CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

25-001 Bijlage 1. Ingekomen stukken december 2024 - MZ

Gemeenteraad 30 januari 2025, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Ingekomen stukken gemeenteraad december 2024 (25-001 MZ/RM/AB)31.876 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Ingekomen stukken Datum brief

20-12-2024

Commissie

Commissie Maatschappelijke Zaken

Datum commissie

15 januari 2025

Onderwerp

244. Uitkomst risicoanalyse toezicht en handhaving kinderopvang

Ingekomen stuk

244. Uitkomst risicoanalyse toezicht en handhaving kinderopvang

Categorie

Organisatie

Afzender

Ministerie van OCW

Raadsvergadering

30 januari 2025

Datum brief

19-12-2024

Commissie

Commissie Maatschappelijke Zaken

Datum commissie

15 januari 2025

Onderwerp

242. Nieuwsbrief samenwerking CSW en Mondia Scholengroep

Ingekomen stuk

242. Nieuwsbrief samenwerking CSW en Mondia Scholengroep

Categorie

Organisatie

Afzender

CSW en Mondia Scholengroep

Advies

Voor kennisgeving aannemen

Raadsvergadering

30 januari 2025

Datum brief

06-12-2024

Commissie

Commissie Maatschappelijke Zaken

Datum commissie

15 januari 2025

Onderwerp

237. Brief VEH onderzoek seniorvriendelijkste gemeente 04 12 2024

Ingekomen stuk

237. Brief VEH onderzoek seniorvriendelijkste gemeente 04-12-2024

Categorie

Organisatie

Afzender

Vereniging Eigen Huis

Advies

Voor kennisgeving aannemen

Raadsvergadering

30 januari 2025

Bijlagen: 237. Bijlage 1. Middelburg

Datum brief

04-12-2024

Commissie

Commissie Maatschappelijke Zaken

Datum commissie

15 januari 2025

Onderwerp

233. Ledenbrief nieuwe_model_verordening_jeugdhulp

Ingekomen stuk

233. Ledenbrief nieuwe model verordening jeugdhulp

Categorie

Organisatie

Afdeling

Samenleving

Afzender

VNG

Advies

Via de gemeentesecretaris in handen stellen van het college voor het opstellen van een voorstel aan de raad

Raadsvergadering

30 januari 2025

Bijlagen: 233. Bijlage 1. implementatiehandleiding bij model verordening jeugdhulp 233. Bijlage 2. model verordening jeugdhulp

Datum brief

04-12-2024

Commissie

Commissie Maatschappelijke Zaken

Datum commissie

15 januari 2025

Onderwerp

232. Save the Date Nationale Inburgeringsconferentie

Ingekomen stuk

232. Save the Date Nationale Inburgeringsconferentie

Categorie

Organisatie

Afdeling

Samenleving

Afzender

Stichting Nationale Inburgeringsconferentie

Advies

Voor kennisgeving aannemen

Raadsvergadering

30 januari 2025

Datum brief

02-12-2024

Commissie

Commissie Maatschappelijke Zaken

Datum commissie

15 januari 2025

Onderwerp

231. Na de voedselbank en speelgoedbank de cyberbank

Ingekomen stuk

231. Na de voedselbank en speelgoedbank de cyberbank

Categorie

Inwoner

Afdeling

Samenleving

Afzender

A. Soplantila

Advies

Voor kennisgeving aannemen

Raadsvergadering

30 januari 2025

Datum brief

27-11-2024

Commissie

Commissie Maatschappelijke Zaken

Datum commissie

15 januari 2025

Onderwerp

228. Handreiking Aan de slag met kansrijk partnerschap. Dienend aan jeugd en gezin.

Ingekomen stuk

228. Handreiking Aan de slag met kansrijk partnerschap. Dienend aan jeugd en gezin.

Categorie

Organisatie

Afzender

Actiz

Advies

Voor kennisgeving aannemen

Raadsvergadering

30 januari 2025

Bijlagen: 228. Bijlage 1. Persbericht Kansrijk Partnerschap voor jeugd en gezin

244. Uitkomst risicoanalyse toezicht en handhaving kinderopvang

Het bestand 244. Uitkomst risicoanalyse toezicht en handhaving kinderopvang kon niet correct worden ingeladen, het is mogelijk corrupt of beschadigd. Het originele bestand kunt u hier vinden: https://middelburg.raadsinformatie.nl/document/14977409/1/244_+Uitkomst+risicoanalyse+toezicht+en+hand having+kinderopvang?connection_type=17&connection_id=11332296

# 02 - december 2024 Nieuwsbrief samenwerking CSW en Mondia Scholengroep Vlak voor de kerstvakantie doet het ons genoegen om jullie de tweede nieuwsbrief te presenteren, waarin een update gegeven wordt over het onderzoek naar samenwerking tussen CSW en de Mondia Scholengroep. Deze nieuwsbrief sturen we ook naar leerlingen, ouders en verzorgers en relaties van beide onderwijsorganisaties. Wij wensen u alvast een goede vakantie en tot in het nieuwe jaar. Dennis Roobeek, Frank Neefs,

directeur-bestuurder CSW directeur-bestuurder Mondia Scholengroep

Wat wordt onderzocht en vooral waarom?

CSW en de Mondia Scholengroep zijn alweer een tijd onderweg in het onderzoek naar de beste samenwerkingsvorm. Onderliggend aan deze vorm van samenwerken ligt de opdracht dat aan leerlingen op Walcheren thuisnabij, kwalitatief goed, toekomstbestendig en een zo breed mogelijk onderwijsaanbod blijvend kan worden aangeboden. Anders gezegd: welke manier van samenwerken uiteindelijk gevonden wordt, de leerling mag daar niets van merken, dan alleen in positief opzicht. In het onderzoek naar de beste samenwerkingsvorm zijn verschillende werkgroepen bezig om vanuit verschillende disciplines thema’s op te halen, te inventariseren en te vergelijken. Wat doen CSW en Mondia Scholengroep al hetzelfde en wat niet. Zo heeft de werkgroep Personeel/ Bedrijfsvoering vastgesteld dat op ICT, Financiën en HRM al grote voordelen te boeken zijn op het gebied van continuïteit en kwaliteit van ondersteuning. Stapsgewijs worden de opgehaalde thema’s tegen het licht gehouden en bekeken op gemeenschappelijkheid. Soms kunnen zaken direct samen worden opgepakt, soms blijkt de benadering van CSW effectiever te zijn, soms ligt het voordeel bij de Mondia Scholengroep. In welke vorm van samenwerken dan ook, harmonisatie van gedeelde thema’s vergroot de efficiëntie. En dat is zeer wenselijk. De werkgroep Onderwijs houdt zich vooral bezig met de impact van de onderliggende opdracht.

Welke vorm van samenwerken ook gekozen wordt: alle leerlingen op Walcheren krijgen dicht bij huis het beste onderwijs. De werkgroep onderzoekt ook op welke manier het aanbod ‘breed en rijk’ is,

zodat leerlingen ook iets te kiezen hebben. Kunnen door de manier van samenwerken de keuzemogelijkheden worden vergroten?

Tijdslijn en doorkijk

Onder aanvoering van de stuurgroep zijn de werkgroepen planmatig bezig met hun opdracht gemeenschappelijkheid te ontdekken van beide onderwijsorganisaties, waar de verschillen zitten en op welke manier deze geharmoniseerd kunnen worden én wat er in gemeenschappelijkheid al kan worden opgepakt – ongeacht de samenwerkingsvorm. Onderstaande tijdslijn geeft daarvan een aardig beeld:

Werkgroep Onderwijs: 'Van vijf scenario's naar één voorkeursscenario'

De werkgroep Onderwijs heeft vijf mogelijke scenario’s voor de toekomst van het voortgezet onderwijs op Walcheren geformuleerd, uitgewerkt en beoordeeld op basis van de volgende uitgangspunten:

•

rijk aanbod van onderwijs en het kunnen kiezen behouden en optimaliseren;

•

vormgeven of behouden van een herkenbare identiteit en zingeving;

•

kleinschalig organiseren;

•

zoveel mogelijk inclusief onderwijs organiseren;

•

de basis op orde – het onderwijs voldoet aan de standaarden van Inspectie van Onderwijs.

