24-124 rvs Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026 – 2028
Tekst van het document
raadsvoorstel volgnummer
14 november 2024 24-124
onderwerp
Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026 – 2028
behandelen in raadscommissie
Algemeen Bestuur
portefeuillehouder
Rutger Schonis Bestuur en ondersteuning Merel de Bruyne en Simon Jongepier m.de.bruyne@middelburg.nl en s.jongepier@middelburg.nl 0118-675539 en 0118-675535
datum vergadering
programma behandeld door e-mail telefoon
Conceptbesluit
De raad besluit: 1. de programmabegroting 2025 en de meerjarenraming 2026 – 2028 vast te stellen; 2. de gebeurtenissen (met financiële effecten) na vaststelling Kadernota 2025 – 2028 te verwerken in de programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026 – 2028 zijnde: 2.1 uitkomsten Meicirculaire 2024; 2.2 bestuurlijke tussenrapportage 2024; 2.3 GGD - 1e en 3e begrotingswijziging 2025; 2.4 financiële bijdrage Zeeuws Expat Center; 2.5 overige begrotingsmutaties. 3. een gedeelte van de vrijval van de aanvullende besparing jeugdzorg 2025 (zie meicirculaire 2024) ad € 414.000 toe te voegen aan de reserve decentralisatie en deze middelen, inclusief het restant van de reserve decentralisatie € 586.000, in te zetten voor een stimuleringsregeling voor goedkopere alternatieven voor jeugdzorg met een looptijd van 4 jaar; 4. het begrotingstekort over 2025 van € 2.122.000 te dekken uit de algemene reserve; 5. de beschikbare ruimte van € 9 miljoen binnen de algemene reserve boven de streefwaarde van de weerstandsratio 1,4 toe te voegen aan de reserve investeringsfonds; 6. de kredieten te verlenen voor de vervangingsinvesteringen 2025; 7. het predicaat ‘strategisch’ voor het project Omgevingswet te laten vervallen. Aanleiding
In juli 2024 heeft uw raad de Kadernota 2025 - 2028 behandeld. Deze Kadernota is het uitgangspunt voor het opstellen van de programmabegroting 2025 en de meerjarenraming 2026 – 2028. Effect
Een structureel sluitende meerjarenbegroting. Argumenten
1. De programmabegroting 2025 en de meerjarenraming 2026 – 2028 vast te stellen Ons college biedt een realistische en structureel sluitende concept programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026 – 2028 aan. Nagenoeg alle aanmeldingen uit de Kadernota 2025 – 2028 zijn in de programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026 – 2028 verwerkt. 2. De gebeurtenissen (met financiële effecten) na vaststelling Kadernota 2025 – 2028 te verwerken in de programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026 – 2028 Onderstaande tabel geeft inzicht in de financiële effecten na de behandeling van de Kadernota 2025 – 2028. In de toelichting op argumenten 2.1 tot en met 2.5 worden de genoemde onderdelen nader toegelicht.
1
(bedragen x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
-4.275
903
2.877
2.685
0
-10
0
0
270
-50
-50
-50
Saldo vastgestelde Kadernota 2025 - 2028
-4.005
843
2.827
2.635
1. Uitkomsten Meicirculaire 2024
1.725
322
481
547
72
69
69
69
3. GGD - 1e en 3e begrotingswijziging 2025
-103
-108
-112
-116
4. Financiële bijdrage Zeeuws Expat Center
-38
0
0
0
5. Overige begrotingsmutaties
227
328
413
598
Saldo gebeurtenissen na vaststelling Kadernota 2025 - 2028
1.884
611
851
1.098
Saldo begroting
-2.122
1.454
3.678
3.733
Saldo financiële ruimte Kadernota 2025 - 2028 Kosten monitoring verkeersbewegingen Aangenomen amendementen Kadernota 2025 - 2028
2. Bestuurlijke tussenrapportage 2024
2.1 Uitkomsten Meicirculaire 2024
