CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

25-001 Bijlage 1. Ingekomen stukken december 2024 - MZ

Gemeenteraad 30 januari 2025, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Ingekomen stukken gemeenteraad december 2024 (25-001 MZ/RM/AB)31.876 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

39/43

vervolgonderzoek, al dan niet door een toezichthouder. Het in het derde lid genoemde meldpunt is operationeel onder de naam: meldpunt Zorgsignalen en Fraude […]. Zowel burgers als medewerkers van de gemeente kunnen melden wanneer zij zorgen of vermoedens van fraude gerelateerd aan de zorg hebben. Op basis van die signalen wordt nader onderzoek gedaan.] HOOFDSTUK 7. AFSTEMMING MET ANDERE VOORZIENINGEN In dit hoofdstuk wordt de afstemming tussen de jeugdhulpplicht ten opzichte van andere wettelijke voorzieningen geregeld. Waar het de afbakening met andere wetgeving betreft, zoals de Wet langdurige zorg (Wlz), de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Wmo 2015, is artikel 1.2, van de wet van toepassing. Als de jeugdige aanspraak kan maken op zorgverlening op grond van één van deze (andere) wetten, dan is de wet niet van toepassing. Als echter i) meerdere oorzaken ten grondslag liggen aan de problemen en stoornissen en ii) de jeugdige daardoor aanspraak kan maken op zorgverlening uit een recht op zorg uit de Wlz, een zorgverzekering als bedoeld in de Zvw én de wet, dan is het college gehouden een voorziening te treffen op basis van de wet. Ook de voorziening als bedoeld in artikel 2.4, tweede lid, onderdeel b, van de wet is uitgezonderd van het uitgangspunt dat geen voorziening op grond van de wet hoeft te worden verstrekt als aanspraak bestaat op de Wlz, de Zvw, of de Wmo 2015.

Een andere belangrijke wettelijke afbakening is te vinden met onderwijswetgeving. Ondersteuning gericht op het doorlopen van het onderwijsprogramma dat primair gericht is op het leerproces, het behalen van onderwijsdoelen of om de jeugdige verder te helpen in de onderwijsontwikkeling, valt niet onder de jeugdhulpplicht van de wet. Als een jeugdige recht heeft op ondersteuning vanuit onderwijswetgeving is deze wetgeving voorliggend op de wet en hoeft het college geen voorziening te treffen op grond van de wet. Als een gedragswetenschapper Ernstige Dyslexie (ED) vaststelt, maar daarvoor géén behandelindicatie afgeeft, dan is geen sprake van jeugdhulp. Dat betekent dat onderwijs in dat geval (ook voor deze jeugdige) verantwoordelijk blijft voor goed lees- en spellingsonderwijs in de klas, eventuele extra begeleiding in de klas en andere specifieke interventies. Het onderzoek van de gedragswetenschapper is overigens wél een vorm van jeugdhulp onder de wet.

Intelligentietesten die worden afgenomen met een ander doel dan ten behoeve van onderwijs en het vaststellen van de behoefte aan behandeling van leerstoornissen, huiswerkbegeleiding, remedial teaching of motorische remedial teaching (MRT), begeleiding op school (voor zover gericht op het leerproces), dyscalculie, behandeling stoornis op gebied van leren en begeleiding bij ernstige taal- en spraakmoeilijkheden, vallen evenmin onder jeugdhulp. (zie ook bij artikel 12) Artikel 27. Voorliggende voorzieningen Eerste en tweede lid Op grond van artikel 1.2, eerste lid, onder a, van de wet is het college niet gehouden een voorziening te treffen op grond van de wet als er met betrekking tot de problematiek een recht bestaat op zorg als bedoeld bij of krachtens de Wlz, de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen of een zorgverzekering als bedoel in de Zorgverzekeringswet. Evenmin is het college gehouden een voorziening op grond van de wet te treffen indien naar het oordeel van het college met betrekking tot de problematiek een aanspraak bestaat op een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling, met uitzondering van een maatwerkvoorziening inhoudende begeleiding als bedoeld in artikel 1.1.1, van de Wmo 2015. Kan de jeugdige aanspraak maken op zorgverlening op grond van één van deze wetten, dan is de wet niet van toepassing.

