CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

24-031 Bijlage 2. Bijlagen 7tm11 bij toelichting

Gemeenteraad 14 maart 2024, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Koudekerkseweg 135 Middelburg (Toorenvliedt) (24-031 RM)8.155 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 7 Stikstofberekening

Juust

390

Koudekerkseweg 135 Middelburg (Toorenvliedt)

BP Koudekerkseweg 135 Middelburg 000322_M01_D03 C. de Gaaij/M. Waterman 29 maart 2023/7 november 2023

STIKSTOFBEREKENING 1. 2. 3. 4. 5.

INLEIDING NATURA 2000-GEBIEDEN REALISATIEFASE GEBRUIKSFASE CONCLUSIE BIJLAGEN

1.

INLEIDING

Op de locatie Koudekerkseweg 135 in Middelburg is het voornemen om het huidige tuincentrum volledig te saneren en 2 appartementengebouwen te realiseren. In totaal worden er maximaal 18 appartementen gerealiseerd. Om de ontwikkeling mogelijk te maken wordt een (postzegel)bestemmingsplan opgesteld. Voor dit plan moet, op basis van de Wet natuurbescherming, de uitstoot van stikstof en de neerslag daarvan op Natura 2000-gebieden worden berekend. Dit gebeurt met het rekeninstrument AERIUS. In de calculator moeten alle relevante bronnen die stikstof uitstoten worden ingevoerd. Met de uitkomsten is te beoordelen of op voorhand significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie zijn uitgesloten. Er is onderscheid gemaakt tussen de realisatiefase en de gebruiksfase. 2.

NATURA 2000-GEBIEDEN

In de omgeving van het plangebied zijn diverse Natura 2000-gebieden gelegen. Het dichtstbij gelegen Natura 2000gebied betreft het Natura 2000plangebied. Daarnaast ligt het op plangebied op ongeveer 7,3 kilometer van het Natura 20003.

REALISATIEFASE

In de realisatiefase is onderscheid gemaakt tussen de aanlegfase en bouwfase. Op basis van GWW-kosten zijn aannames gedaan voor de inzet van de mobiele werktuigen en het aantal ritten bouwverkeer. Gedurende de looptijd van deze fase levert de werkzaamheden een tijdelijke bijdrage aan de stikstofdepositie. Naar verwachting start de realisatiefase begin 2024 en is de bouwtijd circa 300 werkbare dagen. In de berekening is als worstcasescenario uitgegaan van alle activiteiten in één jaar. Als rekenjaar is 2024 aangehouden. 3.1 AANLEGFASE

Mobiele werktuigen aanlegfase Voor werkzaamheden in het openbaar gebied worden diverse mobiele werktuigen ingezet. De draaiuren van de mobiele werktuigen uit onderstaande tabel zijn gebaseerd op GWW-kosten en expert judgement. De deelwerkzaamheden in deze fase zijn onder andere grondwerkzaamheden, aanbrengen riolering en aanbrengen verhardingen.

1

MOBIEL WERKTUIG Asfalt afwerkinstallaties Bulldozers Walsen/compactors Dumpers 215 kW Dumpers 75 kW Graafmachines 100 kW Graafmachines 60 kW Laadschoppen op banden 100 kW Trilplaten

STAGEKLASSE stageklasse IV, 2015, 75560 kW, diesel stageklasse IV, 2015, 75560 kW, diesel stageklasse IV, 2015, 75560 kW, diesel stageklasse IV, 2014, 75560 kW, diesel stageklasse IV, 2015, 75560 kW, diesel stageklasse IV, 2015, 75560 kW, diesel stageklasse IV, 2015, 56-75 kW, diesel stageklasse IV, 2015, 75560 kW, diesel benzine 4takt

BRANDSTOFVERBRUIK (l/j)

DRAAIUREN

21

2

61

6

101

10

304

14

115

14

1129

112

144

23

182

18

6

2

3.2 BOUWFASE

Mobiele werktuigen bouwfase Voor het uitvoeren van de bouwwerkzaamheden worden diverse mobiele werktuigen ingezet. De draaiuren van de mobiele werktuigen uit onderstaande tabel zijn gebaseerd op expert judgement. De deelwerkzaamheden zijn te verdelen in onder andere heiwerkzaamheden, realiseren fundering, ruwbouw en afbouw. MOBIEL WERKTUIG Verreiker 80-100 tons heistelling 80-100 tons boorstelling Rupskraan 21 ton (grondwerk) Rupskraan 21 ton (koppensnellen) Betonpompwagen Mobiele kraan

STAGEKLASSE stageklasse V, 2019, 75-560 kW, diesel stageklasse IV, 2015, 75560 kW, diesel stageklasse IV, 2015, 75560 kW, diesel stageklasse IV, 2015, 75560 kW, diesel stageklasse IV, 2015, 75560 kW, diesel stageklasse IV, 2015, 75560 kW, diesel stageklasse IV, 2015, 75560 kW, diesel

BRANDSTOFVERBRUIK (l/j)

DRAAIUREN

4784

416

2240

112

1920

96

5040

240

1008

48

960

48

1152

64

3.3 REALISATIEFASE TOTAAL

Mobiele werktuigen realisatiefase (emissiebron 1) In onderstaande tabel zijn het totaal aantal draaiuren en brandstofverbruik weergegeven. Deze totalen zijn ingevoerd in de AERIUS-calculator. MOBIEL WERKTUIG Asfalt afwerkinstallaties Bulldozers Walsen/compactors

2

STAGEKLASSE stageklasse IV, 2015, 75560 kW, diesel stageklasse IV, 2015, 75560 kW, diesel stageklasse IV, 2015, 75560 kW, diesel

BRANDSTOFVERBRUIK (l/j)

DRAAIUREN

21

2

61

6

101

10

Dumpers 215 kW Dumpers 75 kW Graafmachines 100 kW Graafmachines 60 kW Laadschoppen op banden 100 kW Trilplaten Verreiker 80-100 tons heistelling 80-100 tons boorstelling Rupskraan 21 ton (grondwerk) Rupskraan 21 ton (koppensnellen) Betonpompwagen Mobiele kraan

stageklasse IV, 2014, 75560 kW, diesel stageklasse IV, 2015, 75560 kW, diesel stageklasse IV, 2015, 75560 kW, diesel stageklasse IV, 2015, 56-75 kW, diesel stageklasse IV, 2015, 75560 kW, diesel benzine 4takt stageklasse V, 2019, 75-560 kW, diesel stageklasse IV, 2015, 75560 kW, diesel stageklasse IV, 2015, 75560 kW, diesel stageklasse IV, 2015, 75560 kW, diesel stageklasse IV, 2015, 75560 kW, diesel stageklasse IV, 2015, 75560 kW, diesel stageklasse IV, 2015, 75560 kW, diesel

304

14

115

14

1129

112

144

23

182

18

6

2

4784

416

2240

112

1920

96

5040

240

1008

48

960

48

1152

64

Bouwverkeer realisatiefase (emissiebron 2) Voor de realisatiefase is naast de inzet van mobiele werktuigen ook sprake van verkeersbewegingen van en naar het bouwterrein. Tijdens de realisatiefase vinden er ritten plaats van middelzwaar en zwaar vrachtverkeer voor het aan- en afvoeren bouwmateriaal en materieel. Daarnaast is ervan uitgegaan dat de bouwvakkers/het personeel met - en naar het bouwterrein rijden. In dit geval is sprake van licht verkeer. In onderstaande tabel is het totaal aantal ritten aangegeven. Omdat een rit zowel de heenweg als terugweg bevat, is dit aantal verdubbeld om het totaal aantal verkeersbewegingen te berekenen. Het totaal aantal verkeersbewegingen is ingevoerd in de calculator. TYPE VERKEER

AANTAL RITTEN (P/J)

VERKEERSBEWEGINGEN (P/J)

