23-010 Bijlage 3. Ingekomen stukken RM
Tekst van het document
Ingekomen stukken Datum brief
13-12-2022
Commissie
Commissie Ruimte
Datum commissie
16 januari 2023
Onderwerp
260, Advies op de Middelburgse Woonagenda
Ingekomen stuk
260. Advies op de Middelburgse Woonagenda
Categorie
Organisatie
Afdeling
Leefomgeving
Afzender
ASD
Advies
Voor kennisgeving aannemen
Raadsvergadering
26 januari 2023
Datum brief
13-12-2022
Commissie
Commissie Ruimte
Datum commissie
16 januari 2023
Onderwerp
259. Nogmaals dringende oproep opnemen burgerinitiatief windmolen St. Laurens in agenda raadsvergadering 15-12-2022
Ingekomen stuk
259. Nogmaals dringende oproep opnemen burgerinitiatief windmolen St. Laurens in agenda raadsvergadering 15-12-2022
Categorie
Inwoner
Afdeling
Leefomgeving
Afzender
Dhr. Tonnaer
Advies
Voor kennisgeving aannemen. Antwoord griffier.
Raadsvergadering
26 januari 2023
Datum brief
08-12-2022
Commissie
Commissie Ruimte
Datum commissie
16 januari 2023
Onderwerp
256. Ledenbrief - Nationale programmas NOVEX Woningbouw Water en Bodem Sturend en Landelijk gebied
Ingekomen stuk
256. Ledenbrief - Nationale programmas NOVEX Woningbouw Water en Bodem Sturend en Landelijk gebied
Categorie
Organisatie
Afdeling
Leefomgeving
Afzender
VNG
Advies
Voor kennisgeving aannemen
Raadsvergadering
26 januari 2023
Datum brief
07-12-2022
Commissie
Commissie Ruimte
Datum commissie
16 januari 2023
Onderwerp
255. De Zon heeft het grootste aandeel in de extra opwarming van de Aarde inleiding
Ingekomen stuk
255. De Zon heeft het grootste aandeel in de extra opwarming van de Aarde - inleiding
Categorie
Organisatie
Afdeling
Leefomgeving
Afzender
Ap Cloosterman - Climategate
Advies
Voor kennisgeving aannemen
Raadsvergadering
26 januari 2023
Bijlagen: 255 Bijlage 1 De Zon heeft het grootste aandeel in de extra opwarming van de Aarde versie 2
Datum brief
24-11-2022
Commissie
Commissie Ruimte
Datum commissie
16 januari 2023
Onderwerp
243. Brief Woongoed reactie op woonvisie 2023-2027
Ingekomen stuk
243. Brief Woongoed reactie op woonvisie 2023-2027
Categorie
Organisatie
Afdeling
Leefomgeving
Afzender
Woongoed
Advies
Voor kennisgeving aannemen
Raadsvergadering
26 januari 2023
Bijlagen: 243 Brief nav reactie Woongoed op woonvisie 2023-2027
Datum brief
22-11-2022
Commissie
Commissie Ruimte
Datum commissie
16 januari 2023
Onderwerp
239. CO2 en methaan - november 2022
Ingekomen stuk
239. CO2 en methaan - november 2022
Categorie
Organisatie
Afdeling
Leefomgeving
Afzender
Ap Cloosterman - Climategate
Advies
Voor kennisgeving aannemen
Raadsvergadering
26 januari 2023
Datum brief
22-11-2022
Commissie
Commissie Ruimte
Datum commissie
16 januari 2023
Onderwerp
238. Nieuwsbrief 22 't Zand november 2022
Ingekomen stuk
238. Nieuwsbrief 22 't Zand november 2022
Categorie
Organisatie
Afdeling
Leefomgeving
Afzender
Woongoed
Advies
Voor kennisgeving aannemen
Raadsvergadering
26 januari 2023
Aan het College van Burgemeester en Wethouders van Middelburg
Middelburg, 5 december 2022
Betreft: advies op de Middelburgse Woonagenda Geacht College, Onderstaand reageren wij op de voorgestelde Middelburgse Woonagenda die gebaseerd is op Woonvisie 2023-2027. Het is goed om te lezen dat deze Woonagenda periodiek terugkomt bij de gemeenteraad zodat bijstelling mogelijk is. En dat de corporaties, de wijkteams en ook wij als adviesraad worden betrokken bij het proces. Aandachtspunten m.b.t. de Middelburgse Woonagenda De Middelburgse Woonagenda is gebaseerd op de onlangs vastgestelde Woonvisie 2023-2027. Er is gekozen om een aantal punten vanuit de Woonvisie nader uit te werken in de Woonagenda. Het gaat in de Woonagenda om de volgende onderwerpen: 1. Woonzorgvisie 2. Beleid studentenhuisvesting 3. Beleid huisvesting arbeidsmigranten 4. Reguleren en stimuleren woningmarkt 5. Nieuwbouwlocaties voor de toekomst en locaties voor sociale woningbouw De genoemde punten zijn uiteraard van belang voor de toekomst van Middelburg. Maar ook andere punten uit de Woonvisie 2023-2027 verdienen volgens ons aandacht zoals verduurzaming (in 2030 gemiddeld energielabel A), huisvesting van bijzondere doelgroepen (waaronder statushouders) en leefbaarheid. Deze punten missen wij in de uitwerkingsagenda van de Woonvisie. Wij adviseren het College deze punten expliciet op te nemen in de Uitvoeringsagenda van de Woonvisie.
Ook de samenwerking met de gemeenten Veere en Vlissingen om te komen tot een regionale Woonvisie missen wij in het document. Algemeen advies m.b.t. de Uitvoeringsagenda van de Woonvisie -
Stel prioriteiten op basis van de knelpunten. Focus bijvoorbeeld bij de behoefte aan sociale huurwoningen en het aanvullen van het tekort aan goedkope huurwoningen op het bouwen van flexwoningen. Pak het praktisch en efficiënt aan: probeer niet als gemeente zelf het wiel uit te vinden, maar kijk en vergelijk met beschikbare nota's van andere gemeenten (bijvoorbeeld bij het opstellen van de Woonzorgvisie).
-
Met betrekking tot de Woonzorgvisie is het van belang om woonzorgcontracten op te stellen samen met de zorgpartijen en de woningcorporaties. Dat zijn huurovereenkomsten waarin de mogelijkheid tot zorg voor de bewoners is opgenomen.
Betrokkenheid bij de Uitvoeringsagenda van de Woonvisie In de Woonagenda en in het bijgaande raadsvoorstel wordt aangegeven dat wij als adviesraad betrokken worden bij het proces. Graag worden wij dan ook vroegtijdig betrokken om mee te denken over de nadere invulling van de voorgenomen acties omtrent de Uitvoeringsagenda van de Woonvisie. Met vriendelijke groet, namens de Adviesraad Sociaal Domein,
A. de Jong Voorzitter
H. Winfield Secretaris
I
,90535 ,-
B.Y. Tonnaer. Noordweg 498 4333 KN Middelburg
IlIIÍ
' z ut.L. 2022
Middelburg, 10-12-2022. Aan: Alle leden van de gemeenteraad Middelburg.
i
foco:
Betreft: Burgerinitiatief windmolen St. Laurens. Geachte leden van de gemeenteraad, Begin augustus 2021 diende wij een burgerinitiatief in om een klein type langzaam-lopende windmolen te plaatsen in onze achtertuin. Met als doel; 1. Mogelijkheden te scheppen voor klimaatvriendelijke educatie, de huidige generatie studenten inspiratie te bieden om kleine schone windenergie te gaan leren gebruiken. 2. Ons huis, in samenspel met zonnepanelen, volledig van energie te voorzien voor de komende 75 jaar. De afgelopen drie jaar heeft de door ons ontworpen en gebouwde windmolen gratis ter beschikking gestaan van o.a. de Hogeschool Zeeland waar er diverse projecten mee uitgevoerd zijn. De uitgebreide rapportage hiervan is reeds in uw bezit. Verder zijn er nog twee grote onderwijsinstellingen die gebruik mogen maken van de molen, mits deze opgesteld mag worden. Daarnaast zijn er plannen om ook alle schooljeugd uit Middelburg uit de groepen 8 van het basisonderwijs, school voor school, uit te nodigen. Om gratis uitleg te krijgen over alternatieve energie, en het kleinschalig gebruik van windenergie. Zij vormen de generatie die de huidige klimaatenergie-economie crisis moeten gaan oplossen. En verdienen minstens een hand hulp in de rug...