De 5 scenario’s variëren van aanbod vanuit de verschillende locaties, verschillende gemeentes tot alles op één campus – ergens tussen Vlissingen, Veere en Middelburg – tot het scenario ‘niets doen’ en de situatie laten zoals deze nu is. Dit scenario heeft niet de voorkeur. De andere 4 scenario’s wegende heeft het campus-scenario de voorkeur. Dit scenario geeft de meeste mogelijkheden en borging naar de intenties, zoals deze geformuleerd zijn in de intentieverklaring: namelijk voor alle leerlingen in de regio een thuisnabij, kwalitatief goed, toekomstbestendig en een zo breed mogelijk onderwijsaanbod. Er zijn vijf scenario's uit de dialoog geformuleerd:

Scenario 1 Doorgaan met wat we nu doen: dus samenwerken op losse dossiers of thema’s. Vaak gebeurt dit in de vorm van detacheringen van personeel of overeenkomsten over opleiden van docenten. In dit scenario doen we dus niets nieuws. Dit heeft niet de voorkeur. Scenario 2 De organisaties blijven ieder apart bestaan, maar de stafdiensten worden samengevoegd en daar maken we samen gebruik van. Dit levert zeker enige efficiency op maar verandert niets aan het onderwijsaanbod of de verhoudingen tussen de scholen. Scenario 3 en 4 Het 3e en 4e scenario’s zijn allebei gebaseerd op de gedachte dat CSW en Mondia in Vlissingen en Middelburg aanwezig zijn. In elke gemeente vormen de scholen daar een groep van 3 scholen. Je kunt in één school de onderbouw doen en dan in de andere twee scholen de vmbo examenroute doen en in de andere de havo/vwo examenroute. In deze uitwerking kunnen de eigen identiteit en onderwijsconcepten niet behouden blijven. Het 4e scenario is dezelfde variant, maar dan wel met behoud van de eigen identiteit. Er ontstaat dan een meer losse scholengroep van autonome scholen in de twee gemeenten. Scenario 5 Het meest radicale scenario is dat CSW en Mondia alles samenbrengen op één campus – ergens tussen Vlissingen, Veere en Middelburg.

Grootschalig van opzet met alle faciliteiten die je maar kunt bedenken, maar ook kleinschalig in losse gebouwen met ook een eigen concept of identiteit.

Werkgroep Personeel en Bedrijfsvoering 'Pak het samen op!'

De gecombineerde werkgroep Personeel en Bedrijfsvoering heeft ook niet stil gezeten en heeft vanuit haar onderzoeksopdracht de volgende conclusies met de stuurgroep gedeeld: “De vergelijkbare uitdagingen waarmee CSW en Mondia te maken hebben – schaarste op de arbeidsmarkt, technologische ontwikkelingen, en veranderende wet- en regelgeving – vereisen een directe en krachtige aanpak. Deze uitdagingen vragen om een meer geïntegreerde bedrijfsvoering. Het invoeren van een centrale dienstverlening op het gebied van HRM, ICT, financiën, onderwijsadministratie en facilitair beheer biedt belangrijke voordelen, zoals kennisdeling, kostenbesparing en het verminderen van kwetsbaarheid. Om dit te kunnen bereiken gaan we op termijn graag uit van één centrale ondersteunende dienst die werkt met: 1.

identiek beleid;

2.

dezelfde processen en werkwijzen;

3.

dezelfde systemen.

Naast conclusies komt de gecombineerde werkgroep ook met een set aanbevelingen, waarin één centrale boodschap doorklinkt: ‘Pak het samen op!’ De werkgroep is ervan overtuigd dat haar aanbevelingen op termijn zullen leiden tot verbeterde efficiëntie en hoogwaardige ondersteuning op strategisch niveau, aan stabiele en toekomstbestendige ondersteunende diensten – voorwaardelijk om goed onderwijs in de regio te kunnen blijven organiseren.

Samenwerkingsbestuur, wethouders en huisvesting

Op basis van de bovenstaande voorlopige adviezen komt de stuurgroep tot de conclusie dat een intensieve samenwerking, bijvoorbeeld in de vorm van een samenwerkingsbestuur, dringend gewenst is. Vanuit die gedachte zijn beide bestuurders onlangs in gesprek gegaan met de wethouders van Middelburg, Vlissingen en Veere. Men was al op de hoogte van de voorgenomen samenwerking, maar met bovenstaande conclusies, voorkeuren en aanbevelingen rees ook de vraag of er bestuurlijke (en financiële) steun is voor een ambitieus huisvestingsplan. Een campus is niet zomaar gebouwd. Er is positief gereageerd op de ideeën.

Medezeggenschap

In het onderzoek naar de beste vorm van samenwerken, maar ook bij uitwerking van voorkeurscenario’s, het worden van een samenwerkingsbestuur, is medezeggenschap benodigd. Inmiddels hebben beide bestuurders en de projectleider kennis gemaakt met de medezeggenschapsorganen van CSW en de Mondia Scholengroep. De kennismaking en de gesprekken die volgden zijn in goede sfeer verlopen en hebben bodem gecreëerd voor verdere uitwerking van de plannen.

De rol van toezicht

In de komende tijd wordt het onderzoek naar de gewenste vorm van samenwerken steeds meer concreet gemaakt en zullen vanuit de werkgroepen allerlei aanbevelingen worden geformuleerd. Ook vinden in de komende tijd gesprekken plaats met de (G)MR-en en Raden van Toezicht van beide organisaties en staan gesprekken gepland met de wethouders van de betrokken gemeenten. Uiteindelijk geven beide Raden van Toezicht goedkeuring op het voorgenomen bestuursbesluit als er een finale vorm van samenwerking voorligt. We hebben de twee voorzitters gevraagd naar hun rol en inbreng.

Wat brengt u mee in dit onderzoek als toezichthouder, maar ook als mens?

John Dane voorzitter RvT de Mondia Scholengroep: "Vooral gezond boerenverstand. Telkens zoeken naar de juiste vervolgstappen. Wat werkt wel en wat werkt niet. En dit vanuit een toezichthoudende rol voortdurend kritisch beoordelen. Het belangrijkste is dat we onze doelstelling: thuisnabij kwalitatief goed voortgezet onderwijs op Walcheren met behoud van de profielen, kunnen realiseren. Dat vind ik als toezichthouder waarbij wij een maatschappelijke opdracht hebben om goed onderwijs te verzorgen, maar ook als mens omdat goed onderwijs kan bijdragen aan een betere samenleving waarin we met en naast elkaar op een plezierige wijze kunnen leven. Verder vind ik zorgvuldigheid, goede communicatie en draagvlak buitengewoon belangrijk in dit proces. Vanuit mijn eigen ervaring als bestuurder weet ik hoe belangrijk dit is voor het slagen van het traject. Dat neem ik mee in dit onderzoek en draag van daaruit mijn steentje hierin bij."

Wat verwacht u van het onderzoek naar de beste vorm van samenwerken tussen CSW en de Mondia Scholengroep?

Alex de Fouw voorzitter RvT CSW: "Allereerst inzicht in de cultuur, missie en visie van beide scholen om te begrijpen welke overeenkomsten of verschillen er zijn. Want als je elkaar goed begrijpt, heb je een belangrijk fundament om op te bouwen. Iedere school heeft zijn unieke kenmerken, daarnaast zijn de scholen complementair aan elkaar. Hoe mooi is het om dit te behouden en elkaar te versterken in de uitdagingen van het voortgezet onderwijs op Walcheren. Er zijn al verschillende samenwerkingen tussen Mondia en CSW welke succesvol zijn. Het is belangrijk te weten te komen welke factoren hebben tot dit succes geleid en hoe kunnen deze worden ingezet voor verdere samenwerking in de toekomst. Ik gun het beide scholen om dit inzicht te krijgen door gesprekken met alle belanghebbenden zoals schoolleiders, docenten, ouders en leerlingen. Wat zijn hun verwachtingen en behoeften ten aanzien van de beste vorm van samenwerken?"

Medezeggenschap

De medezeggenschap richt vooral op de belangen van de scholengemeenschap, zoals leerlingen, ouders/ verzorgers en medewerkers. De beide (G)MR-en willen dat deze belanghebbenden worden gehoord en dat vanuit deze ‘achterban’ meegedacht kan worden om zo breed draagvlak te creëren. Bij het starten van onderzoek naar de beste vorm van samenwerken wordt aan de (G)MR-en advies gevraagd; bij het voorgenomen besluit van de voorliggende vorm van samenwerking is instemming benodigd. We hebben de twee voorzitters gevraagd naar hun rol en inbreng.

