CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

24-076 g. Bijlage 7 bij samenwerkingsovereenkomst Memo overzicht resultaten en advies archeologie

Commissie Ruimte 24 juni 2024, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Gebiedsontwikkeling Sint Laurens (24-076 RM)2.121 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

memo van

afdeling

Datum

Bram Silkens

V&H

6-12-2019

Contact Walcherse Archeologische Dienst (gemeenten Middelburg, Veere en Vlissingen) postbus 70 4330 AB Middelburg b.meijlink@middelburg.nl (06-52552925) b.silkens@middelburg.nl (06-50850164)

Contactgegevens informatieaanvrager

bedrijfsnaam: gemeente Middelburg contactpersoon: mevr. J. Dingemanse-Beunder telefoonnummer: 0118-675000 e.mailadres: info@middelburg.nl

onderwerp Overzicht resultaten en advies archeologie Uitbreiding Sint Laurens - deelgebieden Ontwikkelingsfase 1

Locatiegegevens: Adres: Plaats: Gemeente:

Noorddorpsweg / Noordweg (Midden) / Zuid-West Sint Laurens Middelburg

Centrumcoördinaten:

Noorddorpsweg 31214 / 395367 Midden 31226 / 394346 Zuid-West 31153 / 394076

AMK- gebied? Binnen straal van 50m rondom bekende vindplaatsen? Historische locatie? Diepte gelijk of dieper dan 40 cm? 2 Oppervlakte gelijk of groter dan 30m ?

Ja / Nee Ja / Nee Ja / Nee Ja / Nee Te verstoren diepte: nog onbekend Ja / Nee Te verstoren oppervlakte: nog onbekend

Inleiding In het kader van het opnieuw oppakken van de ontwikkelingen aan de noord-, west- en zuidwestzijde van Sint Laurens is gevraagd om een inventarisatie van de archeologische verwachting en waarden in de plangebieden. Het gaat om de plangebieden Noorddorpsweg (1 in figuur 1), Noordweg (2 in figuur 1) en Sint Laurens Zuid-West (3 in figuur 1). Het project zal in minstens twee verschillende fases uitgevoerd worden. In een eerste fase zullen de zones grenzend aan de bestaande kern en hoofdweg door Sint Laurens ontwikkeld worden. In een tweede fase zal de rest van het plangebied volgen. Ook het archeologisch onderzoek zal deze gefaseerde aanpak volgen.

1

Resultaten Bureauonderzoek: Voor de betreffende deelgebieden geldt volgende gespecificeerde verwachting: -

Deelgebied Noorddorpsweg: Verspreid over de akkers binnen dit deelgebied zijn bij de oppervlaktekartering middeleeuwse aardwerkscherven gevonden. Met vrij grote stelligheid kunnen we de verwachting uitspreken dat één of meer middeleeuwse vindplaatsen in het plangebied aanwezig zijn. Sporen van deze vindplaatsen zullen zich vlak onder de bouwvoor in de top van de kreekafzettingen bevinden. De noordoostelijke hoek van dit deelgebied zal tijdens fase 1 onderzocht worden, het resterende deel tijdens fase 2.

-

Deelgebied Sint Laurens Midden / Zuid-West: De oostelijke percelen liggen op de kreekrug. Hier bestaat de verwachting op middeleeuwse resten. Het advies luidt om ter hoogte van deze percelen eveneens profsleuven op te graven en daarmee te controleren of er een vindplaats aanwezig is of niet; en zo ja, wat de aard, de ouderdom en de mate van conservering van de vindplaats is. Een deel van dit deelgebied zal tijdens fase 1 onderzocht worden, het resterende deel tijdens fase 2.

