23-096 Bijlage 2. Lijst wijzigingen verordening
Tekst van het document
Wijzigingen verordening Hieronder volgt een overzicht van de voorgestelde wijzigingen. Naast de hieronder opgenomen wijzigingen zijn kleinere wijzigingen doorgevoerd, zoals het aanpassen van zinsopbouw en corrigeren van tikfouten. Intitulé •
Titel aangepast: Integrale verordening jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning gemeente Middelburg 2024.
•
Overwegingen toegevoegd
Algemeen deel Artikel 4 – toezichthouder Lid 1 Toegevoegd: alsmede het toezicht op de kwaliteit van voorzieningen die de gemeente op grond van de Wmo aanbiedt volgens de geldende kwaliteitscriteria Lid 2 Toegevoegd dat de toezichthouder gevraagd en ongevraagd advies kan uitbrengen over de uitvoering van de Jeugdwet en de Wmo 2015.
Jeugdhulp Artikel 7 – definities Lid 1 Voor de duidelijkheid zijn een aantal definities toegevoegd aan artikel 7. Het gaat om de volgende begrippen: •
Budgetplan
•
Cliëntondersteuning
•
Sociaal netwerk
Lid 2 Standaardbepaling toegevoegd dat begrippen die niet nader worden omschreven dezelfde betekenis hebben als zij hebben in de wet of andere regelgeving. Artikel 8 – vormen van jeugdhulp Lid 2 onderdeel c Toegevoegd dat ook de diagnose en behandeling van Ernstige Dyslexie (ED) behoort tot de beschikbare individuele voorzieningen. Gemeenten zijn alleen verantwoordelijk voor dyslexiezorg die nodig is voor kinderen met ED vanaf 7 jaar die basisonderwijs volgen (CRvB 24-10-2018, ECLI:NL:CRVB:2018:3454). Voor de overige dyslexiezorg is het onderwijs verantwoordelijk. Artikel 11 – spoed Lid 5 In de toelichting verduidelijkt dat deze bepaling de grondslag biedt om in spoedsituaties hulp in te kunnen zetten. Artikel 12 – onderzoek en opstellen ondersteuningsplan
Nieuw artikel. Toegevoegd om duidelijk vast te leggen wat tijdens de onderzoeksfase staat te gebeuren. Artikel 13 – criteria voor individuele voorziening Lid 1 sub a onder ii Bij de beoordeling of iemand over voldoende eigen kracht beschikt is een financiële draagkrachtmeting niet toegestaan. Dat volgt uit CRvB 26-5-2021, ECLI:NL:CRVB:2021:1327. Dit artikel in de verordening is daarom herschreven zodat de wijze van toetsing van de eigen kracht weer in lijn is met de nu geldende voorwaarden. Lid 6 ingevoegd. Ziet toe op verstrekking jeugdvervoer, was nu niet geregeld. Artikel 18 – indexeren pgb’s Lid 3 Om te verzekeren dat ook bij al toegekende pgb’s altijd een toereikend tarief wordt toegekend is een bepaling toegevoegd waarmee jaarlijks de pgb’s geïndexeerd kunnen worden. Lid 4 In pgb 2.0 kunnen gemeenten keuzes maken over wat wel/niet uit het pgb betaald kan worden. Aan lid 4 is toegevoegd dat uit het pgb ook geen ‘bijkomende zorgkosten’ en ‘overlijdensuitkering’ betaald mag worden. Lid 6 Artikel toegevoegd zodat de mogelijkheid bestaat om een ‘symbolische tegemoetkoming te verstrekken’. Deze tegemoetkoming komt dan in de plaats van een regulier pgb. Het voordeel voor de jeugdige/ouders is dat het kiezen voor een tegemoetkoming voor minder ‘rompslomp’ zorgt.
