23-057 Bijlage 1. Begroting 2024
Tekst van het document
Begroting 2024 met daarin opgenomen de 1e begrotingswijziging 2023
[april 2023]
Vastgesteld DB 20 april 2023 Vastgesteld AB …. juli 2023
Inhoudsopgave Managementsamenvatting
3
Kadernota 2023-2026
6
PROGRAMMA’S Programma Arbeidsmarkt Programma Werkleerbedrijf Programma Inkomen Programma Schuldhulpverlening Programma Overhead Overzicht taakvelden Algemene Dekkingsmiddelen
10 19 23 30 35 39 40
PARAGRAFEN Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen Paragraaf financiering Paragraaf verbonden partijen Paragraaf bedrijfsvoering Paragraaf Wet open overheid
41 43 43 44 44 45
FINANCIËN Balans Overzicht van lasten en baten Toelichting op het overzicht van lasten en baten Programma Arbeidsmarkt Programma Werkleerbedrijf Programma Inkomen Programma Schuldhulpverlening Programma Overhead Algemene Dekkingsmiddelen Overzicht van geraamde incidentele baten en lasten EMU-saldo BIJLAGE 1: Kerncijfers 2: Financiële bijdragen van gemeenten 3: Lijst van afkortingen
47 48 49 50 51 52 53 54 54 55
56 56 59
2
Managementsamenvatting Begrotingsproces Hierbij ligt de begroting 2024 voor. Conform de wettelijke eis dient deze ultimo april voor het Dagelijks Bestuur aan de gemeenten te worden aangeboden ter zienswijze. Tegelijk actualiseren we ook de begroting 2023, die in april vorig jaar is opgesteld. Veel ontwikkelingen die spelen hebben uiteraard hun doorwerking in 2024 en verder. Daarom is er voor gekozen dit in één document aan te bieden. Daarmee bevat dit document De 1e begrotingswijziging 2023 De primaire begroting 2024 De meerjarenraming 2025-2027
Kadernota en ontwikkelingen Ten opzichte van het vorige document, de primaire begroting 2023 (uit april 2022) is er veel veranderd in de maatschappij: de oorlog in Oekraïne, de energiecrisis en de hoge inflatie. Maar ook het veranderend sentiment ten opzichte van verhouding tussen overheid en burger, waarbij we uitgaan van vertrouwen en de zelfredzaamheid van de burger niet moeten overschatten. Ook komt er meer aandacht voor bestaanszekerheid. Voor grote groepen inwoners staat deze onder druk, ondanks de recente verhoging van het minimumloon en de doorwerking daarvan naar de uitkeringen. De komende periode zullen deze ontwikkelingen ook in gewijzigde wet- en regelgeving gestalte krijgen. Denk aan verruiming van bijverdienmogelijkheden, aanpassing van de wachttijd voor jongeren en (reeds doorgevoerd) aanpassing van de kostendelersnorm. Samen met de gemeenteraden is een nieuwe Kadernota 2023-2026 opgesteld. Deze Kadernota is uitgangspunt geweest voor de begroting 2024 en de wijziging 2023 en wordt hierin verder uitgewerkt. Wat ongewijzigd is gebleven is onze missie en visie, van waaruit we onze maatschappelijke opdracht vervullen
Werkleerbedrijf De terugval in het Werkleerbedrijf in 2022 als gevolg van de internationale ontwikkelingen heeft uiteraard effect op de huidige periode. We gaan onverminderd door met de uitvoering van het implementatieplan. Het herstel in 2023 is beperkt, maar zet in 2024 en verder door, zodat we uiteindelijk in 2027 alsnog ons doel m.b.t. rendementsverbetering zullen halen.
3
Specifiek 2023 Twee onderwerpen zijn specifiek benoemd voor 2023: opnieuw uitbetalen van een energietoeslag en de betaling van leefgeld aan Oekraïense ontheemden. Voor de energietoeslag heeft de VNG al aangegeven dat 2023 het laatste jaar zal zijn dat gemeenten hierbij betrokken zijn, een eventuele tegemoetkoming 2024 zal op andere wijze vormgegeven moeten worden. Voor wat Oekraïne betreft zijn de ontwikkelingen onvoorspelbaar. Hier staan ook specifieke opbrengsten tegenover, voor Orionis budgettair neutraal. Daarom is er vooralsnog voor gekozen om in 2024 en verder hiervoor niets te begroten en de ontwikkelingen af te wachten. Risico’s en onzekerheden De afgelopen jaren hebben wel laten zien dat er grote onzekerheid is. De risico’s zijn divers, de bandbreedtes in financiële gevolgen die daarbij optreden kunnen erg groot zijn en incidenten volgen elkaar soms snel op. Deze begroting moet dan ook niet gezien worden als een spoorboekje voor 2023 en 2024 wat zo afgewikkeld wordt. Beseft moet worden dat er altijd mutaties zullen optreden waarop we moeten inspelen. Middels begrotingswijzigingen zullen deze worden voorgelegd. Onzekerheid is er ook ten aanzien van Rijksvergoedingen. De BUIG-vergoeding is daarin een belangrijke factor. Deze vormt ruim 50% van onze opbrengsten, maar wordt periodiek door het Rijk herzien.
De afgelopen jaren hebben laten zien dat ook daarin grote schommelingen kunnen optreden, tot wel € 2 miljoen per jaar. Financieel Begrotingssaldo In deze versie van de begroting zijn de algemene dekkingsmiddelen nog opgenomen zoals ze in de primaire begroting 2023 zijn vastgesteld, uitsluitend verhoogd met de VZG-index. Op deze manier wordt het effect van alle mutaties in de begroting zichtbaar in het jaarsaldo. In de toelichting op het Overzicht van baten en lasten (pagina 50) is een tabel opgenomen waarin de belangrijkste elementen van het jaarsaldo zijn weergegeven. Grootste posten Bij vaststelling van deze begroting worden de saldi verwerkt in de exploitatiebijdrage en daarmee wordt de begroting dan budgettair neutraal. 1e begrotingswijziging met varianten voor investeren in re-integratie Tegelijkertijd met deze begroting 2024 wordt een 1e begrotingswijziging 2024 voorgelegd. Hierin zijn verschillende varianten van extra investeren in re-integratie beschreven. Vanuit het bestuur en de gemeenten kan gekeken worden wat hierin per gemeente mogelijk is. De varianten zijn beschreven in de vorm van extra kosten (die bestaan uit voornamelijk personele inzet en daarnaast inzet van instrumenten en in de vorm van extra opbrengsten (die bestaan uit minder uitkeringslasten en daarmee een beter BUIG-saldo).
Alle beschreven varianten daarin zijn vanuit financieel perspectief gezien positief. Daarnaast zijn ze vanuit klantperspectief per definitie positief. De positieve aspecten bestaan uit het welzijn van inwoners, vergroting van zelfredzaamheid en ‘levensgeluk’. Verder zijn er positieve aspecten op andere aandachtsgebieden waarvan de opbrengst neerslaat bij gemeenten (zoals leefbaarheid in de
4
wijk, verminderde criminaliteit en vernieling) of waarvan de opbrengst elders neerslaat (minder zorgkosten, minder schuldhulpverlening op termijn). Deze varianten laten ook zien dat bij níet investeren, zoals in de begroting 2024 is opgenomen, een negatief saldo een zekerheid is. Over deze begrotingswijziging vindt aparte besluitvorming plaats. Vlissingen, 20 april 2023 Jeroen Louws voorzitter
Henk Guise algemeen directeur
5
Kadernota 2023-2026 Verwerken Kadernota Door de drie gemeenten is de kadernota Orionis Walcheren 2023-2026 vastgesteld. De kaders zijn gebaseerd op maatschappelijke, economische, politieke en interne ontwikkelingen. Hieronder zijn de vastgestelde kaders weergegeven:
Het beleid en de keuzes in deze begroting zijn gebaseerd op deze kaders. Dit beleid is weergegeven in ons ondernemingsplan 2023-2024. Dit plan is als een huis opgebouwd: Het bevat een fundament, pijlers en een dak en geeft in één overzicht weer wat de prioriteiten zijn in deze begroting.