Wel geldt volgens dit artikel dat als (i) meerdere oorzaken ten grondslag liggen aan de problemen en stoornissen en (ii) de jeugdige daardoor aanspraak kan maken op zorgverlening uit een recht op zorg uit de Wlz, een zorgverzekering als bedoeld in de Zvw én de wet, het college gehouden is een voorziening te treffen op basis van de wet. Uit de parlementaire geschiedenis bij de wet volgt in dat

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

40/43

kader: “Om te voorkomen dat de jeugdige in dit geval niet weet waar hij kan aankloppen voor de nodige hulp is bepaald dat in die gevallen de gemeente verantwoordelijk is voor het treffen van de benodigde voorziening” (Kamerstukken II 2012/13, 33 684, nr. 3, p. 127). Het eerste en tweede lid maken, in het kader van de afbakening van de jeugdhulpplicht (zie de algemene toelichting bij deze verordening), duidelijk dat op het moment dat het college op grond van de wet niet gehouden is een voorziening te verstrekken, er ook geen jeugdhulpvoorziening wordt verstrekt. Derde[en vierde] lid Op het moment dat er een aanvraag wordt gedaan, terwijl er aanspraak bestaat op een voorziening op grond van een andere wettelijke regeling dan worden de jeugdige of zijn ouders dan wel wettelijk vertegenwoordiger naar de juiste instantie verwezen. Daarmee wordt voorkomen dat ze tussen de wal en het schip vallen. [Bij een verwijzing naar zorg op grond van de Wlz wordt tevens cliëntondersteuning ingeschakeld om de jeugdige of zijn ouders dan wel wettelijk vertegenwoordiger te ondersteunen bij het aanvraagproces.] Artikel 28.

Afstemming met voorliggende voorzieningen en andere vormen van hulp en ondersteuning Op grond van artikel 2.9, aanhef en onder b, van de wet moet in de verordening ook geregeld zijn op welke wijze de toegang tot en de toekenning van een individuele voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, werk en inkomen. Wanneer een jeugdige of ouder op grond van de wet ondersteuning vraagt van het college, moet afstemming plaatsvinden met het andere aanbod vanuit de gemeente. Afstemming betekent samenwerking met uitvoerders van andere wet- en regelgeving om de problematiek binnen het gezin te verminderen of zelfs op te lossen. Als de hulp vanuit de wet niet (langer) volstaat, dan zal de overgang naar hulp vanuit een andere wet goed afgestemd moeten worden. Jeugdigen mogen niet in een gat vallen waar aanspraken uit de gelijktijdig toepasselijke wet- en regelgeving niet naadloos op elkaar aansluiten. Op grond van artikel 28 van de verordening is het college ervoor verantwoordelijk dat een jeugdige of diens ouder(s) zoveel mogelijk de juiste hulp op grond van de wet ontvangt en dat wordt voorkomen dat de jeugdige of diens ouder(s) tussen de wal en het schip vallen.

