25-017 rvs Inzet (super)dividend Zeeuwse Energie Houdstermaatschappij (ZEH, voorheen PZEM)
Tekst van het document
raadsvoorstel datum vergadering volgnummer
30 januari 2025 25-017
onderwerp
Inzet (super)dividend Zeeuwse Energie Houdstermaatschappij (ZEH, voorheen PZEM)
behandelen in raadscommissie
Algemeen Bestuur
portefeuillehouder
Rutger Schonis Bestuur en ondersteuning M. de Groote m.de.groote@middelburg.nl 0118 675264
programma behandeld door e-mail telefoon
Conceptbesluit
De raad besluit: 1. Scenario 4 als uitgangspunt te nemen voor wat betreft de bestemming van het ZEH-dividend, hetgeen inhoudt; 2. Het jaarlijks te ontvangen (super)dividend vanuit Zeeuwse Energie Houdstermaatschappij (ZEH, voorheen PZEM) toe te voegen aan het investeringsfonds, 3. Ter voorkoming van een taakstelling in de toekomst het bij de kadernota 2025-2028 structureel ingezette deel van toekomstige (super)dividenduitkeringen ZEH ad €2.9 miljoen per 2026 uit de begroting te halen waardoor het nu aanwezige begrotingsoverschot in onze meerjarenraming afneemt van € 3.7 miljoen tot € 0.8 miljoen, 4. De nu in de meerjarenraming opgenomen structurele kapitaallasten ad € 0.9 miljoen voor het Investeringsfonds structureel uit de begroting te halen waardoor het begrotingsoverschot weer toeneemt van € 0.8 miljoen tot € 1.7 miljoen, 5. De onder beslispunt 2 genoemde toevoeging van het ontvangen (super)dividend aan het investeringsfonds jaarlijks bij de kadernota te effectueren en daarbij als uitgangspunt te hanteren: a. het weerstandsratio van de gemeente blijft minimaal 1.4 bedragen, b. dat via expliciete besluitvorming bij de kadernota de mogelijkheid blijft bestaan om het ZEHdividend naast het fysieke domein/Investeringsfonds ook in te kunnen zetten op andere domeinen als daar incidentele dekkingsmiddelen benodigd zijn.
Aanleiding
De afgelopen jaren is energiebedrijf PZEM geherstructureerd en zijn, in lijn met de in 2017 vastgestelde aandeelhoudersstrategie, verschillende bedrijfsonderdelen verkocht en is de naam gewijzigd in ZEH. Hierdoor heeft ZEH een aanzienlijk eigen vermogen op kunnen bouwen van ca. € 1,7 miljard (stand per 31 december 2023). In 2023 is, in samenwerking met de overige aandeelhouders ZEH, de vigerende aandeelhoudersstrategie uit 2017 geactualiseerd en vastgesteld. Met de vaststelling van de strategie door de aandeelhouders is de richting bepaald om (a) in te zetten op afstoting van de resterende activiteiten (betreft de kerncentrale/EPZ en een aantal kleinere belangen) en (2) het eigen vermogen binnen ZEH gefaseerd over de periode 2024-2033 in de vorm van dividend aan de aandeelhouders uit te keren. Dit is vervolgens vastgelegd in het dividendbeleid van ZEH. Voor de Gemeente Middelburg gaat het om een te verwachten dividendomvang van rond de € 100 miljoen over de periode 2024-2033 waarvan, rekening houdend met de verplichting tot het doorstorten van kapitaal richting GBE-Aqua, € 90 miljoen voor de gemeente beschikbaar is. Dit voorstel gaat in op de vraag hoe wij het dividend de komende jaren binnen onze gemeente willen inzetten. Ontwikkelingen om rekening mee te houden bij dit voorstel
1
