23-005 Bijlage 3. Inventarisatie Flora en Fauna
Tekst van het document
Inventarisatie muurplanten Korendijk Kinderdijk Middelburg
In opdracht van:
Gemeente Middelburg Afdeling Leefomgeving | Dhr. Martin de Jonge, Civiele Techniek Postbus 6000 | 4330 LA Middelburg | Tel. +31 6 52 35 47 02
Opdrachtnemer:
Nanning-Jan Honingh | Schoondijksedijk 35 | 4438 AE Driewegen 06-12883834 |info@melkenhoningh.nl Bank: NL51 TRIO 0786 8048 23 | KvK: 69037930 | BTW: NL1914 11 152 B07
in samenwerking met: Lammers Flora Monitoring | info@lammersfloramonitoring.nl Wijnand Lammers | Paulinastraat 8 | 4691 BE Tholen
7 november 2022
Inhoudsopgave 1. ECOLOGISCHE INVENTARISATIE 2022 .............................................................................................. 2 1.0 INLEIDING ....................................................................................................................................... 2 1.1 ALGEMENE OF NIET SPECIFIEKE MUURPLANTEN ......................................................................................... 2 1.2 BIJZONDERE OF SPECIFIEKE MUURFLORA ................................................................................................. 2 1.3 WETTELIJK BESCHERMDE MUURFLORA .................................................................................................... 3 1.4 VLEERMUIZEN .................................................................................................................................. 4 2. ECOLOGISCHE INVENTARISATIES 1993 EN 2010 ............................................................................... 6 3. EVALUATIE RESTAURATIE EN REPARATIE ROUAANSE KAAI (2011-2012) ........................................... 7 4. SITUATIE VAN DE MUURVEGETATIE OP DE KINDERDIJK-KORENDIJK. .............................................. 11 4.1 STABIELE MUURDELEN MET WEINIG MUURPLANTEN .................................................................................
11 4.2 FUNDERING EN 1STE METER VANAF DE FUNDERING ................................................................................... 12 4.3 DEK- OF ROLLAAG ........................................................................................................................... 12 4.4 MIDDENGEDEELTE KADEMUUR MET UITBUNDIGE MUURVEGETATIE .............................................................. 12 5. WERKWIJZEN................................................................................................................................ 14 5.1 ALGEMEEN .................................................................................................................................... 14 5.2 PLAATSELIJK REPAREREN VAN LOSLIGGENDE STENEN EN OPEN OF LOSLIGGENDE VOEGEN ................................... 14 5.3 TRANSPLANTATIE VAN MUURDELEN MET BIJZONDER MUURPLANTEN............................................................ 15 5.4 TRANSPLANTATIE VAN LOSSE (BIJZONDERE) MUURPLANTEN ....................................................................... 15 5.5 OPSLAG BIJZONDERE EN ALGEMENE MUURPLANTEN ................................................................................. 16 5.6 INPLANTEN VAN DE MUURPLANTEN IN DE MUUR .....................................................................................
16 5.7 METSELWERK ................................................................................................................................. 17 5.8 UITPLANTEN VAN DE MUURPLANTEN IN PLANTENBAKKEN.......................................................................... 17 BIJLAGE 1: INFORMATIE BIJZONDERE MUURPLANTEN KINDERDIJK-KORENDIJK.................................. 19 BIJLAGE 2: OVERZICHT VAN GROEIPLAATSEN VAN BIJZONDERE MUURPLANTEN KORENDIJKKINDERDIJK 2022.............................................................................................................................. 33 BIJLAGE 3: ALLE WAARGENOMEN SOORTEN MUURPLANTEN KORENDIJK-KINDERDIJK 2022 ............... 35 BIJLAGE 4: BERICHT RESTAURATIE KADEMUUR ROUAANSEKAAI ........................................................ 37
1
1. Ecologische inventarisatie 2022 1.0 Inleiding In september 2022 is door bureau Melk en Honingh en Lammers Floramonitoring een inventarisatie uitgevoerd naar de muurvegetatie op de kademuren van de Kinderdijk-Korendijk in Middelburg. Dit werd gedaan in opdracht van de gemeente Middelburg. De kademuur vertoont teken van verval en hier en daar is dringend restauratiewerk noodzakelijk. De vraag die door de gemeente werd gesteld is hoe er rekening gehouden kan of moet worden met muurplanten tijdens restauratie of reparatiewerkzaamheden. De inventarisatie is uitgevoerd vanaf de Spijkerbrug tot aan de gewelfde kademuur aan de Korendijk. De gewelfde kademuur bevat nauwelijks tot geen muurplanten en is daarom buiten het projectgebied gelaten. Een groot deel van de muur kon vanaf de steiger worden waargenomen; daar waar de steiger ophield, is het veldwerk met een bootje vervolgd. Alle waarnemingen zijn digitaal ingevoerd op een Ipad. Behalve de soortnaam werden ook de coördinaten van de groeiplaats opgenomen. Dit kan later van belang zijn om de planten bij restauratiewerkzaamheden of vervolginventarisaties terug te vinden. In deze rapportage wordt verslag gedaan van deze recente inventarisatie van de kademuren en vergeleken met eerdere resultaten van inventarisaties uit het verleden. Er wordt advies gegeven over hoe met de muurflora om te gaan tijdens de voorziene werkzaamheden.
Daarbij wordt een eerder project (Restauratie Rouaanse kaai, 2012) geëvalueerd en worden de ervaringen daarvan meegenomen in het advies voor het komende project van de Kinderdijk-Korendijk.
1.1 Algemene of niet specifieke muurplanten In bijlage 3 is een overzicht te vinden waarin alle gevonden planten op de kademuren van de Kinderdijk-Korendijk zijn opgenomen. Daarin zijn behalve de bijzondere of voor muurbegroeiingen specifieke plantensoorten genoemd, maar ook de algemeen voorkomende planten die ook op muren kunnen voorkomen. Deze zijn niet specifiek voor muurbegroeiingen, omdat ze elders ook gemakkelijk kunnen voorkomen zoals grote brandnetel, paardenbloem en verschillende boomsoorten zoals ruwe iep, ruwe berk etc. Bovengenoemde soorten groeien vaak op muren die al sterk in verval zijn. Sommigen van deze soorten zoals de boomvormers zijn destructief voor muren. Met hun wortels drukken ze het verband van het metselwerk uit elkaar. Soms zijn toch ook de algemene muurplanten het beschermen waard, zoals de muurfijnstraal. Op de kademuur van de Kinderdijk-Korendijk groeit deze massaal. Omdat ze lang en uitbundig bloeien komen er veel insecten op af. Door hun schaduwwerking maken ze het de bijzondere muurplanten gemakkelijker om zich te vestigen en te groeien.
1.2 Bijzondere of specifieke muurflora Hieronder volgt een opsomming in alfabetische volgorde van de bijzondere muurplanten die op de kademuren van de Kinderdijk en de Korendijk werden waargenomen (Zie bijlage 2). Met bijzondere muurplanten worden planten bedoeld die in Nederland vrijwel alleen op muren kunnen groeien. De omstandigheden waaronder muurplanten leven zijn te vergelijken met 2
planten die in rotsachtig gebied voorkomen. Muurplanten vestigen zich bij voorkeur op oude, verweerde muren, waarvan de voegen rijk zijn aan kalk. Soorten die specifiek zijn voor muurvegetaties, zijn voor een belangrijk deel typische kalkplanten. Zij komen bijvoorbeeld van nature voor in het krijtgebied van Zuid-Limburg en zijn daar niet gebonden aan groeiplaatsen op muren. Het stenige oppervlak, de verticale stand, de geringe mogelijkheden om te wortelen en het soms barre microklimaat vereisen speciale aanpassing van de planten. Het zijn langzame groeiers die met schaarse ruimte en middelen kunnen overleven. Zij zijn niet destructief voor de muur, maar maken gebruik van scheuren, spleten en dergelijke om te ontkiemen of te groeien. De volgende lijst van planten werden gevonden: Eikvaren; IJzervaren; Klein glaskruid; Kleine zandkool; Koningsvaren; Muurvaren; Walstroleeuwenbek; Plat beemdgras; Smalle ijzervaren; Smalle stekelvaren; Steenbreekvaren; Stijf hardgras; Tongvaren; Wijfjesvaren. Een aantal van deze muurplanten komt op de kademuur van de Kinderdijk-Korendijk algemeen voor. Dit zijn bijvoorbeeld klein glaskruid en muurvaren. Een bijzondere plant als de kleine zandkool (familie van de grote zandkool of wilde rucola) is weliswaar een bijzondere muurplant, maar je kunt hem ook aantreffen op het plaveisel op de kaden of langs de zandige kust van de Marker wadden.
