24-009 Bijlage 3. Tekst Omgevingsvisie met wijzigingen ten opzichte van de ontwerpversie - vervallen
Tekst van het document
4.1 Koester wat je hebt Middelburg is een gemeente om trots op te zijn! Niet alleen bewoners zijn positief over hun woon- en leefklimaat, ook bezoekers vinden Middelburg een aantrekkelijke gemeente en verblijven graag op Walcheren. Voor de doorontwikkeling tot 2050 is het goed om te weten waar die aantrekkingskracht in zit. ‘Koester wat je hebt’ houdt allerminst in dat we achterover kunnen leunen. We moeten immers wel een antwoord bieden aan de grote maatschappelijke opgaven en daarvoor is versterking en soms verandering van beleid nodig. In willekeurige volgorde: Sterke sociale cohesie Voor veel mensen is de kracht van Middelburg dat het niet zo groot is en inwoners elkaar nog kennen. Dat geldt in nog veel grotere mate voor Arnemuiden en de kernen Kleverskerke, Sint Laurens en Nieuw- en Sint Joosland. Kerkelijke gemeenschappen, een uitgebreid verenigingsleven en culturele activiteiten versterken de sociale cohesie. De gemeente vindt deze cohesie – de mate waarin mensen zich met elkaar verbonden voelen – heel belangrijk. Het is één van de pijlers van geluk. Het beleid is dan ook gericht op het versterken hiervan. Erfgoed De vele monumenten van Middelburg en Arnemuiden en het beschermd stadsgezicht van de binnenstad van Middelburg en de Noordweg, vertellen het verhaal van onze geschiedenis en zorgen voor een mooie, sfeervolle binnenstad.
Dit monumentale karakter is van grote waarde, maar blijft dat niet vanzelf. Op dit moment ontbreekt het in Middelburg aan erfgoedbeleid. Op dit moment ontbreekt het aan erfgoedbeleid. Middelburg zal dit uitwerken met als uitgangspunt ‘beschermen, benutten, beleven’. Om ons erfgoed te kunnen beschermen, moet er ruimte zijn voor ontwikkeling. Monumenten zijn moeilijk CO2-energieneutraal te krijgen, kerken komen leeg te staan en het splitsen van grote panden in kleine kamers kan de leefkwaliteit in het centrum aantasten. Tegelijkertijd is er wel behoefte aan betaalbare woningen, ook in de binnenstad. Voor erfgoed met een maatschappelijke functie dat leeg komt te staan, wordt meegedacht over een goede functievervulling. Grote monumentale panden kunnen in bepaalde gevallen goed worden gesplitst in kleinere zelfstandige woningen, maar daarvoor gelden wel een paar regels. Instandhouding van de monumentwaarden is het uitgangspunt. De appartementen moeten bijvoorbeeld een minimale grootte hebben, om ‘verkamering’ te voorkomen. Zo moet er bijvoorbeeld voldoende gelegenheid zijn voor het parkeren of stallen van fiets of auto. Middelburg kiest ervoor om voor de monumentale panden (circa 5% van alle gebouwen in de gemeente) een apart energiebeleid te voeren. Daarbij sluiten we aan bij de verduurzamingsrichtlijnen van de Stichting Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg.
We gaan daarvoor op zoek naar een balans tussen behoud van de monumentale waarde en (daar waar dat speelt) uitstraling in het beschermd stadsgezicht enerzijds en de noodzaak van het verduurzamen en energiebesparing om monumenten aantrekkelijk te houden voor bewoning en instandhouding anderzijds. Om volledig CO2-energieneutraal te zijn in 2050, gaan we ervan uit dat de monumenten op enig moment gebruik kunnen maken van (groen) waterstofgas, in tegenstelling tot andere panden die dit door middel van elektrificatie of andere bronnen zullen moeten bereiken. Maar het is ook denkbaar dat er in de toekomst alternatieven beschikbaar komen die toegepast kunnen worden. Ook in het buitengebied liggen cultuurhistorische relicten die beschermd moeten worden en tegelijkertijd soms beter beleefd kunnen worden. De Walcherse gemeenten werken samen met de provincie en Erfgoed Zeeland aan een Kaart Cultuurhistorie Zeeland. Ons fysiek erfgoed vormt veelal ook het historisch decor van ons immaterieel erfgoed zoals festiviteiten, rituelen, sociale gebruiken en traditioneel vakmanschap/ambachten. Het borgen van de verbondenheid van dit ‘levend erfgoed’ met haar fysieke historische leefomgeving is dan ook van groot belang.
Aantrekkelijk landschap De gemeente Middelburg maakt onderdeel uit van het eiland Walcheren. Het cultuurlandschap van het oude Walcheren is relatief kleinschalig en heeft een hoge belevingswaarde. Maar vooral het geheel van zee, strand, duinen, kreekruggen, poelgronden en nieuwlandpolders, oude steden en Veerse Meer, maken Walcheren tot een zeer aantrekkelijk landschap. De uitgangssituatie van onze omgeving is dus heel goed. Dat neemt niet weg dat er grote kansen liggen om de groenstructuren en de biodiversiteit te versterken, maar daarover meer verderop in dit hoofdstuk. Rustig, maar ook bruisend Bewoners noemen rust een belangrijke kwaliteit van onze Middelburgse omgeving. En tegelijkertijd zijn de steden en het Veerse Meer aantrekkelijk voor toeristen en ontwikkelt Middelburg zich als cultuurstad en studentenstad. Daarin zit een paradox, maar wel een fijne! Hoewel het in de zomer veel drukker is dan in de winter, is er in de binnenstad het hele jaar door reuring. Toch is het op tal van plaatsen vrijwel stil, zelfs in de binnenstad. Bij toekomstige ontwikkelingen worden alle milieuaspecten – waaronder geluid – meegenomen in de afweging. Cultuur Middelburg heeft van oudsher een rijke cultuur. In 2017 is de Kunst- en cultuurnota vastgesteld, waarin de ambitie ten aanzien van cultuur voor de periode tot 2028 is verwoord.
Het gaat dan onder andere over jaarronde programmering van kunst en cultuur en het stimuleren van culturele broedplaatsen. Om dit te laten ontstaan, neemt de gemeente nadrukkelijk de maatschappelijke waarde van een (cultuur)initiatief mee in haar afweging bij herontwikkelingen. We kiezen voor ‘brede welvaart’ en niet voor ‘welvaart’ als na te streven doel. Brede welvaart omvat alles wat mensen van waarde vinden. Naast materiële welvaart gaat het ook om zaken als gezondheid, onderwijs, milieu, sociale cohesie en persoonlijke ontplooiing. Toerisme en een leefbare binnenstad Middelburg heeft een grote aantrekkingskracht op toeristen, vanwege de monumenten, evenementen, de kunst, culinaire hoogstandjes et cetera. Dat is in de huidige situatie al zo en de verwachting is dat in 2050 toerisme een nog grotere rol speelt. Ten eerste omdat dat een landelijke trend is: mensen hebben meer vrije tijd en geld voor vakanties. Ten tweede omdat Walcheren die potentie ook heeft, met de steden Vlissingen, Veere, Arnemuiden en Middelburg en het aantrekkelijke buitengebied als mooie bestemmingen. Daar komt nog bij dat de ontwikkeling naar studentenstad en de levendigheid die dat met zich meebrengt ook invloed heeft op de aantrekkingskracht voor toeristen.
In principe is toerisme goed voor Middelburg: het zorgt voor een groter en gevarieerder aanbod van winkels, horeca en overige voorzieningen en het trekt ondernemerschap aan. De vraag rijst dan wel hoe ver we willen gaan om die toeristische vraag te faciliteren. De toeristische medaille heeft immers ook een andere kant: grote drukte kan de leefbaarheid van de woonomgeving schaden. Momenteel horen wij al klachten uit de binnenstad dat het ’s zomers te druk is in de stad. Het gaat dan vooral over verkeers-, parkeer- en geluidsoverlast. Dit alles vraagt om een afweging en om perspectief: het toerisme in Middelburg is vooral gericht op de binnenstad. Toeristen blijven meestal één tot enkele dagen in de stad. Om dit goed te faciliteren worden alleen nog hotels in of bij de binnenstad toegevoegd als het hotel een goede aanvulling is op het aanbod dat er op Walcheren is. Concurrentie is nodig voor instandhouding van de kwaliteit en vernieuwing, maar voor het tegengaan van verkeers- en parkeeroverlast is een beleidswijziging nodig. In aansluiting op deze Omgevingsvisie wordt gewerkt aan een beleidsplan voor toerisme in Middelburg. In dat beleidsplan worden de kaders waarbinnen toeristische ontwikkelingen nog kunnen plaatsvinden nader uitgewerkt. Breed aanbod van onderwijs en diensten Ondanks de kleinschaligheid heeft Middelburg het geluk een hoofdstad te zijn.