Eén van de onderdelen van de herstructurering van voormalig PZEM was de verkoop van het aandelenbelang in het waterbedrijf Evides aan de eigen aandeelhouders. Om dit te kunnen realiseren is een nieuwe entiteit opgericht (GBE-Aqua). Bij het besluit tot deelname in het kapitaal van GBE-Aqua is vastgelegd dat de aandeelhouders de eerste jaren het uitgekeerde dividend vanuit ZEH in eerste instantie inzetten ter aflossing van de lening die GBE-Aqua enkele jaren geleden is aangegaan om de aandelen Evides te verwerven. Met de laatste kapitaalstorting in juli 2024 heeft volledige aflossing van de lening kunnen plaatsvinden. Van het in 2024 door de Gemeente Middelburg ontvangen superdividend vanuit ZEH van € 27.7 miljoen is € 9.4 miljoen als laatste kapitaalstorting doorgestort naar GBE-Aqua waardoor een bedrag € 18.3 miljoen vrij besteedbaar is. Daarnaast is begin 2024 vanuit de Provincie een begrotingscirculaire 2025 ontvangen. Met betrekking tot het ZEH-dividend werd hierin het volgende gemeld: “De Zeeuwse gemeenten ontvangen de komende jaren significante dividenden vanuit de Zeeuwse Energie Houdstermaatschappij (ZEH). Het voorstel is om in de Algemene Vergadering van 19 juni 2024 een dividend van € 479 miljoen beschikbaar te stellen. Een gedeelte van dit dividend gebruiken de Zeeuwse overheden in 2024 voor het aflossen van de lening voor het verkrijgen van de Evides aandelen.
Na aflossing van deze lening blijft er in 2024 € 318 miljoen over, voor de Zeeuwse gemeenten is dit € 159 miljoen. Voor 2025 en 2026 is de verwachting dat er jaarlijks in totaal € 200 miljoen dividend kan worden uitgekeerd. In de jaren daarna is waarschijnlijk jaarlijks € 100 miljoen dividend beschikbaar voor provincie en gemeenten samen. Het zijn inschattingen die sterk afhankelijk zijn van de prijsontwikkelingen op de energiemarkt en beschikbaarheid van de kerncentrale. Het definitieve dividend wordt jaarlijks in de aandeelhoudersvergadering vastgesteld. Gelet op de onzekerheden bij de toekomstige dividenduitkeringen is het verstandig om het dividend zorgvuldig in te zetten zodat deze leiden tot structurele opbrengsten. Eventueel kan tot een maximum van 50% van uw aandeel van € 100 miljoen dividenduitkering als structureel dekkingsmiddel in de begroting worden opgenomen. Jaarlijks beoordelen we aan de hand van de nieuwste prognoses of hiervan afgeweken moet worden. Let op dividenden van ZEH zijn eindig en lopen vooralsnog tot eind 2033.” Op basis van deze begrotingscirculaire is besloten om van het geprognotiseerde ZEH-dividend een bedrag van € 2.9 miljoen als structurele dekking in te zetten in de kadernota 2025-2028. Voor de overige 50% geldt dat deze inkomsten in de komende jaren nog vrij besteedbaar zijn.
Met het structureel inzetten van 50% van het ZEH- dividend lopen wij gezien de “eindigheid” van het dividend vanaf 2034 het risico op een niet-sluitende meerjarenraming. Tegenover het genoemde risico kan gemeld worden dat op basis van de laatste kadernota (2025-2028) de gemeentelijke meerjarenraming op dit moment een structureel begrotingsoverschot laat zien van €3.7 miljoen in 2027. Zie hiervoor onderstaand overzicht (bedragen x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
Saldo financiële ruimte Kadernota 2025 - 2028
-4.275
903
2.877
2.685
0
-10
0
0
270
-50
-50
-50
Saldo vastgestelde Kadernota 2025 - 2028
-4.005
843
2.827
2.635
Uitkomsten Meicirculaire 2024
1.725
322
481
547
72
69
69
69
GGD - 1e en 3e begrotingswijziging 2025
-103
-108
-112
-116
Financiële bijdrage Zeeuws Expat Center
-38
0
0
0
Overige begrotingsmutaties
227
328
413
598
Saldo gebeurtenissen na vaststelling Kadernota 2025 - 2028
1.884
611
851
1.098
Saldo begroting
-2.122
1.454
3.678
3.733
Kosten monitoring verkeersbewegingen Aangenomen amendementen Kadernota 2025-2028
Bestuurlijke tussenrapportage 2024
Het college heeft bij haar overwegingen rondom de kadernota het wegvallen van het toekomstige ZEHdividend als één van de begrotingsrisico’s aangemerkt en aangekondigd dit nader te onderzoeken. Daarnaast 2
is toegezegd om een apart raadsvoorstel voor te leggen waarin wordt uitgewerkt hoe de gemeente kan omgaan met de resterende 50% van het ZEH-dividend wat nog niet structureel in de begroting is verwerkt.
