op het organiseren van activiteiten van sportieve aard kan alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken op: a. maandag tot en met vrijdag vanaf 2 uur (twee uur) voor de aanvang tot 2 uur na afloop van een activiteit die wordt uitgeoefend in verband met de statutaire doelen van de rechtspersoon, doch niet eerder dan 17.00 uur en tot uiterlijk 24.00 uur; b. zaterdag, zondag en algemeen erkende feestdagen vanaf 2 uur (twee uur) voor de aanvang tot 2 uur na afloop van een activiteit die wordt uitgeoefend in verband met de statutaire doelen van de rechtspersoon, doch niet eerder dan 12.00 uur en tot uiterlijk 24.00 uur. 2. Een paracommercieel rechtspersoon die zich voornamelijk richt op het organiseren van activiteiten van sociaal-educatieve aard kan alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken gedurende de tijden dat het de inrichting bij of krachtens deze verordening is toegestaan geopend te zijn voor bezoekers. 3. Een paracommercieel rechtspersoon die zich voornamelijk richt op het organiseren van activiteiten gericht op de emancipatie van lhbtqi+ kan alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken gedurende de tijden dat het de inrichting bij of krachtens deze verordening is toegestaan geopend te zijn voor bezoekers. 4.

Een paracommercieel rechtspersoon die zich voornamelijk richt op het organiseren van activiteiten van sociaal-culturele aard

Artikel 2.29 Regulering paracommerciële rechtspersonen 1. Een paracommercieel rechtspersoon die zich voornamelijk richt op het organiseren van activiteiten van sportieve aard kan alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken op: a. maandag tot en met vrijdag vanaf 2 uur (twee uur) voor de aanvang tot 2 uur na afloop van een activiteit die wordt uitgeoefend in verband met de statutaire doelen van de rechtspersoon, doch niet eerder dan 17.00 uur en tot uiterlijk 24.00 uur; b. zaterdag, zondag en algemeen erkende feestdagen vanaf 2 uur (twee uur) voor de aanvang tot 2 uur na afloop van een activiteit die wordt uitgeoefend in verband met de statutaire doelen van de rechtspersoon, doch niet eerder dan 12.00 uur en tot uiterlijk 24.00 uur. 2. Een paracommercieel rechtspersoon die zich voornamelijk richt op het organiseren van activiteiten van sociaal-educatieve aard kan alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken gedurende de tijden dat het de inrichting bij of krachtens deze verordening is toegestaan geopend te zijn voor bezoekers. 3. Een paracommercieel rechtspersoon die zich voornamelijk richt op het organiseren van activiteiten gericht op de emancipatie van lhbtqi+ kan alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken gedurende de tijden dat het de inrichting bij of krachtens deze verordening is toegestaan geopend te zijn voor bezoekers. 4.

Een paracommercieel rechtspersoon die zich voornamelijk richt op het organiseren van activiteiten van sociaal-culturele aard in

in de vorm van een poppodium (podium de vorm van een poppodium (podium voor voor een breed aanbod van bijvoorbeeld een breed aanbod van bijvoorbeeld muziek, muziek, theater en dans) kan theater en dans) kan alcoholhoudende alcoholhoudende drank uitsluitend drank uitsluitend verstrekken vanaf 2 uur verstrekken vanaf 2 uur (twee uur) voor (twee uur) voor de aanvang tot uiterlijk 2 de aanvang tot uiterlijk 2 uur na afloop uur na afloop van een activiteit die wordt van een activiteit die wordt uitgeoefend in uitgeoefend in verband met de statutaire verband met de statutaire doelen van de doelen van de rechtspersoon, doch op rechtspersoon, doch op zondag tot en met zondag tot en met donderdag tot uiterlijk donderdag tot uiterlijk 24.00 uur en op 24.00 uur en op vrijdag en zaterdag tot vrijdag en zaterdag tot uiterlijk 02.00 uur. uiterlijk 02.00 uur. 5. Overige paracommerciële rechtspersonen 5. Overige paracommerciële rechtspersonen kunnen alcoholhoudende drank uitsluitend kunnen alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken vanaf 2 uur (twee uur) voor verstrekken vanaf 2 uur (twee uur) voor de de aanvang tot uiterlijk 2 uur na afloop aanvang tot uiterlijk 2 uur na afloop van een van een activiteit die wordt uitgeoefend in activiteit die wordt uitgeoefend in verband verband met de statutaire doelen van de met de statutaire doelen van de rechtspersoon, doch tot uiterlijk 24.00 uur.