Eén en ander, sluit precies aan bij de wens van de gemeente Middelburg om het gebruik van kleine windenergie te verkennen, en er ervaring mee op te doen, om zodoende tot een behoorlijk beleid in deze te komen. In 2019 heeft de gemeenteraad daar een motie over aangenomen. Ook past dit project perfect binnen het gewenste gemeentebeleid van burgerparticipatie. Educatief gezien heeft deze molen haar nut al lang bewezen... Dat heb ik in het vooroverleg met de raadsgriffier ook duidelijk met schriftelijke bewijzen aangetoond. Na het indienen van het burgerinitiatief is er een overleg geweest tussen de raadsgriffier, een ex raadslid van de LPM en mijn persoon, daarbij is vastgesteld en medegedeeld door de griffie dat het burgerinitiatief aan álle gestelde eisen voldoet en in behandeling zou worden genomen. Maar nu het eindelijk door de gemeenteraad behandeld moet worden, komt een week voor die behandeling plotseling naar buiten dat het burgerinitiatief na overleg in het presidium niet meer aan de gestelde eisen voldoet. Nogal vreemde gang van zaken... Onacceptabel en incorrect als je als gemeentebestuur op deze wijze, 420 legale verzoeken naast je neer legt en terzijde schuift. Volgens de griffie zou met name het algemeen belang niet dienen, en alleen een particulier initiatief zijn.
Dat klopt dus niet! In een huidige crisissituatie waarin wij allemaal torenhoge energierekeningen moeten betalen, van het aardgas af moeten en met een overbelast elektriciteitsnet te maken hebben is dit initiatief wel degelijk in het algemeen belang! Bedrijven gaan failliet aan de hoge energiekosten, mensen kunnen hun huizen niet meer verwarmen, het Leger des Heils start met een campagne "warme kamers".... Er moeten op korte termijn meer mogelijkheden komen voor burgers om kleine windenergie te kunnen gebruiken.
-
Kleine windenergie is natuurlijk niet dé oplossing voor deze problematiek, maar levert wél een bijdrage aan. We zullen moeten roeien met de riemen die we hebben en wij proberen op deze manier vanuit een wezenlijke maatschappelijke betrokkenheid onze bijdrage te leveren. Gratis overigens... Alle beetjes helpen toch? Volgens de overheid moet de "knop om". Hoor en zie ik iedere dag op radio en televisie. Dus óók bij de gemeente Middelburg, en de gemeente heeft met dit initiatief een prachtige gelegenheid in handen om dat op gemeentelijk niveau te laten zien door mogelijkheden te scheppen hiervoor. Uw coalitieakkoord heet toch "Een frisse wind"? Op Zeeuws provinciaal niveau wordt kleine windenergie met molens tot een hoogte van 21 meter toegestaan via een zgn. kruimelprocedure. Elders in Nederland ook.... De gemeente Middelburg is één van de weinige gemeenten in Zeeland die hier niet aan mee doet. Hoog tijd voor een mooie inhaalslag! Dat kan héél goed, de ambtenaren van de gemeente hebben mij schriftelijk laten weten dat die wettelijke mogelijkheid er wel degelijk is! En dat het bestemmingsplan hiervoor aangepast kan worden. En ook op welke manier dat kan. Maar het college moet daar haar fiat voor geven. En dáár wringt de schoen.
Middelburg loopt geen enkel risico door bijvoorbeeld in afwachting van het te vormen beleid een tijdelijke proefvergunning af te geven voor een X-aantal jaar om op deze manier ervaringen op te doen. Het kost niets, het levert alleen maar op, voor iedereen een "Win(d)-Win(d) situatie"! Op grond hiervan wil ik u mede namens alle 420 ondertekenaars van het burgerinitiatief nogmaals vriendelijk doch dringend oproepen dit burgerinitiatief op te nemen in de agenda van de komende raadsvergadering van 15-12-2022. Dit als volwaardig burgerinitiatief te bespreken en te behandelen. En tevens het college te adviseren haar mening hierin te herzien, en om de hiervoor benodigde stappen te zetten.
Met vriendelijke groet, getekend:
Aan de leden
Datum
7 december 2022 Kenmerk
TLE/U202200824 Lbr. 22/065 Telefoonnummer
070 373 8393 Bijlage(n)
1
Onderwerp
Ledenbrief Nationale programma's NOVEX, Woningbouw, Water en Bodem Sturend en Landelijk gebied
Geachte leden van college en gemeenteraad, De ruimte in Nederland staat onder druk vanwege de optelsom van vele ontwikkelingen, zoals bevolkingsgroei, klimaatverandering, de energietransitie en economische ontwikkeling. Dat terwijl de draagkracht van de natuur en het water- en bodemsysteem haar grenzen bereikt. Meerdere departementen van het rijk acteren nu door beleidslijnen uit te schrijven over stikstof, landelijk gebied, water en bodem. Dit is gebeurd in een zestal brieven aan de Kamer op vrijdag 25 november. En eerder al presenteerde het rijk een programma Woningbouw en een programma NOVEX. Het rijk legt in deze verschillende beleidslijnen verbindingen tussen thema’s en bekrachtigt te willen werken vanuit regionale gebiedsprocessen. Momenteel worden hierover afspraken gemaakt op landelijk en provinciaal niveau. Deze afspraken hebben impact op lokaal niveau. Dit vraagt inzet van u en van ons. In deze ledenbrief informeren we u daarover. We gaan daarbij in op: 1. wat er gaat gebeuren vanuit de programma’s NOVEX, Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG), Water en Bodem Sturend (WBS), en Woningbouw; 2. de gevolgen voor u als gemeente; 3. de VNG-inzet.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl
U202200824
PROD
Wat gaat er gebeuren? Programma NOVEX en de ruimtelijke inpassing – ministerie BZK (De Jonge) De minister voor VRO zal volgens planning op 9 december 2022 een brief sturen aan gedeputeerde staten van alle provincies met het verzoek om te fungeren als regisseur in het ruimtelijk domein. De komende negen maanden krijgen zij opdracht een proces te organiseren waaraan wordt gerefereerd als ‘het leggen van de ruimtelijke puzzel’. Dit moet leiden tot provinciale ruimtelijke voorstellen die vervolgens worden vastgelegd in een bestuursakkoord tussen rijk en elke provincie (ruimtelijk arrangement). De input voor dit proces wordt inhoudelijk gevuld met de doelen en normeringen vanuit twintig nationale programma's. Deze zijn samengevat in één startpakket per provincie. Samenhangend hiermee wordt in 16 NOVEX-gebieden gewerkt aan ontwikkelperspectieven. NPLG en gebiedsprogramma's – ministerie LNV (Van der Wal) Via het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) wil het rijk opgaven in het landelijk gebied in samenhang oppakken. De provincie maakt een gebiedsprogramma 1.0 dat in juli 2023 gereed moet zijn waarin zij doelen benoemt voor water, klimaat en natuur. Daarin staat hoe ze die doelen gaat bereiken. Voor stikstof kan dat concreter dan voor water en klimaat. De provincie is in de lead en werkt samen met gemeenten, waterschappen en diverse stakeholders.
Meekoppelkansen – denk aan sociale en economische gebiedsbelangen die bijdragen aan brede welvaart – kunnen daarin ook worden opgenomen. Het rijk beoordeelt de programma’s en stelt uiteindelijk doelen per gebied vast. Daarna zal een gebiedsprogramma 2.0 worden gemaakt waarin er meer tijd is voor het gebiedsproces. Water en Bodem Sturend – ministerie IenW (Harbers en Heijnen) In de brief over Water en Bodem Sturend (WBS) wil het rijk via een dertigtal structurerende keuzes water en bodem sturend laten zijn bij ruimtelijke inrichting. Daarbij is het uitgangspunt dat wij ons moeten aanpassen aan wat het water- en bodemsysteem aan kan. Hierin staat ook centraal dat er niet afgewenteld moet worden: niet op de volgende generatie, niet naar andere gebieden/functies, en niet van privaat naar publiek. Dit heeft ook gevolgen voor het beleid van gemeenten en regio's. Inhoudelijk gaat dit over bijv. verhoging van grondwaterpeilen, verstandige locatiekeuzes (niet meer ontwikkelen in diepste delen van diepe polders en uiterwaarden van grote rivieren), afspraken over bodemkwaliteit en regie in de ondergrond. In de regio moet WBS toegepast worden via een “pas toe of leg uit”-constructie, bijvoorbeeld via de gebiedsprocessen. Op nationaal niveau zal dit via een uitvoeringsstrategie “interdepartementaal en met de medeoverheden” ontwikkeld worden.