Hoewel zeer onopvallend is ook het plat beemdgras een bijzondere en zeldzame muurplant. Meer informatie over de bijzondere muurplanten op de Kinderdijk-Korendijk is te vinden in bijlage 1. Muurplanten benadrukken de ouderdom van muren van kaden, gebouwen, kelders e.d. Zij verfraaien de schoonheid van verval. In deze tijd van steeds meer versnelling en vernieuwing trekken oude muren en de planten die erop groeien onze aandacht naar verstilling, vertraging, duurzaamheid en eeuwigheid. Daarom verdienen deze oude muren en de planten die zich hierop hebben gevestigd onze zorg en bescherming.
1.3 Wettelijk beschermde muurflora Sinds de Wet Natuurbescherming in 2017 in werking trad, zijn er veel planten van de lijst van beschermde plantensoorten verwijderd. De lijst met beschermde planten is opgenomen als onderdeel van Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I bij het Verdrag van Bern en als bijlage bij artikel 3.10 van de Wet Natuurbescherming (overige soorten). In deze laatste bijlage staan muurbloem en schubvaren als enige specifieke muurplanten vermeld. Deze komen niet voor op de kademuren van de Kinderdijk-Korendijk en er zijn dus geen wettelijk beschermde planten op deze kademuren aanwezig. In de Kadernota Natuurwetgeving van de Provincie Zeeland (2018), staan muurplanten vermeld onder paragraaf 3.2 Zeeuwse soorten in relatie tot biodiversiteit: “Het zorgdragen voor kwetsbare, typisch Zeeuwse planten en dieren geeft deels vorm aan de opgave uit de natuurvisie om het beheer van bedreigde soorten uit te werken maar wordt ook zeker ingegeven door het feit dat ze zo karakteristiek zijn voor de Zeeuwse natuur en daarmee een belangrijke bijdrage leveren aan de beleving van de typisch Zeeuwse natuur. Gedeeltelijk kunnen deze soorten meeliften op het reguliere natuurbeleid, maar vaak is dat onvoldoende. Om de kwaliteit van de Zeeuwse biodiversiteit te vergroten zijn aanvullende maatregelen vanuit het actieve soortenbeleid nodig”. Er is voor het project t.b.v.
de restauratie van de kademuur 3
Kinderdijk-Korendijk mogelijk subsidie beschikbaar om muurplanten zoals de steenbreekvaren, muurbloem e.a. tijdens reparatie en restauratie van de kademuren te behouden.
1.4 Vleermuizen Er is bij wijze van steekproef een avondinventarisatie (21 september 2022) uitgevoerd naar de aanwezigheid van foeragerende vleermuizen. Het is namelijk de vraag of de muurvegetatie ook een aantrekkingskracht uitoefent op dieren. Het seizoen was al te ver gevorderd om goed planten, vlinders, bijen en zweefvliegen te inventariseren. We waren ook wel nieuwsgierig of grotere dieren zoals vleermuizen op de muurvegetatie zou afkomen. Er is niet gekeken naar mogelijk verblijfplaatsen onder bruggen of in sluizen. Hiervoor dient minstens één ochtendonderzoek uitgevoerd te worden in de periode mei t/m juni en dat kan op zijn vroegst worden uitgevoerd worden in het voorjaar van 2023. De resultaten van deze eenmalige inventarisatie staan hieronder afgebeeld (Afb. 1). De grachten en singels in Middelburg worden door watervleermuizen en mogelijk ook door meervleermuizen gebruikt als jachtbiotoop. In de zomer verblijven watervleermuizen vermoedelijk in holle monumentale bomen in de binnenstad en stadsparken zoals in het Segeerspark en Park Toorenvliedt (Honingh en Poppe, 2019). In dit park staan ook bunkers uit de WOII, waarin watervleermuizen overwinteren. In de loop van augustus-september komen de watervleermuizen naar hun winterkwartieren. In Park Toorenvliedt wordt gejaagd boven de waterpartijen, maar ook in de boomkruinen als bijvoorbeeld de linden in bloei staan.
Bomen bieden beschutting aan insecten tegen harde wind en zij houden ’s avonds warmte vast. Hiervan profiteren de insectenetende vleermuizen. Vooral grote monumentale bomen langs grachten en singels zijn ideaal jachtbiotoop. In sommige gevallen kunnen zij hun verblijfplaats ook hebben onder bruggen en sluizen. Onderzoek in Den Haag (Melk en Honingh, 2018) wees uit dat watervleermuizen een zomerverblijf hadden onder een overkluizing boven een duinsprenk die zacht stromend uit de duinen kwam. Het water was omzoomd met grote uitgegroeide kastanjebomen. Die situatie zou bij de Kinderdijk-Korendijk verbeterd kunnen worden. Het is niet duidelijk of de met muurplanten begroeide kademuren een extra aantrekkingskracht hebben op insecten die ’s nachts vliegen en/of foerageren op de muurplanten of in de buurt van de nog warme muren actief zijn. Daarvoor zou meer onderzoek nodig zijn, verspreid over een heel seizoen. De spectaculair aanwezige en foeragerende watervleermuizen boven het water Achter de Houttuinen profiteerden die avond van een gunstige wind, een zachte waterstroming en de volle beplanting op de oever van lindenbomen, een veldesdoornheg en gazon. Onder deze omstandigheden waren daar veel insecten aanwezig. Langs de kademuren van de Kinderdijk – Korendijk waren die omstandigheden niet optimaal aanwezig.
Nader onderzoek is ook nodig of vleermuizen hinder ondervinden van het licht vanaf de wal en onder verschillende bruggen. Het is absoluut noodzakelijk om bij het voornemen van het plaatsen van vleermuiskasten onder bruggen de verlichting onder de bruggen te verwijderen of te verplaatsen of te vervangen door rood licht. 4
Afbeelding 1: Overzicht van één avondonderzoek naar vleermuizen langs de Dam, Kinderdijk-Korendijk, Turfkaai, Nwe haven, Achter de houttuinen, Molenberg en Penninghoeksingel op 21 september 2022. Gele ster: verblijfplaats laatvlieger; Rode dubbele pijl: gewone dwergvleermuis foeragerend; Gele dubbele pijl: laatvlieger foeragerend; Blauwe pijl: watervleermuis foeragerend; Dikke blauwe pijl: verschillende watervleermuizen foeragerend en baltsend: 5-10 per pijl.
5
2. Ecologische inventarisaties 1993 en 2010 De Kinderdijk(-Korendijk) in Middelburg vormt één van de rijkst begroeide muren in Zeeland. Maar liefst 81 verschillende soorten werden hier aangetroffen waaronder zeldzaamheden als koningsvaren en stijve naaldvaren. Ronduit spectaculair is de toename van steenbreekvaren (van 15-tal naar 350) en tongvaren (van 1 naar 65). Nieuwkomers zijn het klein glaskruid en de smalle ijzervaren (Maas, P. 2010). Dit schreef Peter Maas over de Kinderdijk-Korendijk in zijn rapportage van de muurplantinventarisatie in 2010 en een vergelijking met gegevens verzameld toto 1993. Twaalf jaar later zijn in 2022 slechts 49 soorten waargenomen. Dat betekent ten opzichte van 2010 een forse daling van het aantal (32) soorten! Mogelijk kan dit verschil te wijten zijn aan het tijdstip van inventariseren waardoor soorten zijn gemist, een gortdroge zomerperiode in 2022 en mogelijk ook een periode van 5 jaar koude en droge voorjaren. Opmerkelijk is dat in de inventarisatie van 2022 toch nog 3 nieuwe soorten voorkomen ten opzichte van 2010. Hieronder staan in een tabel 1 per plantensoort een overzicht van het aantalsverloop en een vergelijking met eerdere inventarisaties in 1993 en 2010.
