23-134 Bijlage 1. Beleidskader Bestaanszekerheid Meedoen en Inburgering
Tekst van het document
We maken vroegtijdige ondersteuning van niet-uitkeringsgerechtigde jongeren mede mogelijk. We vinden het belangrijk dat niet-uitkeringsgerechtigde jongeren (18-27 jaar) (Nuggers) die niet werken of leren adequaat en vroegtijdig worden geholpen. Orionis Walcheren heeft op verzoek van de gemeente Middelburg en Veere een voorstel gemaakt om de dienstverlening aan Nuggers uit te breiden. Met dit voorstel willen we de komende periode verder aan de slag. ➢
In het meerjarenbeleid van Orionis Walcheren is opgenomen dat de 3 Walcherse gemeenten samen er naar streven om voor eind 2025 30 extra mensen een plek te hebben gegeven. 11 Tussen 2020 en 2023 hebben 8 mensen in dienst van de gemeente Middelburg gewerkt die in het doelgroepregister staan (dit zijn stageplekken of werkplekken). Daarnaast werken er 5 mensen via Actief Werk of Orionis bij de gemeente die in het doelgroepregister staan. Het groenbestek van 15,9 fte werkplekken wordt ingevuld door Orionis. 10
Tot voor kort was de verwachting dat er in aanloop naar de nieuwe wet al extra Rijksmiddelen beschikbaar zouden komen voor begeleiding naar werk. Dit lijkt echter voor Zeeland nu niet het geval. 12
22
2.3 Inburgering 2.3.1 Trends en ontwikkelingen De vooruitzichten zijn dat het aantal vluchtelingen dat de komende jaren in Nederland een nieuw leven moet opbouwen, verder groeit. Hoewel we ons in dit beleidskader beperken tot de taken die we als gemeente hebben voor de inburgering van statushouders, zien we deze opgave ook in samenhang met onze nieuwe taken in de opvang en ondersteuning van ontheemden uit de Oekraïne. Op het gebied van opvang, huisvesting en inburgering vormt dit tezamen een grote opgave voor gemeenten. Eén die naar verwachting alleen maar verder zal groeien, met meer druk op sociale voorzieningen zoals het onderwijs en de zorg tot gevolg. Het vastlopen van de Nederlandse asielketen speelt hierin een wezenlijke rol. Dit heeft vele nadelige maatschappelijke gevolgen. Een belangrijke daarvan is natuurlijk de langdurige onzekerheid waarin vluchtelingen verkeren voordat zij duidelijkheid hebben over het al dan kunnen opbouwen van een bestaan in Nederland. Een slecht werkende asielketen leidt er toe dat meedoen aan de samenleving (wonen, werken, leren…) voor veel mensen/ gezinnen stil komt te staan. Dit is slecht voor het individu, de gezinnen en de samenleving. Voor de tweede helft van 2023 is de landelijke huisvestingstaakstelling vastgesteld op 27.300 personen (VNG 2023). Het kabinet verwacht dat de taakstelling in 2024 verder zal stijgen.
Zij doet daarom forse investeringen in de asielketen (o.a. IND, COA en Nidos). Ook gemeenten krijgen extra budget om hun taken op het gebied van opvang, huisvesting en inburgering uit te voeren.13 Voor Middelburg is voor 2023 de taakstelling om 115 personen te huisvesten. Dit is bijna een verdubbeling van de taakstelling van 67 personen in 2022. Een dergelijke toename heeft direct gevolgen voor de benodigde capaciteit bij de verschillende partijen die de inburgeraars in Middelburg begeleiden. Gezien de prognoses, vraagt het van ons als gemeente en onze uitvoeringsorganisaties de flexibiliteit om snel op te kunnen schakelen als de aantallen verder toenemen. Als gevolg van de opstopping in de opvang van vluchtelingen is het ook aannemelijk dat de taakstelling in 2024 weer lager uitvalt dan dit jaar. De les die we leren van het landelijk beleid is om dan niet te snel weer af te schalen, maar te zorgen voor stabiliteit in huisvestings- en begeleidingsmogelijkheden.
Om inburgering echt goed vorm te kunnen geven, roept de VNG het Rijk op om financiering voor participatie binnen de Wi2021 mee te laten groeien met de instroom van statushouders en om de onderwijsroute (ook in financieel opzicht) goed te regelen. 13
23
2.3.2 Beleidsdoel 3: Ondersteunen bij duurzame participatie Op 1 januari 2022 werd de Wet Inburgering 2021 van kracht. Het doel van de wet is om inburgeringsplichtigen zo snel mogelijk te laten meedoen in de Nederlandse samenleving, het liefst met betaald werk. De wet richt zich op twee doelgroepen inburgeraars: statushouders en gezinsen overige migranten. Waar onder de oude wet inburgeraars zelf verantwoordelijk waren voor het regelen en financieren van het inburgeringstraject, heeft de gemeente nu de regie op de inburgering. Voor de statushouders is de gemeente bovendien verantwoordelijk voor de inkoop van inburgeringstrajecten. Het college van Middelburg heeft in op 2 februari 2022 besloten de uitvoering van de inburgering te mandateren aan Orionis Walcheren, met uitzondering van de maatschappelijke begeleiding en het participatieverklaringstraject. Voor de uitvoering van de maatschappelijke begeleiding subsidiëren we Stichting Vluchtelingenwerk Nederland en Welzijn Middelburg. Welzijn Middelburg organiseert samen met de Zeeuwse Bibliotheek de participatieverklaringstrajecten. Het ontwikkelen en vaststellen van het inburgeringsbeleid is niet gedelegeerd en daarmee een lokale bevoegdheid. In dit beleidskader formaliseren we daarom ons inburgeringsbeleid.