Hoe ziet u het onderwijs op Walcheren over twee jaar?

Jeanette Krieger voorzitter MR - CSW: "Als ik mag dromen, dan hoop ik dat CSW en Mondia hun sterke kanten zoals bijvoorbeeld het Gymnasium, de TTO-afdeling, het technasium, gepersonaliseerd leren en alle beroepsgerichte vakken verder kunnen ontwikkelen zonder met elkaar te moeten concurreren. Wij leggen samen het fundament voor een campus waar leerlingen in een veilige leeromgeving hun talenten kunnen ontwikkelen met behulp van enthousiaste docenten. Iedere leerling kan uit een breed scala aan vakken en onderwijsvormen kiezen en krijgt de ondersteuning, die hij nodig heeft."

Wat is de rol van de (G)MR in dit proces?

Silvio Kramer voorzitter PGMR - de Mondia Scholengroep: "De (G)MR speelt een cruciale rol in het samenwerkingsproces. Zij heeft de wettelijke taak om de belangen van alle betrokkenen – leerlingen, personeel en ouders – te behartigen. Daarbij beschikt de (G)MR over instemmings- en adviesrecht. Dit betekent dat een samenwerking niet kan worden gerealiseerd zonder instemming van de (G)MR. Als voorzitter ben ik mij zeer bewust van deze verantwoordelijkheid. Ik vind het van groot belang dat de (G)MR zich tijdens dit proces zorgvuldig laat informeren door alle betrokkenen. Waar nodig maken we gebruik van de mogelijkheid om externe deskundigen te raadplegen voor aanvullende ondersteuning. Daarnaast vind Ik het belangrijk dat de (G)MR de achterban vertegenwoordigt. Daarom staan binnen dit proces voor mij de kwaliteit van het onderwijs, de identiteit van de scholen en de werkgelegenheid centraal."

Vragen of aanmerkingen?

Mochten er, naar aanleiding van deze nieuwsbrief, nog vragen zijn, op- of aanmerkingen; mail deze naar cswmondia@mondia.nl. Tijdens de schoolvakantie wordt de mailbox niet gelezen.

Nieuwsbrief oktober 2024

"Samen voor het beste onderwijs op Walcheren"

237. Brief VEH onderzoek seniorvriendelijkste gemeente 04-12-2024

Het bestand 237. Brief VEH onderzoek seniorvriendelijkste gemeente 04-12-2024 kon niet correct worden ingeladen, het is mogelijk corrupt of beschadigd. Het originele bestand kunt u hier vinden: https://middelburg.raadsinformatie.nl/document/14918540/1/237_+Brief+VEH+onderzoek+seniorvriendelijkste +gemeente+04-12-2024?connection_type=17&connection_id=11258735

Seniorvriendelijkste gemeente van Nederland Onderzoek onder 34.600 leden (55+) van Vereniging Eigen Huis. Augustus 2024

Middelburg

Inhoudsopgave

Inleiding 3

Dit rapport bevat de resultaten van een onderzoek, uitgevoerd door Miles Research in opdracht van Vereniging Eigen Huis, onder netto 34.600 leden van Vereniging Eigen Huis van 55 jaar of ouder.

Prettig wonen

4

Betrokkenheid bij veranderingen in de woonomgeving

5

Doel van het onderzoek is het verkrijgen van inzicht in het ouderenbeleid van gemeenten in Nederland. Naast een prettige woonomgeving werd in de vragenlijst ingegaan op de volgende thema’s:

Beschikbaarheid van woningen voor ouderen

6

Voorzieningen in de gemeente

7

Ondersteuning en advies

8

Actief stimuleren van het gevoel van sociale verbondenheid

9

Mobiliteit

10

Kwaliteit van zorg en ondersteuning aan huis

11

Overview Resultaten per onderdeel:

1. 2 3. 4. 5. 6. 7.

Betrokkenheid bij veranderingen in de woonomgeving Beschikbaarheid van woningen voor ouderen Beschikbaarheid voorzieningen Ondersteuning en advies over ouder worden in de eigen woning Actief stimuleren van het gevoel van sociale verbondenheid Mobiliteit en het aanbieden van aangepaste vervoersdiensten Kwaliteit van zorg en ondersteuning aan huis

Het gemiddelde van deze 7 thema’s resulteert in een totaalscore per gemeente. Alleen van de gemeenten waar minimaal 50 beoordelingen van zijn ontvangen, is een aparte rapportage vervaardigd, en alleen deze gemeenten zijn meegenomen in de ranglijst. Het streepje met bijbehorende waarde in de grafieken per thema op pagina 4 t/m 11 staat voor de landelijk gemiddelde score. De open feedback per thema in deze rapportage is geanalyseerd met gebruikmaking van AI.

Resultaten: Gemeente Middelburg

2

Totaalscore

Ranking

Respons

6.0

143

91

Gemiddelde van alle onderdelen

Positie binnen 237 onderzochte gemeenten

Thema

Aantal leden dat de vragen beantwoord heeft

Thema ranking

Score

Landelijk gemiddelde

Ranking

Score 7.6

Landelijk 7.5 ge…

Betrokken bij veranderingen in de woonomgeving

4

5.9

5.8

Beschikbaarheid van woningen voor ouderen

6

5.3

4.8

Voorzieningen in uw gemeente

1

7.6

7.3

Ondersteuning en advies

5

5.6

5.7

Actief stimuleren van het gevoel van sociale verbondenheid

3

6.0

6.3

Mobiliteit

7

5.2

6.1

Kwaliteit van zorg en ondersteuning aan huis

2

6.6

6.3

Total

28

6.0

6.1

Thema Prettig om in te wonen

Resultaten: Gemeente Middelburg

3

Hoe prettig is uw gemeente om in te wonen voor 50-plussers? Een 1 staat voor zeer ontevreden, een 10 staat voor zeer tevreden. Prettig wonen 7.5

Positieve punten (7-10)

Aandachtspunten (1-6)

Aangenaam wonen en goede voorzieningen

Gewoon wonen (zeker kleiner) wordt vooral verdreven naar buitenwijken met weinig voorzieningen

Alle voorzieningen zijn dichtbij. Prettig wonen in Middelburg Alle voorzieningn zijn aanwezig, mooie en gezellige stad, en er wordt gebouwd voor senioren.

1

7.6

Alles goed bereikbaar te voet

10

Er zou meer aandacht moeten zijn voor goed begaanbare trottoirs. gewoon rustig en prettig wonen. gezellige provincie stad, rustig behoudens vakantie drukte

Results.Summary

Samenvatting

Middelburg biedt een rustige woonomgeving met goede voorzieningen zoals een grote bibliotheek, winkels, treinstation, en culturele activiteiten. De stad is goed bereikbaar te voet en heeft veel groen, vooral in wijken zoals St. Laurens. Echter, tijdens het toeristenseizoen neemt de drukte in het centrum toe, wat vooral voor ouderen problematisch kan zijn. Er zijn weinig seniorenwoningen en nieuwbouw staat dicht op elkaar. Wandelpaden zijn slecht onderhouden, vooral voor rolstoelen, en verkeerslichten zijn kort afgesteld. Het openbaar vervoer is onbetrouwbaar en essentiële winkels liggen buiten de stad. Ondanks deze nadelen voelen veel bewoners zich veilig en prettig in Middelburg, mede door de hulpvaardige gemeenschap en nabijheid van voorzieningen.

Goed wonen in de wijk St.Laurens van Middelburg. Veel voorzieningen zoals grote bibliotheek, winkelaanbod, treinstation, culturele activiteiten, bolwerken, wandel- en fietspaden. Vrij rustig alleen in het toeristenseizoen toegenomen drukte met name in het centrum.

Heel druk, veel te weinig voorzieningen voor fietsen. Binnenstad niet vriendelijk voor auto van inwoners. Ik merk niet veel van een 50++ beleid. Matig, met name door het (gebrek aan / chaotisch) beleid t.a.v. de binnenstad. Plannen die de provincie heeft met OV zijn rampzalig en het is nu al slecht. Slechte wandelpaden vooral voor rolstoelen Weinig actief bekend gemaakt over aktiviteiten binnen de gemeente voor 50+ Worden heel weinig senioren woningen gebouwd in Middelburg. Zeeland is een autoprovincie. Er is geen ouderentaxi zoals bijv. in Den Bosch. Ziekenhuis is ver weg en slecht bereikbaar met OV.