6
Het fundament van het ondernemingsplan bestaat uit drie onderdelen: Informatie en digitalisering, Mensen als motor van de verandering en Communicatie. Deze worden verder uitgewerkt in het programma Overhead. De pijlers van het ondernemingsplan bestaan ook uit drie onderdelen: Werken naar Vermogen wordt verder uitgewerkt in het programma Arbeidsmarkt. Garanderen (financiële) bestaanszekerheid wordt verder uitgewerkt in de programma’s Inkomen en Schuldhulpverlening. Ontwikkelen in een rendabel Werkleerbedrijf wordt verder uitgewerkt in het programma Werkleerbedrijf. In de programma’s wordt ook de relatie tussen de kaders en deze pijlers aangegeven. In het vervolg van dit hoofdstuk worden beleidsonderdelen toegelicht die Orionis Walcheren-breed van toepassing en dus programma overstijgend zijn. We werken vanuit vertrouwen in de inwoner □
We stimuleren medewerkers meer vanuit vertrouwen te werken. Dat doen we door het inzetten van training, coaching, intervisie en leren van de best practices van anderen. We hebben een eenvoudige dienstverlening zonder drempels
□ □
Gesprekken vinden niet alleen meer op kantoor plaats. We spreken de klant ook op andere, externe, locaties. Er zijn inloopspreekuren op externe locaties, bijvoorbeeld in de ZB en straks bij de Voedselen kledingbank. 7
□ □ □
Naast digitale dienstverlening blijft er altijd een mogelijkheid voor dienstverlening op papier. We vereenvoudigen onze aanvraagformulieren en brieven. Een nieuw zaaksysteem zorgt ervoor dat de klant makkelijker online zaken met ons kan doen en geeft de klant inzicht in de voortgang van de afhandeling van zijn vraag. We hanteren de menselijke maat vanuit het perspectief van de inwoner
□ □
We zijn ons bewust van de stress die bestaansonzekerheid met zich meebrengt. Daarom zorgen we voor snelheid in dienstverlening en wegnemen van bureaucratie. Naast het domein werk en inkomen hebben we aandacht voor alle leefgebieden van de klant. We staan steeds in verbinding met klanten
□ □
We blijven meten hoe onze klanten onze dienstverlening beleven. In een eerste meting in 2022 werd onze dienstverlening beoordeeld met een 7,9. Door nauwe contacten tussen Orionis Walcheren en de Sociale Cliëntenraad Walcheren worden we permanent gevoed met de invalshoek van de klant. We maken onderdeel uit van een brede gemeentelijke ondersteuning voor inwoners
In deze begrotingsperiode zetten we in op een intensievere samenwerking met WMO en wijkteams van gemeenten: □ We sluiten aan bij sociale (wijk)teams van de gemeente Middelburg □ We zetten meer in op integraliteit bij bestaande klanten/casussen in Middelburg en Veere. □ We investeren in het maken van samenwerkingsafspraken tussen Orionis Walcheren en de buurtteams van Vlissingen. □ Implementatie van de wet WAMS1. Deze wet voorkomt een dubbele uitvraag bij de klant. We hebben met gemeenten afgesproken om samen te zorgen voor het succesvol tot stand brengen van goede verbindingen en een intensievere samenwerking. Verschillende dienstverlening per gemeente is mogelijk Op een aantal vlakken is sprake van een verschillende dienstverlening vanuit Orionis Walcheren aan gemeenten: □ Vroegsignalering: Vlissingen neemt basisdiensten voor vroegsignalering. Middelburg en Veere hebben opdracht gegeven voor een uitgebreide vroegsignalering. □ Kinderopvangtoeslagaffaire: Voor Middelburg en Veere bedienen we het steunpunt. Vlissingen doet dit in eigen beheer. □ Inburgering: Vlissingen heeft de re-integratie en de MAP (module arbeid en participatie) bij Orionis Walcheren belegd. Voor Middelburg en Veere voeren de complete inburgering uit. □ Buitendienst: Gemeente Veere heeft onze Buitendienst-afdeling opgenomen in zijn eigen organisatie.
Met de gemeenten Vlissingen en Middelburg hebben we een inkooprelatie. We voeren wel gesprekken om ook voor deze gemeenten naar een volledige integratie over te gaan. 1
Met het wetsvoorstel wordt beoogd knelpunten weg te nemen in relatie tot gegevensuitwisseling en privacy in het sociaal domein bij de aanpak van meervoudige problematiek. Dit ondersteunt dus de samenwerking tussen WMO, wijkteams en Orionis Walcheren.
8
Op dit moment lopen gesprekken met gemeenten om extra te investeren in re-integratie. Zie ook het programma Arbeidsmarkt. Mogelijk ontstaan hier ook verschillen tussen de gemeenten. In de eerste begrotingswijziging 2024 wordt dit verder uitgewerkt.
9
Programma Arbeidsmarkt Het programma Arbeidsmarkt bevat alle re-integratie activiteiten voor bijstandsgerechtigden en gerelateerde groepen. We richten ons op uitstroom naar werk en als dat (nog) niet mogelijk is op participatie. Werk of participatie is om veel redenen waardevol voor inwoners. Daarom heeft iedere bijstandsgerechtigde recht op perspectief. De vraag van de arbeidsmarkt is leidend in re-integratie. Alleen met dit uitgangspunt zijn structurele oplossingen mogelijk voor de huidige mismatch tussen enerzijds de vraag naar arbeid en anderzijds inwoners die aan de kant staan. Activerend re-integratiebeleid is onmisbaar voor iedere bijstandsgerechtigde. Iedere investering hierin heeft altijd een positieve opbrengst. Landelijke onderzoeken wijzen uit dat de re-integratiebudgetten slechts voldoende zijn voor actieve bemiddeling van een derde van alle bijstandsgerechtigden. Dit willen we bereiken door een innovatieve dienstverlening, inzet van het Werkleerbedrijf als re-integratie instrument en arrangementen met werkgevers en branches. Hiermee willen we komende jaren de positieve uitstroomresultaten continueren, waardoor de bijstandsuitgaven passen binnen de Rijksmiddelen. Wat willen we bereiken Product re-integratie
Realisatie 2022
Begroot 2023
Begroot 2023-1
Begroot 2024
Volledige uitstroom naar werk
315
275
275
250
Opbrengsten uit deeltijdwerk
€ 2,0 miljoen
€ 2,2 miljoen
€ 2,2 miljoen
€ 2,2 miljoen
Duurzaamheid uitstroom werk (% na 6 maanden nog uit de uitkering)
93%
75%
75%
75%
Wat gaan we daarvoor doen
We hebben een eenvoudige dienstverlening zonder drempels Wanneer klanten starten met re-integratie werken we volgens het principe van supported employment. Dit betekent dat we werken vanuit één klantmanager die de klant gedurende de volledige re-integratie begeleidt. Dit start met het maken van een coachingsplan zodra de klant in de uitkering komt en loopt door tot en met de jobcoaching wanneer de klant geplaatst is bij een werkgever. Dit geeft houvast voor de klant: Er is een vast contactpersoon bij Orionis Walcheren die zijn/haar situatie volledig kent. We zijn alert op ‘klantkenmerken’ waardoor de klant drempels ervaart. Denk hierbij aan taalvaardigheid en digitale vaardigheid. Daarnaast gaan we de komende beleidsperiode meer aandacht besteden aan het vroegtijdig signaleren van een Licht Verstandelijke Beperking (LVB). Landelijk zijn namelijk indicaties dat 40% van de bijstandsklanten LVB heeft. Door meer inzicht hierin, kunnen we onze dienstverlening hierop aanpassen.
10
We hanteren de menselijke maat vanuit het perspectief van de inwoner Zodra een klant zich meldt voor een uitkering, starten we met de re-integratie. We merken echter dat een grote groep klanten zo veel stress heeft over bestaanszekerheid dat dit een effectieve reintegratie belemmert. Daarom zorgen we snel voor inkomen. Ook brengen we door middel van “bewezen” vragenlijsten de brede leefgebieden van de klant in beeld. Zo kunnen we ook problemen buiten het domein van werk en inkomen signaleren, en hiervoor doorverwijzen naar de juiste professionals. Het (hardnekkige) beeld is dat veel mensen in de bijstand niet willen werken. We zien in de praktijk over het algemeen een andere klant. Een klant die heel graag mee wil doen in de maatschappij om er op deze manier bij te horen. Door vele faalervaringen leidt dit soms tot boosheid en angst. Om deze emoties bespreekbaar te maken gaan we naast de klant staan en gaan we samen aan de slag. Alle klanten in re-integratie starten met een training Inzicht. Deze helpt de klant om zicht te krijgen op reële doelen op de arbeidsmarkt. Tevens is de training gericht op motivatie en zelfvertrouwen. Aan de hand van de uitkomsten van de training, wordt samen met de klant een coachingsplan opgesteld. Voorkomen is beter dan genezen We werken samen met het RBL, de VSO-PRO scholen en Scalda om jongeren2 vroegtijdig in beeld te krijgen.