Naam 1993 2010 2022 Opmerking Brede stekelvaren 1 0 Mogelijke vergissing met smalle stekelvaren? Stekelvaren, Smalle 1 Mogelijke vergissing met brede stekelvaren? Eikvaren 1 2 Iets toegenomen IJzervaren 5 In 2010 26 ex. op de Rouaansekaai IJzervaren, Smalle 2 2 Gelijk gebleven Klein glaskruid Talrijk Talrijk Gelijk gebleven Kleine zandkool 2 Nieuw Koningsvaren 1 3 Toegenomen Mannetjesvaren 20 30 0 Sterk toegenomen en daarna sterk afgenomen Muurvaren Algemeen 100-den 1 Zeer sterk afgenomen Plat beemdgras 1 Nieuw Steenbreekvaren 15 350 118 Sterk toegenomen en daarna sterk afgenomen Stijve naaldvaren 1 0 Uitgestorven Stijf hardgras 6 Nieuw Tongvaren 1 65 35 Sterk toegenomen en daarna sterk afgenomen Tongvaren, gekroesde Genoemd 0 Onbekend Wijfjesvaren 5 10 1 Toegenomen en daarna afgenomen Tabel 1: Overzicht van de gevonden planten op de kademuur van de Kinderdijk-Korendijk in vergelijking met eerdere inventarisaties.
Het is erg moeilijk om in het algemeen iets te zeggen over het aantalsverloop van de verschillende muurplantsoorten, laat staan daar een verklaring voor te geven. Dramatisch is het aantal muurvarens dat van algemeen voorkomend tot zeer zeldzaam is vervallen. Opvallend zijn ook de steenbreekvaren, mannetjesvaren, wijfjesvaren en de tongvaren die vanaf 1993 een stijgende lijn vertonen, om daarna weer in aantallen te dalen. Zeldzaamheden als de koningsvaren, de (smalle) ijzervaren konden zich handhaven. Welke factoren daarin een rol spelen (weer, klimaat, veranderingen in en op de muur) is niet eenduidig aan te geven.
6
3. Evaluatie restauratie en reparatie Rouaanse kaai (2011-2012) Dit hoofdstuk wil inzicht bieden in de resultaten van de inspanningen die zijn verricht om muurplanten te behouden tijdens de restauratie van de kademuur van de Rouaanse kaai in 2011-2012. De lessen die daaruit te leren zijn, worden meegewogen in de toekomstige restauratiewerken aan de kademuur van de Kinderdijk-Korendijk. In 2011-2012 is er grootschalig onderhoud uitgevoerd aan de kademuur van de Rouaansekaai in Middelburg. Deze kademuur is op het zuidoosten geëxposeerd (afb. 3). Deze expositie ten opzichte van de zon is doorgaans minder gunstig voor muurplanten. Er heerst meestal een droger microklimaat dan op noordwest georiënteerde muren. Daarom is deze kade niet zo rijk begroeid als die van de Kinderdijk-Korendijk (afb. 2).
Afbeelding 2: De kademuur van de Rouaansekaai was niet zo rijk begroeid als die van de Korendijk-Kinderdijk.
Grote delen van de muur, de fundering en de muurankers moesten worden vervangen of gerepareerd. Tijdens het grootschalig onderhoud is een deel van de muurvegetatie verloren gegaan. Tijdens de werkzaamheden bleek dat de muur er op veel plaatsen slechter aan toe was dan van tevoren was ingeschat. Er zijn delen van de muur waar de gehele muurvegetatie is verdwenen (afb. 4).
Afbeelding 3: De kademuur van de Rouaanse kaai is op het zuidoosten geëxposeerd.
7
Er is tijdens de restauratie wel rekening gehouden met muurplanten door er omheen te voegen of door de muurplanten zelf tijdelijk in depot te bewaren en later in te metselen. Er is gebruik gemaakt van kalkrijke mortels (kalk – zand 1:2 en soms aangevuld met roggemeel) en stenen uit de oude muur zijn hergebruikt in de vernieuwde delen. Op de afbeeldingen is wel te zien dat de voegen platvol (gelijk met de muur afgestreken) zijn en niet terug liggend zijn afgewerkt (afb. 4). Muurplanten krijgen daardoor minder ‘grip’ op de muur doordat er minder water en humus deeltjes achter blijven waarin zij kunnen kiemen en wortelen. Op de afbeeldingen is ook te zien dat regenwater (deels) oppervlakkig over de kademuur heen stroomt. Het wegdek is aflopend naar de kademuur waardoor regenwater en straatvuil over de muur spoelt (afb. 5).
Afbeelding 4: Bij sommige delen van de kademuur is de muurplantvegetatie geheel verdwenen; op andere plekken kon er om de planten worden heen gevoegd of zijn er met wisselend succes plantjes in de muur terug geplant.
Afbeelding 5: Het wegdek van de straat loopt af naar de kademuur, waardoor bij regenval een deel van het regenwater naar en over de kademuur loopt; straatvuil kan dan aan de muur blijven hangen waardoor in dit geval stijf hardgras kon ontkiemen en bloeien.
Een ander punt is dat bij de ingemetselde planten de mortel in de afgelopen 10 jaar is uitgespoeld. Sommige planten hebben dat wel, maar sommigen hebben dat ook niet overleefd. In koude droge voorjaren zoals in de periode 2018 – 2022 kan dat funest zijn (afb. 6). Hoe het komt dat de mortel voortijdig is uitgespoeld kan te maken hebben met de samenstelling (te schraal) of met het aflopende regenwater vanaf te straat. In sommige gevallen is de
8
oorspronkelijke plant (bijvoorbeeld een muurvaren) verdwenen, maar is er bijvoorbeeld een andere plant ontkiemt (bijvoorbeeld klein glaskruid of muurfijnstraal).
Afbeelding 6: Getransplanteerde muurvaren (2012) die in een later stadium (2022?) is verdroogd; een muurleeuwenbek die de jaren wel heeft overleefd of opnieuw is ontkiemd. In beide gevallen is de mortel nagenoeg uitgespoeld.
Er zijn geen muurdelen met daarin muurplanten getransplanteerd tijdens de herstelwerkzaamheden. Daarvoor waren de muurdelen te instabiel. Wel is aan te nemen dat de vochthuishouding achter de muur op orde is gebleven, ondanks dat de straat afwaterend naar en over de kademuur is aangelegd. Op sommige plekken in de kademuur zijn lekken te zien (afb. 7).
Afbeelding 7: Een grote bos muurfijnstraal profiteert van een lek in de muur; het lekkende water is op de muur goed te zien.
In 2010 werden nog 26 ijzervarens geteld in de hoek van de kade bij de Spijkerbrug. Die lijken de herstelwerkzaamheden aan de voegen en de periode (2012 – 2022) erna niet allemaal overleefd te hebben. In 2022 werd er tenminste één waargenomen (afb. 8). Conclusie: De herstelwerkzaamheden aan de kademuren van de Rouaanse kaai zijn een typisch voorbeeld van hoe grootschalig ingrijpen funest kan zijn voor muurplanten, vanwege de risico’s die optreden bij het verwijderen, in depot bewaren en verplanten van muurplanten. Van uit
9
oogpunt van behoud van de muurplanten is het beter om jaarlijks beperkte onderhoudswerkzaamheden uit te voeren, dan eenmalig achterstallig onderhoud wegwerken. Er bleken tijdens de restauratie- en herstelwerken minder mogelijkheden te zijn om muurplanten ter plekke te behouden vanwege de slechte staat van de muur. Vooral de planten die in scheuren tussen losliggende muurdelen groeiden of die in voegen groeiden die ver waren uitgesleten, moesten wijken. Het is vaak niet mogelijk om de planten met wortel en al onbeschadigd los te peuteren, op te slaan en te herinplanten. Dit vergt veel geduld, tijd en specialistische zorg. Men moet daarbij in ogenschouw nemen dat er minimaal een periode nodig is van 15 – 20 jaar, voordat de muurvegetatie zich gaat herstellen. In die periode moeten de stenen en de nieuwe mortel nog verweren. De muur van de Rouaansekaai is geëxposeerd op het zuidoosten. Dat betekent in feite ongunstige groeiomstandigheden voor muurplanten. Ook de relatief koude en vooral droge voorjaren (2018 – 2022) doen geen goed aan een voorspoedig herstel van de muurvegetatie. Omdat slechts hier en daar muurplanten zijn overgeplant en het merendeel van de totale begroeiing voor de restauratiewerkzaamheden is verdwenen, staan de getransplanteerde planten er alleen voor. Er is geen schaduw van andere muurplanten en er zijn geen planten die nieuw zaad of sporen produceren.
