24-028 Bijlage 1. Plan van aanpak omgevingsplan Middelburg
Tekst van het document
Plan van aanpak Omgevingsplan – gemeente Middelburg
PLAN VAN AANPAK OMGEVINGSPLAN MIDDELBURG Transitieperiode 2024-2032 Van bestemmingsplannen en verordeningen via het tijdelijke omgevingsplan naar een permanent omgevingsplan
Maart 2024
1
Plan van aanpak Omgevingsplan – gemeente Middelburg
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1 inleiding………………………………………………………………………………………………………………………………….3 Hoofdstuk 2 Op weg naar 1 omgevingsplan………………………………………………………………………………………………..4 2.1 Doel 2.2 Projectgroep omgevingsplan………………………………………………………………………………………………………………5 2.3 Omgevingsvisie en programma’s 2.4 Uitgangspunten van het omgevingsplan 2.4.1 Drie fases 2.4.2 Structuur omgevingsplan………………………………………………………………………………………………………7 2.5 Overgangsrecht voor het maken van een bestemmingsplan………………………………………………………………8 Hoofdstuk 3 Omvang van de opgave 3.1 Hoe gaan we de regels verhuizen? 3.2 Standaard werkwijze en volgorde Hoofdstuk 4 Structuur en opbouw………………………………………………………………………………………………………………9 4.1 Onderdelen 4.2 Casco omgevingsplan 4.3 Het ontwerpen van de regels……………………………………………………………………………………………………………10 4.4 Aard van de regels 4.5 Werkingsgebieden……………………………………………………………………………………………………………………………12 4.6 Toepasbare regels en DSO Hoofdstuk 5 Participatie……………………………………………………………………………………………………………………………13 Hoofdstuk 6 Samenvatting 6.1 Uitgangspunten………………………………………………………………………………………………………………………………..14 6.2 Overzicht planning……………………………………………………………………………………………………………………………16 Bijlagen Bijlage 1: overzichtslijst bouwactiviteiten Bruidsschat en Besluit bouwwerken leefomgeving ( Bbl) Vervolg bijlage 1: onderdelen 1, 3, 9 en 11 artikel 4 Bijlage II Bor Bijlage 2: voorbeeld schrijfwijzer Bijlage 3: overzichtskaart werkingsgebieden
Bijlage 4 : overzicht thema’s
2
Plan van aanpak Omgevingsplan – gemeente Middelburg
Hoofdstuk 1 Inleiding Omgevingswet Het huidige stelsel van wet- en regelgeving voor de ruimtelijke ordening wordt als complex, versnipperd en onoverzichtelijk ervaren. Daarom heeft de rijksoverheid aan een stelselwijziging en modernisering van het omgevingsrecht gewerkt. Het resultaat van deze stelselwijziging is de Omgevingswet. Deze treedt op 1 januari 2024 in werking. De drijfveer van de regering om de Omgevingswet tot stand te brengen, is om te komen tot ‘samenhangende, doelmatige en vereenvoudigde regels’ over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. De fysieke leefomgeving is alles wat we als mens ervaren ( geluid-geur-bodem-bouwen,…) Deze nieuwe wet heeft veel impact en brengt veranderingen voor de gemeentelijke organisatie met zich mee. Het gaat hierbij niet alleen om nieuwe regelgeving, maar ook om een andere werkwijze, een nieuwe digitale omgeving en nieuwe instrumenten. Eén van die nieuwe juridische instrumenten is het omgevingsplan. Elke gemeente moet voor 1 januari 2032 één integraal omgevingsplan voor het hele grondgebied van de gemeente vaststellen. Hierin komen juridisch bindende regels voor de fysieke leefomgeving te staan. Dit is heel breed.
Het omgevingsplan wordt in onderwerp niet begrensd door ‘een goede ruimtelijke ordening’ (Wet ruimtelijke ordening), maar kan regels bevatten over het gehele domein van de fysieke leefomgeving, namelijk een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (Omgevingswet). Concreet betekent dit dat de gemeente nu ook thema’s als gezondheid en duurzaamheid kan integreren. Maar wat houdt dit nu precies in? De term ‘’functie’’ is breed. Daar waar je nu in het bestemmingsplan bijvoorbeeld de bestemmingen ‘’wonen’’, ‘’maatschappelijk’’, ‘’bedrijf’’ en ‘’agrarisch’’ hebt, is een functie breder. Een functie kan naast “wonen en bedrijf” ook zijn ‘’economische drager’’, ‘’cultuurbehoud’’, ‘’wonen en werken’’ of ‘’gezondheid’’. Het is een meer integrale benadering vanuit meer disciplines. De gemeenteraad stelt het Plan van aanpak omgevingsplan gemeente Middelburg tijdens de transitieperiode (van 2024 tot en met 2031) vast. Dit plan van aanpak vormt een startpunt en geeft richting aan de opbouw, inrichting en vormgeving van het omgevingsplan gemeente Middelburg. Daarmee ligt vast op welke wijze en met welke uitgangspunten het omgevingsplan in eerste instantie wordt opgesteld. Uiteindelijk beslist de gemeenteraad om het omgevingsplan daadwerkelijk te wijzigen. Pas op dat moment heeft dit gevolgen voor burgers en bedrijven.
Dynamisch document Er bestaat geen standaard omgevingsplan. Het kan naar eigen inzicht en behoeften worden vormgegeven. Daarom is deze transitieaanpak niet in beton gegoten. Het is een eerste startbasis met daarin de belangrijkste uitgangspunten en richtingen voor het omgevingsplan. Het is een continu dynamisch document en het is continu aan verandering onderhevig. Bij de ontwikkeling van het omgevingsplan zullen ongetwijfeld knelpunten optreden en keuzes naar voren komen, die op dit moment nog niet zijn te voorzien. Het is een leerproces dat flexibel en wendbaar zal (moeten) zijn om gewijzigde inzichten mee te kunnen nemen. Pas op het moment van een eerste wijziging van het tijdelijk omgevingsplan (van rechtswege) naar een nieuw deel omgevingsplan heeft dit gevolgen voor burgers en bedrijven.
Leeswijzer Hoofdstuk 2 beschrijft wat er aan de basis ligt van het omgevingsplan, welke fases we doorlopen en hoe de structuur van het omgevingsplan er komt uit te zien. Hoofdstuk 3 beschrijft kort hoe we de regels gaan verhuizen, welke werkwijze en volgorde we hiervoor gebruiken. De structuur en de opbouw van het omgevingsplan staat in Hoofdstuk 4. Ook wordt hierin uitgelegd hoe we gaan komen tot de inhoud van het omgevingsplan. Hierin worden nog geen regels bepaald die in het plan komen. Maar wel de keuzes om tot regels te komen. Hoofdstuk 5 geeft een korte uitleg over de participatie en het omgevingsplan. In hoofdstuk 6 staat een samenvatting van de uitgangspunten en een overzicht van de planning om te komen tot het omgevingsplan.
3
Plan van aanpak Omgevingsplan – gemeente Middelburg
Hoofdstuk 2 Op weg naar 1 omgevingsplan 2.1 Doel Zoals eerder gezegd, treedt de Omgevingswet op 1 januari 2024 in werking. Op dat moment begint de transitiefase. Dit is de overgangsfase van de huidige instrumenten van de Wet ruimtelijke ordening (bestemmingsplannen- beheersverordeningen,…) naar het definitieve omgevingsplan. De gemeente krijgt dus, via het wettelijke overgangsrecht, een tijdelijk omgevingsplan of een omgevingsplan van rechtswege. Dit tijdelijk omgevingsplan (tijdelijk deel) is gevuld met: • Ruimtelijke plannen en een aantal verordeningen: bestemmingsplannen, wijzigingsplannen, uitwerkingsplannen, beheersverordeningen, voorbereidingsbesluiten, inpassingsplannen van de provincie en rijk, de erfgoedverordening, verordening afvoer hemel- en grondwater en de vastgestelde exploitatieplannen. • De Bruidsschat: regels voor de onderwerpen die zijn verhuisd van rijksniveau naar gemeenteniveau. Hieronder wordt deze opbouw schematisch weergegeven.