Eerste lid Het eerste lid bevat een opsomming van wetten op basis waarvan recht zou kunnen bestaan op voorzieningen die ook relevant kunnen zijn bij het inzetten van jeugdhulp. Met de opname van deze wetten krijgt het college een uitdrukkelijke opdracht en bevoegdheid om de inzet van jeugdhulp in elk geval hierop af te stemmen. De lijst is niet limitatief. Tweede en derde lid Het tweede en derde lid bakenen het doel van het zoeken van afstemming af. Zij normeren de inzet van het college bij de afstemming. Vierde lid Het zorgen voor afstemming van voorzieningen is een uitdrukkelijke opdracht aan het college. Het college is daarbij echter afhankelijk van de medewerking van de jeugdige of zijn ouders dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger. Het vierde lid maakt duidelijk dat het niet verlenen van de noodzakelijke medewerking kan leiden tot het beëindigen van het onderzoek naar het recht op een individuele voorziening en het weigeren van een individuele voorziening. Het college is daarmee niet gehouden het onderzoek zonder medewerking voort te zetten of een voorziening te verstrekken. Het college maakt hier wel een afweging, waarbij de onderzoeksbelangen en de eventueel opgegeven redenen om medewerking te weigeren een rol kunnen spelen. Vijfde en zesde lid Het vijfde en zesde lid regelen de afstemming van het recht op voorzieningen bij de overgang naar volwassenheid.

Het is belangrijk dat jeugdigen bij het bereiken van het achttiende levensjaar, of het

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

41/43

eenentwintigste of drieëntwintigste levensjaar bij verlengde jeugdhulp, niet plotseling zonder passende voorzieningen komen te zitten. Deze bepaling regelt dat er daarom al vanaf het zestiende levensjaar van de jeugdige bij de inzet van voorzieningen wordt gekeken naar de afstemming van de in te zetten voorziening op de mogelijk in de toekomst in te zetten voorzieningen. HOOFDSTUK 8. WAARBORGEN VERHOUDING PRIJS EN KWALITEIT Artikel 29. Verhouding prijs en kwaliteit aanbieders jeugdhulp en uitvoerders kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering Het college kan de uitvoering van de wet, met uitzondering van de vaststelling van de rechten en plichten van de jeugdige of zijn ouders, door aanbieders laten verrichten (artikel 2.11, eerste lid, van de wet). Met het oog op gevallen waarin dit ten aanzien van jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering gebeurt, moeten bij verordening regels worden gesteld ter waarborging van de continuïteit van de jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering en een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van jeugdhulp of de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering en de eisen die worden gesteld aan de kwaliteit daarvan (artikel 2.11, tweede lid, van de wet).

Daarbij dient in ieder geval rekening gehouden te worden met de deskundigheid van de beroepskrachten en de toepasselijke arbeidsvoorwaarden. Artikel 2.3, eerste lid, van het Besluit Jeugdwet voorziet in nadere criteria, zogenoemde kostprijselementen, voor het bepalen van een reële prijs bij de inkoop van jeugdzorg door gemeenten, die in de verordening moeten worden opgenomen. Artikel 29 voorziet hierin[, waarbij een aantal elementen met aanvullende criteria nader zijn uitgewerkt]. Het college bepaalt, met inachtneming van deze kostprijselementen, de te betalen prijzen voor de in te kopen jeugdhulp. Artikel 2.3, van het Besluit Jeugdwet geldt voor alle inkoop door het college en voor door hen verleende subsidies voor zover deze het daadwerkelijk verlenen van jeugdzorg volledig bekostigen. Overeenkomstig dit besluit wordt in het tweede en derde lid verplicht gesteld dat in contracten tussen het college en aanbieders, of in de subsidievoorwaarden, wordt opgenomen dat een aanbieder in geval van uitbesteding van zorg aan onderaannemers, een reële, met behulp van de kostprijselementen tot stand gekomen prijs betaalt. HOOFDSTUK 9. [KLACHTEN EN ]MEDEZEGGENSCHAP [Artikel 30. Klachtregeling Dit artikel regelt het gemeentelijke klachtrecht in het kader van de wet.

