25-005 Bijlage 1. Convenant Provincie
Tekst van het document
CONVENANT VISSERIJONTWIKKELPLAN ZUIDWEST NEDERLAND Partijen, 1. De staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, handelend als bestuursorgaan en vertegenwoordiger van de Staat der Nederlanden, hierna te noemen: “de staatssecretaris”; 2. De provincie Zeeland, voor zover het de bestuursbevoegdheden betreft het College van Gedeputeerde Staten van Zeeland, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door drs. J. de Bat, gedeputeerde, handelend ter uitvoering van het besluit van Gedeputeerde Staten van [datum/kenmerk] en krachtens volmacht van de Commissaris van de Koning [datum/kenmerk], hierna te noemen: “Provincie Zeeland”; 3. De gemeente Goeree-Overflakkee, voor zover het de bestuursbevoegdheden betreft het College van Burgemeester en Wethouders van Goeree-Overflakkee, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door H. van Putten, wethouder, handelend ter uitvoering van het besluit van Burgemeester en Wethouders van [datum/kenmerk] en krachtens volmacht van de Burgemeester [datum/kenmerk], hierna te noemen: “gemeente GoereeOverflakkee”; 4. De gemeente Schouwen-Duiveland, voor zover het de bestuursbevoegdheden betreft het College van Burgemeester en Wethouders van Schouwen-Duiveland, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door J.Chr.
van der Hoek MBA, burgemeester, handelend ter uitvoering van het besluit van Burgemeester en Wethouders van [datum/kenmerk] en krachtens volmacht van de Burgemeester [datum/kenmerk], hierna te noemen: “gemeente Schouwen-Duiveland”; 5. De gemeente Noord-Beveland, voor zover het de bestuursbevoegdheden betreft het College van Burgemeester en Wethouders van Noord-Beveland, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door drs. G.L. Meeuwisse, burgemeester, handelend ter uitvoering van het besluit van Burgemeester en Wethouders van [datum/kenmerk] en krachtens volmacht van de Burgemeester [datum/kenmerk], hierna te noemen: “gemeente Noord-Beveland”; 6. De gemeente Reimerswaal, voor zover het de bestuursbevoegdheden betreft het College van Burgemeester en Wethouders van Reimerswaal, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door drs. J.S. van Egmond, burgemeester, handelend ter uitvoering van het besluit van Burgemeester en Wethouders van [datum/kenmerk] en krachtens volmacht van de Burgemeester [datum/kenmerk], hierna te noemen “gemeente Reimerswaal”; 7. De gemeente Middelburg, voor zover het de bestuursbevoegdheden betreft het College van Burgemeester en Wethouders van Middelburg, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door mr. Ing. R.A.J.
Schonis, wethouder, handelend ter uitvoering van het besluit van Burgemeester en Wethouders van [datum/kenmerk] en krachtens volmacht van de Burgemeester [datum/kenmerk], hierna te noemen: “gemeente Middelburg”; 8. De gemeente Vlissingen, voor zover het de bestuursbevoegdheden betreft het College van Burgemeester en Wethouders van Vlissingen, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door drs. A.R.B. van den Tillaar, handelend ter uitvoering van het besluit van Burgemeester en Wethouders van [datum/kenmerk] en krachtens volmacht van de Burgemeester [datum/kenmerk], hierna te noemen: “gemeente Vlissingen”; 9. De gemeente Tholen, voor zover het de bestuursbevoegdheden betreft het College van Burgemeester en Wethouders van Tholen, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door M.L.P. Sijbers, burgemeester, handelend ter uitvoering van het besluit van Burgemeester en Wethouders van [datum/kenmerk] en krachtens volmacht van de Burgemeester [datum/kenmerk], hierna te noemen: “gemeente Tholen”; Hierna alle partijen samen te noemen: ‘partijen’. Overwegende dat:
1 van 10
-
de visserijsector zich in een transitie naar een duurzame, en meer diverse vloot bevindt hetgeen ook gevolgen heeft voor de ketens en gemeenschappen aan de wal;
-
het kabinet zich inzet voor een robuuste en duurzame keten, toeleverende industrie en gemeenschappen zoals verwoord in de visie voedsel uit zee en grotere wateren;
-
het kabinet-Rutte IV heeft besloten om bij het aanwijzen van nieuwe gebieden voor windenergie in het Programma Noordzee 2022-2027 € 199 miljoen uit het Klimaatfonds vrij te maken voor maatregelen voor onder andere aanpassingen van de visserij en voedselvoorziening en de keten en gemeenschappen;