Idealiter zou in een vervolgproject geprobeerd moeten worden om de totale muurvegetatie zo lang mogelijk te behouden door minder rigoureus te werk te gaan voor zover de constructie van de muur dit toelaat.
Afbeelding 8: In 2010 werden er nog ongeveer 25 ijzervarens aangetroffen. In 2022 tenminste nog een ijzervaren aangetroffen op de oorspronkelijke plaats aan de kademuur vlakbij de brug.
Het is misschien mogelijk om planten uit een vervolgproject te transplanteren naar de open gevallen voegen in de muur aan de Rouaansekaai. Daarbij kunnen andere open voegen worden hersteld door de openingen op te vullen met fijn puin en schrale kalkmortel.
10
4. Situatie van de muurvegetatie op de Kinderdijk-Korendijk. In dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van de verschillende situaties waarin de muurplanten in de kademuren van de Kinderdijk-Korendijk groeien. Sommige soorten muurplanten groeien in stabiele muurdelen waaraan weinig behoeft te gebeuren. Andere muurplanten groeien in muurdelen die zeer instabiel zijn waarbij de herstelwerkzaamheden ingrijpend zullen zijn.
Afbeelding 9: De onderste 0,5 – 1 m. is door zwaar aangetast. Het metselwerk van de rollaag van de kademuur is van het metselwerk afgebroken en licht verschoven. Hierin groeien veel steenbreekvarens.
4.1 Stabiele muurdelen met weinig muurplanten Er zijn delen van de muur die redelijk stabiel zijn en weinig scheuren of uitgespoelde voegen bevatten (afb. 10). Voorgesteld word om deze muurdelen die stabiel zijn of in een nabij verleden eerder zijn gerestaureerd of gerepareerd voorlopig met rust te laten. Het is beter om deze muurdelen nog verder te laten verweren, maar op termijn kleinschalige reparaties uit te voeren.
Afbeelding 10: Een deel van de muur bevat weinig muurplanten (links). De gewelfde kademuur (rechts) langs de Korendijk blijft buiten beschouwing.
11
4.2 Fundering en 1ste meter vanaf de fundering Ruwweg de onderste meter van de muur vanaf de fundering (onder water) tot aan de grens die niet onder invloed staat van (brak) kanaalwater bevat nauwelijks of geen muurplanten (afb. 11). Dit is tevens het slechtste deel van de muur en cruciaal voor de stabiliteit van de kademuur.
Afbeelding 11: Het onderste deel van de muur, zowel onder als boven water moet worden aangepakt
4.3 Dek- of rollaag Het metselwerk van de rol- of deklaag van de muur is vrijwel over de gehele lengte van de kade losgekomen van de kademuur. Waarschijnlijk is het nodig dit metselwerk geheel te slopen en opnieuw op te metselen. Daarbij is het belangrijk dat de druk van de kade (wegdek, bestrating, geparkeerde auto’s, bomen) wordt weggenomen of afgeleid. Bij de sloop van de deklaag zullen veel muurplanten (o.m. steenbreekvarens) hun groeiplaats verliezen. Deze groeien precies in de scheur die door het verschuiven en loskomen van de deklaag is ontstaan (afb. 12). In de deklaag zelf groeien beduidend minder muurplanten, maar door het verweringsproces wordt de deklaag wel steeds meer geschikt.
Afbeelding 12: Moespimpernel, muurfijnstraal en klein glaskruid groeien in de scheur tussen de deklaag en het middengedeelte van de muur. Enkele steenbreekvarentjes hebben zich weten te vestigen in de deklaag zelf.
4.4 Middengedeelte kademuur met uitbundige muurvegetatie Het muurgedeelte tussen de deklaag en de fundering is voor een groot deel uitbundig begroeid met muurplanten. Op veel plekken in dit gedeelte zijn de voegen uitgevallen of verweerd. 12
Hiervan hebben veel muurplanten geprofiteerd door zich hierin te vestigen. Over grote delen van de muur is gebleken dat de kademuur instabiel is geworden en dat deze in z’n geheel in een keer moet worden aangepakt: scheuren repareren; losse stenen vastzetten; voegen uitslijpen en opnieuw voegen; muurdelen in z’n geheel wegslopen en vervangen door nieuw metselwerk. Hierbij moeten dan zoveel mogelijk losse muurplanten of losse muurdelen met muurplanten worden verzameld en in depot worden gezet. Later worden deze elders in het nieuwe werk ingeplant of gebouwd. Wanneer alleen de voegen moeten worden hersteld is het de grote vraag of de planten zich wel zo gemakkelijk uit de voegen laten halen. Bij het machinaal uitslijpen zullen veel muurplanten verdwijnen. Waar mogelijk kunnen de zeldzame of bijzondere muurplanten behouden blijven als er met de hand rondom deze planten wordt gewerkt. Met een voegspijker kunnen losse delen worden verwijderd en kan de holle voeg deels worden opgevuld met gruis en turfmolm en daarna worden gevoegd, waarbij de plant en de wortels niet helemaal worden opgesloten in de voegmortel.
Afbeelding 13: In het middengedeelte zijn veel muurplanten aanwezig, dankzij uitgesleten voegen (links) of losliggende stenen of muurdelen (rechts).
13
5. Werkwijzen 5.1 Algemeen De gemeente heeft gevraagd of er realistische werkwijzen kunnen worden voorgesteld om de kademuur van de Kinderdijk-Korendijk te herstellen met behoud van muurplanten. Dit rapport gaat niet inhoudelijk in op de technische of constructieve problemen van de kademuur. Het is in elk geval onvermijdelijk dat over de gehele lengte en breedte van de muur restauratie en herstelwerkzaamheden nodig zijn en in één keer moeten worden aangepakt. Voordat de werkzaamheden aanvangen, moeten de zeldzame en bijzondere planten die in de muur behouden moeten blijven, door een plantenkenner gemarkeerd worden. De planten en hun groeiplaats worden d.m.v. gps weer opgespoord en eenvoudig met stoep- of vetkrijt omcirkeld. Op de kademuur wordt ook een markering d.m.v. een pijl aangebracht. Met verschillende kleuren kan worden aangegeven of de plant ter plaatse moet worden behouden, als losse plant moet worden weggenomen of in het (losse) muurdeel uitgenomen moet worden. Voorkomen moet worden dat er metselmortel wordt gemorst op de muurplantvegetatie of dat de muurplanten worden afgedekt of weg geschraapt of gestoten tijdens de restauratiewerkzaamheden. Eventueel neerdalend stof of gruis is niet zo’n probleem. Dit spoelt door regenwater wel af en mogelijk profiteren de planten ervan.
5.2 Plaatselijk repareren van losliggende stenen en open of losliggende voegen Probeer zoveel mogelijk handmatig met gebruik van een voegspijker de oude mortel en losliggende stenen te verwijderen – zeker dichtbij de muurplanten zelf. Gebruik maken van een haakse slijper kan beter op delen van de muur waar geen of weinig muurplanten zijn. Maak bij het opnieuw voegen of metselen gebruik van kalkmortel ((on)gebluste kalk, afb. 13) en zand en/of leem. Vermijd het gebruik van portlandcement of bastaardmortels (waarin portlandcement zit). Deze mortels zijn te ‘hard’. Kalkmortels blijven elastisch en verweren sneller ten behoeve van muurplanten. Alleen bij muurdelen net boven of onder water kan portlandcement of ‘tras’ worden gebruikt. Tras is gemalen (vulkanisch) tufsteen en geeft hardere mortels.
Afbeelding 13: Gebluste en ongebluste kalk; Zgn. trasraam, het onderste gedeelte van een muur gemetseld met ras tegen optrekkend vocht en spatwater.
14
Mortel Muurplanten groeien van nature graag op kalkhoudend gesteente. Dit is kalk in de vorm van calciumcarbonaat (CaCO3). Om kalk in de bouw te gebruiken wordt deze steenkalk of schelpkalk gebrand in ovens (900 Co). Er wordt dan in de vorm van hout e.d. koolstof toegevoegd en met de gemalen kalksteen verbrand tot calciumoxide en koolstofdioxide: CaCO3 + C = CaO + CO2. Deze reactie kost energie. Calciumoxide is erg reactief en wordt geblust met water tot calciumhydroxide: CaO + H2O = 2 Ca(OH)2. Hierbij komt energie vrij. Met deze zgn. gebluste kalk kan worden gemetseld. Op den duur verweert deze calciumhydroxide in metselwerk weer tot calciumcarbonaat. Het reageert met regenwater of vocht uit de lucht waarin koolzuurgas (CO2) is opgelost tot koolzuur (H2CO3). Daarmee wordt het weer geschikt voor muurplanten. Mortel die tijdens de sloop vrijkomt uit verweerde muren kan alleen worden (her)gebruikt als vulmiddel in nieuwe kalkmortel. Daarom wordt wel geadviseerd om dit oude kalkmortelgruis of -stof toe te voegen in nieuwe kalkmortel als extra verschraling t.b.v. muurplanten.