Het is nog onduidelijk hoe dit proces er precies uit gaat zien. Programma Woningbouw – ministerie BZK (De Jonge) In oktober 2022 zijn voor de periode tot en met 2030 woningbouwafspraken gemaakt tussen de minister voor VRO en provincies, o.b.v. het Programma Woningbouw. Deze programmeringsafspraken worden door provincies, samen met gemeenten, uitgewerkt in regioverband naar 37 regionale woondeals. U bent uitgenodigd om toe te werken naar een tekenmoment met de provincie en de minister voor VRO in de periode van december 2022 tot 1 maart 2023. We adviseren u hierbij rekening te houden met uitvoerbaarheid, waarborgen ten aanzien van randvoorwaarden en de uitgangspunten zoals beschreven in de Kamerbrief Water en
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
2/9
Bodem Sturend. Woondeals kunnen het beste in de context van de ruimtelijke puzzel worden bezien. Kamerbrieven Daarnaast heeft het kabinet op 25 november ook de volgende Kamerbrieven verstuurd: Het ministerie van LNV (mw. Van der Wal) over een aanpak van piekbelasters door middel van een plusregeling voor vrijwillige beëindiging, en het verbeteren en vereenvoudigen van toestemmingsverlening n.a.v. de Porthos uitspraak van de Raad van State (zie brief); Het ministerie van LNV (dhr. Adema) over de toekomst van de landbouw en een brief over het bevorderen van innovatie van emissiearme stalsystemen; Het ministerie van IenW (mw. Heijnen) met een beleidsreactie op het rapport over verbetering effectiviteit emissiearme stallen. In bijlage 1 van deze brief wordt dieper ingegaan op de achtergronden, samenhang en doorwerking van de hiervoor genoemde ontwikkelingen.
Wat betekenen de ontwikkelingen voor u? Bovenstaand overzicht toont dat meerdere departementen apart van elkaar lijnen hebben uitgezet voor verschillende beleidsterreinen. Deze beleidslijnen komen lokaal samen in gebiedsprocessen en moeten hier vertaald worden in een realistische en uitvoerbare aanpak. Uw eigen ruimtelijk beleid en afwegingen zijn cruciale bouwstenen van elk gebiedsproces. We adviseren u om uw beleid proactief in te brengen in de samenwerking uw provincie en/of NOVEX-gebied en hierbij alle benodigde disciplines te betrekken. De VNG adviseert u ook om uw eigen organisatie voor te bereiden op multidisciplinaire samenwerking in gebiedsprocessen, voor zover dit nog niet is opgepakt. Uw betrokkenheid is van belang bij de uitwerking van de nationale programma's, bijvoorbeeld in de woondeals, RES’en, gebiedsprogramma’s voor het landelijk gebied. Daarbij is het goed om er alert op te zijn dat u in gezamenlijkheid met andere overheden zoveel mogelijk zorgt voor een gelijk kennisniveau en gezamenlijke databronnen ten behoeve van besluitvorming. Wij vragen u dus om actief mee te doen in uw eigen regio. Mochten er belemmeringen zijn voor deelname aan het gebiedsproces dan vragen wij u daarover een signaal af te geven bij uw provinciale VNG-afdeling. Zij zullen de signalen verzamelen en delen met de VNG.
Uw praktijksignalen zijn essentieel om op landelijk niveau beleidsbeïnvloeding kracht bij te zetten zodat we komen tot een werkbare en effectieve dagelijkse praktijk. Daarnaast ondernemen wij ook zelf actie om de vinger aan de pols te houden. In het eerste kwartaal van 2023 gaan we met gemeenten van een viertal regio’s in gesprek. Zo horen wij hoe het rijksbeleid bij gemeenten landt, wat de impact is op gemeenten en hoe gemeenten praktisch ondersteund kunnen worden bij hun deelname aan de gebiedsprocessen.
De VNG-inzet De VNG begrijpt de achtergronden van de door het rijk in gang gezette processen. Met name vanwege het erkennen van de noodzaak tot integrale afwegingen van de diversiteit aan
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
3/9
ruimteclaims. Dit hebben we ook onderschreven in ons recente nieuwsbericht over de brieven1: lokale inbreng is noodzakelijk voor ruimtelijke keuzes. De door het rijk gekozen procesroute roept echter de vraag op of het gemeentelijk perspectief adequaat aandacht krijgt. Want zonder gemeenten geen uitvoering. Daarom wil de VNG dat in de processen die worden of al zijn gestart nadrukkelijk de volgende punten een plek krijgen. Werken aan een compleet verhaal Alle keuzes die nu in de nationale programma's worden gemaakt, moeten uiteindelijk landen in de regio. Het betekent dat de ruimte enorm onder druk komt te staan en dat keuzes regionaal gemaakt moeten worden. Gemeenten moeten weten welke besluiten genomen worden en ervan uit kunnen gaan dat dit in samenhang gebeurt. Dit voorkomt dat gemeenten niet nadien met tegenstrijdigheden of verkeerde verwachtingen een (nieuwe) toekomst opbouwen. Samenwerking en betrokkenheid gemeenten De VNG pleit ervoor dat gewerkt wordt als één overheid, waarbij overheden bij de uitvoering naast elkaar staan en elkaar ondersteunen en faciliteren. De VNG vindt het essentieel dat u als gemeenten actief aan de voorkant als volwaardige partner wordt betrokken en dat u met de provincie complementair kunt samenwerken. Gemeenten staan dicht bij hun inwoners en weten wat er leeft en wat zij nodig hebben.
En ze staan aan de lat voor uitvoering van (verder) te ontwikkelen plannen, herbestemming en vergunningverlening. Helderheid en voldoende middelen Gebiedsprocessen liggen nu soms stil in afwachting van helderheid in beleid en beschikbaarheid van financiële middelen. Voor het landelijk gebied komen uit het Transitiefonds pas in 2024 middelen beschikbaar. De VNG maakt zich daarom al geruime tijd hard om voorfinanciering beschikbaar te stellen voor de uitvoering- en proceskosten van gemeenten. Daarnaast heeft de VNG actief ingezet op voldoende capaciteit (mensen en middelen) en kennis om in de regio goed uitwerking te kunnen geven aan de rijksplannen. Kennisdeling Gemeenten moeten op het juiste moment over de juiste kennis en informatie beschikken om een goede invulling te geven aan het aanpakken van de opgaven in de gebiedsprocessen. De VNG faciliteert en stimuleert kennisontwikkeling en -deling met en tussen u als gemeenten, en heeft een aanjaagfunctie op het gebied van kennis en datagedreven werken. De VNG deelt haar kennis onder andere via het VNG forum, thematische webinars en bijeenkomsten van ambtelijke en bestuurlijke netwerken (bijvoorbeeld omtrent het landelijk gebied). Uitvoeringsondersteuning De VNG ondersteunt gemeenten om te komen tot een goede uitvoeringspraktijk door o.a. het opstellen van handreikingen.
We hebben vanuit de VNG, samen met IPO en UvW een handreiking geschreven om provincies op weg te helpen met regionale uitwerking in gebiedsprocessen. Het is belangrijk om te weten wat de precieze impact is van de inhoudelijke plannen op de uitvoeringskracht van gemeenten. Dat kan bijvoorbeeld inzichtelijk gemaakt worden met een gezamenlijke uitvoeringsstrategie, op basis waarvan dan voor alle overheden blijkt of de opgave en uitwerking met elkaar in verhouding zijn.
1 Zie ook ons nieuwsbericht van 8 juli 2022 over het Programma NOVEX.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
4/9
Voor de VNG zijn bovenstaande punten leidend in de aanpakken van de genoemde opgaven. Wij brengen dit in via bestuurlijke en ambtelijke overleggen en consultaties bij wet- en regelgeving. Het samenbrengen van de verschillende opgaven in de gebiedsprocessen zal een ingrijpend proces zijn. We blijven graag nauw met u in contact hierover. De VNG blijft u ook de komende tijd op de hoogte houden van de ontwikkelingen op dit onderwerp. Mocht u daarnaast vragen hebben, neemt u dan vooral contact op met de VNG.