Bron: www.vng.nl
De gemeentelijke verordeningen : delen van de APV, delen van de Afvalstoffenverordening gaan niet direct op in het tijdelijk deel van het omgevingsplan en blijven na 1 januari 2024 zelfstandig voortbestaan. Vervolgens dienen het tijdelijk omgevingsplan en de gemeentelijke verordeningen omgezet te worden naar het nieuwe deel (volwaardig omgevingsplan). Dit betekent: • Het opnemen van de inhoud vanuit de oude bestemmingsplannen, beheersverordeningen, etc. in het omgevingsplan; • Het opnemen van (delen van) verordeningen in het omgevingsplan. Alleen de delen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving worden in het omgevingsplan opgenomen; • Het vervangen van de bruidsschatsregels (die dus tijdelijk zijn) door definitieve regels die in vorm en inhoud passen bij de gemeentelijke ambities. De bruidsschatregels zijn rijksregels die met de Omgevingswet een gemeentelijke bevoegdheid worden. In alle gevallen geldt dat het meestal niet gaat om het onveranderd overnemen van regels, maar juist om het herformuleren (of zelfs weglaten) van regels, in lijn met de omgevingsvisie en de beleidskaders. Het uiteindelijke doel is te komen tot één omgevingsplan voor Middelburg volgens de eisen van de Omgevingswet en in lijn met de uitgangspunten zoals hierna geformuleerd.
Het in één keer opstellen van een permanent omgevingsplan, dat aan alle inhoudelijke en technische eisen voldoet, is een onmogelijke opgave. Om die reden is er gezocht naar een fasering die recht doet aan het op tijd kunnen vaststellen van het permanente omgevingsplan (nieuwe deel) rekening houdend met de omvang van de opgave en de beschikbare c.q. benodigde (ambtelijke) capaciteit van onze gemeente. Het permanente omgevingsplan moet dus voor 31 december 2031 zijn vastgesteld. Dit lijkt nog ver weg, maar de opgave waarvoor we staan is veel omvangrijker dan de actualisatieopgave uit 2008. Toen moesten alle bestemmingsplannen volgens de Wet ruimtelijke ordening voor 1 juli 2013 geactualiseerd en aangepast worden aan de toen nieuwe digitale standaarden (IMRO). Dit werd destijds ervaren als een race tegen de klok. 4
Plan van aanpak Omgevingsplan – gemeente Middelburg
2.2. Projectgroep omgevingsplan De projectgroep omgevingsplan bestaat uit de projectleider en 10 projectgroepleden. Onder de leden zitten juristen (vergunningen-handhaving-ruimtelijke ordening-milieu) - GEO specialist – ondersteuning GEO en applicatiebeheerder RX Zone/RX Base. De projectgroep komt elke week vier uur bij elkaar en geeft uitvoering aan de opdracht van de stuurgroep Omgevingswet. Vanuit de projectgroep ontstaan ook deelprojecten (afstemming vergunningverlenersstedenbouwkundigen, communicatie…) Hierdoor borgen we de integraliteit binnen het project.
2.3 Omgevingsvisie en programma’s Het gemeentelijk beleid voor de fysieke leefomgeving is verwoord in de Omgevingsvisie Middelburg 2050. Hoewel sommige beleidskeuzes in de visie nog wat globaal en algemeen zijn, geven ze wel een basis voor het omgevingsplan. In de visie van Middelburg is de koers als volgt verwoord:
Koester wat je hebt. Werken aan evenwichtige groei met daarbij de leidende principes in acht genomen: gezonde stad – compacte stad en circulaire en groene stad. Zoals in de omgevingsvisie is opgenomen, kiest de gemeente ervoor om op termijn programma’s op te stellen voor de thema’s : economie, wonen, mobiliteit, erfgoed, energietransitie, toerisme, welzijn en vitaliteit, klimaatadaptatie, biodiversiteit en gesloten kringloop. Dit hoort dan tot het beleid voor de fysieke leefomgeving. Het beleid voor de fysieke leefomgeving bestaat uit de omgevingsvisie, programma’s en overige beleidsdocumenten. Dit beleid wordt dan vertaald in juridische regels in het omgevingsplan.
2.4 De uitgangspunten van het omgevingsplan Gemeenten hebben tot 1 januari 2032 de tijd om het tijdelijk omgevingsplan om te buigen naar het nieuwe deel, waarin ook de lokale verordeningen die gaan over de fysieke leefomgeving zijn geïntegreerd. Dit betekent dat we straks in een overgangsperiode zitten waarin ‘de winkel open blijft’ voor nieuwe ontwikkelingen en beleidsmatige wijzigingen, en we tegelijkertijd werken aan de transitie naar één nieuw omgevingsplan Middelburg. Dit is een behoorlijke klus waar we een aantal jaren de tijd voor hebben. Het heeft voordelen om de transitie te versnellen en zo snel mogelijk over te stappen naar één omgevingsplan met alle regels over de fysieke leefomgeving. Tegelijkertijd staan we als gemeente ook voor grote opgaven en moeten we realistisch blijven. We gaan er dan ook vanuit dat we de hele transitieperiode nodig hebben, maar waar we kunnen versnellen, doen we dat. Uitgangspunt 1: We denken de volledige transitieperiode nodig te hebben, maar als we kunnen versnellen dan doen we dat. Uitgangspunt 2: Het stapsgewijs komen tot een volwaardig omgevingsplan is een continu en een zich steeds herhalend proces van leren en bijstellen. 2.4.1 Drie fases
Voor het opbouwen van het omgevingsplan werken we in Middelburg in drie fases: 1. De voorbereidingsfase voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024; 2. De transitiefase waarin we werken met het tijdelijke omgevingsplan (bestaande uit bestemmingsplannen, de bruidsschat en de lokale verordeningen). 3. De eindfase waarin het definitieve omgevingsplan als ‘gereed’ kan worden beschouwd en waarin wijzigingen in het omgevingsplan geborgd zijn in de reguliere werkprocessen.
5
Plan van aanpak Omgevingsplan – gemeente Middelburg
Fase 1: De voorbereidingsfase tot 1 januari 2024 1. analyse bruidsschat bouwactiviteiten en overige activiteiten - basisregelset 1. 2.
In deze fase streven we ernaar om de bouwactiviteiten en de overige activiteiten uit de Bruidsschat te analyseren en deze waar nodig van juridische regels te voorzien. We gaan op deze manier bouwen aan een basisregelset. In bijlage 1 ziet u een overzicht van deze activiteiten. In de basisregelset nemen we ook de meest voorkomende onderdelen op van de ‘kruimelafwijkingen’ (Bijlage II Bor artikel 4) . Zie vervolg bijlage 1. De inwerkingtreding van de Omgevingswet brengt namelijk met zich mee dat de Wet algemene bepalingen ( Wabo) en daarmee het Besluit Omgevingsrecht ( Bor) worden ingetrokken.
De opbouw van deze regels gebeurt op een eenduidige manier. Hiervoor hebben we een schrijfwijzer gemaakt. In bijlage 2 ziet u de opbouw van deze schrijfwijzer met als voorbeeld de uitwerking van de activiteit plaatsen van een dakkapel. Het is de bedoeling om aan de hand van de schrijfwijzer in eerste instantie alle topactiviteiten in juridische regels te vertalen. Topactiviteiten zijn de meest voorkomende activiteiten ( denk hierbij aan o.a. plaatsen van een dakkapel, uitrit aanleggen, erfafscheiding plaatsen, woning bouwen,…) De bedoeling is om zo snel mogelijk een opgeschoonde bruidsschat te hebben. Dit betekent dat de afweging wordt gemaakt of de betreffende bruidsschatregels worden geschrapt, overgenomen of gewijzigd. Het resultaat hiervan is dan een ‘opgeschoonde bruidsschat’.