-
van deze middelen € 30 miljoen is gereserveerd voor de visserijketen en gemeenschappen;
-
de voormalig minister van Landbouw, Natuur en Visserij aan het Bestuurlijk Platform Visserij, waarin de achttien visserijgemeenten en zes provincies zich hebben georganiseerd, gevraagd heeft om te komen tot een visserijontwikkelplan voor de inzet van deze middelen en de regionale bijdragen;
-
het visserijontwikkelplan aan bepaalde randvoorwaarden dient te voldoen, waaronder het moeten passen binnen de Europese staatssteunkaders, het vereiste van minimaal 50% co-financiering en het dienen te voldoen aan twee doelstellingen te weten behoud en ontwikkeling van toekomstbestendige landzijdige visclusters waaronder visafslagen - voor een kleinere, duurzamer en meer diverse aanvoersector of behoud en ontwikkeling van andere - sociaal-economische activiteiten, die qua karakter passend zijn bij de identiteit van en bijdragen aan behoud van het sociaal-cultureel erfgoed en werkgelegenheid van de betreffende visserijgemeenschappen;
-
het Bestuurlijk Platform Visserij op basis van deze afspraak en onder de randvoorwaarden tezamen met ondernemers in de visclusters en met burgers, ondernemers, stichtingen, verenigingen en in samenspraak met de sectororganisaties en ambtelijke ondersteuning van de staatssecretaris een visserijontwikkelplan heeft opgesteld en op 23 februari 2024 heeft ingediend bij de voormalig minister van Landbouw, Natuur en Visserij;
-
het visserijontwikkelplan is samengesteld uit vijf regionale en twee bovenregionale deelplannen, te weten regioplan Urk, regioplan Kop van Noord-Holland, regioplan Zuidwest-Nederland, regioplan Noord-Nederland, regioplan Hollandse Haringkust, een bovenregionaal plan voor visserij gerelateerd onderwijs en een bovenregionaal plan voor versterking van de beleving van de Nederlands visserij identiteit;
-
het visserijontwikkelplan op 23 februari 2024 door het Bestuurlijk Platform Visserij is ingediend bij de voormalig minister van Landbouw, Natuur en Visserij;
-
er, voor zover het het bovenregionaal plan voor visserij gerelateerd onderwijs betreft, op 22 juli 2024 door het Bestuurlijk Platform Visserij een plan van uitvoering is ingediend bij de voormalig minister van Landbouw, Natuur en Visserij;
-
bij het opstellen van het visserijontwikkelplan rekening is gehouden met de inzet van middelen naar rato van de mate waarin visserijregio’s geraakt worden conform de door Wageningen Economic Research opgestelde sociaaleconomische impactanalyse;
-
er per visserijregio een convenant gesloten wordt tussen de staatssecretaris en de partijen binnen de regio;
-
het de insteek van de staatssecretaris is dat de uit dit convenant voortvloeiende financiële verplichtingen van de staatssecretaris ten opzichte van de partijen door middel van een specifieke uitkering verstrekt worden en dat de voorwaarden en verplichtingen die verbonden zijn aan die specifieke uitkering worden vastgesteld in een ministeriële regeling;
2 van 10
-
het visserijontwikkelplan de basis vormt voor afspraken tussen partijen;
Spreken het volgende af, Hoofdstuk 1. Algemeen Artikel 1.1 Definities In dit convenant wordt verstaan onder: kavel: de thematische hoofdlijn van het regionale plan waarbinnen percelen opgenomen zijn; perceel: uitvoering van de kavel op projectniveau. plan: visserijontwikkelplan van februari 2024, daaronder begrepen het plan van uitvoering van de vernieuwingsimpuls visserijonderwijs van juli 2024; regio: de provincie Zeeland en gemeentes Goeree-Overflakkee, SchouwenDuiveland, Noord-Beveland, Reimerswaal, Middelburg, Vlissingen en Tholen; staatssecretaris: Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. Hoofdstuk 2 Zuidwest Nederland Artikel 2.1 Kavels 1. De regio spant zich in om maatregelen uit te voeren binnen de kaders van de kavels: a. Kavel 1 – Versterking visserij-infrastructuur: instandhouding en versterking van de visserij-infrastructuur, waarmee de productie, verwerking en afzet van vis doorontwikkeld worden. Hierbij valt te denken aan de uitbouw van het Visserij Innovatie Centrum, investeringen in opslagruimte en transportmiddelen, het innoveren van de verwerkingslijnen van garnalen en tong, en het verder digitaliseren van het verkoopproces en datauitwisseling; b.