Dit doen we aansluitend op de Inburgeringswet 2021, de evaluatie (april 2023) van onze aanpak sinds de invoering van de nieuwe wet en de al lopende uitvoeringsplannen en afspraken met onder andere Orionis Walcheren, Stichting Vluchtelingenwerk Nederland, COA, taalaanbieders en Welzijn Middelburg. Bij de begroting 2023 heeft de gemeenteraad structureel extra geld vrij gemaakt voor de uitvoering van de inburgeringswet door de uitvoerende organisaties. Gezamenlijk met deze partners streven we naar snelle, duurzame en kwalitatief hoogwaardige inburgeringstrajecten. Hierin sluiten we zo goed mogelijk aan bij de behoeften en situatie van de inburgeraar en werken we toe naar maximale zelfredzaamheid. Ons beleidsdoel formuleren we als volgt: Beleidsdoel 3: We ondersteunen inburgeraars bij een duurzame maatschappelijke en economische participatie naar vermogen. Voordat we hieronder de stuurdoelen verder uitwerken, is het van belang om te melden dat de Inburgeringswet zelf al zeer specifiek is. Daardoor is de beleidsvrijheid voor gemeenten beperkt. Onze stuurdoelen zijn daarom een vrijwel directe vertaling van de door de wetgever gestelde subdoelen uit de Inburgeringswet 2021. Om inzicht te bieden in de verschillende verplichte onderdelen van de inburgeringswet, is hieronder het inburgeringsproces schematisch weergegeven.
24
3a: Tijdige start van de inburgering. Zodra een asielzoeker een verblijfsvergunning heeft gekregen, wordt deze statushouder. Het COA koppelt de statushouder vervolgens aan de gemeente voor de taakstelling; de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor het regelen van de huisvesting. Vanaf het moment van huisvesten14, is de gemeente verantwoordelijk voor de inburgering. Om tijdig te kunnen starten met de inburgering zetten we in op de volgende activiteiten. ➢ We investering in de periode van de voorinburgering. In de eerste periode van verblijf in het AZC krijgen asielzoekers vanuit de zogenoemde voorinburgering, die het COA moet leveren, 10 weken taalles. Door de lange wachttijd tot huisvesting betekent dit in de praktijk dat de asielzoekers gemiddeld 1,5 jaar wachten tot het taalonderwijs een vervolg krijgt in de leerroute. Om die tijd zinvol in te vullen, is het begeleiden naar en in vrijwilligerswerk en betaald werk een goede oplossing, zodat het leren van de taal in de praktijk verder vorm kan krijgen. Om dit mogelijk te maken, investeren we de komende periode in extra aanbod hiervan door Welzijn Middelburg. ➢ We zorgen voor een warme overdracht. Voordat de statushouder verhuist naar Middelburg vindt er een warme overdracht plaats middels een gesprek tussen statushouder, de regisseur inburgering van Orionis Walcheren en de casemanager van het COA.
➢ We zorgen voor een goede informatievoorziening. Zodra een statushouder is gekoppeld aan de gemeente Middelburg zorgen we er voor dat er goede informatievoorziening start. Bijvoorbeeld over de huisvesting, het inburgeringsproces in onze gemeente en de rechten en plichten van de inburgeraar. Hiermee starten we al als de inburgeraar nog bij het COA verblijft.
3b: Snelle en duurzame inburgering.
Het voldoen aan de huisvestingstaakstelling voor statushouders maakt onderdeel uit van ons gemeentelijk woonbeleid, dat onder andere verankerd is de Woonvisie 2023-2027 Middelburg. Deze opgave laten we hier daarom buiten beschouwing. 14
25
De wetgever wil dat mensen binnen een termijn van 3 jaar, maar het liefst sneller, hun inburgeringstraject doorlopen hebben. In deze termijn moet de inburgeraar aan de verschillende verplichte onderdelen van het inburgeringswet voldoen. Om er voor te zorgen dat inburgeringsplichtigen het inburgeringstraject snel (en goed) kunnen doorlopen, zijn goede begeleiding en financiële ontzorging in de eerste fase cruciaal. Daarbij hanteren we als uitgangspunt: liever een wat langer maar duurzaam inburgeringsproces, dan een snel inburgeringsproces. Voor inburgeraars in Middelburg vullen we onze wettelijk taak in het kader van de inburgering als volgt in. ➢ We bieden maatschappelijke begeleiding. Wettelijk gezien bestaat de maatschappelijke begeleiding uit 2 onderdelen: • Praktische hulp bij het regelen van basisvoorzieningen. • Voorlichten over basisvoorzieningen in de Nederlandse samenleving. In de eerste fase vanaf de verhuizing uit het AZC regelt Vluchtelingenwerk de praktische basisvoorzieningen. In de tweede fase neemt Welzijn Middelburg de maatschappelijke begeleiding over. In deze tweede fase staan de integratie activiteiten, het vergroten van de zelfredzaamheid en de kennis van de Nederlandse samenleving centraal. Deze begeleiding gebeurt op maat en is cultuursensitief. Dat wil zeggen dat goed aangesloten wordt bij de culturele achtergrond en waarden van de inburgeraar.