Effect
Nu de lening bij GBE-Aqua per juli 2024 geheel is afgelost is het goed om duidelijke afspraken te maken hoe we met het (te) ontvangen ZEH-dividend om willen gaan. Het gaat hierbij om het vrij besteedbare deel ad € 18.3 miljoen van het ontvangen ZEH-dividend 2024 en daarnaast de toekomstige (geprognotiseerde) dividenduitkeringen tot en met 2033. Hierbij worden de volgende criteria betrokken: • •
•
Het efficiënt en doelmatig inzetten van de beschikbare middelen, hierbij rekening houdend met de gemeentelijke ambities zoals vastgelegd in de Omgevingsvisie Middelburg 2025. Het reduceren dan wel vermijden van het risico dat in 2034 als gevolg van de sluiting of afstoting van de kerncentrale het ZEH-dividend komt te vervallen waardoor een structureel tekort in de gemeentelijke meerjarenraming ontstaat van € 2.9 miljoen, Continueren van de ingezette lijn om jaarlijks bij de kadernota de vrij besteedbare middelen binnen de algemene reserve in te zetten ter verdere vorming van het Investeringsfonds zoals vastgelegd in de nota Kaderstelling Middelburgs Investeringsfonds (raadsvoorstel 23-099; beslispunt 2.6). Hierbij rekening houdend met een minimale ondergrens van de weerstandsratio van 1.4 (exclusief de reserve Grondbedrijf).
Een 4-tal scenario's is uitgewerkt. Hierbij worden de voor- en nadelen benoemd: Scenario 1: De vrij besteedbare dividendinkomsten uitzetten op deposito waarbij de renteopbrengst aangewend kan worden voor eenmalige activiteiten Dit scenario gaat uit van een situatie waarbij de ontvangen dividendinkomsten tot en met 2033 worden vastgezet op deposito. De renteopbrengst is vrij besteedbaar en kan jaarlijks aangewend worden ter dekking van (incidentele) activiteiten en/of investeringen. In 2034 kan de renteopbrengst structureel in de begroting worden opgenomen ter compensatie van het (mogelijk) op dat moment wegvallende (structureel) in de begroting opgenomen ZEH-dividend ad € 2.9 miljoen. Voordelen: • • •
Renteopbrengst op de hoofdsom kan dienen om het risico op wegvallend ZEH-dividend in de toekomst (deels) te compenseren. Jaarlijkse renteopbrengst kan tot en met 2033 ingezet worden ter dekking van incidentele activiteiten. De structurele begrotingsruimte binnen de gemeentelijke begroting blijft volledig beschikbaar.
Nadelen: • •
• •
•
Hoofdsom staat vast en kan niet worden aangewend voor de gemeentelijke investeringsambitie. De jaarlijkse renteopbrengst is beperkt in verhouding tot de vastgelegde hoofdsom. Indicatie op basis van rentepercentage sept 2024 (BNG): €10 miljoen vastzetten op 10-jaar deposito levert € 275.000 per jaar op (€ 50 miljoen = € 1.375.000). Maar let wel: rentepercentages voor toekomstig af te sluiten deposito's is onzeker waardoor de rentebaten in de periode tot en met 2033 geen zekerheid vormen. Waarde van de hoofdsom wordt als gevolg van inflatie uitgehold. Rentevergoeding is feitelijk de compensatie voor inflatie. De mate waarin de renteopbrengst over de hoofdsom in 2034 het wegvallende ZEH-dividend kan compenseren is afhankelijk van de rentevergoeding die op dat moment geldt. Hierdoor blijft het risico op structurele tekorten in de toekomst bestaan indien het ZEH-dividend wegvalt. Geen extra middelen beschikbaar voor het Investeringsfonds.
