24-031 Bijlage 2. Bijlage 5. Verkennend en nader bodemonderzoek Koudekerkseweg 135 te Middelburg
Tekst van het document
Rapport verkennend en nader bodemonderzoek (versie 4) Koudekerkseweg 135 te Middelburg Project 23210186 14 november 2022
Opdrachtgever:
Juust B.V. Goessestraat 17a 4421 AD KAPELLE
Opgesteld door:
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Auteur:
A.N. de Vries
Kwaliteitscontrole:
E.D. Postma
Autorisatie:
Interim-manager SMA Zeeland B.V.
2001, 2002
Inhoudsopgave SAMENVATTING ......................................................................................................................................... 1 CONCLUSIES ......................................................................................................................................... 1 CONSEQUENTIES EN AANBEVELINGEN............................................................................................. 2 1. INLEIDING................................................................................................................................................ 4 1.1. AANLEIDING EN DOEL ................................................................................................................... 4 1.2. REFERENTIEKADER ....................................................................................................................... 4 1.3. BETROUWBAARHEID ..................................................................................................................... 5 2. VOORONDERZOEK ................................................................................................................................ 7 2.1. ALGEMENE BODEM- EN LOCATIEGEGEVENS ............................................................................ 7 2.2. HISTORISCHE KAARTEN, LUCHTFOTO’S EN OVERIG BEELDMATERIAAL ............................. 10 2.3.
RELEVANTE BODEMDOCUMENTEN EN VERGUNNINGEN ....................................................... 10 2.4. REGIONALE BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE .............................................................. 11 2.5. INTERPRETATIE VERWACHTE MILIEUHYGIËNISCHE BODEMKWALITEIT ............................. 12 2.6. ONDERZOEKSOPZET ................................................................................................................... 14 3. VELDWERK ........................................................................................................................................... 16 3.1. VERKENNEND BODEMONDERZOEK .......................................................................................... 16 3.2. NADER BODEMONDERZOEK....................................................................................................... 17 4. ANALYTISCH ONDERZOEK ................................................................................................................. 18 4.1. ANALYSESTRATEGIE EN -RESULTATEN ................................................................................... 18 5. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ................................................................................................... 23 5.1.
CONCLUSIES ................................................................................................................................ 23 5.2. TOETSING ONDERZOEKSHYPOTHESES ................................................................................... 23 5.3. CONSEQUENTIES EN AANBEVELINGEN .................................................................................... 24 ACHTERGRONDDOCUMENTEN .............................................................................................................. 26 BIJLAGE 1 OVERZICHTSKAART LIGGING ONDERZOEKSLOCATIE BIJLAGE 2 SITUATIETEKENING BIJLAGE 3 BOORBESCHRIJVINGEN EN -PROFIELEN BIJLAGE 4 TOETSINGSTABELLEN BIJLAGE 5 ANALYSERESULTATEN BIJLAGE 6 HISTORISCH BODEMINFORMATIE, KAARTEN EN LUCHTFOTO’S BIJLAGE 7 FOTO’S BIJLAGE 8 SITUERING EN ORIËNTATIE NIEUWE SITUATIE VOORTERREIN
23210186
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Rapport verkennend en nader bodemonderzoek (versie 4) Koudekerkseweg 135 te Middelburg
Samenvatting Door Juust B.V. is aan SMA Zeeland B.V. de opdracht verstrekt voor het uitvoeren van een verkennend en nader bodemonderzoek aan de Koudekerkseweg 135 te Middelburg. Aanleiding tot dit bodemonderzoek is de voorgenomen herinrichting van en nieuwbouw op de betreffende locatie. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is inzicht te verkrijgen of het voormalige, dan wel huidige gebruik van de onderhavige locatie en zijn omgeving heeft geleid tot verontreiniging van de bodem (grond en grondwater). Het doel van het nader bodemonderzoek is vast te stellen of sprake is van een geval van ernstige 3
bodemverontreiniging (>25 m grond verontreinigd met lood boven de interventiewaarde) op het noordelijk gedeelte van de onderzoekslocatie. Conclusies Loodverontreiniging Uit de resultaten blijkt dat de grond op het noordelijk terreingedeelte, ten oosten van de schuur en woning, tot 1,0 m-mv sterk is verontreinigd met lood. Op basis van resultaten kan worden gesteld dat hier sprake is 3
van een geval van ernstige bodemverontreiniging (>25 m grond verontreinigd met gehalten lood tot boven de interventiewaarde). Verder naar het oosten worden op het voorterrein lagere gehalten lood aangetroffen welke indicatief voldoen aan de maximale waarde voor Klasse Industrie. De bovengrond op het zuidelijk gedeelte van de locatie voldoet voor lood indicatief aan de maximale waarde voor Klasse Wonen. De verontreiniging is nog niet afgeperkt (zie ook Consequenties en Aanbevelingen hieronder). Voormalige bovengrondse petroleumtank In de ondergrond en het grondwater zijn respectievelijk de achtergrondwaarde en de streefwaarde voor minerale olie overschreden. De grond wordt indicatief geclassificeerd als Niet Toepasbaar omdat het gehalte minerale olie boven de maximale waarde voor de Klasse Industrie is gelegen. Chemicaliënopslag In de grond direct onder de verharding bij de chemicaliënopslag zijn geen achtergrondwaardeoverschrijdingen aangetoond. Algemene bodemkwaliteit Verder zijn in de bovengrond op de onderzoekslocatie achtergrondwaarde-overschrijdingen voor meerdere zware metalen, OCB en PAK aangetoond. De bovengrond wordt indicatief geclassificeerd als Klasse Wonen
23210186
en
Klasse
Industrie.
In
de
ondergrond,
buiten
de
loodverontreiniging,
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Rapport verkennend en nader bodemonderzoek (versie 4) Koudekerkseweg 135 te Middelburg
zijn
geen
1
achtergrondwaarde-overschrijdingen geconstateerd en wordt de grond indicatief geclassificeerd als Altijd Toepasbaar. In het grondwater zijn verhoogde gehalten arseen en molybdeen aangetoond van vermoedelijke natuurlijke oorsprong. Consequenties en Aanbevelingen Loodverontreiniging Op de onderzoekslocatie blijkt meer dan 25 m³ grond aanwezig met gehalten lood boven de interventiewaarde. Daarmee is hier sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. De sterke verontreiniging (gehalten lood boven de interventiewaarde) bevindt zich voor zover nu bekend binnen de toekomstige perceelsgrens van de huidige eigenaar. De verontreiniging is naar alle waarschijnlijkheid ontstaan vóór 1987 en is niet te relateren aan het huidige gebruik van de locatie. Indien (graaf)werkzaamheden zijn voorzien ter plaatse van een geval van ernstige bodemverontreiniging, zullen deze werkzaamheden moeten worden gecombineerd met saneringsmaatregelen. Hiertoe moet een saneringsplan worden opgesteld dat door het bevoegd gezag Wet bodembescherming (RUD Zeeland namens de provincie Zeeland) dient te worden goedgekeurd. De uitvoerende partijen van de saneringswerkzaamheden dienen BRL 6000 cq. BRL 7000 gecertificeerd te zijn. Indien
ter
plaatse
van
het
toekomstige
perceel
van
de
huidige
eigenaar
sprake
is
van
(graaf)werkzaamheden dan kan de saneringsmethode vaak goed worden afgestemd op eventuele herinrichtingsplannen en kan in overleg met een bodemadviesbureau worden uitgewerkt. In dit geval voldoet de sanering mogelijk aan de BUS criteria, waardoor volstaan kan worden met een sanering volgens een BUS-procedure. Hierbij geldt een kortere startproceduretijd (ca. vijf weken) dan bij een generieke saneringsprocedure, maar zijn er veel minder mogelijkheden tot maatwerk. Momenteel is de milieuhygiënische bodemkwaliteit op het voorterrein met betrekking tot lood in grond globaal in kaart gebracht. Afhankelijk van de geplande werkzaamheden van het nieuw te ontwikkelen terrein dient de loodverontreiniging nader te worden onderzocht. Bij graafwerkzaamheden dient rekening gehouden te worden met de aan te houden terugsaneerwaarde. Voor de terugsaneerwaarde geldt de waarde behorende bij de bodemfunctie uit de bodemfunctiekaart welke door de desbetreffende gemeente wordt vastgesteld. Voor deze locatie is de bodemfunctie ‘Natuur/Landbouw/Overig’. Dit betekend dat voor de terugsaneerwaarde Klasse Achtergrondwaarde zou moeten worden aangehouden. Echter, gezien nieuwbouw van woningen (met tuin/groen) zijn voorzien op deze locatie lijkt het ons inziens onpraktisch/onlogisch om hier de Achtergrondwaarde te moeten aanhouden terwijl de uiteindelijke gebruiksfunctie wonen zal zijn.