Planning
Tijdsperiode
Opstellen basisregelset a.d.h.v. analyse bruidsschatsactiviteiten (bouw-overig) en onderdelen kruimelafwijkingen
Q4 2023-Q3 2024
Fase 2: transitiefase 2024-2030 In deze fase stelt de raad dit plan van aanpak vast.
1. Analyse bruidsschat milieubelastende activiteiten (mba’s) De analyse van de bruidsschatsregels voor de milieubelastende activiteiten(geur-bodem-geluid) is gestart in Q4 van 2023 en zal afgerond worden in Q4 2024. Hierbij wordt ook gekeken welke regels mee moeten in het omgevingsplan, welke gewijzigd kunnen worden en welke we kunnen schrappen.
2. Bopa’s In de transitiefase blijft de ‘winkel open’. Ontwikkelingen die in strijd zijn met het (tijdelijk) omgevingsplan kunnen straks op twee manieren mogelijk worden gemaakt: 1. door het omgevingsplan te wijzigen of 2. met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (verder BOPA). Het werken met de BOPA heeft als voordeel dat de opbouw van het nieuwe omgevingsplan ongestoord kan plaatsvinden. Het nadeel van de BOPA is dat er sprake moet zijn van een concreet bouwplan en dat de verleende BOPA later moet worden verwerkt in het omgevingsplan. Als een ontwikkeling, waaronder grootschalige gebiedsontwikkelingen, mogelijk wordt gemaakt door het omgevingsplan te wijzigen, dan zijn de basisregels het uitgangspunt. Deze regels kunnen als dat nodig is worden aangevuld. Daarbij is het van belang dat keuzes die worden gemaakt voor de nieuwe ontwikkelingen, ook in de gemeentebrede context kunnen worden geplaatst. In de eerste periode, als we nog werken aan de opbouw van het omgevingsplan, heeft het de voorkeur om bij concrete initiatieven te werken met een BOPA. Uitgangspunt 3: We sturen zoveel als mogelijk, bij initiatieven die in strijd zijn met het omgevingsplan, op het werken met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa).
3. Verordeningen Tijdens de transitieperiode gaan we ook de gemeentelijke verordeningen (stapsgewijs) verhuizen naar het permanente omgevingsplan. We hebben een inventarisatie uitgevoerd van al onze verordeningen en hebben in beeld welke verordeningen na inwerkingtreding van de Omgevingswet in het omgevingsplan moeten worden opgenomen. Uitgangspunt is dat de verordeningen zoveel als mogelijk beleidsneutraal worden opgenomen in het omgevingsplan. De verordening die bij de eerste wijziging van het omgevingsplan wordt geïntegreerd is de APV(gedeeltelijk). Deze verordening wordt met de wijzigingsprocedure in één keer voor het gehele gemeentelijke grondgebied in het plan opgenomen. De overige te integreren verordeningen ( o.a. erfgoedverordening, hemelwaterverordening, haven- en woonschepenverordening, marktverordening,…) worden dan bij latere wijzigingsmomenten verwerkt.
6
Plan van aanpak Omgevingsplan – gemeente Middelburg
4. Handvatten voor een plantoelichting bij een nieuwe ontwikkeling In de Omgevingswet staat dat een gebiedsontwikkeling moet worden gemotiveerd. Deze toelichting bestaat onder het huidige stelsel ook, maar wordt onder de Omgevingswet verbreed. Er zijn meer facetten uit de fysieke leefomgeving die moeten worden afgewogen. De maatstaf verandert van een ‘goede ruimtelijke onderbouwing’ naar een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. Daarom wordt een ‘Handleiding voor een plantoelichting bij een ontwikkeling’ opgesteld als leidraad voor initiatiefnemers. Hierin staat per paragraaf welke onderbouwing verwacht wordt van de initiatiefnemer bij het indienen van een aanvraag voor het wijzigen van het omgevingsplan. Deze handleiding moet zo snel mogelijk worden opgesteld zodat initiatiefnemers deze werkwijze kunnen volgen.
Planning
Tijdsperiode
Analyse mba’s bruidsschat 1e Analyse verordening APV Ontwikkelen ‘Handvatten voor een plantoelichting bij een ontwikkeling
Q4 2023- Q4 2024 Q1 2024 -Q4 2024 Q4 2023-Q1 2024
De bedoeling is om de reeds gemaakte juridische regels bij een eerste wijziging van het omgevingsplan door uw raad te laten vaststellen. Op dat moment hebben we een nieuw deel-omgevingsplan en kunnen we per thema verder de regels opbouwen om zo tot een omgevingsplan voor heel het grondgebied Middelburg te komen.
Planning
Tijdsperiode
1e wijziging omgevingsplan a.d.h.v. de basisregelset en analyse bruidsschat en de 1e analyse verordeningen
Q4 2024
Fase 3:
de eindfase (2031 en verder)
In deze fase zal het definitieve omgevingsplan als ‘gereed’ worden beschouwd, waarin wijzigingen in het omgevingsplan geborgd zijn in de reguliere werkprocessen. 2 4.2 Structuur omgevingsplan Activiteitgericht
Het tijdelijk deel van het omgevingsplan met de huidige bestemmingsplannen en de bruidsschat willen we in eerste instantie activiteitgericht omzetten. Een activiteit is bijvoorbeeld bouwen. Als uitgangspunt houden we de gebieden aan zoals die ook in de omgevingsvisie zijn genoemd. We verdelen het grondgebied op in de werkingsgebieden (woongebied-centrumgebied (binnenstad)bedrijventerrein-recreatiegebied- buitengebied). (zie bijlage 3) Uitgangspunt 4: We delen het grondgebied Middelburg op in 5 werkingsgebieden: woongebied, centrumgebied, bedrijventerrein, recreatiegebied, buitengebied. De activiteiten worden aan de hand van bovengenoemde gebieden geanalyseerd. Bijvoorbeeld: we kijken of de regels voor het plaatsen van een dakkapel voor het hele grondgebied dezelfde zijn. Is dit niet het geval, dan worden deze per gebied anders geformuleerd of uitgesloten voor een bepaald gebied. We willen het Middelburgse Omgevingsplan in thema’s ( lees: activiteiten) opbouwen. Het is een proces waarbij we steeds leren van de opgedane ervaringen en waarbij het proces ook steeds wordt bijgesteld. Beoordelen Mer-plicht
Met het milieueffectrapport worden op voorgeschreven wijze de milieugevolgen van een plan of project in beeld gebracht, voordat hierover een besluit wordt genomen. Een MER is verplicht wanneer: Een passende beoordeling van de gevolgen voor een Natura 2000 gebied vereist is. Het omgevingsplan een kader vormt voor projecten die zijn aangewezen in bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Het omgevingsplan een kader vormt voor andere projecten die aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben. Vanwege het globale karakter van de Omgevingsvisie hebben we een informele OER (omgevingseffectrapportage) gedaan. Deze was vormvrij en breder dan een reguliere MER, maar er is geen formele MER procedure doorlopen. De uitkomsten hiervan worden meegenomen bij het beoordelen of het omgevingsplan voor een betreffend gebied m.e.r.-plichtig is. Als blijkt dat het nodig is om een MER te doorlopen dan zal dit veel tijd en capaciteit van de organisatie vragen. Hier zal uiteindelijk in de planning ook rekening mee gehouden moeten worden. De afweging wordt op een later moment gemaakt. 7
Plan van aanpak Omgevingsplan – gemeente Middelburg
We streven ernaar om, zodra de basisregelset van de topactiviteiten gereed is en de regels voor het thema bouwen zijn opgebouwd, een eerste wijziging door te voeren. We streven hiervoor naar Q4 2024. Uitgangspunt 5: We streven ernaar om, zodra de basisregelset van de topactiviteiten de regels voor het thema bouwen gereed zijn, een eerste wijziging van het omgevingsplan in Q4 2024 door te voeren
2.5 Overgangsrecht voor het maken van een bestemmingsplan Alleen als een ontwerpbestemmingsplan door het college is vastgesteld en ter inzage gelegd voor inwerkingtreding van de Omgevingswet, is het overgangsrecht van toepassing en kan het plan als een bestemmingsplan worden vastgesteld. Is het ontwerp niet voor inwerkingtreding vastgesteld en ter inzage gelegd, dan ligt het voor de hand om de aanvraag aan te merken als een aanvraag tot wijziging van het omgevingsplan. Gelet op de voorbereidingstijd die nodig is om een ontwerpbestemmingsplan te maken en vast te stellen, en rekening houdend met de bestemmingsplannen die al in voorbereiding zijn, is 4 maanden voor inwerkingtreding van de Omgevingswet gekozen om geen bestemmingsplannen meer te maken voor initiatieven die nog moeten starten. Dit betekent dat als de Omgevingswet op 1 januari 2024 inwerking treedt, er vanaf 1 september 2023 geen nieuwe bestemmingsplanprocedures meer zijn opgestart. Initiatieven kunnen dan ofwel nog met een uitgebreide omgevingsvergunning mogelijk worden gemaakt. Of er wordt gekeken naar de mogelijkheden om vanuit de nieuwe wetgeving mee te werken aan het initiatief.