➢ We ontzorgen en werken toe naar (financiële) zelfredzaamheid. Bij verhuizing naar Middelburg start direct de ontzorgingsperiode. Orionis Walcheren en Vluchtelingenwerk werken in deze periode nauw samen om er voor te zorgen dat de basisvoorwaarden zo snel mogelijk geregeld worden. Denk dan aan de ondertekening van het huurcontract, inschrijving in de gemeente, aanvraag van een uitkering en eventueel een lening voor de inrichting van de woning. Vluchtelingenwerk helpt de statushouder daarna verder met regelzaken als inschrijven bij een huisarts, tandarts, school en opvang voor de kinderen. Vanaf de aanvraag van de uitkering gaat de afdeling Schuldhulpverlening van Orionis Walcheren aan de slag met de het financieel ontzorgen. Dit bestaat uit het vanuit de bijstand betalen van huur, rekening voor gas, water en licht en de zorgverzekering. Dit geldt voor alle inburgeringsplichtigen met een bijstandsuitkering en duurt minimaal zes maanden. Op basis van maatwerk wordt gekeken of verdere ontzorging daarna nog nodig is. In de periode van financiële ontzorging (en als nodig ook daarna nog) wordt gewerkt aan het begeleiden naar financiële zelfredzaamheid. Daaronder valt onder andere het leren om zelfstandig financiële zaken te regelen.
Op basis van de evaluatie van de uitvoering van de inburgeringswet investeren we in het werkbudget van Orionis Walcheren, zodat meerkosten bijvoorbeeld voor onderwijs en reiskosten naar taalles gedekt kunnen worden.
3c: Streven naar maatwerk. Succesvolle inburgering vraagt om maatwerk voor elke inburgeraar. Dat betekent dat er zo veel mogelijk aangesloten wordt bij de talenten, kennis en interesses van de persoon die het betreft. Het betekent voor ons ook dat we zowel kijken naar de mogelijkheden voor economische participatie (betaald werk en financiële zelfstandigheid) als naar die voor maatschappelijke
26
participatie (vrijwilligerswerk, werkervaringsplekken, lidmaatschap van een vereniging of deelname aan andere sociale netwerken). Om maatwerk tot stand te brengen, doen we het volgende. ➢ We zetten in op een brede intake en een persoonlijk plan. Een brede intake vormt het startpunt van inburgering en participatie voor de inburgeraar. In Middelburg doen regisseurs inburgering van Orionis Walcheren deze intake. Hierin wordt vastgesteld wat een passende leerroute is voor de betreffende persoon en wat er nodig is om iemand te begeleiden naar een zelfstandig bestaan. In de brede intake wordt aandacht besteed aan zaken als opleiding, werk, gezondheid en de gezinssituatie. De brede intake is ook bedoeld om te voorkomen dat de inburgeraar zijn verhaal meerdere malen moet herhalen. Deze intake is wettelijk verplicht voor zowel statushouders als gezins- en overige migranten. Onderdeel van de brede intake is een leerbaarheidstoets. De uitkomst hiervan geeft een indicatie over de leerroute die het beste aansluit bij de betreffende persoon. De uitkomsten van de brede intake worden opgenomen in het persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP).
In het PIP staan alle afspraken en informatie over de te volgen leerroute, het participatieverklaringstraject (PVT), de module arbeidsmarkt (MAP), kennis Nederlandse maatschappij (KNM), de maatschappelijke begeleiding en de financiële ontzorging. Het PIP vormt tevens de beschikking voor de begeleiding en moet uiterlijk 10 weken na huisvesting in de gemeente zijn vastgesteld. Vanaf dat moment gaat de termijn van 3 jaar voor het inburgeringstraject lopen. ➢ We zorgen voor regie op de samenwerking. Bij het realiseren van de inburgeringstrajecten zijn verschillende partijen betrokken. Om er voor te zorgen dat zij samen komen tot het maatwerk dat nodig is voor een duurzaam en passend inburgeringstraject, is het belangrijk dat er regie is op de samenwerking. Deze rol is belegd bij de regisseur inburgering van Orionis Walcheren. Deze regisseur zorgt voor het actief betrekken en informeren van de verschillende partijen. Er wordt gestuurd op een multidisciplinaire samenwerking, gericht op de ontwikkeling en zelfredzaamheid van de statushouder. Ter ondersteuning van de regisseurs inburgering versterken we in de komende periode de regie op de samenwerking, door te investeren in een coördinator inburgeringswet bij Orionis Walcheren.
3d: Dualiteit; combineren van taal en participatie. Om het inburgeringsproces succesvoller te maken, bieden we een combinatie aan van taalonderwijs en activiteiten die gericht zijn op deelname aan het dagelijks leven. Dat doen we op de volgende manieren: ➢ We bieden een gedifferentieerd aanbod aan leerroutes. Omdat de diversiteit binnen de doelgroep statushouders groot is, maakt de wetgever onderscheid in drie verplicht aan te bieden leerroutes. Scalda verzorgt deze drie voor Middelburgse statushouders: • B1- route. Dit inburgeringstraject is erop gericht om inburgeraars het taalniveau B1 zo snel en effectief mogelijk te bereiken. De insteek is het leren van de taal in combinatie met werk of andere activiteiten gericht op het meedoen in de samenleving. Hierbij wordt actief taalcontact, bijvoorbeeld door deelname aan sport of vrijwilligerswerk, gestimuleerd. •
Z-route. Deze zelfredzaamheidsroute is bedoeld voor inburgeringsplichtigen voor wie is vastgesteld dat zij zeer veel moeite zullen hebben met het leren van de Nederlandse taal.