Met vriendelijke groet, Vereniging van Nederlandse Gemeenten
L.K. Geluk Algemeen directeur
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
5/9
Bijlage 1 Programma NOVEX: op weg naar ruimtelijke arrangementen Bij gemeenten komt alles samen. Ambities op verschillende beleidsvelden moeten beschreven worden in een omgevingsvisie en voor de praktische doorwerking worden regels opgesteld in het omgevingsplan. Veel van de opgaven behoeven regionale afstemming. Provincies krijgen de rol om dit te coördineren en knelpunten op te lossen in een provinciaal ruimtelijk voorstel. Dit betreft een proces van analyse, evaluatie en scenariokeuzes voor de toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen in de betreffende provincies. Elke provincie zal hierover met het rijk een bestuursakkoord afsluiten. Dit staat beschreven in het Programma NOVEX (juli 2022). Deze akkoorden kunnen daarna leiden tot o.a. actualisatie van de nationale omgevingsvisie (NOVI), nieuwe of aangepaste nationale ruimtelijke omgevingsprogramma’s en/of aanvullende wet- en regelgeving De processtappen, inhoudelijke afwegingen en doelstellingen voor de ‘ruimtelijke arrangementen’ worden toegelicht in de stukken van de minister van VRO (het programma NOVEX en het nog te publiceren startpakket). Hierin worden kaders geschetst en spelregels gegeven.
De ruimtelijke arrangementen bestaan in ieder geval uit de volgende onderdelen: - Kaartbeelden; - Afspraken over ruimtelijk structurerende keuzes tot en met 2030; - Uitvoeringsafspraken over inzet instrumenten (en middelen); - Afspraken over vervolgonderzoeken. IJkmomenten In het proces zijn door het rijk drie ijkmomenten ingepland waarop met betrokkenen wordt stilgestaan of het proces loopt zoals het is beoogd te lopen. De periodes waarin dit zal plaatsvinden staan in het Startpakket dat 9 december uitkomt. 1. Bij het eerste ijkmoment wordt door rijk en provincies gekeken naar de scope: een gezamenlijk beeld van de opgaven voor de provincie in relatie tot de uitwerking in de nationale programma's. Er kan dan een koppeling gelegd worden met woondeals. 2. In het tweede ijkmoment wordt door hen gekeken naar de kansen en denkrichtingen om deze te ijken met de stand van zaken in de nationale programma's. 3. In het derde ijkmoment is beoogd dat vanuit de hiervoor genoemde denkrichtingen contourvoorstellen op tafel liggen met zicht op het type afspraken voor het ruimtelijk arrangement.
Water en Bodem Sturend Gemeenten merken nu al de gevolgen als we ons niet aanpassen aan het water- en bodemsysteem: stijging van onderhoudskosten van de openbare ruimte, funderingsschade bij woningen van particulieren, onzekerheid over de beschikbaarheid van voldoende drinkwater op de middellange termijn, wateroverlast bij neerslagpieken, etc. Gelukkig zijn er nog genoeg mogelijkheden om de gevolgen van de ontwikkeling van het Water- en bodemsysteem in goede banen te leiden. In de WBS-brief worden een dertigtal structurerende keuzes gemaakt. We lichten er hier een aantal uit die impact hebben op de gemeentelijke praktijk:
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
6/9
•
•
•
•
•
Het kabinet maakt keuzes door te benoemen dat ze wil bouwen op “verstandige locaties”. Dat betekent indirect ook dat er gebieden uitgesloten gaan worden. We kunnen nu nog niet inschatten welke impact dat in de praktijk heeft. De koers van het kabinet is dat er geen bebouwing meer komt in de uiterwaarden voor de gebieden die vallen onder de beleidslijn grote rivieren. Dat heeft consequenties voor de bouwopgave van riviergemeenten. Het kabinet wil met dit programma minder afdekking van de bodem, om meer ruimte te geven aan o.a. het veranderend klimaat. De concept Europese Bodemgezondheidswet koerst hier ook op. Dit heeft gevolgen voor de infrastructuur. Rijk en gemeenten gaan in gesprek over de regierol in de ondergrond. Bij elke gemeente moet de ondergrond meegenomen worden in de integrale afweging bij toekenning van functies in de ruimtelijke ordening. Eveneens wordt bodem en ondergrond meegenomen in de instrumenten van de Omgevingswet. De VNG vindt het belangrijk dat dit vraagstuk serieus wordt aangepakt en pakt hierin haar rol op door met het rijk in gesprek te gaan over de regie op de drukte in de ondergrond. Het kabinet wil toe bewegen naar grondwaterstanden van 20cm tot 40cm onder het maaiveld. Dit moet uitgewerkt worden in de gebiedsprocessen van het NPLG.
Het is ook belangrijk om te kijken naar de doorwerking voor de leefbaarheid voor onze inwoners in de stad en in het landelijk gebied. Dat kan behoorlijke impact hebben. Voor grondwater moet het rijk de verschillende belangen en effecten scherper benoemen.
Belang van een uitvoeringsstrategie Gemeenten concluderen dat voor de structurerende keuzes focus op de uitvoering noodzakelijk is en dan in het bijzonder de samenwerking met medeoverheden. De VNG wil zo snel mogelijk met het ministerie, provincies en waterschappen aan de slag om samen een uitvoeringsstrategie te maken. Wij zien voor ons dat in die uitvoeringsstrategie benoemd wordt welke inzichten nodig zijn om de impact van water en bodem op onze opgaven helder te krijgen. Ook moet er een oplossing komen voor het tekort aan specialisten bij zowel de overheid en de markt. We denken daarbij bijvoorbeeld aan vraagbundeling in de regio, gebruikmaken van elkaars expertise, kantelen van de kennisinstellingen (van nationaal naar deels regionaal). Het gaat om ogenschijnlijk praktische zaken die in de praktijk het verschil kunnen maken tussen een succesvol of een falend gebiedsproces.
Nationaal Programma Landelijk Gebied Een transitie van het landelijk gebied is nodig om te komen tot toekomstbestendige functies. Daarvoor wordt het Nationaal Programma Landelijk Gebied gestart. Het rijk wil de kwaliteit van onze natuur verbeteren, ons watersysteem robuuster en gezonder maken en toewerken naar een klimaatneutraal landelijk gebied. Hiervoor krijgt het landelijk gebied te maken met ingrijpende opgaven voor natuur (waaronder de stikstofaanpak), water en klimaat. Dit is wettelijk vastgelegd in de Wet Stikstofreductie en Natuurverbetering, de Kaderrichtlijn Water en de Klimaatwet. Opgaven in samenhang oppakken De VNG vindt het daarbij van belang dat er voldoende oog is voor ‘brede welvaart’ en sociaaleconomisch perspectief. Dat doet recht aan wat de samenleving nodig heeft en vergroot draagvlak voor het bereiken van doelen uit het Nationaal Programma Landelijk Gebied. Op die manier kan vertrouwen worden hersteld. In het landelijk gebied leven immers vragen zoals: Hoe houden we genoeg voorzieningen, werkgelegenheid en betaalbare woningen in de toekomst voor vooral ouderen en jongeren?
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
7/9
De onrust in de samenleving en vooral in het landelijk gebied van de afgelopen periode is ingrijpend. Het advies van dhr. Remkes – om te luisteren en inhoudelijk te antwoorden – is hierin van waarde en moet naar ons idee worden gevolgd. Tegelijkertijd is het essentieel dat de impact van Water en Bodem Sturend op het landelijk gebied op tijd concreet is. Want het landelijk gebied is ook nodig voor zoetwaterbuffering, opvang van neerslagpieken. En wat te denken van de verziltingsgebieden waarbij nu gedacht wordt dat het nodig is afscheid te nemen van huidig landgebruik. Het is essentieel dat voor die gebieden een uitnodigend sociaal-economisch toekomstperspectief gemaakt kan worden. Het uiteindelijke doel van het NPLG is te komen tot toekomstbestendige functies die gedijen binnen klimaat- en natuurlijke systeemgrenzen (bodem, water), waaronder perspectief voor de agrarische sector. Hiervoor komt een Transitiefonds van € 24,3 miljard beschikbaar per januari 2024. Kenmerken van het programma zijn een integrale gebiedsgerichte en lerende aanpak. Toekomst van de landbouw De heer Remkes heeft in oktober op verzoek van het kabinet een advies uitgebracht naar aanleiding van de onrust in de samenleving die was ontstaan na publicatie van het ‘stikstofkaartje’ als onderdeel van het Nationaal Programma Landelijk Gebied.