Hoofdstuk 3 Omvang van de opgave / Wat gaan we doen? 3.1 Hoe gaan we de regels verhuizen?
Elke wijziging van het tijdelijke omgevingsplan kan gezien worden als een olievlek. Een olievlek die zich steeds meer over het grondgebied Middelburg zal verspreiden tot er een definitief Middelburgs omgevingsplan is. Telkens als we gaan wijzigen, gebruiken we een standaard volgorde voor het type regels dat we overzetten naar het definitieve deel van het omgevingsplan. Uitgangspunt 6 : We hanteren een standaard werkwijze om tot een definitief plan te komen. 3.2 Standaard werkwijze en volgorde
1.
Welke ruimtelijke regels uit het tijdelijk deel zetten we om naar het definitieve omgevingsplan? Zoals reeds uitgelegd gaan we tijdens de transitiefase een basisset van regels maken voor de meest voorkomende activiteiten. Daarmee is de opbouw (kapstok) van het nieuwe omgevingsplan bekend. Deze basisregels helpen ons om op termijn het omgevingsplan te kunnen wijzigen voor nieuwe ontwikkelingen. We grijpen de komst van de Omgevingswet aan om onze regels voor de fysieke leefomgeving te actualiseren en te harmoniseren. We kiezen als vertrekpunt onze huidige situatie. Wat goed werkt, blijft behouden. Daar waar verbetering nodig is, wijzigen we. Dit leidt tot een genuanceerde aanpak, waarbij we sommige regels ongewijzigd laten en andere regels aanpassen of schrappen. Het één op één overnemen van de regels is namelijk niet mogelijk. Het gaat om het herformuleren in de geest van de Omgevingswet ( = eenvoudig, beter). Bij het maken van nieuwe omgevingsplanregels kijken we hoe we het nu hebben geregeld en wat onze ervaring daarmee is. Regels die goed functioneren en nog actueel zijn, behouden we. Daar waar regels niet goed functioneren, passen we aan. Uitgangspunt 7 : We behouden regels die passend zijn en actualiseren regels waar gewenst is. 2.
Welke bruidsschatregels milieubelastende activiteiten (verder mba’s) uit het tijdelijk deel zetten we over naar het definitieve omgevingsplan? We bepalen zelf of we de regels van de bruidsschat voor de mba’s ongewijzigd omzetten, ze aanpassen of laten vervallen. Het gaat namelijk om regelgeving die niet meer van het Rijk is. De bruidsschatregels mogen wel gedeeltelijk vervallen of wijzigen voor een locatie. De gemeente kan er dus ook voor kiezen om de bruidsschatregels per thema (geluid, geur,…) te verwerken voor het hele grondgebied. Momenteel zijn de milieudeskundigen bezig met de analyse. Voor de keuze hoe we de bruidsschat gaan implementeren in het omgevingsplan voeren we nauw overleg met de omgevingsdienst, veiligheidsregio, het waterschap en de andere Zeeuwse gemeenten die allemaal voor dezelfde opgave staan. Uitgangspunt 8 : Voor de transitie van de milieubelastende regels uit de bruidsschat, werken we nauw samen met onze bestuurlijke partners. Daar waar conflicten zijn met onze eigen beleidskeuzes, varen we een eigen koers. 8
Plan van aanpak Omgevingsplan – gemeente Middelburg
3.
Welke regels over de fysieke leefomgeving uit de gemeentelijke verordeningen zetten we om? De meeste regels uit de gemeentelijke verordeningen over de fysieke leefomgeving, komen niet in het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Het Omgevingsbesluit (artikel 2.1) bepaalt welke regels van de bestaande gemeentelijke verordeningen naar het omgevingsplan moeten. Dat zijn regels die dus niet in de verordeningen mogen achterblijven. Tijdens de transitieperiode gaan we ook de gemeentelijke verordeningen (stapsgewijs) verhuizen naar het permanente omgevingsplan. We hebben een inventarisatie uitgevoerd van al onze verordeningen en hebben in beeld welke verordeningen na inwerkingtreding van de Omgevingswet in het omgevingsplan moeten worden opgenomen. Uitgangspunt is dat de verordeningen zoveel als mogelijk beleidsneutraal worden opgenomen in het omgevingsplan. De verordening die bij de eerste wijziging van het omgevingsplan wordt geïntegreerd, is de APV(gedeeltelijk). Die verordening wordt met de wijzigingsprocedure in één keer voor het gehele gemeentelijke grondgebied in het plan opgenomen. Niet alle regels uit de APV hebben betrekking op de fysieke leefomgeving. Bijvoorbeeld de bevoegdheden van de burgemeester blijven in de APV achter. Dus bij een eerste wijziging, gaan de regels uit de APV over de fysieke leefomgeving op in het nieuwe deel omgevingsplan.
Daarnaast blijft de APV bestaan met de overige bevoegdheden. De overige te integreren verordeningen ( o.a. afvalstoffenverordening, erfgoedverordening, verordening inzake aanleg en beheer van particuliere rioolaansluitingen. haven- en woonschepenverordening, marktverordening,…) volgen op een later moment.
Twee besluiten nodig Uiteindelijk beslist de gemeenteraad over het opnemen van regels in het omgevingsplan. Dat gebeurt door een besluit om het omgevingsplan te wijzigen. Daarnaast is altijd een tweede besluit nodig. Namelijk een besluit om de betreffende verordening geheel of gedeeltelijk in te trekken en eventueel te wijzigen. Beide besluiten moeten goed op elkaar aansluiten. Uitgangspunt 9 : We streven ernaar de gemeentelijke APV(gedeeltelijk) bij een eerste wijziging van het omgevingsplan mee te nemen.
