CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

23-096 rvs Integrale verordening jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning 2024

Gemeenteraad 12 oktober 2023, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Integrale verordening jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning gemeente Middelburg 2024 (23-096 MZ)1.798 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

raadsvoorstel datum vergadering volgnummer

12 oktober 2023 23-096

onderwerp

Integrale verordening jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning gemeente Middelburg 2024

behandelen in raadscommissie

Maatschappelijke Zaken

portefeuillehouder

Willemien Treurniet Sociaal Domein Tanja de Bruin t.de.bruin@middelburg.nl 0118 675588

programma behandeld door e-mail telefoon

Conceptbesluit

1. De raad besluit: a. de integrale verordening jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning gemeente Middelburg 2024 vast te stellen; b. kennis te nemen van de optie minimabeleid binnen de eigen bijdragen (art. 40 lid 9) en deze (voorlopig) niet toe te passen.

Aanleiding

Op 1 januari 2015 is de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (hierna Wmo) in werking getreden. Per diezelfde datum is de Jeugdwet ingevoerd. De beide wetten leggen de gemeenteraad de verplichting op tot het vaststellen van een verordening. De verordening bevat de regels die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van lokaal beleid. Op bepaalde onderdelen biedt de verordening de ruimte aan het college om onderwerpen nader uit te werken (in nadere regels). De (huidige) Verordening Wmo & Jeugdhulp 2021 is opgesteld in de tijd van bezuinigingen. We werden toen gedwongen om kritischer te zijn in de toegang en waar mogelijk te bezuinigen. De verordening gaf daarvoor de ruimte als die nodig was. De toekenning bleef en blijft altijd maatwerk: streng kan, maar het hoeft niet. Uw raad wil de menselijke maat toepassen en dus minder “streng” zijn c.q. de juridische grens niet opzoeken. Daarom is een nieuwe verordening opgesteld waarin een aantal wijzigingen worden voorgesteld. Naast de verordening zijn er ook nadere regels; ook deze zullen worden aangepast. De nadere regels zijn een uitwerking van artikelen in de verordening. Het college is bevoegd tot het vaststellen van de nadere regels. De nadere regels worden u op een later tijdstip ter informatie toegezonden (planning november).

Effect

Toepassen van de Jeugdwet en de Wmo binnen bestaande jurisprudentie. Argumenten

• Voorgestelde aanpassingen De verordening is grotendeels intact gebleven. Het uitgangspunt van de Wmo en de Jeugdwet is maatwerk en de huidige verordening geeft de ruimte om soepel dan wel streng te zijn, al naar gelang de individuele situatie van de desbetreffende inwoner. De nieuwe verordening geeft dezelfde ruimte. Bij beide verordeningen, dus ook de huidige, is 1

de instructie aan de medewerkers van de afdeling TIM om de ruimte te zoeken om toe te kennen. De aanpassingen ten opzichte van de huidige verordening betreffen vooral taalaanpassingen, aanpassingen aan de uitvoeringspraktijk en/of jurisprudentie en verduidelijkingen, zodat de leesbaarheid voor inwoners groter is. De voorgestelde aanpassingen treft u aan in bijlage 2. Wij wijzen u specifiek op het volgende artikel: Verwijderd artikel: Artikel 38 (huidige verordening) anti-speculatiebeding. Dit is zo goed als zeker niet passend binnen de wet/jurisprudentie. Er is nog geen jurisprudentie over dit onderwerp, maar onder de Wmo 2015 lijkt uitbreiding van terugvorderingsgronden in gemeentelijk beleid niet mogelijk. Artikel 2.4.1 Wmo 2015 bepaalt namelijk, kort gezegd, dat terugvordering alleen mogelijk is als er opzettelijk onjuiste en onvolledige gegevens zijn verstrekt. Omdat de wetgever terugvordering expliciet in de wet heeft geregeld, meent Schulinck (juridisch adviesbureau/kennisbank) dat uitbreiding van de terugvorderingsgronden in gemeentelijk beleid niet mogelijk is c.q. niet houdbaar is voor de rechter. We hadden dit in de huidige verordening wel (bewust) opgenomen, omdat we de grenzen op wilden zoeken. We hebben het artikel overigens niet toegepast in de afgelopen jaren en we willen het ook niet meer toepassen. Daarom is het uit de nu voorliggende verordening verwijderd.