Hierbij wordt opgemerkt dat de beoogde ligging van de woningen buiten de sterke verontreiniging op het voorterrein valt. Zodoende is het advies om hier uit te gaan van Klasse Wonen voor de terugsaneerwaarde. Dit dient afgestemd te worden met de gemeente.
23210186
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Rapport verkennend en nader bodemonderzoek (versie 4) Koudekerkseweg 135 te Middelburg
2
Aanvullend bodemonderzoek De overige resultaten op de onderzoekslocatie geven geen aanleiding tot het uitvoeren van aanvullend of nader bodemonderzoek naar chemische parameters. Grondverzet In geval van het nuttig herbestemmen van uitkomende grond kan alsnog een onderzoek conform het Besluit bodemkwaliteit (partijkeuring op grond) nodig zijn. Dit is afhankelijk van onder andere -maar niet uitsluitend- de afzetlocatie, de partijomvang, de aangetroffen gehalten en de bodemvreemde bijmengingen. Er dient ook rekening mee te worden gehouden dat in de bovengrond tot 0,5 m-mv OCB aanwezig zijn. De afzetmogelijkheden in buurgemeenten op basis van hun Nota’s bodembeheer kunnen hierdoor beperkt worden. De eventuele noodzaak tot verdere keuring en mogelijkheden hiervoor kunnen in overleg met het bevoegd gezag Besluit bodemkwaliteit (veelal de ontvangende gemeente) en/of een milieuadviesbureau worden bepaald. Grondroering Bodemvreemde lagen of bijmengingen kunnen stoffen bevatten die, bij vermenging met grond, een bodemverontreiniging kunnen veroorzaken of reeds hebben veroorzaakt. Vermenging met (bijvoorbeeld onder-, boven-, en naastgelegen) grond dient daarom voorkomen te worden.
23210186
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Rapport verkennend en nader bodemonderzoek (versie 4) Koudekerkseweg 135 te Middelburg
3
1. Inleiding 1.1. Aanleiding en doel Door Juust B.V. is aan SMA Zeeland B.V. de opdracht verstrekt voor het uitvoeren van een verkennend en nader bodemonderzoek aan de Koudekerkseweg 135 te Middelburg. Aanleiding tot dit bodemonderzoek is de voorgenomen herinrichting van en nieuwbouw op de betreffende locatie. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is inzicht te verkrijgen of het voormalige, dan wel huidige gebruik van de onderhavige locatie en zijn omgeving heeft geleid tot verontreiniging van de bodem (grond en grondwater). Het doel van het nader bodemonderzoek is vast te stellen of sprake is van een geval van ernstige 3
bodemverontreiniging (>25 m grond verontreinigd met lood boven de interventiewaarde) op het noordelijk gedeelte van de onderzoekslocatie. 1.2. Referentiekader Onderzoeksopzet De onderzoeksopzet is afgeleid van de NEN 5740. Het onderzoek bestaat uit: vooronderzoek, veldonderzoek, chemische analyses, interpretatie en toetsing. Toetsingskader verkennend bodemonderzoek naar chemische parameters (NEN 5740) De voor de standaardbodem (lutum 25% en organische stof 10%) gecorrigeerde analyseresultaten van de grond worden conform de Wet bodembescherming getoetst aan de achtergrondwaarden (AW2000) en interventiewaarden. De analyseresultaten van het grondwater worden getoetst aan de streefwaarden en interventiewaarden. De achtergrondwaarden hebben betrekking op achtergrondgehalten van stoffen die van nature voorkomen, of op detectiegrenzen bij stoffen die niet van nature voorkomen. In principe is sprake van een onbeïnvloede bodemkwaliteit. De streefwaarden grondwater geven aan wat het ijkpunt is voor de milieukwaliteit op de lange termijn, uitgaande van verwaarloosbare risico’s voor het ecosysteem. De interventiewaarden bodemsanering geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd.
Ze zijn representatief voor het verontreinigingsniveau waarboven sprake is van een geval van ernstige (bodem) verontreiniging. Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging indien voor ten minste één stof de gemiddelde
gemeten
concentratie
van
minimaal
25
m
3
bodemvolume
in
het
geval
van
3
grondverontreiniging, of 100 m bodemvolume in het geval van een grondwaterverontreiniging, hoger is
23210186
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Rapport verkennend en nader bodemonderzoek (versie 4) Koudekerkseweg 135 te Middelburg
4
dan de interventiewaarde. In enkele specifieke situaties kan bij gehalten onder de interventiewaarden ook sprake zijn van een geval van ernstige verontreiniging. Dit geldt voor de zogenaamde gevoelige functies: -
moestuin/volkstuin, plaatsen waar vluchtige verbindingen aanwezig zijn in het grondwater in combinatie met hoge grondwaterstanden en/of in de onverzadigde bodem onder bebouwing.
Als een geval van ernstige verontreiniging is vastgesteld dan is sprake van een potentieel risico dat aanleiding geeft tot een vorm van saneren of beheren. De achtergrond-, streef- en interventiewaarden worden in het vervolg, samenvattend, toetsingswaarden genoemd. De norm voor barium in grond is tijdelijk ingetrokken. Gebleken is dat de interventiewaarde voor barium lager was dan het gehalte dat van nature in de bodem voorkomt. Indien er sprake is van verhoogde bariumgehalten ten opzichte van de natuurlijke achtergrond als gevolg van een antropogene bron, kan dit gehalte worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium van 920 mg/kg ds (interventiewaarde barium voor een standaardbodem). 1.3. Betrouwbaarheid Het hier gerapporteerde bodemonderzoek is uitgevoerd op zorgvuldige wijze, in overeenstemming met de geldende richtlijnen en de gebruikelijke inzichten en methoden. SMA Zeeland B.V. beschikt over een kwaliteitsmanagementsysteem (NEN-EN-ISO 9001: 2015) en veiligheidsmanagementsysteem (VGM Checklist Aannemers) waarbinnen de kwaliteit van de werkzaamheden dusdanig wordt beheerst en gewaarborgd dat haar diensten zo goed mogelijk aan de eisen en doelstellingen van de opdrachtgever voldoen. Het veldwerk is uitgevoerd door MH Poly Consultants and Engineers B.V. (certificaatnummer: K24350/18) en SMA Zeeland B.V.
Het milieukundige veldwerk ten behoeve van het grond- en grondwateronderzoek is uitgevoerd op basis van de richtlijnen van de BRL SIKB 2000 en conform de hierbij van toepassing zijnde protocollen. De uitvoerende partij beschikt hiertoe over het procescertificaat “Veldwerk voor milieuhygiënisch bodemonderzoek” op basis van de Beoordelingsrichtlijn SIKB 2000 voor de protocollen 2001, 2002, 2003 en 2018. Dit procescertificaat is uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake het milieukundige veldwerk, beginnend bij de acceptatie van het veldwerk, en eindigend bij de overdracht van de veldwerkgegevens en monsters. Eventueel onderzoek aan asfaltverharding, halfverhardingen en funderingsmaterialen valt niet onder de scope van de BRL SIKB 2000. In het kader van de waarborging van de onafhankelijkheid verklaart de hierboven genoemde partij dat het veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd conform de in dit kader gestelde eisen van de BRL SIKB 2000 en de daarbij behorende protocollen.
23210186
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Rapport verkennend en nader bodemonderzoek (versie 4) Koudekerkseweg 135 te Middelburg
5
De laboratoriumanalyses van dit onderzoek zijn uitgevoerd door een daartoe door de Raad van Accreditatie geaccrediteerd laboratorium. Een bodemonderzoek is erop gericht met beperkte middelen vast te stellen of er bodemverontreiniging aanwezig is. Dit impliceert dat de conclusies van het bodemonderzoek slechts een beperkte reikwijdte hebben. Door beperkt aantal boringen, proefgaten, proefsleuven en analyses, betekent dit concreet dat een mogelijk aanwezige verontreiniging over het hoofd gezien kan worden. Het bodemonderzoek garandeert derhalve nooit dat de onderzochte locatie geheel schoon is of anderszins, dat met het bodemonderzoek alle eventueel aanwezige verontreinigingen worden gedetecteerd. Verder geldt dat de resultaten van het onderhavige onderzoek een momentopname vormen van de bodemkwaliteit. Na de uitvoering en rapportage van dit onderzoek zouden activiteiten kunnen plaatsvinden die de milieuhygiënische kwaliteit van grond en grondwater op de onderzoekslocatie kunnen beïnvloeden. Voorbeelden hiervan zijn het bouwrijp maken van de locatie of het aanvoeren van grond van elders. Een andere factor kan bijvoorbeeld zijn het transport van verontreinigende stoffen via het grondwater van buiten
de
onderzoekslocatie.