Een van de adviezen is om te komen tot een landbouwakkoord waarin perspectief geboden moet worden aan de agrarische sector met betrokkenheid van relevante partijen. In de totstandkoming van het landbouwakkoord moet er plek zijn voor medeoverheden aan de overlegtafel. De vele ontwikkelingen van de afgelopen jaren hebben ervoor gezorgd dat veel ondernemers perspectief voor de toekomst missen. De VNG pleit daarom voor een bedrijfsvoering met perspectief die voldoet aan richtlijnen voor natuur, water en klimaat, maar ook langdurig economisch rendabel is. Hierbij kan innovatie mogelijk ook een rol spelen.
Voortgang integrale aanpak landelijk gebied en opvolging uitspraak Raad van State over Porthos (stikstofbeleid) Minister Van der Wal schets in deze brief de aanpak voor reductie van stikstofuitstoot (middels een beëindigingsregeling voor piekbelasters) en het verbeteren en vereenvoudigen van toestemmingsverlening. Dit laatste naar aanleiding van het schrappen van de bouwvrijstelling door de Porthos-uitspraak van de Raad van State op 2 nov jl.. De VNG heeft breed opgehaald bij gemeenten en omgevingsdiensten wat de impact van het schrappen van de bouwvrijstelling is op toestemmingsverlening en wat gemeenten nodig hebben om verder te kunnen. Gemeenten verwachten dat het vervallen van de bouwvrijstelling gaat leiden tot vertraging van bouwprojecten door vertraging in verlenen van vergunningen en opstellen en aanpassen van bestemmingsplannen. De VNG heeft eerder gecommuniceerd dat gemeenten behoefte hebben aan stabiele wetgeving die juridisch houdbaar en goed uitvoerbaar is, en aan goede afstemming tussen overheden over beschikbare grond en stikstofruimte. En gemeenten willen vertraging door stikstofberekeningen voorkomen. Kengetallen voor stikstof uitstoot van bouwprojecten zijn daarbij behulpzaam, als ook een beter beschikbare AERIUS-calculator. Daarnaast is er behoefte aan het delen van kennis met gemeenten en het goed organiseren van beschikbare capaciteit voor het uitvoeren van
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
8/9
stikstofberekeningen en beoordelen van vergunningen. Daarbij helpt het gemeenten als emissieloos bouwen verder wordt gestimuleerd. De VNG heeft de belangen van gemeenten zowel ambtelijk als bestuurlijk ingebracht bij ministeries LNV, BZK, IenW en EZK. Wat de VNG nu nog niet terugziet in de brief maar waar zij wel voor blijft pleiten is het goed organiseren van capaciteit en het delen van kennis met gemeenten. Voor dit laatste zet de VNG zich ook zelf in, samen met provincies en andere relevante stakeholders.
Programma Woningbouw en woondeals Samen met provincies werkt iedere gemeente toe naar een woondeal in één van de 37 regio’s. Als hulpmiddel bij het opstellen van de woondeals is door BZK, in samenwerking met de kopgroep regionale woondeals bestaande uit provincies en gemeenten, een woondealformat gemaakt. Het format dient als basis voor de op te stellen regionale woondeals en biedt ruimte voor maatwerk per regio. Ook is dit najaar een specifieke uitkering verstrekt, waarin elke provincie een financiële bijdrage krijgt voor het opstellen en uitvoeren van woondeals. De betrokkenheid van marktpartijen en corporaties wordt in de regionale woondeal nader geconcretiseerd. Dat kan via een ondertekenen/steunverklaring door woningcorporaties en een steunverklaring door bouwende partijen. Daarmee spreken partijen commitment uit, maar leggen ze zich niet vast op een concrete afspraak. De haalbaarheid van afspraken komt hiermee wel duidelijker in beeld. Wij vinden het daarbij vanzelfsprekend dat u rekening houdt met de uitgangspunten zoals beschreven in de Kamerbrief Water en Bodem Sturend.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
9/9
Het is belangrijk om kennis te nemen van bijgaand artikel met als inleiding: Al ruim 15 jaar schrijf ik artikelen over kosmologie en klimaatverandering, waarvan de laatste 7 jaar ruim 100 artikelen voor Climategate.nl. De artikelen stuur ik naar zo’n 300 volgers en verder naar de 90 verschillende griffiers van Nederlandse gemeenten, leden van de Provinciale Staten, de fractievoorzitters van de Eerste en Tweede Kamer, RES-organisaties en soms ook naar de universiteiten van Delft, Wageningen en Eindhoven. Van een aantal volgers krijg ik reacties. Gezien mijn sceptische standpunten krijg ik, zelfs na een verzoek om een reactie, geen enkel commentaar van de overig genoemde instanties. Als het gaat om moeilijke onderwerpen zoals de opwarming van de Aarde en daarmee klimaatverandering dient de Overheid en de Wetenschap gebruik te maken van hoor en wederhoor: Het beginsel van hoor en wederhoor is van groot belang en wel: Voor de volledigheid en juistheid van feiten en opvattingen en de beoordeling daarvan. Dit geldt ook voor alternatieve opvattingen. Niets van dit alles! Dit is de reden, dat ik onderstaand artikel zo duidelijk en eenvoudig mogelijk heb geschreven, opdat de leek op het gebied van klimaatverandering inzicht krijgt in andere en steekhoudende opvattingen.
Vriendelijk verzoek om dit artikel op uw agenda te zetten, zodat B@W en gemeenteraadsleden hiervan kennis kunnen nemen. Hartelijk dank en een vriendelijke groet Ing. Ap J.H.G. Cloosterman
Ap J.H.G. Cloosterman
1 december 2022
De Zon heeft het grootste aandeel in de extra opwarming van de Aarde. Door: Ap Cloosterman
Inleiding Al ruim 15 jaar schrijf ik artikelen over kosmologie en klimaatverandering, waarvan de laatste 7 jaar ruim 100 artikelen voor Climategate.nl. De artikelen stuur ik naar zo’n 300 volgers en verder naar de 90 verschillende griffiers van Nederlandse gemeenten, leden van de Provinciale Staten, de fractievoorzitters van de Eerste en Tweede Kamer, RES-organisaties en soms ook naar de universiteiten van Delft, Wageningen en Eindhoven. Van een aantal volgers krijg ik reacties. Gezien mijn sceptische standpunten krijg ik, zelfs na een verzoek om een reactie, geen enkel commentaar van de overig genoemde instanties. Als het gaat om moeilijke onderwerpen zoals de opwarming van de Aarde en daarmee klimaatverandering dient de Overheid en de Wetenschap gebruik te maken van hoor en wederhoor: Het beginsel van hoor en wederhoor is van groot belang en wel: Voor de volledigheid en juistheid van feiten en opvattingen en de beoordeling daarvan. Dit geldt ook voor alternatieve opvattingen. Niets van dit alles! Dit is de reden, dat ik onderstaand artikel zo duidelijk en eenvoudig mogelijk heb geschreven, opdat de leek op het gebied van klimaatverandering inzicht krijgt in andere en steekhoudende opvattingen.
Pagina 1 van 12
Ap J.H.G. Cloosterman
1 december 2022
Het artikel In mijn laatste artikel (zie: literatuurbron 1) is beschreven, dat de rol van methaan in de opwarming van de Aarde nauwelijks van betekenis is en dat de huidige invloed van CO2 verwaarloosbaar klein is geworden. In onderstaande tabel is aangegeven welke klimaatbepalende factoren er een rol kunnen spelen bij de extra opwarming van de Aarde.
Paul Scheffers
versie december 2022
In dit artikel gaan we verder in op de rol van de Zon. Allereerst de betekenis van TSI: Totale zonnestraling (TSI = Total Solar Irradiance) is een maat voor het zonnevermogen over alle golflengten per oppervlakte-eenheid die invalt op de bovenste atmosfeer van de Aarde. Het IPCC veronderstelt dat er maar weinig invloed van de Zon is op variaties in het klimaat, doordat ze uitgaat van onderzoeken die slechts een kleine variatie in de TSI laten zien. Zij stellen dat de stralingsforcering (RF) van de Zon (het verschil tussen de invallende energie van de zon en de energie van de straling die door de Aarde naar de ruimte wordt uitgezonden) vanaf 1850 vrij constant is geweest. Op basis hiervan concluderen zij dat de opwarming van de laatste decennia veroorzaakt is door de toename van de broeikasgassen in de atmosfeer, in het bijzonder CO₂. Een andere tegenstrijdige verklaring: Pagina 2 van 12
Ap J.H.G. Cloosterman
1 december 2022
rgens een vorm aan geven met beh lp van een mal.