Resultaten: Gemeente Middelburg

4

Hoe beoordeelt u uw gemeentebestuur als het gaat over de mate waarin 50-plussers betrokken worden bij veranderingen in de woonomgeving? Een 1 staat voor zeer ontevreden, een 10 staat voor zeer tevreden. Betrokkenheid veranderingen 5.8

Positieve punten (7-10)

Aandachtspunten (1-6)

50+ niet goed vertegenwoordigd

Beleidsveranderingen worden slecht gecommuniceerd en de gemeente houdt zich vaak niet aan het eigen beleid.

de inwoners worden er wel bij betrokken mbt inspraakavonden etc, maar uiteindelijk worden de eigen plannen doorgedramd.

1 Results.Summary

5.9

10

Samenvatting

Er is weinig zichtbaarheid en communicatie van de gemeente richting de inwoners, vooral ouderen. Er lijkt een gebrek aan aandacht en betrokkenheid van bestuurders bij de behoeften van 50-plussers. Besluiten worden vaak al genomen voordat er inspraak mogelijk is, en inspraakavonden lijken weinig invloed te hebben. Beleidsveranderingen worden slecht gecommuniceerd en de gemeente houdt zich niet altijd aan het eigen beleid. Er zijn initiatieven zoals gymmen en vervoer naar het centrum voor ouderen, maar deze zijn beperkt. Woningbouw richt zich te veel op het duurdere segment en er is weinig overleg met inwoners over plannen. Informatiebrieven worden soms verstuurd, maar echte consultatie of inspraak ontbreekt. Over het algemeen voelen inwoners zich genegeerd en niet betrokken bij gemeentelijke beslissingen.

Geen betrokkenheid!

Ik weet eigenlijk niet wat hier wordt bedoeld. Wat wordt bedoeld met 'betrokken'? Aan mij wordt nooit iets gevraagd.

Heb niet de indruk dat bestuurders veel aandacht besteden aan ouderen.

seniorenraad adviseert gemeente.

Het gemeentebestuur doet toch wat ze zelf willen.

Wijk tafel

Horen of zien weinig van de gemeente.

Worden goed betrokken bij plannen voor de buurt

Teveel gerucht oo duurder segment wat betreft woningbouw.

Wordt niet erg actief naar gekeken

We krijgen soms informatiebrieven, daar blijft het bij. Dus verder geen consultatie of inspraak en niet specifiek voor 50-plus.

Ze doen ardid wat voor 50 plasseks zoals gymmen,af en toe een eettafel,vervoer naar het centrum.

We maken nu zelf mee dat we door instanties volledig genegeerd worden. Menselijke maat is weg!! Weinig overleg met die 'bestuurders'. Wordt eerst voorgekookt plan voorgelegd waar je op kunt schieten terwijl het besluit min of meer al is genomen.

Resultaten: Gemeente Middelburg

5

Hoe beoordeelt u uw gemeente als het gaat over de beschikbaarheid van woningen voor ouderen? Een 1 staat voor zeer ontevreden, een 10 staat voor zeer tevreden. Beschikbaarheid woningen 4.8

1 Results.Summary

5.3

Positieve punten (7-10)

Aandachtspunten (1-6)

Er mag wel meer gebouwd worden voor de modale bewoners.

Er is te veel vraag en te weinig aanbod

Er zouden wel wat meer en betaalbare woningen mogen komen.

Er zijn niet voldoende seniorenwoningen

Ik hoor dat doorstroming een probleem is.

Ouderen kunnen gewoon niet doorstromen terwijl daar veel behoefte aan is , zeker ook om jonge gezinnen een kans te geven.

Koopsector voldoende woningen; huursector onbekend Wordt veel gebouwd appartement en levensloop woningen

10

Onvoldoende aanbod van betaalbare seniorenwoningen

Te weinig betaalbare seniorenwoningen. Met tuin, dus geen appartement. Die zijn er genoeg. Te weinig en te duur. Dan blijft iedereen in zijn te grote oude woning zitten

Samenvatting

Vooral bouw in het duurdere segment.

Er is een groot tekort aan betaalbare seniorenwoningen, vooral met tuin, terwijl er genoeg appartementen zijn. Ouderen kunnen moeilijk doorstromen naar geschikte woningen, wat ook de kansen voor jonge gezinnen beperkt. De vraag naar seniorenwoningen is hoog, maar het aanbod is onvoldoende, vooral in het betaalbare segment. Er wordt voornamelijk in het duurdere segment gebouwd, en er is weinig nieuwbouw voor senioren. Initiatieven zoals de 12 patiohuizen in St. Laurens zijn positief, maar er is meer nodig. De gemeente werkt aan het verkleinen van het tekort, maar er zijn nog steeds hoge huren en conservatief beleid voor woningsplitsing en erfbebouwing. De schaarste aan woningen in Middelburg en de slechte gezondheidszorg en openbaar vervoer maken de situatie nog problematischer.

Weinig goedkope appartementen Weinig opties. Woningen voor ouderen te weinig beschikbaar

Resultaten: Gemeente Middelburg

6

Als u denkt aan de voorzieningen in uw gemeente, welk rapportcijfer geeft u dan? Een 1 staat voor zeer ontevreden, een 10 staat voor zeer tevreden. Voorzieningen 7.3

1

Results.Summary

7.6

Positieve punten (7-10)

Aandachtspunten (1-6)

Al het nodige is hier.

Eveneens matig

Alles is aanwezig en ligt dicht bij elkaar

geen winkels in onze wijk

Alles korte afstand bereikbaar

Het is er allemaal, maar niet gericht op 50++

De meeste voorzieningen zijn dichtbij

Het winkelaanbod is eenzijdig (mode, horeca) en mager.

Kleine stad, maar alles onder handbereik

huisarts te ver rijden en daar geen parkeergelegenheid, ondergrondse plastic te ver weg.

Ruim voldoende voorzieningen en bereikbaar.

10

Voldoende beschikbaar. Kan altijd beter natuurlijk Vrijwel alle voorzieningen zijn aanwezig.

Nieuwe inwoners vinden geen huisarts/tandarts. Wachttijden bij bv oogarts een jaar. winkel centra op afstand en centrumstad nog verder weg. Ziekenhuis ontbreekt; de huisartsenpost is 5 km ver en niet bereikbaar met OV.

Samenvatting

De voorzieningen in de stad zijn over het algemeen voldoende en liggen dicht bij elkaar, wat zorgt voor een goede bereikbaarheid. De meeste noodzakelijke voorzieningen zijn aanwezig, hoewel er enkele tekortkomingen zijn, zoals een gebrek aan huisartsen, tandartsen en een ziekenhuis. Wachttijden voor specialisten zoals oogartsen zijn lang, en inwoners moeten vaak uitwijken naar andere regio's zoals ZuidBeveland en Zeeuws-Vlaanderen. Er zijn ook klachten over de bereikbaarheid van huisartsen en het ontbreken van parkeergelegenheid. Winkels en culturele voorzieningen zijn beperkt en niet altijd gericht op senioren. Hoewel de voorzieningen voor een stad van deze omvang (50.000 inwoners) redelijk zijn, is er ruimte voor verbetering, vooral op het gebied van gezondheidszorg en diversiteit in het winkelaanbod.

Resultaten: Gemeente Middelburg

7

Als u denkt aan ondersteuning en advies die u van uw gemeente kunt krijgen over ouder worden in de eigen woning, welk rapportcijfer geeft u dan? Een 1 staat voor zeer ontevreden, een 10 staat voor zeer tevreden. Ondersteuning & advies 5.7

1 Results.Summary

5.6

10

Positieve punten (7-10)

Aandachtspunten (1-6)

Antwoord enigszins een gok, maar WMO aanvraag mogelijk. Geen ervaring mee.

Is er wel maar erg ambtelijke benadering, veel papier werk.

Dat is in elke stad ander denk ik, heb er nog geen gebruik van gemaakt

Je moet overal zelf achteraan om dit uit te vinden, voorlichting vanuit de gemeente is minimaal of voor ouderen moeilijk te vinden.

Ik ontvang geregeld post van de gemeente met adviezen op deze gebieden.

Je moet zelf overal achteraan en als je niet weet bjj wie je wezen moet kom je niet ver.