Kavel 2 – Verzilvering cultureel erfgoed: verhoging van leefbaarheid in de gemeenschappen en versterking van de visserijidentiteit, door te investeren in cultureelvisserij erfgoed en beleving; c. Kavel 3 – Beleving visserijgemeenschappen: voorlichting van inwoners, toeristen, studenten en andere geïnteresseerden over visserij in de regio. Hierbij valt te denken aan informatie- en bezoekerscentra. Daarbij is aandacht voor verschillende aspecten, zoals de traditionele weervisserij, Noordzeevisserij en visserijhistorie van de gemeenschappen; d. Kavel 4 – Zilte Zaligheden Zuidwest: verhoging van de regionale afzet van visserijproducten, waarbij aandacht is voor versterking van de korte-keten afzet; e. Kavel regionale leerplaats - De regionale leerplaats Zeeuwse & Zuid-Hollandse Delta heeft tot doel de visserij-infrastructuur in de regio te versterken, als ook een brug te vormen tussen het cultureel, historisch erfgoed, de gemeenschap en moderne, innovatieve ontwikkelingen voor toekomstbestendige visserij & visverwerking. Voor beleidsmakers, beroepsbeoefenaars en studenten zullen periodiek workshops en trainingen worden georganiseerd. Daarnaast zullen er educatieve programma’s opgesteld worden voor zowel basisscholen/voortgezet onderwijs als gemeenschapsgroepen.
Ten slotte richt de leerplaats zich onder andere op praktijkgericht onderzoek op het gebied van vistechnische aspecten (VIC, Damen Maaskant Shipyards i.s.m. STC), nieuwe (ondersteunende) technieken voor visserij (VIC, Coöperatie Westvoorn, Vissersvereniging zuidwest), organiseren van workshops en trainingen, maar ook op gebied van duurzaam, lokaal geproduceerde en verwerkte producten, zoals high-tech pelatelier garnalenvisserij (United Fish Auctions). 2. De uitwerking van de in het eerste lid genoemde kavels in percelen is beschreven in het plan. Het plan voldoet aan de voor inzet van rijksmiddelen overeengekomen randvoorwaarden: a. de inzet van middelen moet beleidsmatig passen binnen de sociaaleconomische impactanalyse van Wageningen Economic Research; b. er dient rekening gehouden te worden met de bredere opgaven voor de keten en gemeenschappen als geheel; c. de middelen dienen een bijdrage te leveren aan:
3 van 10
I. behoud en ontwikkeling van toekomstbestendige landzijdige visclusters (waaronder visafslagen) voor een kleinere, duurzamer en meer diverse aanvoersector; II. andere (sociaal-economische) activiteiten, die qua karakter passend zijn bij de identiteit van en bijdragen aan behoud van het sociaalcultureel erfgoed en werkgelegenheid van de betreffende visserijgemeenschappen; d. er dient rekening gehouden te worden met de samenhang die de landzijdige delen in de visserijhavens hebben met kustvisserij en pelagische visserij; e. de inzet van middelen moet passen binnen de Europese steunkaders; f. het geeft een duidelijke beschrijving en onderbouwing van hoe de voorgestelde maatregelen bijdragen aan de door LNV genoemde doelen en randvoorwaarden; g. het legt een duidelijke relatie met bestaande en toekomstige visserijactiviteiten in de betreffende regio; h. het initiatief moet door meerdere privaatrechtelijke dan wel publiekrechtelijke partijen binnen de regio gedragen worden; i. er is sprake van cofinanciering, doch ten minste 50%, vanuit privaatrechtelijke dan wel publiekrechtelijke partijen binnen de regio en dit dient ook duidelijk te blijken uit het plan; j. het beschrijft hoe de middelen doelmatig worden ingezet inclusief onderbouwing van de kosten en hoe deze tot resultaat leiden in de periode tot en met 2030; k. het heeft een uitvoeringsperiode tot uiterlijk 1 juli 2030; l.