figuur 1
De verticale as geeft de temperatuurverschillen aan t.o.v. de gemiddelde temperatuur over 30 jaar, te weten 1961 – 1990. Op basis van de gegevens uit bovenstaande grafiek komen we tot de conclusie dat de invloed van CO2 klein is, veel kleiner dan waar het IPCC mee rekent: We kunnen namelijk in deze grafiek aflezen, dat de invloed van de Zon op de opwarming van de Aarde vanaf 1880 tot heden zo’n 0,8⁰ C is geweest. En als dan het overige deel van de totale opwarming veroorzaakt zou zijn door CO2, dan kan dit hoogstens 1,2 – 0,8 = 0,4⁰ C geweest. (1,2⁰C is de totale opwarming van de Aarde sinds 1850) CO2 is dus niet de grote boosdoener, zoals klimaatalarmisten beweren. Het is dus onjuist om de natuurrampen, die het gevolg zijn van de opwarming, om die volledig toe te schrijven aan CO2. Vanaf 1970 zien we de TSI (d.w.z. onder invloed van de Zon) weer toenemen waarbij de aardse temperatuur met 0,8⁰ C is toegenomen. Vanaf 1948 tot 1970 heeft er door een verlaging van de TSI een gemiddelde afkoeling plaats gevonden van 0,7⁰ C. Ik herinner mij de koude winters in de jaren ‘50 en ’60 (de periode waarin de TSI daalde) en waarin toen volop geschaatst kon worden en ook herinner ik mij, dat ik heb “gewandeld” op de dichtgevroren Waal bij Nijmegen in 1947.
Pagina 3 van 12
Ap J.H.G. Cloosterman
1 december 2022
De bevroren Waal bij Nijmegen Figuur 2
Ik verwacht niet, dat deze weersomstandigheden nog zullen terugkeren en dat is maar goed ook, want de energietransitie zou dan op een nog grotere ramp uitdraaien. Zie ook: CLINTEL-lezing William Happer in Amsterdam - Climategate Klimaat en voor de experts satco2paper.pdf (principia-scientific.com) De druk op rijke landen om hun verantwoordelijkheid te nemen groeit. Premier Mark Rutte sprak tijdens COP 27 van “een heel gevoelige disc ssie”. Tegelijkertijd zei hij te vrezen voor een “stapeling” van verantwoordelijkheden, als er zowel geld moet naar het internationale klimaatfonds ten bedrage van 100 miljard dollar per jaar, zoals al jaren geleden werd afgesproken en als er geld moet worden opgehoest voor het schadeherstel in arme landen. De eis van schadevergoeding door de ontwikkelingslanden lijkt mij zwaar overdreven. Dat betekent niet, dat het rijke Westen de getroffen bevolking financieel om humanitaire redenen niet zou moeten bijstaan! Maar van grove schuld is geen sprake. Het ook onzin om van het schone aardgas (behalve dan Russisch gas) afscheid te nemen. Olie, kolen en houtpellets zijn vooral schuldig, vanwege de milieuverontreinigingen die bij winning, raffinage en uitstoot door verbranding (stookolie en houtsnippers) het gevolg zijn.
Het verbranden in elektriciteitscentrales van houtsnippers wordt in Nederland nog volop toegepast: Bewoners en natuurbeschermers in het zuiden van de Verenigde Staten Pagina 4 van 12
Ap J.H.G. Cloosterman
1 december 2022
zijn woedend op de Nederlandse regering. Ze stellen dat onze miljardensubsidies voor biomassa de Amerikaanse natuur slopen en inwoners ziek maken. Zie literatuurbron 3.
Figuur 3
Er is geen sprake van een eenduidig beleid! De onderstaande twee grafieken geven een beeld van het aantal zonneuren in Nederland.
Pagina 5 van 12
Ap J.H.G. Cloosterman
1 december 2022
een enkel ander jaar telde van 1 jan ari tot en met september zoveel zon ren als dit jaar. e voorsprong op recordjaar 2003 is bijna 150 r. e kans is dan ook groot dat 2022 het zonnigste jaar ooit gemeten wordt .
figuur 4
figuur 5
De grotere hoeveelheid zonneschijn is grotendeels te wijten aan een verbeterde luchtkwaliteit. Wanneer er veel kleine deeltjes, zoals roet of as in de lucht zweven, kunnen bewolking en mist gemakkelijker ontstaan. Het zijn deze drie factoren, die voor meer terugkaatsing van zonlicht zorgen en er dus minder warmte op Aarde terechtkomt. Vroeger kwam het regelmatig voor dat in het najaar door mist de Zon niet scheen. Zie literatuurbron 5. Minder zonneschijn betekent minder opwarming!
Pagina 6 van 12
Ap J.H.G. Cloosterman
1 december 2022
In het algemeen zal er sprake zijn van steeds meer neerslag omdat er door de temperatuurverhoging meer verdamping plaatsvindt en er dus meer vocht in de lucht terecht komt. Een stijging van 1⁰ C betekent 7 procent meer vocht. Gevolg: Uit buien valt er nu gemiddeld in korte tijd meer water, zodat er sprake kan zijn van een enorme lokale overlast. Als de Zon langer schijnt, bijvoorbeeld twee keer zoveel, dan ontstaat er ook twee keer zoveel verdamping. 1⁰ C stijging betekent bovendien 2% extra verdamping. Doordat de temperatuur hoger is, is er meer zonneschijn door weinig bewolking en is er dus ook weinig of geen regen maar juist wel veel verdamping. Die droogte komt deels voort uit het verschuiven van de straalstromen in de hoge atmosfeer. Er ontstaan zo makkelijker lange periodes van hoge druk in West-Europa. Zo ook in de afgelopen zomer, met weinig neerslag. Door de lage druk in het Middellandse Zeegebied komt die mediterrane hete lucht naar ons toe, met als gevolg een snel oplopend neerslagtekort. De druilerige zachte winters in Nederland gaan daarentegen steeds meer lijken op het weer in de regio Nantes-Bordeaux in Zuidwest-Frankrijk, schetst Peter Siegmund van het KNMI. “Het is er relatief nat, vochtig en warm. Onze lentes hebben steeds vaker het karakter van het weer in het Zuid-Franse Nice van vijftig jaar geleden: relatief warme, soms droge voorjaarsperiodes.
Samengevoegd met de verzengende zomers, wonen en werken we als Nederlanders klimatologisch dus eigenlijk in Frankrijk. Het beeld dat het Nederlandse klimaat verschuift is daarmee bevestigd. De voorspellingen die in de jaren tachtig al zijn gedaan”, komen volgens Peter Siegmund nu uit. Zie literatuurbron 6.
Dr. Ir. Peter Siegmund is natuurkundige en heeft 30 jaar ervaring als onderzoeker bij het KNMI op het gebied van klimaat en klimaatverandering.
Als het klimaat “versch ift” of zoals nu is gebleken en het dus warmer wordt, dan zou dat terug te vinden moeten zijn in: 1. Een verandering van de schuine stand van de Aarde; 2. Een hogere activiteit van de Zon. Schuine stand van de Aarde: Obliquiteit Pagina 7 van 12
Ap J.H.G. Cloosterman
1 december 2022
figuur 6
De aardas valt niet samen met de ecliptica (evenaar van de Zon) maar vormt hiermee een hoek van 22⁰ tot 2 ,5⁰ met een periodiciteit van 41.000 jaar. Deze hoek kan veranderen waardoor de inval van het zonlicht op Aarde plaatselijk kan toenemen of afnemen. e verschillen in deze hoek ontstaan doordat de landmassa’s verschuiven en ruimtelijk bezien niet gelijkmatig verdeeld zijn over de Aarde. De Aarde heeft op dit moment een obliquiteit van 23,45° en die neemt iets af. Het gevolg voor Nederland van de hoekverkleining is, dat het noordelijk deel van de Aarde zich wat verder afbuigt van de Zon en dus minder warmte ontvangt in de zomer en wat meer warmte in de winter. Zie figuur 7. Als de hoek kleiner wordt, dan wordt de aardas en daarmee de aardbol naar rechts getrokken en komt er meer zonnewarmte op het z idelijk halfrond.
figuur 7
In een recent artikel in het International Journal of Climatology (Hoogeveen & Hoogeveen, 2022) komen zoon Jippe en vader Han Hoogeveen met een statistische analyse tot de opmerkelijke conclusie dat de opwarming in ons eigen land volledig wordt veroorzaakt door meer zuidelijke en zuidwestelijke windrichtingen, waardoor er een Pagina 8 van 12
Ap J.H.G. Cloosterman
1 december 2022
warmteoverdracht naar het noorden plaatsvindt. Bovendien stellen ze expliciet dat CO2 “d s” niet de oorzaak van onze opwarming is. 1. Hogere activiteit van de Zon De Zon bestaat inwendig uit een kern met daar omheen 3 lagen: de Fotosfeer, de Chromosfeer en de buitenste laag de Corona met een temperatuur van 2 miljoen graden Kelvin (K). (0°C = 273°K 1°C = 274°K 0°K =-273°C) De Corona is miljoenen km dik en is zeer ijl. Op de Zon vinden veel nog nauwelijks begrepen verschijnselen plaats. In het inwendige van de Zon vinden kernfusie processen plaats waarbij Waterstof wordt omgezet in Helium. Bij dit proces komt een gigantische hoeveelheid warmte vrij, waardoor het in het inwendige van de Zon 15 miljoen graden K heet is. Op een diepte van 1000 tot 7000 km in het inwendige van de Zon komen straalstromen voor. Deze ontstaan op de polen van de Zon en verplaatsen zich in de richting van de zonne-equator (Ecliptica). Op het moment dat deze straalstromen de lengtegraad van 22⁰ bereiken, ontstaan zonnevlekken.