Scenario 2: De vrij besteedbare dividendinkomsten aanwenden voor het voeden van het Investeringsfonds 3
In dit scenario kan het vrij besteedbare deel van het ontvangen ZEH-dividend (50%) dienen als voeding voor het investeringsfonds. Daarnaast blijft het bij de kadernota 2025-2028 ingeboekte ZEH-dividend ad € 2.9 miljoen structureel onderdeel uitmaken van de gemeentelijke begroting. Voordelen: •
•
Het vrije deel van het ZEH-dividend kan ingezet worden ter voeding van het Investeringsfonds. In de periode 2024-2033 komt dit neer op een aanvullende investeringsruimte van ongeveer € 60 miljoen boven op de reeds aanwezige middelen in het Investeringsfonds. De structurele begrotingsruimte binnen de gemeentelijke begroting blijft volledig beschikbaar.
Nadelen: •
Het volledige risico ad € 2.9 miljoen als gevolg van een eventueel wegvallend ZEH-dividend in de toekomst blijft bestaan waarbij niet wordt toegewerkt naar compenserende maatregelen.
Scenario 3: Vrij besteedbare dividendinkomsten aanwenden voor het voeden van het investeringsfonds waarbij tevens ingezet wordt op een gefaseerde afbouw tot en met 2033 van de € 2.9 miljoen ZEH-dividend hetgeen nu structureel in de meerjarenraming is verwerkt. In dit scenario wordt het vrij besteedbare deel van het ZEH-dividend aangewend als voeding voor het investeringsfonds. Het bij de kadernota 2025-2028 structureel ingeboekte ZEH-dividend ad € 2.9 miljoen wordt hierbij vanaf 2026 in 8 jaar gefaseerd afgebouwd tot en met 2033. De structurele begrotingsruimte binnen de gemeentelijke begroting wordt hierbij gefaseerd ingezet als compensatie. Nb: door de gefaseerde afbouw (in 8 jaar) van het structureel ingezette deel van het ZEH-dividend neemt het vrij besteedbare deel van het dividend tot en met 2033 jaarlijks toe met € 365.000. Voordelen: •
•
Het vrij besteedbare ZEH-dividend kan ingezet worden ter voeding van het Investeringsfonds. In de periode 2024-2033 komt dit neer op een aanvullende investeringsruimte van ongeveer € 75 miljoen boven op de reeds aanwezige middelen in het investeringsfonds. Er wordt gefaseerd toegewerkt naar het volledig elimineren van het risico ad € 2.9 miljoen als gevolg van een eventueel wegvallend ZEH-dividend in de toekomst.
Nadelen: •
•
De structurele begrotingsruimte binnen de gemeentelijke begroting wordt tot en met 2033 gefaseerd afgebouwd met € 2.9 miljoen ter compensatie van het gefaseerd afbouwen van het structureel ingeboekte ZEH-dividend. Gefaseerd afbouwen van het risico betekent dat het begrotingsoverschot meerjarig zal moeten worden aangehouden. Dit vergt strikte begrotingsdiscipline en kan conflicteren in jaren waarin door onvoorziene ontwikkelingen tekorten dreigen te ontstaan.
Scenario 4: Volledige dividendinkomsten aanwenden voor het voeden van het investeringsfonds waarbij de € 2.9 miljoen ZEH-dividend, hetgeen nu structureel in de meerjarenraming is verwerkt, per 2026 in zijn geheel uit de begroting wordt geëlimineerd. In dit scenario wordt het volledige ZEH-dividend aangewend als voeding voor het investeringsfonds. Het bij de kadernota 2025-2028 structureel ingeboekte ZEH-dividend ad € 2.9 miljoen wordt in zijn geheel vanaf 2026 structureel uit de begroting gehaald (verwerking via de kadernota 2026-2029). Het structurele tekort wat hierdoor ontstaat wordt vervolgens gecompenseerd door het inzetten van de structurele begrotingsruimte hetgeen momenteel beschikbaar is binnen de meerjarenbegroting (oplopend tot € 3.7 miljoen in 2028).