Mede daarom kun je er als gemeente bij een keuze voor de tegemoetkoming ook voor kiezen om minder streng te controleren of iemand in staat is tot het uitvoeren van de taken die horen bij het pgb (artikel 8.1.1 lid 2 sub a Jeugdwet). Het declareren is eenvoudiger. Een voordeel voor de gemeente is dat een dergelijke tegemoetkoming in veel gevallen een stuk goedkoper is dan een regulier pgb. Wij gaan ervan uit dat het een vrije keuze is van de cliënt om te kiezen voor deze tegemoetkoming. Maar helemaal zeker is dat niet. De regeling waar de tegemoetkoming op gebaseerd is, is daarover niet heel duidelijk. Over de tegemoetkoming is dit jaar één uitspraak verschenen. Helaas worden een aantal vragen over die tegemoetkoming (zoals: is het een vrije keuze van de cliënt) niet beantwoord. Zie voor die uitspraak Rechtbank Gelderland 4-1-2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:21 (met noot van Mark Bruin) Artikel 19 – kwaliteitseisen Nieuw artikel. Artikel komt overeen met het huidige artikel 40 uit het Wmo-gedeelte. Het is niet noodzakelijk om een dergelijk artikel op te nemen. Uit de Jeugdwet volgen al de voor jeugdhulpaanbieders relevante kwaliteitseisen. Voor extra duidelijkheid kan het geen kwaad om ook kwaliteitseisen in de verordening op te nemen. Maatschappelijke ondersteuning Artikel 25 – definities Lid 1 Voor het bieden van extra duidelijkheid zijn een aantal nieuwe begrippen opgenomen.
Ook is gekeken naar de begrippen uit het jeugd-gedeelte en getracht deze zo veel mogelijk op één lijn te brengen. Verder zijn een aantal andere begrippen tekstueel aangepast, zodat de omschrijving overeenkomt met de wettelijke definitie. Hieronder een overzicht van de wijzigingen. •
Onderdeel e: budgethouder Nieuw opgenomen
•
Onderdeel f: budgetplan Nieuw opgenomen
•
Onderdeel g: cliëntondersteuning Nieuw opgenomen
•
Onderdeel j: melding Nieuw opgenomen
•
Onderdeel n: sociaal netwerk Nieuw opgenomen
•
Onderdeel p: wet Nieuw opgenomen
Lid 2 Standaardbepaling toegevoegd dat begrippen die niet nader worden omschreven dezelfde betekenis hebben als zij hebben in de wet of andere regelgeving. Artikel 27 – melding en onderzoek Lid 3 sub d – andere voorzieningen Toegevoegd dat ook de mogelijkheid onderzocht wordt om via een andere voorziening de zelfredzaamheid of participatie te verbeteren. Lid 6 Toegevoegd hoe het college handelt in spoedeisende gevallen. Het is niet verplicht om deze bepaling op te nemen aangezien al uit de wet volgt wat in spoedeisende gevallen moet gebeuren. Maar het opnemen van de bepaling zou de uitvoering kunnen helpen bij de uitvoering van de wet. Lid 7 Het college heeft de mogelijkheid om zich te laten adviseren bij het nemen van een besluit. Dat kan o.a. via een wettelijk adviseur als bedoeld in artikel 3:5 Awb. Om een grondslag te creëren voor het aanwijzen van een ‘wettelijk adviseur’ is deze bepaling opgenomen. Lid 10 Bepaling opgenomen waarmee de mogelijkheid gecreëerd wordt tot het stellen van nadere regels ten aanzien van de inhoud en de wijze waarop het onderzoek wordt uitgevoerd. Artikel 29 - voorwaarden en weigeringsgronden voor een maatwerkvoorziening Lid 5. Toegevoegd: tot 30 kilometer van het hoofdverblijf. Dit is het aantal kilometers dat is afgesproken met de vervoerder: voor vervoer binnen deze straal zijn wij als gemeente verantwoordelijk.
Bij meer dan 30 kilometer is Valys mogelijk. Artikel 30 - Uitgangspunten van een algemene voorziening Nieuw ingevoegd. Uit de wet volgt wat onder een algemene voorziening verstaan wordt. Voor duidelijkheid richting de inwoners van de gemeente Middelburg is ook in de verordening uitgewerkt wat onder een algemene voorziening verstaan wordt. Blijkt dat een algemene voorziening een passende oplossing is voor de cliënt, dan heeft dit voorrang op een maatwerkvoorziening. Artikel 31 - Aanbod van algemene voorzieningen Nieuw ingevoegd. Deze bepaling legt uit waar de algemene voorzieningen van de gemeente Middelburg op zijn gericht. Het gaat om de algemene voorzieningen die ook zijn opgenomen in de Subsidieregeling algemene voorzieningen Sociaal Domein Middelburg 2023-2026. Dat zijn: . a.