Samen met het RBL leggen we contact met vroegtijdig schoolverlaters. We begeleiden jongeren van de VSO-PRO scholen al tijdens hun schooltijd ten aanzien van de werkmogelijkheden. En samen met Scalda gaan we de komende beleidsperiode kijken naar schoolverlaters (met of zonder diploma) wat Orionis Walcheren voor hen kan betekenen In het kader van het landelijke ‘Breed Offensief’ worden gemeenten verplicht duidelijkere keuzes te maken inzake de dienstverlening aan nuggers (niet uitkeringsgerechtigden). In dit kader wordt de reintegratieverordening en bijhorende communicatie de komende beleidsperiode aangepast.
We verkleinen de mismatch tussen arbeidsvraag bij werkgevers en arbeidspotentieel De arbeidsmarkt staat te springen om personeel. Toch leidt dit niet automatisch tot meer uitstroom vanuit de bijstand naar werk. De klanten met een korte afstand tot de arbeidsmarkt zijn nagenoeg allemaal aan het werk. En stromen ook niet meer in. De instroom in de bijstand bestaat vooral uit inwoners die voorheen in de andere regelingen zoals SW of Wajong instroomden en een grote afstand tot werk hebben. De meest voorkomende problemen van de klant zijn: Lichamelijke problemen Psychische problemen Verslaving Geen vaste woon- en verblijfplaats Financiële zorgen en schulden 2
Onder jongeren verstaan we inwoners tot en met 26 jaar.
11
Detentie Geen sociaal netwerk Alleenstaande moeders zonder kinderopvang Problemen in de nabije omgeving, zoals geweld, mishandeling, gezinsleden met ernstige problemen. En vaak heeft een klant meerdere problemen tegelijkertijd. Een deel van de klanten in de bijstand is simpelweg niet in staat om te werken door te grote beperkingen. Een ander deel van de klanten kan op termijn (gedeeltelijk) aan het werk. Hiervoor is wel een aanvullende methodiek en instrumentarium nodig. Daarnaast is zowel aan de kant van de klant als aan de kant van de werkgever meer investering nodig. Het duurt langer (gemiddeld 12 maanden) om deze klantgroep te ontwikkelen. Ook bij werkgevers hebben we meer tijd nodig om banen passend te maken en de werkomgeving geschikt te maken voor klanten met bovenstaande problemen. Om die reden hebben we “Werken naar Vermogen” ontwikkeld. Werken naar vermogen bestaat uit zeven elementen, deels gericht op de organisatie-brede klantbenadering en deels specifiek gericht op re-integratie:
De organisatie-brede klantbenadering bestaat uit de volgende drie pijlers: 1. Empathische klantbenadering Vanuit oprechte persoonlijke aandacht wordt gewerkt aan een zo gelijkwaardig mogelijke relatie met de klant, gebaseerd op wederzijds vertrouwen. Hierbij ontstaat verbinding. De aanpak betekent klanten “motiveren” in plaats van “moetiveren”. 2. Toereikend leefbudget Het streven is een toereikend leefbudget voor de inwoner. Dit leidt tot stressverlaging en een groter denk- en doenvermogen bij de klant. En dus meer ruimte om te werken aan ontwikkeling. 3. Holistische aanpak Holistisch betekent de mens als geheel zien. Het totaal van lichaam, geest, emoties en omstandigheden. Klanten zijn aangewezen op Orionis Walcheren voor Werk en Inkomen. Alleen
12
door samen met klanten breder te kijken dan Werk en Inkomen, kunnen duurzame veranderingen worden bereikt. Om samen met klanten stappen te zetten in werk en ontwikkeling wordt re-integratie op de volgende bouwstenen gebaseerd: 4. Klant in Beeld Samen met de klant onderzoeken wie de klant is, wat zijn leer- en ontwikkelings-mogelijkheden zijn, wat de klant kan en wil vanuit zijn kracht en kwaliteiten. 5. Re-integratie op maat Vanwege de groeiende afstand tot de arbeidsmarkt van de doelgroep zijn nieuwe interventies nodig en is een intensievere ondersteuning noodzakelijk. Duidelijk is dat deze intensieve begeleiding langer duurt, meer uren begeleiding vergt en niet altijd slaagt. 6. Aanvullende werkgeversdienstverlening Om uiteindelijk een succesvolle match te kunnen maken tussen klant en werkgever, is ook een aanvullende aanpak richting werkgevers nodig. Deze is nodig omdat huidige klanten een lagere loonwaarde kunnen hebben en klant en werkgever meer begeleiding en instrumentarium nodig hebben bij plaatsing. Ook omdat vacature en klant vaak niet een-op-een passen en job carving noodzakelijk is. 7. Methodisch en resultaatgericht Om klanten daadwerkelijk een stap verder te brengen in hun ontwikkeling is methodisch en resultaatgericht werken een vereiste. We hanteren bewezen effectieve instrumenten en methoden, meten de resultaten en sturen bij.
De contouren van Werken naar Vermogen zijn tijdens de Corona-periode beschreven. In 2022 is deze aanpak opgestart. In 2023 en 2024 zal ingezet worden op borging. Dit betekent voor 2023 en 2024 de volgende acties binnen het programma Arbeidsmarkt: Passende interventies en trajecten voor klanten
Medewerkers ontwikkelen en klanten methodisch plaatsen
Werkplekleren Manier van begeleiden doorontwikkelen Werkleertrajecten inhoudelijk beter aan laten sluiten op huidige klanten Kwaliteit snuffelstages verhogen Verbreden externe werkplekken
Supported employment Opleiden medewerkers Verder implementeren A tot Z klantbegeleiding op gebied van re-integratie Verder implementeren ‘intensieve dienstverlening’ en werken met kleine caseloads Cultuuromslag ondersteunen
13
We bieden werkgevers een passende benadering en instrumenten Aanpassen werkgeversbenadering Meer medewerkers contact met werkgevers. Dit goed organiseren en faciliteren Vergroten arbeidsmarktkennis medewerkers Updaten uitstroomprofielen klanten
Vaarroutes Focus op een goede implementatie van instrumenten die we nu hebben Instrumenten beter inzichtelijk maken door gebruik van landelijke tools ‘Dennis’ en ‘Eva’. Instrumenten en trajecten ‘LVB-proof’ maken
Dashboard Doorontwikkeling Werkstap en Eazy Uitstroom Vaststellen nieuwe KPI’s Een dashboard implementeren wat hierbij aansluit Sturing op KPI’s goed organiseren
Aanbod instrumenten aan werkgevers Evalueren huidige werkgevers-regelingen Onderzoeken welke aanvullende regelingen nodig zijn
Nieuwe werkwijze Uitschrijven in goede werkprocessen Beeldend maken voor klant en medewerker Kernwaarden Orionis beter met elkaar duiden
Implementatie (praktijkroute) LKS Aanpak LKS uitbreiden met praktijkroute Aanpassen aan nieuwe wetgeving Breed Offensief Procesoptimalisatie administratie Werk
Met gemeenten is afgesproken dat zij zich, als inclusief werkgever, extra inspannen om mensen uit de doelgroep in dienst te nemen en SROI (Social Return on Investment) consequent toepassen.
Werken moet lonen Door middel van de volgende stappen gaan we met dit kader aan de slag: 1. We breiden de begeleiding van klanten die (deeltijd) gaan werken uit. Met name ten aanzien van de onzekerheid over de gevolgen voor hun inkomen en toeslagen. Daarnaast zorgen we ervoor dat als een klant onverhoopt weer een beroep moet doen op een uitkering, de klant ervaart dat dit snel en eenvoudig kan. 2. We gaan de huidige wettelijke mogelijkheden beter benutten om klanten, die deels werken en deels een uitkering hebben, financieel te ondersteunen. Dit betreft de volgende inkomensvrijlatingen: a. Eenmalig 6 maanden 25% inkomstenvrijlating voor klanten ouder dan 27 jaar b. Voor klanten met een medische urenbeperking 15% inkomstenvrijlating c. Voor alleenstaande ouders met een kind jonger dan 12 jaar 12,5% inkomstenvrijlating voor een maximale periode van 30 maanden. 3. Per 1 juli komt er een extra wettelijke mogelijkheid voor inkomensvrijlating. Dit betreft klanten met een indicatie baanafspraak. Zij krijgen 15% inkomstenvrijlating. Ook deze mogelijkheid gaan we maximaal inzetten. 4. Als een klant aan het werk gaat moet hij/zij vaak ook kosten maken. Denk aan reiskosten of kosten voor kleding. We komen in deze begrotingsperiode met een voorstel om een breder beleid in te voeren ter vergoeding van deze arbeidskosten.