4
Voordelen: •
• •
Het volledige ZEH-dividend kan ingezet worden ter voeding van het Investeringsfonds. In de periode 20242033 komt dit neer op een aanvullende investeringsruimte van ongeveer € 85 miljoen boven op de reeds aanwezige middelen in het Investeringsfonds. Het risico ad € 2.9 miljoen als gevolg van een eventueel wegvallend ZEH-dividend in de toekomst is hiermee vanaf 2026 geheel weggenomen. Doordat het begrotingsoverschot in één keer wordt ingezet in plaats van gefaseerd wordt voorkomen dat de nu beschikbare begrotingsruimte op termijn alsnog wordt ingezet voor andere activiteiten of voor het dekken van ontstane tekorten, waardoor het risico op wegvallend ZEH-dividend in de toekomst alsnog blijft bestaan. Hiermee voorkomen we dat de gemeente in de toekomst te maken krijgt met een mogelijke taakstelling en dat er in 2034 mogelijk bezuinigingsmaatregelen genomen moeten worden.
Nadelen: • De structurele begrotingsruimte binnen de gemeentelijke begroting daalt direct met € 2.9 miljoen ter compensatie van het direct elimineren van het structureel ingeboekte ZEH-dividend Rekening houdend met de hierboven genoemde criteria (1) efficiënt en doelmatige inzet van middelen, (2) risicoreductie en (3) continueren van ingezette lijn om overtollige middelen binnen de algemene reserve toe te laten vloeien naar het investeringsfonds sluit scenario 4 hier het best op aan. Argumenten
•
•
•
•
Beslispunt 2: Uitvoering geven aan de Omgevingsvisie Middelburg 2050 vergt forse investeringsuitgaven. Voor de uitvoering hiervan is de beschikbaarheid van een goed gevuld Investeringsfonds een cruciale factor. Het direct en volledig kunnen inzetten van ontvangen ZEHdividend ter versteviging van het Investeringsfonds helpt ons bij de uitvoering van de ambities zoals ogenomen in de Omgevingsvisie Middelburg 2050. Beslispunt 3: Rekening houdend met enerzijds het risico dat op termijn (2034) het ZEH-dividend kan wegvallen en anderzijds het nu binnen de begroting aanwezige begrotingsoverschot, is het vanuit het voorzichtigheidsprincipe verstandig om het begrotingsoverschot nu aan te wenden en het structureel ingezette deel van het ZEH-dividend ad € 2.9 miljoen structureel uit de begroting te halen. Hiermee komt het risico direct te vervallen. Beslispunt 4: Door het voorzichtigheidsprincipe te hanteren en het structureel ingezette deel van het ZEH-dividend uit te wisselen met de beschikbare begrotingsruimte in de gemeentelijke meerjarenraming, wordt de ruimte voor de kadernota 2026-2029 om nieuwe (nog niet voorziene) activiteiten op te kunnen pakken beperkt.
Nu het investeringsfonds vanuit dit voorstel de komende jaren met ongeveer € 85 miljoen aan eenmalige middelen extra gevoed kan worden, wordt voorgesteld om de nu in de meerjarenraming opgenomen €0.9 miljoen aan structureel kapitaallasten voor het investeringsfonds (investeringswaarde +/- €15 miljoen) “uit te ruilen” en weer toe te voegen aan de vrij beschikbare begrotingsruimte. Dit reduceert de omvang van de nu beschikbare middelen voor het investeringsfonds met ongeveer € 15 miljoen maar daartegenover staat dat de vrije begrotingsruimte hierdoor weer toeneemt van € 0.8 miljoen naar € 1.7 miljoen. Dit schept voor de kadernota 2026-2029 een ruimere startpositie. Beslispunt 5: In de nota Kaderstelling Middelburgs Investeringsfonds (raadsvoorstel 23-099; beslispunt 2.6) is vastgelegd dat de vrije ruimte binnen de algemene reserve, rekening houdend met een minimale ondergrens van de weerstandsratio van 1.4 (exclusief de reserve Grondbedrijf), ten gunste komt aan het Investeringsfonds. Met dit voorstel handelen we in lijn met dit besluit. Wel blijft de mogelijkheid bestaan om af te kunnen wijken van de bestendige gedragslijn om alle middelen boven de 1.4 toe te laten vloeien naar het Investeringsfonds. Indien andere domeinen (zoals Sociaal Domein) in de toekomst incidentele middelen vragen kan dit via expliciete besluitvorming bij de kadernota afgewogen en geformaliseerd worden.