Dat betekent de vestiging van overheidsdiensten. Hoewel er de afgelopen vijftien jaar door centralisatie ook wel regionale overheidsdiensten zijn vertrokken uit de stad, zoals Staatsbosbeheer en de Belastingdienst, zijn nog veel diensten gevestigd in Middelburg: de provincie, het waterschap, de gemeente, Rijkswaterstaat, het Zeeuws Aarchief, de rechtbank en de gevangenis. Dat biedt werkgelegenheid voor kennisinstellingen en adviesbureaus en biedt mogelijkheden voor samenwerkingen. Ook op het gebied van onderwijs heeft de gemeente veel aanbod. Er zijn twintig basisscholen, dertien scholen voor speciaal- en voortgezet onderwijs, Scalda (MBO), HZ University of Applied Sciences (HBO) en University College Roosevelt of UCR (WO). Dit brede aanbod is een belangrijke kracht. Wanneer we jongeren willen behouden moeten
we een breed en aantrekkelijk opleidingsaanbod bieden. Daarvoor zijn versterking en verbreding van het middelbaar en hoger onderwijs en vergroting van de samenwerking tussen scholen onderling en tussen scholen en het bedrijfsleven de sleutelwoorden. Daarvoor zoekt Middelburg de samenwerking met Vlissingen, gezamenlijk bouwen we aan de ‘onderwijsstad’ Middelburg-Vlissingen. Het Joint Research Center Zeeland (het laboratorium naast de Hogeschool Zeeland) en het nog te ontwikkelen Delta Climate Center in Vlissingen zijn goede voorbeelden van de doorontwikkeling naar een volwaardige onderwijsstad. De gemeente speelt hierin voornamelijk de rol van verbinder en stimulator. De gemeente zal innovatie de ruimte geven en samenwerking bevorderen. Gedeelde Walcherse ambitie Walchers cultuurlandschap: 1. We sturen op vormgeving van dorps- en stadsranden in een gebalanceerde compositie van gebouwen en groen. 2. We houden de bestaande landschappelijke waarden, water en bodem als ordenende principes aan. 3. Alle gemeenten beschermen hun cultureel erfgoed en het Walcherse cultuurlandschap.
4.2 Werken aan evenwichtige groei Koesteren wat we hebben. En tegelijkertijd een integrale oplossing bieden voor de grote maatschappelijke opgaven. Hoe doe je dat? Daarvoor moet de gemeente Middelburg zich ontwikkelen. Groei is niet een vies woord, maar een manier om kwaliteiten te versterken en maatschappelijke ontwikkelingen te faciliteren. Wij streven naar ‘evenwichtige groei’, dat is groei waarin balans is tussen bouwen en sociaal versterken, tussen duurzaamheid en economische ontwikkeling. Een balans dus tussen People, Planet en Profit, waarbij we als Middelburg liever gaan voor ‘profitability’: niet enkel economische groei, maar tegelijkertijd ook aandacht voor welzijn van mensen, dieren en natuur. Met andere woorden: brede welvaart. Waar moet die groei dan in voorzien? Tweehonderd woningen per jaar, met de focus op nultredenwoningen Middelburg groeit, er verhuizen meer mensen naar onze gemeente dan uit onze gemeente. De vraag naar woningen is 2.045 stuks voor de periode 2022-2031 en dan nog 1.154 woningen tot en met 2039. 9 Dat komt neer op zo’n 200 woningen per jaar. Aan prognoses na 2040 wagen we ons nu niet, omdat gebleken is dat de woningmarkt, woonwensen en demografische ontwikkelingen op lange termijn lastig te voorspellen zijn. De mate van groei hangt onder meer af van de krapte in de steden om ons heen en de groei van het aantal (arbeids)migranten.
Nieuwe woningen sluiten aan bij de doelgroepen van nu, maar vooral bij die van de toekomst. We blijven ons daarom focussen op nultredenwoningen, vanwege de vergrijzing zijn daarvan nu veel te weinig woningen in Middelburg. Ook wordt gebouwd voor de sociale huur en -waar mogelijk- middendure huurwoningen en betaalbare koopwoningen. Ook starters op de woningmarkt hebben het momenteel lastig. Door meer te bouwen en doorstroming te bevorderen komen voor hen meer woningen vrij. De 3.200 nieuwe woningen worden zoveel mogelijk binnen de bebouwde kom gerealiseerd, maar het is niet mogelijk het hele programma binnenstedelijk te bouwen. De keuze van woonlocaties is verder beschreven in paragraaf 4.4. Flexwoningen Om in te kunnen spelen op de woonbehoefte, is er naast permanente woningen ook een flexibele schil nodig. Flexwoningen zijn kleine woningen die verplaatsbaar, stapelbaar, schakelbaar of splitsbaar zijn. Daarnaast heeft één van de volgende aspecten een tijdelijk karakter: 1) de woning zelf; 2) de bewoning (door het gebruik van tijdelijke huurcontracten) en/of 3) de locatie. Flexwoningen zijn bedoeld voor mensen die op korte termijn een woning nodig hebben.
Dat kan gaan om werknemers, al dan niet uit het buitenland; om mensen met een verblijfstatus die uit het asielzoekerscentrum moeten uitstromen, mensen die door sloop of renovatiewerkzaamheden tijdelijk een andere woning nodig hebben, om mensen die als gevolg van een scheiding woonruimte zoeken en dergelijke. De flexwoningen zijn nadrukkelijk bedoeld als tijdelijke woning. Mensen die zich in Middelburg vestigen hebben recht op een goede woning in een goede woonbuurt, maar de tijdelijke woningen kunnen de doorstroming wel aanzienlijk verbeteren. Voor mensen die slechts enkele maanden per jaar in Middelburg verblijven vanwege hun werk, zullen altijd flexwoningen nodig zijn. Werkgelegenheid 9 Bron: bevolkings- en huishoudensprognose provincie Zeeland, 2022.
Nog veel te vaak trekken jongeren uit onze provincie weg, omdat ze hier geen werk vinden dat past bij hun opleiding. Tegelijkertijd worden bedrijven in hun groei beperkt door gebrek aan personeel. Dit is de paradox ten aanzien van werkgelegenheid! Hoewel de werkloosheidscijfers in onze provincie de laagste zijn van heel Nederland en in bijna alle sectoren personeelstekorten zijn, is nog steeds behoefte aan werkgelegenheid, bijvoorbeeld in adviesfuncties en techniek. Wanneer voor beide partners een goede baan te vinden is in deze regio, is de kans groter dat gezinnen zich hier vestigen en jongeren in de provincie blijven. Met de groei van het aantal mensen tussen de 15 en 30 jaar, zal de demografie van Middelburg meer in balans komen, wat mogelijkheden biedt voor voorzieningen voor jong en oud. Het stedelijk gebied Middelburg-Vlissingen heeft in Zeeland de grootste concentratie bedrijfsvestigingen en een relatief groot aandeel bedrijven in de sectoren industrie, horeca, cultuur/sport/recreatie. Daarbij speelt stedelijke aantrekkelijkheid een rol.10 (bron: ZB, Economische atlas Zeeland 2017). In de regio Zeeland zijn water, energietransitie, recht, (duurzame) techniek, toerisme en voedsel voorbeelden van sectoren met groeipotentieel.