Licht verkeer

2122

4244

Middelzwaar vrachtverkeer

120

240

Zwaar vrachtverkeer

904

452

Voor de bouwroute is uitgegaan van de route Koudekerkseweg - N660/Stromenweg. Hier gaan de motorvoertuigbewegingen op in het heersende verkeersbeeld. Vanaf de N660 gaat het bouwverkeer op in het heersende verkeersbeeld. 4. GEBRUIKSFASE Voor de appartementen is uitgegaan van gasloos bouwen waardoor voor de appartementen zelf geen emissie in de gebruiksfase hoeft te worden berekend. Uitsluitend de verkeersbewegingen kunnen leiden tot extra emissie. In de berekening van de gebruiksfase is uitgegaan van de verkeersgeneratie voor het jaar 2025. Dit is na de bouw van de appartementen. De verkeersgeneratie is bepaald aan de hand van de kengetallen uit de CROW-publicatie 381 Wegverkeer woningen (emissiebron 1 en 2) Op basis van de CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren' is de verkeersgeneratie bepaald. Er is uitgegaan van de stedelijkheidsgraad 'sterk stedelijk' en het gebiedstype 'rest bebouwde kom'. Per (koop)appartement in het middensegment is de minimale verkeersgeneratie 5,2 en maximaal 6,0 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Uitgaande van het gemiddelde betekent dit een verkeersgeneratie van afgerond 101 motorvoertuigbewegingen per etmaal (gemiddelde weekdag).

3

Voor de berekening is aangenomen dat 50% van de verkeersgeneratie via de Koudekerkseweg en de Poelendaeleweg naar de Poelendaelesingel (N661) beweegt en 50% via de Koudekerkseweg naar de N660/Stromenweg beweegt. Hier gaan de motorvoertuigbewegingen op in het heersende verkeersbeeld. Uitgegaan is van 100% licht verkeer. 5.

CONCLUSIE

Op basis van de voorgaande gegevens is een AERIUS-berekening uitgevoerd voor zowel de realisatie als de gebruiksfase. De uitkomst is dat er geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j zijn. Het project heeft daarmee geen negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden. Er is geen vergunning op omgevingsvergunning. BIJLAGEN: 1. AERIUS-berekening realisatiefase (2024) 2. AERIUS-berekening gebruiksfase (2025)

4

Bijlage 8

Juust

Quickscan flora en fauna

409

Koudekerkseweg 135 Middelburg (Toorenvliedt)

Quickscan flora en fauna t.b.v. woningbouw aan de Koudekerkseweg te Middelburg

Januari 2022 P21-212 / W2098 Auteur: C. Huibers

van de Velde

Natuur-Wetenschappelijk Centrum 078-6213921 info@nwcadvies.nl www.nwcadvies.nl

Quickscan flora en fauna t.b.v. woningbouw aan de Koudekerkseweg te Middelburg

Natuur-Wetenschappelijk Centrum, Noorderelsweg 4A, 3329 KH Dordrecht

Quickscan t.b.v. woningbouw aan de Koudekerkseweg te Middelburg.

Opdrachtgever:

Juust B.V.

Uitvoering:

Natuur-Wetenschappelijk Centrum

Veldwerk:

Danny van den Heuvel, Esmeralda van der Keur

Samenstelling:

Christine Huibers

van de Velde

NWC

Quickscan t.b.v. woningbouw aan de Koudekerkseweg te Middelburg. [Samenst.: Huibers, C.] [Foto : NWC] Met lit. opg., Dordrecht: Strix/NWC.

Trefw.: Wet natuurbescherming, Koudekerkseweg, Middelburg

P21-212 / W2098

Niets uit deze uitgave mag openbaar worden gemaakt of verveelvoudigd, door middel van; druk, fotokopie, microfilm of op enige andere wijze, zonder toestemming van de uitgever of de opdrachtgever.

Dordrecht, januari 2022

Inhoud

Samenvatting

1

Inleiding

7

2

Gebiedsbeschrijving

9

3

Wettelijk kader

11

4

Methode

17

5

Resultaten

19

6

Effecten, verplichtingen en aanbevelingen

21

Referenties

Bijlagen: Bijlage 1 Bijlage 2: Beschermde soorten Wet natuurbescherming Bijlage 3: Vleermuizen en ruimtelijke ingrepen Bijlage 4: Vogels en ruimtelijke ingrepen

Samenvatting

Onderstaande tabel geeft de conclusies uit voorliggend rapport weer. Voor de volledigheid en om een verkeerde interpretatie te voorkomen, dient ook hoofdstuk 6 (effecten, verplichtingen en aanbevelingen) gelezen te worden. Soortgroep

Effecten beschermde soorten

Verplichtingen

Vleermuizen

Geen.

Zorgplicht.

Vogels vaste

Geen.

Zorgplicht.

Verblijfplaats Overige vogels

Grondgebonden

Mogelijke verstoring of vernie-

Zorgplicht; werken buiten broedsei-

ling broedsels

zoen en/of check door ecologisch deskundige.

Geen.

Zorgplicht.

Geen.

Zorgplicht.

Zoogdieren Reptielen en amfibieën

Quickscan t.b.v. woningbouw aan de Koudekerkseweg te Middelburg

1.

Inleiding Er zijn plannen om op het perceel aan de Koudekerkseweg 135 in Middelburg (senioren) appartementen te realiseren. Hiervoor zullen de bestaande kassen gesaneerd worden. De huidige landschappelijke inpassing komt te vervallen en wordt opnieuw gerealiseerd. In het kader van de Wet natuurbescherming dient bij dergelijke ruimtelijke ingrepen en bij wijzigingen van bestemmingsplannen onderzoek gedaan te worden naar de aanwezige beschermde natuurwaarden en dient een beoordeling gemaakt te worden van eventuele negatieve effecten van de plannen op deze waarden. Juust B.V. heeft het Natuur-Wetenschappelijk Centrum (NWC) gevraagd een uitbreidende quickscan flora en fauna op deze locatie uit te voeren en te adviseren omtrent de relevante natuurwetgeving.

7

Quickscan t.b.v. woningbouw aan de Koudekerkseweg te Middelburg

8

Quickscan t.b.v. woningbouw aan de Koudekerkseweg te Middelburg

2.

Gebiedsbeschrijving en voorgenomen plannen Gebiedsbeschrijving Het plangebied betreft een tuincentrum aan de Koudekerksweg 135 te Middelburg (provincie Zeeland) (figuur 1). Het plangebied bestaat uit de kadastrale percelen MDB01 S 2819 en MDB01 S 2818 en betreft een plantenkwekerij met een woonhuis en twee kassencomplexen. Langs de perceelgrenzen staan lage hagen van haagbeuk en conifeer (bijlage 1: foto 1 - 3).

Figuur 1: Ligging van het plangebied (geel omlijnd) met in rood de nieuwe appartementencomplexen ingetekend.

Voorgenomen plannen Het terrein zal opgeschoond worden waarbij de bestaande kassen gesaneerd worden. Het gebouw op het kadastrale perceel 2818 blijft bestaan. Na het bouwrijp maken zullen er op deze locatie 18 (senioren)appartementen gerealiseerd worden, verdeeld over twee bouwblokken van drie woonlagen. Beschermde gebieden Het plangebied ligt op ongeveer 6,7 kilometer afstand het Natura 2000Wester(figuur 2). Vanwege deze afstand worden er geen significant nadelige effecten verwacht op de habitattypen en instandhoudingsdoelstellingen van deze Natura 2000-gebieden als gevolg van verstoring door geluid, verstoring door licht en andere storingsfactoren. Het plangebied bevindt zich niet in het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Hierdoor is een toetsing aan de wet- en regelgeving omtrent het NNN niet nodig.

9

Quickscan t.b.v. woningbouw aan de Koudekerkseweg te Middelburg

Figuur 2: Ligging van het plangebied (rode cirkel) ten opzichte van Natura 2000-gebieden Westerschelde & Saeftinghe (groen gearceerd).