Gezien
deze
overwegingen,
dienen
de
hier
gerapporteerde
onderzoeksresultaten met meer voorzichtigheid gebruikt en geïnterpreteerd te worden naarmate de tijd toeneemt die verlopen is na de uitvoering van het onderzoek. Op basis van de uit dit bodemonderzoek verkregen gegevens kan geen uitspraak worden gedaan over de daadwerkelijke aan- of afwezigheid van asbest en/of het gehalte aan asbest in lagen waarop geen specifiek veld- en analytisch onderzoek is verricht. Dit betreft met name als “onverdacht voor verontreiniging met asbest” aangemerkte lagen. Hiervoor kan (aanvullend) onderzoek plaatsvinden conform de NEN 5707 (Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond) en/of de NEN 5897 (Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat). Op basis van de uit dit bodemonderzoek verkregen gegevens kan in principe geen uitspraak gedaan worden over de toepassingsmogelijkheden van eventueel van de locatie af te voeren grond. Hiervoor dient onderzoek plaats te vinden conform het Besluit bodemkwaliteit. SMA Zeeland B.V. kan niet aansprakelijk gesteld worden voor eventuele schade of anderszins voor eventuele gevolgen die voortkomen uit het gebruik en de interpretatie van de in dit rapport gepresenteerde onderzoeksgegevens. Dit rapport mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd, tenzij met uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van SMA Zeeland B.V.
23210186
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Rapport verkennend en nader bodemonderzoek (versie 4) Koudekerkseweg 135 te Middelburg
6
2. Vooronderzoek In dit hoofdstuk wordt het voormalige, het huidige en het toekomstige bodemgebruik besproken. Dit zal leiden tot een hypothese over de mogelijke verontreinigingssituatie van de onderzoekslocatie. In NEN 5725:2017 zijn zeven mogelijke aanleidingen voor vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. In onderhavig onderzoek is of zijn de volgende generieke aanleiding(en) van toepassing: A. Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. 2.1. Algemene bodem- en locatiegegevens De algemene locatiegegevens en algemene gegevens met betrekking tot de bodem worden als volgt samengevat: De locatie heeft tot nu toe een bedrijfsbestemming gehad. Op het perceel is het Tuincentrum De Klerk en Zoon met plantenkwekerij en kleinhandel in bloemen en planten gevestigd. De te onderzoeken locatie was vroeger gelegen in, en grenst momenteel aan, het Park Toorenvliedt. Tabel 2.1. Overzicht algemene aspecten van de onderzoekslocatie Algemene onderzoeksaspecten
Bron(houder)
Locatiegegevens en ligging Adres en plaats
Koudekerkseweg 135 te Middelburg
Kadaster
Burgerlijke gemeente
Middelburg
Kadaster
Kadastrale gemeente
Middelburg
Kadaster
Sectie(s)
S
Kadaster
Nummer(s)
2819
Kadaster
Oppervlakte (m2)
7.569
Kadaster
Gemiddelde hoogte (m t.o.v. NAP)
-0,2 tot +0,2
AHN
Ligging op kaart
Zie bijlagen 1 en 2
Kadaster, SMA Zeeland B.V.
Betontegels op het voorterrein, in de
Opdrachtgever
winkel, naast de kassen en tussen
SMA Zeeland B.V.
1
Bodemopbouw Verhardingen
enkele bloembedden op het achterterrein. In de schuur is een deel verhard met beton, een deel met grote tegels en een met stoeptegels. Antropogene lagen
Ja, stedelijke ophooglaag met op het
Opdrachtgever
zuidelijk terreindeel meerdere bloembedden.
23210186
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Rapport verkennend en nader bodemonderzoek (versie 4) Koudekerkseweg 135 te Middelburg
7
Algemene onderzoeksaspecten Dempingen
Bron(houder) Niet bekend
Provincie Zeeland (Geoloket of Bodem Informatie Systeem, BIS) Kadaster
Grondwaterbeheersplan
Niet gezoneerd
Waterschap Scheldestromen
Geohydrologie
zie § 2.4
DINOloket
Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit Zonering bodemkwaliteitskaart
A Buitengebied 1/1 (NEN5740+OCB)
Nota bodembeheer
(BKK)
Overig Walcheren (PFAS)
gemeente Middelburg
BKK klasse bovengrond
Achtergrondwaarde (NEN5740)
Nota bodembeheer
Achtergrondwaarde (PFAS) BKK klasse ondergrond
Achtergrondwaarde (NEN5740+OCB)
Nota bodembeheer
Achtergrondwaarde (PFAS) BKK functieklasse
Natuur/landbouw/overig
Nota bodembeheer
BKK Toepassingseis PFAS
Natuur/landbouw/overig
Nota bodembeheer
Boomgaardenkaart (periode)
Niet gezoneerd
’t Zeeuws bodemvenster (Provincie Zeeland)
Aandachtsgebied lood
Ja over een strook van ca. 20 m breed
’t Zeeuws bodemvenster
langs de Koudekerkseweg Aandachtsgebied arseen in
Ja, (mogelijk) verhoogde kans
Provincie Zeeland (Geoloket)
Asbestkansenkaart
Niet gezoneerd
Provincie Zeeland (BIS)
Voormalig stortplaats bekend
Nee
Provincie Zeeland (Geoloket of BIS)
Opslagtanks bekend
Op basis van beschikbare informatie van
Gemeente (BIS)
de gemeente hebben hier twee
Eigenaar
grondwater
bovengrondse dieseltanks nabij het waterbassin gestaan welke in 1997 en 2003 verwijderd. Er zijn geen tankcertificaten beschikbaar. De huidige eigenaar heeft aangegeven dat het echter gaat om één bovengrondse petroleumtank welke in een vloeistofdichte lekbak stond. De tank is ca. 25 jaar geleden verwijderd. Geval van ernstige
Mogelijk, zie §2.3
Provincie Zeeland (Geoloket of BIS)
Wbb-beschikkingen bekend
Ja, zie §2.3
Provincie Zeeland (Geoloket of BIS)
Bodemdocumenten bekend
Ja, zie §2.3
Gemeente (BIS)
bodemverontreiniging bekend
Provincie Zeeland (Geoloket of BIS) Gebruik en beïnvloeding van de locatie Voormalig gebruik
Onderdeel van Park Toorenvliedt
Provincie Zeeland (Geoloket of BIS)
23210186
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
8
Rapport verkennend en nader bodemonderzoek (versie 4) Koudekerkseweg 135 te Middelburg
Algemene onderzoeksaspecten Huidig gebruik
Bron(houder) Sinds 1920 is op de locatie een
Huidige eigenaar
tuincentrum met bloemenkwekerij gevestigd. Hier werden voorheen ook groenten gekweekt. Toekomstig gebruik
Wonen en recreatie
Opdrachtgever
Geplande werkzaamheden
Het gedeelte rondom de huidige
Opdrachtgever
bedrijfswoning en schuur op het voorterrein blijven eigendom van de huidige eigenaar. Er zijn hier geen werkzaamheden gepland.
Op de nieuw te ontwikkelen locatie zijn voornemens twee nieuwe woningen te realiseren en het overig gedeelte te betrekken bij het aangrenzende Park Toorenvliedt. Aard bebouwing
Twee kassen, een woonhuis en een
Kadaster, BAG
schuur. Bouwjaar (originele) bebouwing
Schuur: 1876
Kadaster, BAG
Kas: 1986 (noordelijk), 1975 (zuidelijk)
Provincie Zeeland (Geoloket of BIS)
Woning: tussen 2000 en 2003 Bedrijventerrein
Nee
Provincie Zeeland (Geoloket of BIS)
Calamiteiten bekend
Nee
Opdrachtgever Gemeente (BIS) RUD Zeeland (BIS)
Bodembedreigende activiteiten
Chemicaliënopslag in de schuur. Deze
Opdrachtgever
bekend (anders dan bovenstaand)
opslag was ook in gebruik tijdens de
Gemeente (BIS)
OCB-verdachte gebruiksperiode.