Door het onderwijsaanbod van HZ en UCR uit te breiden en vooral samenwerking en innovatie te bevorderen, kan Middelburg deze potenties beter verzilveren. Toerisme De groei van het toerisme zit hem in de stad in de verandering van bezetting in het hoogseizoen naar meer jaarrond. Dat kan door evenementen te spreiden over het jaar. In of in de buurt van het centrum is nog wel behoefte aan een wat groter hotel mits het parkeren op locatie of buiten het centrum is geregeld (zie ook paragraaf 4.1 voor de balans tussen toerisme en leefbaarheid). Het toeristisch verblijf is over het algemeen kort en is gebaseerd op beleving van landschap en cultuur. Een groot attractiepark hoort in de gemeente niet thuis. Aan het Veerse Meer vindt wel een grote ontwikkeling plaats de komende jaren. Het voormalige Waterpark Veerse Meer zal zich – na jarenlange leegstand en verpaupering – de komende jaren ontwikkelen tot een vakantiepark voor families, in het hogere segment. Het nieuwe bestemmingsplan voorziet in een vakantiedorpje met voorzieningen als een zwembad, strand, winkels, appartementen en horeca in de kern en daarom heen 822 recreatiewoningen in het groen en veelal aan het water. Het geheel is een groen, waterrijk landschap, geïnspireerd op het krekenrijke schorrengebied van voor de afsluiting van het Veerse Gat.
De procedure voor dat bestemmingsplan zal naar verwachting in 2023 worden afgerond en dan leidend zijn voor de verdere ontwikkeling van dat gebied. Voor het overige is – conform de Gebiedsvisie Veerse Meer – in de gemeente Middelburg aan het Veerse Meer geen ruimte meer voor extra verblijfseenheden. De vraag of in de gemeente Middelburg nog meer ruimte geboden moet worden aan verblijfstoerisme - en zo ja, in welke mate - hangt af van het antwoord op de vraag welk toeristisch profiel het gemeentebestuur nastreeft. Dat is een van de eerste vragen die beantwoord gaat worden in het kader van de uitvoering van deze Omgevingsvisie aan de hand van het in paragraaf 4.1 genoemde beleidsplan toerisme dat reeds in ontwikkeling is. Toeristische verhuur van woningen binnen en buiten de binnenstad leggen we aan banden. Op deze manier behouden we de kwaliteiten waarop het Walcherse toerisme gebaseerd is: landschap, natuur, rust en authentieke kernen. De verwachting is dat hiermee de druk op het achterland toeneemt. In het buitengebied is nog wel ruimte voor bijvoorbeeld kleinschalige campings, vakantiehuizen of groepsaccommodaties, maar ook hier geldt dat de landschappelijke kwaliteiten hierbij leidend moeten zijn. Een nieuw te maken beleidskaart zal de gebieden aangeven waar nog mogelijkheden zijn voor toerisme in het buitengebied.
In het buitengebied zullen we zeer terughoudend zijn met het toevoegen van nieuwe mogelijkheden voor verblijfsrecreatie. Mobiliteit De bereikbaarheid van Middelburg moet in 2050 sterk verbeterd zijn. Dit resulteert in de keuze voor de 15-minutenstad, waarbij je alle voorzieningen die je dagelijks nodig hebt binnen vijftien minuten vanuit huis kunt bereiken. Middelburg zal zich sterk maken voor een uitbreiding van het aantal treinen van drie naar vier per uur, zodat elk kwartier een intercity of sprinter richting Roosendaal of Vlissingen vertrekt. De verkeersknelpunten in Arnemuiden zijn in 2050 opgelost en een robuuste ontsluiting vanaf het Waterpark Veerse Meer op de A58 is gerealiseerd. Hiervoor loopt een onderzoek, waarbij een viertal varianten wordt onderzocht. 10 Bron: ZB, Economische atlas Zeeland 2017.
Behalve een ontsluiting via Arnemuiden zijn ook mogelijkheden in de richting van Lewedorp in beeld. Verder zijn tal van mogelijkheden aanwezig – anders dan met de auto – om je op lokaal of regionaal niveau te verplaatsen. De fietsen voetgangersinfrastructuur is verbeterd. De met de Regionale Mobiliteitsstrategie in gang gezette ontwikkelingen rondom vraagafhankelijk fijnmazig vervoer met de flextaxi en flexbusjes zal de ontsluiting van wijken en buurten verbeteren. Binnen de bebouwde kom is een opstappunt op maximaal vijfhonderd meter te vinden. Buiten de bebouwde kom zal dit op maximaal 2,5 kilometer zijn. Zo kan iedereen op een makkelijke manier bij een opstapplaats of knooppunt (hub) komen. In 2050 is een snelle en regelmatige openbaar vervoerverbinding tussen Middelburg en Vlissingen, die het autoverkeer tussen de twee steden kan vervangen. De autoluwe binnenstad is gerealiseerd en bezoekers aan de binnenstad parkeren hun auto in de parkeergarages of op parkeerterreinen aan de rand van de (binnen)stad. Goede en aantrekkelijke looproutes verbinden de parkeervoorzieningen met de binnenstad. Actieplan binnenstad herijken Veel van onze ambities hebben invloed op de binnenstad van Middelburg: transformaties, autoluw maken, vergroening, versterken erfgoed. Daarnaast zijn er altijd ontwikkelingen in het winkel- en horecabestand die vragen om een goede visie op het totaal.
Dit zal worden uitgewerkt in een programma voor de binnenstad (zie ook hoofdstuk 5). Van het ‘wat’ naar het ‘hoe’ Hierboven zijn de belangrijkste gebieden beschreven waarin Middelburg de komende decennia zal groeien. Het ‘wat’ is hiermee bepaald. Maar heel belangrijk is, hoe we dit gaan doen. Hoe gaat onze fysieke leefomgeving eruit zien, als we bovenstaande gaan realiseren? In de uitgebreide participatie over deze Omgevingsvisie is veel gesproken over ambities en mogelijke – integrale – toekomstbeelden. In de gesprekken werd duidelijk dat hier voor veel mensen waarden onder liggen, die zijn vertaald in ‘leidende principes’. Er zijn drie belangrijke leidende principes geconcludeerd, die bepalen hoe we met evenwichtige groei willen omgaan. Ze zijn niet limitatief, maar helpen ons wel bij het ontwerpen en faciliteren van ontwikkelingen: 1. Gezonde stad 2. Compacte stad 3. Circulaire en groene stad Gedeelde Walcherse ambitie toerisme: 1.We streven naar een duurzame toeristische bestemming Walcheren, waarbij gemeenten het aanbod zorgvuldig afstemmen en daarmee elkaar aanvullen. a. Walcherse gemeenten ontwikkelen gezamenlijk een zeer divers palet aan verblijfsaccommodaties voor verschillende doelgroepen, van zakelijke markt tot mini-camping. Dus het totale spectrum groot versus klein en luxe versus eenvoud. b.
De Walcherse gemeenten streven naar jaarronde beleving zoals cultuur, bezienswaardigheden, activiteiten, attracties en evenementen voor haar inwoners en bezoekers. 2. We streven naar een balans tussen toerisme en leefbaarheid (o.a. beschikbaar woonaanbod) en natuur- en cultuurlandschap. De grenzen van toeristische groei zijn in zicht en op sommige plaatsen al bereikt. We sturen gericht op productdifferentiatie binnen de huidige groeicapaciteit van verblijfsrecreatie. Gedeelde Walcherse ambitie mobiliteit: 1. We willen de stadscentra / de kernen autoluw maken. 2. We stimuleren slimme mobiliteitsknooppunten (hubs), zodat de bereikbaarheid op Walcheren op duurzame wijze wordt versterkt. 3. We realiseren een kwalitatief hoogwaardig fietsnetwerk met veilige fietsvoorzieningen.
4. We bundelen het autoverkeer op een beperkt aantal (ongehinderde) stroomwegen en een beperkt aantal gebiedsontsluitingswegen.
4.3 Gezonde stad Vitaliteit Middelburg is schoon, veilig en de wijken zijn geluidsarm. De basis van een gezonde leefomgeving is een goed milieu waaronder een goede bodem- en luchtkwaliteit, weinig geluid-, geur-, stralings- en lichthinder en een hoge externe en sociale veiligheid. Middelburg is ook gastvrij, voor studenten, vluchtelingen en statushouders en er is een sterke sociale samenhang: mensen ontmoeten elkaar. De fysieke leefomgeving daagt daartoe uit: de buitenruimte is aantrekkelijk om in te zitten of te wandelen, voor sport en spel, maar nodigt ook uit tot het organiseren van activiteiten. De fysieke leefomgeving is integraal toegankelijk en daagt daartoe uit: de buitenruimte is voor iedereen, onafhankelijk en gelijkwaardig bereikbaar, toegankelijk en bruikbaar en is aantrekkelijk om in te zitten of te wandelen, voor sport en spel, maar nodigt ook uit tot het organiseren van activiteiten. In de wijkharten komen verschillende functies bij elkaar. Bij het bepalen van de invulling van het vastgoed en de buitenruimte, spelen mogelijkheden voor ontmoetingen en samenzijn een belangrijke rol. De gemeente stimuleert bewoners om initiatieven te nemen in de wijk of buurt. We benutten de kwaliteiten van inwoners om ontwikkelingen in de buurt te realiseren. Met name jongeren hebben behoefte aan ontmoetingsplekken.