14
5. Als laatste stap gaan we in 2024 een onbelaste deeltijdpremie invoeren als re-integratie instrument. Dit houdt in dat we voor alle klanten 25% inkomstenvrijlating toepassen. Dit kan wettelijk niet maandelijks uitbetaald worden en zal dus “opgespaard” worden en wordt maximaal twee keer per jaar uitbetaald. De vrijlating is een instrument binnen een intensieve begeleiding van de klant. De deeltijdpremie is complementair aan de bestaande vrijlatingsregelingen en de intensieve begeleiding. De voordelen van deze premie zijn tweeledig. Enerzijds loont hierdoor werken altijd. Anderzijds stimuleert dit het deeltijdwerken, waardoor meer klanten aan het werk gaan en de uitkeringslasten dalen.
Investeren in re-integratie Een Berenschot benchmark heeft uitgewezen dat Orionis 16 fte minder voor re-integratie kan inzetten in vergelijking met andere organisaties. Terwijl de noodzaak tot intensieve re-integratie op Walcheren zeker niet minder is dan landelijk. Investeren in re-integratie heeft op meerdere vlakken voordelen: Het eerste voordeel is een maatschappelijk voordeel: Voor meer mensen zal betaald werk leiden tot een bijdrage in hun welbevinden. Ook wanneer de stap naar betaald werk niet lukt, zal de ontwikkeling in de re-integratie vaak leiden tot minder eenzaamheid en wellicht vrijwilligerswerk. Het tweede voordeel is financieel. De verlaging van uitkeringslasten is groter dan de investering in re-integratie. Een investering van bijvoorbeeld jaarlijks € 500.000 in re-integratie levert minimaal € 1.000.000 op aan lagere uitkeringslasten. Als laatste levert aan het werk zijn ook een besparing op andere domeinen op. Denk bijvoorbeeld aan lagere zorgkosten of minder schuldproblematiek Randvoorwaarde om met werkfit trajecten te starten is dat de klanten goed in beeld zijn en dat bij sommige klantgroepen eerst stappen gezet worden in maatschappelijke deelname, participeren of inzet van nieuwe interventies gericht op leefstijl of versterken van cognitieve vaardigheden.
Aanvullend is met gemeenten afgesproken dat zij middels een politiek lobby bij de arbeidsmarktregio pleiten voor maximale inzet van Zeeuwse middelen in de regio (en dus ook op Walcheren).
We maken onderdeel uit van een brede gemeentelijke ondersteuning voor inwoners Klanten in de re-integratie hebben over het algemeen meerdere problemen. Alleen als deze in samenhang bezien en aangepakt worden kan de re-integratie succesvol zijn. Hiervoor is een intensievere samenwerking met partners uit het sociaal domein nodig. We gaan de komende beleidsperiode de samenwerking met Zeeuwse Gronden, ‘sHeerenloo en Stichting Philadelphia, verder intensiveren. We hebben met gemeenten afgesproken dat zij maximaal inzetten op een intensieve samenwerking tussen WMO en Orionis Walcheren. Zodat we de klanten parallelle zorgtrajecten & re-integratie kunnen aanbieden.
15
Iedere jongere doet mee Uiteraard hebben we aandacht voor iedere klant. Maar jongeren krijgen extra aandacht in de dienstverlening vanuit de gedachte van preventie. Een jongere heeft immers nog een heel leven voor zich. Het is dan goed er vroeg bij te zijn. In dit kader gaat Orionis Walcheren, in samenwerking met Juvent, RBL en de VSO PRO scholen, samen met de jongeren kijken hoe de dienstverlening voor jongeren toegankelijker kan worden en beter kan aansluiten op hun behoefte. Op verzoek van gemeenten kunnen ook middelen ingezet worden om jongeren te laten participeren wanneer zij vanwege hun situatie nog niet in staat zijn om te re-integreren.
We streven naar duurzame oplossingen De afgelopen jaren was het uitgangspunt ‘de korte weg naar werk’. Dit sloot toen goed aan bij de klantgroep die een korte afstand tot de arbeidsmarkt had. Zoals eerder genoemd hebben de meeste klanten nu een grotere afstand tot de arbeidsmarkt. Snel naar werk plaatsen leidt in veel gevallen tot vroegtijdige uitval. Om duurzaam werken te faciliteren moeten extra activiteiten plaatsvinden. Denk aan werkgevers begeleiden, aanvullende instrumenten zoals loonkostensubsidie en de no risk polis. Maar ook de klanten goed voorbereiden op werk, aanpak van meerdere leefgebieden, begeleiding door een jobcoach, ondersteuning bij inkomensgevolgen. Het uitgangspunt voor de komende jaren is gewijzigd in ‘de korte weg naar duurzaam werk’. Ook binnen de re-integratie wordt ingezet op het realiseren van duurzame ontwikkeling bij een klant. Hierbij maken we gebruik van de laatste wetenschappelijke inzichten: We begeleiden klanten ontwikkelgericht op basis van leerdoelen in plaats van prestatiedoelen. We werken met klanten gestructureerd aan hun ontwikkeling (supported employment) We werken gestructureerd aan de intrinsieke motivatie van klanten We versterken waar nodig de cognitieve vaardigheden van klanten volgens de Feuersteinmethode. Wat mag het kosten Re-integratie (bedragen * € 1.000)
realisatie 2022 lasten baten
begroting 2023 lasten baten
Doorbelast pers. en werkinfra extra personele inzet loonkosten WiW/BsW overige re-integratie Bijdrage gemeenten
4.262 968 390 743
4.300 511 490 876
Subtotaal Directe apparaatskosten
6.363 932
6.730 0
6.177 940
6.177 0
653 0
653 0
6.830 940
6.830 0
Totaal product
7.294
6.730
7.117
6.177
653
653
7.770
6.830
Saldo
712 144 57 5.817
-565
287 0 0 5.891
-940
16
1e wijziging lasten baten
123 882 -202 -150
653 0 0 0
0
begroting 2023-1 lasten baten
4.423 1.392 288 726
939 0 0 5.891
-940
Re-integratie (bedragen * € 1.000)
begroting 2024 lasten baten
raming 2025 lasten baten
raming 2026 lasten baten
raming 2027 lasten baten
Doorbelast pers. en werkinfra extra personele inzet loonkosten WiW/BsW overige re-integratie Bijdrage gemeenten
4.569 985 309 634
4.720 1.019 329 602
4.877 1.054 339 585
5.038 1.089 375 567
Subtotaal Directe apparaatskosten
6.498 718
6.498 0
6.669 742
6.669 0
6.854 767
6.854 0
7.070 793
7.070 0
Totaal product
7.216
6.498
7.411
6.669
7.621
6.854
7.863
7.070
Saldo
500
5.998
500
6.169
-718
-742
500
6.354
-767
500
6.570
-793
Alle overheadkosten zijn opgenomen in programma Overhead. Alle kosten die direct toerekenbaar zijn aan een programma worden vervolgens naar dat programma doorbelast. Doorbelasting Dit betreft de doorbelasting van interne kosten bij het Werkleerbedrijf (voor de reintegratietrajecten) en bij Bedrijfsvoering (voor de personele inzet voor re-integratie vanuit reguliere middelen). Extra personele inzet Dit betreft een vast bedrag van € 453.000 extra personele inzet en daarbovenop het beschikbare bedrag vanuit subsidies en overige opbrengsten. Opbrengsten betreffen ESF-subsidies, subsidies die via de arbeidsmarktregio lopen, extra vergoeding vanuit Middelburg/Veere voor begeleiding van Nuggers en vanuit het compensatiepakket Marinierskazerne. Voor 2024 en verder zijn veel posten onzeker, om die reden is het bedrag naar beneden aangepast. Loonkosten WiW/BsW De loonkosten van WiW lopen af in 2026. Voor BsW lopen ze jaarlijks op, wegens het groter worden van de aantallen Beschut Werk. Loonkosten tellen hier voor 30%, het restant van 70% komt ten laste van Loonkostensubsidies onder programma Inkomen. Overig re-integratie Hieronder vallen bijvoorbeeld plaatsingsvergoedingen voor werkgevers, kostenvergoedingen voor klanten, individuele instrumenten, ingekochte adviezen, externe jobcoaching en externe weerkleertrajecten.