Hoofdstuk 4 Structuur en opbouw 4.1. Onderdelen
Het maken van een omgevingsplan is een ontdekkingstocht. Er zijn geen standaarden voorgeschreven. Gemeenten hebben daarom relatief veel vrijheid in de manier waarop ze het omgevingsplan structureren en de wijze waarop ze de regels in het plan vormgeven. Om het inhoudelijke proces te ondersteunen, is het van belang de gewenste opbouw en structuur te bepalen. Het omgevingsplan wordt niet meer opgebouwd via een verbeelding met bestemmingen, maar vanuit regels die worden gekoppeld aan werkingsgebieden. Werkingsgebieden zijn geografische locaties binnen een gemeente waarop de betreffende regel van toepassing is. Hierdoor is de regel alleen zichtbaar op de locatie waar deze van toepassing is. Bijvoorbeeld alleen zichtbaar voor een perceel in het centrumgebied. We maken de keuze om bij elke regel een toelichting op te nemen om te motiveren waarom de regel is opgenomen en welk doel de gemeenteraad ermee nastreeft. Deze toelichting kan nodig zijn bij een beroepsprocedure. Naast de toelichting op elk artikel komt een algemene toelichting als motivering van het te nemen besluit tot wijziging van het omgevingsplan. Uitgangspunt 10 : We kiezen ervoor om bij elke regel een toelichting op te nemen om te motiveren waarom de regel is opgenomen en welk doel de gemeenteraad ermee nastreeft. 4.2. Casco omgevingsplan
Vanuit de VNG is een casco voor het omgevingsplan aangereikt. Dit casco biedt een eerste structuur en herkenbaarheid. Het casco heeft betrekking op het ‘regeldeel’ van het omgevingsplan. Deze structuur is ook overgenomen in onze plansoftware (Rx-base). Het casco is opgebouwd uit hoofdstukken en geïllustreerd op onderstaande afbeelding.
9
Plan van aanpak Omgevingsplan – gemeente Middelburg
Uitgangspunt 11 : We hanteren de structuur van het VNG casco voor de opbouw van ons omgevingsplan. 4.3. Het ontwerpen van de regels
De Omgevingswet heeft tot doel om de kwaliteit van de leefomgeving te behouden en te verbeteren. Door de bundeling van wetgeving zijn er minder regels nodig. Hierdoor kan de wetgever de regels duidelijker en overzichtelijker opschrijven. Dat betekent dat het streven in het omgevingsplan erop gericht moet zijn om niet meer te regelen dan nodig is. Enerzijds moet er voldoende bescherming gewaarborgd worden, anderzijds moet er ook voldoende ontwikkelingsruimte geboden worden. Met de Omgevingswet verandert de grondhouding tegenover activiteiten. Als er geen regels (en ook geen zorgplichten) over een activiteit worden gesteld, dan kan een initiatiefnemer deze activiteit zonder meer uitvoeren en zijn er geen beperkingen voor die activiteit door het omgevingsplan. Dit is een groot verschil met de systematiek van bestemmingsplannen. Artikel 3.1 Wro verplicht gemeenten om ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening de bestemming van grond aan te wijzen en met het oog op die bestemming regels te stellen. Zodra dat is gedaan, geldt een algemeen gebruiksverbod en mag een activiteit pas worden verricht als die ter plaatse van een specifiek werkingsgebied (de bestemming) is toegelaten. Voor het omgevingsplan geldt geen vergelijkbare verplichting. Het omgevingsplan maakt daardoor een grote variëteit aan regeltechnieken mogelijk.
Om dit in te vullen zijn drie varianten denkbaar: 1.Hoe wil de gemeente een activiteit toestaan of; 2.verbieden; 3.geen van beide. Vrij vertaald moet het geheel aan regels in ieder geval zorgen voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Kortom: er is geen verplichting om het gebruiksdoel (= bestemming) van een locatie vast te leggen. Het is onder de Wet ruimtelijke ordening verboden om te handelen in strijd met een bestemming, maar het is onder de Omgevingswet niet verboden om te handelen in strijd met een functie. Een functie is niets meer dan een benaming voor het werkingsgebied van bepaalde regels. Bij het opstellen van een omgevingsplan denken we goed na of er regels moeten worden gesteld en zo ja op welke wijze deze regels vorm moeten krijgen. De mogelijkheden ten opzichte van het bestemmingsplan worden verruimd. Er zijn een aantal mogelijkheden voor regels die in onderstaande verbeelding zijn weergegeven. Natuurlijk is het mogelijk om een activiteit niet te regelen, in dat geval is altijd de wettelijke zorgplicht van toepassing.
10
Plan van aanpak Omgevingsplan – gemeente Middelburg
4.4. Aard van de regels
Activiteit niet regelen Als in het omgevingsplan een activiteit niet expliciet verboden wordt, is deze toegestaan, mits niet bij wet, of AMvB gereguleerd (bijvoorbeeld bepalingen die voortvloeien uit het Besluit bouwwerken leefomgeving, Bbl). De gemeente kan hiervoor kiezen, omdat ze regulering niet nodig vindt of van mening is dat de relevante aspecten voldoende worden gereguleerd door de algemene zorgplicht van de Omgevingswet of het privaatrecht. Overigens is de algemene zorgplicht wel bestuursrechtelijk handhaafbaar maar niet strafrechtelijk. Algemene regel In een algemene regel staan concrete voorwaarden waar degene die de activiteit uitvoert, aan moet voldoen. Het moet om eenvoudig regels gaan waarvoor geen specialistische kennis nodig is en er geen beoordelingsruimte is voor het bevoegd gezag. De algemene regel is een direct werkende regel. Een voordeel van deze regel is dat de initiatiefnemer van tevoren precies weet wat er van hem/haar verwacht wordt. Dit leidt tot minder vragen aan de balie. Een voorbeeld van een dergelijke regeling is de mogelijkheid tot het vestigen van een beroep of bedrijf aan huis. Bijvoorbeeld: De dakkapel is, gemeten vanaf de voet van de dakkapel, niet hoger dan 1,75 meter. Informatie- en meldplicht Aan een algemene regel kan een gemeente desgewenst een informatie- of meldplicht koppelen.
Overweegt de gemeente een informatieplicht, dan moet helder zijn wat er met de informatie gebeurt en of deze informatie al niet bij de gemeente bekend is. Ook kan de gemeente verlangen dat de initiatiefnemer een aantal weken voor het starten van de activiteit een melding doet. Bijvoorbeeld: Ten minste (4 weken) voor het begin van… worden gegevens over (x) verstrekt aan het bevoegd gezag. Verbod zonder omgevingsvergunning Een verbod om zonder omgevingsvergunning een activiteit uit te voeren kan, als een activiteit een (relatief) grote impact op de fysieke leefomgeving heeft. Dat maakt een individuele beoordeling vooraf noodzakelijk, waarbij de activiteit in het kader van het algemeen belang ook moet kunnen worden geweigerd. In de omgevingsplanregels worden ten aanzien van de vergunningplicht in ieder geval de volgende regels opgenomen: a. omschrijving van de vergunningsplichtige activiteiten; b. het gebied waar deze regel geldt (werkingsgebied); c. de beoordelingsregels op basis waarvan een afweging gemaakt wordt door het bevoegd gezag ten aanzien van de vergunning. Bijvoorbeeld: Het is verboden zonder omgevingsvergunning een (activiteit x) te verrichten. Algeheel verbod De laatste optie is om in het omgevingsplan een algeheel verbod op te nemen.
Maar dit betreft geen absoluut verbod: een absoluut verbod is in het omgevingsplan niet mogelijk, omdat er altijd een verzoek kan worden gedaan om met een vergunning voor een omgevingsplanactiviteit af te wijken van zo’n in het omgevingsplan opgenomen verbod. Dit neemt niet weg dat als het omgevingsplan voor een activiteit een algeheel verbod bevat dat de kans erg klein is dat het bevoegd gezag medewerking zal verlenen. Voorbeelden kunnen seksinrichtingen of coffeeshops zijn. Afweging voor Middelburg Het is lastig om in algemene zin te zeggen hoe we de regels exact gaan vormgeven. Bij een thema als omgevingsveiligheid of het kappen van een monumentale boom zal het waarschijnlijker zijn om een vergunningenstelsel te handhaven. Dit omdat de effecten van overtreding van een regel groot kunnen zijn. Onomkeerbaarheid is hierbij een belangrijk uitgangspunt. Bij andere regels, zoals het overtreden van een verbod tot het houden van een rommelmarkt, zijn de effecten minder groot. Bij het opstellen van regels houden we, via een beoordeling op maat, rekening met de verschillende mogelijkheden en proberen we zo laag mogelijk in de pyramide te blijven. Uitgaande van het bepaalde in de omgevingsvisie Middelburg 2050 ligt het voor de hand om daar waar we de opgebouwde kwaliteit (wat we hebben koesteren we) willen beschermen een vergunningplicht op te leggen.