Plaatsen in wijken en dorpen waar wat te beleven is en zij zich kunnen ophouden met andere jongeren. Het hangen van jongeren wordt nu veelal als een last ervaren. Door samen met jongeren en buurtbewoners op zoek te gaan naar geschikte plekken en het maken van goede afspraken, kan het gevoel van overlast verminderd worden. Een gezonde stad is groen. Iedere bewoner heeft aantrekkelijk groen op loopafstand. Daarvoor zijn de ‘groene longen’ – de groene gebieden die van het centrum naar het buitengebied lopen – heel belangrijk. Op de kwaliteitskaart staan ze aangegeven. In de groene longen wordt niet meer gebouwd. Door de groene longen lopen fiets- en/of wandelroutes naar het buitengebied. Het netwerk van wandelommetjes wordt – in samenwerking met of op initiatief van bewoners - uitgebreid en aantrekkelijker gemaakt. Verder speelt verkoeling een steeds belangrijkere rol in de stad. Bij de inrichting en het beheer wordt dan ook niet alleen gelet op de mogelijkheden voor sport en spel en de ecologische waarde, maar ook op de aanwezigheid van schaduw en het opvangen en vasthouden van regenwater. De inwoners van Nieuw- en Sint Joosland hebben goede ideeën over hoe ze de vitaliteit van hun dorp kunnen vergroten. Het dorp is na de aanleg van de A58 min of meer afgesneden van Middelburg en de overige kernen van de gemeente.
Dat leidt ertoe dat de groei van het dorp minder groot is dan in de overige gebieden. Tegelijkertijd is het buitengebied van Nieuw- en Sint Joosland aan veranderingen onderhevig. De kracht van het dorp is zonder meer de sterke sociale cohesie en de aanwezigheid van een goede basisschool. Met deze ingrediënten zullen de gemeente en de dorpsbewoners samen kijken hoe het dorp een impuls zou kunnen krijgen. Hierbij moeten we wel oog hebben voor de grote opgaven waar we als gemeente voor staan (denk aan de transities in de landbouw en de energietransitie). Een deel van de oplossing voor die grote opgaven kan in en rondom het buitengebied van Nieuw- en Sint Joosland gerealiseerd worden. Wonen en zorg De ontwikkeling van de woonservicezones tussen 2000 en 2010 is goed geweest voor Middelburg. Het koppelen van woningen -bij voorzieningen- en zorg heeft een versterking van de wijkcentra gebracht. Momenteel wordt een nieuwe woonzorgvisie ontwikkeld, waarin wonen en zorg voor de gehele gemeente worden bekeken. De woonzorgvisie wordt één van de programma’s die gekoppeld zijn aan de Omgevingsvisie. Gezonde lucht en schoon water “Middelburg is schoon”, zo begon deze paragraaf. Daar valt nog wel meer over te zeggen, want dit is een hele uitdaging. In 2050 zijn er geen emissies (uitlaatgassen) meer, die slecht zijn voor de luchtkwaliteit.
Het is onze ambitie om samen met medeoverheden te zorgen voor schoon grond- en oppervlaktewater. We streven ernaar dat onze
wateren voldoen aan de Kaderrichtlijn Water, zodat we in de toekomst schoon drink- en zwemwater tot onze beschikking hebben. Voor het Veerse Meer is een oplossing gevonden voor de zuurstofloosheid in de zomer en de plagen van exoten als de Japanse kruiskwal en de Japanse oester. We voldoen aan de drie gemeentelijke watertaken (de plicht om stedelijk afvalwater in te zamelen en te transporteren en de zorg voor hemelwater en grondwater). Onze Omgevingsvisie sluit aan op de Visie Waterketen Zeeland van de Samenwerking (Afval)waterketen Zeeland. Duisternis De duisternis in ons deltagebied is van groot belang voor veel diersoorten, maar ook de mens functioneert beter bij een ongestoord dag- en nachtritme. Beperking van kunstlicht is een afwegingscriterium bij ontwikkelingen. Het beleid is er daarom op gericht dat de lichtvervuiling in de gemeente Middelburg niet verder toeneemt en bij voorkeur wordt verminderd. Het beperken van lichthinder is een afwegingscriterium bij ontwikkelingen en activiteiten. Ook bij investeringen in openbare verlichting wordt bezien hoe lichthinder beperkt kan worden. Veiligheid Een gezonde stad is natuurlijk in de eerste plaats een veilige stad. Daarbij wordt naast waterveiligheid (besproken in paragraaf 4.5) gedacht aan sociale veiligheid, verkeersveiligheid en externe veiligheid.
Sociale veiligheid is altijd onderdeel van de ontwerpopgave bij nieuwe ontwikkelingen. Met betrekking tot verkeersveiligheid is er vooral aandacht voor verkeersstromen met verschillende snelheden. In dit verband wordt het landbouwverkeer in de dorpskernen genoemd. Middelburg denkt mee over een oplossing voor het zware landbouwverkeer door het dorp Nieuw- en Sint Joosland. Op het gebied van veiligheid is onder andere het transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor, het water, via buisleidingen en de veiligheidszones van bedrijven met werkzaamheden/opslag van gevaarlijke stoffen, een belangrijk aandachtspunt bij nieuwe ontwikkelingen. Mobiliteit In de gezonde stad wordt er veel gefietst. We volgen hierin het voorbeeld van de gemeente Houten waar in de openbare ruimte de fiets een belangrijkere plaats inneemt dan de auto. Dat betekent dat fietspaden waar mogelijk worden verbreed en fietsverbindingen naar de kernen aantrekkelijker en sneller worden. Het betekent ook dat er goede fietsparkeerplaatsen zijn in de stad: veilig, dichtbij voorzieningen en met oplaadmogelijkheden. Dat vraagt wellicht om nieuwe fietsparkeerlocaties inpandig of ondergronds op de plaatsen waar de aanrijroutes aankomen in de binnenstad.
Ten aanzien van het beleid, tot het verder realiseren van een autoluwe binnenstad, kijken we of er mogelijkheden bestaan om parkeerlocaties/-pleinen te transformeren naar groen (of blauw) verblijfsplein, bijvoorbeeld de locatie Damplein. Behalve dat dit mogelijkheden biedt voor klimaatadaptatie en een uitbreiding van het aantrekkelijk wandelgebied, zal dit het centrum verder autoluw maken. De binnenstad wordt op termijn alleen nog met de auto toegankelijk voor mensen die er echt moeten zijn: bewoners, mindervaliden en toeleveranciers. Alle overige automobilisten zullen naar de parkeergarages of parkeerplaatsen buiten het centrum worden gestuurd. Daar waar mogelijk stimuleren we bewoners ook buiten de binnenstad, dus aan de randen, te parkeren. Ook toeristen parkeren dan niet meer in het centrum. De binnenstad van Middelburg kan een toeristische groei omarmen, als verkeers- en geluidsoverlast worden beperkt. Aangezien toeristen in Middelburg komen voor het beleven van de binnenstad en/of het (vaak per fiets) ervaren van het mooie buitengebied, is de aanwezigheid van een auto in de binnenstad daarbij overbodig. De omschakeling naar een autoluwe binnenstad heeft wel enige tijd nodig. Momenteel is het aantal uitgegeven vergunningen in de binnenstad ongeveer 90% van het aantal parkeerplaatsen. De parkeerplaatsen kunnen dus niet zonder meer worden verminderd.
Eerst moeten we investeren in parkeerplaatsen buiten of aan de rand van het centrum. Sommige van deze nieuwe parkeerplaatsen functioneren als een mobiliteitshub, dat wil zeggen een plaats waar men gemakkelijk kan overstappen op een ander vervoermiddel, bijvoorbeeld een buurttaxi of een elektrische fiets. De hub heeft voldoende laadpalen en waar mogelijk staat de auto onder zonnepanelen. De hubs zijn prettige ontmoetingsplekken en klimaatadaptief ingericht. Daarbij zijn mogelijkheden voor het oppikken van een deelauto of het afhalen van een pakketje aanwezig. Deze verzamelplaatsen voor pakketjes zullen steeds belangrijker worden.