De gemeente is al op grond van de Awb in het algemeen verplicht tot een behoorlijke behandeling van mondelinge en schriftelijke klachten over gedragingen van bestuursorganen en personen die onder haar verantwoordelijkheid werkzaam zijn. Gelet op het van toepassing zijnde hoofdstuk 9, van de Awb, waarin een uitvoerige regeling omtrent klachtbehandeling is gegeven, en ook het recht is neergelegd om na de afhandeling van de klacht de bevoegde ombudsman te verzoeken een onderzoek in te stellen, kan in deze verordening met een enkele bepaling worden volstaan. In de regel zal de aanbieder worden aangesproken bij klachten over de wijze van behandeling. De klachtmogelijkheid tegenover de aanbieder is geregeld in artikel 4.2.1 e.v., van de wet. Pas wanneer dit klachtrecht niet logisch is, bijvoorbeeld bij gedragingen van gemeenteambtenaren, of wanneer de aanbieder niet adequaat op de klacht reageert of er sprake is van een afhankelijkheidsrelatie tussen aanbieder en klager, komt de gemeentelijke klachtmogelijkheid in zicht.] Artikel 31. Betrekken van ingezetenen bij het beleid In dit artikel zijn bepalingen opgenomen over de medezeggenschap bij de gemeente. De mogelijkheid tot medezeggenschap tegenover de aanbieder is al geregeld in artikel 4.2.4 e.v., van de wet.

Regeling van de medezeggenschap is verplicht op grond van artikel 2.10, van de wet in samenhang met artikel 2.1.3, derde lid, van de Wmo 2015. In artikel 2.10, van de wet worden de artikelen 2.1.3, derde lid, en 2.5.1 (jaarlijks cliëntervaringsonderzoek) van de Wmo 2015 van

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

42/43

overeenkomstige toepassing verklaard. Ingevolge artikel 2.1.3, derde lid, van de Wmo 2015 dient bij verordening te worden bepaald op welke wijze ingezetenen worden betrokken bij de uitvoering van deze wet. Met het derde lid wordt het aan het college overgelaten om de exacte invulling van de medezeggenschap vorm te geven. HOOFDSTUK 10. SLOTBEPALINGEN [Artikel 32. Evaluatie Artikel 2.10, van de wet bepaalt dat de evaluatiebepaling van artikel 2.5.1, van de Wmo 2015 van overeenkomstige toepassing is. Artikel 3, van de Regeling Jeugdwet regelt welke zaken in elk geval aan de orde moeten komen bij een representatief cliëntervaringsonderzoek. In artikel 34 wordt de evaluatie van het beleid op grond van deze verordening nader geconcretiseerd. […].]

Artikel 33. Overgangsrecht, intrekking van de oude verordening Het is noodzakelijk om duidelijke overgangsbepalingen vast te stellen voor met name de situatie dat er sprake is van: • • •

Een verstrekte voorziening op grond van een bepaling die niet meer geldend is; Een bezwaarschrift over een besluit dat betrekking heeft op een periode waar afwijkende regelgeving gold dan op het moment van indiening van het bezwaarschrift; Terugvordering.

Dat is met deze bepaling geregeld. Een besluit voor een verstrekte individuele voorziening blijft gehandhaafd totdat het besluit wordt ingetrokken of de looptijd van het besluit is verstreken. Bij aanvragen waarop nog geen besluit is genomen geldt deze verordening. Bij de behandeling van een bezwaarschrift wordt de regelgeving toegepast die gold op het moment waarop het besluit is genomen c.q. de periode waarop de terugvordering betrekking heeft, tenzij heroverweging op basis van de nieuw vastgestelde verordening leidt tot een gunstiger resultaat voor de bezwaarmaker of geadresseerde van het terugvorderingsbesluit.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

43/43

Versie: 3 december 2024

SAVE THE DATES VAN DE NATIONALE INBURGERINGSCONFERENTIE (een non-profit/niet-commerciële conferentie voor de gehele inburgeringsketen)

Dinsdag 4 februari 2025 Vanaf 17.00 uur : Welkomstbuffet, ontmoeting met collega’s uit Nederland en Vlaanderen Vanaf 19.30 uur : Openingsceremonie Woensdag 5 februari 2025 Vanaf 08.30 uur : 5 themadebatten/interviews: - Met het oog op vandaag: de status van het asiel- en inburgeringsstelsel Panelleden o.a. Hans Spekman en Fred Teeven, gespreksleider Ferry Mingelen