Hierbij rekening te houden dat jaarlijks, in september, de middelen die daadwerkelijk nodig zijn uit het investeringsfonds via de uitvoeringsagenda Omgevingsvisie aan concrete projecten worden toegekend. Dit conform eerdere besluitvorming. 5
1. Algemeen: Gemeenten zijn gehouden om binnen de reikwijdte van de Wet financiering decentrale overheden (Wet FIDO) de beschikbare financiële middelen op een prudente en verantwoorde wijze in te zetten. Dit houdt in dat zij bij het beheren van hun financiën zorgvuldig moeten handelen, waarbij risico's worden geminimaliseerd en de financiële stabiliteit gewaarborgd blijft, met inachtneming van de wettelijke kaders en verplichtingen. Dit mogelijkheden die gemeenten hebben om middelen te laten renderen (bijvoorbeeld beleggen) zijn hiermee zeer beperkt.
Kanttekeningen
•
•
Beslispunt 2: Toekomstige dividenduitkeringen vanuit ZEH zijn gebaseerd op inschattingen die sterk afhankelijk zijn van de prijsontwikkelingen op de energiemarkt en beschikbaarheid van de kerncentrale. Het definitieve dividend wordt jaarlijks in de aandeelhoudersvergadering vastgesteld. Het risico op wegvallende dividendinkomsten vanuit ZEH is derhalve niet alleen vanaf 2034 aan de orde maar vormt ook een risico voor de periode 2025-2033. Het is daarom aan te raden enkel en alleen verplichtingen aan te gaan vanuit het Investeringsfonds die gedekt kunnen worden vanuit “gerealiseerde” dividendinkomsten. Algemeen: Een sub-variant op scenario 1 met vrijwel dezelfde (financiële) uitkomst betreft een scenario waarbij de ontvangen dividendinkomsten worden aangewend om de lening-portefeuille af te bouwen/cq minder hard te laten stijgen. In plaats van de middelen meerjarig op deposito te zetten met als doel rentebaten te genereren wordt in dat geval gekozen om de middelen te gebruiken voor aflossing op de bestaande lening-portefeuille en/of financiering van reeds geplande investeringen. Hierdoor is minder externe financiering benodigd dan waarmee in de kadernota 2025-2028 gerekend is. Dit levert structureel lagere rentelasten op waarmee de mogelijk wegvallende dividendinkomsten gecompenseerd kunnen worden.