Op de ontwikkelingenkaart zijn de zoeklocaties voor nieuwe parkeerplaatsen/hubs aangegeven.
4.4 Compacte stad De tweede hoofdkeuze die we hanteren bij de ‘evenwichtige groei’, is werken aan een compacte stad. In een compacte stad gebruiken we de ruimte multifunctioneel en zijn er voldoende mensen per vierkante kilometer om voorzieningen en openbaar vervoer rendabel te maken. Daarbij is er natuurlijk een kantelpunt en dat wordt ingegeven door de maat en schaal van onze huidige stad. In deze paragraaf zoomen we iets verder in op wat dit compacte-stadprincipe voor Middelburg betekent. Woningen In paragraaf 3.24.1 is al geconstateerd dat tot 2040 nog zo’n 3.200 woningen nodig zijn, waarvan het merendeel levensloopbestendig. Kijkend naar de woningvoorraad op dit moment waarin ‘gewone’ eengezinswoningen domineren, betekent dit dat we nog relatief veel nultredenwoningen en appartementen moeten bouwen. Hiervoor kijken we vooral naar de wijkharten. Wanneer in een wijkhart een verdichting ontstaat met woningen én voorzieningen, ontstaat een beter leefklimaat, vooral voor ouderen of mensen die minder mobiel zijn. Bij die compactheid speelt meervoudig ruimtegebruik een grote rol. Een kerk die door de week als recreatieruimte wordt gebruikt, of een basisschool waar ’s avonds bedrijfscursussen worden gegeven, zijn voorbeelden van optimale benutting. Compactheid geeft ook de mogelijkheid om flexibel te bouwen.
Daarmee bedoelen we: ontwerp en bouw het gebouw zo, dat het van functie kan veranderen. Stel dat een school nu meer dan 350 leerlingen heeft, maar de prognoses geven aan dat er over vijftien jaar minder kinderen in die wijk zullen zijn. Kunnen daarna bijvoorbeeld klaslokalen of gymzalen gemakkelijk worden verbouwd tot woningen? In de wijk Griffioen kijken we momenteel al met zo’n bril naar het wijkhart: hoeveel woningen en maatschappelijke ruimten zijn er nog nodig en hoe maken we het ontwerp zo flexibel mogelijk? Is verdichting dan altijd goed? Het antwoord daarop is ‘nee’. In Middelburg willen we voor iedereen een goede, betaalbare woning op een goede locatie. Dat houdt in dat we diverse woontypen bouwen en diverse woonmilieus creëren, zodat er voor iedereen iets te kiezen is. De schaal waarop we streven naar diversiteit is die van de wijk of kern, omdat mensen bij een verhuizing vaak in dezelfde wijk willen blijven wonen. Bovendien is het goed voor de sociale cohesie als er een sociale mix is in de wijk. Dat betekent dat in elke wijk appartementen én vrijstaande woningen, kleine én grote woningen beschikbaar moeten zijn. Soms betekent dat dat uitbreiding beter past dan inbreiding. Ook op het moment dat verdichten ten koste gaat van het weinige openbaar groen in een wijk, zal in de meeste gevallen het groen de voorkeur krijgen.
Verdichting kan ook betekenen dat we steeds hoger gaan bouwen. En uit het verleden weten we dat hoogbouw ook wel sociale nadelen kent: daar is een grotere kans op anonimiteit en mensen voelen zich tussen hoogbouw onveiliger, ook is minder sociaal toezicht aanwezig. Om deze redenen bouwen we in Middelburg in de regel niet hoger dan zo’n zeven bouwlagen. Onder het motto ‘inbreiden waar het kan, uitbreiden als het moet’ wordt is in het najaar van 2023 door een inwonerberaad een advies gegeven aan de gemeenteraad over nieuwe woonlocaties. Dit advies wordt door de gemeenteraad betrokken bij de kansenkaart die na vaststelling deel uitmaakt van deze Omgevingsvisie. In totaal zijn we op zoek naar ruimte voor zo’n duizend woningen (de overige woningen zitten al in de planning), waarvan 750 sociale huur. Uit een eerste inventarisatie blijkt dat deze aantallen bij lange na niet gehaald kunnen worden door verdichting/inbreiding. In de groene longen mag niet worden gebouwd. De parken (Het Meiveld, Toorenvliedt, Ella Fitzgeraldpark, Molenwaterpark, Amaliapark, Sprenckpark en Vogelpark) zullen niet worden verkleind. Dus zoeken we naar (een) passende uitbreidingslocatie(s).
Ook Cleene Hooge is daarbij in beeld, zij het als reservelocatie of als woningbouwlocatie onder de voorwaardenals eerste voor een nieuw asielzoekerscentrum in het gebied van de ontwikkelvisie die de raad in 2019 heeft vastgesteld. Belangrijk bij alle stadsranden is dat een goede overgang van stad naar open landschap wordt gemaakt, waarbij aanwezige landschappelijke waarden worden gerespecteerd dan wel benadrukt. In dit kader gaat speciale aandacht uit naar de (groene) geledingszone tussen Middelburg en Vlissingen. De openheid van deze groene, scheidende zone is een belangrijke waarde. Rode ontwikkelingen zijn slechts mogelijk als ze voldoende rekening houden met landschap en natuur.
Bouwen is het allerbelangrijkste om de grote woonbehoefte op te lossen. Maar om de doorstroming op de woningmarkt op gang te krijgen is meer nodig. Veel mensen – vooral mensen die al heel lang in hun woning wonen – hebben veel vragen over de voor- en nadelen van een verhuizing. Om deze mensen te begeleiden of te adviseren, stelt de gemeente een verhuiscoach in. Bedrijventerreinen Naast woningen bestaat het bebouwd gebied in Middelburg uit voorzieningen, kantoren en bedrijven. Bedrijven zijn nu gevestigd op Arnestein, in Mortiere en, in Ramsburg, aan de Keetdijk bij Arnemuiden en aan de Van Cittersweg in Arnemuiden. Omdat deze bedrijventerreinen zo goed als gevuld zijn, lijkt behoefte te bestaan aan een nieuw – duurzaam – bedrijventerrein. Hiervoor was de Trekdijk – een locatie in de oksel van de A58 en de sloewegSloeweg Noord – in beeld, maar door de uitspraak van de Raad van State in april 2023 is het eerdere bestemmingsplan hiervoor vernietigd. Alvorens het proces voor een eventueel nieuw bedrijventerrein te starten, kiezen we ervoor om eerst het gesprek aan te gaan over het gewenste economisch profiel van onze gemeente.
Welke bedrijvigheid biedt kansen? Waaraan is behoefte? En wanneer die behoefte meer ruimte vraagt dan dat op dit moment op onze bestaande bedrijventerreinen aanwezig is, waar vullen we die behoefte dan in? Als het gaat om de toekomstige invulling van de locatie Trekdijk zelf doen we nu nog geen richtinggevende uitspraak. Het proces daarvoor wordt pas gestart nadat het raadsonderzoek naar de eerdere procedure is afgerond. Wanneer herstructurering van bedrijventerreinen aan de orde is, zal de gemeente daarin een regierol kunnen spelen, maar er wordt door de gemeente voorlopig niet actief ingezet op verplaatsing van bedrijven. Aan het Kkanaal door Walcheren en het Arne– zijkanaal staan vooral bedrijven die het water nodig hebben voor hun aanvoer of bedrijfsvoering. In de punt ten westen van de N57 gelden eisen voor beeldkwaliteit, dit is de ‘etalage’ aan het kanaal. Transformatie van kantoren en winkels In Middelburg hebben we het afgelopen decennium een afname van de behoefte aan kantoorruimte gezien, maar de markt trekt weer aan. Voor winkels is de leegstand laag ten opzichte van andere middelgrote steden, maar detailhandel blijft kwetsbaar. Door de opkomst van online winkelen verdwijnen met name grote ketens met veel winkeloppervlakte.