- Met het oog op morgen: handhaven, intrekken of aanpassen van de Spreidingswet - Met het oog op morgen: Nederlands asielbeleid versus internationale solidariteit - Met het oog op morgen: van oorlogsvluchteling naar klimaatvluchteling - Met het oog op morgen: toekomstbestendig asiel- en inburgeringsbeleid met daarnaast circa 30 keuzesessies met thema’s op de 9 hoofdonderwerpen, inloopsessies, breaks, lunch, aperitief en Conference dinner Donderdag 6 februari 2025 Vanaf 08.30 uur : 4 themadebatten/interviews: - Met het oog op morgen: het asiel- en inburgeringsbeleid van de regering toegelicht - Met het oog op morgen: inburgering door de bril van inburgeraars - Met het oog op morgen: van vluchteling naar onderwijs, naar werk, naar integratie - Inburgeren met het oog op morgen: het toekomstperspectief van de uitvoeringspartners met daarnaast circa 25 keuzesessies met thema’s op de 9 hoofdonderwerpen, inloopsessies, breaks, lunch en fare-well borrel. Met aanwezigheid van o.a Emile Roemer, Wim Hillenaar, Anita Bastiaans, Tuur Elzinga, Mariette Patijn, Maurice de Greef, Hans Spekman, Fred Teeven, Ferry Mingelen, Paul Depla, Jan van de Beek, Adnan Tékin, Judith Duveen en de sprekers/panelleden waarvan we de acceptatie in de week van 3 december verwachten.

Voor de volledige agenda, de inhoud van de debatten/interviews, de line-up van de sprekers en uitvoerders, raadpleegt u de pagina “Agenda” van de website https://www.inburgeringsconferentie.nl Inschrijven voor de conferentie kunt u via het menu “Deelnemen”. LET OP! Vanaf 1 januari 2025 geldt het laatboektarief.

STICHTING NATIONALE INBURGERINGSCONFERENTIE Borgshof 40, 6067 DA Linne | Tel : +31 85 401 5776 | www.inburgeringsconferentie.nl | info@inburgeringsconferentie.nl KvK-nummer 93861214

Verzonden: vrijdag 29 november 2024 08:22 Aan: gemeente@vlissingen.nl; Veere Gemeente <gemeente@veere.nl>; info@middelburg.nl Onderwerp: Na de voedselbank en speelgoedbank: de cyberbank

Aan de drie Walcherse gemeentes, t.a.v. Colleges van B&W en Gemeenteraden Geachte dames en heren, Ter informatie stuur ik u onderstaande artikel uit Binnenlands Bestuur toe met de vraag of dit initiatief ook geschikt is voor ons hier op Walcheren. Ik ben van mening dat die behoefte onder de doelgroep aanwezig is. Ondersteuning op deze manier, zoals in Amsterdam, zou een welkome aanvulling kunnen zijn. Wilt u hierover nadenken? Met vriendelijke groet, Alex Soplantila Na de voedselbank en speelgoedbank: de cyberbank Een soort voedselbank voor laptops en digitale ondersteuning. Daarmee wil de gemeente Amsterdam digitale ongelijkheid bestrijden. Sjoerd Hartholt 28 november 2024