Op de omcirkelde locatie doemt een nie we en mogelijk grote zonnevlek op. O
ran les 1000 km doorsnede onkere kern mbra 300 itenrand per mbra 5000
figuur 8
Op een gegeven moment exploderen deze zonnevlekken en ontstaan protuberansen. Dit zijn gaswolken die de lussen van de magnetische veldlijnen volgen. De zogenoemde "rustige" protuberansen kunnen dagen tot zelfs weken duren, en zo'n 40.000 kilometer boven het oppervlak uitsteken. Zonnevlammen zijn nog veel krachtiger dan de protuberansen. Daarbij Pagina 9 van 12
Ap J.H.G. Cloosterman
1 december 2022
wordt ook geladen plasma-materiaal van de Zon weggeslingerd. De uitbarsting van een zonnevlam duurt slechts enkele minuten. Er komt een heet plasma vrij met een temperatuur van circa 50 miljoen graden. Zie literatuurbron 7.
figuur 9
De verticale as geeft het aantal zonnevlekken weer. Aan de onderkant van de grafiek vindt u een grafisch overzicht aan van het aantal jaarlijkse zonnevlekken vanaf 1750. Het aantal zonnevlekken is een maat voor de activiteit van de Zon, zo wordt althans beweerd: Hoe meer zonnevlekken, hoe actiever de Zon. De Zon heeft gemiddeld eens per 11 jaar een actieve periode (dus veel zonnevlekken). Na een minimum in 2020 zien we nu het aantal zonnevlekken weer toenemen, maar veel minder dan in de twee voorafgaande periodes. Zie literatuurbron 8 en figuur 8. Ondanks de dalende trend in zonnevlekken is er toch sprake van opwarming, zoals in onderstaande grafiek (figuur 10) duidelijk is te zien. Hier speelt de richting van de vlam een belangrijke rol. Als de vlam op de Aarde is gericht dan zal dit effect hebben op de hoeveelheid warmte die de Aarde bereikt. En dan kan het zo maar zijn, dat, ook al is het totaal aan zonnevlekken minder er toch meer vlammen zijn, die op de Aarde gericht zijn. Zie figuur 11.
Pagina 10 van 12
Ap J.H.G. Cloosterman
1 december 2022
figuur 10
Zie literatuurbron 9.
figuur 11
Ik doe hierbij een boude uitspraak: Het zijn niet specifiek de totale aantallen zonnevlekken die invloed hebben op de warmtebalans van de Aarde, maar het gaat om het aantal protuberansen en zonnevlammen, die op de Aarde gericht zijn.
Pagina 11 van 12
Ap J.H.G. Cloosterman
1 december 2022
Het zijn natuurlijke invloeden waar de mens totaal geen vat op heeft. Samenvatting en conclusies 1. Noch CO2 noch CH4 spelen nauwelijks een rol als veroorzakers van de opwarming van de Aarde. 2. In Nederland, maar ook in België en Frankrijk is er vanaf 2000 een toename qua zonneschijn. De Zon vormt dus een belangrijke rol in de extra opwarming van de Aarde. 3. Een belangrijk aspect is, dat door voornamelijk zuid en zuidwesten winden veel meer warmte naar het noorden wordt getransporteerd. 4. De vergoeding (100 miljard dollar per jaar), die ontwikkelingslanden van het Westen eisen op grond van de gedane CO2-emissies is verre van terecht. Immers CO2 is niet de belangrijkste oorzaak en meer CO2 werkt nauwelijks meer als broeikasgas. Ontwikkelingslanden veroorzaken zelf klimaatschade door het kappen van bossen, ongezuiverde uitlaatgassen van motorisch verkeer en industrie, enorme uitbreiding van steden en verontreinigen van het milieu. Bovendien is het maar zeer de vraag of subsidies wel op de juiste adressen terecht komen. De straatarme bevolking zal van deze schenkingen nauwelijks profiteren. 5. De energietransitie dreigt een grote flop te worden. Aardgas is een schone brandstof en de uitstoot van CO2 heeft geen effect meer. Dus: doorgaan met aardgas voor huishoudens en elektriciteitscentrales. 6.
Energietransitie met kerncentrales vormen de oplossing, maar met name de politieke partijen als D66, Groen Links, SP, CU, PvdA en PvdD met in totaal 61 zetels in de Tweede Kamer zijn de remmende en treuzelende factoren in deze omschakeling en zijn dus verantwoordelijk voor de huidige en toekomstige falende energievoorziening. De politiek en de door hen ingestelde adviescolleges luisteren slecht naar de signalen uit de samenleving en men dramt door op hun eigen kortzichtige waanideeën. 7. Het is niet het totaal aan zonnevlekken dat van invloed is op de warmtetoevoer naar de Aarde maar het gaat met name om de zonnevlekken waarvan de protuberansen en zonnevlammen op de Aarde gericht zijn. Literatuurbronnen 1. CO2-reductie heeft nog maar weinig effect, maar hoe zit het met methaan? Climategate Klimaat
2. De invloed van de zon op de opwarming van de aarde (klimaatfeiten.nl)
Pagina 12 van 12
Ap J.H.G. Cloosterman
1 december 2022
3. Boze Amerikanen: Nederlandse subsidies voor biomassa maken onze natuur kapot | Buitenland | AD.nl
4. Nu al meer zon in Nederland in 2022 dan normaal in een heel jaar (biojournaal.nl) 5. 2018 is zonnigste jaar ooit gemeten | Weerplaza.nl 6. Klimaatzones schuiven op, boeren en tuinders passen zich aan - Nieuwe Oogst 7. Zonnevlammen en plasmawolken, wat zijn ze en wat kunnen ze aanrichten? | VRT NWS: nieuws
8. Voortgang van de zonnecyclus | NOAA / NWS Ruimteweer voorspelling centrum 9. Wereldtemperatuur (wxgr.nl)
Ap Cloosterman
Pagina 13 van 12
Bezoekadres: Segeerssingel 6
T 0118 691700 E info@woongoed.nl wwwwoongoed.nl
Postbus 7120, 4330 GC Middelburg
Aan het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Middelburg Postbus 6000 4330 LA MIDDELBURG
Datum Onderwerp Contactpersoon
31 oktober 2022 Woonvisie 2023-2027 Eric de Ceuster
Geacht college, Woongoed is blij dat het college van B&W een nieuwe woonvisie opstelde. De laatste woonvisie is van eind 2015. Sindsdien veranderde er veel. Zo zien we dagelijks de grote behoefte aan duurzame, goede en betaalbare sociale huurwoningen. Met de gemeente en de HVM maakten wij de prestatieafspraak om tot 2030 750 nieuwe sociale huurwoningen te bouwen. Uw woonvisie bevestigd nog eens deze afspraak. Tot zover waardering voor de woonvisie. Woongoed maakt zich echter zorgen over de uitvoering van deze 750 nieuwe sociale huurwoningen. Ook geven wij het college graag enkele aandachtspunten mee. Alvorens dit te doen, plaatsen we een paar kanttekeningen bij het woonbehoeftenonderzoek waarop de woonvisie steunt.
Woonbehoefteonderzoek • Het doorstroommodel is, zoals STEC zelf aangeeft een theoretische benadering. De uitkomsten zijn indicatief. Het is, hoewel gecorrigeerd voor betaalbaarheidsaspecten, een ideaalscenario op basis van verhuis- en woonwensen en volledige keuzevrijheid. De woningmarkt is echter een aanbodmarkt, waardoor huishoudens in de praktijk ander gedrag kunnen vertonen dan op basis van woonwensen kan worden verwacht.