Financiën
Wat mag het kosten? Het structureel uit de begroting halen van € 2.9 miljoen aan ZEH-dividend (scenario 4) leidt in de meerjarenraming tot een neerwaartse bijstelling van de inkomsten met € 2.9 miljoen. Voorgesteld wordt om dit vanaf 2026 via de kadernota 2026-2029 door te voeren. Dit omdat de beschikbare begrotingsruimte pas in 2026 (deels; € 1.5 miljoen) en vanaf 2027 (volledig; € 3.7 miljoen) beschikbaar is. Daartegenover staat dat het ZEH-dividend over 2024/2025 (deels) en voor de jaren 2026 t/m 2033 volledig beschikbaar komt en aangewend kan worden om het Investeringsfonds verder vorm te geven. Van het in 2024 ontvangen ZEH-dividend ad € 27.7 miljoen diende nog € 9.4 miljoen in de vorm van een laatste kapitaalstorting uitgekeerd te worden aan GBE-Aqua. Dit betekent dat in 2024 nog een bedrag van €18.3 miljoen vanuit het ontvangen dividend vrij besteedbaar is en beschikbaar komt als voeding voor het investeringsfonds. Voor de jaren 2025-2033 zal ZEH naar verwachting nog € 1.2 miljard aan dividend gaan uitkeren. Voor de Gemeente Middelburg betekent dit een bedrag van rond de € 70 miljoen. Hiervan wordt in 2025 nog eenmalig € 2.9 miljoen ingezet om een sluitende begroting 2025 vast te kunnen stellen. In de gehele periode 2024-2033 kan, uitgaande van de huidige verwachtingen, het Investeringsfonds met een bedrag van ongeveer € 85 miljoen aanvullend gevoed worden.
Dit boven op de € 27 miljoen die momenteel beschikbaar is in het Investeringsfonds. Dit maakt op termijn een totale investeringsruimte van € 112 miljoen aan eenmalige middelen vanuit het Investeringsfonds. Daarnaast is er binnen de huidige meerjarenbegroting € 0.9 miljoen aan kapitaallasten beschikbaar voor het Investeringsfonds waarmee omgerekend een aanvullende investeringsruimte aanwezig is van ruim € 15 miljoen. Nu als gevolg van dit voorstel door het structureel uit de begroting halen van het ZEH-dividend de beschikbare begrotingsruimte met € 2.9 miljoen afneemt tot € 0.8 miljoen wordt, ter compensatie van deze afname, voorgesteld om de beschikbare kapitaallasten voor het Investeringsfonds uit de begroting te halen en toe te voegen aan de vrij beschikbare begrotingsruimte. Dit reduceert weliswaar de omvang van de nu beschikbare middelen voor het investeringsfonds met ongeveer € 15 miljoen maar daartegenover staat dat de 6
vrije begrotingsruimte hierdoor weer toeneemt van € 0.8 miljoen naar € 1.7 miljoen. Dit schept voor de kadernota 2026-2029 een ruimere startpositie. Hoe gaan we dat financieren? De meerjarenraming toont momenteel een structurele begrotingsruimte van € 3.7 miljoen vanaf 2027. Met het onttrekken aan de begroting van € 2.9 miljoen aan structureel ZEH-dividend daalt de vrije ruimte in de begroting tot € 0.8 miljoen. Nu wordt voorgesteld de geraamde kapitaallasten ad € 0.9 miljoen voor het Investeringsfonds ter compensatie uit de begroting te halen komt de vrije begrotingsruimte voor de kadernota 2026-2029 uit op € 1.7 miljoen. Note: Aangezien voorgesteld wordt om het ZEH-dividend ad € 2.9 miljoen vanaf 2026 uit de meerjarenraming te elimineren en in dat jaar slechts een begrotingsruimte beschikbaar is van € 1.5 miljoen ontstaat er in 2026 een eenmalig tekort van € 1.4 miljoen. Dit incidentele tekort wordt verwerkt in de kadernota 2026-2029. Zijn er significante gevolgen voor het weerstandsvermogen? Nee. De keuze om het ZEH-dividend toe te voegen aan het Investeringsfonds heeft geen effect op het weerstandsvermogen.
Duurzaamheid
In de Omgevingsvisie Middelburg 2050 wordt ook ingezet op duurzaamheid (klimaat-adaptatie, circulariteit, etc.). Met de beschikbare middelen vanuit het Investeringsfonds kunnen ook deze ambities voortvarend opgepakt worden. Communicatie en participatie
nvt Uitvoering
Uitvoering en verwerking van dit voorstel vindt plaats via het reguliere P&C-proces. Advies ingewonnen bij adviesorgaan?
nvt Bijlage
1. Grafische weergave 4 scenario's
Middelburg, 17 december 2024 Burgemeester en wethouders van Middelburg de secretaris,
Aart van den Brink de burgemeester,
Yvonne van Mastrigt
7