Kanttekeningen

1. Verordening niet vaststellen Zoals te zien is in de lijst met wijzigingen gaat het grotendeels om taalaanpassingen, aanpassingen aan de uitvoeringspraktijk en/of jurisprudentie en verduidelijkingen. Voor de uitvoeringspraktijk c.q. voor de inwoners verandert er weinig. Niet vaststellen betekent dat: a. artikel 38 (anti-speculatiebeding) van toepassing blijft c.q. dat we dat kunnen toepassen. b. we een lagere eigen bijdrage in rekening moeten brengen dan het abonnementstarief. In de huidige verordening staat in artikel 36 het bedrag van 19 euro genoemd als eigen bijdrage (het bedrag van het abonnementstarief). Omdat het abonnementstarief met ingang van 1/1/24 wordt geïndexeerd moet dit artikel worden aangepast. In het nieuwe artikel 40 is de formulering aangepast, waardoor eventuele volgende indexeringen niet leiden tot het opnieuw moeten aanpassen van de verordening. 2. Optie: nieuw lid: Art 40, lid 9. Toepassing minimabeleid binnen de eigen bijdragen Artikel 3.8 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 geeft de ruimte om inkomens tot een bepaald (zelf gekozen) bedrag geen eigen bijdrage te laten betalen. Van deze ruimte maakte de gemeente Middelburg gebruik van 2017 tot 2020. Door de komst van het abonnementstarief en de bezuinigingen is dit artikel vanaf 2020 uit de verordening verwijderd.

Eigen bijdrage Wmo nu/abonnementstarief Inwoners betalen een eigen bijdrage van € 19,- per maand ongeacht aantal voorzieningen, inkomen of vermogen. Dit heet het abonnementstarief. Het abonnementstarief wordt met ingang van 1/1/24 geïndexeerd; het nieuwe bedrag is nog niet bekend. Door het abonnementstarief is er voor onze inwoners met een hoger inkomen geen financiële prikkel om zelf ondersteuning te regelen. Met name hogere inkomens die het voorheen zelf regelden/betaalden kwamen bij ons de voorziening “opeisen” en dan met name Huishoudelijke Ondersteuning. Omdat we niet financieel mogen toetsen kunnen we deze verzoeken niet/nauwelijks afwijzen. De rijksoverheid is voornemens om het abonnementstarief met ingang van 2026 weer af te schaffen en opnieuw een inkomensafhankelijke bijdrage in te voeren. De hogere inkomens zullen dan, naar verwachting, weer eigen oplossingen gaan zoeken, in ieder geval voor huishoudelijke ondersteuning. Op 12 september heeft er in de Tweede Kamer een stemming plaats gevonden en is het onderwerp niet controversieel verklaard, dus de behandeling van het wetsvoorstel zal gewoon doorgaan.

2

Optie minimabeleid Wij hebben minimabeleid binnen de eigen bijdragen in de verordening opgenomen als optie. Wij adviseren u om deze optie niet toe te passen en het artikel/lid niet te gebruiken vanwege de verwachte financiële consequenties en de mogelijke (her)invoering van de inkomensafhankelijke bijdrage. Als u instemt met dit raadsvoorstel dan wordt er geen gebruik gemaakt van deze optie. Wij stellen voor om eerst de plannen van de rijksoverheid af te wachten en dan pas een nieuw besluit te nemen over een eventuele herinvoering van het minimabeleid. De financiële gevolgen van invoeren van minimabeleid binnen de eigen bijdragen vindt u hieronder in het kopje financiën.

Financiën

Wat mag het kosten? Er zijn drie elementen in deze verordening die een budgettair effect hebben. 1. “de menselijke maat toepassen/minder streng zijn aan de poort” Het budgettair effect hiervan is zeer lastig te kwantificeren. We passen deze regel al toe met ingang van de nieuwe bestuursperiode. We verwachtten een kostenopdrijvend effect, maar zien dit tot nu toe niet in de ontwikkeling van de budgetten. 2. recente jurisprudentie over het informele tarief: Er is zeer recente jurisprudentie die ons verplicht om een hoger tarief toe te kennen bij een pgb voor informele hulp huishoudelijke hulp en begeleiding. Informele hulp is hulp die wordt geboden door iemand uit het netwerk; het gaat dus niet om professionals/beroepskrachten. Nu is ons tarief het minimumloon. Dit geldt overigens voor de meeste gemeenten. De Centrale Raad van Beroep (hierna: CRvB) heeft 16 augustus 2023 in 2 zaken vastgesteld dat de staatssecretaris in het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 de kostprijselementen van een reële prijs heeft genoemd. Deze zorgen ervoor dat gemeenten een reële prijs vaststellen op basis van relevante kostprijselementen. Op grond van de wet moeten gemeenten daarom reële tarieven vaststellen, die CAO-lonen mogelijk maken. De CRvB verklaart dit nu ook van toepassing op het informele tarief.