− Shutterstock Om digitale ongelijkheid onder Amsterdammers tegen te gaan investeert de gemeente in zeven nieuwe ‘cyberbanken’. Deze helpen mensen aan laptops en bieden digitale ondersteuning, zodat iedereen toegang heeft tot apparatuur en digitale vaardigheden kan leren. Urgente behoefte Op vrijdag 29 november 2024 opent wethouder Alexander Scholtes de eerste cyberbank in OBA CC Amstel. In 2025 volgen drie cyberbanken in stadsdelen Nieuw-West, Noord en Zuidoost en in 2026 worden nog eens drie cyberbanken in stadsdelen West en Zuid, en in stadsgebied Weesp geopend. Er is volgens wethouder Alexander Scholtes (ICT en Digitale Stad) een groeiende groep Amsterdammers – jong én oud – die digitaal niet kan komen. Terwijl iedereen de kans moet krijgen om deel te nemen in de online wereld. ‘Onze samenwerking met Cyberbank voorziet in een urgente behoefte in de stad: meer Amsterdammers kunnen terecht voor ondersteuning en laptops. Ik ben daarom verheugd dat we de impact van de cyberbanken op deze manier kunnen vergroten.’ De Cyberbank is vergelijkbaar met het concept van de Voedselbank, maar bij de Cyberbank kunnen inwoners terecht voor laptops en ondersteuning bij digitale hulpvragen. Nieuwe uitgiftepunten Bij de Cyberbank in Amsterdam Oost kunnen elke maand 150 Amsterdammers met een stadspas een laptop ophalen voor een bedrag van 20 euro statiegeld.

Met de extra locatie die in de OBA CC Amstel geopend wordt, kunnen er maandelijks dubbel zoveel laptops worden uitgedeeld. Het doel is om in 2025 en

2026 verder te groeien naar 500 laptops per maand. De nieuwe uitgiftepunten worden gefinancierd door de gemeente Amsterdam. Daarnaast worden maandelijks ongeveer 100 gebruikte laptops van ambtenaren gedoneerd. Agenda Digitale Stad De Cyberbank helpt mensen aan laptops en digitale ondersteuning. Gebruikte laptops van organisaties en particulieren worden ingezameld, opgeknapt en uitgedeeld aan Amsterdamse minima. In 2021 opende de eerste Cyberbank in Amsterdam Oost, met ondersteuning van de gemeente Amsterdam. De uitbreiding van het aantal cyberbanken past binnen de Agenda Digitale stad. Daarin werkt de gemeente Amsterdam samen met partners om digitale ongelijkheid te verkleinen. De opschaling van de Cyberbank wordt gefinancierd vanuit de Agenda Digitale Stad. Dit artikel verscheen eerder bij iBestuur. Deel dit artikel

•

facebook

•

twitter

•

linkedin

•

email

•

email

Sjoerd Hartholt

Journalist technologie & overheid bij Sijthoff Media. Schrijft voor AG Connect, Binnenlands Bestuur & iBestuur

228. Handreiking Aan de slag met kansrijk partnerschap. Dienend aan jeugd en gezin.

Het bestand 228. Handreiking Aan de slag met kansrijk partnerschap. Dienend aan jeugd en gezin. kon niet correct worden ingeladen, het is mogelijk corrupt of beschadigd. Het originele bestand kunt u hier vinden: https://middelburg.raadsinformatie.nl/document/14865337/1/228_+Handreiking+Aan+de+slag+met+kansrijk+ partnerschap_+Dienend+aan+jeugd+en+gezin_?connection_type=17&connection_id=11217961

Persbericht Utrecht, 22 november 2024

Kansrijk Partnerschap voor jeugd en gezin Samen stappen zetten naar meer preventie en gezonde generaties Lange wachttijden, tientallen hulpverleners die over de vloer komen bij jeugdigen en gezinnen en 1 op de 7 jeugdigen die een vorm van jeugdzorg krijgt. Het stelsel is vastgelopen. Eén van de oorzaken is dat Nederland geen domein-overstijgende visie en aanpak kent voor de zorg en ondersteuning aan jeugd en gezin. Met de handreiking ‘Aan de slag met kansrijk partnerschap. Dienend aan jeugd en gezin’ komt ActiZ Jeugd met concrete handvatten, parels en puzzels om de benodigde transformatie vorm te geven. Tijdens de kick-off bijeenkomst op 14 november jl. lanceerde ActiZ Jeugd in het bijzijn van zo’n 45 partners uit het hele land – waaronder ouderverenigingen, aanbieders in zorg en welzijn, zorgprofessionals, onderwijs, gemeenten, zorgverzekeraars en het ministerie van VWS – de handreiking ‘Aan de slag met Kansrijk Partnerschap. Dienend aan jeugd en gezin’. De kick-off vond plaats in Zeist waar het eerste exemplaar werd aangeboden aan Angele Welting, Wethouder jeugd en onderwijs, van de gemeente Zeist. Angele Welting: “Een mooi initiatief om over domeinen heen te beschrijven wat nodig is, zoals minder versnippering, meer inzetten op preventie en het versterken van de samenleving als drijvende kracht”.

