25-051 Bijlage 2. Was-wordt-tabel
Tekst van het document
Voor seksinrichtingen en in Nederland vreemdelingen of de gevestigde escortbedrijven kan, onverminderd Vreemdelingenwet bepaalde. het bepaalde in artikel 1.8, de vergunning als 2. Voor seksinrichtingen en in Nederland bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, worden gevestigde escortbedrijven kan, geweigerd in het belang van: onverminderd het bepaalde in artikel 1.8, de a. het voorkomen of beperken van vergunning als bedoeld in artikel 3.4, eerste overlast; lid, worden geweigerd in het belang van:
b. het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat; c. de veiligheid van personen of goederen; d. de verkeersvrijheid of -veiligheid; e. de gezondheid of zedelijkheid; of f. de arbeidsomstandigheden van de prostituee.
a. het voorkomen of beperken van overlast; b. het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat; c. de veiligheid van personen of goederen; d. de verkeersvrijheid of -veiligheid; e. de gezondheid of zedelijkheid; of f. de arbeidsomstandigheden van de prostituee. 3. Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in het tweede lid kan het college nadere regels stellen met betrekking tot de uitoefening van de bevoegdheden bedoeld in dit hoofdstuk.
Afdeling 2 vervalt en wordt opgenomen in Omgevingsplan. Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Afdeling 2 Het bewaren van houtopstanden
Artikel 4.6 vervalt en wordt opgenomen in Omgevingsplan. Bestaande tekst Artikel 4.6 Begripsomschrijvingen 1.
2.
In deze afdeling wordt verstaan onder: a. houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen; b. hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen; c. boom: een houtopstand met een diameter op een hoogte van 1.30 meter boven het maaiveld van ten minste 25 centimeter; d. Bomenlijst: monumentale en waardevolle bomen in particulier eigendom die, aan de hand van door burgemeester en wethouders vastgestelde criteria, zijn opgenomen in een door burgemeester en wethouders vastgestelde lijst; e. dunning: velling ter bevordering van het voortbestaan van de houtopstand. In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben.
Nieuwe tekst
3.
In deze afdeling wordt onder een boom mede verstaan een in het kader van de herplantplicht geplante boom ook al heeft die de diameter van 25 centimeter niet bereikt.
Artikel 4.7 vervalt en wordt opgenomen in Omgevingsplan. Bestaande tekst Artikel 4.7 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden 1.
2. 3.
4.
5.
Het is op particulier terrein verboden zonder vergunning van het college houtopstanden te vellen of te doen vellen die staan vermeld op de Bomenlijst. Het is op openbaar terrein verboden zonder vergunning van het college houtopstanden te vellen of te doen vellen. Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet voor: a. wegbeplantingen en eenrijige beplantingen op of langs landbouwgronden, beide voor zover bestaande uit populieren of wilgen, tenzij deze zijn geknot; b. houtopstand die bij wijze van dunning moet worden geveld; c. houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektenwet of krachtens een aanschrijving van burgemeester en wethouders, zulks onverminderd het bepaalde in lid 5 (herplantplicht); d. houtopstand, waarvan de gemeente de eigenaresse of de rechthebbende is, wanneer het vellen tot doel heeft een houtopstand te vervangen door nieuwe aanplant. In afwijking van artikel 1.8 kan de vergunning worden geweigerd op grond van: a. de natuurwaarde van houtopstanden; b. de landschappelijke waarde van de houtopstanden; c. de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon; d. de beeldbepalende waarde van de houtopstand;de cultuurhistorische waarde van de houtopstand; e. de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand. f. Het college kan een herplantplicht opleggen onder nader te stellen voorschriften.
De afstand als bedoeld in artikel 5:42 Burgerlijk Wetboek is voor particuliere
Nieuwe tekst
monumentale en waardevolle bomen (zoals aangegeven op de actuele Bomenlijst) vastgesteld op 0,5 meter en op nihil voor heggen en heesters.
Afdeling 3 vervalt. Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Afdeling 3 Bescherming van flora en fauna
Artikel 4.9 vervalt. Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 4.9 Bescherming groenvoorzieningen 1. Het is in een voor publiek toegankelijk park of plantsoen of in bij de gemeente in onderhoud zijnde groenstroken, grasperken of bloembakken verboden enige schade toe te brengen aan een boom of een bloem- of heesterperk, dan wel aldaar bloemen te plukken. 2. Het is verboden de bij de gemeente in onderhoud zijnde beplantingen, groenstroken of gras-perken op een zodanig wijze te gebruiken of te doen gebruiken dat daaraan schade ontstaat. 3. Het is verboden om op de eilanden, in en op de openbare oeverterreinen aan het Veerse Meer te barbecueën of een vuur aan te leggen, te voeden of te onderhouden. Dit verbod geldt niet voor barbecueën met gebruikmaking van de daarvoor aanwezige en daartoe bestemde barbecueinrichtingen en met eigen barbecuetoestel op de daarvoor bestemde verharde gedeelten op de plaatsen, die daartoe door middel van een bord met het opschrift "barbecueplaats" zijn aangewezen.