Voor zover ik weet niet er actief.

We zijn nog nooit benaderd door de gemeente.

Wordt mee gedacht

Weinig activiteiten waargenomen.

Ze staan je bij

Weinig communicatie.

Samenvatting

Veel mensen zijn niet bekend met de voorzieningen en ondersteuning vanuit de gemeente, en er is weinig actieve publiciteit en communicatie hierover. Sommigen hebben nog nooit gebruik gemaakt van deze voorzieningen of weten niet waar ze informatie kunnen vinden. Er is een gevoel dat men zelf veel moet uitzoeken en dat de voorlichting minimaal is, vooral voor ouderen. Enkele mensen ontvangen wel post van de gemeente met adviezen, en er wordt soms meegedacht. Er zijn ook opmerkingen over de ambtelijke benadering en het vele papierwerk. Sommigen hebben hun woning levensloopbestendig gemaakt zonder voorlichting of subsidie van de gemeente. Er zijn weinig activiteiten waargenomen en men heeft weinig ervaring met WMOaanvragen.

Resultaten: Gemeente Middelburg

8

Welk rapportcijfer geeft u aan uw gemeente als u denkt aan het actief stimuleren van het gevoel van sociale verbondenheid in uw gemeente? Een 1 staat voor zeer ontevreden, een 10 staat voor zeer tevreden. Stimuleren verbondenheid 6.3

1

6.0

Positieve punten (7-10)

Aandachtspunten (1-6)

Dat wordt hier gestimuleerd door wijktafels en door inlichtingen bij de bieb of bij het buurthuis

Afwezig

De weg waarlangs we ‘op de hoogte’ worden gehouden is de ‘BODE’ , een huis aan huisblad. Deze verschijnt echter bijna niet of onregelmatig!

Geen contact

Gebeurt wel Gemeente pos. bezig

10

Gemeente stimuleert sociale betrokkenheid. Vaak wijktafels en betrokkenheid van inwoners gevraagd.

Results.Summary

Samenvatting

Woon in een m jonge wijk met veel buurtinitiatieven

Er worden niet altijd deskundige medewerkers ingezet. Je moet het echt zelf doen, zelf op zoek, en alles is duur!!! nog nooit iets van vernomen. Slechte voorlichting en te weinig activiteiten in de buurten stimuleren? Er wordt hier niets gestimuleerd Wel een digitaal initiatief. Maar wijkgebonden vrij beperkt het is er wel alleen weinig actief.

Er zijn gemengde ervaringen met digitale initiatieven en sociale betrokkenheid in de wijk. Sommigen merken weinig tot niets van de activiteiten en vinden de communicatie slecht, terwijl anderen positieve inspanningen van de gemeente zien. Er is kritiek op het gebrek aan deskundige medewerkers en de onregelmatige verschijning van informatiebladen zoals de 'BODE'. In sommige wijken zijn er weinig activiteiten en wordt sociale cohesie ondermijnd door tijdelijke bewoning. Er zijn initiatieven zoals wijktafels en buurtinitiatieven, maar deze zijn niet altijd succesvol. De mate van stimulering van sociale activiteiten lijkt ook afhankelijk van de politieke kleur van het stadsbestuur. Over het algemeen is er een gevoel dat men zelf actief op zoek moet gaan naar informatie en activiteiten.

Resultaten: Gemeente Middelburg

9

Welk rapportcijfer geeft u aan uw gemeente als u denkt mobiliteit, zoals de toegankelijkheid en frequentie van openbaar vervoer en het aanbieden van aangepaste vervoersdiensten? Een 1 staat voor zeer ontevreden, een 10 staat voor zeer tevreden. Mobiliteit 6.1

Positieve punten (7-10)

Aandachtspunten (1-6)

Dat is elk jaar minder.

Alleen doorgaande lijnen. Geen vervoer vanuit wijken naar centrum

Er is eens per uur een bus van mijn buurt naar het centrum. Het is niet veel, maar iets. Verder moet ik fietsen of een taxi nemen.

1

5.2

10

Gemeente/provincie doet haar best, lastig in een inwonersarme stad/provincie.

Busvervoer is zeer tijdrovend Je kunt amper zonder auto Zeker niet als je naar een ziekenhuis moet

Ik fiets en rij auto, dus ik maak geen gebruik van diensten. Maar ik zie geregeld vervoer voor rolstoelhouders aankomen en vertrekken.

De bussen rijden later op de avond niet meer.

Is niet zo goed Results.Summary

Samenvatting

De opmerkingen geven een beeld van de uitdagingen en beperkingen van het openbaar vervoer in de regio. Veel mensen ervaren het openbaar vervoer als onvoldoende, met te weinig buslijnen en beperkte routes, vooral in buitengebieden. De busdiensten zijn tijdrovend en rijden vaak niet 's avonds of in het weekend. Er is een gebrek aan treinverbindingen met de Randstad en het station in Middelburg is in slechte staat. Sommige mensen zijn afhankelijk van eigen vervoer of taxi's, die prijzig zijn. Er zijn ook zorgen over bezuinigingen en het verdwijnen van bushaltes, die vervangen worden door mobiliteitshubs. Hoewel sommigen geen gebruik maken van het openbaar vervoer, wordt de algehele situatie als slecht en ontoereikend ervaren.

Busvervoer in Zeeland is gewoon slecht.

M.i. Redelijk Zoals eerder aangegeven, regelmatig is er geen treinverbinding met de randstad en het station Middelburg is verpauperd.

Resultaten: Gemeente Middelburg

Er is geen lokaal openbaar vervoer. Er is te weinig openbaar vervoer. Er wordt slechts een beperkte route gereden. Het OV is sowieso slecht in mijn gemeente. Zowel voor jongeren als ouderen Openbaar vervoer nauwelijks beschikbaar.

10

Welk rapportcijfer geeft u aan uw gemeente als het gaat over de kwaliteit van zorg en ondersteuning aan huis? Een 1 staat voor zeer ontevreden, een 10 staat voor zeer tevreden. Zorg en ondersteuning aan huis 6.3

Positieve punten (7-10)

Aandachtspunten (1-6)

Er zijn wel initiatieven, maar ik ben er te weinig bekend mee

ben zelf mantelzorger maar nog nooit iets gehoord van ondersteuning.

Heb er zelf nog niet mee te maken, maar de mensen in mijn omgeving zijn daar positief over Ik heb enkele malen thuiszorg nodig gehad. Dat ging prima.

1 Results.Summary

6.6

Is wel goed , mijn vrouw maakt hier gebruik van. Kwaliteit van zorg lijdt door personeelstekort

nog geen gebruik van gemaakt maar wordt weinig bekendheid aan gegeven Ze proberen het wel maar in de praktijk laat het veel te wensen over.

10

Samenvatting

Veel mensen hebben nog geen ervaring met de zorg en ondersteuning voor 50-plussers, en er is een algemeen gevoel dat het moeilijker is om toegang te krijgen tot deze diensten. Er zijn zorgen over de kwaliteit van zorg door personeelstekorten, en hoewel er initiatieven zijn, is er weinig bekendheid mee. Sommigen hebben positieve ervaringen met thuiszorg, terwijl anderen vinden dat de praktijk te wensen overlaat. Er is een gebrek aan duidelijk beleid en bekendheid met beschikbare ondersteuning, vooral voor mantelzorgers. In Zeeland is er een groot personeelstekort en veel vergrijzing, wat de situatie bemoeilijkt. Over het algemeen is er een mix van onbekendheid en gemengde ervaringen met de zorg voor 50-plussers.