De uitkomsten van de meicirculaire zijn via een memo actieve informatie aan u toegezonden. Met name het schrappen van de opschaling en de vervroegde invoering van nieuwe financieringssystematiek hebben ervoor gezorgd dat gemeenten meer middelen beschikbaar hebben gekregen in de meicirculaire 2024. Bij het opstellen van de Kadernota 2025 – 2028 was hier al rekening mee gehouden. Naast deze extra middelen zijn in de meicirculaire ook de ontwikkeling binnen de uitkeringsbasis en hoeveelheidsverschillen aangepast wat structureel een voordeel oplevert. Het verwachte eenmalige tekort voor jaarschijf 2025 is minder groot dan verwacht, omdat in de meicirculaire 2024 de extra taakstelling die het Rijk had ingeboekt binnen het Jeugddomein is komen te vervallen en voor 2025 toegevoegd is aan het gemeentefonds. In Middelburg was deze taakstelling (budgetneutraal) pas voor het begrotingsjaar 2026 ingeboekt. Hierdoor zijn deze eenmalige middelen extra inzetbaar. Het begrote tekort 2025 daalt hierdoor met 2 miljoen euro waardoor minder aan de algemene reserve moet worden onttrokken en extra beschikbaar komt voor de reserve investeringsfonds, circa € 9 miljoen. 2.2 Bestuurlijke tussenrapportage 2024
De structurele effecten zoals die zijn gemeld in de bestuurlijke tussenrapportage 2024 zijn verwerkt in deze Programmabegroting 2025 en de meerjarenraming 2026 – 2028. Op 26 september 2024 is de bestuurlijke tussenrapportage door uw raad vastgesteld. 2.3 GGD – 1e en 3e begrotingswijziging 2025
In de raadsvergadering van 26 september 2024 is de eerste en derde begrotingswijziging 2025 van de GGD behandeld. De onderstaande financiële effecten vloeien hieruit voort: •
•
De eerste begrotingswijziging 2025 vraagt om extra middelen (€ 65.000) beschikbaar te stellen voor de formatieuitbreiding van Veilig Thuis Zeeland met 4,9 fte. Dit om de oplopende wachtlijsten terug te dringen en daarmee te kunnen voldoen aan de wettelijke termijnen, met goede kwaliteit van dienstverlening en een acceptabele werkdruk; Vanwege de herziene VZG-norm voor 2024, wijzigt ook de grondslag voor 2025. De derde begrotingswijziging 2025 vraagt daarom om extra middelen (€ 38.000) beschikbaar te stellen.
2
Deze extra uitgaven van in totaal € 103.000 zijn in de Programmabegroting 2025 en de meerjarenraming 2026 – 2028 structureel verwerkt. 2.4 Financiële bijdrage Zeeuws Expat Center Op 26 september 2024 heeft uw raad ingestemd met het voorstel om de bijdrage aan het Expat Center voor 2024 en 2025 te continueren. Het begrote bedrag voor 2025 is in de programmabegroting 2025 eenmalig verwerkt. 2.5 Overige begrotingsmutaties Bij het opmaken van deze programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026 – 2028 zijn de uitgangspunten van de kadernota verder uitgewerkt en zijn inschattingen nader gespecificeerd. De afwijking van € 0,2 miljoen loopt in de jaren structureel op. Procentueel (< 0,3%) gezien een fractie van het totale begrotingstotaal van € 200 miljoen. Deze afwijking wordt met name veroorzaakt door nadere uitwerking van de salarislasten en bijstelling van de bouwleges. 3.
Een gedeelte van de vrijval van de aanvullende besparing jeugdzorg 2025 (zie meicirculaire 2024) ad € 414.000 toe te voegen aan de reserve decentralisatie en deze middelen, inclusief het restant van de reserve decentralisatie € 586.000, in te zetten voor een stimuleringsregeling voor goedkopere alternatieven voor jeugdzorg met een looptijd van 4 jaar In de memo actieve informatie over de meicirculaire 2024 is het volgende opgenomen: “De gemeenten en het kabinet hebben eerder een principeakkoord bereikt over het financiële kader voor de Hervormingsagenda Jeugd. Het kabinet heeft toegezegd een ingroeipad te hanteren waarbij de taakstelling voor 2024 en 2025 is bevroren. In het coalitieakkoord Rutte IV is een aanvullende besparing op Jeugdzorg opgenomen van € 500 miljoen (2025). Deze kan niet worden gerealiseerd. Daarom wordt in 2025 incidenteel € 500 miljoen toegevoegd aan de algemene uitkering van het gemeentefonds. In het verleden zijn deze middelen altijd ingezet om de taakstelling Jeugd in de jaren naar achter te schuiven. De raad heeft in 2023 besloten om deze taakstelling niet meer aan zorgkosten Jeugd te koppelen. De huidige budgetten zijn nu afdoende om de zorgkosten Jeugd te kunnen betalen.