het moet voldoende zicht bieden op de haalbaarheid binnen de uitvoeringsperiode, alsmede hoe dat is geborgd. Hierbij valt te denken aan uitvoering, vergunningen en tijdspad; m. projecten of maatregelen die in het verleden al geprobeerd zijn en niet hebben gewerkt moeten niet onder het gewijzigde plan gebracht worden; n. het beschrijft de verdeling van de maatregelen en middelen per regio. Artikel 2.2 Financiële verplichtingen 1. De staatssecretaris en de regio beogen een gecoördineerde beleidsmatige inzet van de gezamenlijke financiële middelen op basis van de afspraken uit het plan. De regio geeft met die middelen uitvoering aan het plan, zoals het realiseren van de kavels en percelen en uitvoeringsactiviteiten zoals beoogd in het plan. 2. Partijen komen overeen dat de staatssecretaris een financiële bijdrage levert volgens de in de onderstaande tabel opgenomen onderverdeling: Uitvoeringsactiviteiten Kavel 1 – Versterking visserijinfrastructuur Kavel 2 – Verzilvering cultureel erfgoed Kavel 3 – Beleving visserijgemeenschappen Kavel 4 – Zilte Zaligheden Zuidwest Kavel regionale leerplaats Kosten programmamanagement Totaal
Maximale Rijksbijdrage1,3 € 3.563.500
Regionale cofinanciering1,2,3 € 3.563.500
Totaal1,3
€ 425.000
€ 425.000
€ 850.000
€ 585.000
€ 585.000
€ 1.170.000
€ 300.000
€ 300.000
€ 600.000
€ 125.000 € 300.000
€ 125.000 € 300.000
€ 250.000 € 600.000
€ 5.298.500
€ 5.298.500
€ 10.597.000
€ 7.127.000
¹Bedragen zijn exclusief eventueel verschuldigde BTW. ²Het bedrag onder regionale cofinanciering betreft het bedrag aan cofinanciering vanuit de regionale overheden en/of private partijen. ³Een specificatie van de Rijksbijdrage en de beoogde regionale cofinanciering per perceel is opgenomen in bijlage 1 bij dit convenant. 3. Ingeval de staatssecretaris tot het verlenen van deze bijdrage overgaat, is hij afhankelijk van de door de wet gegeven kaders en procedures. Indien deze kaders en procedures gevolgen hebben voor de bijdrage bezien partijen of dit convenant moet worden gewijzigd, of (deels) moet worden beëindigd. De artikelen 3.4 tot en met 3.6 worden hierbij in acht genomen. 4. Indien een kavel of een deel van een kavel niet uitgevoerd wordt of niet uitgevoerd kan worden, maar hier wel reeds een rijksbijdrage voor verstrekt is, treden partijen in overleg 4 van 10
wat er dient te gebeuren met die rijksbijdrage en of die, met in achtneming van de randvoorwaarden, genoemd in artikel 2.1, tweede lid, besteed kan worden op andere wijze. De artikelen 3.4 tot en met 3.6 worden hierbij in acht genomen. Indien partijen hierover geen overeenstemming bereiken betaalt de partij die de bijdrage voor het kavel of het gedeelte van het kavel heeft ontvangen, de bijdrage voor zover die ziet op het niet uitgevoerde kavel of gedeelte van het kavel terug aan de staatssecretaris. Artikel 2.3 Uitvoering 1. Provincie Zeeland is de regiokassier voor de regio voor de uitvoering van het regionaal deelplan regio Zuidwest Nederland. 2. Deze kassiersrol omvat: a. het doorzetten van de Rijksbijdrage aan de participerende gemeenten binnen de regio conform de financiële verdeling opgenomen in de bijlage bij artikel 2.2, onder alle aan de regeling verbonden voorwaarden en verplichtingen, waaronder de verantwoordingseisen conform artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet alsmede de specifieke uitkeringsregeling; b. het jaarlijks afleggen van financiële verantwoording aan de staatssecretaris over de besteding van de specifieke uitkering via de SISA (mede) overheden, op de wijze bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet; c. het doorzetten van de rijksbijdrage in de kosten van het programmamanagement ad.