rechtspersoon, doch tot uiterlijk 24.00 uur. 6. Een paracommercieel rechtspersoon 6. Een paracommercieel rechtspersoon verstrekt geen alcoholhoudende drank verstrekt geen alcoholhoudende drank tijdens bijeenkomsten van persoonlijke tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard aard en bijeenkomsten die gericht zijn op en bijeenkomsten die gericht zijn op personen welke niet, of niet rechtstreeks personen welke niet, of niet rechtstreeks bij bij de activiteiten van de desbetreffende de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn. rechtspersoon betrokken zijn. 7. De burgemeester kan ontheffing verlenen 7. De burgemeester kan ontheffing verlenen van de in dit artikel genoemde van de in dit artikel genoemde schenktijden. schenktijden.

Tekst van Afdeling 12 wijzigt. Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Afdeling 12 Maatregelen tegen overlast en baldadigheid

Afdeling 12 Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade

Artikel 2.38 titel wijzigt. Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2.39 Plakken, kladden en spuiten

Artikel 2.39 Plakken en kladden

Artikel 2.40 wijzigt. Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2.40 Vervoer plakgereedschap e.d.

Artikel 2.40 Vervoer plakgereedschap e.d.

1. Het is verboden op een openbare plaats te vervoeren of bij zich te hebben enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur- of verfstof of verfgereedschap.

1. Het is verboden op de weg of openbaar water enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur- of verfstof of verfgereedschap te vervoeren of bij zich te hebben.

2. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing, indien de in dat lid

bedoelde materialen of gereedschappen niet zijn gebezigd of niet zijn bestemd voor handelingen als verboden in artikel 2.40.

4. Het verbod is niet van toepassing als de genoemde materialen of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor handelingen als verboden in artikel 2:41.

Artikel 2.41 wijzigt en het derde lid wordt toegevoegd. Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2.41 Vervoer inbrekerswerktuigen

Artikel 2.41 Vervoer inbrekerswerktuigen

1. Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te vervoeren of bij zich 1. Het is verboden op de weg of op een andere voor het publiek toegankelijke plaats te hebben. lopers, valse sleutels, touwladders, 2. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet lantaarns of enig ander gereedschap, van toepassing, indien de in dat lid voorwerp of middel, te vervoeren of bij zich bedoelde materialen of gereedschappen te hebben dat ertoe kan dienen zich niet zijn gebezigd of niet zijn bestemd voor onrechtmatig de toegang tot een gebouw of handelingen als verboden in artikel 2.40. erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van braak te vergemakkelijken, fietsendiefstal te plegen of het maken van sporen te voorkomen. 2. Het is verboden op een openbare plaats in de nabijheid van een winkel een tas of ander hulpmiddel bij zich te hebben of te vervoeren dat er kennelijk toe is uitgerust om er winkeldiefstal mee te plegen of winkeldiefstal te vergemakkelijken door het buiten werking stellen en/of houden van detectie- of waarnemingsapparatuur. 3. Het in het eerste en tweede lid bepaalde verbod is niet van toepassing indien kan worden aangenomen dat de bedoelde gereedschappen, voorwerpen of middelen redelijkerwijs gezien niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor de in lid 1 en 2 bedoelde handelingen.

Artikel 2.42 vervalt en wordt opgenomen in artikel 2.41. Bestaande tekst Artikel 2.42 Vervoer geprepareerde voorwerpen 1. Het is verboden op de weg of in de nabijheid van winkels te vervoeren of bij zich te hebben een voorwerp dat er

Nieuwe tekst

kennelijk toe is uitgerust om het plegen van (winkel)diefstal te vergemakkelijken. 2. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de in dat lid bedoelde voorwerp niet bestemd is voor de in dat lid bedoelde handelingen.