RUD Zeeland (BIS)
Ja, zie hierna
Gemeente (BIS)
Relevante vergunningen beschikbaar
RUD Zeeland
Toepassing asbestverdachte
In de kit en het verwarmingstoestel van
Rapportage asbestinventarisatie,
materialen
de kassen.
Van Santen Advies B.V., kenmerk: 2113332, d.d. 7 december 2021
23210186
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Rapport verkennend en nader bodemonderzoek (versie 4) Koudekerkseweg 135 te Middelburg
9
Algemene onderzoeksaspecten
Bron(houder)
Terreinverkenning Bijzonderheden
Op het noordelijk terreindeel is een
Huidige eigenaar
geluidswal aanwezig welke is
SMA Zeeland B.V.
aangelegd, zo blijkt uit gemeentearchief stukken (zie hierna), met vrijgekomen grond afkomstig van de ontgraving ten behoeve van de aanleg van de fundering voor de woning.
In het oostelijke gedeelte van de schuur is een chemicaliënkast aanwezig.
Op het zuidelijk terreindeel zijn bloembedden aangebracht. Deze liggen ca. 0,3-0,5 m hoger dan het omliggend maaiveld. Verder zijn op dit terreindeel twee composthopen gelegen.
2.2. Historische kaarten, luchtfoto’s en overig beeldmateriaal De locatie is gelegen aan de noordzijde van het Park Toorenvliedt. De eigenaar van de locatie heeft aangegeven dat het familiebedrijf (tuincentrum met kwekerij) in 1920 is opgericht. Uit historische kaarten (bronhouder: Kadaster) en luchtfoto’s (bronhouder: Provincie Zeeland (Geoloket)) kan worden opgemaakt dat de locatie hiervoor onderdeel is geweest van het Park Toorenvliedt. Op het terrein waren destijds bomen aanwezig. Tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog heeft het terrein, net als grootte delen van Zeeland, onder water gestaan. De kassen zijn in 1975 en 1986 gebouwd. Op basis van luchtfoto’s is de afgelopen 20 jaar weinig op de locatie veranderd. Zie verder Bijlage 6. Bij afwezigheid van fotomateriaal uit de jaren ‘80-‘90 wordt voor de hypothesevorming teruggevallen op de beschikbare gegevens met betrekking tot de algemene bodemkwaliteit, namelijk beeldmateriaal van eerdere en latere jaren, de bodemkwaliteitskaart en (eventuele) (voormalige) bodembedreigende activiteiten. 2.3. Relevante bodemdocumenten en vergunningen Voor de huidige onderzoekslocatie zijn de onderstaande bodemrapporten en een Hinderwetvergunning beschikbaar.
23210186
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Rapport verkennend en nader bodemonderzoek (versie 4) Koudekerkseweg 135 te Middelburg
10
Verkennend bodemonderzoek Koudekerkseweg 135 te Middelburg, Grond-, Gewas en Milieulaboratorium “Zeeuws-Vlaanderen” B.V., kenmerk: 4409, d.d. 21 februari 2000 Ter plaatse van waar momenteel de woning staat is in 2000 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Tijdens het veldwerk werd in de grond op verschillende dieptes tot maximaal 2,0 m-mv (maximale boordiepte)) bodemvreemde bijmenging aangetroffen. In de bovengrond werden een tussenwaarde-overschrijding voor lood en streefwaarde-overschrijding voor minerale olie aangetoond. In de ondergrond werden een interventiewaarde-overschrijding voor lood, een tussenwaarde-overschrijding voor zink en streefwaarde-overschrijdingen voor cadmium, koper, kwik en PAK aangetoond. Daarnaast werd de triggerfunctie van EOX (extraheerbare organische halogenen) in zowel de boven- als ondergrond overschreden. In het grondwater werden de streefwaarden voor arseen en zink overschreden. Saneringsplan Nieuwbouw bedrijfswoning Koudekerkseweg 135 te Middelburg, kenmerk: 99.901 d.d. 17 maart 2000 In het plan staat beschreven dat ter plaatse van de loodverontreiniging de bovenste 35 cm wordt afgegraven. Voor de aanleg
van leidingen/riolering worden sleuven gegraven tot ca. 65 cm-mv. De
sleuven worden hierna gedicht met de uitkomende grond. De overtollige grond wordt toegepast in de grondwal. Het geëgaliseerde bouwterrein wordt voorzien van geotextiel met hierop een verdicht zandpakket van 20 cm. Beschikking Saneringsplan Koudekerkseweg 135 te Middelburg, kenmerk: 005898, d.d. 19 juni 2000 In de beschikking wordt vastgesteld dat het een ernstig geval van bodemverontreiniging met lood in grond betreft. Er wordt akkoord gegaan met het hierboven beschreven saneringsplan. Verder is in de beschikking ook vermeld dat na de sanering gebruiksbeperkingen zullen gelden op het perceel. Besluit verlenen Hinderwervergunning aan firma C.L. de Klerk en Zoon, Koudekerkseweg 137a Middelburg, kenmerk: 1/11312/PL, d.d. 2 maart 1982 De vergunning betreft het in werking houden van een bloemenkwekerij met verkoop aan particulieren. Verder werden met betrekking tot de huidige onderzoekslocatie en zijn directe omgeving geen relevante bodemdocumenten aangetroffen. 2.4. Regionale bodemopbouw en geohydrologie Op basis van in de nabijheid van de onderzoekslocatie gelegen boringen en daarvan afgeleid kaartmateriaal, afkomstig van onder andere TNO en de voormalige RGD (bronhouder: DINOloket), is het onderstaande
vereenvoudigde
bodemmodel
geformuleerd.
De
werkelijke
bodemopbouw
en
grondwaterstand ter plaatse van de onderzoekslocatie kan hiervan afwijken.
23210186
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Rapport verkennend en nader bodemonderzoek (versie 4) Koudekerkseweg 135 te Middelburg
11
Figuur 2.1. Gemodelleerde bodemopbouw tot 5 m-mv. 2.5. Interpretatie verwachte milieuhygiënische bodemkwaliteit In NEN 5725:2017 zijn per generieke aanleiding zoals benoemd in het begin van dit hoofdstuk, diverse te beantwoorden onderzoeksvragen geformuleerd. Na het verkrijgen van de gegevens beschreven in voorgaande paragrafen dienen in onderhavig onderzoek nog de volgende vragen te worden beantwoord om een onderzoekshypothese te vormen:
23210186
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Rapport verkennend en nader bodemonderzoek (versie 4) Koudekerkseweg 135 te Middelburg
12
A. Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende?
De horizontale begrenzingen van de onderzoekslocatie zijn weergegeven in Bijlage 2. Het grondonderzoek beperkt zich tot een maximale diepte van 2,0 m-mv. Het grondwateronderzoek beperkt zich tot een diepte van 1,5 m- de grondwaterstand die tijdens het veldwerk zal worden aangetroffen.
Is er sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn verdachte parameters?
In de schuur op het noordwesten van de locatie worden in het oostelijke gedeelte van de schuur chemicaliën opgeslagen in een chemicaliënkast. Tijdens de OCB-verdachte gebruiksperiode heeft hier eveneens opslag plaatsgevonden. Tijdens het onderzoek zal nabij de opslag een boring worden uitgevoerd. De risicostoffen betreffen het standaardpakket voor landbodem aangevuld met OCB (organochloorbestrijdingsmiddelen).
Nabij het waterbassin heeft een bovengrondse petroleumtank in een vloeistofdichte bak gestaan welke ca. 25 jaar geleden is verwijderd. De risicostoffen betreffen minerale olie en vluchtige aromaten in de grond en het grondwater.
Ten noorden van de bedrijfswoning is een geluidswal gelegen. Dit betreft de overtollige grond afgegraven voor de bouw van de bedrijfswoning. De gemeente is met deze werkwijze akkoord gegaan middels een beschikking (kenmerk: 005898, d.d. 19 juni 2000). Op basis van voorgaand onderzoek wordt ervan uitgegaan dat dit grond betreft met achtergrondwaarde-overschrijdingen voor verscheidene parameters uit het standaardpakket voor landbodem. De geluidswal zal bij de herontwikkeling van de locatie vermoedelijk in stand worden gehouden. Deze geluidswal wordt niet meegenomen in het voorliggend onderzoek.
Verder is vermoedelijk sprake van diffuse, antropogene bodembelasting met heterogene verdeling op schaal van monstername als gevolg van het jarenlange gebruik van de locatie. Concrete puntbronnen zijn niet aan te wijzen. De risicostoffen betreffen de parameters uit het standaardpakket voor landbodem aangevuld met OCB.