-

Op het meest westelijke perceel van deelgebied Zuid-West zullen, voorafgaand aan de proefsleuven, verspreid over het terrein nog 7 bijkomende boringen geplaatst worden. Dit gebied was pas later bij het plangebied gevoegd en is bijgevolg buiten het vooronderzoek van 2006/2007 gebleven. Uit de destijds door RAAP uitgevoerde bureaustudie, aangescherpt met extra kaartgegevens door de WAD blijkt dat deze zone zich in op de overgang tussen kreek en poelgronden bevindt. In de zuidoostelijke hoek kunnen nog kreekresten verwacht worden, meer naar het noorden neemt de dikte van de kreeksedimenten sterk af. Aangezien het gebied door Bennema niet wordt gemarkeerd als zijnde ‘gemoerneerd’, is de kans dus bestaande dat er zich in de ondergrond nog intacte delen Hollandveen bevinden met daarop mogelijke resten uit IJzertijd en/of Romeinse Tijd.

Resultaten Booronderzoek Om het verwachtingsmodel in deelgebied Zuid-West te toetsen zijn verspreid over het terrein 7 boringen gezet. Deze hebben uitgewezen dat er zich aan de westzijde en aan de noordzijde van het terrein poelgronden bevinden met lokaal intact veen in de bodem. Wel zijn er ook aanwijzingen voor moerneringsactiviteiten. Mogelijk zijn er dus nog enkele zgn 'veeneilanden' bewaard gebleven waarop ijzertijd/Romeins te vinden is. Enkel in de zuidoostelijke hoek van het terrein zijn kreekgronden gevonden. Deze worden onderzocht dmv een proefsleuf (WP 10). De twee zones met mogelijk intact Hollandveen zullen met een korte proefsleuf onderzocht worden.

Resultaten Proefsleuvenonderzoek In totaal zijn verspreid over de drie deelgebieden 12 proefsleuven gegraven. Sleuven 1 tem 10 zijn gesitueerd op de kreek. Ze hebben een breedte van 4 meter en een variabele lengte afhankelijk van de aangetroffen sporen of de situatie op het terrein. Sleuven 11 en 12 bevinden zich in het poelgebied en zijn twee meter breed omwille van de grote wateroverlast. WP 1: In werkput 1 werden een groot aantal sporen waargenomen die parallel aan elkaar oost west door de put liepen. De sporen bevinden zich precies onder de bouwvoor en zijn slechts een vijftal cm diep bewaard gebleven. Zeer waarschijnlijk gaat het om (sub)recente ploegsporen en recente drains. Oudere sporen blijven beperkt tot een cluster in de zuidelijke helft van de werkput. Hier werd de helft van een cirkelvormig greppeltje gedocumenteerd dat sterke overeenkomsten vertoont met middeleeuwse hooimijten die oa bij Oostkapelle en Vlissingen zijn aangetroffen. In de onmiddellijke omgeving zijn ook enkele kuilen en paalsporen met een schijnbaar oudere vulling vastgesteld. In deze zone lopen enkele brede en smallere greppels met wisselende oriëntatie. De datering lijkt eerder nieuwe tijd. 2

Sporen van een mogelijke middeleeuwse hooimijt in werkput 1

WP 2 & 3: Afwijkend op het PvE is werkput 2 in twee delen gesplitst. Reden hiervoor is het nagenoeg ontbreken van archeologische sporen waardoor verder aanleggen weinig zin had. Er is gekozen om werkput 2 in te korten, een zone van ca 20m over te slaan en een derde werkput aan te leggen. Het patroon van parallelle ploegsporen en drains oostwest door de putten blijft ook hier gehandhaafd. Op enkele vage paalspoortjes na zijn geen waardevolle sporen vastgesteld. De bodemopbouw is ook zeer eenduidig met recente bouwvoor op kreekgrond. WP 4: In werkput 4 werden enkele sporen gericht gecoupeerd. In de coupe van sloot S53 werd naast dierlijk botmateriaal ook aardewerk, waaronder ook paffrath, maaslands en vroeg roodbakkend gevonden, ruim een kilo in totaal. Het materiaal lijkt te wijzen op een datering rond de 13e eeuw. Het profiel vertoonde eenzelfde beeld als wat we kennen van sloten bij de opgraving Hazenburg Arnemuiden en De Kempenaerstraat Paauwenburg: een brede komvormige slootvulling tot ca. een meter diep en daaronder een strakke insteek van een rechte ingraving. Samen met de sporen aangetroffen in het zuidelijk deel van werkput 1 is het duidelijk dat er zich in deze zone een bewoningscluster uit de 13e/14e eeuw bevindt.