Artikel 2.44 eerste lid onder c wordt toegevoegd. Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2.44 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen 4. Het is verboden op een openbare plaats: a. te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig, hekheining of andere afsluiting, verkeersmeubilair en daarvoor niet bestemd straatmeubilair; b. zich op te houden op een wijze die aan andere gebruikers of aan bewoners van nabij die openbare plaats gelegen woningen onnodig overlast of hinder berokkent. 2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 424, 426 bis, 431 van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

Artikel 2.44 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen 1. Het is verboden op een openbare plaats: a. te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig, hekheining of andere afsluiting, verkeersmeubilair en daarvoor niet bestemd straatmeubilair; b. zich op te houden op een wijze die aan andere gebruikers of aan bewoners van nabij die openbare plaats gelegen woningen onnodig overlast of hinder berokkent. c. op een openbare plaats op enigerlei wijze de orde te verstoren, personen lastig te vallen of te vechten. 2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 424, 426 bis, 431 van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

Artikel 2.49a vervalt. Bestaande tekst Artikel 2.49a Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties 1. Het is verboden op openbare plaatsen of in voor het publiek toegankelijke openstaande gebouwen en daarbij behorende erven zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden

Nieuwe tekst

vanwege een werkzaamheid of doel in strijd met de openbare orde. 2. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht.

Artikel 2.49b verbod op bedelen wordt toegevoegd (nieuw). Bestaande tekst

Nieuwe tekst Artikel 2.49b Verbod op bedelen Het is verboden in door het college aangewezen gebieden op of aan de weg of in een voor het publiek toegankelijk gebouw (winkels daaronder begrepen) te bedelen om geld of andere zaken.

Artikel 2.55 titel wijzigt. Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2.55 Voederverbod duiven

Artikel 2.55 Voederverbod vogels

Artikel 2.60 wijzigt. Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2.60 Begripsomschrijving

Artikel 2.60 Definities

In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk: Consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22 januari 2002, houdende nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel vuurwerk (Vuurwerkbesluit) van toepassing is.

In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan vuurwerk dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik.

Artikel 2.61 titel wijzigt. Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2.61 Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling

Artikel 2.61 Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling

Artikel 2.65 wijzigt. Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2.65 Cameratoezicht op openbare plaatsen

Artikel 2.65 Cameratoezicht op openbare plaatsen

1. De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet besluiten tot plaatsing van vaste camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats. 2. De burgemeester heeft de bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid eveneens ten aanzien van voor ieder toegankelijke parkeerterreinen.

De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet besluiten tot plaatsing van camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op openbare plaatsen, in de gehele gemeente Middelburg. Voor gebieden waar de bebouwing primair en uitsluitend wordt gebruikt voor bewoning, gelden de volgende voorwaarden: a. Omwonenden worden door de burgemeester vooraf actief geïnformeerd over de plaatsing van camera’s en de reden voor cameratoezicht op de betreffende plaats. Uitsluitend als de spoedeisendheid of de kans op beïnvloeding van het toezicht daartoe noodzaakt, volstaat het om achteraf te informeren; b. cameratoezicht dient proportioneel en subsidiair te zijn en wordt derhalve door de burgemeester uitsluitend ingezet bij een aantoonbaar risico op verstoring van de openbare orde en veiligheid en wanneer andere maatregelen niet afdoende zijn; c. de burgemeester legt periodiek verantwoording af aan de gemeenteraad over de toepassing van cameratoezicht in woongebieden en gaat daarbij in op bovenstaande voorwaarden, telkens wordt toegelicht waarom cameratoezicht het ultimum remedium was.

Artikel 2.65 wijzigt en lid 5 komt te vervallen. Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2.66 Gebiedsontzeggingen (wijkverbod)

Artikel 2.66 Gebiedsontzeggingen (wijkverbod)

1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde en veiligheid, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan degene die strafbare feiten of openbare orde verstorende

1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde en veiligheid, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan degene die strafbare feiten of openbare orde verstorende

2.

3.

4.