27
Deze groep heeft wel een inspanningsverplichting maar geen examenverplichting. In deze route wordt ingezet op het bereiken van taalniveau A1, activering en participatie naar vermogen. Het gaat hier echt om maatwerk dat is afgestemd op de capaciteiten en behoeften van de inburgeringsplichtige. Ook voor gezinsmigranten en overige migranten geldt dat zij de Z-route moeten doorlopen. De urennorm voor deze groepen ligt echter lager en zij moeten de lessen zelf bekostigen. In deze leerroute werkt Scalda samen met Orionis Walcheren en Welzijn Middelburg. •
Onderwijsroute. Deze leerroute heeft ten doel om mensen toe te leiden naar het regulier onderwijs. Deze onderwijsroute bestaat uit een traject waarin de inburgeringsplichtige de Nederlandse taal leert op minimaal taalniveau B1/B2 en tegelijkertijd wordt voorbereid op de instroom in het MBO, HBO of WO. Tijdens de evaluatie van ons beleid zagen we dat er hoger opgeleiden zijn die behoefte hebben aan taalles op maat. Dit zodat zij sneller het vereiste taalniveau behalen om hun vak uit te kunnen oefenen. Wij gaan daarom extra investeren in het aanbieden van deze taalles op maat.
➢ We zetten in op het duurzaam vergroten van de arbeidskansen van inburgeraars. Een verplicht onderdeel van de inburgering is het volgen van de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP). Hierin staat het deelnemen op de arbeidsmarkt centraal. De MAP heeft als doel de kans op werk te vergroten en sluit daarmee aan op de taken en de kennis die Orionis Walcheren al heeft voor andere doelgroepen. Het gaat hierbij onder andere om beroepsoriëntatie, werknemersvaardigheden, het verwerven van beroepscompetenties, het opbouwen van een netwerk en het vinden van werk. Duurzame integratie weegt voor ons zwaarder dan snelle uitstroom uit de uitkering.
3e: Kwaliteit van het inburgeringsaanbod. De gemeente is verantwoordelijk voor de kwaliteit van het inburgeringsaanbod. Voor de verschillende onderdelen van de inburgering, gaat dat om het opstellen van kwaliteitscriteria, het via subsidie of inkoop selecteren van de juiste partijen voor de uitvoering en het toezien op de kwaliteit van het aanbod. In onze inkoopcontracten en subsidievoorwaarden leggen we de (wettelijke) kwaliteitseisen vast. Voor het inkopen van de leerroutes worden momenteel de inkoopcontracten herzien. Hierin borgen we de wettelijke eisen. Dat gaat bijvoorbeeld om het keurmerk ‘Blik op werk’ dat een taalaanbieder moet hebben. Daarnaast worden in het nieuwe contract afspraken gemaakt over het contractmanagement en als onderdeel daarvan ook de handhaving. ➢
Uit ervaringen uit de afgelopen periode blijkt er in het inburgeringsproces behoefte is aan ondersteuning bij levensbrede vraagstukken. Door extra te investeren in (groepsgerichte) ondersteuning bij vragen rond onder andere opvoeding, leefstijl en cultuur willen we het tijdig en duurzaam inburgeren stimuleren. Welzijn Middelburg ontwikkelt dit aanbod en voert het uit. Zij werken hierbij samen met sleutelpersonen uit gemeenschap die zelf in het verleden ook zijn ingeburgerd. ➢
We optimaliseren de kwaliteit van de inburgering gaandeweg.
28
De wet is nog relatief nieuw en daardoor is de uitvoering nog in ontwikkeling. Ook de wet zelf is nog in ontwikkeling. We spelen hier in de uitvoering zo flexibel mogelijk op in door continue gezamenlijke afstemming en bijsturing.
29
3 Wettelijke context en verantwoordelijkheidsverdeling Met dit beleidskader geven we als gemeente invulling aan verschillende (wettelijke) taken en verantwoordelijkheden. In dit hoofdstuk beschrijven we kort welke wetgeving relevant is en wat daarin de opdracht is aan gemeenten. Een belangrijk deel van die wetgeving is gedelegeerd aan de GR Orionis Walcheren. Dat betekent dat zowel het ontwikkelen als ook het uitvoeren van beleid is overgedragen aan Orionis Walcheren. Dat geldt voor de Participatiewet (PW) en de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs). Daarnaast regelt de huidige GR dat de deelnemende gemeenten de uitvoering van een aantal taken opdraagt aan Orionis Walcheren. Dat gaat bijvoorbeeld om de uitvoering van het minimabeleid en het voeren van regie op de inburgeringstrajecten.
3.1 Participatiewet (Pw) en lokaal minimabeleid Sinds 1 januari 2015 is de Participatiewet van kracht. De wet is bedoeld voor iedereen die kan werken, maar het op de arbeidsmarkt zonder hulp (tijdelijk) niet redt. De wet gaat er vanuit dat er meer mensen, met en zonder beperking, werk vinden bij een gewone werkgever. Een ander doel van de wet is het verlenen van bijstand aan mensen ‘die in zodanige omstandigheden verkeren of dreigen te geraken dat zij niet over de middelen beschikken om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien’. Kort gezegd kent de Participatiewet dus een “werkkant” en een “inkomenskant”. De Participatiewet kwam in 2015 in de plaats van de Wet werk en bijstand (Wwb), de Wet sociale werkvoorziening (WSW) en een groot deel van de Wajong (Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten). De Participatiewet maakt gemeenten verantwoordelijk voor de ondersteuning van haar inwoners bij 1. arbeidsinschakeling; 2. de verlening van bijstand; en 3. het ontwikkelen van beleid ten behoeve van het verrichten van een tegenprestatie. Via de gemeenschappelijke regeling Orionis Walcheren hebben wij veel gemeentelijke taken en bevoegdheden op het gebied van de Particiatiewet overgedragen aan Orionis Walcheren.