5.3 Transplantatie van muurdelen met bijzonder muurplanten Delen van een muur met daarin muurplanten die stabiel zijn (en dus bij wegnemen niet uit elkaar vallen) kunnen tijdelijk in depot worden gezet. Het is belangrijk dat het depot niet in de volle zon, maar permanent in de schaduw staat. De muurdelen worden indien nodig met spanband bij elkaar gehouden en rechtop gezet tegen een vochtig zandbed. Het blijft op die manier vochtig en overeind staan. In delen van de muur waarin grote gaten zijn ontstaan kunnen deze losse muurdelen weer worden ingemetseld. Deze methode heeft de voorkeur boven het transplanteren van losse muurplanten.
5.4 Transplantatie van losse (bijzondere) muurplanten Het metselwerk van het muurdek (rollaag) is losgekomen van de muur zelf. Ook elders in de muur bevinden zich losse muurdelen of stenen. In deze scheuren groeien muurplanten waaronder steenbreekvarens. Wanneer dit metselwerk wordt weggehaald en vervangen, dan kunnen de planten in de schuur voorzichtig worden verwijderd. Er moeten zoveel mogelijk wortels worden meegenomen. Let op! De wortels zijn erg dun en lang en kunnen over tientallen centimeters verspreid liggen. Na het verzamelen moeten de plantjes direct wordt overgeplant in daarvoor bestemde depots. Het is niet mogelijk om de plantjes te laten zitten en later met nieuw metselwerk te bedekken. Wortelopslag van houtige gewassen zoals van ruwe iep en andere struiken, brandnetels etc. moet worden verwijderd. Depots - plaatsen van minimaal 10 metselkuipen op een plaats die permanent in de schaduw ligt (eventueel afschermen met trampolinegaas); - boren van 3 gaten per metselkuip (8 mm. doorsnede) net boven de rand van de bodem; - vullen met fijn puin, oude mortel die vrijkomt bij de sloop van muurdelen, scherp zand en potgrond (geen bemeste tuinaarde); de eerste paar metselkuipen alleen vullen met scherp zand met in de bovenlaag potgrond gemengd met scherp zand;
15
Verplanten Verwijder voorzichtig het metselwerk van de bovenzijde van de muur of losse stenen/ muurdelen in de muur. Verzamel voorzichtig de (bijzondere) muurplanten (meestal varens) met wortelkluit en/of de losse mortel waar uit zij verwijderd worden. Verplant deze direct in de verschillende metselkuipen; de planten moeten per soort zeer dicht op elkaar worden geplant. Onderhoud Dagelijks bewateren als het niet regent; Beschermen tegen felle zon; Beschermen tegen overige bouwactiviteiten;
5.5 Opslag bijzondere en algemene muurplanten Het is belangrijk dat de verschillende soorten planten apart en per soort in depot worden gehouden. Het verdient de voorkeur om de bijzondere muurplanten zoals steenbreekvaren, muurvaren etc. (Zie bijlage 1) in de muur terug te planten, maar het is niet zeker of dat voor alle planten lukt. Hetzelfde geldt voor de meer algemene soorten (muurfijnstraal etc.) die uitbundig in de muur kunnen voorkomen. Het zal niet eenvoudig zijn om alle planten te behouden en terug te planten. Het is verstandig om de zorg voor de muurplanten niet alleen aan de aannemer of bouwvakkers over te laten, maar de hulp in te schakelen van iemand die alleen met de zorg voor de muurplanten belast is. Het valt te overwegen om de bijzondere en algemene planten apart te verzamelen om elders in een ander project te verplanten. Een mogelijkheid is om dit bijvoorbeeld in het project Herinrichting Siloterrein te integreren. Er zijn namelijk eikvarens en tongvarens op het Siloterrein aanwezig (afb. 14), waarvoor ook nog een bestemming kan worden gezocht.
Afbeelding 14: Op het Siloterrein in Middelburg zijn ook eikvarens en tongvarens aanwezig waarvoor mogelijk een herbestemming kan worden gezocht.
5.6 Inplanten van de muurplanten in de muur Inmetselen van de plantjes kan het beste gebeuren in een open stootvoeg. Tijdens het metselen wordt een stootvoeg tussen twee metselstenen opengehouden. Hierin wordt het plantje met wat uitgekomen gruis van elders en/of turfmolm geplant. De open stootvoeg moet in verbinding staan met de vochtige muur of de grond erachter. Het is misschien nodig om in de binnenkant 16
van de muur een opening te boren of een extra plantruimte uit te hakken die wordt opgevuld met gruis en turfmolm. Op die manier wordt het aanslaan van de plant vergroot. Indien mogelijk worden de steenlaag onder de stootvoeg iets uitstekend uit de muur gemetseld. Hierdoor krijgt de plant extra ondersteuning en er kan water op het randje worden opgevangen en naar de plant geleid. In bijlage 5 staat een afbeelding met een handeling van het inmetselen van een muurplant tijdens de herstelwerken aan de Rouaanse kaai in 2011. Zo te zien lijkt de verbinding met de achterwand van de muur en de achterliggende (vochtige) grond niet meer te bestaan. Hierdoor drogen de overgezette plantjes onherroepelijk uit.
5.7 Metselwerk In muurdelen die geheel moeten worden afgebroken en opnieuw moeten worden opgemetseld is het belangrijk dat de voegen terug liggend in de muur worden gevoegd en niet ‘platvol’. Dat betekent plantenzaden en varensporen meer vestigingsmogelijkheden krijgen, vanwege het iets onregelmatiger muuroppervlak. Ook kunnen de bakstenen iets terug liggend in de muur of juist iets uitstekend uit de muur worden ingemetseld (ongeveer 0,5 – 1,0 cm.). Het spreekt vanzelf dat de gebruikte mortels schraal en kalkrijk zijn.
5.8 Uitplanten van de muurplanten in plantenbakken Muurplanten in het depot die niet in de muur kunnen worden ingeplant kunnen mogelijk wel worden behouden door ze in speciale plantenbakken uit te planten. Deze bakken kunnen op de kademuur worden geplaatst of aan de kademuur worden gehangen. Zo blijven de zaad- en sporenbronnen in de buurt van de muur. De plantenbakken worden gevuld met fijn puin en gruis en aangevuld met scherp zand en of tuinturf. Het is belangrijk om vooral de bakken met varensoorten niet in de zon, maar permanent in de schaduw neer te zetten. Bakken met klein glaskruid, muurleeuwenbek of muurfijnstraal verdragen meer zonlicht. In de onderstaande tabel 3 staat een overzicht van de verschillende werkwijzen en de kansrijkdom van de inspanningen.
17
Situatie
Werkwijze gericht op
Werkwijze
Inspanning Kans rijkdom
Opmerking Resultaat
1 Stabiele muurdelen zonder muurplanten
Bevorderen
Muur niet behandelen
Geen
+
Door verweringsproces kunnen muurplanten zich op lange termijn vestigen.
2 Stabiele muurdelen met muurplanten
Behouden
Muurplanten met rust laten
Klein
+
Met regelmatig periodiek onderhoud succesvol.
3 Stabiele muurdelen met muurplanten waarbij voegwerk is uitgesleten
Behouden
Klein
+
Behoud van de aanwezige muurplanten.
4 Instabiele muurdelen met losliggende stenen en voegwerk met muurplanten
Behouden
Voegwerk herstellen maar om zeldzame soorten heen werken Losse muurplantjes in depot bewaren en elders terug planten of plaatsen
Groot
-
5 Instabiele muurdelen maar met stabiele (uitneembare) muurdelen met muurplanten
Behouden
Losse muurdelen in depot bewaren en elders terugplaatsen
Groot
+
6 Bij te herstellen of nieuw metselwerk
Behouden
Groot
-
7 Bij te herstellen of nieuw metselwerk
Bevorderen
Gebruik maken van kalkrijke mortel en oud substraat; inplanten losse planten in het metselwerk. Gebruik maken van kalkrijke mortel en oud substraat; niet terug planten in de muur maar in aparte plantenbakken.