5.

handelingen verricht een bevel geven om zich gedurende een in het bevel genoemde periode niet te bevinden op in het bevel aangewezen gebied. Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan degene aan wie eerder een bevel als bedoeld in het eerste lid is gegeven en ten aanzien van wie wordt geconstateerd dat hij opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een bevel geven om zich gedurende een in dat bevel genoemde periode van ten hoogste acht weken niet te bevinden op in het bevel aangewezen gebied. Een bevel krachtens het tweede lid kan slechts worden opgelegd indien strafbare feiten of andere openbare orde verstorende handelingen binnen zes maanden na het opleggen van een eerdere gebiedsontzegging, opgelegd op grond van het eerste of tweede lid, zijn geconstateerd. De burgemeester beperkt de in het eerste of tweede lid gestelde bevelen, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een bevel. Het is verboden zich te gedragen in strijd met een krachtens het eerste lid gegeven bevel.

handelingen verricht een bevel geven om zich gedurende een in het bevel genoemde periode niet te bevinden op in het bevel aangewezen gebied. 2. Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een tijdelijk verbod is opgelegd als bedoeld in dat lid en die binnen zes maanden na een eerder tijdelijk verbod opnieuw één of meer strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste acht weken in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn. 3. De burgemeester beperkt het krachtens het eerste of tweede lid opgelegde verbod, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een tijdelijk verbod. De burgemeester beperkt de in het eerste of tweede lid gestelde bevelen, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een bevel. 4.

Indien de officier van justitie een persoon een gedragsaanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering, legt de burgemeester aan deze persoon voor hetzelfde gebied niet een tijdelijk verbod op als bedoeld in het eerste of tweede lid.

Artikel 2.68 wordt toegevoegd (sluiting voor publiek toegankelijk gebouw en/of erf) Bestaande tekst

Nieuwe tekst Artikel 2.68 Sluiting voor publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde of ter voorkoming of beperking van overlast of nadelige beïnvloeding van het woon- of leefklimaat besluiten tot de gehele of gedeeltelijke sluiting van een voor het publiek openstaand gebouw of een bij dat gebouw behorend erf. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 2.23, eerste lid, of artikel 13b van de Opiumwet voorziet.

3. De burgemeester brengt een afschrift van zijn besluit aan op of nabij de toegang van het voor het publiek openstaande gebouw of het bij dat gebouw behorende erf. 4. Eenieder is verplicht toe te laten dat het afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is. 5. Het is verboden een gesloten gebouw of erf te bezoeken, als bezoeker daarin of daarop te verblijven of een bezoeker daarin of daarop te laten verblijven zonder toestemming van de burgemeester. 6. De burgemeester kan een sluiting opheffen als later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden.

Artikel 2.69 wijzigt. Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2.69 Messen en andere voorwerpen als steekwapen

Artikel 2.69 Messen en andere steekwapens

1. Het is verboden op door de burgemeester aangewezen openbare plaatsen, met inbegrip van daaraan gelegen voor publiek toegankelijke gebouwen en terreinen, messen of andere voorwerpen die als steekwapen kunnen worden gebruikt bij zich te hebben. 2. Het verbod geldt niet met betrekking tot voorwerpen die zodanig zijn ingepakt, dat zij niet voor dadelijk gebruik gereed zijn. 3. Dit artikel is niet van toepassing voor zover in het onderwerp daarvan wordt voorzien bij of krachtens de Wet wapens en munitie.

1. Het is verboden op door het college aangewezen openbare plaatsen of in daaraan grenzende voor het publiek openstaande gebouwen of op bij die gebouwen behorende erven messen of andere voorwerpen die als steekwapen kunnen worden gebruikt, bij zich te hebben. 2. Het verbod geldt niet voor messen of voorwerpen die zodanig zijn ingepakt dat zij niet voor onmiddellijk gebruik gereed zijn. 3. Dit artikel is niet van toepassing voor zover het wapens betreft als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie.

Artikel 2.70 wordt toegevoegd. Bestaande tekst

Nieuwe tekst Artikel 2.70 Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat 1.

In dit artikel wordt verstaan onder: a. bedrijfsmatige activiteit: activiteit in de uitoefening van een beroep of bedrijf, die niet valt onder de vergunningplicht bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet of artikel 2.29;

b. beheerder: natuurlijk persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding over de bedrijfsmatige activiteit; c. exploitant: natuurlijk persoon of bestuurder van een rechtspersoon of tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijk persoon, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend. 2. De burgemeester kan in het belang van de leefbaarheid, de openbare orde en veiligheid of ter voorkoming van een nadelige beïnvloeding daarvan bedrijfsmatige activiteiten en gebouwen of bij die gebouwen behorende erven of gebieden aanwijzen waarop het verbod uit het derde lid van toepassing is. 3. Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een door hem aangewezen bedrijfsmatige activiteit uit te oefenen in een door hem aangewezen gebouw, op een bij dat gebouw behorend erf of in een door hem aangewezen gebied. 4. De exploitant vraagt de vergunning aan door gebruik te maken van een door de burgemeester vastgesteld formulier, waarbij in elk geval de volgende gegevens worden verstrekt: a. voor welke bedrijfsmatige activiteit de vergunning wordt gevraagd; b. de persoonsgegevens en een geldig identiteitsbewijs van de exploitant en beheerder; c. het adres en telefoonnummer van de locatie waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend; d. het nummer van inschrijving in het Handelsregister; e.