€ 300.000 op basis van de volgende verdelingsafspraak: bijdrage regiokassier: € 37.500; bijdrage per participerende visserijgemeente € 37.500. 3. De gemeenten binnen de regio besteden de uitkering rechtmatig voor de afgesproken doelen en binnen de afgesproken kaders van het convenant en de daaraan ten grondslag liggende regeling en beschikking van de staatssecretaris. 4. De regiokassier maakt de Rijksbijdrage over naar de IBAN-bankrekeningnummers van de gemeenten, genoemd in bijlage 1 van dit convenant, nadat zij de specifieke uitkering ontvangen heeft. 5. De gemeenten Goeree-Overflakkee, Schouwen-Duiveland, Noord-Beveland, Reimerswaal, Middelburg, Vlissingen en Tholen, ieder voor zich, vrijwaren provincie Zeeland, in haar rol van regiokassier, ter zake van aanspraken van de staatssecretaris, de lidstaat Nederland of de Europese Unie tot nakoming van hun eigen verplichtingen tot rechtmatige besteding van de uitgekeerde bijdrage op basis van dit convenant, ook na einde looptijd convenant. Hoofdstuk 3 Overige bepalingen Artikel 3.1
Uitvoering in overeenstemming met het Unierecht
1. De toepassing en uitwerking van dit convenant en van de daaruit voortvloeiende afspraken en maatregelen mogen niet strijdig zijn met het recht van de Europese Unie, in het bijzonder voor zover deze vallen onder de werking van de Europese regels met betrekking tot aanbesteding, mededinging, staatssteun en technische normen en voorschriften. 2. Voor zover nodig maken partijen voor het uitwisselen van persoonsgegevens of andere gegevens in het kader van dit convenant, zoals bedrijfsgegevens, concurrentiegevoelige informatie, en de verwerking daarvan, zodanige afspraken dat wordt voldaan aan de eisen die van toepassing zijn op basis van de Europese en nationale wet- en regelgeving, zoals de Algemene Verordening Gegevensverwerking en de Wet open overheid, daaraan stelt. 3. Partijen spreken af dat zij, alvorens steun verleend wordt ten behoeve van de maatregelen binnen de kavels, genoemd in artikel 2.1, de staatssteunanalyse en, waar van toepassing, de kennisgeving voor de betreffende maatregelen afstemmen met Kenniscentrum Europa Decentraal of het coördinatiepunt staatssteun van het Ministerie van Binnenlandse Zaken. 4.
Bij verlening van staatssteun onder toepassing van een vrijstellingsverordening spreken partijen af dat de partij die de steun verleent na validatie van de kennisgeving binnen vijf werkdagen een afschrift uit het meldingssysteem State Aid Notification Interactive bij de staatssecretaris aanlevert. 5. Bij verlening van staatssteun die ter goedkeuring gemeld moet worden bij Europese Commissie, spreken partijen af dat de partij bij de staatssecretaris een afschrift van de aanmelding van de steun in het State Aid Notification Interactive aanlevert en dat op het moment dat de Europese Commissie een besluit heeft genomen, er binnen vijf werkdagen
5 van 10
melding gemaakt bij de staatssecretaris van het besluit onder vermelding van het nummer van het besluit. Partijen zijn ervan op de hoogte dat de steunmaatregel niet mag worden uitgevoerd voordat de Europese Commissie haar goedkeuring heeft gegeven. 6. Indien vermoed wordt dat dit convenant of maatregelen die daaruit voortvloeien vanwege de Europese staatssteunregels onverenigbaar is of zijn met de interne markt treden partijen zo spoedig mogelijk in overleg om de ontstane situatie en de consequenties daarvan te beperken en te trachten om het plan zodanig aan te vullen en/of te wijzigen, zodat aan de mogelijke bezwaren dan wel voorwaarden van de Europese staatssteunregels tegemoet wordt gekomen. Artikel 3.2 Evaluatie 1. Partijen evalueren de uitvoering en werking van dit convenant jaarlijks, voor het eerst na de eerste SISA-verantwoording als bedoeld in artikel 2.3, tweede lid, onderdeel b. De staatssecretaris neemt het initiatief tot een overleg over deze evaluatie. 2. Van de evaluatie wordt een verslag opgemaakt. 3. Indien een partij een tussentijdse evaluatie verlangt, kan deze dat bij de andere partijen kenbaar maken en wordt bij overeenstemming over de noodzaak hiervan een extra evaluatiemoment gekozen. 4.