Is de bodem asbestverdacht?
De bodem is op voorhand niet asbestverdacht.
Wat is de bodemopbouw en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich?
De bodemopbouw kan op voorhand niet met zekerheid worden bepaald. In Zeeland worden zand en klei doorgaans in afwisselende mate en opbouw in de deklaag gevonden, waarbij vanaf 1,5 mmv soms ook veenlagen worden aangetroffen. Dit is sterk afhankelijk van de precieze onderzoekslocatie en historische, natuurlijke en antropogene processen welke de huidige Zeeuwse Delta hebben gecreëerd. Vermoedelijk is er wel een verschil in milieuhygiënische
23210186
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Rapport verkennend en nader bodemonderzoek (versie 4) Koudekerkseweg 135 te Middelburg
13
kwaliteit tussen de boven- en ondergrond als gevolg van (vaak historische) antropogene activiteiten. Is er sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving op de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke beïnvloeding en waar?
Poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS) zijn (zeer) zorgwekkende stoffen die al vele decennia worden gebruikt in vele processen en producten. Deze stoffen worden niet enkel lokaal bij puntbronnen (b.v. teflonproducende en -verwerkende bedrijven, galvanisatiebedrijven, brand(oefen)plaatsen) aangetroffen, maar zijn inmiddels ook als diffuse verontreiniging in bodem, grondwater en oppervlaktewater aangetroffen. Voor deze stoffen is een handelingskader gepubliceerd op 13 december 2021. In 2020 en 2021 zijn Zeeuwse bodemkwaliteitskaarten voor PFAS gepubliceerd die een regionaal beeld geven van de bodemkwaliteit m.b.t. PFAS. De huidige locatie kent geen puntbronnen en ligt niet in één van de aandachtsgebieden. Er is geen aanleiding voor veld- en analytisch onderzoek naar PFAS28+2; de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart biedt voldoende informatie.
Als gevolg van natuurlijke bodemprocessen worden arseen, barium, chroom en molybdeen in Zeeland regelmatig in van nature verhoogde concentraties aangetroffen in het freatische grondwater. In de grond zijn dan niet altijd verhoogde gehalten aantoonbaar en concentraties kunnen fluctueren. Voor barium en chroom geldt dat de natuurlijke achtergrondconcentraties in brak grondwater doorgaans wat hoger zijn dan in zoet grondwater (RIVM briefrapport 20170125).
Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Motiveer het antwoord.
Veld- en analytisch onderzoek is noodzakelijk. De beschikbare gegevens geven te weinig concrete informatie over de huidige milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (bovengrond, ondergrond en grondwater) op de locatie.
Welke hypothese en strategie zijn van toepassing bij de uitvoering van bodemonderzoek (inclusief de indeling van de onderzoekslocatie in deellocaties met verschillende hypotheses over de aard en verdeling van de verontreinigende stoffen)?
Zie § 2.6.
2.6. Onderzoeksopzet Onderzoeksopzet Uit de ontwikkelingsplannen blijkt dat het gedeelte rondom de huidige bedrijfswoning en schuur op het voorterrein eigendom blijven van de huidige eigenaar. Er zijn op het toekomstige perceel van de eigenaar geen werkzaamheden voorzien. Op het overig terrein, hierna te noemen ‘de ontwikkelingslocatie’, zijn voornemens twee nieuwe woningen te realiseren en het overig gedeelte te betrekken bij het aangrenzende Park Toorenvliedt.
23210186
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Rapport verkennend en nader bodemonderzoek (versie 4) Koudekerkseweg 135 te Middelburg
14
Gezien voor het gehele kadastrale perceel een bestemmingsplanwijziging aangevraagd zal worden is voor de onderzoeksstrategie, zie hieronder, uitgegaan van één plangebied. Echter is het voor de interpretatie van de veldwerk- en analyseresultaten en eventuele bijkomende consequenties belangrijk het onderscheid tussen het toekomstige perceel van de eigenaar en de ontwikkelingslocatie in acht te nemen. Hypothese en onderzoeksstrategie Op basis van het vooronderzoek zijn de volgende (gestandaardiseerde) onderzoekshypotheses geformuleerd waarbij in voorkomende gevallen onderscheid is gemaakt tussen separaat te onderzoeken deellocaties. Er wordt tevens onderscheid gemaakt tussen de verwachte bodemverontreinigingssituatie met betrekking tot chemische parameters en de verwachte verontreinigingssituatie met betrekking tot asbest. Tabel 2.2. Hypothese en bijbehorende strategie voor vervolgonderzoek naar chemische parameters Bodemcompartiment /
Hypothese (NEN 5725)
Analyseparameters
traject
Strategie (NEN 5740)
Algemene bodemkwaliteit* Bovengrond
verdachte locatie, diffuse
standaard parameters voor
bodembelasting en heterogene
landbodem (pakket A), OCB
VED-HE-NL
verdeling op schaal van monsterneming Ondergrond
onverdachte, kleinschalige locatie
pakket A
ONV-NL
Grondwater
onverdachte, kleinschalige locatie
standaard parameters voor
ONV-NL
maar met mogelijk van nature
grondwater (pakket B), As, Cr
verhoogde concentraties arseen, chroom, barium en/of molybdeen. Voormalige bovengrondse petroleumtank Grond
verdachte locatie, plaatselijke
minerale olie, vluchtige aromaten
bodembelasting en een duidelijke
(BTEXNS)
VEP
kern, geen ondergrondse opslagtank Grondwater
verdachte locatie, plaatselijke
minerale olie, BTEXNS
VEP
bodembelasting en een duidelijke kern, geen ondergrondse opslagtank * De chemicaliënopslag wordt meegenomen als aandachtspunt in het onderzoek. Ter plaatse van de opslag zal een boring worden uitgevoerd. De grond wordt separaat geanalyseerd op pakket A aangevuld met OCB. pakket A:
standaardpakket onderzoek landbodem: barium, cadmium, kobalt, koper, lood, nikkel, zink, kwik, molybdeen, PCB 7, PAK10 (VROM), minerale olie (GC), percentages lutum en organische stof;
pakket B:
standaardpakket grondwater: barium, cadmium, kobalt, koper, lood, nikkel, zink, kwik, molybdeen, vluchtige aromaten (BTEXSN), vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOCl), minerale olie;
BTEXNS:
benzeen, toluene, ethylbenzeen, xylenen, naftaleen, styreen;
As, Cr:
arseen, chroom.
23210186
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Rapport verkennend en nader bodemonderzoek (versie 4) Koudekerkseweg 135 te Middelburg
15
3. Veldwerk In dit hoofdstuk worden de uitvoering en de resultaten van het veldwerk besproken. 3.1. Verkennend bodemonderzoek Uitgevoerd veldwerk Het veldwerk is op 14 en 15 december 2021 uitgevoerd door de erkende veldwerker W.P. Leijten met assistentie van de veldwerker in opleiding D. Bakker en op 10 januari 2022 door de erkende veldwerker G. de Feijter conform de in paragraaf 2.6 vermelde onderzoeksstrategie. Op 11 november 2022 zijn door de erkende veldwerker D.R. Janssen (MH Poly) vier aanvullende boringen tot 2,75 m-mv uitgevoerd ter plaatse van de toekomstige bebouwing (beoogde ontgravingsdiepte 2,5 m-mv). De boorlocaties zijn weergegeven in de situatietekening in Bijlage 2. De boringen zijn gelijkmatig over de locatie verdeeld geplaatst. Van het opgeboorde bodemmateriaal is per halve meter en/of per (zintuiglijk afwijkende) bodemlaag een monster genomen. Plaatselijk is van de zintuiglijk verdachte bodemlaag ter plaatse van de voormalige bovengrondse petroleumtank een steekbusmonster genomen. Dit voorkomt het verdampen van de vluchtige analyseparameters tijdens monstername. Het grondwater uit de peilbuizen 07 en 15 is bemonsterd op 23 december 2021 door de hiertoe erkende veldwerker H.C. Peters. Het grondwater uit peilbuis 24 is bemonsterd op 18 januari 2022 door de hiertoe erkende veldwerker W.P. Leijten.