Orionis Walcheren heeft haar beleid en uitvoering in het kader van de Participatiewet verankert in haar meerjarig beleidskader (Kadernota Orionis Walcheren 2023 – 2026) en in haar jaarlijkse begrotingen (Begroting Orionis Walcheren 2023). Gemeenten op Walcheren hebben echter daar waar het gaat om het verstrekken van diverse (financiële) regelingen wel mogelijkheden om zelf lokaal beleid te maken. Dat zit als volgt: In de Participatiewet is de bijzondere bijstand beschreven. Dit is een vorm van bijstand bedoeld voor noodzakelijke kosten van het bestaan die een inwoner door bijzondere omstandigheden niet op andere manieren kan voldoen. Om te bepalen of iemand recht heeft op bijzondere bijstand, wordt een draagkrachtonderzoek toegepast. Een aparte vorm van bijzondere bijstand, is de categoriale bijzondere bijstand. Dit gaat om vormen waarvoor in de Participatiewet een uitzondering gemaakt wordt en niet hoeft te worden nagegaan of kosten voor de betreffende persoon ook daadwerkelijk noodzakelijk of gemaakt zijn. Hier
30
volstaat vaak een inkomenstoets. Voor zo ver noodzakelijk is dit onderdeel van de Participatiewet vertaald in de beleidsregels bijzondere bijstand 2020 Middelburg. Daarnaast kent de gemeente Middelburg diverse minimaregelingen. Een minimaregeling is een vorm van financiële ondersteuning waarvoor voor het toekennen ervan geen onderzoek vereist is. Voor deze regelingen geldt wel een inkomenstoets. Minimaregelingen kennen diverse wettelijke grondslagen. Dat kan bijvoorbeeld de Wet op de kinderopvang of de Gemeentewet zelf zijn. Lokaal zijn deze veelal vertaald in verordeningen die aangeven op welke manier de wet uitgevoerd wordt. Bijvoorbeeld in de verordening Kwijtschelding Gemeentebelastingen of de verordening Kinderopvang. In onderstaand kader is een overzicht opgenomen van de verantwoordelijkheidsverdeling en de grondslagen voor de verschillende regelingen. Toelichting grondslagen en verantwoordelijkheidsverdeling regionale en lokale financiële regelingen Middelburg. Hieronder volgt een korte toelichting op en overzicht van de (wettelijke) grondslagen waarop de verschillende regelingen zijn gebaseerd. Per regeling is ook terug te vinden of er al dan niet lokale beleidsvrijheid is. Het gaat hier om (vormen van) bijzondere bijstand en om zogenoemde minimaregelingen.
Grondslag Bijzondere bijstand algemeen
Categoriaal Nee
Pw en Beleidsregels Bijzondere Bijstand 2020 Middelburg Bijzondere bijstand woonkosten & Pw en Beleidsregels Bijzondere bijstand 2020 Nee levensonderhoud Middelburg rekening Bijzondere bijstand collectieve Pw en Beleidsregels Bijzondere Bijstand 2020 Ja ziektekostenverzekering Middelburg Bijzondere bijstand chronisch Pw en Beleidsregels tegemoetkoming extra Ja ziekenregeling zorgkosten als gevolg van chronische ziekte of handicap 2020 Middelburg Individuele inkomenstoeslag Pw Ja Bijzondere bijstand energietoeslag PW en Beleidsregels Bijzondere Bijstand 2020 Ja Middelburg Studietoeslag Pw n.v.t. Kinderopvang sociaal medische Wet kinderopvang en Verordening Kinderopvang n.v.t. indicatie (SMI)** op sociaal medische indicatie Middelburg Kwijtschelding gemeentelijke Invorderingswet artikel 26, de uitvoeringsregeling n.v.t. belastingen Invorderingswet 1990 en de Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen Middelburg. Jeugdfonds Sport en Cultuur Overeenkomst n.v.t. Fonds Sport en Cultuur*** Overeenkomst n.v.t. Fonds Cultuur Sport Onderwijs (CSO) Verordening Fonds cultuur, sport en onderwijs n.v.t. Middelburg Pilot gratis OV Beleidsregels pilot openbaar vervoer minima n.v.t. Middelburg Vrijwilligerspremie Pw Nee
Lokaal beleid Nee Ja* Ja Ja
Ja Ja Ja Ja Ja
Ja Ja Ja Ja Ja
*Ja, maar wel beperkte beleidsvrijheid vanwege samenhang met belastingwetgeving (m.n. huurtoeslag) en de Wet Minimumloon. **Aanvullend op wettelijke bepalingen (artikel 36b PW). *** voorgenomen beleid.
31
3.2 Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) Sinds de inwerkingtreding van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) in 2012 is schuldhulpverlening een taak van gemeenten. De wet geeft een ruim kader waarbinnen gemeenten de schuldhulpverlening zelf kunnen vormgeven. De wet vereist van gemeenten dat zij (ten minste iedere vier jaar) een plan vaststellen, dat richting geeft aan de integrale schuldhulpverlening aan inwoners van de gemeente. Het plan bevat de hoofdzaken van het door de gemeente te voeren beleid op het gebied van integrale schulpverlening en het voorkomen dat inwoners schulden aangaan die ze niet kunnen betalen. In 2021 werd de Wgs gewijzigd om: 1. Betere ontsluiting van persoonsgegevens voor effectievere schuldhulpverlening mogelijk te maken. 2. Vroegsignalering als wettelijke taak te verankeren. Hiervoor maakt de wetswijziging gegevensuitwisseling van schuldeisers van vaste lasten met de gemeente mogelijk. 3. De toegang voor ondernemers tot de schuldhulpverlening te verduidelijken. De gemeente Middelburg heeft de Wgs volledig gedelegeerd aan de GR Orionis Walcheren. Dat betekent dat dat zowel het beleid als de uitvoering ervan onder verantwoordelijkheid van de GR vallen. Het beleid is vastgelegd in de eerder genoemde Kadernota en de begrotingen van Orionis Walcheren.