Stelsel loopt vast De aanloop naar deze handreiking startte voor ActiZ Jeugd drie jaar geleden met in 2022 de lancering van haar strategische koers “Samen investeren voor jeugd en gezin” gevolgd door meer dan 60 gesprekken met maatschappelijke organisaties in het werkveld van jeugd en gezin. Al deze gesprekspartners constateerden dat het stelsel is vastgelopen en dat wetten, financiën en structuren aan de basis liggen van deze situatie. Handreiking Kansrijk Partnerschap: samen anders denken en doen De handreiking biedt aanbieders in zorg en welzijn voor jeugd en gezin en financiers concrete handvatten en inspiratie om de benodigde transformatie vorm te geven in de praktijk. Het verbindt tevens de verschillende zorgakkoorden zoals de Hervormingsagenda Jeugd, het Integraal Zorgakkoord en de Visie Eerstelijn 2030 die allen vanuit één invalshoek vertrekken. Tot slot geeft het concreet invulling aan het sociaal welzijnsakkoord waar het inbedden van preventief werken en de verbinding tussen het sociaal-en medisch domein een belangrijk onderdeel is. De handreiking start bij de samenleving en jeugd en gezin, gaat over domeinen heen en draagt bij aan: -

Het versterken van de samenleving (sociale basis) en ruimte voor de professional om hierop aan te sluiten; Het terugdringen van versnippering en meer eenvoud; Het verminderen van jeugdhulp door meer inzet op preventie; Het lokaal organiseren van het “Hart voor Jeugd en gezin” waar preventie, eerstelijnszorg en het lokale wijkteam samenkomt.

Jaap de Bruijn, Zorgverzekeraar VGZ: “De handreiking is uitgebreid en vol met inspirerende voorbeelden. Het krachtigst vind ik het mensbeeld dat eruit spreekt: oprechte betrokkenheid bij ouders en hun kinderen”. De jeugdgezondheidszorg (JGZ) als cruciale spil In de handreiking wordt ook uitgewerkt hoe de JGZ met haar unieke expertise zowel op sociaal als medisch vlak een cruciale rol vervult in het Hart voor jeugd en gezin en bij kan dragen aan vroegtijdig signaleren, minder jeugdhulp, generatiebewust preventiebeleid en de juiste zorg op de juiste plek door het overnemen van taken van de huisarts en kinderarts. We hebben met de JGZ goud in handen. Het is tijd dit te gelde te maken! Aan de slag met Kansrijk Partnerschap: vervolg Met de handreiking heeft ActiZ Jeugd een eerste stap gezet. De partners voor jeugd en gezin zijn tijdens de Kick-off gevraagd samen het “Hart voor jeugd en gezin” kloppend te maken. Angela Bransen, afdelingsdirecteur ActiZ Jeugd: “De handreiking is een eerste stap en vraagt om verrijking en aanscherping door alle partners. Ga met de handreiking aan de slag en kom tot échte dialoog en kansrijk partnerschap voor gezonde generaties, nu en in de toekomst”. René Peeters, Opmaat en groei: “Een mooie bijeenkomst over samenwerken rond jeugd en gezin. Van belang is het werk van de ander te begrijpen en te waarderen.

Samenwerken in een netwerk van formele en informele zorg…”

Powered by TCPDF (www.tcpdf.org)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14977516/1