Omdat de stijging van de re-integratievergoeding groter is dan de stijging van de kosten ontstaat hier ruimte, die onder “overig re-integratie” is opgenomen. Voor 2024 gaat het om een bedrag van € 280.000, voor 2025 en verder € 500.000 per jaar. 17
Bijdrage gemeenten Gemeenten ontvangen via de algemene uitkering in het gemeentefonds middelen voor de uitvoering van de Participatiewet en middelen voor het minimabeleid. Dit valt in het cluster Participatie. Vanaf 2023 worden het klassieke re-integratiebudget en de participatie middelen voor de nieuwe doelgroepen ‘begeleiding regulier’ en ‘voormalig Wajong’ overgeheveld naar de algemene uitkering in het gemeentefonds. Tevens wordt de verdeling van het cluster Participatie herijkt. De middelen voor uitvoering Participatiewet, minimabeleid, klassieke re-integratie en participatie nieuwe doelgroepen zijn vanaf 2023 daardoor niet meer apart zichtbaar. Met name gemeenten en uitvoeringsorganisaties die de bekostiging willen blijven baseren op de Rijksfinanciering, willen weten hoe deze fictieve budgetten ook in de toekomst berekend kunnen blijven worden. Berenschot heeft hiervoor een model ontwikkeld. Mede ook omdat in de Tweede Kamer een motie is aangenomen waarin is gesteld dat deze budgetten de komende jaren apart zichtbaar moeten blijven. De cijfers uit dit model komen significant hoger uit dan de oude meerjarenraming. Berenschot is hiervoor om een toelichting gevraagd, maar dit is nog in onderzoek. Wellicht is een deel verklaarbaar uit extra gelden vanuit het regeerakkoord.
Maar interessant is ook om te weten of de verwachte stijging meer of minder is dan het landelijk gemiddelde. Omdat hierover nog geen uitsluitsel is hebben we voor de Rijksvergoeding vooralsnog de(lagere) reeks van de bestaande meerjarenraming uit de primaire begroting 2023 aangehouden.
18
Programma Werkleerbedrijf Wij zorgen voor passend beschut en beschermd rendabel werk voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt binnen het Werkleerbedrijf en bij externe opdrachtgevers. Door werk te bieden zorgen we ervoor dat deze groep maatschappelijk participeert. Het Werkleerbedrijf ziet het ontwikkelen van haar SW- en BsW-medewerkers en bijstandsgerechtigden als één van haar hoofdtaken. Dat betekent dat we niet alleen steeds in gesprek zijn met onze medewerkers over ontwikkeling, maar hier ook invulling aan geven door het zoeken naar passend werk. Wij richten ons niet op één werksoort, maar op een ruim palet aan werksoorten zodat de SW-en BsW-medewerkers intern zich kunnen ontwikkelen. Daarbij kan dit ook extern zijn in de vorm van Begeleid Werken of een detachering. Bijstandsgerechtigden stromen in op een passend werkleertraject binnen het Werkleerbedrijf en kunnen daarna via de route trajectbegeleiding en matching worden uitgeplaatst op de arbeidsmarkt. Het Werkleerbedrijf kan meerdere doelgroepen gaan bedienen, zoals arbeidsmatige dagbesteding of bijstandsgerechtigden in een tijdelijke baan. Een belangrijk financieel doel is rendementsverbetering. We werken toe naar een financieel gezond Werkleerbedrijf. Het omslagpunt is het jaar 2021. De eerste stap is om gelijk te komen met de landelijke benchmark, uiterlijk eind 2026.
En daarna een verdere verbetering, totdat Orionis zwarte cijfers schrijft op het onderdeel Werkleerbedrijf. Wat willen we bereiken Product Werkleerbedrijf (WLB)
Realisatie 2022
Begroot 2023
Begroot 2023-1
Begroot 2024
Beschikbaarheid van werkleertrajecten
nvt
150
75
150
% succesvol afgeronde werkleertrajecten
nvt
40 %
40 %
40 %
% intern werkzaam
68 %
59 %
59 %
54 %
Rendementsverbetering per jaar (excl. WSW-saldo)
-/- € 0,59 miljoen
€ 0,36 miljoen
€ 0,05 miljoen
€ 0,77 miljoen
Autonome ontwikkeling
Realisatie 2022
Begroot 2023
Begroot 2023-1
Begroot 2024
Saldo Wsw-lonen en Rijksvergoedingen
€ 1,77 mln negatief
€ 1,67 mln € 1,58 mln € 1,45 mln negatief negatief negatief
Wat gaan we daarvoor doen
Het Werkleerbedrijf heeft een maatschappelijk rendement en is betaalbaar In het implementatieplan ‘Toekomstbestendig Werkleerbedrijf’ is vastgesteld dat het Werkleerbedrijf toekomstbestendig is wanneer het Werkleerbedrijf:
19
Een structureel maatschappelijk rendement heeft voor inwoners die (nog) niet bij een reguliere werkgever kunnen werken. Het maatschappelijk rendement komt tot uiting in enerzijds het bieden van een beschutte werkplek en anderzijds het verzorgen van werkleertrajecten voor bijstandsklanten en andere doelgroepen. Betaalbaar is voor gemeenten. Doelen rondom deze betaalbaarheid zijn uitgewerkt in het implementatieplan.
De volgende acties staan centraal in deze begrotingsperiode: Ontwikkelen SW en Ontwikkeling vindt plaats in eigen functie, naar een andere functie Beschut binnen het Werkleerbedrijf of naar een functie buiten het medewerkers Werkleerbedrijf (detachering of Begeleid Werken) Het aantal gedetacheerden is eind 2026 verdubbeld om ruimte te creëren voor extra “leerstoeltjes” Project in samenwerking met de afdeling Werk: ontwikkelen & detacheren. Werkplekleren als Het Werkleerbedrijf biedt met werkplekleren mensen in de bijstand springplank naar de mogelijkheid om arbeidsritme op te doen en werkervaring op te reguliere bouwen arbeidsmarkt Het aantal bijstandsklanten op een werkleerplek wordt binnen 2 jaar verdubbeld Project in samenwerking met de afdeling Werk: Werkplekleren Het Werkleerbedrijf Het Werkleerbedrijf wordt een tijdelijke werkgever voor mensen, wordt een die ondanks alle begeleiding en interventies nog niet zelfstandig werkgever voor duurzaam op de arbeidsmarkt kunnen functioneren. mensen die nu nog Inzet van LKS en no risk polis in de bijstand zitten Klanten maximaal faciliteren om duurzaam uit te stromen Terugdringen ziekteverzuim
Verbeteren financieel rendement
Verzuimbegeleiding verbeteren door training leidinggevenden, opnieuw invoeren Sociaal Medisch Overleg en aanpassing afspraken met bedrijfsarts en praktijkondersteuner bedrijfsarts Sneller op zoek naar beter passend werk. Sneller beoordelen of SW medewerkers nog in staat zijn om te blijven werken. In die situaties in gesprek met medewerkers gaan over dagbesteding, vervroegd pensioen of uitstroom naar WIA. Verhogen output door lean werken, transformatie verpakken en alle uren en magazijn- en vervoerkosten doorberekenen Verbreden klantenbasis en verhogen omzet door “meer handel”, samenwerking met UWV en meer opdrachten vanuit gemeenten Verlagen kosten door terugdringen van het aantal voertuigen, aanpassen van de infrastructuur en daling van het aantal leidinggevenden als gevolg van een krimpend personeelsbestand Normalisatie van de huisvestings- en ICT kosten en doorbelasten van de interne dienstverlening Gemeenten gaan een kostendekkend tarief betalen voor de inzet van de Buitendienst. 20
Zie voor de details het plan van aanpak met 17 concrete acties, die inmiddels in gang zijn gezet.