Groot
+
8 Instabiele muurdelen zonder muurplanten net boven de waterlijn
Geen belang Optimaal constructief muurplanten herstellen
Geen
-
Tijdens uitnemen worden plantjes beschadigd; de opslag vergt grote nazorg en het terug planten is risicovol vanwege de veranderde groeiomstandigheden. Enig risico op verdroging door veranderde vochthuishouding in de muur, (micro) klimaat en weersomstandigheden. Groot risico op verdroging door veranderde vochthuishouding in de muur, (micro) klimaat en weersomstandigheden. Door verweringsproces kunnen muurplanten zich op lange termijn in het metselwerk vestigen. De groeiomstandigheden in de bakken zijn beter te realiseren en te corrigeren. Muurplanten zullen zich hier waarschijnlijk nooit vestigen vanwege het brakke water.
Tabel 3: Overzicht van de werkwijzen en een inschatting van de resultaten van de inspanningen.
18
Bijlage 1: Informatie bijzondere muurplanten Kinderdijk-Korendijk Eikvaren
Foto: Eikvaren Kinderdijk-Korendijk
Eikvaren (Polypodium) is een geslacht van zo'n 150 tot 180 soorten varens die over de hele wereld voorkomen, maar vooral in tropische gebieden. Het geslacht is in België en Nederland vertegenwoordigd met twee soorten en één hybride met als bekendste soort de gewone eikvaren (Polypodium vulgare). Eikvarens zijn terrestrische of epifytische varens met horizontaal kruipende, dicht met haren of schubben bezette rizomen en verspreid staande eenvormige bladen. Eikvarens worden gebruikt in fytotherapie en als voedsel; de wortelknollen hebben een bitterzoete smaak en worden als smaakstof in noga gebruikt.
19
IJzervaren
Foto: IJzervaren en Smalle ijzervaren Kinderdijk-Korendijk.
De ijzervaren (Cyrtomium falcatum) is een varen uit de niervarenfamilie (Dryopteridaceae) die door cultivatie wereldwijd verspreid is en zich sinds enige jaren in België en Nederland ook in het wild voortplant. De ijzervaren is een rotsvaren en komt voornamelijk voor op rotsen en kliffen en in matig voedselrijke bossen. In de bewoonde wereld neemt hij genoegen met bakstenen of natuurstenen muren, waterputten en kaden. De ijzervaren is oorspronkelijk afkomstig uit Oost-Azië (China), maar is als tuin- en kamerplant praktisch wereldwijd verspreid geraakt. De soort komt ondertussen in het wild voor in zowel Europa als in Noord-Amerika. Blijkbaar kan de plant overleven en zich voortplanten in een gematigd klimaat met milde vorst. Sinds enkele jaren worden ook in België en Nederland sporenvormende exemplaren van de ijzervaren gevonden buiten tuinen. Tot nu toe beperkt hij zich blijkbaar wel tot vochtige muren in een stedelijke omgeving. Zo is hij in Nederland sinds 2000 gevonden in o.a. Amsterdam, Delft, Utrecht, Middelburg en Haarlem en ook in Twente en in België ondertussen ook in de stadscentra van Gent en Antwerpen. Smalle ijzervaren heeft een smallere, bleke bladrand en is onregelmatig maar wel duidelijk getand. De matte (niet glanzende), lichtgroene bladen zijn kruidachtig. De deelblaadjes zijn gaaf of bovenaan fijn gezaagd.
De middelste blaadjes zijn meestal meer dan drie keer zo lang als breed. Ze hebben een lang toegespitste bladpunt. Volgroeide bladen hebben vaak meer dan twintig blaadjes. Enkele verschillen met IJzervaren: IJzervaren heeft stugge, leerachtige, sterk glanzende, spits toelopende blaadjes met onregelmatige, grove tanden en een verdikte rand. Smalle ijzervaren heeft een lichtere kleur en een donkere bladnerf.
20
Kleine zandkool
Foto: Kleine zandkool Korendijk-Kinderdijk
De kleine zandkool (Diplotaxis muralis) is een eenjarige tot tweejarige plant. De plant kan ook enkele jaren als overblijvende plant overleven. De kleine zandkool behoort tot de kruisbloemenfamilie (Cruciferae oftewel Brassicaceae). De plant wordt 20 - 50 (5 - 60) cm hoog en heeft een dunne penwortel. De plant is aan de basis vertakt. De stengel is kaal of aan de basis behaard met teruggebogen, enkelvoudige haren. Bij het stukwrijven van de stengel ontstaat er een rotte-eierenlucht.De plant komt voor langs wegen, bosschages, spoorwegen, in de duinen, op zeedijken en op muren. De voorkeur gaat uit naar een losse, droge, matig voedselrijke en vaak kalkhoudende bodem. De grote zandkool of wilde rucola (Diplotaxis tenuifolia) is een overblijvende plant die behoort tot de kruisbloemenfamilie (Cruciferae oftewel Brassicaceae). De plant komt van nature voor in het Middellandse Zeegebied en heeft zich vandaaruit verder naar het noorden uitgebreid. De plant komt voor op droge, voedselrijke grond langs spoorwegen, in wegbermen, in het stedelijk gebied tussen stenen en in de duinen.
21
Klein glaskruid
Foto: Klein glaskruid Rouaanse kaai.
Klein glaskruid (Parietaria judaica) is een vaste plant die behoort tot de brandnetelfamilie (Urticaceae). De soort heeft zich verspreid vanuit het Middellandse Zeegebied en de Europese westkust. In Noord-Amerika wordt het als een onkruid beschouwd. De plant wordt 10-60 cm hoog en heeft een liggende of opstijgende, gevulde, meestal sterk vertakte stengel. Op de stengels, de bladnerven en onderkant van de bladeren zitten roze of rode haren. De eironde bladeren zijn 2-5 cm lang en hebben een korte, spitse top. Klein glaskruid is een tweehuizige plant. De plant bloeit van mei tot oktober met witte of roze bloemen, die in dichte groepjes bij elkaar zitten. De schutblaadjes zijn aan de voet vergroeid. De vrucht is een 1-1,4 mm lang nootje met een mierenbroodje. De plant komt algemeen voor in Zuid-Europa en vanaf de Romeinse tijd is hij ook in noordelijker streken te vinden. Daar komt de soort voor in stedelijke gebieden en in rivierengebied, op en langs kalkrijke, vochtige oude muren en soms onder heggen. In Nederland en Vlaanderen is de plant zeldzaam tot zeer zeldzaam. In Nederland is klein glaskruid vanaf 1 januari 2017 niet meer wettelijk beschermd. De grens van aanwezigheid in Nederland werd lang gevormd door de lijn Amsterdam - Deventer maar heeft de neiging naar het noorden op te schuiven. Stengel en de bloempjes blijven gemakkelijk kleven, wat de verspreiding bevordert.
Klein glaskruid dankt zijn naam aan het feiten dat het vroeger werd gebruikt om glas en metaal te poetsen, de plant is om die reden ook wel gekweekt. Het stuifmeel bevat sterke allergenen en kan daardoor een allergische reactie veroorzaken (Bron: Wikipedia).
22
Koningsvaren
Foto: Koningsvaren Kinderdijk-Korendijk
De koningsvaren (Osmunda regalis) is een varen uit de koningsvarenfamilie (Osmundaceae). De plant komt zeer plaatselijk in grotere aantallen voor in vochtige loofhoutbossen, veenmoerassen en aan beschaduwde slootkanten. Elders is hij zeer zeldzaam. De plant heeft dubbelgeveerde bladeren, die licht- of geelgroen zijn. De hoogte varieert van 0,2-3 m (in schaduw en in een goede grond). In het centrum staan vruchtbare bladeren. De buitenste bladeren zijn onvruchtbaar. De plant kan tot honderd jaar oud worden. De sporenhoopjes (sora) zitten bovenaan de vruchtbare bladeren aan smalle deelblaadjes, die een soort pluim vormen. De sporenhoopjes bestaan uit sporangiën, waarin de sporen gevormd worden. Ze worden later bruin. De sporen zijn rijp in juli of augustus. De koningsvaren is een terrestrische plant die groeit op vochtige plaatsen in of langs de rand van het loofbos, langs sloten of op open plaatsen.