10

Quickscan t.b.v. woningbouw aan de Koudekerkseweg te Middelburg

3.

Wettelijk kader In Nederland is de bescherming van belangrijke natuurwaarden vanaf 2017 wettelijk vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Het gaat hierbij zowel om bescherming van soorten als bescherming van gebieden. Onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming De provincies zijn sinds 1 januari 2017 verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet natuurbescherming en dus ook voor ontheffingsaanvragen. Om een ontheffingsaanvraag in behandeling te nemen, dient het onderzoek aan goedgekeurde voorwaarden (o.a. ten aanzien van methode, intensiteit, periode, tijd tussen onderzoeksmomenten) te voldoen. Slechts als het onderzoek volgens deze voorwaarden uitgevoerd is, kan volgens de wetgever een goed onderbouwde uitspraak gedaan worden over; - de aanwezigheid van beschermde soorten; - de functie van een gebied of onderdelen binnen een gebied voor deze beschermde soorten; - het belang van een gebied of onderdelen binnen een gebied voor aanwezige beschermde soorten; - de effecten van plannen op deze soorten; - de keuze voor te nemen (mitigerende- en/of compenserende) maatregelen. De voorwaarden waaraan onderzoek moet voldoen, staan beschreven in de kennisdocumenten die in opdracht van de wetgever door BIJ12 opgesteld zijn en de inventarisatieprotocollen van het Netwerk Groene Bureaus.

Onderzoeken die niet volgens deze voorwaarden uitgevoerd zijn, kunnen volgens het bevoegd gezag geen basis en onderbouwing vormen van ontheffingsaanvragen en aanvragen zullen om die reden afgewezen worden. Het NWC is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus en werkt volgens bovengenoemde kennisdocumenten en inventarisatieprotocollen. Soortbescherming Voor dier- en plantensoorten zijn in de Wnb een aantal verbodsbepalingen opgenomen, waarvan vooral de artikelen 3.1, 3.5 en 3.10 belangrijk zijn in het kader van flora- en faunaonderzoek bij onder andere ruimtelijke ontwikkelingen (tekstvak 1). De verbodsbepalingen uit de artikelen gelden overal in Nederland, ongeacht het type of de omvang van de werkzaamheden of activiteiten die uitgevoerd worden. De bepalingen uit de Wnb kunnen daarom van invloed zijn op ruimtelijke ingrepen, zoals het aanleggen van infrastructuur, het slopen en realiseren van bebouwing, het uitbreiden van industriegebieden en het kappen van bomen. Ook bij het opstellen of herzien van bestemmingsplannen zijn de bepalingen uit de Wnb van belang. In het kader van het 11

Quickscan t.b.v. woningbouw aan de Koudekerkseweg te Middelburg

zorgvuldigheidsbeginsel en het voorzorgsbeginsel (Algemene Wet Bestuursrecht) dient bij het opstellen en herzien van bestemmingsplannen en bij (ruimtelijke) activiteiten een toetsing aan de Wnb plaats te vinden. Deze toetsing moet de volgende onderdelen bevatten: - Een inventarisatie van het voorkomen van wettelijk beschermde dier- en plantensoorten in het plangebied en binnen de invloedssfeer van de activiteit; - Een inventarisatie en beoordeling van (significant) nadelige effecten als gevolg van de activiteit, op beschermde soorten die binnen het plangebied en/of binnen de invloedssfeer van de activiteit aanwezig zijn; - Indien nodig een opname van maatregelen die de negatieve effecten op de beschermde soorten en hun leefgebieden mitigeren en/of compenseren. De Wnb kent drie categorieën van beschermde soorten die ook terug te vinden zijn in de artikelen met verbodsbepalingen: alle vogels uit de Europese Vogelrichtlijn (artikel 3.1), op nationaal niveau beschermd worden. Provincies mosoorten. Hierdoor kan deze lijst per provincie verschillen. Een overzicht van alle beschermde soorten is te vinden in bijlage 1.

Soorten Europese Vogelrichtlijn en -Habitatrichtlijn Wanneer één of meerdere verbodsbepalingen uit artikel 3.1 en/of artikel 3.5 Wnb overtreden worden door de voorgenomen activiteit, dient een ontheffing aangevraagd te worden bij de provincie waarin de activiteit plaatsvindt. Een ontheffing voor het overtreden van verbodsbepalingen wordt voor soorten uit de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn alleen verleend wanneer voldaan wordt aan elk van de volgende voorwaarden: - Er bestaat geen andere bevredigende oplossing; - Zij is nodig: a) In het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; of b) In het belang van een dwingende reden van groot openbaar belang; of c) In het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; - Er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan. e reden van Wanneer overtreding van de verbodsbepalingen voorkomen kan worden door het treffen van mitigerende maatregelen, is het aanvragen van een ontheffing niet nodig. Wel kan in dergelijke gevallen toch ontheffing aangevraagd worden om de te treffen maatregelen goed te laten keuren. Indien het bevoegd gezag de maatregelen goedkeurt, wordt door

12

Quickscan t.b.v. woningbouw aan de Koudekerkseweg te Middelburg

Tekstvak 1: Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming

Artikelen 3.1, 3.5 en 3.10 Wet natuurbescherming: Artikel 3.1 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. Artikel 3.5 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van de dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5.

Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV bij de Habitatrichtlijn of bijdrage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen of af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Artikel 3.10 1. Het is verboden: a) In het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten genoemd in de bijlage, onderdeel A bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b) De vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen; c) Vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Bij de aanvraag van een ontheffing in het kader van de Wnb zijn een activiteitenplan en, in sommige gevallen, een compensatieplan noodzakelijk. Hierin staan de bevindingen uit de flora- en faunatoets vermeld en worden maatregelen beschreven die uitgevoerd zullen worden om ervoor te zorgen dat de nadelige effecten op beschermde plant- en diersoorten in en binnen de invloedssfeer van de activiteit zoveel mogelijk voorkomen, dan wel beperkt worden.

13

Quickscan t.b.v. woningbouw aan de Koudekerkseweg te Middelburg

Overige soorten Voor de soorten uit deze categorie geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen uit artikel 3.10 mits een door het ministerie van LNV goedgekeurde gedragscode van toepassing is op de activiteit. Indien aantoonbaar gewerkt kan worden volgens een dergelijke gedragscode, hoeft geen ontheffing aangevraagd te worden voor het overtreden van één of meerdere verbodsbepalingen uit artikel 3.10 van de Wnb. Indien er geen goedgekeurde gedragscode van toepassing is op de activiteit of het niet mogelijk is om volgens een dergelijke gedragscode te werken, dient bij overtreding van verbodsbepalingen wel een ontheffing aangevraagd te worden. De ontheffing kan voor deze soorten echter op grond van meer belangen verleend worden dan het geval is voor de Vogel- en Habitatrichtlijnsoorten. Zorgplicht Tenslotte geldt voor alle plant- en diersoorten (ook de onbeschermde) de zorgplicht uit artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming. Deze houdt in dat mogelijke nadelige gevolgen voor planten en dieren, voor zover redelijk, zoveel mogelijk vermeden moeten worden. Gebiedsbescherming Bescherming van natuurgebieden en hun bijzondere natuurwaarden vindt onder de Wet natuurbescherming plaats via (Europese) Natura 2000-gebieden.