Met gemeenten is afgesproken dat zij de volgende acties inzetten: 1. Drie rollen zoals overeengekomen in implementatieplan: Gemeenten als werkgever van SW medewerkers (of bijstand) Gemeenten als opdrachtgever voor het Werkleerbedrijf Gemeenten als inkoper met invulling SROI 2. Het vergoeden van minimaal kostendekkende tarieven voor Buitendienst activiteiten (Veere doet dit al) 3. Meedenken over bestemming vrijkomende hallen en terrein Wat mag het kosten Werkleerbedrijf (bedragen * € 1.000) Werkinfrastructuur Wsw-doelgroep Doorbel. re-integr. Subtotaal Directe apparaatskst. Totaal product
realisatie 2022
begroting 2023
lasten
baten
lasten
baten
lasten
baten
lasten
baten
6.390 15.788 -1.544 20.635
5.012 13.600
6.214 13.177
276
7.082 15.495 -1.558 21.020
5.754 13.913
19.391
706 736 0 1.442
-460 736
18.612
6.376 14.759 -1.558 19.577
459 21.093
0 18.612
463 20.040
0 19.391
0 1.442
0 276
463 21.482
0 19.667
Saldo
-2.481
-649
raming 2025
begroting 2023-1
-1.166
-1.816
lasten
baten
lasten
baten
lasten
baten
lasten
baten
Werkinfrastructuur
6.885
6.325
6.707
6.692
6.503
6.835
6.368
6.735
Wsw-doelgroep Doorbel. re-integr. Subtotaal Directe apparaatskst. Totaal product
15.116 -1.611 20.390
13.671
13.582
20.385
14.381 -1.781 18.968
13.405
20.274
14.513 -1.723 19.294
13.550
19.996
14.741 -1.665 19.783
677 21.067
0 19.996
700 20.483
0 20.274
724 20.018
0 20.385
748 19.716
0 20.140
-1.071
-209
21
raming 2026
19.667
Werkleerbedrijf (bedragen * € 1.000)
Saldo
begroting 2024
1e wijziging
368
raming 2027
20.140
424
Alle overheadkosten zijn opgenomen in programma Overhead. Alle kosten die direct toerekenbaar zijn aan een programma worden vervolgens naar dat programma doorbelast. Saldo onderdelen Werkleerbedrijf (+ = voordelig) (bedragen * € 1.000)
2022
2023-1
2024
2025
2026
2027
Werkinfrastructuur
-1.379
-1.329
-560
-15
332
367
Wsw-doelgroep
-1.767
-1.582
-1.445
-1.159
-963
-976
Wsw Lasten Per januari 2023 is een algemene salarisverhoging doorgevoerd van 1,9% t.o.v. juli 2022 (3,3% t.o.v. januari 2022). Daarnaast heeft de verhoging van het wettelijk minimumloon met 10,15% een extra verhogend effect op de laagste salarisschalen. Voor de jaren 2024 en verder rekenen we met een gemiddelde loonstijging van 3,3% per jaar. Met ingang van 2025 houden we rekening met de afschaffing van het belastingvoordeel Lage Inkomens, een korting van ongeveer 1 ton nadelig. Baten De Rijksvergoeding is gebaseerd op de meest recente Rijkscirculaire: september 2022, verhoogd met een verwachte bijstelling vanwege de gestegen loonkosten 2023. Een bijgestelde Rijksvergoeding zal in de maand mei worden bekendgemaakt. Met ingang van 2024 is de vergoeding gecorrigeerd voor de gemiddelde loonstijging van 3,4% per jaar. Ook de blijfkansen (het dalingspercentage fte’s Wsw) voor de komende jaren zijn op die circulaire gebaseerd. De totale daling over de 5-jaarsperiode 2023-2027 is 36% ten opzichte van de stand eind 2022. Saldo Daarmee blijft het WSW-saldo voor 2023 gelijk aan wat in de primaire begroting is opgenomen. Voor 2024 treedt een nadeel op van € 147.000, voor 2025 daalt dit naar € 12.000 en m.i.v. 2026 slaat dit om in een voordeel ten opzichte van de meerjarenraming uit de begroting 2023.
22
Programma Inkomen Het programma inkomen bevat de inkomensvoorziening voor bijstandsgerechtigden en de verstrekking van bijzondere bijstand en minimaregelingen. Deelnemen aan de maatschappij door werk staat centraal, maar een toereikend leefbudget is een voorwaarde en daarom is een inkomen in de vorm van een uitkering soms (tijdelijk) nodig. Deze uitkeringsverstrekking moet rechtvaardig en rechtmatig: vanuit vertrouwen en maatwerk, maar tegelijkertijd het juiste gebruik van (armoede)regelingen actief stimuleren. De financiële problematiek van de burger kan niet los gezien worden van problematiek op andere leefgebieden. Een natuurlijke en soepel lopende samenwerking met de gemeentelijke toegangen voor het sociaal domein en aanpalende organisaties is daarvoor nodig. Door volop te blijven inzetten op re-integratie hebben we in 2021 een uitkeringsbestand bereikt waarvan de kosten passen binnen de Rijksvergoeding die daarvoor staat. Vanaf 2022 blijft dit een positief saldo. Wat willen we bereiken Product Inkomen
Realisatie 2022
Begroot 2023
Begroot 2023-1
Begroot 2024
De ontwikkeling van het klantenaantal is positiever dan landelijke cijfers
46 nadelig
0
30 nadelig
30 nadelig
Het klantenbestand Participatiewet per ultimo jaar
2789
2890
2759
2864
Saldo uitkeringslasten en Rijksvergoedingen
€ 1,68 mln negatief
€ 0,31 mln overschot
€ 0,28 mln negatief
€ 0,49 mln negatief
Van aanvraag tot afhandeling: alle aanvragen zijn binnen x weken afgehandeld en betaalbaar gesteld
88 % binnen 90 % binnen 90 % binnen 90 % binnen 4 weken 3 weken 3 weken 3 weken
Rechtmatigheid: % onderzoeken wat leidt tot wijziging uitkering
22 %
20-30%
20-30%
20-30%
Wat gaan we daarvoor doen We hebben een eenvoudige dienstverlening zonder drempels In het hoofdstuk Kadernota 2023 - 2026 wordt uitgebreid weergegeven, hoe dit kader Orionis Walcheren-breed wordt ingezet. Voor het programma Inkomen worden aanvullend de volgende activiteiten ontwikkeld: We gaan onderzoeken of we het aanleveren van bankafschriften door de klant verder kunnen vereenvoudigen. We kennen zoveel mogelijk voorzieningen automatisch toe zodat de klant geen aanvraag hoeft te doen. We sturen actief op vereenvoudiging van (eigen of gemeentelijk beleid) om de dienstverlening laagdrempelig te houden. We maken het makkelijker om een bijstandsaanvraag in te dienen. Dit doen we door: 23
We zorgen dat altijd een digitale en papieren aanvraag mogelijk is. Als het de klant zelf niet lukt om de aanvraag in te dienen helpen we de klant hierbij. We benaderen een klant wanneer we zien dat hij wel een aanvraagformulier heeft aangevraagd, maar de aanvraag nog niet heeft ingediend. We zijn het aanvraagproces voor een uitkering aan het aanpassen: We hebben de bewijslast van de klant verminderd. Wanneer een aantal documenten niet zijn aangeleverd bellen we de klant in plaats van het versturen van een brief. We hanteren de menselijke maat vanuit het perspectief van de inwoner
Bij de invulling van dit kader staat het hanteren van de omgekeerde toets centraal: We zoeken naar mogelijkheden om een inwoner gericht te ondersteunen als zijn/haar situatie hier om vraagt. Vervolgens kijken wat dat kost én oplevert. Pas als dit helder is, komt de juridische toets. Dit brengen we als volgt in de praktijk: Uitgangspunt zijn de behoeften van de inwoner. Wanneer een klant bijzondere bijstand aanvraagt, is maatwerk altijd een optie. Hiervoor is vaak samenwerking met andere domeinen noodzakelijk. Zie ook het kader ‘We maken onderdeel uit van een brede gemeentelijke ondersteuning voor inwoners’. Ook bij toepassing van de kostendelersnorm biedt de wet ruimte voor maatwerk. Bij een heronderzoek ligt de focus tot nu toe op een toets op het recht op een uitkering. We verbreden dit nadrukkelijk naar een toets of de klant een toereikend leefbudget heeft. Andere activiteiten zijn: Vanaf 1 januari 2023 is de Participatiewet aangepast. De kostendelersnorm wordt niet meer toegepast voor klanten tot 27 jaar. Dit voorkomt dat kinderen uit huis moeten om te voorkomen dat hun ouders gekort worden op hun uitkering. Snelle en rechtvaardige toepassing van de energietoeslag 2023 Voorkomen is beter dan genezen We willen niet-gebruik van voorzieningen terugdringen. Hiervoor doen we twee activiteiten: We sporen niet-gebruik zo veel mogelijk op.
Dit doen we door geautomatiseerde bestandsvergelijkingen (passend binnen AVG) en door goed klantmanagement. Een mooi voorbeeld bij dit laatste is de afhandeling van de energietoeslag. Diverse klanten die deze aanvraag deden werden gewezen op andere voorzieningen waar hij/zij voor in aanmerking komt. Ook in de beschikking voor de energietoeslag werd de klanten gewezen op andere voorzieningen. Daarnaast bouwen we de “promotie” en PR uit om inwoners zo effectief mogelijk te informeren over mogelijke regelingen en voorzieningen. Dit doen we in eerste instantie door te zorgen dat zo veel mogelijk instanties op Walcheren dit aanbod kennen. Daarnaast gaan we op termijn kijken hoe we inwoners rechtstreeks kunnen bereiken.