Zoals aangegeven in hoofdstuk 4, wil de gemeente Middelburg in de vroegsignalering van geldzorgen de komende tijd een sterkere verbinding leggen. Een verbinding tussen de vanuit de Wgs aan Orionis Walcheren gedelegeerde vroegsignalering en de brede vroegsignalering die vanuit de Wmo en de Jeugdwet plaatsvindt. Op dit moment bestaat alleen de mogelijkheid om signalen van schulden vanuit de Wmo en de Jeugdwet door te geleiden naar de schuldhulpverlening. Op 1 januari 2024 treedt de Wet aanpak meervoudige problematiek in het sociaal domein (Wams) in werking. Deze wet moet het voor gemeenten mogelijk maken om gegevens uit te wisselen en zo tot een gecoördineerde aanpak te komen voor mensen of gezinnen met meerdere problemen.
3.3 Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) De Wmo 2015 heeft als twee belangrijkste doelen dat mensen zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen en dat mensen kunnen deelnemen aan het dagelijks leven. De gemeente heeft als taak om ondersteuning te bieden inwoners die dat op eigen kracht niet redden. De Wmo is een kaderwet die aan gemeenten beleidsvrijheid biedt in de manier waarop zij hun inwoners ondersteunen. De gemeente kan deze ondersteuning bieden in de vorm van algemene voorzieningen of maatwerkvoorzieningen. Een algemene voorziening is het aanbod van diensten of activiteiten dat zonder voorafgaand onderzoek toegankelijk is voor inwoners van de betreffende gemeente. Dat kan bijvoorbeeld gaan om inloopvoorzieningen, welzijnsvoorzieningen of maatschappelijk werk. Een maatwerkvoorziening is een op elkaar en de inwoner afgestemd geheel van diensten, hulpmiddelen en andere maatregelen. Voor een maatwerkvoorziening wordt daarom eerst een onderzoek gedaan door de gemeente. Een maatwerkvoorziening kan bijvoorbeeld dagbesteding of een woningaanpassing zijn.
32
De gemeente Middelburg heeft met het Beleidskader Middelburgs Model voor zorg en ondersteuning de beweging in gang gezet om meer in te zetten op preventie en vroegsignalering in het sociaal domein. Hiermee geeft Middelburg onder andere invulling aan de wijze waarop zij haar taken in het kader van de Wmo wil invullen. Aanvullend hierop heeft de gemeente het Beleidsplan Sociaal Domein vastgesteld, waarin voor de Wmo de algemene voorzieningen zijn aangewezen.
3.4 Jeugdwet (Jw) De Jeugdwet is bedoeld voor jeugdigen (kinderen en jongeren) en hun ouders die ondersteuning nodig hebben bij het opgroeien of bij de opvoeding. Volgens de Jeugdwet moet de gemeente jeugdhulp en preventie bieden. Gemeenten kunnen heel verschillend invulling geven aan deze onderdelen. Wij stellen in 2024 een nieuw beleidskader Jeugd op. Hierin wordt, onder andere ingegaan op de wijze waarop wij invulling geven aan onze taken in het kader van de Jeugdwet. Veilig, gezond en kansrijk opgroeien zijn centrale thema’s in dit nieuw te ontwikkelen beleidskader. Hierin krijgt ook het belang van een integrale kijk op de ondersteuning van kinderen een plek. Integraal kijken betekent onder andere niet alleen naar de problematiek van het kind kijken, maar naar de brede situatie van het hele gezin. Hiervoor is het maken van sterke verbindingen in de uitvoeringspraktijk met wetgeving zoals de Participatieve en de Wet inburgering dan evident.
3.5 Wet inburgering 2021 (Wi) De Wet Inburgering 2021 is in werking getreden op 1 januari 2022. De wet geldt voor iedereen die vanaf 1 januari 2022 inburgeringsplichtig is. Het doel van de Wet inburgering 2021 is dat inburgeringsplichtigen zo snel mogelijk meedoen in Nederland en zo snel mogelijk werk vinden. Gemeenten hebben met deze wet weer een grotere rol gekregen bij de begeleiding van nieuwkomers die inburgeringsplichtig zijn, dan onder het oude stelsel. Deze wettelijke taak start vanaf het moment van koppeling aan een gemeente. Voor asielstatushouders betaalt de overheid de inburgering. Gezinsmigranten en overige migranten betalen zelf hun inburgering. Orionis Walcheren voert met ingang van 1 januari 2022 ook de nieuwe Wet inburgering uit namens de gemeente Middelburg. Het zo veel als mogelijk combineren van het leren van de taal en meedoen aan de Nederlandse samenleving is een belangrijk onderdeel van het nieuwe stelsel. Bijvoorbeeld door het volgen van een stage of het doen van (vrijwilligers)werk.