De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van specifieke natuurwaarden in gebieden die in het kader van de Europese Vogel- en -Habitatrichtlijn aangewezen en/of aangemeld zijn als speciale beschermingszone (Natura 2000-gebieden). Voor deze beschermde gebieden zijn aanwijzingsbesluiten opgesteld waarin beschreven staat voor welke (natuurlijke) habitats en dier- en plantensoorten het gebied aangewezen is. Voor deze kwalificerende waarden zijn instandhoudingsdoelen opgesteld. Projecten, plannen en andere handelingen die nadelige effecten hebben op één of meerdere instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied, zijn vergunningplicht veel gevallen zijn dit Gedeputeerde Staten en in andere gevallen is dit de minister van Economische Zaken). Zij oordelen dan dat een vergunning niet nodig is. Of deze goedkeuring wordt gegeven, is afhankelijk van de uitkomst van de zogenaamde habitattoets. Uit de habitattoets kunnen drie mogelijkheden volgen: - Er is zeker geen nadelig effect. In dit geval is er geen vergunning nodig in het kader van de Wet natuurbescherming; - Er is sprake van een nadelig effect in de vorm van verstoring, maar dit is niet significant en er is geen sprake van verslechtering van aangewezen habitats. Hieruit volgt dat een vergunningaanvraag niet aan de orde is. Wel is een bestuurlijk oordeel van het bevoegd gezag nodig;

14

Quickscan t.b.v. woningbouw aan de Koudekerkseweg te Middelburg

- Er is sprake van een mogelijk significant nadelig effect in de vorm van verstoring en/of er is sprake van verslechtering van aangewezen habitats. In dit geval dient een passende beoordeling opgesteld te worden en is een vergunning nodig.

de effecten, afzonderlijk of in combinatie met andere activiteiten, van een plan, project of handeling op een Natura 2000-gebied beschreven staan. Deze nadelige effecten worden in relatie tot de instandhoudingsdoelen bepaald. Indien uit de passende beoordeling volgt dat er significant nadelige gevolgen op zullen treden, moeten de plannen getoetst worden aan de zogenaamde ADC-criteria; 1. Zijn er Alternatieven? 2. Is er sprake van een Dwingende reden van groot openbaar belang? 3. Zijn er Compenserende maatregelen voorzien? Wanneer er een alternatief bestaat voor de voorgenomen plannen dat niet tot significant nadelige effecten op instandhoudingsdoelstellingen leidt, moet dit alternatief gekozen worden. De ecologische belangen hebben in dit geval voorrang op de economische belangen. Wanneer er geen alternatieven voorhanden zijn, er sprake is van een dwingende reden van groot openbaar belang en/of er voldoende compenserende maatregelen getroffen worden, kan vergunning voor de voorgenomen plannen verleend worden. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland is een Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit Natuurnetwerk.

De bescherming van het Natuurnetwerk is opgenomen in de Verordening Ruimte van de desbetreffende provincie en valt hiermee buiten de Wet natuurbescherming. Natuurwaarden van het NNN worden afgemeten aan doelsoorten. Het is belangrijk dat verlies van en winst aan belangrijke natuurwaarden hieraan worden afgemeten. Ruimtelijke ingrepen moeten vooraf worden getoetst op hun effect op het areaal, de samenhang en de kwaliteit van het NNN. Ingrepen die geen significant negatief effect op wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN hebben, kunnen in principe doorgang vinden. Als echter het tegenovergestelde geldt, hangt doorgang van de plannen onder meer af van het belang van de plannen en van de mogelijkheden voor mitigatie en compensatie. Hierbij geldt het 'Nee, tenzij-regime'. Per saldo dient de kwaliteit en/of kwantiteit van het NNN te verbeteren. Waar Natura 2000-gebieden met het NNN overlappen, blijft ook het NNN-regime gelden.

15

Quickscan t.b.v. woningbouw aan de Koudekerkseweg te Middelburg

16

Quickscan t.b.v. woningbouw aan de Koudekerkseweg te Middelburg

4.

Methode In het kader van de Wet natuurbescherming is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Deze quickscan bestond uit een literatuuronderzoek en een veldbezoek. Voor het literatuuronderzoek is gebruikgemaakt van verspreidingsgegevens van soorten verzameld door de verschillende soortenorganisaties. Op basis van het literatuuronderzoek is o.a. bepaald voor welke soortgroepen de aanwezigheid en/of de geschiktheid van het plangebied onderzocht diende te worden. Tijdens de quickscan is rekening gehouden met de mogelijke aanwezigheid van vleermuizen, vogels met een vaste verblijfplaat, grondgebonden zoogdieren, reptielen, amfibieën en flora. Het plangebied vormt geen geschikt leefgebied voor beschermde dagvlinders omdat de bodem te voedselrijk is om als biotoop voor de waardplanten van deze vlindersoorten te kunnen dienen. Bovendien komen de meeste beschermde vlindersoorten op slechts een aantal locaties in Nederland voor (voornamelijk natuurgebieden). Om deze redenen is deze soortgroep buiten beschouwing van de quickscan gelaten. Aquatische fauna worden op basis van habitateisen, verspreidingsgegevens en/of kenmerken van het plangebied niet verwacht. Om deze reden kon de aanwezigheid van beschermde soorten uit deze soortgroepen eveneens op voorhand worden uitgesloten. Het veldbezoek is op 7 december 2021 uitgevoerd door medewerkers van het NWC.

De temperatuur tijdens het veldbezoek bedroeg ongeveer 4 °C, het was licht bewolkt en de wind had een kracht van 3 Bft. Deze gegevens zijn door de medewerkers in het veld gemeten of ingeschat. Vleermuizen Alle vleermuissoorten worden beschermd door de Wet natuurbescherming. Het plangebied is daarom beoordeeld op de mogelijke waarde voor vleermuizen. Hierbij is beoordeeld in hoeverre de bomen en de bebouwing binnen het plangebied geschikt zijn als verblijfplaats voor vleermuizen. Er is onder andere gelet op de aanwezigheid en kenmerken van holtes in de bomen en de spouwgang in de bebouwing. Ook is gelet op sporen van vleermuizen, zoals keuteltjes, afgebeten insectenvleugels en aanwezigheid van meststrepen bij eventuele invliegopeningen. Daarnaast is er tijdens het veldbezoek beoordeeld of er in en in de directe omgeving van het plangebied potentieel belangrijke vliegroutes en/of foerageergebied aanwezig zijn, zoals bomenrijen, andere groene, lijnvormige landschapselementen en (kleinschalige) weilanden en andere half open gebieden. Hierbij is tevens gelet op het aanbod van geschikt foerageergebied in en in de omgeving van het plangebied.

17

Quickscan t.b.v. woningbouw aan de Koudekerkseweg te Middelburg

Vogels met een vaste verblijfplaats Vogels met een vaste verblijfplaats worden jaarrond beschermd door de Wet natuurbescherming. Dit geldt ook voor hun functionele leefomgeving (bijlage 3). Voorbeelden van deze soorten zijn de Buizerd (Buteo buteo), de Huismus (Passer domesticus) en de Gierzwaluw (Apus apus). Tijdens de quickscan is het plangebied onderzocht op de (mogelijke) aanwezigheid van verblijfplaatsen van vogels met een vaste verblijfplaats en is bepaald welke gevolgen de voorgenomen plannen voor deze vogels met zich meebrengen (zoals verstoring door geluid). Er is ondermeer gelet op sporen (braakballen, veren, uitwerpselen, etc), nesten (o.a. oude kraaiennesten) en waarnemingen van de betreffende vogelsoorten (geluid/zicht/ territoriumindicerend gedrag). Tevens is bekeken of het plangebied een significant onderdeel zou kunnen zijn van de functionele leefomgeving van een vogelsoort met een vaste verblijfplaats. Grondgebonden zoogdieren Tijdens het veldbezoek is er beoordeeld in hoeverre het plangebied geschikt leefgebied vormt voor strikt beschermde marterachtigen en andere beschermde grondgebonden zoogdieren. Hierbij is onder andere gelet op de aanwezigheid van sporen van deze soorten, holtes in de bomen, holen, burchten en de aanwezigheid van functionele leefomgeving voor deze soorten.