Dit is bijvoorbeeld van toepassing bij monumenten en beschermde stadsgezichten. De Omgevingswet heeft tot doel om de kwaliteit van de leefomgeving te behouden en te verbeteren. Door de bundeling van de wetgeving ( van 26 wetten naar 1 wet) zijn er minder regels nodig. Dit betekent dat we de regels duidelijk en overzichtelijk moeten opschrijven.
11
Plan van aanpak Omgevingsplan – gemeente Middelburg
Het streven in het omgevingsplan moet erop gericht zijn om niet meer te regelen dan nodig is. Hierbij zullen we, zoals gezegd, voldoende bescherming voor de opgebouwde kwaliteit ( monumenten - beschermde stads en dorpsgezichten-natuur,…) moeten waarborgen en voldoende ontwikkelingsruimte moeten bieden. Bij de opbouw van het omgevingsplan houden we hier rekening mee en vullen we dit verder in detail in. Uitgangspunt 12 : Bij het opstellen van regels in de geest van de Omgevingswet proberen we zo laag mogelijk in de regelpyramide te blijven. Uitgangspunt 13 : Bij de opbouw van het omgevingsplan blijven we de opgebouwde kwaliteit beschermen door een vergunningplicht op te nemen (Beschermd Stadsgezicht, monumenten,…), in de lijn van de kwaliteiten zoals genoemd in de Omgevingsvisie Middelburg 2050. 4.5 Werkingsgebieden
De inwerkingtreding van de Omgevingswet gaat ook gepaard met een digitaliseringsslag. We gaan naar 1 digitaal loket. Het Digitale Stelsel Omgevingswet (= verder DSO). Alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving zijn te raadplegen via het DSO. Dit betekent dat ook de regels uit het omgevingsplan gekoppeld moeten worden aan het DSO. Regels kunnen dus per locatie verschillen. Bij het stellen van regels is de onderliggende vraag voor welk gebied de gemeente de regels wilt laten gelden. De werking van regels kan zelfs tot op het niveau van een specifieke plaats, zoals bijvoorbeeld voor een beschermwaardige boom, worden gespecificeerd. Als onderdeel van de regels wordt door coördinaten vastgelegd voor welke locatie(s) de regels gelden. Dit wordt het werkingsgebied van de regels genoemd. Het werkingsgebied kan het gehele gemeentelijke grondgebied zijn, maar ook één of meer delen daarvan zijn. Het koppelen van werkingsgebieden aan de regels is een belangrijk element van het omgevingsplan. Door deze koppeling is een regel in het Digitale Stelsel Omgevingswet ( verder DSO) alleen zichtbaar op de locaties waar deze werking heeft. Denk daarbij bijvoorbeeld aan regels die binnen de bebouwde kom gelden. Die regels hoeven voor locaties buiten de bebouwde kom niet zichtbaar te zijn.
Door de Omgevingswet gaat het statisch proces, met een verbeelding en regels, over naar een dynamisch proces waarin juridische regels gekoppeld zijn aan werkingsgebieden. Alle geografische gegevens die we binnen onze GEO- systemen (GIS en CAD) digitaal beschikbaar hebben of extern kunnen verkrijgen, kunnen bij de opbouw van het omgevingsplan worden gebruikt. Denk hierbij o.a. aan gegevens over archeologie, de basisregistraties (o.a. topografische gegevens en kadastrale grenzen) en beschermd stadsgezicht. Omdat de focus komt te liggen op de werkelijke situatie in plaats van op de in plannen vastgelegde situatie, is er meer oog nodig voor actualisering van werkingsgebieden. Dit kan alleen als goed bijgehouden wordt wat de bronnen zijn voor de gebruikte geometrieën. Uitgangspunt 14: Bij de opbouw van het omgevingsplan wordt gebruik gemaakt van allerhande, vaak dynamische geometrie. Om te voorkomen dat zaken verkeerd zichtbaar worden op het DSO moet de actualiteit van deze geometrie geborgd worden. Dit kan door te registreren wat de bron is van deze geometrie en de systemen zo in te richten dat wijzigingen in de praktijksituatie leiden tot een vraag om nieuwe geometrie. Annoteren Om het omgevingsplan op een simpele manier te kunnen gebruiken, is het onder andere van belang dat mensen regels kunnen lezen en kunnen zien op welk gebied een regel van toepassing is.
Daarnaast kunnen regels makkelijker doorzoekbaar worden gemaakt als er zoektermen worden gebruikt. Om dit mogelijk te maken, zullen de regels uit het omgevingsplan moeten worden geannoteerd. Annoteren is het toevoegen van informatie/kenmerken aan een gedeelte van de tekst van het omgevingsplan. Een markering (label, tag, etc.) heet een annotatie. Met het annoteren kan je regels filteren: je kan een selectie van regels oproepen op basis van de aan de teksten toegekende annotatie. Uitgangspunt 15 : Annotatie uitwerken, met een zo hoog mogelijk niveau van dienstverlening als voorwaarde. 4.6 Toepasbare regels en DSO
Toepasbare regels zijn vertalingen van juridische regels naar begrijpelijke taal voor burgers. Een vertaling naar een check of een vergunning die nodig is en welke documenten bij de aanvraag moeten zitten. Via het beantwoorden van vragen door gebruikers in het omgevingsloket wordt het omgevingsplan benaderd door de gebruikers. Het Digitaal Stelsel Omgevingswet is de verzameling van digitale voorzieningen. Het is niet één computerprogramma, maar een netwerk van ICT-oplossingen. 12
Plan van aanpak Omgevingsplan – gemeente Middelburg
Het DSO biedt een digitaal loket waar initiatiefnemers, overheden en belanghebbenden snel kunnen zien wat is toegestaan in de fysieke leefomgeving. Om de geldende wet- en regelgeving voor een bepaalde activiteit en werkingsgebied te ontsluiten, worden juridische regels vertaald naar zogeheten toepasbare regels. Met de vergunning-check krijgt de initiatiefnemer een concreet antwoord op de vraag: “Mag ik op deze locatie mijn initiatief starten?” Initiatiefnemers doorlopen hiervoor vragenbomen in het omgevingsloket. Het antwoord kan zijn “toestemmingsvrij”, “vergunningplichtig”, “meldingsplicht”, “informatieplicht”, ‘neem contact op met de gemeente’ of “verboden”. Hieronder staat een voorbeeld hoe een vragenboom voor het toepasbaar maken van juridische regels eruit kan zien.
Het is niet verplicht om voor alle onderdelen toepasbare regels aan te leveren. Maar als er geen toepasbare regels zijn, dan krijgen inwoners en ondernemers via het omgevingsloket geen antwoord op hun vragen. Juist via vragenbomen/toepasbare regels kan de gebruiker slim door het omgevingsplan worden geleid, worden onnodige vragen voorkomen en wordt de dienstverlening vergroot. Uitgangspunt is om in ieder geval activiteiten die veel voorkomen (de topactiviteiten = standaard ‘huis-, tuinen keukengevallen’) en/of waarvoor een snelle, eenvoudige check van de vergunning mogelijk is, toepasbaar te maken in het omgevingsloket. Deze toepasbare regels moeten begrijpelijk en kort zijn. Een groot aantal toepasbare regels is vanuit de Bruidsschat al beschikbaar. Echter, in een aantal gevallen is daar nog een toevoeging voor nodig vanuit de gemeente. Het streven is om die specifieke gevallen nog aan te vullen voordat de Omgevingswet in werking treedt. De aanbeveling is om bij het opstellen van de juridische regels direct naar de ‘toepasbaarheid’ te kijken. Dit zorgt ervoor dat juridische regels beter leesbaar zijn en maakt het makkelijker om de vragenbomen te maken. Om de toepasbare regels te maken is specifieke regelsoftware aangeschaft.