voor zover van toepassing, de verblijfstitel van de exploitant en beheerder; f. voor zover van toepassing, een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant en beheerder gerechtigd zijn om in Nederland arbeid te verrichten; g. een document waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is over het gebouw

of erf te beschikken waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend; h. een verklaring omtrent het gedrag van de exploitant en beheerder. 5. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid weigeren: a. als de leefbaarheid in het gebied door de wijze van exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; b. als de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; c. als redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; d. als niet voldaan is aan de bij of krachtens het vierde lid gestelde eisen voor de aanvraag; e. als er aanwijzingen zijn dat in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; f. als het uitoefenen van de bedrijfsmatige activiteit in strijd is met het omgevingsplan of de Wet milieubeheer. 6. De exploitant is verplicht elke verandering in de uitoefening van zijn bedrijfsmatige activiteit waardoor deze niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning opgenomen gegevens zo spoedig mogelijk aan de burgemeester te melden. De burgemeester verleent een gewijzigde vergunning, als de bedrijfsmatige activiteit aan de vereisten voldoet. 7.

Het is verboden het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend voor bezoekers geopend te hebben zonder dat de exploitant of beheerder aanwezig is. 8. De exploitant of de beheerder ziet erop toe dat in of vanuit het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend geen strafbare feiten plaatsvinden. 9. Onverminderd het bepaalde in artikel 16 kan de burgemeester een vergunning intrekken

of wijzigen als de omstandigheden sinds de vergunningverlening zijn gewijzigd, doordat: a. de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; b. de exploitant of beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten die verband houden met de bedrijfsmatige activiteit of toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed; c. er in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit strafbare feiten hebben plaatsgevonden of plaatsvinden; d. er aanwijzingen zijn dat in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; e. de exploitant de bedrijfsmatige activiteit heeft beëindigd of gewijzigd; of f. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is. 10. Als de bedrijfsmatige activiteit in strijd met de vergunning en het verbod wordt uitgeoefend of als een van de situaties bedoeld in het negende lid van toepassing is, kan de burgemeester[, onverminderd het bepaalde in artikel 2:80,] een besluit nemen tot sluiting van het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend. 11.

De burgemeester brengt een afschrift van zijn besluit tot sluiting aan op of nabij de toegang van het voor het publiek openstaande gebouw of erf. 12. Eenieder is verplicht toe te laten dat het afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is. 13. Het is eenieder verboden een overeenkomstig het tiende lid gesloten

gebouw of erf te betreden of daarin of daarop te verblijven. 14. De burgemeester kan de sluiting opheffen als later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden. 15. In afwijking van het derde lid geldt het verbod voor de exploitant die op het moment van inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit al een onder het aanwijzingsbesluit vallende bedrijfsmatige activiteit verricht, voor die bestaande activiteit op bestaande locaties eerst drie maanden na inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit of, als dat eerder is, met ingang van inwerkingtreding van het besluit tot weigering van een door hem aangevraagde of intrekking van een aan hem verleende vergunning. 16. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 3.2 vervalt. Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 3.2 Bevoegd bestuursorgaan In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester.

Artikel 3.2 Vervallen

Artikel 3.3 vervalt. Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 3.3 Algemene regels Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel 3.13, tweede lid, kan het college over de uitoefening van de bevoegdheden in dit hoofdstuk algemene regels vaststellen.

Artikel 3.3 Vervallen

Artikel 3.4 lid 2 sub d t/m h worden toegevoegd. Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 3.4 Seksinrichting of escortbedrijf 1. Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd bestuursorgaan. 2. In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder geval vermeld: a. de persoonsgegevens van de exploitant; b. de persoonsgegevens van de beheerder; en c. de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf.