Reptielen en amfibieën Tijdens het veldbezoek is beoordeeld in hoeverre het plangebied geschikt leefgebied vormt voor beschermde reptielen en amfibieën zoals de Levendbarende hagedis, de Boomkikker en de Rugstreeppad. Deze soorten komen volgens de verspreidingskaarten in de omgeving van het plangebied voor. Er is onder andere gelet op de aanwezigheid van geschikt voortplantingswater, een zandige, goed vergraafbare bodem, een pioniersvegetatie, een goed ontwikkelde onderwatervegetatie en/of schuilplaatsen in de vorm van stenen, stukken hout of holen.

18

Quickscan t.b.v. woningbouw aan de Koudekerkseweg te Middelburg

5.

Resultaten Vleermuizen Binnen het plangebied zijn geen bomen met vleermuisgeschikte holtes aanwezig. Hierdoor kan de aanwezigheid van verblijfplaatsen van boombewonende vleermuissoorten uitgesloten worden. Gebouwbewonende vleermuizen zouden wel een verblijfplaats kunnen hebben binnen het plangebied. Onder de dakpannen van het pand op perceel 2818 aan de Koudekerkseweg bevinden zich kieren en openingen om mogelijk als verblijfplaats voor vleermuizen te kunnen dienen (bijlage 1; foto 4 en 5). Echter hebben deze openingen geen optimale uitvlieghoogte. Daarnaast zal dit pand behouden blijven. Het naastgelegen pand bevat enkele kieren tussen de dakpannen, naar verwachting zullen vleermuizen deze kieren niet gebruiken als verblijfplaats omdat ze niet gemakkelijk te gebruiken zijn als in- en uitvliegopening (bijlage 1; foto 6 en 7). Daarnaast wordt het plangebied mogelijk gebruikt als foerageergebied en bevat het geen essentiële vliegroute vanwege het gebrek aan aaneengesloten lijnvormige groenelementen. De hagen langs de perceelgrenzen zijn hiervoor te laag (bijlage 1; foto 8 en 9). Vogels met een vaste verblijfplaats Nesten van vogels met een vaste verblijfplaats zijn jaarrond beschermd. Ook nesten van kraaiachtigen zijn jaarrond beschermd als ze in gebruik zijn door een vogelsoort met een vaste verblijfplaats zoals Buizerd (Buteo buteo) of Sperwer (Accipiter nisus).

Binnen het plangebied zijn echter geen bomen aanwezig met nesten van kraaiachtigen of van vogelsoorten met een vaste verblijfplaats. Daarnaast zijn er ook geen sporen als uitwerpselen, braakballen en/of pluisjes waargenomen die duiden op de aanwezigheid van de Buizerd, de Sperwer. De openingen onder de dakpannen van het pand op perceel 2818 kunnen mogelijk door gierzwaluwen gebruikt worden om onder de dakpannen te nestelen. Echter blijft dit pand behouden. De woning, naast dit pand, zou gebruikt kunnen worden als nestplaats door huismussen door de openingen onder de dakpannen ter hoogte van de dakgoten (bijlage 1: foto 6 en 7), maar ook deze woning blijft behouden. De aanwezige coniferen kunnen als rustplaats dienen. Grondgebonden zoogdieren In het plangebied zijn geen holen, holten of sporen gevonden die wijzen op de aanwezigheid van (strikt) beschermde grondgebonden zoogdieren. De kassen zijn vrij licht en hebben geen toegangsmogelijkheden voor grondgebonden zoogdieren. Daarnaast zijn er geen schuilmogelijkheden aanwezig.

19

Quickscan t.b.v. woningbouw aan de Koudekerkseweg te Middelburg

Reptielen en amfibieën De bodem binnen het plangebied bestaat uit zeeklei dat op sommige delen gemengd is met zand. Volgens de verspreidingskaarten komen de Levendbarende hagedis en de Rugstreeppad op Walcheren voor. De Levendbarende hagedis komt echter, op zeer grote afstand van het plangebied, alleen in het duingebied voor. De Rugstreeppad is in Middelburg waargenomen langs het Kanaal door Walcheren, op 700 meter afstand van het plangebied, en in het Molenpark, op 2 kilometer van het plangebied. Tijdens het veldbezoek is naar deze soort gezocht door het optillen van het antiworteldoek. Hierbij zijn geen individuen van de Rugstreeppad aangetroffen (bijlage 1; foto 10 en 11). Overige soorten Verder zijn er tijdens het veldbezoek een Roodborst, Ekster, Vink en Gaai waargenomen. Deze soorten zijn alleen beschermd wanneer ze aan het broeden zijn of jongen in het nest hebben.

20

Quickscan t.b.v. woningbouw aan de Koudekerkseweg te Middelburg

6.

Effecten, verplichtingen en aanbevelingen Vleermuizen De aanwezigheid van vaste verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen kan met zekerheid uitgesloten worden. Verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen kunnen niet met zekerheid uitgesloten worden voor het pand op perceel 2818. Echter blijft dit pand behouden. Daarnaast zullen vleermuizen het plangebied mogelijk wel gebruiken om te foerageren maar betreft het geen essentieel foerageergebied. Waarschijnlijk zullen de vleermuizen met name in de bosrijke omgeving ten zuiden en ten noordwesten van het plangebied foerageren of langs het Kanaal door Walcheren. Voor vleermuizen zijn er vanuit de Wet natuurbescherming geen verdere verplichtingen dan de zorgplicht. Vogels met een vaste verblijfplaats Er zijn geen nesten van kraaiachtigen of verblijfplaatsen van vogels met een vaste verblijfplaats aangetroffen in het plangebied. Er zijn wel verblijfmogelijkheden voor de Huismus (Passer domesticus) onder de dakpannen van de woning, naast perceel 2818, aan de Koudekerkseweg maar deze woning blijft behouden. Er zijn geen andere verplichtingen vanuit de Wet natuurbescherming dan de zorgplicht. Grondgebonden zoogdieren De bebouwing binnen het plangebied is niet geschikt als verblijfplaats voor marterachtigen.

De dieren zullen het plangebied ook niet gebruiken als jachtgebied of als schuilmogelijkheid, er is weinig beschutting aanwezig. Hierdoor zijn er vanuit de Wet natuurbescherming geen verdere verplichtingen ten aanzien van grondgebonden zoogdieren. Reptielen en amfibieën Binnen het plangebied worden geen individuen van de Rugstreeppad of de Levendbarende hagedis verwacht. Deze soorten bevinden zich op te grote afstand en het plangebied is marginaal geschikt. Voor deze soorten geldt er vanuit de Wet natuurbescherming geen andere verplichting dan de zorgplicht. Bij de sloop van de kassen zal eerst het antiworteldoek verwijderd moeten worden om te controleren of deze vrij zijn van amfibieën. Zorgplicht Tenslotte geldt voor alle plant- en diersoorten (ook de onbeschermde) de zorgplicht. Deze houdt in dat mogelijke nadelige gevolgen voor planten en dieren, voor zover redelijk, zoveel mogelijk vermeden moeten worden. Manieren om aan de zorgplicht te voldoen zijn bijvoorbeeld:. Er wordt gelegenheid gegeven aan amfibieën en grondgebonden zoogdieren, die tijdens de werkzaamheden worden gevonden, te vluchten of zich te verplaatsen naar een schuilplaats buiten het bereik van de werkzaamheden. Dit gebeurt door 21

Quickscan t.b.v. woningbouw aan de Koudekerkseweg te Middelburg

onder andere vegetatie of bodemmateriaal (takken, stronken, steenhopen) gefaseerd te verwijderen; in verband met verstoring van aanwezige dieren worden de werkzaamheden zoveel mogelijk overdag uitgevoerd; in verband met verstoring van aanwezige dieren worden de werkzaamheden zoveel mogelijk buiten het broedseizoen (15 maart - 15 juli) uitgevoerd; in verband met verstoring van aanwezige dieren wordt er zo min mogelijk verlichting gebruikt, wordt er gebruik gemaakt van rode verlichting en zijn de lichtbronnen naar beneden gericht; waar nodig kan er gebruik gemaakt worden van ecologische begeleiding tijdens de werkzaamheden voor bijvoorbeeld het herkennen van een beschermde plant, het aanwijzen van een exacte locatie van een nest, groei-, of rustplaats, het op juiste wijze plaatsen of verwijderen van amfibieschermen, nestkasten, etc..