In peilbuis 07, 15 en 24 zijn grondwaterstijghoogte gemeten van respectievelijk 0,5 m-mv, 0,3 m-mv en 0,9 m-mv. Tijdens de bemonstering van het grondwater zijn geen afwijkingen geconstateerd. De bepalingen van de grondwaterstijghoogte, zuurgraad (pH), de elektrische geleidbaarheid (EC) en de troebelheid van het grondwater (zie Bijlage 4C) geven geen aanleiding de analysestrategie te wijzigen. Veldwerk resultaten Voor gedetailleerde informatie met betrekking tot de bodemopbouw en de eventuele aanwezigheid van bodemvreemde bijmengingen wordt verwezen naar de veldwerkgegevens in Bijlage 3. De algemene bevindingen zijn: Onder de bestrating is een zintuiglijk schoon zandpakket aanwezig met hieronder voornamelijk klei met in de ondergrond plaatselijk afgewisseld door zand. Op een diepte van ca. 1,5 tot 2,75 m-mv (maximale boordiepte) is veen aangetroffen. In de kleiige grond zijn tot 1,4 m-mv bijmengingen van voornamelijk sporen baksteen aangetroffen met in mindere mate zandcement, grind, kalk, kolendeeltjes en plastic. In de ondergrond ter plaatse van de voormalige bovengrondse petroleumtank is in de laag van 1,0 tot 1,5 m-mv zwakke olie-water reactie geconstateerd en passief een zwakke oliegeur waargenomen. Conform de NEN 5707 betreft de bijmenging aan baksteen als gedefinieerd puin en wordt derhalve niet als asbestverdacht geclassificeerd.
23210186
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Rapport verkennend en nader bodemonderzoek (versie 4) Koudekerkseweg 135 te Middelburg
16
3.2. Nader bodemonderzoek Ter plaatse van boring 01 (ten oosten van de schuur) is tijdens het verkennend bodemonderzoek een interventiewaarde-overschrijding voor lood geconstateerd. Verder werd op het voorterrein verhoogde gehalten aan lood boven de achtergrondwaarde aangetoond. Op een gedeelte van het perceel (t.p.v. het woonhuis) is voorheen een verontreiniging met gehalten lood tot boven de interventiewaarde aangetoond. Zodoende is er aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek met als doel vaststellen of 3
hier sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging (>25 m grond verontreinigd met gehalten boven de interventiewaarde). Het veldwerk is op 12 april 2022 uitgevoerd door de erkende veldwerker W.P. Leijten. Hiertoe is ter plaatse van boring 01 uit het verkennend bodemonderzoek één boring tot 1,5 m-mv uitgevoerd (boring 101) ten behoeve van de verticale afperking met hieromheen 4 horizontale afperkende boringen tot 1,0 mmv (boringen 102 t/m 105). Verder zijn verdeeld over het voorterrein 8 boringen uitgevoerd tot 1,0 m-mv (boringen 106 t/m 112 en 110a) om inzicht te verkrijgen in de gehalten lood over een groter gedeelte van het voorterrein. De boorlocaties zijn weergegeven in de situatietekening in Bijlage 2. Van het opgeboorde bodemmateriaal is per halve meter en/of per (zintuiglijk afwijkende) bodemlaag een monster genomen.
23210186
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Rapport verkennend en nader bodemonderzoek (versie 4) Koudekerkseweg 135 te Middelburg
17
4. Analytisch onderzoek In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de keuze van de geanalyseerde monsters en de parameters waarop deze zijn geanalyseerd. Vervolgens worden de analyseresultaten gepresenteerd evenals de eventuele overschrijdingen van de toetsingswaarden. De analyserapporten van het laboratorium zijn opgenomen in Bijlage 5. 4.1. Analysestrategie en -resultaten Hieronder is tabelgewijs weergegeven welke monsters ter analyse zijn ingezet. Ook is weergegeven op welke parameters is geanalyseerd. Tabel 4.1 Inzet grond(meng)monsters ter analyse (Meng)
Boring + traject
monsters
(m-mv)
Grondsoort
Reden analyse
Analyse (parameters)
Algemene bodemkwaliteit MM01
03 (0,06 - 0,20)
Zand
04 (0,06 - 0,13)
zand onder tegels noordelijk
pakket A, OCB
terreindeel
06 (0,06 - 0,46) 01-1
01 (0,00 - 0,40)
Klei
bovengrond noordelijk terreindeel,
pakket A, OCB
sporen baksteen MM02
01, 02 (0,40 - 0,50)
Klei
03 (0,20 - 0,55)
bovengrond noordelijk terreindeel,
pakket A, OCB
sporen tot zwak baksteenhoudend,
07 (0,00 - 0,50)
sporen en brokken kooldeeltjes
01-2
01 (0,40 - 0,50)
Klei
uitsplitsing MM02
lood
02-2
02 (0,40 - 0,50)
Klei
uitsplitsing MM02
lood
03-2
03 (0,20 - 0,55)
Klei
uitsplitsing MM02
lood
07-1
07 (0,00 - 0,50)
Klei
uitsplitsing MM02
lood
MM03
08 (0,00 - 0,35)
Klei
bovengrond centraal terreingedeelte,
pakket A, OCB
09 (0,00 - 0,20)
zintuiglijk schoon
11 (0,00 - 0,30) 14 (0,00 - 0,50) MM04
18 (0,00 - 0,40)
Klei
20 (0,07 - 0,57)
bovengrond zuidelijk terreindeel,
pakket A, OCB
sporen baksteen en kalk, resten stenen
22 (0,00 - 0,50) 23 (0,00 - 0,20) MM05
03 (0,55 – 1,30) 07 (0,50 - 1,50)
Klei
ondergrond noordelijk terreingedeelte,
pakket A
zintuiglijk schoon
11 (0,50 - 1,50)
23210186
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Rapport verkennend en nader bodemonderzoek (versie 4) Koudekerkseweg 135 te Middelburg
18
(Meng)
Boring + traject
monsters
(m-mv)
MM06
12, 18 (0,40 - 0,90)
Grondsoort
Reden analyse
Analyse (parameters)
Klei
14, 17, 22 (0,50 - 1,00)
ondergrond zuidelijk terreingedeelte,
pakket A
sporen baksteen
15 (0,50 - 0,80) 16 (0,25 - 0,75) 21 (0,30 - 0,80) Voormalige bovengrondse petroleumtank 24-1
24 (0,00 - 0,50)
Klei
24-8
24 (1,10 - 1,30)
Klei
kwaliteitsbepaling bovengrond, geen
minerale olie
olie-water reactie kwaliteitsbepaling ondergrond, zwakke
minerale olie, BTEXNS
olie-water reactie Chemicaliënopslag 25-1
25 (0,05 - 0,15)
Zand
kwaliteitsbepaling bovengrond
pakket A, OCB
Nader bodemonderzoek lood 101-3
101 (1,00 - 1,40)
Klei
verticale afperking boring 01
lood
102-2
102 (0,09 - 0,59)
Klei
horizontale afperking boring 01
lood
103-1
103 (0,00 - 0,40)
Klei
horizontale afperking boring 01
lood
104-1
104 (0,00 - 0,50)
Klei
horizontale afperking boring 01
lood
105-1
105 (0,04 - 0,54)
Klei
horizontale afperking boring 01
lood
106-2
106 (0,20 - 0,70)
Klei
indicatie horizontale verspreiding
lood
107-1
107 (0,00 - 0,50)
Klei
indicatie horizontale verspreiding
lood
108-1
108 (0,00 - 0,40)
Klei
indicatie horizontale verspreiding
lood
109-1
109 (0,09 - 0,59)
Klei
indicatie horizontale verspreiding
lood
110a-1
110a (0,09 - 0,55)
Klei
indicatie horizontale verspreiding
lood
111-2
111 (0,09 - 0,59)
Klei
indicatie horizontale verspreiding
lood
112-2
112 (0,40 - 0,90)
Klei
indicatie horizontale verspreiding
lood
Tabel 4.2 Inzet grondwatermonsters ter analyse (Meng)
Peilbuis
Filterdiepte (m -mv)
Reden analyse
monsters
Analyse (parameters)
Algemene bodemkwaliteit 07-1-1
07
1,00 - 2,00
kwaliteitsbepaling grondwater
pakket B, As, Cr
15-1-1
15
0,60 - 1,60
kwaliteitsbepaling grondwater
pakket B, As, Cr
kwaliteitsbepaling grondwater
minerale olie, BTEXNS
Voormalige bovengrondse petroleumtank 24-1-1
24
1,50 - 2,50
De resultaten van de toetsing van de analyseresultaten aan het toetsingskader uit de Wet bodembescherming zijn weergegeven in de onderstaande tabel(len). Hierin wordt per stof of stofgroep een index tussen haakjes weergegeven. Wanneer in het monster geen gehalten groter dan de
23210186
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Rapport verkennend en nader bodemonderzoek (versie 4) Koudekerkseweg 135 te Middelburg
19
toetsingswaarde zijn gevonden, wordt een streepje “-“ getoond. De index tussen haakjes geeft het volgende aan:
index (-): gehalte groter dan de generieke achtergrond-/streefwaarde, maar index ≤ 0,01;
index > 0,00 en ≤ 1,00: gehalte groter dan de generieke achtergrond-/streefwaarde, maar kleiner dan de interventiewaarde;
index > 1,00: gehalte groter de interventiewaarde.