Artikel 3.4 Seksinrichting of escortbedrijf 1. Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd bestuursorgaan. 2. In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder geval vermeld: a. de persoonsgegevens van de exploitant; b. de persoonsgegevens van de beheerder; c. de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf; d. het aantal werkzame prostituees; e. de plaatselijke en kadastrale ligging van de seksinrichting door middel van een situatietekening met een schaal van tenminste 1:1000; f. een nauwkeurige plattegrond van de seksinrichting door middel van een tekening met een schaal van tenminste 1:100, met vermelding van de oppervlakte van de verschillende ruimten in m²; g. bewijs van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel; en h. een verklaring en het rapport van de GGD dat de seksinrichting , zijnde een prostitutiebedrijf of parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar, dan wel met een seksbioscoop, seksautomatenhal of sekstheater, voldoet aan de vereisten zoals vastgesteld in de door het bevoegd bestuursorgaan vastgestelde beleidsregeling in verband met gezondheid en zedelijkheid. 3. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 3.9 lid 2 en 3 wijzigen. Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 3.9 Straatprostitutie en raamprostitutie 1. Het is verboden - al dan niet vanuit een seksinrichting - door handelingen, houding, woord, gebaar of op andere wijze, te trachten als prostituee passanten tot

Artikel 3.9 Straatprostitutie en raamprostitutie 1. Het is verboden - al dan niet vanuit een seksinrichting - door handelingen, houding, woord, gebaar of op andere wijze, te trachten als prostituee passanten tot

2.

3.

4.

5.

prostitutie te bewegen, uit te nodigen dan wel aan te lokken. Met het oog op de naleving van de in het eerste lid gestelde verbod, kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen. De burgemeester kan met oog op de openbare orde en de in artikel 3.13, tweede lid genoemde belangen personen aan wie ten minste eenmaal een bevel is gegeven als bedoeld in het tweede lid bij besluit verbieden zich gedurende bepaalde termijn, anders dan in een openbaar middel van vervoer, te bevinden op of aan door de burgemeester vast te stellen wegen en op door de burgemeester te bepalen tijden. De burgemeester beperkt het in het derde lid genoemde verbod indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkenen noodzakelijk is. Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in het derde lid.

prostitutie te bewegen, uit te nodigen dan wel aan te lokken. 2. Met het oog op de naleving van het in het voorgaande lid gestelde verbod, kan door politieambtenaren of een daartoe aangewezen Buitengewoon opsporingsambtenaar het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen. 3. Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde belangen kan door politieambtenaren of een daartoe aangewezen Buitengewoon opsporingsambtenaar aan personen die zich bevinden op of aan de wegen en bedoeld in het eerste lid, het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen. 4. De burgemeester beperkt het in het derde lid genoemde verbod indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkenen noodzakelijk is. 5. Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in het derde lid.

Artikel 3.13 derde lid wordt toegevoegd. Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 3.13 Weigeringsgronden Artikel 3.13 Weigeringsgronden 1. De vergunning als bedoeld in artikel 3.4, 1. De vergunning als bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, wordt geweigerd indien: eerste lid, wordt geweigerd indien: a. de exploitant of de beheerder niet a. de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 3.5 gestelde voldoet aan de in artikel 3.5 gestelde eisen; eisen; b. de vestiging of de exploitatie van de b. de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het escortbureau in strijd seksinrichting of het escortbureau in is met een geldend bestemmingsplan, strijd is met een geldend beheersverordening, exploitatieplan, bestemmingsplan, voorbereidingsbesluit, beheersverordening, exploitatieplan, stadsvernieuwingsplan of voorbereidingsbesluit, leefmilieuverordening; of stadsvernieuwingsplan of c. er aanwijzingen zijn dat in de leefmilieuverordening; of seksinrichting of het escortbureau c. er aanwijzingen zijn dat in de personen werkzaam zijn of zullen zijn in seksinrichting of het escortbureau strijd met artikel 273f van het Wetboek personen werkzaam zijn of zullen zijn van Strafrecht, of met het bij of krachtens in strijd met artikel 273f van het de Wet arbeid vreemdelingen of de Wetboek van Strafrecht, of met het bij Vreemdelingenwet bepaalde. of krachtens de Wet arbeid 2.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15287506/1