Afdeling 4 vervalt en wordt opgenomen in Omgevingsplan. Bestaande tekst Afdeling 4 Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast
Nieuwe tekst
Artikel 4.10, eerste lid onder a t/m c, tweede en derde lid vervallen en worden opgenomen in Omgevingsplan. Artikel 4.10, eerste lid onder d en e vervallen. Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 4.10 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen e.d. 1. Het is verboden op een door het college aangewezen plaats buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de openlucht of buiten de weg waar het in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben: a. onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan; b. bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan; c. kampeermiddelen als bedoeld in artikel 5.21 of onderdelen daarvan, indien het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel; d. mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen; of e. afvalstoffen. 2. Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen. 3. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien krachtens de Wet ruimtelijke ordening of de Provinciale Verordening.
Artikel 4.11 vervalt. Bestaande tekst Artikel 4.11 Opslag op terreinen bestemd voor woonwagenstandplaatsen. Onverminderd het bepaalde in artikel 4.10 is het verboden op de terreinen die in gebruik zijn voor woonwagenstandplaatsen en als zodanig zijn aangewezen, in de open lucht materialen, voorwerpen, afval of stoffen, waaronder begrepen onbruikbare of aan hun bestemming onttrokken voertuigen, vaartuigen, werktuigen of onderdelen daarvan te hebben, te bergen, te
Nieuwe tekst
houden, te werpen of achter te laten, buiten de daarvoor door het college aangewezen vakken.
Artikel 4.12 Vervalt en wordt opgenomen in Omgevingsplan. Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 4.12 Vergunningplicht handelsreclame 1. Het is verboden om zonder vergunning van het college op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die vanaf een openbare plaats zichtbaar is. 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan een vergunning als bedoeld in het eerste lid worden geweigerd: a. indien de handelsreclame, op zichzelf of in verband met de omgeving niet voldoet aan de redelijke eisen van welstand; b. in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak. 3. De weigeringsgrond van het tweede lid onder a geldt niet voor bouwwerken. 4. De weigeringsgrond van het tweede lid onder b geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer. 5. Het college kan algemene regels stellen waaraan moet worden voldaan. 6. Indien aan de algemene regels wordt voldaan als bedoeld in het vijfde lid is geen vergunning vereist als bedoeld in het eerste lid. Afdeling 1 van hoofdstuk 5 vervalt en wordt opgenomen in Omgevingsplan. Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Afdeling 1 Parkeerexcessen
Artikel 5.1 vervalt en wordt opgenomen in Omgevingsplan. Bestaande tekst Artikel 5.1 In deze afdeling wordt verstaan onder: a. voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en
Nieuwe tekst
verkeerstekens (RVV 1990) met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen; b. parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990).
Artikel 5.2 vervalt en wordt opgenomen in Omgevingsplan. Bestaande tekst Artikel 5.2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d. 1. Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede verstaan: a. het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen; b. het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen tegen betaling. 2. Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet gerekend: a. voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, en dit gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor deze werkzaamheden; b. voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid bedoelde persoon. 3. Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden: a. drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 50 meter met als middelpunt een van deze voertuigen; b. de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken. 4. Het college kan ontheffing van het verbod verlenen. 5. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Nieuwe tekst
Artikel 5.3 vervalt en wordt opgenomen in Omgevingsplan. Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 5.3 Te koop aanbieden van voertuigen 1. Het is verboden op een door het college aangewezen weg een voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te bieden of te verhandelen. 2. Het college kan ontheffing van het verbod verlenen. 3. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 5.4 vervalt en wordt opgenomen in Omgevingsplan. Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 5.4 Defecte voertuigen Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden, langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te parkeren.
Artikel 5.5 vervalt en wordt opgenomen in Omgevingsplan. Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 5.5 Voertuigwrakken 1. Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg te parkeren. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer.
Artikel 5.6 vervalt en wordt opgenomen in Omgevingsplan. Bestaande tekst Artikel 5.6 Kampeermiddelen, aanhangwagens e.a. 1. Het is verboden een woonwagen, kampeerwagen, caravan, camper, magazijnwagen, aanhangwagen,
Nieuwe tekst
keetwagen of een ander dergelijk voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt: a. langer dan op zeven achtereenvolgende dagen binnen de bebouwde kom op de weg te plaatsen of te hebben; b. op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod. 3. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover de Provinciale wegenverordening of de Provinciale landschapsverordening van toepassing is.