22

Referenties Database NWC Websites: www.pdok.nl www.natura2000.nl www.ravon.nl www.verspreidingsatlas.nl www.vleermuis.net www.zoogdiervereniging.nl www.zuidholland.nl

Bijlage 1:

Foto 1-3: Impressie van het plangebied.

Foto 4 en 5: Kieren onder de dakpannen van perceel 2818.

Foto 6 en 7: Kieren tussen de dakpannen en ruimte onder de dakgoot.

Foto 8 en 9: Lage hagen aanwezig langs de perceelgrenzen.

Foto 10 en 11: De Rugstreeppad wordt niet verwacht.

Bijlage 2: Beschermde soorten Wet natuurbescherming In het kader van de Wet natuurbescherming worden alle in Europa voorkomende en in het wild levende vogels beschermd en onderstaande soorten uit overige soortgroepen:

Amfibieën Alpenwatersalamander Bastaard kikker1 Boomkikker Bruine kikker1 Geelbuikvuurpad Gewone pad1

Heikikker Kamsalamander Kleine watersalamander1 Knoflookpad Meerkikker1 Middelste groene kikker

Poelkikker Rugstreeppad Vinpootsalamander Vroedmeesterpad Vuursalamander

Grote vos Grote vuurvlinder Grote weerschijnvlinder Iepenpage Kleine heivlinder Kleine ijsvogelvlinder Kommavlinder Moerasparelmoervlinder Pimpernelblauwtje Sleedoornpage

Spiegeldikkopje Tijmblauwtje Veenbesblauwtje Veenbesparelmoervlinder Veenhooibeestje Veldparelmoervlinder Zilveren maan Zilverstreephooibeestje

Dagvlinders Aardbeivlinder Apollovlinder Bosparelmoervlinder Boszandoog Bruin dikkopje Bruine eikenpage Donker pimpernelblauwtje Duinparelmoervlinder Gentiaanblauwtje Grote parelmoervlinder

Haften Oeveraas

Kevers Brede geelrandwaterroofkever Gestreepte waterroofkever Juchtleerkever

Vermiljoenkever Vliegend hert

Kreeftachtigen Europese rivierkreeft

Landzoogdieren Aardmuis1 Bever Boommarter Bosmuis1 Bunzing3 Damhert Das Dwergmuis1 Dwergspitsmuis1 Edelhert Eekhoorn Egel1 Eikelmuis Gewone bosspitsmuis1

Gewone zeehond Grote bosmuis Haas1 Hamster Hazelmuis Hermelijn3 Huisspitsmuis1 Konijn1 Lynx Molmuis Noordse woelmuis Ondergrondse woelmuis4 Otter Ree1

Rosse woelmuis1 Steenmarter5 Tweekleurige bosspitsmuis4 Veldmuis1 Veldspitsmuis Vos1 Waterspitsmuis Wezel3 Wilde kat Wild zwijn6 Woelrat1 Wolf

Gevlekte Witsnuitlibel Gewone Bronlibel

Noordse winterjuffer Oostelijke witsnuitlibel

Libellen Beekrombout Bosbeekjuffer

Bronslibel Donkere waterjuffer Gaffellibel Gevlekte glanslibel

Groene glazenmaker Kempense heidelibel Mercuurwaterjuffer Hoogveenglanslibel

Rivierrombout Sierlijke witsnuitlibel Speerwaterjuffer

Kemp´s zeeschildpad Lederschildpad Levendbarende hagedis Muurhagedis

Ringslang Soepschildpad Zandhagedis

Nachtvlinders Teunisbloempijlstaart

Reptielen Adder Dikkopschildpad Gladde slang Hazelworm

Sporenplanten Varens Kleine vlotvaren Blaasvaren Groensteel Schubvaren

Bladmossen Geel schorpioenmos Tonghaarmuts

Vissen Beekdonderpad Beekprik Elrits

Gestippelde alver Grote modderkruiper Houting

Kwabaal Steur

Weekdieren Bataafse stroommossel

Platte schijfhoren

Vaatplanten Akkerboterbloem Akkerdoornzaad Akkerogentroost Beklierde ogentroost Berggamander Bergnachtorchis Blauw guichelheil Bokkenorchis Bosboterbloem Bosdravik Brave hendrik Brede wolfsmelk Breed wollegras Bruinrode wespenorchis Dennenorchis Dreps Drijvende waterweegbree Echte gamander Gevlekt zonneroosje Glad biggenkruid Gladde zegge Groen nachtorchis

Groenknolorchis Groot spiegelklokje Grote bosaardbei Grote leeuwenklauw Honingorchis Kalkboterbloem Kalketrip Karthuizeranjer Karwijselie Kleine ereprijs Kleine schorseneer Kleine wolfsmelk Kluwenklokje Knollathyrus Knolspirea Korensla Kranskarwij Kruipend moerasscherm Kruiptijm Lange zonnedauw Liggende raket Naaldenkervel

Pijlscheefkelk Roggelelie Rood peperboompje Rozenkransje Ruw parelzaad Scherpkruid Schubzegge Smalle raai Spits Havikskruid Steenbraam Stijve wolfsmelk Stofzaad Tengere distel Tengere veldmuur Trosgamander Veenbloembies Vliegenorchis Vroege ereprijs Wilde averuit Wilde ridderspoor Wilde weit Zomerschroeforchis

Vleermuizen Baardvleermuis Bechsteins vleermuis Bosvleermuis Brandts vleermuis Franjestaart Gewone dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis Grijze grootoorvleermuis

Grote hoefijzerneus Grote rosse vleermuis Ingekorven vleermuis Kleine dwergvleermuis Kleine hoefijzerneus Laatvlieger Meervleermuis

Mopsvleermuis Noordse vleermuis Rosse vleermuis Ruige dwergvleermuis Tweekleurige vleermuis Vale vleermuis Watervleermuis

Gewone vinvis Griend Grijze dolfijn Kleine zwaardwalvis Narwal Noordse vinvis Orca Potvis

Spitsdolfijn van gray Tuimelaar Walrus Witflankdolfijn Witsnuitdolfijn Witte dolfijn

Zeezoogdieren Bruinvis Bultrug Butskop Dwergpotvis Dwergvinvis Gestreepte dolfijn Gewone dolfijn Gewone spitsdolfijn

1 Voor deze soort geldt een vrijstelling in alle provincies. 2 Voor deze soort geldt een vrijstelling in alle provincies m.u.v. Flevoland. 3 Voor deze soort geldt een vrijstelling in alle provincies m.u.v. Gelderland, Noord-Holland en

Noord-Brabant. 4 Voor deze soort geldt een vrijstelling in alle provincies m.u.v. Zuid-Holland. 5 Voor deze soort geldt enkel in Friesland een vrijstelling. 6 Voor deze soort geldt enkel in Noord-Brabant een vrijstelling.