De toepasbare regels worden, na vaststelling en publicatie van de juridische regels in het omgevingsplan, zo snel mogelijk aan het omgevingsloket toegevoegd. Uitgangspunt 16 : We beginnen met het maken van toepasbare regels voor activiteiten die veel voorkomen. (topactiviteiten). Daarna volgen ook andere activiteiten, alleen als dit effectief is. Voor een beperkt aantal regels uit de bruidsschat is een aanvulling van de gemeente nodig, het streven is om die voor inwerkingtreding van de wet aan te vullen. 13
Plan van aanpak Omgevingsplan – gemeente Middelburg
14
Plan van aanpak Omgevingsplan – gemeente Middelburg
Hoofdstuk 5 Participatie De Omgevingswet vindt het belangrijk dat burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties invloed kunnen uitoefenen op het omgevingsplan van de gemeente. Dit sluit aan bij de wensen van ons bestuur. Daarom zijn in het Omgevingsbesluit een aantal verplichte stappen opgenomen om participatie over het omgevingsplan goed te borgen. Voor het opstellen van een omgevingsplan is het belangrijk dat alle belangen en afwegingen op tafel komen zodat een integrale afweging mogelijk is. Voordat de gemeente start met het maken of wijzigen van een omgevingsplan moet zij hiervan een kennisgeving doen. Hierin moet ook worden opgenomen hoe de gemeente participatie zal vormgeven. Bij het vaststellen van (een wijziging van) het omgevingsplan moet vervolgens verslag gedaan worden van de wijze waarop burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties zijn betrokken, wat de resultaten van deze participatie zijn en hoe invulling is gegeven aan het lokale participatiebeleid. Welke partijen de gemeente betrekt, is afhankelijk van de aard en de omvang van de wijziging van het omgevingsplan en de invloed op de fysieke leefomgeving. Zo speelt participatie een minder belangrijke rol bij een dakkapel dan bij een gebiedsontwikkeling. De Omgevingswet regelt wel dat participatie verplicht is, maar de wijze waarop dit exact gebeurt is aan de gemeente of vaak aan de initiatiefnemer.
Bij de aanpak van het Omgevingsplan voor Middelburg spreekt het voor zich dat voor iedere wijziging een participatieplan wordt opgesteld dat past bij de opgave. Op basis van de participatieverordening 2022 zullen we voordat de wettelijke procedures van start gaan een afzonderlijk communicatie- en participatieplan vast laten stellen.
15
Plan van aanpak Omgevingsplan – gemeente Middelburg
Hoofdstuk 6 Samenvatting 6.1 Uitgangspunten
Uitgangspunt 1
We denken de volledige transitieperiode nodig te hebben, maar als we kunnen versnellen dan doen we dat.
Uitgangspunt 2
Het stapsgewijs komen tot een volwaardig omgevingsplan is een continu en een zich steeds herhalend proces van leren en bijstellen.
Uitgangspunt 3
We sturen zoveel als mogelijk, bij initiatieven die in strijd zijn met het omgevingsplan, op het werken met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa).
Uitgangspunt 4
We delen het grond gebied Middelburg op in 5 werkingsgebieden: woongebied, centrumgebied, bedrijventerrein, recreatiegebied, buitengebied.
Uitgangspunt 5
We streven ernaar om, zodra de basisregelset van de topactiviteiten en de regels voor het thema bouwen gereed zijn, een eerste wijziging van het omgevingsplan in Q4 2024 door te voeren.
Uitgangspunt 6
We hanteren een standaard werkwijze om tot een definitief plan te komen.
Uitgangspunt 7
We behouden regels die passend zijn en actualiseren regels waar gewenst is.
Uitgangspunt 8
Voor de transitie van de milieubelastende regels uit de bruidsschat, werken we nauw samen met onze bestuurlijke partners. Daar waar conflicten zijn met onze eigen beleidskeuzes, varen we een eigen koers.
Uitgangspunt 9
We streven ernaar de gemeentelijke APV(gedeeltelijk) bij een eerste wijziging van het omgevingsplan mee te nemen.
Uitgangspunt 10
We kiezen ervoor om bij elke regel een toelichting op te nemen om te motiveren waarom de regel is opgenomen en welk doel de gemeenteraad ermee nastreeft.
Uitgangspunt 11
We hanteren de structuur van het VNG casco voor de opbouw van ons omgevingsplan.
Uitgangspunt 12
Bij het opstellen van regels in de geest van de Omgevingswet proberen we zo laag mogelijk in de regelpyramide te blijven.
Uitgangspunt 13
Bij de opbouw van het omgevingsplan blijven we de opgebouwde kwaliteit beschermen door een vergunningplicht op te nemen (Beschermd Stadsgezicht, monumenten,…), in de lijn van de kwaliteiten zoals genoemd in de Omgevingsvisie Middelburg 2050.
Uitgangspunt 14
Bij de opbouw van het omgevingsplan wordt gebruik gemaakt van allerhande, vaak dynamische geometrie. Om te voorkomen dat zaken verkeerd zichtbaar worden op het DSO moet de actualiteit van deze geometrie geborgd worden. Dit kan door te registreren wat de bron is van deze geometrie en de systemen zo in te richten dat wijzigingen in de praktijksituatie leiden tot een vraag om nieuwe geometrie.
Uitgangspunt 15
Annotatie uitwerken, met een zo hoog mogelijk niveau van dienstverlening als voorwaarde.
Uitgangspunt 16
We beginnen met het maken van toepasbare regels voor activiteiten die veel voorkomen. (topactiviteiten). Daarna volgen ook andere activiteiten, alleen als dit effectief is. Voor een beperkt aantal regels uit de bruidsschat is een aanvulling van de gemeente nodig, het streven is om die voor inwerkingtreding van de wet aan te vullen.