Transformatie van kantoren en winkels naar bijvoorbeeld woningen kan daarom worden overwogen buiten het kernwinkelgebied, als de omgeving zich daarvoor leent. Er gelden echter wel voorwaarden. De woningtypen en groottes moeten passen bij de behoefte, iedere woning moet toegang hebben tot een eigen buitenruimte (balkon/terras/tuin) en er zijn richtlijnen voor verduurzaming. Onderwijs In 2050 heeft nog steeds elk dorp en elk stadsdeel minimaal één goede basisschool (met uitzondering van Kleverskerke). De samenwerking tussen de basisscholen heeft in veel gevallen geresulteerd in een brede school inclusief kinderopvang en/of (kinder)zorg. De gemeente versnelt deze ontwikkeling door het vóór 2040 CO2energieneutraal maken van al het gemeentelijke vastgoed, dus ook de scholen. Dat betekent een flinke investering in de onderwijshuisvesting de komende decennia. De school en de schoolomgeving zijn een ontmoetingsplek waar meerdere functies samenkomen. Voor het wijkhart van Dauwendaele startis in 2023 een verkenning gestart voor een brede school, gecombineerd met woningen. Het stedelijk gebied Middelburg-Vlissingen wordt een serieuze onderwijsstad. De nadruk ligt op water, energie en voedsel, maar in Middelburg ook op internationaal management, cultuur, economie. De PZEM-locatie aan de Poelendaelesingel heeft zich ontwikkeld tot onderwijscampus, met leer- en vrijetijdsvoorzieningen.
De voorzieningen van de campus – inclusief de studentenhuisvesting – liggen geconcentreerd in de driehoek Poelendaelesingel, binnenstad en Kanaalweg. Zo ontstaat een compacte ‘onderwijsdriehoek’ tussen de HZ, de UCR en leerbedrijven, met daarin ook de studentenhuisvesting. Het beleid voor studentenhuisvesting wordt parallel aan deze omgevingsvisie ontwikkeld. Daarnaast vergt het uitgangspunt ‘Middelburg als onderwijsstad’ ook een breder beleid dan enkel de huisvesting van studenten en onderwijsinstellingen. Deze bredere visie op Middelburg als onderwijsstad wordt verder uitgewerkt na vaststelling van deze omgevingsvisie.
4.5 Circulaire en groene stad De derde hoofdkeuze bij ‘evenwichtige groei’, is toewerken naar een circulaire en groene stad. In 2050 is Middelburg voor 95% CO2-neutraal. Dat is een immense opgave, maar brengt ook kansen met zich mee. In deze paragraaf geven we aan welke keuzes Middelburg maakt om dit te bereiken.
Gesloten kringlopen In Middelburg is de grondstoffenkringloop in 2050 gesloten en bestaat nauwelijks afval meer. Dat betekent onder andere dat we in 2030 al halverwege moeten zijn met onze opgave om dan de helft minder CO2 uit te stoten ten opzichte van het jaar 1990. Deze transitie komt nog maar aarzelend op gang. Het is op dit moment nog lang geen gemeengoed in onze samenleving. Hoopvol is: - Onze uitgangspositie is goed: wij hebben praktisch en theoretisch beroepsonderwijs en universitair onderwijs. Plekken waar innovaties beginnen. - De provincie Zeeland zet in op ontwikkeling van de sectoren water, energie en voedsel. Daarin kan Middelburg een goede rol spelen. - Door inwoners te betrekken bij het verzinnen van oplossingen, snijdt het mes aan twee kanten. We verrijken onze eigen plannen, vergroten het bewustzijn en zetten mensen aan tot actie. Concrete maatregelen om deze transitie te versnellen bestaan uit: - De gemeente Middelburg biedt experimenteerruimte en koppelt onderwijs, bedrijven en ‘communities’. We realiseren een duurzame, gezonde, groene economie. - De gemeente geeft zelf het goede voorbeeld op meerdere gebieden. Een daarvan is haar aankoopbeleid. Dat betekent dat de organisatie bij haar inkopen de voorkeur geeft aan gebruikte dan wel duurzaam geproduceerde artikelen. - De afvalinzameling in Middelburg is gescheiden en gaat uit van ‘afval is grondstof’.
- Bouwplannen van de gemeente krijgen een toekomstparagraaf waarin aandacht is voor de afweging en onderbouwing van: hergebruik (uitgaan van wat er al is), sloop wanneer dit een betere optie is voor duurzaamheid in gebruik, nieuwbouw met herbruikbare systemen en materialen en als laatste toekomstige functieverandering van het gebouw. - Bij alle relevante ontwikkelingen en in- en aankopen, is circulair uitgangspunt en wordt zo hoog mogelijk ingezet op de R-ladder.11 - De gemeente stimuleert burgerinitiatieven op het vlak van energie-, zorg-, voedsel- en andere transities. Dit kan bijvoorbeeld gaan over reparatiecafé’s, stadslandbouw (CitySeeds) en lokale zoetwatercoöperaties in de landbouw. Tot 2050 is het nog nodig om uitstoot verontreinigde stoffen te beperken. Om tot gesloten kringlopen te komen, moeten we veel meer in collectieven denken: samen produceren en delen. Er zijn in binnen- en buitenland voorbeelden van wijken die water, voedsel, energie en (voor een deel) de bouwmaterialen lokaal produceren en laten circuleren. De uitbreiding Sint Laurens Oost kan een pilot zijn voor een circulaire wijk. Energietransitie Middelburg zet in op de elektrificatie van zoveel mogelijk woningen, ondernemingen en maatschappelijk vastgoed. De gemeente neemt hierin het voortouw door te zorgen dat al het gemeentelijk vastgoed in 2040 CO2-energieneutraal is.
Voor de vele basisscholen in de gemeente is dit vooral een grote opgave. Het kan leiden tot verbouwingen of zelfs sloop-nieuwbouw. In dat laatste geval kijken we of de school voor meerdere functies kan worden gebruikt (bijvoorbeeld recreatieruimte) en of er woningen of andere maatschappelijke functies op of bij de school kunnen worden gebouwd. Dan functioneert de omgeving van de school als multifunctioneel wijkhart met een groene, klimaatadaptieve en aantrekkelijke buitenruimte voor ontmoetingen en sport en spel. Elektrificatie van woningen houdt in dat er op vrijwel alle daken of gevels zonnepanelencollectoren zullen verschijnen en er warmtepompen worden gebruikt voor de verwarming van de woning. Auto’s die worden gekoppeld aan de zonnepanelencollectoren, kunnen de energie opslaan, waardoor er ook energie voorhanden is op minder zonnige dagen. De auto als thuisbatterij dus. Een uitzondering op de elektrificatie van woningen vormen de monumenten, die vanwege hun status lastiger te isoleren zijn. Daarom zullenVerwacht wordt dat deze hoge-temperatuur-verwarming nodig houden. Dat zou 11 R-ladder = weergave van De R-ladder geeft de mate van circulariteit aan. Hoe hoger een strategie op de R-Ladder staat, hoe meer circulair de strategie is. Van boven naar beneden zijn de treden: 1. Refuse and rethink 2. Reduce 3. Reuse 4. Repair, refurbisch, remanufacturing, repurpose 5.
Recycling 6. Recover.
kunnenkan met waterstof of biogas. Maar het is ook denkbaar dat er in de toekomst alternatieven beschikbaar komen die toegepast kunnen worden.In Dauwendaele wordt voor een deel van de wijk ingezet op een warmtenet met restwarmte vanuit Arnestein. Ook bedrijven en kantoren zijn in 2050 energieneutraal, voor het grootste deel door elektrificatie. Stimulering en ontzorging bij het kiezen voor zon op dak, wordt op Zeeuwse schaal geregeld. Op Arnestein wordt ingezet op het initiatief Smart Grid Arnestein, waarbij bedrijven als collectief opgewekte elektriciteit delen (op de ontwikkelingenkaart aangegeven als ‘pilot duurzaam Arnestein’). Ook is er aandacht voor het gebruik van restwarmte. In 2023 bleek een warmtenet in een deel van Dauwendaele niet haalbaar, maar wellicht ontstaan er in de toekomst nieuwe mogelijkheden. Het ondergrondse elektriciteitsnetwerk zal de komende decennia flink in capaciteit toenemen. Verder moet er energieopslag (batterijen) worden gerealiseerd. De gemeente heeft hierin een faciliterende rol. Volgens de afspraken uit de Regionale Energiestrategie (RES 1.0) zal Middelburg de energie die in de gemeente wordt gebruikt, binnen de gemeente opwekken. Zonne-energie opgewekt op daken is daarvoor lang niet genoeg.