Blijkend uit het regeerakkoord van het nieuwe kabinet Schoof zal de extra bezuiniging op de jeugdzorg van € 511 miljoen (2026 en verder), die voor rekening en risico Rijk komt, definitief vervallen. In de meerjarenbegroting 2025 van Middelburg was deze bijstelling pas vanaf 2026 budgetneutraal ingeboekt. Dit betekent dat deze middelen voor 2025 eenmalig vrij besteedbaar zijn. Voor Middelburg is dit te becijferen op € 1,6 miljoen. Een gedeelte, € 1.200.000 kan hiervan vrijvallen, en restant van € 0,4 miljoen van deze middelen willen we graag de komende jaren inzetten om ruimte te creëren voor innovatie. Uit de voorliggende jaren resteert nog een bedrag van € 0,6 miljoen euro aan eenmalige jeugdmiddelen. Deze middelen zijn bij de begroting 2021 beschikbaar gesteld voor preventie Jeugd (evidence-based). In totaal is dan € 1.000.000 budget beschikbaar voor het inrichten van een stimuleringsregeling met een looptijd van 4 jaar. (Jeugdhulp)aanbieders of andere partijen kunnen businesscases indienen voor goedkopere alternatieven op de geïndiceerde jeugdhulp.” Bovenstaande is in de programmabegroting 2025 verwerkt. In een voorstel zal een verdere uitwerking van dit plan worden voorgelegd. 4. Het begrotingstekort van € 2.122.000 te dekken uit de algemene reserve De algemene reserve is in principe vrij inzetbaar.
Naast het wettelijk verplicht verrekenen van het jaarresultaat met de algemene reserve vormt deze reserve een buffer voor financiële tegenvallers en onvoorziene risico's. Met deze primaire functie van de algemene reserve in het achterhoofd wordt het genoemde begrotingstekort 2025 eerst onttrokken alvorens over te gaan naar de volgende stap en de resterende “vrije ruimte” boven het vastgestelde ratio van 1,4 toe te voegen aan de reserve investeringsfonds.
3
5. De beschikbare ruimte van € 9 miljoen binnen de algemene reserve boven de streefwaarde van het weerstandsratio van 1,4 toe te voegen aan de reserve investeringsfonds Bij het vaststellen van de Kaderstelling Middelburgs Investeringsfonds heeft uw raad besloten om jaarlijks bij het opstellen van de Kadernota te bezien of de beschikbare middelen binnen de algemene reserve eenmalig kunnen worden ingezet voor het Middelburg Investeringsfonds. Bij het bepalen van de beschikbare ruimte boven de streefwaarde van het weerstandsratio van 1,4 wordt de reserve grondbedrijf buiten beschouwing gelaten. Dit is gedaan, omdat de opbouw van deze reserve afhankelijk is van de ontwikkelingen binnen het grondbedrijf en als buffer dient om tegenvallers binnen het grondbedrijf op te vangen. Deze systematiek is consistent met het beleid van voorgaande jaren. Door het instellen van een specifieke investeringsreserve worden deze middelen specifiek toegewezen aan het Middelburgs Investeringsfonds. In de Kadernota 2025 – 2028 is een eerste inzicht gegeven wat de hoogte hiervan zou kunnen zijn. Op basis van het eerder genoemde begrotingstekort kan een bedrag van € 9 miljoen aan de reserve investeringsfonds worden toegevoegd. 6. De kredieten te verlenen voor de vervangingsinvesteringen 2025 In de concept programmabegroting 2025 is een lijst met vervangingsinvesteringen opgenomen.