Artikel 5.7 vervalt en wordt opgenomen in Omgevingsplan. Bestaande tekst Artikel 5.7 Parkeren van reclamevoertuigen 1. Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel om daarmee handelsreclame te maken. 2. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen. 3. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. 4. Het college kan algemene regels vaststellen voor het parkeren van reclamevoertuigen. Die algemene regels kunnen een beperking inhouden naar plaats en tijdstip voor het parkeren van voertuigen met het doel om handelsreclame te maken. Tevens kunnen die algemene regels bepalingen bevatten omtrent de omvang van de reclameuitingen. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing indien op grond van deze algemene regels wordt gehandeld.
Nieuwe tekst
Artikel 5.8 vervalt en wordt opgenomen in Omgevingsplan. Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 5.8 Parkeren van grote voertuigen 1. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. 2. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte. 3. Het verbod in het tweede lid is niet van toepassing op werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur. 4. Het verbod in het tweede lid is voorts niet van toepassing op campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan zeven achtereenvolgende dagen op de weg worden geplaatst of gehouden. 5. Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde verboden ontheffing verlenen. Artikel 5.9 vervalt en wordt opgenomen in Omgevingsplan. Bestaande tekst Artikel 5.9 Parkeren van uitzicht belemmerende voertuigen 1.
Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hen anderszins hinder of overlast wordt aangedaan. 2. Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.
Nieuwe tekst
Artikel 5.10 vervalt en wordt opgenomen in Omgevingsplan. Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 5.10 Verkeerd geplaatste (brom)fietsen, fietswrakken en weesfietsen 1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan. 2. Het is verboden fietsen of bromfietsen, die rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en in een verwaarloosde toestand verkeren op een openbare plaats te laten staan. 3. Het is verboden fietsen of bromfietsen langer dan 28 dagen onafgebroken op een openbare plaats te laten staan.
Afdeling 3 van hoofdstuk 5 vervalt en wordt opgenomen in Omgevingsplan. Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Afdeling 3 Standplaatsen
Artikel 5.13 vervalt en wordt opgenomen in Omgevingsplan. Bestaande tekst Artikel 5.13 Begripsomschrijving 1.
2.
In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf eenzelfde tijdelijke plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een een kraam, een wagen of een tafel. Onder standplaats wordt niet verstaan: a. een plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet; b. een plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2.13.
Nieuwe tekst
Artikel 5.14 vervalt en wordt opgenomen in Omgevingsplan. Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 5.14 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben. 2. Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de vergunning worden geweigerd: a. indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de openbare plaats, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de openbare plaats of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats; b. in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak; c. indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat voor het verlenen van de vergunning voor een standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt. 4. Het college kan nadere regels stellen voor vergunningen als bedoeld in het eerste lid. 5. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 5.15 vervalt en wordt opgenomen in Omgevingsplan.
Bestaande tekst Artikel 5.15 Toestemming rechthebbende Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is ingenomen.
Nieuwe tekst
Artikel 5.16 vervalt en wordt opgenomen in Omgevingsplan. Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 5.16 Afbakeningsbepalingen Het verbod van artikel 5.14, eerste lid, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement.
Artikel 5.17 vervalt en wordt opgenomen in Omgevingsplan. Bestaande tekst Artikel 5.17 Ligplaats 1. Het is de eigenaar of gebruiker van een vaartuig verboden: a. binnen het gebied van de gemeente met enig vaartuig langer dan 24 uur ankerplaats in te nemen of ligplaats in te nemen op een daartoe aangewezen ligplaats; b. binnen het gebied van de gemeente met enig vaartuig langer dan 24 uur aan een openbare steiger ligplaats te hebben; c. met enig vaartuig binnen 24 uur nadat het is verplaatst, op dezelfde plaats ankerplaats in te nemen of ligplaats te nemen. 2. Wanneer met enig vaartuig binnen 24 uur ankerplaats of ligplaats wordt ingenomen op een plaats, gelegen op minder dan 150 meter van de vorige ankerplaats of ligplaats, wordt het vaartuig geacht niet te zijn verplaatst. 3. Het gestelde in het eerste en tweede lid van dit artikel is niet van toepassing op ligplaatsen in rijks-, gemeente- of jachthavens, waar de ligplaatsen door de betreffende havenmeester worden aangewezen en op de havens waarop de Haven- en Woonschepenverordening Middelburg van toepassing is. 4. Onder ankerplaats, ligplaats en openbare steiger wordt verstaan iedere ankerplaats, ligplaats en steiger onder beheer van het rijk, provincie of gemeente. 5.
De in dit artikel gestelde verboden zijn niet van toepassing op vaartuigen van: de politie, Rijkswaterstaat, domeinen en andere rijksdiensten en vaartuigen toebehorende aan of uitsluitend gebezigd voor openbare werken. 6. Het is de eigenaar of gebruiker van een vaartuig tevens verboden om een ligplaats
Nieuwe tekst
of ankerplaats in te nemen op een niet daartoe aangewezen plaats.