33
4 Wat mag het kosten en hoe gaan we dat betalen? In onderstaand overzicht zijn de in dit beleidskader opgenomen (geraamde) extra investeringen 2023 tot en met 2026 opgenomen. De reeds bestaande structurele kosten voor onder meer bestaande subsidies, minimaregelingen en uitvoeringslasten laten we hier buiten beschouwing. Deze extra investeringen dekken we via reeds eerder door de gemeenteraad beschikbaar gestelde budgetten en door aanvullende, door het Rijk beschikbaar gestelde budgetten. Het saldo voor het onderdeel bestaanszekerheid laat in 2024 overschot zien. De jaren 2025 en 2026 laten een tekort zien. We verwachten met het geraamde overschot 2024, de nu geraamde tekorten 2025 en 2026 op te kunnen vangen. 2023 4.946.527
2024 584.400
2025 2026 e.v. 757.949 494.000
0
304.000
219.949
81.000
4.946.527 4.946.527 0
280.400 1.906.112 1.321.712
538.000 623.949 -134.000
413.000 350.000 -144.000
Meedoen naar vermogen (extra investeringen) 2a. Ontwikkelen van een bredere blik op werk 2c. Jongeren met afstand tot de arbeidsmarkt Dekking Bestedingsruimte meedoen naar vermogen
60.000 60.000 0 210.000 150.000
420.000 270.000 150.000 420.000 0
510.000 360.000 PM 150.000 510.000 0
150.000
Inburgering (extra investeringen) 3a. Tijdige start 3b. Snelle en duurzame inburgering 3c. Maatwerk Dekking Bestedingsruimte inburgering
258.800 68.100 24.700 166.000 258.800 0
705.230 272.394 PM 98.836 PM 334.000 705.230 0
150.000
150.000
Bestaanszekerheid (extra investeringen) 1a. Preventie van armoede- en schuldenproblematiek (oa. communicatie, vroegsignalering en uitbreiding sociaal raadsliedenwerk) 1c. Aanpakken van armoede- en schuldenproblematiek (in hoofdzaak energietoeslag en diverse minimaregelingen) Dekking Bestedingsruimte bestaanszekerheid
150.000 150.000 0
PM PM 150.000 150.000 0
150.000 150.000 0
34
Bijlage 1: Geraadpleegde bronnen • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • •
Jongeren met (risico op) een afstand tot de arbeidsmarkt. Zichtbaar en zelfstandig maken (Interdepartementaal Beleidsonderzoek, 9 april 2019) Presentatie OCW, wetsvoorstel van school naar duurzaam werk (juli 2023) Kamerbrief over eindrapport Commissie sociaal minimum (10 oktober 2023) Bestuurlijke reactie VNG en Divosa internetconsultatie maatregelen Participatiewet in Balans (14 juli 2023). De rol van grenzen aan doenvermogen bij rondkomen, financiële zorgen en problemen. (Tiemeijer, Erasmus Universiteit Rotterdam, 30 juni 2023) Verdieping Centraal Economisch Plan 2023 (CPB, 2023). Een zeker bestaan. Naar een toekomstbestandig stelsel van het sociaal minimum (Commissie Sociaal Minimum, 30 juni 2023) BKR monitor 2022 (BKR, 2023). Bestaanszekerheid als belofte. Naar een lokale agenda bestaanszekerheid (VNG, 2023) Eigentijdse ongelijkheid. De postindustriële klassenstructuur op basis van vier typen kapitaal Verschil in Nederland (SCP, 2023). Rondkomen en betalingsproblemen. Ervaringen van Nederlandse huishoudens in onzekere tijden (Nibud, november 2022). Bestaanszekerheid onder druk. De stand van zaken (Movisie 2022). De winst van het sociaal domein. Een slimme investering in bestaanszekerheid, kansengelijkheid en gezondheid (VNG, Divosa, 2021). Kansrijk Armoedebeleid (Centraal Planbureau en Sociaal Cultureel Planbureau, juni 2020).
Beschikbare en benodigde financiële middelen voor de Participatiewet Analyse Uitgevoerd in opdracht van de Vereniging van Nederlandse gemeenten (Berenschot, april 2021). Wat werkt bij de aanpak van armoede en schulden (Movisie, maart 2020). Wanneer rondkomen niet vanzelfsprekend is (Divosa 2019). Armoedefonds.nl Wetten.overheid.nl Dashboardscbs.nl Actuele opgaven asielopvang, huisvesting statushouders en integratie. VNG ledenbrief mei 2023. Schaarste. Hoe gebrek aan tijd en geld ons gedrag bepalen (Mullainathan & Shafir, 2013) Vooral kinderen uit bijstandsgezinnen geen kansrijke start. Ouderlijke hulpbronnen in de eerste duizend dagen tot en met de basisschoolperiode (CBS, 2023). Bovenaan welvaartsladder bijna 25 jaar langer in goede gezondheid (CBS, 2022) Armoede in kaart. Werkende en niet-werkende armen (SCP, 2019) Beschikbare en benodigde financiële middelen voor de Participatiewet. Uitgevoerd in opdracht van de Vereniging van Nederlandse gemeenten (Berenschot 2021).
35
Bijlage 2: Doelenboom In deze bijlage is een doelenboom voor het volledige beleidskader opgenomen. Dit is een overzicht waarin ambitie, beleidsdoelen en stuurdoelen in samenhang worden weergegeven.
1a. Preventie van armoedeen schuldenproblematiek
1. Bestaanszekerheid versterken
1b. Methodische vraagverheldering en toeleiding naar hulp 1c. Aanpakken van armoede- en schuldenproblematiek
Alle Middelburgers kunnen meedoen
1d. Versterken van netwerk- en ketensamenwerking 2a. Ontwikkelen van een bredere blik op werk 2. Participatie mede mogelijk maken
2b. Werken aan een brede SROI- aanpak 2c. Samenwerken voor jongeren met afstand tot de arbeidsmarkt 3a. Tijdige start van de inburgering 3b. Snelle en duurzame inburgering
3. Ondersteunen bij duurzame participatie
3c. Streven naar maatwerk
3d. Dualiteit; combineren van taal en participatie 3e. Kwaliteit van het inburgeringsaanbod
36
Bijlage 3: Toelichting bijzondere bijstand en minimaregelingen Middelburg
Regeling
Toelichting
Bijzondere bijstand
Vergoeding voor bijzondere noodzakelijke kosten die men niet zelf kan betalen van inkomen of vermogen en niet via een andere regeling vergoed worden. Uit bijzondere individuele omstandigheden moet de noodzaak van de kosten blijken en voor elke specifieke situatie wordt een zorgvuldige afweging gemaakt, rekening houdend met de individuele omstandigheden van de aanvrager (maatwerkprincipe).