24
We maken onderdeel uit van een brede gemeentelijke ondersteuning voor inwoners In de bijstand zijn twee groepen klanten te onderscheiden: 1. Klanten die begeleid kunnen worden naar werk. Orionis Walcheren treedt voor deze klanten als regisseur op en doet een beroep op de andere partijen (WMO en zorgpartijen) ter ondersteuning van de re-integratie. 2. Klanten die gebaat zijn bij maatschappelijke ondersteuning. Deze groep betreft circa 2.000 klanten. De personele bezetting van Orionis Walcheren is toegerust om aanvragen voor het armoedebeleid adequaat af te handelen. Maar niet toereikend om actief met deze klanten contact op te nemen. Voor de tweede groep klanten treden gemeenten op als regisseur en ondersteunt Orionis Walcheren hierin. We gaan de komende periode in overleg met elke gemeente om duidelijk te krijgen hoe zij deze regierol gaan oppakken. Andere activiteiten zijn: Intensievere samenwerking met WMO en wijkteams van gemeenten. Met Middelburg en Veere zijn afspraken hierover gemaakt. Met Vlissingen moet dit nog opgestart te worden. Adviseren van gemeenten ten aanzien van een nieuw armoedebeleid, vanuit onze ervaring wat klanten nodig hebben en welke regelgeving eenvoudig uitvoerbaar is. Iedere jongere doet mee
Bij jongeren zien we ook een veranderende doelgroep met multi problematiek, LVB en een grote hulpvraag. We zien vaak dat jongeren nergens terecht kunnen met deze hulpvraag. We gaan de komende beleidsperiode in overleg met gemeenten en jongeren hoe deze hulpvraag wel opgepakt kan worden. Samenwerking met diverse Walcherse instanties om digitale en fysieke locaties in te richten op plaatsen waar jongeren zich ophouden. Eerst vertrouwen opbouwen en verbinden, dan de route bekend maken om op meer fronten ondersteuning te krijgen. Op scholen, buurthuizen, jeugdhonken en andere plaatsen waar de jeugd gewend is samen te komen zorgen we voor posters en kijken we naar mogelijkheden van “serious games” om de jongeren te laten ervaren hoe het is en hoe het kan zijn om deel te nemen aan de maatschappij en om te kunnen gaan met (financiële) tegenvallers.
Klantenaantal Voor 2023 is een nieuwe klantenprognose gemaakt. De gehanteerde uitgangspunten zijn: Instroom is gebaseerd op 29,0% van de beginstand, op basis van vergelijkbare cijfers 2022 en 2019 (28,8 resp. 29,5). Uitstroom werk is gebaseerd op de opgave van afdeling Werk (280, in primaire begroting stond 275 dus dit getal is gehandhaafd). Uitstroom overig is gebaseerd op 20,2% van de beginstand (gelijk percentage als 2022). Het maandpatroon 2023 is gelijk gehouden aan maandpatroon 2022. Klantaantallen Dit leidt tot de volgende cijfers: 25
PW-uitkeringen Beginstand Instroom 27+ Instroom 27ov. toekenningen Uitstroom Werk Uitstroom overig Eindstand
Jaarnorm 2023 2.789 544 215 50 -275 -563 2.759
Realisatie heel 2022 2.858 544 233 45 -315 -576 2.789
Realisatie heel 2021 2.935 586 303 55 -385 -636 2.858
Realisatie heel 2020 2.902 602 280 65 -280 -634 2.935
Realisatie heel 2019 3.073 582 259 65 -401 -676 2.902
2.782
2.832
2.958
2.942
3.007
Gemiddelde En tot de volgende grafiek:
klantenbestand 2023 PW 2830
2800
2789 2770
2759
2740 1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
doelstelling (1e BW feb 23)
Wat mag het kosten Inkomen
realisatie 2022
begroting 2023
(bedragen * € 1.000)
lasten
baten
lasten
baten
lasten
baten
lasten
baten
Inkomensvoorziening Buig
46.525
46.434
46.408
46.721
5.785
5.190
52.193
51.911
Onderzoekskosten BBZ
40
0
100
0
0
0
100
0
Tozo-regeling
428
428
0
0
350
350
350
350
Energietoeslag
9.271
9.271
0
0
9.400
9.400
9.400
9.400
Leefgeld Oekraïne
1.245
1.245
0
0
1.200
1.200
1.200
1.200
Bijz.bijstand/minimareg.
5.894
5.894
6.164
6.165
0
-1
6.164
6.164
24
0
29
9
0
-9
29
0
Subtotaal
63.427
63.273
52.701
52.895
16.735
16.130
69.436
69.024
Directe apparaatskosten
3.318
0
3.348
0
0
0
3.348
0
Totaal product
66.746
63.273
56.049
52.895
16.735
16.130
72.785
69.024
overig
26
1e wijziging
begroting 2023-1
Saldo
-3.473
-3.155
raming 2025
-606
raming 2026
-3.760
Inkomen
begroting 2024
(bedragen * € 1.000)
lasten
baten
lasten
baten
lasten
baten
lasten
raming 2027 baten
Inkomensvoorziening Buig
54.393
53.906
55.888
55.049
57.510
56.451
59.103
57.903
Onderzoekskosten BBZ
100
0
100
0
100
0
100
0
Tozo-regeling
350
350
350
350
300
300
300
300
Energietoeslag / leefgeld
0
0
0
0
0
0
0
0
Bijz.bijstand/minimareg.
6.373
6.373
6.590
6.590
6.814
6.814
7.046
7.046
30
0
31
0
33
0
34
0
Subtotaal
61.246
60.630
62.959
61.989
64.756
63.565
66.582
65.249
Directe apparaatskosten
3.619
0
3.742
0
3.870
0
4.001
0
Totaal product
64.865
60.630
66.701
61.989
68.626
63.565
70.583
65.249
overig
Saldo
-4.235
-4.713
-5.061
Alle overheadkosten zijn opgenomen in programma Overhead. Alle kosten die direct toerekenbaar zijn aan een programma worden vervolgens naar dat programma doorbelast. Inkomensvoorziening BUIG Dit betreft de bijstandsuitkering PW, de IOAW, IOAZ en BBZ. De lasten 2023 zijn gebaseerd op de meest recente prognose van het klantenaantal, zoals hiervoor is beschreven. Daarbij is rekening gehouden met de verhoging van het wettelijk minimumloon, dit werkt door in de uitkeringslast met een verhoging van 10,15%. De Rijksvergoeding is gebaseerd op de voorlopige vergoeding 2023 zoals deze in september 2022 bekend is gemaakt. Deze vergoeding wordt in september 2023 definitief vastgesteld en kan nog wijzigen. De afgelopen jaren hebben laten zien dat daarin grote schommelingen kunnen optreden, tot wel € 2 miljoen per jaar. Ook de vergoeding is in de begroting opgehoogd met 10,15% effect vanuit de stijging van het minimumloon omdat het Rijk toezegt dit te zullen compenseren. Afgezien van deze verhoging stijgt de vergoeding ten opzichte van 2022 met € 2,08 miljoen. Dit als gevolg van een groter aandeel wat Walcheren ontvangt vanuit het landelijke macrobudget. De ongeveer 70 verdeelkenmerken die bepalen welk deel de gemeente vanuit het macrobudget ontvangt worden eens per jaar geactualiseerd: de waarde daarvan schuift een jaar op.
De waardes hebben een vertraging van 2 of 3 jaar (in september 2022 is voor de Rijksvergoeding van 2023 een actuele stand per ultimo 2021 voorhanden, of soms zelfs 2020). Als het Walcherse aandeel stijgt betekent dit dat de kans op bijstand op Walcheren relatief hoger is geworden ten opzichte van landelijk gemiddeld. En daarom wordt er meer budget verstrekt. Die verhoogde kans was er dus 2 (of 27
-5.334
3) jaar geleden al; immers de waardes van de verdeelkenmerken lopen 2 of 3 jaar achter. De verhoogde bijstand heeft zich in de praktijk al voorgedaan de afgelopen jaren. Het bijbehorende budget wordt nu pas verhoogd. In 2021 en 2022 is de ontwikkeling van het klantenaantal bij Orionis achter gaan lopen bij de landelijke ontwikkeling. Zolang er niet extra geïnvesteerd gaat worden in re-integratie is het de reële verwachting dat dit voortduurt. Voor 2022 ging het om 46 klanten. Voor 2023 en verder rekenen we vooralsnog met tweederde daarvan, 30. Dus per jaar gaan we 30 extra klanten achterlopen op het landelijk gemiddelde. Dit heeft gevolgen voor het saldo BUIG en betekent dat het saldo oploopt tot een tekort van € 1,2 miljoen in 2027.3 Tozo-regeling De terugbetalingsplicht van de verstrekte Tozo-kredieten loopt van juli 2022 tot juli 2028. Ontvangen gelden worden volledig terugbetaald aan het Rijk, voor Orionis dus budgettair neutraal. Het uitstaand saldo begin 2023 bedraagt € 1,73 miljoen. Energietoeslag In 2023 wordt opnieuw een eenmalige energietoeslag uitgekeerd. Definitieve regelgeving volgt medio dit jaar. Naar verwachting zullen de toekenningen licht hoger zijn dan 2022 vanwege nagekomen aanvragen 2022. Deze toekenningen worden volledig door de gemeenten vergoed (vanuit Rijksvergoedingen), voor Orionis dus budgettair neutraal.