inloopvoorzieningen
b.
welzijnswerk
c.
maatschappelijke dienstverlening
d.
sociaal team
e.
slachtofferhulp
f.
onafhankelijke cliëntondersteuning
g.
mantelzorgondersteuning
h.
vrijwilligersondersteuning
Artikel 32 - beschermd wonen Aangepast aan praktijk. Artikel 33 – inhoud beschikking Lid 2 In lijn gebracht met het vergelijkbare artikel uit het jeugdgedeelte (artikel 15 lid 2). Toegevoegd dat de beschikking kan worden ingetrokken als een cliënt zich niet binnen 3 maanden meldt bij de aanbieder of het pgb wordt besteed. Artikel 36 – indexatie pgb Lid 2 Toegevoegd: tot 30 kilometer van het hoofdverblijf. Dit is het aantal kilometers dat is afgesproken met de vervoerder: voor vervoer binnen deze straal zijn wij als gemeente verantwoordelijk. Bij meer dan 30 kilometer is Valys mogelijk. Lid 7 In pgb 2.0 kunnen gemeenten keuzes maken over wat wel/niet uit het pgb betaald kan worden. Aan lid 7 is toegevoegd dat uit het pgb ook geen ‘bijkomende zorgkosten’ en ‘overlijdensuitkering’ betaald mag worden. Lid 9 Artikel toegevoegd zodat de mogelijkheid bestaat om een ‘symbolische tegemoetkoming te verstrekken’. Deze tegemoetkoming komt dan in de plaats van een regulier pgb. Wij gaan ervan uit dat het een vrije keuze is van de cliënt om te kiezen voor deze tegemoetkoming. Maar helemaal zeker is dat niet. De regeling waar de tegemoetkoming op gebaseerd is, is daarover niet heel duidelijk. Over de tegemoetkoming is dit jaar één uitspraak verschenen. Helaas worden een aantal vragen over die tegemoetkoming (zoals: is het een vrije keuze van de cliënt) niet beantwoord.
Zie voor die uitspraak Rechtbank Gelderland 4-1-2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:21 (met noot van Mark Bruin) Lid 10 Om te verzekeren dat ook bij al toegekende pgb’s altijd een toereikend tarief wordt toegekend is een bepaling toegevoegd waarmee jaarlijks de pgb’s geïndexeerd kunnen worden. Artikel 40 – Hoogte bijdrage in de kosten Lid 9 Nieuw ingevoegd. Maakt het mogelijk om opnieuw minimabeleid te voeren. Artikel 44 – persoonsgegevens Nieuw artikel. Toegevoegd zodat Wmo-gedeelte in lijn is met jeugd-gedeelte. Strikt genomen is het niet nodig om deze bepaling in de verordening op te nemen. Alle regels ten aanzien van gegevensverwerking volgen uit de wet (Wmo en AVG).
Verwijderd Artikel 38 - anti-speculatiebeding. Dit is zo goed als zeker niet passend binnen de wet/jurisprudentie. Er is nog geen jurisprudentie, maar onder de Wmo 2015 lijkt uitbreiding van terugvorderingsgronden in gemeentelijk beleid niet mogelijk. Artikel 2.4.1 Wmo 2015 bepaalt namelijk, kort gezegd, dat terugvordering alleen mogelijk is als er opzettelijk onjuiste en onvolledige gegevens zijn verstrekt. Omdat de wetgever terugvordering expliciet in de wet geregeld heeft, meent Schulinck dat uitbreiding van de terugvorderingsgronden in gemeentelijk beleid niet mogelijk is c.q. niet houdbaar is voor de rechter. We hebben dit in de vorige verordening wel (bewust) opgenomen, omdat we de grenzen op wilden zoeken. We hebben het artikel overigens niet toegepast in de afgelopen jaren en we willen het ook niet meer toepassen. Daarom is het nu verwijderd. NB: de nummering is vanaf artikel 38 dus anders dan in de vorige verordening.