Collectieve
De collectieve zorgverzekering gemeenten is een zorgverzekering die bij zorgverzekeraar CZ wordt
zorgverzekering
aangeboden. Zo wordt toegang geboden tot goede zorg. CZ geeft collectiviteitskorting op de aanvullende
gemeenten
verzekering en de gemeente geeft een bijdrage in de premie van de aanvullende verzekering. Er worden drie aanvullende verzekeringen aangeboden waar de inwoner uit kan kiezen. Voor inwoners met een bijstandsuitkering wordt de premie ingehouden van de uitkering en overige minima betalen de premie rechtstreeks aan CZ. De aanvullende pakketten van deze verzekering bieden vergoeding van de eigen bijdrage voor de Wmo.
Kinderopvang sociaal
Tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang als er binnen een gezin sprake is van sociaal-medische
medische indicatie
problemen. Het gaat om gezinnen met kinderen t/m 12 jaar waarvan de ouders geen recht hebben op kinderopvangtoeslag omdat de ouders niet (allebei) werken en die vanwege een sociale of medische situatie ook niet instaat zijn om voor hun kinderen te zorgen. Bij sociaal-medische problemen moet worden gedacht aan lichamelijke, verstandelijke of psychische beperkingen die kinderopvang noodzakelijk maken. Er moet vastgesteld worden dat er een sociaal-medische indicatie aanwezig is.
Kwijtschelding
Als men niet in staat is om de aanslag gemeentelijke- en waterschapsbelasting te betalen, kan kwijtschelding
gemeentelijke
aangevraagd worden. Kwijtschelding is mogelijk voor waterschapsbelasting en de belastingsoorten
belastingen
rioolheffing gebruik, afvalstoffenheffing en diftar. Of men in aanmerking komt voor kwijtschelding is afhankelijk van inkomen, vermogen, gezinssituatie en woonlasten. Een verzoek tot kwijtschelding wordt behandeld bij Sabewa Zeeland.
Jeugdfonds Sport en
Regeling die het mogelijk maakt dat kinderen t/m 18 jaar lid worden van een sportvereniging, aan muziek,
Cultuur
beeldende kunst en theater mee kunnen doen en kunnen zwemmen voor hun zwemdiploma’s A en B. Voor die kinderen wordt de contributie/het lesgeld betaald eventueel aangevuld met benodigdheden voor de sport of activiteit.
Fonds Sport en
Dit betreft voorgenomen beleid. Het gaat om een uitbreiding van het Jeugdfonds Sport en Cultuur met de
Cultuur Volwassenen
doelgroep volwassenen.
Chronisch
Inwoners met een chronische ziekte of handicap hebben vaak extra kosten. Via deze regeling kan één keer
ziekenregeling
per kalenderjaar een bijdrage aangevraagd worden als tegemoetkoming voor deze extra kosten.
Fonds Cultuur Sport
Fonds met als doel het bevorderen van de maatschappelijke participatie van inwoners met een laag
Onderwijs (CSO)
inkomen. Deze inwoners kunnen een bijdrage krijgen voor sportieve, culturele, recreatieve, educatieve of sociale activiteiten. Er wordt een bijdrage gegeven om 'mee te kunnen doen' in de maatschappij. De bijdrage vanuit dit fonds kan breder en voor veel verschillende kosten worden ingezet. Denk bijvoorbeeld aan abonnementsgeld voor de bibliotheek, schoolkosten, evenementen en attracties, toneel, theater- en bioscoopbezoek, abonnementskosten van een krant of van internet.
Studietoeslag
Met deze regeling wordt financiële steun geboden aan studenten die door een medische beperking niet kunnen bijverdienen naast hun studie. De studietoeslag is bedoeld om te voorkomen dat zij hierdoor vaker en meer moeten lenen dan jongeren die naast hun opleiding wel kunnen werken.
Vrijwilligerspremie
Inwoners met een bijstandsuitkering kunnen in aanmerking komen voor een vrijwilligerspremie bij vrijwilligerswerk.
37
Individuele
Deze voorziening is bedoeld voor mensen die 3 jaar of langer een inkomen hebben dat lager is dan 110%
inkomenstoeslag
van de bijstandsnorm. Deze toeslag is een aanvulling op het inkomen. Men mag zelf weten waar dit geld aan uitgegeven wordt.
Pilot gratis openbaar
Er wordt een pilot gestart van een jaar om te ondervinden of gratis openbaar vervoer bijdraagt aan meer
vervoer minima
participatie van inwoners met een laag inkomen. Met het Dal Vrij-busabonnement van Connexxion wordt inwoners met een inkomen tot 130% van het sociaal minimum de mogelijkheid geboden om onbeperkt gratis te reizen in daluren op de buslijnen in Zeeland, de regio Hoeksche Waard en Goeree-Overflakkee.
Aanvulling
De rijksmiddelen die gemeenten ontvangen voor de energietoeslag zijn gebaseerd op het aantal
rijksbijdrage
huishoudens met een inkomen tot 120% van het sociaal minimum. Gemeenten hebben beleidsvrijheid ten
energietoeslag 2023
aanzien van de vormgeving. Voor 2023 wordt de doelgroep die aanspraak kan maken op energietoeslag in Middelburg verruimd naar huishoudens met een inkomen tot 140% van het sociaal minimum.
38