Resultaten: Gemeente Middelburg

11

233. Ledenbrief nieuwe model verordening jeugdhulp

Het bestand 233. Ledenbrief nieuwe model verordening jeugdhulp kon niet correct worden ingeladen, het is mogelijk corrupt of beschadigd. Het originele bestand kunt u hier vinden: https://middelburg.raadsinformatie.nl/document/14901131/1/233_+Ledenbrief+nieuwe_model_verordening_jeugdhulp?connection_type=17&connection_id=11245795

233. Bijlage 1. implementatiehandleiding bij model verordening jeugdhulp

Het bestand 233. Bijlage 1. implementatiehandleiding bij model verordening jeugdhulp kon niet correct worden ingeladen, het is mogelijk corrupt of beschadigd. Het originele bestand kunt u hier vinden: https://middelburg.raadsinformatie.nl/document/14901130/1/233_+Bijlage+1_+implementatiehandleiding_bij_model_verordening_jeugdhulp?connection_type=16&connection_id=994612

Model Verordening jeugdhulp (nieuw model, 3 december 2024 Leeswijzer modelbepalingen - […] of (bijvoorbeeld) [tijdstip] = door gemeente in te vullen. - [iets OF iets] = door gemeente te kiezen. - [iets] = facultatief. - [(iets)] = een voorbeeld ter illustratie of uitleg voor gemeente. Combinaties zijn ook mogelijk; bijvoorbeeld een bepaling die zowel facultatief is als een keuzemogelijkheid inhoudt. Ook wordt er gewerkt met varianten waaruit gekozen kan worden. Hierbij kan het voorkomen dat de ene variant uit meer artikelen of artikelleden bestaat dan een andere variant. Let op dat de nummering of lettering bij het niet overnemen van een facultatief artikel, lid, of onderdeel moet worden aangepast. Bij een opsomming wordt zo nodig achter het voorlaatste onderdeel “en” of “of” geplaatst en wordt het laatste onderdeel afgesloten met een “.” of een “,” als er nog een staarttekst volgt. Nadere uitleg wordt opgenomen in de implementatiehandleiding.

Verordening van de raad van [gemeente] houdende bepalingen over Jeugdhulp [eventueel jaartal] (Verordening jeugdhulp [naam gemeente en eventueel jaartal]) De raad van de gemeente [naam gemeente]; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van [datum en nummer]; gelet op de artikelen 2.9, 2.10, 2.11 [en 8.1.1, derde lid,] van de Jeugdwet; gezien het advies van [naam commissie]; besluit vast te stellen de Verordening jeugdhulp [naam gemeente en eventueel jaartal]. HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1. Definities In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: - andere voorziening: voorziening anders dan in het kader van de wet, op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen; - budgetbeheerder: wettelijk vertegenwoordiger of gemachtigde van de budgethouder; - budgethouder: de persoon die een pgb ontvangt op grond van de wet; - college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente [naam gemeente]; - hulpvraag: behoefte van een jeugdige of zijn ouder(s) aan jeugdhulp in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen; - individuele voorziening: voorziening als bedoeld in artikel 2, tweede lid; - iJw: door het Zorginstituut beheerde standaarden als bedoeld in artikel 2.15, derde lid, van de wet bestaande uit bedrijfsregels, berichtenstandaarden

en berichtspecificaties, overeenkomstig artikel 1, van de Regeling Jeugdwet; - overige voorziening: voorziening als bedoeld in artikel 2, eerste lid; - pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 8.1.1, van de wet, zijnde een door het college verstrekt budget aan een jeugdige of zijn ouder(s), dat hen in staat stelt de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort van derden te betrekken; - wet: Jeugdwet.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

vng.nl

HOOFDSTUK 2. VORMEN VAN JEUGDHULP Artikel 2. Vormen van jeugdhulp 1. De volgende vormen van overige voorzieningen zijn beschikbaar: a. […]; b. […]; c. […]. 2. De volgende vormen van individuele voorzieningen zijn beschikbaar: a. […]; b. […]; c. […]. 3. De volgende individuele voorzieningen hebben in beginsel de volgende maximale duur en frequentie: a. [voorziening]: maximaal [periode] en maximaal […] maal per [tijdseenheid]; b. [voorziening]: maximaal [periode] en maximaal […] maal per [tijdseenheid]; c. […]. 4. Het college maakt in het kader van de inkoop- of subsidierelatie en met inachtneming van het derde lid met aanbieders op geaggregeerd niveau afspraken over in ieder geval de volgende aspecten van de individuele voorzieningen: a. doelgroepen; b. activiteiten; c. doorlooptijd; d. intensiteit; e. kwaliteit; f. beoogd resultaat; en g. vermelding productcode iJw. HOOFDSTUK 3. TOEGANG TOT JEUGDHULPVOORZIENINGEN Artikel 3. Toegang jeugdhulp via de huisarts, medisch specialist of jeugdarts 1. Het college zorgt, overeenkomstig artikel 2.6, eerst lid, aanhef en onder e, van de wet, voor de inzet van jeugdhulp na een verwijzing door de huisarts, medisch specialist of jeugdarts naar een jeugdhulpaanbieder, als en voor zover de jeugdhulpaanbieder van oordeel is dat inzet van jeugdhulp nodig is. 2.

Jeugdhulp die na verwijzing door de huisarts, medisch specialist of jeugdarts aan een jeugdige of zijn ouder(s) is verleend door een aanbieder van jeugdhulp die geen contract of subsidierelatie met de gemeente heeft, komt, behalve als er voldaan is aan de voorwaarden voor een pgb verstrekking, niet voor vergoeding door de gemeente in aanmerking als het college soortgelijke jeugdhulp kan laten leveren door een jeugdhulpaanbieder waarmee de gemeente wel een contract- of subsidierelatie heeft. [3. Van het tweede lid kan uitsluitend worden afgeweken als het college daarmee schriftelijk heeft ingestemd voorafgaand aan de start van de zorgverlening op grond van bijzondere feiten of omstandigheden.] 4. De jeugdhulpaanbieder houdt zich bij het beoordelen van de hulpvraag na een verwijzing aan de regels in deze verordening en de afspraken die hij daarover met de gemeente heeft gemaakt in het kader van de contract- of subsidierelatie. Artikel 4. Toegang jeugdhulp via de gemeente 1. Jeugdigen en ouders kunnen met hun hulpvraag terecht bij het college. 2. Het eerste contact over de hulpvraag wordt aangemerkt als een aanvraag in de zin van de Algemene wet bestuursrecht als is voldaan aan de vormvoorschriften bedoeld in de artikelen 4:1 en 4:2, van de Algemene wet bestuursrecht. 3.

Het college merkt een ondertekend verslag van het gesprek als bedoeld in artikel 8 aan als een aanvraag als er, gelet op het tweede lid, nog geen aanvraag is ingediend en dit daarop door de belanghebbende is aangegeven.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

2/43

4. Als een jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger jeugdhulp zelf wenst in te kopen met een pgb, dient hij daartoe een pgb-plan in als bedoeld in artikel 16. Een door de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger ondertekend pgb-plan wordt aangemerkt als aanvraag voor een pgb. 5. Het college neemt het besluit op een aanvraag uiterlijk binnen [(tien)] weken na ontvangst van de aanvraag. 6. Het college legt het besluit op een aanvraag voor een individuele voorziening vast in een beschikking. 7. In spoedeisende gevallen treft het college zo spoedig mogelijk een passende individuele voorziening. Het college legt de beslissing omtrent de inzet van hulp in dat geval zo snel mogelijk, maar in ieder geval binnen [(4)] weken na de start van de hulp, vast in een beschikking. HOOFDSTUK 4. BEHANDELING VAN EEN AANVRAAG OM EEN INDIVIDUELE VOORZIENING; ONDERZOEK EN BESLUITVORMING VIA DE GEMEENTE Artikel 5. Onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren 1. Als bij het college een aanvraag om een individuele voorziening wordt ingediend, voert het college in samenspraak met de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijke vertegenwoordiger zo spoedig mogelijk[, maar uiterlijk binnen [(zes)] weken,] een onderzoek uit overeenkomstig het tweede tot en met zevende lid en maakt zo spoedig mogelijk een afspraak voor een gesprek.