Indien een partij geen noodzaak ziet tot de jaarlijkse evaluatie maakt deze dat kenbaar bij de andere partijen en wordt bij overeenstemming een evaluatiemoment overgeslagen. Artikel 3.3 Publiekrechtelijke medewerking 1. Partijen spannen zich in om de voor de uitvoering van dit convenant benodigde publiekrechtelijke besluiten zodanig vast te stellen respectievelijk te nemen, dat de uitvoering van dit convenant publiekrechtelijk is toegestaan. 2. Partijen bevorderen daarbij zoveel mogelijk, met inachtneming van wettelijke procedures en de te betrachten zorgvuldigheid jegens derden, dat de procedures tot het nemen van publiekrechtelijke besluiten met voortvarendheid worden doorlopen. 3. Ingeval de in het tweede lid bedoelde procedures ertoe leiden dat de uitvoering van het convenant niet of althans niet op de door partijen bij het aangaan van het convenant voorgestane wijze kan worden uitgevoerd, bezien partijen of dit convenant wijziging, of (gedeeltelijke) beëindiging behoeft. De artikelen 3.4 tot en met 3.6 worden hierbij in acht genomen. 4. De in het kader van dit convenant door partijen te verlenen publiekrechtelijke medewerking laat de publiekrechtelijke positie en bevoegdheden van partijen onverlet. Artikel 3.4 Gewijzigde of onvoorziene omstandigheden 1. Er is goedkeuring van de staatssecretaris nodig indien: a. de kavel wijzigt; b. een nieuw perceel wordt toegevoegd; c.
de aard of uitvoering van het regionaal deelplan wijzigt; d. de tijdsduur van het regionaal deelplan wijzigt; e. de begroting wijzigt; of f. zich onvoorziene omstandigheden voordoen of wijzigingen aan een bestaand perceel gedaan worden die van dien aard zijn dat die wezenlijke gevolgen hebben voor de uitvoering van dit convenant. 2. In geval een van de in het eerste lid omschreven situaties zich voordoet, treden partijen in overleg over de vraag of wijziging van dit convenant nodig is, en zo ja, op welke wijze dit dient te geschieden en welke gevolgen dit heeft. 3. Een wijziging als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met f, is pas mogelijk indien deze past binnen de randvoorwaarden, genoemd in artikel 2.1, tweede lid. 4. Partijen treden in overleg binnen zes weken nadat een partij de wens daartoe aan de andere partij(en) schriftelijk heeft meegedeeld. 5. In afwijking van het eerste lid is geen goedkeuring van de staatssecretaris vereist om maximaal 10% van de bijdrage aan het ene kavel te gebruiken in een ander kavel of binnen een kavel 10% van de bijdrage aan dat kavel op andere wijze in te zetten, mits dit past binnen het kader van het kavel. Indien van deze afwijkingsmogelijkheid gebruik gemaakt wordt, deelt de partij dit mede aan de staatssecretaris.
