23-096 Bijlage 4.b. Antwoorden advies ASD
Tekst van het document
Antwoorden advies ASD verordening 1. In deze verordening geeft de gemeente weer wat haar relatie is tot de (rechten van de) cliënt. Wij veronderstellen dat dit stuk gebaseerd is op een VNG-format. Is deze veronderstelling juist? Nee, deze veronderstelling is niet (geheel) juist. Deze nieuwe verordening is een aanpassing van de bestaande verordening. De huidige verordening is destijds gemaakt door Schulinck (juridisch adviesbureau). De huidige verordening is deels gebaseerd op de modelverordening van de VNG en uiteraard op jurisprudentie. Zoals gezegd is de nieuwe verordening een aanpassing van de bestaande verordening en daarmee dus ook (gedeeltelijk) gebaseerd op de modelverordening. Deze nieuwe verordening is getoetst door onze juridische afdeling. 2. Intitule: Er wordt aangegeven dat de motivatie achter de aanpassingen van de verordening van 2021 toegevoegd worden. We missen deze argumenten. We gaan er vanuit dat u doelt op de zin Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van [datum]. Deze zin verwijst naar het (komende) raadsvoorstel. Daarin zal worden opgenomen welke wijzigingen worden voorgesteld. Zoals te zien is in de lijst met wijzigingen gaat het grotendeels om taalaanpassingen, aanpassingen aan de uitvoeringspraktijk en/of jurisprudentie en verduidelijkingen.
Daarnaast is 1 artikel verwijderd omdat het (zeer waarschijnlijk) niet binnen de jurisprudentie past en is het voorstel ingevoegd om opnieuw minimabeleid in te voeren. 3. Art. 4 toezichthouders. Zijn deze al toegewezen? Zijn het ambtenaren van de gemeente? Staat dit ook in de huidige verordening? Momenteel hebben we het (reactief) toezicht belegd bij de GGD. Er komt een Zeeuwse aanpak voor Toezicht en Handhaving. De werkgroep Zorgfraude Zeeland heeft een concept beleidsplan voorbereid dat in Q4 van 2023 ter besluitvorming voor wordt gelegd aan de 13 Zeeuwse gemeenten. Met ingang van 1 januari 2024 worden er bij aanvang 6 toezichthouders in Zeeland benoemd die zich gaan bezighouden met toezicht en handhaving. 4. Art. 12.3 ondersteuningsplan. Het streven is om helder en duidelijk te communiceren wat er wel en niet verwacht kan worden van de ondersteuning vanuit de gemeente en wat de voorwaarden zijn. Is de inschatting dat het ondersteuningsplan waarover wordt gesproken in de praktijk ook werkelijk op deze manier functioneert? Ja, in de meeste gevallen wel. Het format van het ondersteuningsplan is logisch opgebouwd. Onze ervaring is dat inwoners het ondersteuningsplan begrijpen.
Gaat de gemeente zelf een ondersteuningsplan opstellen? Wie zijn bij de evaluatie betrokken? Wat zijn de criteria? Het hanteren van een duidelijk plan biedt namelijk kansen om te beoordelen of de ingezette ondersteuning werkelijk het gewenste effect heeft gehad of niet. Het huidige ondersteuningsplan en de werkwijze blijven gehandhaafd. In antwoord op uw vragen: het ondersteuningsplan beschrijft het wettelijk verplichte onderzoek en de uitkomsten daarvan. Het ondersteuningsplan wordt samen met de inwoner gemaakt. Bij de evaluatie zijn inwoner en indien nodig de gecontracteerde zorgaanbieder(s) betrokken. 5. Art.14 afstemming met de gezondheidszorg, etc. Wordt er aangesloten bij een landelijk convenant, zodat niet opnieuw het wiel behoeft te worden uitgevonden?
Er is geen landelijk convenant. De gemeente stemt zelf af met andere partijen.
6. Art. 18.4 en art. 36.7 lijkt een doublure. Er kan ook bij art 36.7 verwezen worden naar art 18.7. Dat klopt: in beide artikelen/leden staat hetzelfde. Maar artikel 18 gaat over de Jeugdwet (en staat in dat deel) en artikel 36 gaat over de Wmo (en staat in dat deel). Voor de leesbaarheid voor een inwoner kiezen we er voor om het artikel op beide plaatsen in zijn geheel op te nemen: dit voorkomt dat een inwoner moet gaan puzzelen in de verordening. Verwijzingen gebruiken we alleen naar een compleet artikel (bijvoorbeeld: een budgetplan zoals bedoeld in artikel 34). 7. Art. 18.6 Goed dat er gekozen is om de gebruiker de keuze te geven tussen een tegemoetkoming en een regulier pgb. Geen reactie nodig, voor de volledigheid hier opgenomen. 8. Art. 40.9 eigen bijdrage. Het is nieuw om geen eigen bijdragen te vragen aan cliënten die een inkomen hebben lager dan 130% van de bijstandsnorm. Een lovenswaardig streven. In de begeleidende brief aan de raad zal dan wel aangeven moeten worden wat de financiële consequenties hiervan zijn. Dat wordt uiteraard opgenomen in het raadsvoorstel. 9. Wij adviseren om de nieuwe verordening eenvoudig en helder te communiceren met de potentiële cliënten en/ of zijn sociale netwerk. We veronderstellen dat geen van hen de hele verordening gaat lezen. Dit gebeurt waarschijnlijk pas bij eventuele problemen.
We gaan beperkt communiceren over de nieuwe verordening. In de praktijk verandert er niet veel voor de inwoners. De uitzondering is het minimabeleid eigen bijdragen. Als de raad dit invoert zal hierover uitgebreid gecommuniceerd worden. Dit zal samenvallen met communicatie over de verhoging van de eigen bijdrage: met ingang van 1 januari a.s. wordt het abonnementstarief door de rijksoverheid geïndexeerd. 10. Kunnen alle vormen van jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning nog worden geboden als er de komende jaren weer gekort wordt op de budgetten? Uw zorgen zijn ook onze zorgen. De wetten schrijven voor wat de gemeente minimaal moet doen. Daar zullen we uiteraard aan blijven voldoen. Via preventieve inzet (o.a. via algemene voorzieningen, Welzijn op recept, sociale teams etc.) zullen we hopelijk kunnen realiseren dat inwoners later ondersteuning vanuit de gemeente nodig hebben of juist eerder en minder zwaar.