[In overleg met het college kunnen de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger de aanvraag lopende het onderzoek wijzigen.] 2. Het college wijst voor het onderzoek op de mogelijkheid om gebruik te maken van een vertrouwenspersoon als bedoeld in artikel 2.5, van de wet en van gratis cliëntondersteuning als bedoeld in artikel 2.2.4, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. 3. Voordat het onderzoek van start gaat, kunnen de jeugdige of zijn ouder(s) het college een familiegroepsplan verstrekken. Het college brengt hen van deze mogelijkheid op de hoogte en stelt hen gedurende [(twee)] weken na de aanvraag in de gelegenheid het plan te overhandigen. Als de jeugdige of zijn ouder(s) daarom verzoeken, zorgt het college voor ondersteuning bij het opstellen van het familiegroepsplan. 4. Het college kan in overleg met de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijke vertegenwoordiger afzien van een onderzoek als de aanvraag wordt ingetrokken. Dat wordt schriftelijk bevestigd. 5. Het college onderzoekt wanneer een jeugdige of een ouder of een wettelijke vertegenwoordiger zich meldt met een vraag over jeugdhulp met de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger: a. wat de hulpvraag van de jeugdige of zijn ouder(s) is en wat die hulpvraag heeft doen ontstaan; b.

de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de jeugdige en zijn ouder(s), de veiligheid en ontwikkeling van de jeugdige en de gezinssituatie; c. of sprake is van psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking van de jeugdige, opvoedingsproblemen van de ouder(s) of adoptiegerelateerde problemen, en zo ja dan onderzoekt het college achtereenvolgens: 1°. welke problemen of stoornissen dat zijn; 2°. welke hulp naar aard en omvang nodig is voor de jeugdige om, rekening houdend met zijn leeftijd en ontwikkelingsniveau, gezond en veilig op te groeien, te groeien naar zelfstandigheid en voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren; 3°. of en in hoeverre de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouder(s) en van het sociale netwerk toereikend zijn om zelf de nodige hulp en ondersteuning te kunnen bieden; en 4°. voor zover de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn, de mogelijkheden om met de inzet van een andere voorziening, overige voorziening of individuele voorziening te voorzien in de nodige ondersteuning en hulp; d. hoe bij de bepaling van de aangewezen vorm van jeugdhulp zo goed mogelijk rekening kan worden gehouden met de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige en zijn ouder(s);

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

3/43

e. indien van toepassing, hoe de toekenning van een individuele voorziening zo goed mogelijk kan worden afgestemd op andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, werk en inkomen. 6. Als de jeugdige of zijn ouder(s) een familiegroepsplan aan het college hebben overhandigd, betrekt het college dat plan bij het onderzoek. Bij het onderzoek wordt ook de jeugdige zoveel mogelijk betrokken en gehoord. 7. Bij het onderzoek wordt aan de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijke vertegenwoordiger medegedeeld welke mogelijkheden er bestaan om te kiezen voor de verstrekking van een pgb. De jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijke vertegenwoordiger wordt in begrijpelijke bewoordingen ingelicht over de gevolgen van die keuze. Artikel 6. Deskundig oordeel, advies en voorbereiding van de besluitvorming 1. Het college wint, met in achtneming van artikel 2.1, van het Besluit Jeugdwet, een specifiek deskundig oordeel en advies in, als het onderzoek of de beoordeling van een aanvraag dit vereist. 2. Het in het eerste lid bedoelde advies wordt uitgebracht door of onder verantwoordelijkheid van een adviseur die beschikt over een registratie als professional: a. bij de Stichting Kwaliteitsregister Jeugd in het kwaliteitsregister jeugd; b. bij het Nederlands Instituut van Psychologen in het register Kinder- en Jeugdpsychologen; of c.

op grond van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg in het BIG-register. 3. Het college treft voorzieningen waarmee is gewaarborgd dat het onderzoek en de voorbereiding van de besluitvorming via de gemeente op zorgvuldige wijze plaatsvindt, in het bijzonder door te voorkomen dat (medewerkers van) de organisatie die de jeugdhulp biedt of mogelijk gaat bieden, ook het advies geeft over het al dan niet toekennen van jeugdhulp of het daarop betrekking hebbende besluit neemt. Artikel 7. Identificatie 1. Bij het onderzoek stelt het college de identiteit van de jeugdige en zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger vast aan de hand van een door hen ter inzage verstrekt document als bedoeld in artikel 1, van de Wet op de identificatieplicht. 2. Ten aanzien van personen zonder de Nederlandse nationaliteit merkt het college voor de wet als geldig identiteitsbewijs aan: a. een vreemdelingendocument van het type I, II, III, IV of EU/EER; b. een verblijfskaart Ministerie van Buitenlandse Zaken (legale vreemdelingen); c. een buitenlands paspoort; of d. een vreemdelingendocument van het type W (asielzoekers). Artikel 8. Verslag 1. Binnen […] werkdagen na het onderzoek verstrekt het college aan de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger een schriftelijke weergave van het uitgevoerde onderzoek en het in verband daarmee gevoerde gesprek.

Opmerkingen of latere aanvullingen van de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger worden door hen aan het verslag toegevoegd. 2. Het college vergewist zich ervan dat de jeugdige en zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger de uitleg over de uitkomsten van het onderzoek hebben begrepen. 3. Als uit het verslag of de opmerkingen of latere aanvullingen van de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger blijkt dat een individuele voorziening is aangewezen of gewenst is, wordt het verslag ondertekend door de jeugdige of de jeugdige en zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger en door deze teruggestuurd. 4. Als uit het verslag blijkt dat gezamenlijke conclusie is dat de hulpvraag kan worden opgelost met eigen mogelijkheden en het eigen probleemoplossend vermogen, dan wel door gebruik van een andere of overige voorziening, dan wordt het verslag ondertekend door de jeugdige of de jeugdige en zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger en door deze teruggestuurd. In dat geval geldt het ondertekende verslag voor zover er een aanvraag was ingediend als intrekking van die aanvraag voor een individuele voorziening. Artikel 9. Criteria voor toekenning van een individuele voorziening

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

4/43

1. Onverminderd dat jeugdhulp toegankelijk is na verwijzing door de huisarts, de medisch specialist en de jeugdarts, komt een jeugdige of ouder in aanmerking voor een door het college verleende individuele voorziening als het college van oordeel is dat de jeugdige of ouder jeugdhulp nodig heeft in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen en voor zover de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn en gebruikmaking van een andere of overige voorziening deze noodzaak niet kan verminderen of wegnemen. 2. Overeenkomstig de definitie van jeugdhulp uit artikel 1.1, van de wet wordt geen individuele voorziening verstrekt voor hulp of ondersteuning aan een jeugdige die niet noodzakelijk is op grond van een psychisch probleem of stoornis, psychosociaal probleem, gedragsprobleem of beperking, maar die voortkomt uit een behoefte die past bij de normale ontwikkeling van de jeugdige van een bepaalde leeftijd. Bij de beoordeling hiervan [wordt aangesloten bij de uitgangspunten voor gebruikelijke zorg uit hoofdstuk 4 van de Beleidsregels indicatiestelling Wlz 2024 zoals deze luidden op 1 januari 2024 OF gelden de volgende uitgangspunten: […]]. 3. Een andere of overige voorziening kan de noodzaak verminderen of wegnemen als deze: a. daadwerkelijk beschikbaar is; en b. passend en toereikend is voor de hulpvraag. 4.

Als een individuele voorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst adequate, tijdig beschikbare voorziening. 5. Een individuele voorziening jeugdhulp wordt toegekend als de inzet van de voorziening doeltreffend geacht kan worden. De doeltreffendheid beoordeelt het college door vast te stellen of de individuele voorziening wezenlijk bijdraagt aan het oplossen van de hulpvraag en [waar beschikbaar] er wordt gewerkt met een bewezen effectieve interventie en nooit met een bewezen niet effectieve interventie. 6. Er is sprake van bewezen effectieve voorzieningen als de effectiviteit is vastgesteld in wetenschappelijk onderzoek en de interventie(s) zijn opgenomen als zijnde ‘erkend’ in: a. de Databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut; b. de zorgstandaarden van de GGZ Standaarden; c. de databank voor interventies gericht op jeugdigen met een beperking (databank interventies gehandicaptenzorg); [d. […].] [7. In situaties waarbij ouders begeleiding, behandeling of ondersteuning ten gevolge van maatschappelijke of eigen psychische of relationele problemen nodig hebben en er naar het oordeel van het college geen sprake is van een hulpvraag als bedoeld in deze verordening, komt een jeugdige of zijn ouder(s) niet in aanmerking voor een door het college te verlenen individuele voorziening als bedoeld in deze verordening. 8.

Het voorgaande lid is niet van toepassing als er parallel aan een hulpvraag sprake is van meervoudige problematiek in de context van het gezin.] Artikel 10. Beoordeling eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen 1. Een individuele voorziening wordt niet verstrekt als naar het oordeel van het college uit het onderzoek blijkt dat de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige of zijn ouder(s) toereikend zijn om binnen de eigen mogelijkheden, zo nodig met inzet van het sociale netwerk of met ondersteuning van andere (hulpverlenende) instellingen, de hulp te bieden die passend is bij de hulpvraag van de jeugdige of zijn ouder(s). 2. Tot het sociale netwerk behoren andere personen binnen de kring van familie, vrienden, kennissen en bekenden die van betekenis zijn voor- en bijdragen aan het welzijn en welbevinden van de jeugdige of zijn ouder(s). 3. Tot de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen behoort in elk geval het aanspreken van een aanvullende zorgverzekering als die is afgesloten. 4.