De toetsingstabellen, waarin de getoetste analyseresultaten zijn opgenomen, zijn vermeld in Bijlage 4. Tabel 4.3 Overschrijdingstabel analyseresultaten grond(meng)monsters aan Wbb (Meng)
Boring + traject
> Achtergrondwaarde
> Interventiewaarde
Indicatieve
monsters
(m-mv)
(0 < index <= 1,0)
(index > 1)
kwaliteitsbepaling (Rbk)
Algemene bodemkwaliteit MM01
03 (0,06 - 0,20)
-
-
Altijd Toepasbaar
Zink (0,19)
-
Klasse Industrie
-
Klasse Industrie
Lood (1,54)
Niet Toepasbaar
04 (0,06 - 0,13) 06 (0,06 - 0,46) 01-1
01 (0,00 - 0,40)
Kwik (0,01) PAK 10 VROM (0,27) Lood (0,78) MM02
01, 02 (0,40 - 0,50)
Zink (0,22)
03 (0,20 - 0,55)
Kwik (0,01)
07 (0,00 - 0,50)
PAK 10 VROM (0,04) Lood (0,8)
01-2
01 (0,40 - 0,50)
-
> Interventiewaarde 02-2
02 (0,40 - 0,50)
Lood (0,53)
-
Klasse Industrie
03-2
03 (0,20 - 0,55)
Lood (0,7)
-
Klasse Industrie
07-1
07 (0,00 - 0,50)
-
-
Altijd Toepasbaar
MM03
08 (0,00 - 0,35)
Koper (0,04)
-
Klasse Wonen
09 (0,00 - 0,20)
Zink (0,08)
11 (0,00 - 0,30)
Kwik (0,01)
14 (0,00 - 0,50)
Lood (0,32) PAK 10 VROM (0,01) DDD (som) (-)
23210186
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Rapport verkennend en nader bodemonderzoek (versie 4) Koudekerkseweg 135 te Middelburg
20
(Meng)
Boring + traject
> Achtergrondwaarde
> Interventiewaarde
Indicatieve
monsters
(m-mv)
(0 < index <= 1,0)
(index > 1)
kwaliteitsbepaling
MM04
18 (0,00 - 0,40)
Lood (0,24)
-
Klasse Industrie
20 (0,07 - 0,57)
DDD (som) (-)
22 (0,00 - 0,50)
DDT (som) (0,01)
23 (0,00 - 0,20)
Chloordaan (cis + trans)
-
-
Altijd Toepasbaar
-
-
Altijd Toepasbaar
(Rbk)
(0,01) Drins (Aldrin+Dieldrin+Endrin) (-) MM05
03 (0,55 – 1,30) 07 (0,50 - 1,50) 11 (0,50 - 1,50)
MM06
12, 18 (0,40 - 0,90) 14, 17, 22 (0,50 - 1,00) 15 (0,50 - 0,80) 16 (0,25 - 0,75) 21 (0,30 - 0,80)
Voormalige bovengrondse petroleumtank 24-1
24 (0,00 - 0,50)
-
-
Altijd Toepasbaar
24-8
24 (1,10 - 1,30)
Minerale olie C10 - C40
-
Niet Toepasbaar
(0,21)
> Industrie
Chemicaliënopslag 25-1
25 (0,05 - 0,15)
-
-
Altijd Toepasbaar
Nader bodemonderzoek lood 101-3
101 (1,00 - 1,40)
-
-
Altijd Toepasbaar
102-2
102 (0,09 - 0,59)
Lood (0,11)
-
Klasse Wonen
103-1
103 (0,00 - 0,40)
Lood (0,93)
-
Klasse Industrie
104-1
104 (0,00 - 0,50)
-
Lood (1,16)
Niet Toepasbaar
105-1
105 (0,04 - 0,54)
Lood (0,44)
-
Klasse Industrie
106-2
106 (0,20 - 0,70)
Lood (0,54)
-
Klasse Industrie
107-1
107 (0,00 - 0,50)
-
Lood (1,02)
Niet Toepasbaar
> Interventiewaarde
> Interventiewaarde 108-1
108 (0,00 - 0,40)
Lood (1,05)
-
Niet Toepasbaar > Interventiewaarde
109-1
109 (0,09 - 0,59)
Lood (0,43)
-
Klasse Industrie
110a-1
110a (0,09 - 0,55)
Lood (0,65)
-
Klasse Industrie
111-2
111 (0,09 - 0,59)
Lood (0,72)
-
Klasse Industrie
112-2
112 (0,40 - 0,90)
Lood (0,1)
-
Klasse Wonen
23210186
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Rapport verkennend en nader bodemonderzoek (versie 4) Koudekerkseweg 135 te Middelburg
21
Tabel 4.4 Overschrijdingstabel analyseresultaten grondwatermonsters aan Wbb Monster
Peilbuis
Filterdiepte
> Streefwaarde
> Interventiewaarde
(m -mv)
(0 < index <= 1,0)
(index > 1)
1,00 - 2,00
Arseen (0,38)
-
Algemene bodemkwaliteit 07-1-1
07
Molybdeen (0,04) 15-1-1
15
0,60 - 1,60
Molybdeen (0,03)
Arseen (1,04)
Minerale olie C10 - C40 (0,18)
-
Voormalige bovengrondse petroleumtank 24-1-1
23210186
24
1,50 - 2,50
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Rapport verkennend en nader bodemonderzoek (versie 4) Koudekerkseweg 135 te Middelburg
22
5. Conclusies en Aanbevelingen In dit hoofdstuk wordt de verontreinigingssituatie beschreven op basis van de onderzoeksresultaten. Vervolgens wordt deze getoetst aan de hypothese. Tenslotte wordt de conclusie van het onderzoek weergegeven. 5.1. Conclusies Loodverontreiniging Uit de resultaten blijkt dat de grond op het noordelijk terreingedeelte, ten oosten van de schuur en woning, tot 1,0 m-mv sterk is verontreinigd met lood. Op basis van resultaten kan worden gesteld dat hier sprake is 3
van een geval van ernstige bodemverontreiniging (>25 m grond verontreinigd met gehalten lood tot boven de interventiewaarde). Verder naar het oosten worden op het voorterrein lagere gehalten lood aangetroffen welke indicatief voldoen aan de maximale waarde voor Klasse Industrie. De bovengrond op het zuidelijk gedeelte van de locatie voldoet voor lood indicatief aan de maximale waarde voor Klasse Wonen. De verontreiniging is nog niet afgeperkt (zie ook Consequenties en Aanbevelingen hieronder). Voormalige bovengrondse petroleumtank In de ondergrond en het grondwater zijn respectievelijk de achtergrondwaarde en de streefwaarde voor minerale olie overschreden. De grond wordt indicatief geclassificeerd als Niet Toepasbaar omdat het gehalte minerale olie boven de maximale waarde voor de Klasse Industrie is gelegen. Chemicaliënopslag In de grond direct onder de verharding bij de chemicaliënopslag zijn geen achtergrondwaardeoverschrijdingen aangetoond. Algemene bodemkwaliteit Verder zijn in de bovengrond op de onderzoekslocatie achtergrondwaarde-overschrijdingen voor meerdere zware metalen, OCB en PAK aangetoond. De bovengrond wordt indicatief geclassificeerd als Klasse Wonen
en
Klasse
Industrie.
In
de
ondergrond,
buiten
de
loodverontreiniging,
zijn
geen
achtergrondwaarde-overschrijdingen geconstateerd en wordt de grond indicatief geclassificeerd als Altijd Toepasbaar. In het grondwater zijn verhoogde gehalten arseen en molybdeen aangetoond van vermoedelijke natuurlijke oorsprong. 5.2. Toetsing onderzoekshypotheses In het vooronderzoek zijn onderzoekshypotheses geformuleerd op basis waarvan de gebruikte veldwerken analysestrategieën zijn opgesteld. Hieronder is aangegeven in hoeverre deze hypotheses verworpen
23210186
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Rapport verkennend en nader bodemonderzoek (versie 4) Koudekerkseweg 135 te Middelburg
23
kunnen worden op basis van de overige onderzoeksresultaten. Eventuele gevolgen voor het vervolgtraject zijn hieronder in Consequenties en Aanbevelingen aangegeven. Algemene bodemkwaliteit Voor het onderzoek naar chemische parameters is uitgegaan van de hypotheses:
Bovengrond: verdacht voor bodemverontreiniging met stoffen uit het standaardpakket voor landbodem en/of OCB. Deze hypothese dient te worden aangenomen.