De extra benodigde energie zal voornamelijk van (grote) windmolens komen, eventueel in combinatie met zon op land, op daken, op parkeerterreinen, op oude stortplaatsen en langs wegen. Het Rijk, provincies (IPO), gemeenten (VNG) en waterschappen (UvW) hebben onlangs afspraken met elkaar gemaakt over het multifunctioneel gebruiken van locaties voor de opwekking van zonne-energie. Eerst wordt gekeken of plaatsing op daken mogelijk is. Daarna komen andere locaties in beeld, zoals parkeerplaatsen, stortplaatsen en langs wegen. Gezien het grote beslag op de schaarse ruimte in Nederland zijn zonneweides en zonneparken op landbouw- en natuurgronden, met enkele uitzonderingen, niet langer toegestaan. Wind levert een vier keer hoger rendement dan zonne-energie, omdat het in Nederland vaker waait dan zonnig is. We beseffen dat dit een enorme opgave is. Zouden we met de technologie van dit moment alle energie moeten opwekken met zonnepanelencollectoren, dan zou 15% van het areaal van de gemeente bedekt zijn met zonnepanelen! Grote windmolens zijn daarom ook nodig. Om een gefaseerde en realistische uitvoering te geven aan de energie-opgave, moet deze nog worden uitgewerkt in tussendoelen voor 2030 en 2040.
Een uitbreiding van het energielandschap met windmolens al dan niet in combinatie met zon op land langsaan de Sloeweg Noord, de Bernhardweg West en ten westen van de spoorlijn naar het Sloegebied ligt voor de hand, mede omdat de provinciale Omgevingsverordening Zeeland 2023 dwingend voorschrijft dat nieuwe windturbines en zonneparken in aansluiting op bestaande bedrijfsterreinen worden gerealiseerd, mede omdat hier de (ondergrondse) infrastructuur ligt. De uitwerking van dit energielandschap gebeurt in een programma (uitwerking van de Oomgevingsvisie), met betrokkenheid van de inwoners van deze polders, met inwoners van en het dorp Nieuw- en Sint Joosland en met de beheerder van het elektriciteitsnetwerk. De energieopbrengst van kleine windmolens (tiphoogte tot 21 meter) is heel veel minder dan die van de grote windmolens. Kleine windmolens in het buitengebied zijn vaak bedoeld om in een deel van de opwek van een agrarisch bedrijf te voorzien. Op het grondgebied van Walcheren is daarbij sprake van een spanning tussen het waardevolle cultuurlandschap en het verrijzen van kleine windmolens. In het oude cultuurlandschap waarderen we de landschappelijke waarde van de open poelgronden en de meer verdichte, groene kreekruggen hoger dan de energieopwekking die de relatief kleine windmolens leveren.
In Middelburg zullen kleinschalige windmolens dan ook alleen in de nieuwlandpolders12 ten zuiden van de A58 worden toegestaan. De Omgevingsvisie sluit daarmee aan op de Omgevingsvisies van de buurgemeenten Borsele en Veere. De energietransitie zal leiden tot nieuwe uitdagingen met betrekking tot veiligheid en geluid. Zo kunnen zonnepanelencollectoren en accu’s brandveiligheidsrisico’s verhogen en zullen bij warmtepompen en windmolens geluidseffecten spelen. Deze effecten zullen worden meegewogen bij het verlenen van vergunningen. Klimaatadaptatie Van het bebouwd gebied zijn Middelburg-Zuid en Dauwendaele en Mortiere kwetsbaar bij een overstroming vanuit de Westerschelde. De kwetsbaarheid vertaalt zich in dit gebied door de combinatie van een laag maaiveld (onder NAP) 12 Nieuwlandpolders zijn de polders die na het jaar 1500 zijn ingedijkt. In Middelburg gaat het om de polders die ten zuiden en zuidoosten van Nieuw- en Sint Joosland liggen, zie Kwaliteitskaart.
en relatief hoge bevolkingsdichtheid (woonwijken Vlissingen en Middelburg). De waterstand bij een overstroming kan tot circa drie meter boven maaiveld stijgen. De dijken voldoen aan de wettelijke norm van 1:4000 (kansverhouding) én worden komende jaren aangepast waardoor ze voldoen aan de nieuwe wettelijke norm van ca. 1:100.000. Toch moeten we in deze lage gebieden terughoudend zijn met het huisvesten van vitale en kwetsbare functies zoals bijvoorbeeld een ziekenhuis. Als geen alternatieve locatie voor handen is, dan treffen we maatregelen om schade en slachtoffers zo veel mogelijk te beperken. Dat kan bijvoorbeeld door het op hoogte plaatsen van functies, het aanleggen van een ringdijk, evacuatieroutes en aangepast bouwen (bijvoorbeeld vitale onderdelen op de eerste verdieping). Voor de woonwijken bekijken we op natuurlijke momenten of er waterkerende zones of terpen kunnen worden aangelegd, om zo de risico’s te verkleinen en het aantal vluchtplaatsen te vergroten. Een natuurlijk moment is bijvoorbeeld wanneer grote bouwprojecten plaatsvinden. Zoet water wordt de komende decennia steeds schaarser. Voor onze landbouw en natuur is zoet water van levensbelang. Samen met de provincie kijken we nu al naar mogelijkheden voor ‘waterhouderijen’ (een collectief van agrariërs die samen een ondergrondse zoetwaterbel vullen) en het laten terugvloeien van water via het drainagesysteem.
Soms is het simpelweg opslaan van zoetwater in bassins op het boerenerf het beste alternatief. Middelburg ondersteunt de aanleg van waterbassins op boerenerven maar stelt er ook voorwaarden aan. Het maken van een plas-dras-berm in de bassins en het ingraven van de bassins zodat er een vijver ontstaat, zijn mogelijkheden om landschappelijk en ecologisch meerwaarde te creëren. De gemeente zet zelf in op het vasthouden van zoet water, door in het openbaar gebied verstening zoveel mogelijk te vermijden. Parkeerplaatsen voeren we waar mogelijk uit in doorgroeistenen en verharding zonder frequent gebruik wordt verwijderd. In 2050 vangen we regenwater dat op de openbare ruimte valt op voor hergebruik, of we gebruiken het om de grondwaterstand in de zomer op peil te houden. Schoolpleinen vergroenen we en parken zijn tegelijkertijd waterbergingen. Middelburg experimenteert in Essenvelt met een peil gestuurd drainageriool waarmee het grondwaterpeil in de zomer zo nodig kan worden verhoogd om verdroging te beperken en in de winter zo nodig kan worden verlaagd om grondwateroverlast te voorkomen. Voor de nieuwe wijken in Sint Laurens is uitgegaan van grote water(bergings)plassen tussen de bebouwing en het agrarisch buitengebied. Bij het vasthouden van zoetwater ligt een koppelkans met het aspect veiligheid en meer specifiek de aanwezigheid van voldoende bluswater.
Een adequate en toekomstbestendige bluswatervoorziening is van belang voor het adequaat optreden van de brandweer. Voorzieningen om zoet water vast te houden kunnen daarbij ook dienen als bron voor bluswater. Door de toename van extreem weer zal er vaker wateroverlast (en schade aan panden) optreden. Ook kan er in de toekomst meer grondwateroverlast of –onderlast optreden. De gemeente neemt maatregelen om deze overlast zoveel mogelijk te voorkomen. De concretisering van het beleid en de maatregelen voor de uitvoering van het stedelijk waterbeheer zullen worden uitgewerkt in het stedelijk waterprogramma. Biodiversiteit Bewoners ervaren Middelburg als een groene gemeente. Maar feitelijk is de gemeente een middenmoter waar het gaat om groen (zie hoofdstuk 2). En net als de rest van Nederland moeten we de enorme teruggang in soortenrijkdom ook in onze gemeente keren. Middelburg kan en moet groener. Niet alleen vanwege de weerbaarheid tegen extreme weersinvloeden (hittestress, wateroverlast, droogte, verzilting), maar vooral ook omdat het de gemeente leefbaarder en gezonder maakt. Middelburg zet op drie vlakken in op het verhogen van de biodiversiteit; 1. In de openbare ruimte 2. In het buitengebied, met behulp van agrariërs en waterschap. 3. Op particuliere gronden In de natuurgebieden zijn de provincie en de beheerders als eerste aan zet. De gemeente ondersteunt hierin. 1.