16
Plan van aanpak Omgevingsplan – gemeente Middelburg
6.2 Overzicht planning Planning
Verantwoordelijk
Tijdsperiode
Opstellen basisregelset a.d.h.v. analyse bruidsschat (bouwen en overige activiteiten) en onderdelen kruimelafwijkingen Analyse mba’s bruidsschat
Projectgroep omgevingsplan
Q4-2023- Q4 2024
Werkgroep bruidsschat milieu
Q4 2023- Q4 2024
Analyse 1e deel verordening APV ontwikkelen ‘Handvatten voor een plantoelichting bij een ontwikkeling Regelset opmaken thema bouwen
Werkgroep verordeningen Projectgroep omgevingsplan
Q1 2024-Q4 2024 Q4 2023-Q1 2024
Projectgroep omgevingsplan (aangevuld met de benodigde vakspecialisten bv. stedenbouwkundigeparkeren,…) Projectgroep omgevingsplan (aangevuld met de benodigde vakspecialisten bv. stedenbouwkundigeparkeren,…) Projectgroep omgevingsplan (aangevuld met de benodigde vakspecialisten bv. stedenbouwkundigeparkeren,…) Projectgroep omgevingsplan (aangevuld met de benodigde vakspecialisten bv. stedenbouwkundigeparkeren,…) Projectgroep omgevingsplan (aangevuld met de benodigde vakspecialisten bv. stedenbouwkundigeparkeren,…) Projectgroep omgevingsplan (aangevuld met de benodigde vakspecialisten bv. stedenbouwkundigeparkeren,…) Projectgroep omgevingsplan (aangevuld met de benodigde vakspecialisten bv. stedenbouwkundigeparkeren,…)
Q1 2024 – Q4 2024
1e wijziging omgevingsplan a.d.h.v. de basisregelset, analyse bruidsschat ( bouwen-milieu-overig), 1e deel verordening APV en thema bouwen 2e wijziging thema leefomgeving
3e wijziging thema Bodem - water
4e wijziging thema maatschappelijke opgaven
5e wijziging thema ruimtelijke ontwikkelingen
6e wijziging overige
Bij tegenvallers mogelijke uitloop
Q4 2024
Q1 2025-Q1 2026
Q2 2026-Q2 2027
Q3 2027- Q3 2028
Q4 2028-Q4 2029
Q1 2030-Q1 2031
Q2 2031 – Q4 2031
17
Plan van aanpak Omgevingsplan – gemeente Middelburg
Bijlage 1: Overzichtslijst bouw Bruidsschat en Bbl 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22
bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan bouwen, in stand houden of gebruiken bouwwerk veranderen bouwwerk voor agrarische bedrijfsvoering bouwen, in stand houden of gebruiken buisleiding bouwen, in stand houden of gebruiken recreatief nachtverblijf bouwen, in stand houden of gebruiken zwembad, bubbelbad of soortgelijke voorziening of vijver bouwen, in stand houden of gebruiken afscheiding tussen balkons of dakterrassen bouwen, in stand houden of gebruiken ander bouwwerk bouwen, in stand houden of gebruiken antenne-installatie bouwen, in stand houden of gebruiken bouwkeet, bouwbord, steiger, heistelling, hijskraan, damwand, bouwweg, terreinverharding, terreininrichting of andere hulpconstructie bouwen, in stand houden of gebruiken bouwwerk voor een infrastructurele of openbare voorziening bouwen, in stand houden of gebruiken zonnepaneel of zonnecollector bouwen, in stand houden of gebruiken constructie voor overbruggen van terreinhoogteverschil bouwen, in stand houden of gebruiken dakraam, daklicht, lichtstraat of soortgelijke daglichtvoorziening bouwen, in stand houden of gebruiken kozijn, kozijninvulling, gevelpaneel of boeideel, of stucwerk bouwen, in stand houden of gebruiken tuinmeubilair bouwen, in stand houden of gebruiken gewoon onderhoud verrichten aan een bouwwerk vlaggenmast bouwen, in stand houden of gebruiken zonwering, rolhek, luik of rolluik bouwen, in
stand houden of gebruiken dakkapel bouwen, in stand houden of gebruiken erf- of perceelafscheiding bouwen, in stand houden of gebruiken sport- of speeltoestel bouwen, in stand houden of gebruiken
Overzichtslijst overige activiteiten uit de Bruidsschat 1 Activiteit die betrekking heeft op een gemeentelijk monument 2 Afwijken van regels van het omgevingsplan 3 Alarminstallatie hebben 4 Boom kappen of houtopstand vellen 5 Bouwwerk slopen 6 Bouwwerk slopen in een gemeentelijk beschermd of rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht 7 Handelsreclame maken of voeren 8 Roerende zaken opslaan 9 Uitweg maken, hebben of veranderen of het gebruik daarvan veranderen 10 Weg of spoorweg, zonder geluidproductieplafonds, aanleggen of wijzigen 11 Werk, niet zijnde bouwwerk, of werkzaamheid uitvoeren
18
Plan van aanpak Omgevingsplan – gemeente Middelburg
Vervolg Bijlage 1: Onderdelen (1, 3, 9 en 11) van artikel 4 Bijlage II Bor (Besluit omgevingsrecht) 1
Een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, wordt voldaan aan de volgende eisen: a. niet hoger dan 5 m, tenzij sprake is van een kas of bedrijfsgebouw van lichte constructie ten dienste van een agrarisch bedrijf, b.de oppervlakte niet meer dan 150 m2;
3
Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, of een gedeelte van een dergelijk bouwwerk, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: a. niet hoger dan 10 m, en b.de oppervlakte niet meer dan 50 m²;
9
Het gebruiken van bouwwerken, eventueel in samenhang met bouwactiviteiten die de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet vergroten, en van bij die bouwwerken aansluitend terrein, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, het uitsluitend betreft een logiesfunctie voor werknemers of de opvang van asielzoekers of andere categorieën vreemdelingen;
11 Ander gebruik van gronden of bouwwerken, voor een termijn van ten hoogste tien jaar.
19
Plan van aanpak Omgevingsplan – gemeente Middelburg
Bijlage 2: Voorbeeld schrijfwijzer Dakkapel bouwen, in stand houden of gebruiken 1.
Toepassingsbereik
2.
Oogmerk
3.
Algemene regels (voordakvlakvlak of zijdakvlak), direct werkend zonder vergunningplicht (gesloten normen).
8.
Beoordelingsregels, vragen om nadere beoordeling (open normen gekoppeld aan beleidsregels).
20
Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen, in stand houden of gebruiken van een dakkapel. Voor activiteiten met betrekking tot dakkapel bouwen, in stand houden of gebruiken gelden de volgende doelen; a) het beschermen van stedenbouwkundige en landschappelijke waarden; b) het beschermen van cultuurhistorische waarden; c) het beschermen van de gezondheid; d) het doelmatig gebruiken van energie en grondstoffen e) het bevorderen van een duurzame ontwikkeling en; f) het beschermen van de architectonische kwaliteit van bouwwerken. 1. Bij het bouwen van een dakkapel in het voordakvlak of een naar openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak, wordt de dakkapel voorzien van een plat dak. 2. De dakkapel wordt geplaatst op een hoofdgebouw. 3. De dakkapel wordt niet geplaatst op een (rijks)monumenten en in gebieden die zijn aangewezen als beschermd stads- of dorpsgezicht. 4. De dakkapel is, gemeten vanaf de voet van de dakkapel, niet hoger dan 1,75 meter. 5. De onderzijde van de dakkapel ligt meer dan 0,5 meter en minder dan 1 meter boven de dakvoet. 6. De bovenzijde van de dakkapel ligt meer dan 0,5 meter onder de daknok. 7. De zijkanten van de dakkapel liggen meer dan 0,5 meter van de zijkanten van het dakvlak. De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a.
het aangevraagde bouwwerk naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders past binnen de stedenbouwkundige structuur; b. de bouw- en gebruiksmogelijkheden van omliggende gebouwen en locaties naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders niet onevenredig worden aangetast; c. het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders, niet in strijd is met de reguliere omgevingskwaliteit, in ieder geval beoordeeld volgens de nota ruimtelijke kwaliteit, tenzij het college van burgemeester en wethouders van oordeel is dat de omgevingsvergunning toch moet worden verleend.
Plan van aanpak Omgevingsplan – gemeente Middelburg
Bijlage 3 : Overzichtskaart gebieden
21
Plan van aanpak Omgevingsplan – gemeente Middelburg
Bijlage 4: Thema’s 1. Bouwen a. Bouw b. Stedenbouwkundige kwaliteit c. Toegankelijkheid voor personen d. … 2. Leefomgeving a. Afval b. Externe veiligheid c. Geluid -Geur - Lucht d. Natuur e. Verkeersveiligheid f. Mobiliteit en parkeren g. … 3.
Bodem-water a. Alles over bodem b. Alles over water c. …
4. Maatschappelijke opgaven a. Circulaire economie b. Energietransitie c. Klimaatverandering d. … 5. Ruimtelijke ontwikkelingen a. Ruimtelijke ontwikkelingen b. Landschappelijke kwaliteit c. … 6. Overige wijzigingen ( bijvoorbeeld verwerken van de reeds verleende Bopa’s)
22