6 van 10
Artikel 3.5 Wijziging 1. Elke partij kan de andere partijen schriftelijk verzoeken het convenant, anders dan de wijziging, genoemd in artikel 3.4, te wijzigen. De wijziging behoeft de schriftelijke instemming van alle partijen. 2. Partijen treden in overleg binnen zes weken nadat een partij de wens tot wijziging aan de andere partijen schriftelijk heeft meegedeeld. 3. De wijziging en de verklaringen tot instemming hiermee worden als bijlage aan het convenant gehecht. Artikel 3.6 Ontbinding Onverminderd wat in het convenant is vastgelegd, kan elk van de partijen het convenant door middel van een aangetekend schrijven aan de andere partijen buiten rechte geheel of gedeeltelijk ontbinden indien een andere partij in verzuim is, dan wel nakoming blijvend of tijdelijk onmogelijk is. Artikel 3.7 Ongeldigheid Indien een bepaling van dit convenant in enige mate als nietig, vernietigbaar, ongeldig, onwettig of anderszins als niet-bindend moet worden beschouwd, wordt die bepaling, voor zover nodig, door partijen uit dit convenant verwijderd en vervangen door een bepaling die wel bindend en rechtsgeldig is en die de inhoud van de niet-geldige bepaling zoveel mogelijk benadert. Het overige deel van het convenant blijft in een dergelijke situatie ongewijzigd. Artikel 3.8 Toetreding nieuwe partijen 1.
In overeenstemming met alle partijen kunnen anderen tijdens de looptijd van dit convenant als nieuwe partijen toetreden tot dit convenant. Een toetredende partij aanvaardt de verplichtingen die voor haar uit dit convenant voortvloeien. 2. Het schriftelijke verzoek tot toetreding met daarbij de concrete bijdrage binnen de overeengekomen kavel wordt gericht aan een van de partijen. De betreffende partij informeert vervolgens de andere partijen over het verzoek tot toetreding. 3. Zodra alle partijen schriftelijk kenbaar hebben gemaakt in te stemmen met het verzoek tot toetreding, ontvangt de toetredende partij de status van partij van dit convenant en gelden voor die partij de voor haar uit het convenant voortvloeiende rechten en verplichtingen. 4. Het verzoek tot toetreding en de verklaringen tot instemming worden als bijlagen aan dit convenant gehecht. Artikel 3.9 Geschillen 1. Een partij die meent dat een geschil bestaat, deelt dat schriftelijk aan de andere partijen mee. De mededeling bevat een aanduiding van het geschil. 2. Binnen vier weken na de dagtekening van de in het eerste lid bedoelde mededeling zendt elke partij zijn zienswijze over het geschil, alsmede een voorstel voor een oplossing daarvan, aan de andere partij(en). 3. Binnen vier weken na afloop van de in het tweede lid genoemde termijn overleggen partijen over een oplossing van het geschil. 4.
Elke partij draagt de eigen kosten, voortvloeiend uit de procedure van het eerste tot en met het derde lid. Hoofdstuk 4: Slotbepalingen Artikel 4.1
Inwerkingtreding en looptijd
Dit convenant treedt in werking met ingang van de dag na ondertekening en eindigt met ingang van 15 juli 2031. Partijen treden vóór 1 januari 2030 in overleg over voortzetting van dit convenant. Artikel 4.2
Toepasselijk recht
7 van 10
1. Op dit convenant is uitsluitend Nederlands recht van toepassing. 2. De rechten en verplichtingen van partijen uit dit convenant zijn in rechte afdwingbaar. 3. Alle geschillen in verband met dit convenant of met afspraken die daarmee samenhangen, worden beslecht door de bevoegde rechter te Den Haag. Artikel 4.3 Publicatie in Staatscourant 1. Na ondertekening van dit convenant wordt de tekst daarvan gepubliceerd in de Staatscourant. 2. Bij wijzigingen in het convenant of toetredingen als bedoeld in artikel 3.8, vindt het eerste lid overeenkomstige toepassing.