Bijlage 3: Vleermuizen en ruimtelijke ingrepen

Vleermuizen en hun leefgebied worden beschermd door de Wet natuurbescherming. In deze wet is bepaald dat in het geval van een ruimtelijke ingreep ruim van tevoren bekeken moet worden of de ingreep nadelige invloed kan hebben op vleermuizen en hoe hiermee omgegaan moet worden. Verblijfplaatsen Vleermuizen maken het hele jaar door gebruik van verschillende verblijfplaatsen (o.a. in bomen en gebouwen). Vleermuisverblijfplaatsen zijn op te delen in verschillende typen: winterverblijfplaats (waar overwinterd wordt), dagkwartieren (waar de mannetjes in de kraamkolonieperiode overdag zitten, alleen of in kleine groepjes), kraamkolonies (vrouwtjes en hun jongen, vaak in grote groepen), paar-verblijven (waar gepaard wordt, vaak in het najaar, soms gelijk aan de winterverblijfplaats) en tussenkwartieren (gebruikt in de periode tussen overwinteren en de zomerperiode in). Per type verblijfplaats gebruiken vleermuizen vaak meerdere verblijven waar tussen gewisseld wordt, bijvoorbeeld wanneer elders het klimaat geschikter is of om aan parasieten te ontkomen. Vleermuizen zijn wel zeer honkvast wat betreft de typen verblijven die ze gebruiken. Dit betekent dat hun verblijven belangrijk zijn voor instandhouding van de populatie en dat deze daarom beschermd worden door de wet. Sinds mei 2009 is het Vleermuisprotocol vastgesteld.

Dit is opgesteld door het Netwerk Groene Bureaus en de Zoogdiervereniging VZZ in overleg met de Dienst Landelijk Gebied (DLG) en de Gegevensautoriteit Natuur (GaN). Het protocol dient als leidraad voor het bepalen hoe en hoe vaak geïnventariseerd moet worden om te voldoen aan de wetgeving. Voor het bepalen of een gebouw of een potentieel geschikte boom van belang is als vleermuisverblijfplaats, is over het algemeen een langlopend onderzoek nodig (van april/mei t/m september/oktober) en zijn 4 tot 7 bezoeken nodig. Om onnodige vertraging te voorkomen, wordt daarom aangeraden om in de planning van de voorgenomen plannen rekening te houden met deze onderzoeksperiode. Maatregelen ten behoeve van vleermuizen zijn nodig: indien sprake is van een verblijfplaats die van significant belang is of zou kunnen zijn en/of; indien vleermuizen aangetroffen zijn. Er is sprake van een significant belangrijke verblijfplaats (ook wel vaste verblijfplaats genoemd, een verblijfplaats die van belang is voor een populatie) als: er sprake is van een kraamkolonie; er sprake is van een belangrijke overwinteringsplaats of paarplaats; er geen alternatieve verblijfplaatsen in de directe omgeving beschikbaar zijn; de gunstige staat van instandhouding van de (populatie van) de soort in het geding is bij het verdwijnen van de verblijfplaats.

De te nemen maatregelen moeten er voor zorgen dat verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming niet overtreden worden. Dit betekent dat er geen dieren gedood, verwond of actief verstoord mogen worden en dat in geval van significant belangrijke verblijfplaatsen deze behouden moeten blijven of anders tijdig op een goede manier vervangen dienen te worden. De functie die het leefgebied voor de betreffende populatie vervult, moet onverminderd blijven bestaan.

Om te voorkomen dat dieren gedood, verwond of actief verstoord worden, kunnen de volgende mitigerende maatregelen nodig zijn: niet slopen in de winterslaapperiode (in deze periode kan zelden met zekerheid worden vastgesteld dat vleermuizen afwezig zijn in een potentieel geschikt en onoverzichtelijk object, omdat ns extra kwetsbaar); vlak voor de sloop onderzoeken of er individuen aanwezig zijn in het te slopen object. Zijn deze wel aanwezig dan geldt dat gewacht moet worden tot het dier of de dieren weg zijn. Om zeker te weten of de mitigerende maatregelen voldoende zijn kan een ontheffing aangevraagd worden bij de provincie waarin de ingreep plaatsvindt. Een afwijzingsbrief, die stelt dat geen ontheffing geldt als goedkeuring van de voorgestelde maatregelen. Zijn de maatregelen niet voldoende, dan moeten deze aangepast worden. Als dat niet mogelijk is of wanneer compenserende maatregelen nodig zijn (bijvoorbeeld aanbieden van alternatieve verblijfplaatsen), is een ontheffing nodig. Deze wordt alleen verstrekt in geval van projecten waarbij sprake is van een groot openbaar belang. Jachtgebied en vliegroutes Naast verblijfplaatsen bestaat het leefgebied van vleermuizen ook uit foerageergebied en vliegroutes (vaak bomenrijen of waterlopen). Deze zijn ook beschermd als zij van significant belang zijn.

Zij gelden als significant belangrijk indien bij aantasting de functionaliteit van de verblijfplaats(en) in het geding komt. Is dat het geval, dan zijn maatregelen nodig die dit voorkomen, anders is een ontheffing nodig. Ook hier geldt dat deze alleen verstrekt wordt in geval van projecten waarbij sprake is van een groot openbaar belang.

Bijlage 4: Vogels en ruimtelijke ingrepen

Als mitigerende maatregelen genomen kunnen worden om de functionaliteit van de voortplantings- en/of vaste rust- en verblijfplaats te garanderen, hoeft geen ontheffing van de Wet natuurbescherming aangevraagd te worden. Om zeker te weten of de mitigerende maatregelen voldoende zijn en er inderdaad geen ontheffing nodig is, kan een ontheffing aangevraagd worden om de maatregelen (goed) te laten fgegeven. Als geen maatregelen genomen kunnen worden om de functionaliteit van de voortplantings- en/of rusten verblijfplaats te garanderen of wanneer compenserende maatregelen nodig zijn (bijvoorbeeld het aanbieden van alternatieve verblijfplaatsen), dient een ontheffing aangevraagd te worden op grond van een wettelijk belang uit de Vogelrichtlijn. De aanvraag wordt beoordeeld op de volgende punten: Is er een wettelijk belang? Is er een andere bevredigende oplossing? Komt de gunstige staat van instandhouding in gevaar?

echter niet als een wettelijk belang. Dit betekent dat de provincie in het kader van ruimtelijke ingrepen alleen een positieve afwijzing af kan geven. Bescherming van vogelnesten Artikel 3.1 lid 2 uit de Wet natuurbescherming luidt: vernielen of te beschadigen, of nesten van Voorafgaand en tijdens de werkzaamheden moet rekening gehouden worden met eventueel aanwezige vogelnesten. Er is sprake van een nest wanneer er nestindicatief gedrag is waargenomen en/of er een broedsel aanwezig is. Het vernielen of beschadigen van een nest is verboden. Dit geldt voor alle vogelsoorten. De meeste vogels maken echter elk broedseizoen een nieuw nest of zijn goed in staat om een nieuw nest te maken. Deze vogelnesten voor eenmalig gebruik vallen alleen onder de bescherming van de Wnb wanneer het in gebruik is (tijdens het broedseizoen). Wanneer een dergelijk nest niet in gebruik is, is geen ontheffing nodig voor het vernielen of beschadigen ervan. Verstoring van vogels is ook verboden, maar er bestaat een uitzondering voor verstoring die niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort (artikel 3.1 lid 5 Wnb). Dit betekent dat verstoring tijdens het broedseizoen toegestaan is, mits de staat van instandhouding van de betreffende vogelsoort gewaarborgd blijft.

Een (beperkt) aantal soorten bewoont het nest permanent of keert elk jaar terug naar hetzelfde nest. Verblijfplaatsen van deze vogelsoorten zijn niet alleen beschermd wanneer ze in gebruik zijn, maar het hele jaar: 1. Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats (voorbeeld: Steenuil).

2. Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk zijn van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: Roek, Gierzwaluw en Huismus). 3. Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: Ooievaar, Kerkuil en Slechtvalk). 4. Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen (voorbeeld: Boomvalk, Buizerd en Ransuil). Tot slot is er nog een categorie 5: Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Voor deze soorten is extra onderzoek nodig, ook al zijn hun nesten niet jaarrond beschermd; deze soorten zijn namelijk wel jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Hieronder de lijst met jaarrond beschermde vogelnesten:

Nesten van de volgende soorten zijn jaarrond beschermd indien ze nog in functie zijn: Boomvalk

Falco subbuteo

Buizerd Gierzwaluw

Buteo buteo Apus apus

Grote gele kwikstaart

Motacilla cinerea

Havik Huismus

Accipiter gentilis Passer domesticus

Kerkuil Oehoe

Tyto alba Bubo bubo

Ooievaar Ransuil

Ciconia ciconia Asio otus

Roek

Corvus frugilegus

Slechtvalk Sperwer

Falco peregrinus Accipiter nisus

Steenuil Wespendief

Athene noctua Pernis apivorus

Zwarte wouw

Milvus migrans

Nesten van de volgende soorten zijn niet jaarrond beschermd (categorie 5), maar hiervan is inventarisatie wel gewenst: Blauwe reiger

Ardea cinerea

Boerenzwaluw

Hirundo rustica

Bonte vliegenvanger Boomklever

Ficedula hypoleuca Sitta europaea

Boomkruiper Bosuil

Certhia brachydactyla Strix aluco

Brilduiker Draaihals

Bucephala clangula Jynx torquilla

Eider

Somateria mollissima

Ekster Gekraagde roodstaart

Pica pica Phoenicurus phoenicurus

Glanskop Grauwe vliegenvanger

Parus palustris Muscicapa striata

Groene specht Grote bonte specht

Picus viridis Dendrocopos major

Hop

Upupa epops

Huiszwaluw IJsvogel

Delichon urbica Alcedo atthis

Kleine bonte specht Kleine vliegenvanger

Dendrocopos minor Ficedula parva

Koolmees Kortsnavelboomkruiper

Parus major Certhia familiaris macrodactyla

Oeverzwaluw

Riparia riparia

Pimpelmees Raaf

Parus caeruleus Corvus corax

Ruigpootuil Spreeuw

Aegolius funereus Sturnus vulgaris

Tapuit Torenvalk

Oenanthe oenanthe Falco tinnunculus

Zeearend

Haliaeëtus albicilla

Zwarte kraai Zwarte mees

Corvus corone Parus ater

Zwarte roodstaart Zwarte specht

Phoenicurus ochruros Dryocopus martius

Bijlage 9 Vormvrije m.e.r-beoordeling

Juust

444

Koudekerkseweg 135 Middelburg (Toorenvliedt)

Bijlage 10 Ondertekend besluit vormvrije m.e.r.-beoordeling

Juust

451

Koudekerkseweg 135 Middelburg (Toorenvliedt)

Bijlage 11

Juust

Participatieverslag

454

Koudekerkseweg 135 Middelburg (Toorenvliedt)

Participatieverslag Parkappartementen Koudekerkseweg 135 Middelburg Inleiding Dit initiatief is van ontwikkelaar Zeeland Wonen namens de familie De Klerk. Zeeland Wonen heeft contact opgenomen met de Gemeente en zijn ideeën toegelicht. Gaandeweg hebben de ideeën geleid tot een voorstel dat voorgelegd is aan het WARK+. Er is vanuit de gemeente ook advies gegeven over het betrekken van omwonenden en belanghebbenden in een vroeg stadium bij dit planproces. Dit als onderdeel van de locatieverkenning en participatie. Participatie Zeeland Wonen heeft contact gezocht met direct omwonenden en andere belanghebbenden om het voornemen van dit plan in coronatijd één op één toe te lichten, om af te tasten of er misschien gevoeligheden zijn, wensen zijn, vragen zijn, dingen die mogelijk over het hoofd gezien zijn, waar in de verdere planvorming rekening mee gehouden moet of kan worden. In december 2020 heeft een eerste ronde van gespreken plaats gevonden en is gesproken met direct omwonenden, met een afvaardiging van de Club Jeu de Boules Middelburg, met de voorzitter van de Mikke, met de wijkmanager en voorzitter van het wijkteam. De eigenaren van villa Toorenvliedt zijn nog niet ingegaan op de uitnodiging. Tijdens deze gesprekken is het plan ter plaatse van Kwekerij De Klerk toegelicht.

Daarnaast is er waardevolle informatie verkregen van belanghebbenden en omwonenden die nader kan worden onderzocht. Alle reacties waren positief te noemen. De eigenaren van Koudekerkseweg 131 hebben aangegeven in contact te willen treden als de plannen specifieker zouden zijn. Van de naastgelegen schietvereniging is het niet gelukt om contactgegevens te achterhalen. Over het algemeen is iedereen positief over de gewenste ontwikkeling. Er is wel een aantal aandachtspunten benoemd. Hieronder de meest belangrijkste punten: Belanghebbenden/direct omwonenden willen geïnformeerd blijven; Een onderbouwing van het ontwerp van de groene inrichting is wenselijk. Er is nu lichthinder vanuit de kassen; Behouden en open houden sloot; Graag rekening houden met de zichtlijnen op Toorenvliedt; Ingang ‘parkwonen’ huidige ingang tuincentrum; Opknappen van de huidige parkeervoorziening; Auto’s over sloot om parkeerterrein te bereiken; Langzaamverkeersroutes vanaf toekomstig parkeerterrein; Verplaatsen van entree parkeerterrein wordt verplaatst naar projectlocatie; Verzoek om geen openbare verbinding te maken tussen Koudekerkseweg en park Torenvliet; Beplanting/grote bomen en fysieke afscheiding i.v.m. zorg over privacy; Klachten over onderhoud van groen; Aandacht voor afvalverzameling en waterhuishouding; Indeling appartementen (slaapvertrekken vs. woonkamers).

De naastgelegen jeu de boules vereniging heeft expliciet aangegeven dat ze zich zorgen maken over klachten in de toekomst. Op 19 juni 2022 zijn de onderzoeksresultaten (geluid en licht) met de vereniging besproken. De vereniging wil graag meedenken in de lichtopgave. Gezamenlijk wordt een leverancier uitgenodigd om in gesprek te gaan en samen te zoeken naar passende oplossingen om lichthinder te voorkomen.

De genoemde punten zijn afgewogen en zoveel mogelijk meegenomen in verdere uitwerking van de plannen. Sinds de eerste gesprekken, hebben belanghebbenden of omwonenden contact gezocht met vragen en of opmerkingen. De verzamelde aspecten die naar voren zijn gekomen uit de gesprekken met de omwonenden en belanghebbenden zijn gedeeld met de landschapsarchitect en architect. In februari 2023 zijn opnieuw gesprekken gevoerd met omwonenden en belanghebbenden. Dit voorafgaande aan de openbare inloopavond. Tijdens deze gesprekken zijn de plannen toegelicht als mede wat is gebeurd met de geplaatste op- en aanmerkingen in december 2020. Daarnaast is een indicatieve planning van de procedure aangereikt. Alle betrokkenen die in december 2020 zijn gesproken, zijn in deze periode ook gesproken. Van de eigenaren van Koudekerkseweg 131 is geen reactie ontvangen op de uitnodiging. Aan de hand van de gesprekken is te concluderen dat 80 a 90% positief heeft gereageerd op de besproken plannen. Ook de wijze waarop wordt gecommuniceerd met omwonenden en belanghebbenden wordt als goed ervaren. Op 15 februari 2023 heeft een publicatie plaats gevonden in de Walcherse Bode met de aankondiging van een inloopavond op 22 februari 2023. Op 22 februari heeft een openbare inloopavond plaats gevonden bij Club Jeu de Boule aan de Koudekerkseweg 139. Vanaf 19.00 tot 20.30 zijn ca 20 mensen ontvangen.

Naast de juridisch medewerker en stedenbouwkundige van de gemeente waren de architect, landschapsarchitect en adviseur ruimtelijke ordening aanwezig om vragen te beantwoorden. Er zijn gegevens genoteerd van bezoekers die hun gegevens wilden achterlaten. De conclusie van deze avond was dat de plannen goed zijn ontvangen. De gestelde vragen en of opmerking hadden betrekking op het groen en het landschappelijke ontwerp.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13798223/1