Ondergrond: onverdacht voor bodemverontreiniging. Deze hypothese dient voor het noordelijk terreingedeelte te worden verworpen. Voor het zuidelijk terreingedeelte kan de hypothese onverdacht worden aangenomen.
Grondwater: onverdacht voor bodemverontreiniging maar met mogelijk van nature verhoogde concentraties arseen, chroom, barium en/of molybdeen. De hypothese onverdacht kan worden aangenomen.
Voormalige bovengrondse petroleumtank Voor het onderzoek naar chemische parameters is uitgegaan van de hypotheses:
Grond: verdacht voor bodemverontreiniging met minerale olie en/of vluchtige aromaten. Deze hypothese dient te worden aangenomen.
Grondwater: verdacht voor bodemverontreiniging met minerale olie en/of vluchtige aromaten. Deze hypothese dient te worden aangenomen.
5.3. Consequenties en Aanbevelingen Loodverontreiniging Op de onderzoekslocatie blijkt meer dan 25 m³ grond aanwezig met gehalten lood boven de interventiewaarde. Daarmee is hier sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. De sterke verontreiniging (gehalten lood boven de interventiewaarde) bevindt zich voor zover nu bekend binnen de toekomstige perceelsgrens van de huidige eigenaar. De verontreiniging is naar alle waarschijnlijkheid ontstaan vóór 1987 en is niet te relateren aan het huidige gebruik van de locatie. Indien (graaf)werkzaamheden zijn voorzien ter plaatse van een geval van ernstige bodemverontreiniging, zullen deze werkzaamheden moeten worden gecombineerd met saneringsmaatregelen. Hiertoe moet een saneringsplan worden opgesteld dat door het bevoegd gezag Wet bodembescherming (RUD Zeeland namens de provincie Zeeland) dient te worden goedgekeurd. De uitvoerende partijen van de saneringswerkzaamheden dienen BRL 6000 cq. BRL 7000 gecertificeerd te zijn. Indien
ter
plaatse
van
het
toekomstige
perceel
van
de
huidige
eigenaar
sprake
is
van
(graaf)werkzaamheden dan kan de saneringsmethode vaak goed worden afgestemd op eventuele herinrichtingsplannen en kan in overleg met een bodemadviesbureau worden uitgewerkt. In dit geval voldoet de sanering mogelijk aan de BUS criteria, waardoor volstaan kan worden met een sanering volgens een BUS-procedure. Hierbij geldt een kortere startproceduretijd (ca. vijf weken) dan bij een generieke saneringsprocedure, maar zijn er veel minder mogelijkheden tot maatwerk.
23210186
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Rapport verkennend en nader bodemonderzoek (versie 4) Koudekerkseweg 135 te Middelburg
24
Momenteel is de milieuhygiënische bodemkwaliteit op het voorterrein met betrekking tot lood in grond globaal in kaart gebracht. Afhankelijk van de geplande werkzaamheden van het nieuw te ontwikkelen terrein dient de loodverontreiniging nader te worden onderzocht. Bij graafwerkzaamheden dient rekening gehouden te worden met de aan te houden terugsaneerwaarde. Voor de terugsaneerwaarde geldt de waarde behorende bij de bodemfunctie uit de bodemfunctiekaart welke door de desbetreffende gemeente wordt vastgesteld. Voor deze locatie is de bodemfunctie ‘Natuur/Landbouw/Overig’. Dit betekend dat voor de terugsaneerwaarde Klasse Achtergrondwaarde zou moeten worden aangehouden. Echter, gezien nieuwbouw van woningen (met tuin/groen) zijn voorzien op deze locatie lijkt het ons inziens onpraktisch/onlogisch om hier de Achtergrondwaarde te moeten aanhouden terwijl de uiteindelijke gebruiksfunctie wonen zal zijn. Hierbij wordt opgemerkt dat de beoogde ligging van de woningen buiten de sterke verontreiniging op het voorterrein valt. Zodoende is het advies om hier uit te gaan van Klasse Wonen voor de terugsaneerwaarde. Dit dient afgestemd te worden met de gemeente. Aanvullend bodemonderzoek De overige resultaten op de onderzoekslocatie geven geen aanleiding tot het uitvoeren van aanvullend of nader bodemonderzoek naar chemische parameters.
Grondverzet In geval van het nuttig herbestemmen van uitkomende grond kan alsnog een onderzoek conform het Besluit bodemkwaliteit (partijkeuring op grond) nodig zijn. Dit is afhankelijk van onder andere -maar niet uitsluitend- de afzetlocatie, de partijomvang, de aangetroffen gehalten en de bodemvreemde bijmengingen. Er dient ook rekening mee te worden gehouden dat in de bovengrond tot 0,5 m-mv OCB aanwezig zijn. De afzetmogelijkheden in buurgemeenten op basis van hun Nota’s bodembeheer kunnen hierdoor beperkt worden. De eventuele noodzaak tot verdere keuring en mogelijkheden hiervoor kunnen in overleg met het bevoegd gezag Besluit bodemkwaliteit (veelal de ontvangende gemeente) en/of een milieuadviesbureau worden bepaald. Grondroering Bodemvreemde lagen of bijmengingen kunnen stoffen bevatten die, bij vermenging met grond, een bodemverontreiniging kunnen veroorzaken of reeds hebben veroorzaakt. Vermenging met (bijvoorbeeld onder-, boven-, en naastgelegen) grond dient daarom voorkomen te worden.
23210186
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Rapport verkennend en nader bodemonderzoek (versie 4) Koudekerkseweg 135 te Middelburg
25
Achtergronddocumenten Onderstaande documenten vormen de basis voor divers milieuhygiënisch onderzoek op, aan en in bodem en bouwstoffen in Nederland. Wet- en regelgeving (vigerende versies op wetten.overheid.nl) 1.
Wet bodembescherming
2.
Circulaire Bodemsanering 2013
3.
Besluit Bodemkwaliteit
4.
Regeling Bodemkwaliteit
5.
Besluit asbestwegen milieubeheer
6.
Regeling nadere voorschriften asbestwegen milieubeheer
7.
Besluit Uniforme Saneringen
8.
Regeling Uniforme Saneringen
Normdocumenten 9.
Nederlands
Normalisatie
Instituut,
NEN
5707:2015/C2:2017,
Bodem
–
Inspectie
en
monsterneming van asbest in bodem en partijen grond, ICS 13.080.01, Delft, augustus 2015 10. Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5717:2017, Bodem - Waterbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, ICS 13.080.05, Delft, december 2017 11. Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5720:2017, Bodem - Waterbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch onderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van waterbodem en baggerspecie, ICS 13.080.05, Delft, 1 december 2017 12. Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5725:2017, Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, ICS 13.080.01; 13.080.05, Delft, oktober 2017 13. Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5740:2009/A1:2016, Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, ICS 13.080.05, Delft, januari 2009
23210186
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Rapport verkennend en nader bodemonderzoek (versie 4) Koudekerkseweg 135 te Middelburg
26
14. Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5897:2015/C2:2017, Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat, ICS 13.030.30, Delft, augustus 2015 15. Nederlands Normalisatie Instituut, NTA 5755:2010, Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek - Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging, ICS 13.080.05, Delft, juli 2010 Richtlijnen en protocollen 16. Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, Richtlijnen en protocollen bodembeheer, www.sikb.nl/bodembeheer/richtlijnen 17. CROW, Publicatie 210, Richtlijn omgaan met vrijgekomen asfalt - Selectief verwijderen van teervrij en teerhoudend asfalt, ISBN 978 90 6628 655 9, Ede, juni 2015 18. Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Den Haag, 13 december 2021
23210186
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Rapport verkennend en nader bodemonderzoek (versie 4) Koudekerkseweg 135 te Middelburg
27
Bijlage 1 Overzichtskaart ligging onderzoekslocatie
23210186
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Rapport verkennend en nader bodemonderzoek (versie 4) Koudekerkseweg 135 te Middelburg
Bijlage 1
Ligging onderzoekslocatie