23
Muurfijnstraal
Foto: Muurfijnstraal Rouaanse kaai.
Muurfijnstraal (Erigeron karvinskianus, synoniem: Erigeron mucronatus) is een vaste plant uit de composietenfamilie. De plant is afkomstig uit Mexico en raakte van daaruit vanaf de negentiende eeuw over de wereld verspreid. In 1993 werd ze voor het eerst aangetroffen in Amsterdam en raakte sindsdien ingeburgerd in een groot deel van de Lage Landen. Muurfijnstraal groeit op stenige plaatsen zoals muren en langs gevels. De soort wordt wel ook als sierplant gebruikt. De plant wordt 15-50 cm hoog en heeft een gladde tot spaarzaam behaarde, liggende tot opstijgende stengel, die lang, dun en geribd is. De op de grond liggende delen van de stengel bewortelen. De smalle bladeren zijn deels drie-lobbig met naar voren gerichte, spitse slippen en hebben bij wrijven een aangename geur. Muurfijnstraal bloeit van juni tot augustus met 1-1,5 cm grote bloemhoofdjes. De lintbloem en de straalbloemen zijn 1 mm breed, 9-10 mm lang, van boven wit en van onderen roze tot paars. De pappus bestaat alleen uit borstelharen. De bloemen worden veel door insecten, zoals bijen, wespen en vliegen, bezocht. De vrucht is een 11,4 mm lang, lichtbruin nootje met een enkele rij langharig vruchtpluis en bevat één zaadje (Bron: Wikipedia).
24
Muurleeuwenbek
Foto: Muurleeuwenbek Rouaansekaai.
Aangenomen wordt dat de plant uit Kroatië en/of Noord-Italië afkomstig is. In West- en Midden-Europa nestelt de plant zich vooral in de spleten van oude bakstenen muren. Waarschijnlijk is hij in dit gebied als tuinplant verwilderd. Muurleeuwenbek prefereert beschaduwde, vochtige plaatsen zoals verweerde muren en zerken van oude graven. Oude dijkbeschoeiingen en kademuren zijn ideaal, omdat het water de temperatuurschommelingen, waar deze plant een hekel aan heeft, beperkt. Ook is de benodigde hoge relatieve luchtvochtigheid hier gegarandeerd. De plant vormt veel lange stengels, die regelmatig wortelschieten. Hierdoor kan de plant zich behalve door uitzaaiing ook vegetatief vermeerderen. De bloem buigt na de bloei naar binnen, waardoor de zaden naar binnen vallen en in spleten tussen stenen in het donker kiemen. De kiemen van de plant werden tot de 17e eeuw ook gebruikt als bindmiddel voor het maken van vruchtensap.
25
Muurvaren
Foto: Muurvaren Kinderdijk-Korendijk.
Oorspronkelijk is dit een plant van rotsspleten in wat kalkrijkere delen van Europese en Noord-Amerikaanse gebergten, verspreid komt de soort ook in Azië voor. Afhankelijk van de gebruikte mortel tussen stenen van gebouwen en ommuringen heeft deze soort zich, in een land zonder rotsen, kunnen vestigen. Daarmee is de standplaats droog tot matig droog. De plant is meestal te vinden op aan het directe daglicht geëxponeerde muren. We vinden Muurvaren dan ook in stedelijke gebieden en in dorpen met oude gebouwen in het hele land. De soort komt vrij algemeen voor, maar is zeldzamer in Drenthe, Zeeland en op de Waddeneilanden. De plant wordt maximaal tot ongeveer 25 cm hoog. Sporen zijn gemakkelijk aan de onderkant van de bladsegmenten te vinden. De smalle dekvliesjes liggen over de eerst langgerekte sporenhoopjes, en wel meerdere per segment. Bij rijpheid bedekken de sporen vrijwel de gehele onderkant van een blad. Van juni tot oktober rijpen de sporen af.
26
Plat beemdgras
Foto: Gerrit Hendriksen (stadsplanten.nl: De urbane flora van Nederland) en (uitgebloeid) Korendijk-Kinderdijk.
Plat beemdgras (Poa compressa) is een grijsgroene, overblijvende plant, die behoort tot de grassenfamilie (Poaceae). De plant komt van nature voor in Eurazië en is van daaruit verspreid naar Noord- en Zuid-Amerika en Australië. De plant komt voor op oude muren, langs wegen en op droge, kalkhoudende, stenige grond.
27
Steenbreekvaren
Foto: Steenbreekvaren Kinderdijk-Korendijk.
De steenbreekvaren (Asplenium trichomanes) is een varen uit de streepvarenfamilie (Aspleniaceae). De kleine, in de winter groenblijvende plant groeit op muren en rotsachtige grond. Hij komt voornamelijk in gematigde streken voor. In Nederland was de zeldzame soort tot 2017 wettelijk beschermd. Alleen in Zuid-Limburg en langs de rivieren Maas en IJssel komt ze wat vaker voor. In Vlaanderen is de soort vrij zeldzaam en komt verspreid voor. De varen wordt het meest gevonden op oude, vochtige muren die op het noorden zijn gericht. Hij kan slecht tegen droogte en vermijdt plaatsen in de volle zon. Hoog op sluis- en brugmuren, boven het water, voelt de plant zich thuis. Zeer zelden wordt steenbreekvaren groeiend in een greppel aangetroffen. De bladen zijn gewoonlijk 20 cm lang, maar op vochtige plekken kunnen de bladen een lengte van 40 cm bereiken. Ze zijn enkel geveerd. De in twee rijen staande talrijke vrijwel gaafrandige deelblaadjes zijn enigszins langwerpig of rond en helder lichtgroen van kleur. In het tweede jaar vallen de deelblaadjes af. De hoofdnerf valt later af. De bladsteel en hoofdnerf zijn zwart tot donkerbruin. Oudere planten lijken daardoor in de lente op pruikjes van zwartglanzend haar. De sporenhoopjes (sori), die bestaan uit sporangiën, zijn lang en dun. Ze zijn rijp tussen mei en oktober en bedekken dan vrijwel de gehele onderkant van het blad (Bron: Wikipedia).
28
Stijf hardgras
Foto: Stijf hardgras (waarneming.nl) en (uitgebloeid) op de Rouaansekaai.
Stijf hardgras (Catapodium rigidum) is een eenjarige plant die behoort tot de grassenfamilie. In Nederland is de plant vanaf 1 januari 2017 niet meer wettelijk beschermd. De soort staat op de Nederlandse Rode lijst van planten als zeldzaam en stabiel of toegenomen. Stijf hardgras komt voor in Europa, West-Azië en Noord- en Zuid-Afrika. Verder komt de soort voor in Australië, Nieuw-Zeeland, de Verenigde Staten, Zuid-Amerika en de Caribische eilanden. Meestal kiemt dit gras in de nazomer en ontwikkelt dan op het meestal stenige of kalkstenige substraat een meerstengelige plant die in de tweede helft van de lente bloeit. Een deel van het zaad kiemt na de winter, ontwikkelt nog lager blijvende stengels dan de nazomer kiemers en bloeit dan eveneens, een waarborg om bij eventueel afsterven door de vorst van de grotere planten toch voor nakomelingen te zorgen. Stijf hardgras komt voor in de duinen op kalkrijke stenige plaatsen en in straten.
29
Smalle stekelvaren
Foto: Smalle stekelvaren (wilde-planten.nl)
De smalle stekelvaren (Dryopteris carthusiana) is een overblijvende varen uit de niervarenfamilie (Dryopteridaceae). De soort is vooral te vinden in vochtige loof- en naaldbossen. De smalle stekelvaren is minder kieskeurig dan de meeste andere soorten van het geslacht. In open gebied prefereert hij moerassige, voedselarme tot matig voedselrijke, zure tot zwak zure bodem. Hij is meestal te vinden in loof- en naaldbossen, langs beken en sloten, op kapvlaktes, langs houtkanten en op puinhellingen. Soms ook in heel natte plaatsen zoals broekbossen, rietland en veenmoerassen. In bewoonde gebieden groeit hij soms op oude muren. Ook is hij te vinden op dijken met beschoeiing van basalt. De soort verdraagt enige beschaduwing zonder veel verlies van groeikracht, maar neemt de lichtsterkte af tot minder dan 25% van het daglicht dan kwijnt hij weg. De plant past zich aan aan weinig licht door het vormen van dunnere en grotere bladeren. De smalle stekelvaren lijkt zeer sterk op jonge exemplaren van zijn verwant de brede stekelvaren. In bossen komen beide soorten op dezelfde standplaatsen naast elkaar voor. De bladen van de smalle stekelvaren zijn meestal smaller en ijler, de kleur lichter, de steel langer. De bladen zijn meestal wat stijver, die van de Brede stekelvaren hangen over. Maar deze kenmerken zijn alleen duidelijk bij volgroeide exemplaren.