8 van 10
Aldus overeengekomen en in tweevoud ondertekend, Op ____________ te ____________ De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,
……………………………………………. Op ____________ te ____________ Provincie Zeeland, vertegenwoordigd door J. de Bat, gedeputeerde,
……………………………………………… Op ____________ te ____________ Gemeente Goeree-Overflakkee, vertegenwoordigd door H. van Putten, wethouder,
……………………………………………… Op ____________ te ____________ Gemeente Schouwen-Duiveland, vertegenwoordigd door J.Chri. Van der Hoek, burgemeester, ……………………………………………… Op ____________ te ____________ Gemeente Noord Beveland, vertegenwoordigd door G.L. Meeuwisse, burgemeester,
……………………………………………… Op ____________ te ____________ Gemeente Reimerswaal, vertegenwoordigd door J.S. van Egmond, burgemeester,
……………………………………………… Op ____________ te ____________ Gemeente Middelburg, vertegenwoordigd door R.A.J. Schonis, wethouder,
………………………………………………
9 van 10
Op ____________ te ____________ Gemeente Vlissingen, vertegenwoordigd door A.R.B. van den Tillaar, burgemeester,
……………………………………………… Op ____________ te ____________ Gemeente Tholen, vertegenwoordigd door M.L.P. Sijbers, burgemeester,
………………………………………………
10 van 10
Bijlage 1. behorende bij artikel 2.2, tweede lid Als nadere detaillering op de tabel opgenomen in artikel 2.2, tweede lid, van het convenant hanteert de regio Zuidwest Nederland bij aanvang van het convenant in basis de volgende verdeling over de percelen binnen de kavels: Gemeente Maximale Rijksbijdrage Regionale Totaal1 ¹ cofinanciering¹,² Kavel 1 - Versterking visserij-infrastructuur 1A - Visserij Innovatie Hub Zuidwest-Nederland
Goeree-Overflakkee
€ 300.000
€ 300.000
€ 600.000
1B - Op weg naar een duurzame visserij
Goeree-Overflakkee
€ 575.000
€ 575.000
€ 1.150.000
1D - Meer waarde voor vis
Goeree-Overflakkee
€ 1.700.000
€ 1.700.000
€ 3.400.000
1G - Machinaal sorteren Tong
Vlissingen
€ 230.000
€ 230.000
€ 460.000
1H - Betere conservering garnalen
Vlissingen
€ 225.000
€ 225.000
€ 450.000
1K - Visverkoop vanaf zee
Vlissingen
€ 533.500
€ 533.500
€ 1.067.000 +
€ 3.563.500
€ 3.563.500
€ 425.000
€ 425.000
€ 850.000 +
€ 425.000
€ 425.000
€ 850.000
Subtotaal Kavel 1
€ 7.127.000
Kavel 2 - Verzilvering cultureel erfgoed 2B - Versterking visserij-identiteit Arnemuiden
Middelburg
Subtotaal Kavel 2 Kavel 3 - Beleving visserijgemeenschappen 3A - Weervisserij Tholen
Tholen
€ 77.500
€ 77.500
€ 155.000
3B - Visserijcultuur in Nautisch Centrum
Noord-Beveland
€ 200.000
€ 200.000
€ 400.000
3C - Transformatie Oosterscheldemuseum
Reimerswaal
€ 250.000
€ 250.000
€ 500.000
3E - Educatie- en bezoekersruimte
Vlissingen
€ 57.500
€ 57.500
€ 115.000 +
€ 585.000
€ 585.000
€ 300.000
€ 300.000
Subtotaal Kavel 3
€ 1.170.000
Kavel 4 - Zilte Zaligheden Zuidwest Nederland 4A - Versterking Korte visserijketens
Schouwen-Duiveland
€ 600.000 +
Subtotaal Kavel 4 Kavel regionale leerplaats
Goeree-Overflakkee
Kosten programmamanagement Totaal Kavels en Programmamanagement
€ 300.000
€ 300.000
€ 600.000
€ 125.000
€ 125.000
€ 250.000
€ 300.000
€ 300.000
€ 600.000
€ 5.298.500
€ 5.298.500
€ 10.597.000
¹ Bedragen zijn exclusief eventueel verschuldigde BTW. ² Het bedrag onder regionale cofinanciering betreft het bedrag aan cofinanciering vanuit de regionale overheden en/of private partijen.
Regiopartner Gemeente Goeree-Overflakkee Gemeente Schouwen-Duiveland Gemeente Noord-Beveland Gemeente Reimerswaal Gemeente Middelburg Gemeente Vlissingen Gemeente Tholen
IBAN-Bankrekeningnummer NL08BNGH0285157221 NL80BNGH0285076094 NL63BNGH0285066021 NL24BNGH0285007165 NL14BNGH0285005502 NL36BNGH0285008889 NL14BNGH0285008315