247. Verzoek Kledingbank Zeeland om gemeentelijke financiering nieuwe huisvesting
Tekst van het document
Aan: de gemeenteraden en colleges van Middelburg, Veere en Vlissingen
Betreft: Brief Kledingbank Zeeland met verzoek aan gemeenten om financiering voor nieuwe huisvesting.
Vlissingen, 27 september 2021
Geachte lezer,
Uit de KBZ brief: “Wij verzoeken u om middelen ter beschikking te stellen voor onze huisvesting. Voor zover wij kunnen inschatten gaat het om huisvesting van 1400 m2 met de beoogde bouwkosten van + € 950.000,= De bedoeling is dat de gemeente het betreffende pand verhuurt aan de KBZ.”
Met ongeloof namen wij kennis van dit verzoek van de Kledingbank Zeeland. De SCW zou het niet uit te leggen vinden wanneer dergelijke hoge financieringen ooit ten laste zouden komen van de gemeentelijke armoedebudgetten. De door KBZ gesuggereerde meerwaarde als instrument/leverancier voor dagvulling vinden wij een gelegenheidsargument. De SCW herhaalt zijn standpunt dat liefdadigheid symptoombestrijding is en nooit als oplossing voor armoede kan worden gezien. De focus van het beleid hoort wat ons betreft anders gericht te zijn.
We vragen ons verder af of het voor de hand ligt dat een particuliere organisatie, op zijn terrein overigens niet de enige, zulke hoge bedragen van de gemeente vraagt.
De SCW las in de brief van Kledingbank Zeeland (KBZ) d.d. 29 juni 2021: “Van een éénmansbedrijf zijn we gegroeid naar een organisatie met ruim 120 vrijwilligers. Een groot deel daarvan is niet (meer) beschikbaar voor de arbeidsmarkt en vinden een dagvulling in de KBZ.”
De KBZ zegt zelf op de website; we zijn geen re-integratiebureau. Dat is volkomen correct. De KBZ heeft immers geen expertise om de mate van arbeidsgeschiktheid en het perspectief op ontwikkeling van hun vrijwilligers te beoordelen. Het bevreemdt de Sociale Cliëntenraad Walcheren dat de Kledingbank zijn vrijwilligers op zo’n manier voor subsidiedoeleinden in stelling brengt. Uit de reactiebrief van het Middelburgse college van B&W - Commissie ruimte 20-09-2021- begrijpen wij dat het in dit geval zelfs om 1,3 miljoen euro zou gaan.
In het beleidsplan 2020-2025 opgenomen reglement van de KBZ staat: "6. Hoewel de KBZ haar doelstellingen bewust fundeert op de Bijbel kunnen personen die niet gelovig zijn of een ander geloof aanhangen vrijwilligersfuncties uitoefenen in de sorteerafdeling of op de administratie.” Dit staat nog steeds in het actuele beleidsplan hoewel het haaks staat op uitspraken van het college voor de rechten van de mens uit 2018: PZC - 12 november 2018; “De Kledingbank Zeeland had een vrouw niet mogen weigeren als vrijwillig winkelmedewerkster omdat ze geen christelijke geloofsovertuiging heeft.” ” Volgens het College van de Rechten van de Mens mag een christelijke stichting van sommige medewerkers een christelijke geloofsovertuiging eisen, maar alleen als de functie dat vereist. Dat was hier niet het geval. Er is naast de winkelmedewerker altijd een teamleider aanwezig. Van teamleiders verwacht de Kledingbank dat zij lid zijn van een kerkgenootschap. Er is dus altijd iemand aanwezig om geloofsvragen van klanten te beantwoorden. De uitspraak van het college is niet-bindend, maar helpt als iemand de zaak aan de rechter voorlegt”
De SCW merkt op dat deze uitspraak door het College van de Rechten van de Mens kennelijk nodig werd gevonden en voor de Kledingbank geen aanleiding is geweest het reglement aan te passen.
Namens de Sociale Cliëntenraad Walcheren, Met vriendelijke groet, Marischka Duinkerken s.c.walcheren@zeelandnet.nl
Bijlagen
-Brief met verzoek Kledingbank -Reactiebrief college B&W Middelburg