•
Ten opzichte van het RIGO-onderzoek uit 2020 neemt het aantal huishoudens de komende 20 jaar met 650 tot 700 toe. Aangezien de onderliggende demografische trends ongewijzigd zijn, is het een plausibele aanname dat dit voor een groot deel huishoudens zijn bestaande uit statushouders. Zij zullen grotendeels in de sociale huursector terechtkomen. Dit benadrukt het belang van de bouw van 750 extra sociale huurwoningen. Om deze groep te huisvesten én andere woningzoekenden gelijke kansen te laten houden en verdringing bij de verdeling van schaarste in het aanbod te voorkomen.
BNG Bank: NL61 BNGH 028.50.48.015
KvK: 22014999
BTW: 0025.92.721.B.01
Bezoekadres: Segeerssingel 6 T 0118691700 E info@woongoed.nl www.woongoed.nl
Postbus 7120, 4330 GC Middelburg
•
Opvallend is het voorspelde overschot aan grondgebonden koopwoningen tot 2032 (-55) en in de periode 2032 - 2041 (-420). De harde plannen in het nieuwbouwprogramma richten zich juist op deze categorie woningen. Wij pleiten voor een gesprek op korte termijn met gemeente, ontwikkelaars en Woongoed over de mogelijkheden van herprogrammering. We komen er later in deze brief nog op terug.
•
De toename van het aantal huishoudens leidt niet per definitie tot een grotere behoefte aan kleine woningen. Aangezien de groei van het aantal kleine huishoudens uit 65-plussers bestaat, is dit geen vanzelfsprekendheid. Uitzonderingen daargelaten, hebben alle senioren immers al een woning. Als zij daar blijven wonen, zal er toch gebouwd moeten worden voor jongere huishoudens. Op de voorstellen om doorstroming te bevorderen, komen we terug bij de aandachtspunten.
Uitvoeringsagenda 750 nieuwbouw sociale huurwoningen Wij maken ons grote zorgen over de realisatie van de prestatieafspraak om 750 sociale huurwoningen te bouwen. Elementen van deze zorg zijn: • In de prestatieafspraken 2022-2025 is afgesproken dat “De gemeente stuurt op realisatie van 1/3 sociale huurwoningen in haar totale woningbouwprogrammering en inzet op de realisatie/exploitatie van deze sociale huurwoningen door Woongoed. De gemeente zet hiertoe haar (publiekrechtelijke) instrumentarium in”. De harde plancapaciteit bevat weinig sociale woningbouw. Daarop is sowieso bijsturing gewenst om in de huidige collegeperiode nog een substantieel aantal sociale huurwoningen in aanbouw te nemen. Het is nu ook het moment om daarover in gesprek te gaan met ontwikkelaars. Zij kampen met grote onzekerheden over de afzet van de geplande dure koopwoningen. Het kan toch niet zo zijn dat de ontwikkelaars een pas op de plaats moeten maken met de bouw van dure koopwoningen en tegelijkertijd aan de grote vraag naar sociale huurwoningen niet wordt voldaan. •
Het college stelt vast dat nieuwe locaties (de zachte plannen) zich bij uitstek lenen voor een participatietraject. Waarbij vooraf moet worden ingekaderd waarover de participatie kan plaatsvinden. Wij zijn het daar helemaal mee eens. Maar we lezen ook dat de eerste versie van de uitvoeringsagenda van de woonvisie in december aan de raad wordt voorgelegd. Ons inziens is het dringend gewenst om dit pas te doen na de vaststelling van het participatiekader.
•
Hiermee samenhangend missen we in de woonvisie een afwegingskader. Wat zijn de bovenliggende doelen als er keuzen moeten worden gemaakt tussen huur en koop, tussen grondgebonden woningen en appartementen, tussen de financiële exploitatie en de realisatie van prestatieafspraken. Dat zijn bij uitstek politiek-bestuurlijke keuzen die bepalend zijn voor het participatiekader.
Wij bespreken graag met u onze zorgen over de realisatie van de 750 nieuwe sociale huurwoningen.
Aandachtspunten • “We zien in Middelburg met name relatief veel woningen in de categorie van aftoppingsgrens tot liberalisatiegrens (€ 633,25/€ 678, 66 tot € 763,47 in 2022). Er staan daarentegen juist weinig middenhuur- en dure huurwoningen in Middelburg. Inwoners van Middelburg hebben doorgaans een sterke voorkeur om - indien bereikbaar - een woning te kopen" (blz. 8). Dit lijkt tegenstrijdig met de behoefte aan midden huurwoningen.
BNGBank;NL61 BNGH 028.50.48.015
KvK: 22014999
BTW: 0025.92.721.B.01
Bezoekadres: Segeerssingel 6
T 0118691700 E info@woongoed.nl wwwwoongoed.nl
Postbus 7120, 4330 GC Middelburg
•
'We leggen in de verduurzamingsopgave nadrukkelijk de link met de Transitievisie Warmte die we hebben opgesteld” (blz. 11). Hoe gaat de gemeente dit doen? Voor Woongoed is vooral van belang dat er een concrete uitvoeringsagenda komt met een concrete planning. En dat er een duidelijke koers wordt gevaren waar bewoners en vastgoedeigenaren investeringsbeslissingen op kunnen nemen.
•
“. ..willen we in prestatieafspraken regels gaan vastleggen over het uitponden van kwetsbaar corporatiebezit. Uitgangspunt is dat woningen in 2030 gemiddeld een label A hebben” (blz. 19). De doelstelling van Woongoed is om van het huidige gemiddelde label B al in 2025 te komen op gemiddeld label A. Dit jaar maakten we lokale prestatieafspraken voor de periode 2022 2025. We vernemen graag van het college of het deze afspraken tussentijds wil aanpassen? En wat bedoeld wordt met kwetsbaar bezit en aan welke regels dan gedacht wordt?
•
“Door in te zetten op het bouwen van betaalbare nultredenwoningen willen we het doorstromen stimuleren. ... zorgen we ervoor dat ouderen doorstromen naar een geschikte woning (en besparen we mogelijk op WMO-kosten) en spelen we tegelijkertijd een gezinswoning vrij... We onderzoeken of de inzet van een verhuiscoach hierbij ondersteuning kan bieden....” (blz. 11) Ons inziens is doorstroming alleen succesvol bij én een aantrekkelijk aanbod én een sterke sturing. Woongoed is bereid dit te doen. Bij nultredenwoningen kunnen ouderen die een eengezinswoning achterlaten voorrang krijgen. Ook aan de kandidaten voor de achtergelaten woning kunnen we eisen stellen. Dus de bouw van sociale huurappartementen heeft direct doorstromingseffecten. Is het college van plan om dergelijke voorrangsregels ook in de koopsector toe te passen? Dit is belangrijk omdat: “In totaal gaat het in Middelburg om een behoefte van ongeveer 895 woningen in het middenhuursegment. Een groot deel van deze behoefte gaat uit naar een nultredenwoning voor met name de seniore doelgroep” (blz. 15). Als het college deze regels niet toepast, wat doet het college dan voor jongere huishoudens?
•
“In de prestatieafspraken tussen gemeente Middelburg en de corporaties is opgenomen dat corporatie Woongoed Middelburg 15% van haar woningen inzet voor niet-DAEB activiteiten. Op deze manier heeft de corporatie ook een rol in het voorzien van woningen in het segment net boven het sociale huursegment Hiermee kan een grotere doelgroep worden bediend. Denk hierbij bijvoorbeeld ook aan arbeidsmigranten die nu te veel verdienen voor een ‘reguliere’ corporatiewoning. Dit heeft bovendien een doorstroomeffect: huishoudens die momenteel ‘scheefwonen’ in een sociale huurwoning kunnen naar deze woningen doorstromen waardoor een sociale huurwoning wordt vrijgespeeld voor een huishouden dat op een sociale huurwoning wacht” (blz. 19). Dit is feitelijk niet juist. Het zijn DAEB-activiteiten en de 15% kan worden ingezet voor verhuur van DAEB-woningen aan niet EC doelgroepen. Het gaat dus ook niet om woningen net boven het sociale huursegment, maar om sociale huurwoningen. En het gaat scheefwonen dus ook niet tegen. Sterker nog; het bevordert scheefwonen. Omdat de woonvisie niet eerder met ons besproken, ontbrak ons de gelegenheid om deze en enkele andere feitelijke onjuistheden te wijzen. We zullen dit alsnog separaat doen.