Verder stelt de CRvB dat het verzekeren van een reële prijs en kwaliteit, zoals het geval was onder de Wmo 2007, onder de Wmo 2015 is voortgezet. Het CAO-loon biedt deze waarborgen. Daarom sluit de CRvB voor het minimale pgb-uurtarief voor het sociale netwerk aan bij de geldende CAO VVT (Verpleeg- en Verzorgingshuizen en Thuiszorg). Dit betekent dat de gemeenten het tarief als volgt moeten vaststellen: a. hoogste periodiek voor hulp in het huishouden of ondersteunende begeleiding (FWG 30) in de CAO VVT b. vakantietoeslag c. tegenwaarde van de verlofuren Dit is opgenomen in de artikelen 18, lid 5 (jeugd) en 36, lid 5 (Wmo). Deze uitspraak leidt tot hogere tarieven. We gaan uit van verwachte meerkosten van maximaal € 18.000 (HH en begeleiding) voor Wmo en van maximaal € 38.000 voor jeugd (begeleiding). Dit is gebaseerd op huidige uren/uitgaven pgb’s met informeel tarief. 3. het wel toepassen van het minimabeleid op de eigen bijdrage De implementatie van het minimabeleid binnen de eigen bijdragen zal leiden tot een kostenverhoging. Om de verwachte extra kosten in rekening te brengen gaan we uit van de volgende aannames: a. We hanteren de grenzen van het “oude” minimabeleid: tot 130% van het sociaal minimum betaalt een inwoner geen eigen bijdrage. b. We ontvangen daardoor (net als bij het “oude” minimabeleid) 70% minder eigen bijdragen.

3

Berekening extra kosten Gemiddeld ontvangen we nu (via het CAK) zo’n € 28.000 per maand aan eigen bijdragen, op jaarbasis € 336.000. Uitgaande van de aannames komt dit op circa € 235.000 per jaar minder inkomsten. De rijksoverheid is voornemens om met ingang van 1 januari 2026 opnieuw een inkomensafhankelijke bijdrage in te voeren. Het Rijk heeft berekend dat Middelburg daardoor vanaf 2026 een extra bedrag van € 770.000 aan eigen bijdragen kan opleggen. Dit bedrag wordt uit de Algemene uitkering genomen (aangekondigd in de meicirculaire). De totale geraamde eigen bijdrage vanaf 2026 wordt daarmee € 1.140.000 (huidige mogelijke eigen bijdragen plus extra mogelijke eigen bijdragen). Als u raad toch kiest voor toepassing van minimabeleid dan ontvangen we 70% minder eigen bijdragen. Dit betekent dat invoering een structurele inkomstenderving van ca. € 800.000 per jaar kost. Hoe gaan we dat financieren? De meerkosten van nieuwe jurisprudentie wordt binnen de bestaande budgetten Wmo en Jeugd opgevangen.

Zijn er significante gevolgen voor het weerstandsvermogen? N.v.t. Duurzaamheid

N.v.t. Communicatie en participatie

Het concept heeft ter inzage gelegen. Er zijn geen inspraakreacties binnen gekomen. Uitvoering

o Na vaststelling zal implementatie plaatsvinden bij TIM. Advies ingewonnen bij adviesorgaan?

Adviesraad Sociaal Domein (hierna ASD) is in mei geïnformeerd. Begin juli is het concept aan de ASD gemaild met het verzoek om advies. In deze versie was het minimabeleid binnen de eigen bijdrage wel opgenomen. De ASD heeft daarop vragen gesteld en aangegeven dat als deze punten verbeterd werden, zij positief zou adviseren. Na beantwoording van de vragen heeft de ASD mondeling het positieve advies bevestigd. Nu het college een raadsvoorstel voorlegt zonder het minimabeleid eigen bijdragen, zullen wij de ASD daarvan op de hoogte brengen.

Bijlagen

1. Verordening 2. Lijst met wijzigingen 3. Nummering oud-nieuw 4. a. Advies ASD b Beantwoording advies ASD Middelburg, 19 september 2023 Burgemeester en wethouders van Middelburg de secretaris,

mr. A. van den Brink de burgemeester,

mr. H.M. Bergmann 4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13175491/1