Middeleeuwse sporen in werkput 4 3

WP 5: in deze werkput werden op enkele recente paalsporen geen aanwijzingen voor menselijke activiteiten aangetroffen. Er werd besloten de sleuf iets in te korten om nodeloos verstoren van het grasland te voorkomen. WP 6: Op dit perceel waren nog suikerbieten aanwezig. De pachter was bezig met de oogst maar was nog niet klaar. Daarom is in overleg besloten de noord-zuid geplande sleuf te vervangen door twee kortere noord-zuid georiënteerde sleuven. Zo kon langs de bieten gegraven worden en werd nodeloze vernietiging van gewas voorkomen. In werkput 6 werden op enkele recente paalsporen geen sporen van menselijke activiteiten aangetroffen. De sleuf werd daarom in lengte beperkt tot 40m. WP 7: Er werd gekozen een korte sleuf op het einde van het perceel te graven om in die zone te kijken of er alsnog sporen optraden. Deze sleuf werd WP 7 genoemd. De sporen die hier werden aangetroffen bleken van recente aard te zijn. Het ging om enkele kuilen, paalsporen en lineaire sporen, mogelijk drains of ploegsporen. Deze zone valt aan de oostzijde deels buiten het plangebied. WP 8: het hele oostelijke deel, meer naar het centrum van de kreekrug, is leeg. In de laatste, meest westelijke, twintig meter werden wel oudere sporen aangetroffen. Het aardewerk lijkt een beetje vroeg roodbakkend en proto steengoed. Het gaat om enkele grote onregelmatige kuilen en enkele kleinere kuilen.

Het meest kenmerkende inspoot is een halfronde greppel die sterk doet denken aan middeleeuwse hooimijten. Aan de westzijde duikt de kreek sterk. Hier is ook een kleiiger opvulpakket aangetroffen en een recentere sloot. De cluster antropogene sporen concentreert zich in een strook van om en bij de 15/20 meter op de westflank van de brede kreekrug.

Middeleeuwse sporen in werkput 8 WP 9: in de westelijke helft van de werkput werd een sloot van ca 120cm breed aangetroffen. Op basis van de vulling leek dit een ouder spoor. In coupe bleek de insteek vrij strak te zijn en de bodem licht verspoeld of uitgeloogd. De sloot is tot een diepte van zo'n 45cm bewaard gebleven. Omdat de sloot nagenoeg gelijk met de uitgezette proefsleuf liep werd besloten deze twee meter naar het noorden op te schuiven. In de rest van de werkput werd op enkele recente paalspoortjes na geen spoor aangetroffen. Aan de oostzijde van de werkput werd een tweede sloot vastgesteld. In de vulling werd baksteen en NT aardewerk gevonden Dit bevestigt het beeld dat al in de andere zones naar voren kwam. Op de kreekrug zijn de activiteiten van een dusdanige beperkte schaal dat er geen resten meer van terug te vinden zijn. Mogelijk is door late bewerking de top van de kreek ook gedeeltelijk afgetopt waardoor minder diepe sporen verdwenen kunnen zijn. Van diepere sporen als greppels of grotere kuilen is echter ook geen sprake. 4