Bij de beoordeling van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen, bedoeld in het eerste lid, neemt het college, gelet op het bepaalde in de artikelen 82 en 247, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, tot uitgangspunt dat de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen, ook als sprake is van psychische problemen of stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of beperkingen, allereerst bij de ouder(s) zelf ligt en dat de hulp die daarvoor nodig is in beginsel ook door hen geleverd kan worden. Uit het onderzoek

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

5/43

kan evenwel blijken dat de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouder(s) tekortschiet, omdat sprake is van: a. geobjectiveerde beperkingen om noodzakelijke hulp te bieden; b. een gebrek aan kennis of vaardigheden om noodzakelijke hulp te bieden; of c. overbelasting of dreigende overbelasting, waardoor geen noodzakelijke hulp kan worden verwacht totdat deze belasting of dreigende overbelasting is opgeheven. 5. Bij de beoordeling van het vierde lid, onder c, wordt ook vastgesteld welke mogelijkheden de ouder(s) hebben om de overbelasting of dreigende overbelasting op te heffen, waarbij redelijkerwijs verwacht mag worden dat de ouder(s) maatschappelijke activiteiten beperken en betaalde arbeid verminderen of anders organiseren om overbelasting of dreigende overbelasting op te heffen. Hierbij houdt het college ook rekening met: a. de behoefte en mogelijkheden van de jeugdige; b. de duur van de inzet, waarbij als uitgangspunt geldt dat kortdurende inzet van niet langer dan [(3)] maanden in een jaar niet tot overbelasting leidt; c. de planbaarheid van de hulp; d. de benodigde ondersteuningsintensiteit; e. de samenstelling van het gezin en de woonsituatie; f. de noodzaak van de ouder(s) om in een inkomen te voorzien; en [g. […].] Artikel 11. Vervoer 1.

Uitgangspunt is dat ouder(s) zelf verantwoordelijk zijn voor vervoer van de jeugdige van en naar de jeugdhulpaanbieder. [Hierbij wordt [aantal] keer brengen en halen rijden per week in ieder geval beschouwd als behorend tot de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouder(s).] 2. Een vervoersvoorziening wordt alleen verstrekt aan de jeugdige ten behoeve van het vervoer van de jeugdige naar en van de locatie waar de jeugdhulp plaatsvindt. 3. Een vervoersvoorziening wordt alleen aan de jeugdige toegekend als naar het oordeel van het college is aangetoond dat er een noodzaak bestaat tot inzet van deze voorziening. 4. Het college beoordeelt, overeenkomstig artikel 10, in elke individuele situatie of er specifieke omstandigheden zijn waardoor de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige of zijn ouder(s) onvoldoende zijn om de eigen verantwoordelijkheid voor het vervoer op zich te nemen. [5. Als naar het oordeel van het college een passende voorziening beschikbaar is waarvoor geen vervoer geïndiceerd hoeft te worden, is deze voorziening voorliggend op een indicatie waarvoor wel vervoer geïndiceerd moet worden.] Artikel 12. Dyslexie 1. De zorg voor kinderen tot 13 jaar met ernstige dyslexie (ED), dyslexiezorg, valt onder de wet. [2.

Voor dyslexiezorg geldt dat deze alleen toegankelijk is voor de jeugdige nadat de ED-specialist van het Samenwerkingsverband Primair Onderwijs [naam] op basis van het Protocol Dyslexie Diagnostiek en Behandeling [versie] van oordeel is dat diagnostiek dan wel de behandeling van Ernstige Dyslexie noodzakelijk is.] [Artikel 13. Vaktherapie 1. Vaktherapie is een non-verbale behandelvorm die uitgaat van doen en ervaren. Vaktherapie is de overkoepelende naam voor de volgende vaktherapeutische disciplines: a. beeldende therapie; b. danstherapie; c. dramatherapie; d. muziektherapie; e. psychomotorische therapie; f. psychomotorische kindertherapie; en g. speltherapie 2. Vaktherapie wordt uitgevoerd door een vaktherapeut. Dat is een professional die [een erkende opleiding op HBO/master niveau voor vaktherapie heeft volbracht. Een erkende opleiding is

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

6/43

een door de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie geaccrediteerde opleiding OF een door de desbetreffende beroepsverenigingen voor vaktherapeutische beroepen (aangesloten bij de Federatie Vaktherapeutische Beroepen) erkende bachelor of masteropleiding in een van de vaktherapeutische beroepen of een door de beroepsverenigingen erkende buitenlandse bachelor of masteropleiding heeft volbracht]. 3. Vaktherapie kan alleen worden ingezet vanuit de wet als naar het oordeel van het college sprake is van een noodzakelijke bijdrage aan de jeugdhulp en als er geen alternatief beschikbaar is. 4. De behandelaar van een jeugdhulpaanbieder of medewerker van het [Sociaal Wijkteam OF CJG OF […]] moet advies geven over vaktherapie als een noodzakelijk onderdeel van de totale behandeling. 5. Vaktherapie kan alleen worden ingezet onder verantwoordelijkheid van [een regiebehandelaar OF een professional die is ingeschreven in het Register Vaktherapie]. 6. Het maximaal aan uren behandeling dat vergoed wordt door de gemeente is [aantal] uren op jaarbasis. [Als de ouder(s) aanvullend verzekerd zijn, dan moet het aantal uren behandeling dat via de zorgverzekering wordt vergoed worden afgetrokken van de maximale inzet.

OF Als ouders aanvullend verzekerd zijn, dan moet het maximaal aantal uren behandeling dat via de zorgverzekering wordt vergoed worden afgetrokken van het maximale aantal uren dat voor deze behandeling kan worden geïndiceerd.] [Artikel 14. Kinderopvang en buitenschoolse opvang 1. Reguliere kinderopvang en reguliere buitenschoolse opvang is geen vorm van jeugdhulp. 2. In uitzonderlijke situaties als een kind extra begeleiding of specialistische begeleiding nodig heeft vanwege opgroei-, opvoedings- en psychische problemen en stoornissen, die niet door medewerkers van de opvang kan worden geboden en niet van ouder(s) kan worden verwacht, kan vanuit de wet in het kader van de kinderopvang en buitenschoolse opvang begeleiding worden ingezet.] Artikel 15. Inhoud beschikking individuele jeugdhulpvoorziening [1. In de beschikking tot verstrekking van een individuele voorziening wordt in ieder geval aangegeven of de voorziening in natura of in de vorm van een pgb wordt verstrekt en wordt tevens aangegeven hoe bezwaar tegen de beschikking kan worden gemaakt.] 2. Bij het verstrekken van een voorziening in natura wordt in de beschikking [tevens] in ieder geval vastgelegd: a. wat de te verstrekken voorziening is en wat de omvang en het beoogde resultaat daarvan zijn; b. wat de ingangsdatum en duur van de verstrekking is; en c.

indien van toepassing, welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn. 3. Bij het verstrekken van een voorziening in de vorm van een pgb wordt in de beschikking [tevens] in ieder geval vastgelegd: a. voor welk resultaat het pgb moet worden aangewend; b. welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb; c. wat de hoogte van het pgb is en hoe hiertoe is gekomen; d. welke voorwaarden aan het pgb verbonden zijn; e. wat de duur is van de verstrekking waarvoor het pgb is bedoeld; en f. de wijze van verantwoording van de besteding van het pgb. [4. Het ondertekende verslag, bedoeld in artikel 8, maakt in zijn geheel deel uit van de beschikking.] HOOFDSTUK 5. AANVULLENDE REGELS VOOR EEN INDIVIDUELE JEUGDHULPVOORZIENING IN DE VORM VAN EEN PGB Artikel 16. Aanvullende regels om in aanmerking te komen voor een pgb 1. Als een jeugdige of zijn ouder(s) in aanmerking komen voor een individuele voorziening, maar de jeugdhulp zelf wensen in te kopen door middel van een pgb, dienen de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger daartoe een pgb-plan in [volgens een door het college ter beschikking gesteld format]. In het pgb-plan is opgenomen:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14977516/1