Openbare ruimte
De hoofdgroenstructuur van de gemeente (Ggroenbeleidsplan 2016-2026) wordt uitgewerkt in een ecologische hoofdstructuur en een belevingsstructuur (met wandelroutes en mogelijkheden voor sport en spel). Daarnaast komt er een kansenkaart klimaatadaptatie en biodiversiteit voor de gehele gemeente. 2. Buitengebied In het buitengebied is landbouw de belangrijkste functie. Maar de druk op de landbouwsector is groot. Boeren hebben te maken met bodemprijzen voor hun producten, met milieubeperkingen, bodemdaling, een beperkte hoeveelheid zoet water en een gebrek aan opvolging door een onzekere toekomst. De omvang van de bedrijven neemt toe. Voor de toekomst is vernieuwing wenselijk naar een meer volhoudbare landbouw door innovatie en diversificatie en met passende verdienmodellen. De landbouw groeit tot een gezonde economische sector waarbij goede voedselvoorziening, een goed verdienmodel, een gezonde leefomgeving en vitale ecosystemen naast elkaar bestaan en met elkaar verweven zijn. De sector zorgt voor duurzame voeding en is een belangrijke beheerder van het (cultuur)landschap. Maar de op oogstmaximalisatie gerichte landbouw die er nu is, is niet volhoudbaar (duurzaam).
Dichtslemping van de bodem, spuiten met gewasbeschermingsmiddelen, verrijking met kunstmest en het laag houden van de grondwaterstand in het groeiseizoen om met zware machines te kunnen werken: dit alles levert verdroging en verarming van het bodemleven op. Maar de agrariër voelt zich er vaak toe gedwongen omdat wij consumenten de laagste prijs willen in de supermarkt. Er zijn tal van agrariërs die het graag anders zouden willen. Zij maken gebruik van het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid, waarmee zij een deel van hun grond kunnen inzetten voor ‘groene of blauwe diensten’, zoals het maken van natuurvriendelijke oevers of grasranden, strokenteelt of groenbedekking. Agrariërs met gronden in de groene longen van de gemeente kunnen een belangrijke functie vervullen voor ecologische verbindingszones tussen binnenstad en buitengebied. Middelburg geeft de kansen aan op kaart van het Natuurnetwerk Zeeland (voorheen de ecologische hoofdstructuurkaart). Samen met de gemeente Vlissingen en het waterschap onderzoeken we of de biodiversiteit van de Atlantikwall (de bunkerroute) kan worden vergroot. Voor de boer kan het aantrekkelijk zijn om direct aan de consument te verkopen, zonder tussenkomst van een supermarkt. Middelburg ondersteunt daarom verkoop van agrarische producten bij boerderijen (huisverkoop). 3.
Op particuliere gronden Bewoners en ondernemers kunnen zelf ook veel doen aan verhoging van de biodiversiteit op hun eigen kavel. Om de ambities en doelen te halen is bewustwording en actieve inzet van iedereen nodig. Middelburg zet hier op in door het stimuleren van natuureducatie en door communicatie. En vanzelfsprekend geeft de gemeente zelf het goede voorbeeld. Bos Voor biodiversiteit én houtproductie en CO2-binding hebben we ook meer bos nodig in Nederland. In Middelburg kan bos worden toegevoegd aansluitend aan de bossen aan het Veerse Meer (zie de ontwikkelingenkaart). Voor de toename van houtige gewassen (boombeplantingen, heesters, hagen) zijn legio mogelijkheden: de boomdijken, op de kreekruggen en nabij de dorpen en in de stadsranden. Structuren met losse hagen (bijvoorbeeld meidoornhagen) kwamen van oudsher ook veel voor in de poelgronden. We sluiten hiermee aan bij de Zeeuwse Bosvisie. Waterkwaliteit Veerse Meer Om de waterkwaliteit van het Veerse Meer te verbeteren werkt Middelburg samen met andere overheden – onder leiding van Rijkswaterstaat – aan een waterkwaliteitsonderzoek en –programma. Natuurinclusief bouwen Een manier om groene elementen te integreren met stedelijke ontwikkeling is door natuurinclusief te bouwen, dat wil zeggen bouwen waarbij een bijdrage geleverd wordt aan de natuur. Het doel van groen en natuurinclusief bouwen is tweeledig.
Enerzijds gaat het om het behouden en verbeteren van de leefomstandigheden van ‘gebouwgebonden’ soorten als huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen. Dit zijn volgens de Wet natuurbescherming beschermde soorten die onder druk staan doordat gebouwen tegenwoordig geen of minder verblijfmogelijkheden voor deze soorten bieden. Het isoleren van gebouwen werkt dit nog verder in de hand.
Anderzijds gaat het bij groen- en natuurinclusief bouwen om de veel bredere opgave om meer (natuurlijk) groen in de directe woonomgeving te ontwikkelen. Stedelijke verdichting door verdere bevolkingsgroei maakt het des te belangrijker om ruimte te houden of te creëren voor stedelijk groen en het behouden en vergroten van de leefbaarheid. Om natuurinclusief te bouwen ontwikkelt Middelburg een puntensysteem, dat eigenaren en projectontwikkelaars de mogelijkheid geeft om eigen keuzes te maken. De gemeente geeft wel mogelijkheden aan, zoals het inmetselen van verblijfplaatsen voor vogels, het maken van een sedumdak of groen waterdak. De gemeente heeft nu nog geen stadsecoloog of beleidsambtenaar natuur. Samen met de andere Walcherse gemeenten onderzoeken we of er een Walcherse Ecologische Dienst kan worden gevormd. Gedeelde Walcherse ambitie energie en klimaatbestendigheid: 1. We benutten primair de ruimte op bestaande daken voor het opwekken van zonne-energie. Op een aantal nader aan te wijzen locaties zijn onder voorwaarden kleine windmolens op het land aanvaardbaar. 2. We werken mee aan en lobbyen voor een waterveilige en aantrekkelijke kustwering (multifunctioneel). Gedeelde Walcherse ambitie t.a.v. natuur: 1. We versterken de groenstructuur en scheppen mogelijkheden voor ecologische zones/corridors ten behoeve van een betere biodiversiteit. 2.
We behouden en versterken de karakteristieken van de verschillende landschapstypen zoals besloten kreekruggen en open poelgronden. 3. We hanteren het ‘3/30/300 principe’ als uitgangspunt. Het gaat daarbij om het principe: 3 bomen zichtbaar vanuit elk huis, 30% boomkransbedekking in elke buurt en elke woning maximaal 300 meter vanaf een park of groene ruimte.
5 Realisatie In het vorige hoofdstuk is de koers van Middelburg beschreven: de doelen voor 2050. Het spreekt vanzelf dat voor veel van die doelen nog een nadere uitwerking nodig is. Soms moet het beleid nog verder worden uitgewerkt in kaarten en maatregelen. Daarbij spelen ook vragen als: wie gaat het doen, hoe kunnen bewoners meedoen, hoe dekken we de kosten en hoe leggen we het juridisch vast? In dit hoofdstuk geven we inzicht in de wijze waarop we de Omgevingsvisiedoelen gaan bereiken.
5.1 Participatie en wijkgericht werken In Middelburg hebben we de lat hoog liggen op het gebied van participatie. We vinden het belangrijk dat inwoners op tijd betrokken worden bij onze (beleids)plannen en dat hun inbreng een serieuze plaats heeft in de besluitvorming. Maar ook dat (groepen) inwoners ruimte - en soms zelfs hulp - krijgen bij eigen initiatieven om hun leefomgeving mooier te maken. Het wijkgericht werken staat breed in de belangstelling. Inwoners willen weer zelf aan de slag in hun straat of buurt. Wanneer mensen elkaar kennen en weten te vinden, kunnen er mooie dingen gebeuren in de wijken. Samenwerking tussen de gemeente, (andere) organisaties en bewoners staat dus voorop. Middelburg zet in op deze integrale wijkaanpak, opdat bewoners meer omzien naar elkaar en met elkaar bouwen aan een plezierige woonomgeving. Daarnaast kunnen we de aangeboorde burgerkracht benutten om onze grote maatschappelijke opgaven te realiseren. Hoe het wijkgericht werken precies vorm krijgt, wordt uitgewerkt in een programma.