WP 10: net als in de vorige werkputten bleek deze zone op enkele recente vergravingen geen archeologisch interessante sporen te bevatten. WP 11: het aangeboorde veenpakket bleek een sterk verstoorde zone te zijn. De top van het veen is over nagenoeg de hele werkput vergraven. In dit pakket (S1003) werd NT aardewerk eronder en veel grote baksteen fragmenten. Van het veen restte in het noordelijke deel slechts een 50cm. Al meteen was duidelijk dat de omstandigheden voor graven enorm bemoeilijkt werden door de slappe erg natte bodem. Profiel stortten nagenoeg meteen in en het vlak liep erg snel onder water. Omdat duidelijk was dat er veel verstoring had opgetreden werd de breedte van de sleuf beperkt tot twee meter. Dit om nog enigszins de ondergrond stabiel te houden en geen nodeloze kraters te graven. Centraal in de werkput werd een oost west georiënteerde perceelssloot gedocumenteerd. Deze is nog te zien op de kadasterwaarde 1832. De onderste vulling van de sloot bleek echter ouder materiaal te bevatten en ook een duidelijk oudere vulling te hebben. Deze sloot was overeen een breedte van een drietal meter door het veen gesneden. Aan de noordzijde van de werkput werd weer een strookje intact veen gevonden. De rest werd verstoord door een twee tot drie meter brede natuurlijke geul met veel schelpmateriaal.

Het is duidelijk dat er in deze zone geen kans meer is op het aantreffen van goed bewaarde ijzertijd of Romeinse sporen.

Werkput 11

Werkput 12

WP 12 : het veen in de noordzijde van werkput 12 is volledig gemoerneerd. Een veendam van ca twee tot drie meter is blijven staan. Meer naar het zuiden werd een tweede moerneringsput vastgesteld. Ook hier werd maar de helft van de geplande breedte ontgraven om nodeloze kraters te vermijden. Het is duidelijk dat deze hele zone toch ernstig aangetast is door de veenwinningsactiviteiten. De boringen zijn telkens in een veendam gezet en geven dus een foutief beeld. In de tussenliggende boring 7 was wel moernering vastgesteld. We kunnen ervan uitgaan dat deze hele hoek in de middeleeuwen aangepakt is.

5

Conclusies en Advies Het gebrek aan middeleeuwse bewoningsresten zo dicht bij de historische kern van Sint Laurens en kasteel Popkensburg is opmerkelijk. Waarschijnlijk bevonden zich op de top van de kreek historisch enkel akkers en de oude weg. Het oude kaartmateriaal suggereert dit alleszins. De sporen die deze activiteiten nalaten zijn doorgaans beperkt. Door latere erosie en beploeging is een deel van het oorspronkelijke middeleeuwse loopniveau met zekerheid verloren gegaan. Ondiepe sporen zijn daardoor niet bewaard gebleven en enkel de diepere structuren als greppels, kuilen of diepere paalsporen blijven nog herkenbaar. Deze werden slechts in twee zones vastgesteld tijdens het proefsleuvenonderzoek. Op basis van het veldwerk werden binnen de onderzochte gebieden twee zones met behoudenswaardige archeologische resten aangewezen . Het gaat om een zone van ca. 5000m 2 op het meest noordelijke perceel aan de Noorddorpsweg (Vindplaats A) en een kleine zone van 2000m2 in het middengedeelte aan de Noordweg/Van Serooskerkelaan (Vindplaats B). Deze komen in aanmerking voor een vervolgonderzoek in de vorm van een archeologische opgraving. In de rest van de onderzochte gebieden werden geen archeologisch behoudenswaardige sporen gevonden. Deze worden vrijgesteld van verder archeologisch onderzoek.

Mochten er tijdens de werken in deze zones onverwacht nog archeologische resten aan het licht komen, moet onmiddellijk contact worden opgenomen met de Walcherse Archeologische Dienst (B.H.F.M. Meijlink 06-52552925 / B. Silkens 06-5085014).

6

Overzicht van de proefsleuven (rood). Het plangebied is blauw aangeduid, de onderzoeksgebieden geel. In groen zijn de zones gemarkeerd die aangeduid zijn voor vervolgonderzoek

7

Vindplaats A aan de Wilgenhoekweg / Noorddorpsweg met rood aangegeven de werkputten

8

Vindplaats B aan de Noordweg / Van Serooskerkelaan met rood aangegeven de werkputten

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14241073/1