Met het vaststellen van deze begroting verleent uw raad ook krediet voor deze investeringen. De jaarlijkse lasten hiervan zijn in de begroting verwerkt. 7. Het predicaat ‘strategisch’ voor het project Omgevingswet te laten vervallen Naar aanleiding van het besluit van de Rijkoverheid (2015) om een nieuwe Omgevingswet (hierna Ow) in te voeren heeft de gemeenteraad destijds besloten het project Ow aan te merken als een strategisch project. Dit mede door de complexiteit van de implementatie van de Ow. Met ingang van 1 januari 2024 is de Ow ingegaan en werkt de organisatie volgens de Ow. De stuurgroep is van mening dat het niet noodzakelijk is om het project Ow als strategisch project aan te merken, omdat het project niet langer politiek belangrijk/gevoelig is, het risicoprofiel niet langer aanwezig is en het budget voldoende toereikend is gebleken. Het project Ow blijft bestaan, want er moet de komende jaren nog veel gedaan worden. In het bijzonder voor het tijdelijk deel van het omgevingsplan, regels over de fysieke leefomgeving omzetten naar een nieuw omgevingsplan en verdere inrichting en optimalisering van de software. Gemeenten krijgen hiervoor tot 1 januari 2032 de tijd. Kanttekeningen
2.5 Overige begrotingsmutaties (bouwleges) Vanaf 1 januari 2025 valt (waarschijnlijk) ook het verbouwen van bestaande panden (exclusief monumenten) onder de Wet Kwaliteitsborging Bouw (WKB). Dat betekent dat we het technische deel van een verbouwing niet meer hoeven te toetsen en hierover geen leges meer ontvangen. Daarnaast is een lichte afname van het aantal ingediende plannen waarneembaar. Dat en de per 1 januari 2024, in het kader van de invoering van de Omgevingswet, gewijzigde opzet van de legesverordening maakt dat de kans aanwezig is dat in 2025 minder leges in rekening kan worden gebracht. De legesopbrengsten zijn overigens ook sterk afhankelijk van de aard en omvang van de te vergunnen grotere projecten. Het wel of niet doorgaan van een groot project (meerdere woningen, appartementengebouwen, grotere kantoren/bedrijfsgebouwen) heeft een grotere invloed op de legesopbrengst dan een afname van het totale aantal verleende vergunningen. In het eerste kwartaal van 2025 kan een betere inschatting gemaakt worden of en welke grotere projecten/bouwplannen in 2025 zullen worden vergund. Een mogelijke bijstelling van de bouwleges opbrengsten worden betrokken bij de reguliere bestuurlijke tussenrapportages. Overige kanttekening De uitkomsten van de septembercirculaire 2024 zijn niet verwerkt in de programmabegroting 2025. Hierover zal het college u afzonderlijk informeren.
Tijdens de raadsvergadering van 14 november 2024 zal een memo actieve informatie worden aangeboden.
4
Financiën
Wat mag het kosten? In de begroting worden de voor de verschillende programma’s geldende budgettaire kaders vastgelegd. Hoe gaan we dat financieren? Voor een overzicht van de baten wordt verwezen naar de verschillende begrotingsprogramma’s. Zijn er significante gevolgen voor het weerstandsvermogen? Voor het begrotingsjaar 2025 komt het weerstandsvermogen op 2,96 (€ 40 miljoen weerstandscapaciteit / € 13,5 miljoen risicoprofiel). Dit betekent voor Middelburg dat het weerstandsvermogen als “uitstekend” wordt gekwalificeerd. In de ratio is rekening gehouden dat er € 9 miljoen wordt onttrokken aan de algemene reserve en wordt toegevoegd aan de reserve investeringsfonds. In de paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing wordt een verdere analyse gegeven van de ontwikkeling van het weerstandsvermogen. Duurzaamheid
n.v.t. Communicatie en participatie
Bekend zal worden gemaakt dat de programmabegroting voor een ieder ter inzage ligt. Ook is de begroting voor iedereen te raadplegen op de website van de gemeente. Uitvoering
Nadat de gemeenteraad de programmabegroting heeft vastgesteld wordt deze aangeboden aan het College van Gedeputeerde Staten. Dit college informeert in december a.s. de gemeenteraad welk toezichtregime van toepassing wordt. Rekening houdend met de voor 2025 geldende toezichtvorm kan dan vanaf 1 januari 2025 gestart worden met uitvoering van het in de begroting opgenomen beleid en de daarbij behorende taken. Advies ingewonnen bij adviesorgaan?
n.v.t. Bijlagen
1. 2.
Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026 – 2028 Concept programmabegroting 2025 in één oogopslag
Middelburg, 8 oktober 2024 Burgemeester en wethouders van Middelburg de secretaris,
Aart van den Brink de burgemeester,
Yvonne van Mastrigt
5