Voor 2024 en verder is vooralsnog geen energietoeslag meer voorzien. Leefgeld Oekraïners De situatie met betrekking tot leefgeld voor Oekraïners loopt door in 2023. Wel zijn er per februari 2023 wijzigingen doorgevoerd in de hoogte van de bedragen en in de samenloop met arbeid. Daarmee dalen de lasten per maand. Vooralsnog zijn we uitgegaan van een volledig jaar. Deze toekenningen worden volledig door de gemeenten vergoed (vanuit Rijksvergoedingen), voor Orionis dus budgettair neutraal. Voor 2024 en verder zijn er nog geen bedragen opgenomen gezien de grote onzekerheid hierover. Bijzondere bijstand en Minimabeleid Bij deze posten is er sprake van een open-einde regeling. Iedere aanvrager die recht heeft wordt toegekend. Bij ongewijzigd gemeentelijk beleid zullen de uitgaven ongeveer op eenzelfde niveau liggen als voorgaand jaar, tenzij er meer mensen onder de doelgroep vallen. Vanuit de bijstandspopulatie is dit beperkt. De uitgaven zijn begroot op basis van de werkelijke uitgaven 2022, verhoogd met de VZG index. Belangrijke doelstelling voor de komende begrotingsperiode is garanderen van financiële bestaanszekerheid. Binnen dit programma en binnen het programma Schuldhulpverlening zijn de diverse acties met name daar op gericht. Dit vraagt wel om een extra investering van gemeenten. Dit betreft zowel inkomensondersteuning aan de inwoners als uitvoeringskosten.
Meer inkomensondersteuning is voor 2024 begroot door een groter beroep op minimaregelingen en 3 Bij 46 klanten bedraagt dit € 2,0 miljoen.
28
bijzondere bijstand, vooralsnog is hiervoor de reguliere VZG-index van 3,4% opgenomen, wat cumulatief al tot een redelijke verhoging leidt. De extra uitvoeringskosten zijn voorlopig voor 2024 geraamd op 2,5 fte. Deze kosten zijn opgenomen onder de personele lasten in Programma Overhead. Vooralsnog als personeelsbudget, maar kan op basis van concretere plannen ook op andere kostensoorten worden ingezet. Dekking kan binnen gemeenten gevonden worden vanuit de extra vergoedingen vanuit het Rijk ten aanzien van dit onderwerp.
29
Programma Schuldhulpverlening De afgelopen jaren is de aandacht voor het onderwerp schuldhulpverlening gegroeid. Erkend wordt dat de problematiek groot is. Inwoners met problematische schulden zoeken in veel gevallen pas laat hulp. Met als gevolg dat de problematiek nog groter wordt of verborgen blijft. Terwijl een schuldenvrij bestaan een solide basis vormt om volwaardig mee te doen in de maatschappij. Het programma Schuldhulpverlening bevat alle interventies voor inwoners van Walcheren met financiële zorgen. Met als doel schuldenproblematiek zoveel mogelijk te voorkomen en dat mensen met schuldproblematiek zich als vanzelf tot de juiste instantie wenden. Hierbij moeten ze kunnen rekenen op een rechtvaardige, begripvolle en duurzame oplossing die hen weer perspectief biedt. Daarnaast moeten we onze ambitie in de context van de economische ontwikkelingen plaatsen. Ook constateren wij een toename van schulden onder jeugdige inwoners; zij verdienen extra aandacht. Wat willen we bereiken Realisatie 2022
Begroot 2023
Begroot 2023-1
Begroot 2024
36 % 5%
> 35% < 10%
> 35% < 10%
> 35% < 10%
Maximaal 7 werkdagen tussen de melding en een gesprek met SHV-er
86 %
90%
90%
90%
Percentage geslaagde schuldregelingen
83 %
80%
80%
80%
Aantal extra interventies SHV voor kwetsbare doelgroepen*)
109
150
150
150
Vroegsignalering: % waar we mee in contact komen % wat geen hulp accepteert
*) statushouders, klanten op werkleertraject, jongeren en ondernemers
Wat gaan we daarvoor doen We hanteren de menselijke maat vanuit het perspectief van de inwoner De looptijd van de WSNP (Wet schuldsanering natuurlijke personen) wordt verkort van 36 maanden tot 18 maanden, waarschijnlijk met ingang van januari 2024. De achtergrond hiervan is dat het kabinet inwoners perspectief wil bieden op een toekomst zonder geldzorgen, en daarmee ook de drempel naar schuldhulpverlening toegankelijker maken. De termijn van een Msnp-traject (Minnelijke schuldsanering natuurlijke personen) is in tegenstelling tot de Wsnp geregeld in een onderlinge afspraak tussen schuldhulpverleners en schuldeisers. Belangrijk is dat de doorlooptijden van beide trajecten vergelijkbaar zijn, zodat het geen ‘perverse’ prikkels kent waardoor het ene traject ‘aantrekkelijker’ wordt dan het ander. Het NVVK adviseert om die reden alle leden om ook de looptijd van Msnp te verkorten naar 18 maanden. De verkorting van de looptijd Wsnp en Msnp zorgt ervoor dat inwoners sneller verlost zijn van problematische schulden. Tegelijkertijd is er voor een financieel zorgeloze toekomst meer nodig dan een snellere doorlooptijd van deze trajecten: Door de kortere doorlooptijd wordt de financiële hulpverlening en de begeleiding van de klant intensiever. Preventie en nazorg wordt nóg belangrijker en dit speelt zich buiten de schuldregeling om.
Voor een succesvolle dienstverlening komt nog meer de nadruk op motivatie en 30
gedragsbeïnvloeding te liggen. Om deze wijzigingen vanuit klantperspectief goed door te kunnen voeren worden de volgende acties opgestart: We blijven inwoners stimuleren om hulp te vragen en schuldregelingstrajecten op te starten. En we houden contacten warm met inwoners waarbij dit niet direct lukt. We houden contacten warm met schuldeisers en bereiden hen ook voor op de verkorting van de Wsnp en Msnp. We gaan de invulling van financiële hulpverlening, begeleiding en ondersteuning voor, tijdens én na de periode van schuldregelen herijken. Daarnaast gaan we de komende periode de komende activiteiten ontplooien: De afgelopen jaren hebben we vaker ingezet op het saneringskrediet. Dit middel heeft grote voordelen voor de klant. Om die reden gaan we de komende periode nog meer hierop inzetten. Het uitgangspunt wordt saneringskrediet tenzij.. Verbeteren van de stabilisatiefase: De belangrijkste periode voor de klant is de stabilisatieperiode: zorgen dat de stress van brieven, telefoontjes en deurwaarders weg is en er gewerkt kan worden aan een stabiele financiële situatie. Deze periode is ook geschikt om te verbinden met klanten en mogelijk ook andere dienstverlening en oplossingen uit te werken. We verwachten nog steeds een grotere toeloop voor schuldhulpverlening.
Wanneer we niet tijdig de personele capaciteit kunnen opschalen, zijn we genoodzaakt deze stabilisatiefase te verlengen. Wanneer deze fase kwalitatief goed is, is dit een acceptabel tijdelijk alternatief. Wanneer een klant zich meldt met problematisch schulden is het zaak snel een volledig inzicht in de schulden te krijgen. Hiervoor is het schuldenknooppunt in het leven geroepen. Dit is een publiek-private samenwerking tussen schuldhulpverleners en schuldeisers, gericht op gegevensuitwisseling tussen schuldhulpverleners en schuldeisers makkelijker en sneller. We gaan het gebruik hiervan actief promoten. We staan steeds in verbinding met klanten In het hoofdstuk Kadernota 2023 - 2026 hebben we toegelicht wat de status is van het generieke klant-tevredenheids-onderzoek. De NVVK heeft specifiek voor klanten van de schuldhulpverlening een onderzoek onder onze klanten uitgevoerd. Ze hebben hier zes criteria onderzocht van de zogenaamde NVVK belofte. Deze criteria komen in grote mate overeen met de kaders in onze kadernota. Zo wordt gesproken over werken vanuit vertrouwen en zonder drempels en duidelijkheid. Aan dit onderzoek hebben uiteindelijk 84 klanten meegedaan.