Het meest onderscheidende kenmerk is de licht beschubde bladsteel met eenkleurige schubben van de smalle stekelvaren tegenover de dicht beschubde bladsteel met tweekleurige schubben van de brede stekelvaren. De brede stekelvaren heeft vaak klieren op de bladdelen en het indusium (een dun dekvliesje op de onvolgroeide sporen).
30
Tongvaren
Foto: Tongvaren op de Korendijk-Kinderdijk
De tongvaren (Asplenium scolopendrium, synoniem: Phyllitis scolopendrium) is een varen uit de streepvarenfamilie (Aspleniaceae). De soort groeit op muren en in de duinen. De plant is in Nederland en Vlaanderen niet meer zeldzaam. De groeiplaats van deze soort is kenmerkend voor vochtige, schaduwrijke, overwegend kalkrijke rotswanden en muren. In de Lage Landen vinden we ze vooral terug op gracht-, kade- en sluismuren, op oude dammen, in waterputten en op muren onder lekkende regenpijpen. Meestal is de luchtvochtigheid hoog. De standplaatsen zijn bijna steeds naar het noorden gericht. Ze kan echter vooral in stikstofrijke omgevingen worden aangetroffen. Op de grond vormt ze dikwijls de ondergroei van duindoornstruweel in duinen, maar hoofdzakelijk kan gesteld worden dat ze een liefhebber is van vochtige, kalkhoudende, stenige grond onder een flink bosdek.
31
Wijfjesvaren
Foto: Wijfjesvaren (-) Kinderdijk-Korendijk.
De wijfjesvaren (Athyrium filix-femina) is een varen uit de wijfjesvarenfamilie (Athyriaceae). De plant komt voor op het noordelijk halfrond. De plant wordt ook in de siertuin gebruikt. De varen komt voor in vochtige loofbossen, langs beekoevers, in broekbossen, langs slootkanten en kanaaloevers, op muren en basaltglooiingen, vaak aan beschaduwde kanten. In het algemeen is de bodem relatief rijk, maar neutraal tot licht zuur en, net als de meeste bosvarens, gebonden aan een licht beschaduwde omgeving. De wijfjesvaren heeft geen nauwe verwanten van hetzelfde geslacht in België en Nederland. Er is kans op verwarring met de eveneens algemeen voorkomende mannetjesvaren (Dryopteris filix-mas) en de zeldzame stippelvaren (Oreopteris limbosperma). Alle drie hebben ze ongeveer hetzelfde habitat en overeenkomstige kenmerken. De wijfjesvaren is echter van beide te onderscheiden door de drievoudig gedeelde bladen en de komma- of haakvormige sporenhoopjes. De beide anderen hebben dubbel gedeelde bladen en ronde sporenhoopjes.
32
Bijlage 2: Overzicht van groeiplaatsen van bijzondere muurplanten Korendijk-Kinderdijk 2022. Korendijk, Kinderdijk 21-9-2022 Wetenschappelijke naam
Naam
Aantal
X
Y
lat
Lng
Polypodium spec. Cyrtomium falcatum
Eikvaren spec.
2
32.35
391.537
51.49948
3.620746
IJzervaren
1
32.42
391.638
51.5004
3.621715
Cyrtomium falcatum
IJzervaren
1
32.261
391.47
51.49886
3.619478
Cyrtomium falcatum
IJzervaren
2
32.268
391.479
51.49894
3.619586
Cyrtomium falcatum
IJzervaren
1
32.37
391.553
51.49963
3.621025
Parietaria judaica
Klein glaskruid
3
32.474
391.605
51.50012
3.622498
Parietaria judaica
Klein glaskruid
3
32.466
391.604
51.5001
3.622385
Parietaria judaica
Klein glaskruid
15
32.451
391.6
51.50007
3.622178
Parietaria judaica
Klein glaskruid
5
32.23
391.455
51.49872
3.619048
Parietaria judaica
Klein glaskruid
15
32.267
391.478
51.49893
3.619563
Parietaria judaica
Klein glaskruid
10
32.275
391.487
51.49902
3.619684
Parietaria judaica
Klein glaskruid
10
32.289
391.491
51.49906
3.619876
Parietaria judaica
Klein glaskruid
10
32.289
391.492
51.49906
3.619879
Parietaria judaica
Klein glaskruid
20
32.299
391.501
51.49915
3.620017
Parietaria judaica
Klein glaskruid
10
32.304
391.501
51.49915
3.620093
Parietaria judaica
Klein glaskruid
7
32.313
391.514
51.49926
3.620221
Parietaria judaica
Klein glaskruid
15
32.333
391.525
51.49937
3.6205
Parietaria judaica
Klein glaskruid
10
32.361
391.547
51.49957
3.620896
Parietaria judaica
Klein glaskruid
10
32.369
391.552
51.49962
3.621005
Parietaria judaica
Klein glaskruid
9
32.371
391.555
51.49965
3.621041
Parietaria judaica
Klein glaskruid
5
32.405
391.58
51.49988
3.621517
Parietaria judaica
Klein glaskruid
20
32.431
391.598
51.50004
3.621892
Diplotaxis muralis
Kleine zandkool
2
32.367
391.55
51.4996
3.620979
Osmunda regalis
Koningsvaren
3
32.386
391.567
51.49976
3.621248
Asplenium ruta-muraria
Muurvaren
1
32.429
391.6
51.50006
3.621859
Plantae indet.
Mogelijk Walstroleeuwenbek
1
32.213
391.433
51.49852
3.6188
Poa compressa
Plat beemdgras
1
32.377
391.559
51.49968
3.621124
Cyrtomium fortunei
Smalle ijzervaren
1
32.244
391.47
51.49886
3.619242
Dryopteris carthusiana
Smalle stekelvaren
1
32.43
391.597
51.50004
3.621878
Asplenium trichomanes
Steenbreekvaren
5
32.462
391.603
51.5001
3.62233
Asplenium trichomanes
Steenbreekvaren
3
32.451
391.6
51.50007
3.622169
Asplenium trichomanes
Steenbreekvaren
15
32.304
391.501
51.49915
3.620092
Asplenium trichomanes
Steenbreekvaren
18
32.31
391.507
51.4992
3.62018
Asplenium trichomanes
Steenbreekvaren
10
32.311
391.515
51.49928
3.620193
Asplenium trichomanes
Steenbreekvaren
8
32.318
391.517
51.49929
3.620295
33
Asplenium trichomanes
Steenbreekvaren
3
32.325
391.525
51.49937
3.620384
Asplenium trichomanes
Steenbreekvaren
10
32.351
391.538
51.49949
3.620762
Asplenium trichomanes
Steenbreekvaren
10
32.361
391.547
51.49957
3.620899
Asplenium trichomanes
Steenbreekvaren
5
32.374
391.557
51.49967
3.621083
Asplenium trichomanes
Steenbreekvaren
10
32.38
391.563
51.49972
3.621161
Asplenium trichomanes
Steenbreekvaren
8
32.391
391.567
51.49976
3.621321
Asplenium trichomanes
Steenbreekvaren
10
32.399
391.576
51.49984
3.621434
Asplenium trichomanes
Steenbreekvaren
3
32.413
391.585
51.49992
3.621629
Catapodium rigidum
Stijf hardgras
5
32.391
391.629
51.50032
3.621303
Catapodium rigidum
Stijf hardgras
1
32.408
391.631
51.50034
3.621543
Asplenium scolopendrium
Tongvaren
1
32.466
391.604
51.5001
3.622385
Asplenium scolopendrium
Tongvaren
1
32.463
391.605
51.50011
3.622345
Asplenium scolopendrium
Tongvaren
3
32.266
391.478
51.49893
3.619557
Asplenium scolopendrium
Tongvaren
3
32.272
391.483
51.49898
3.61964
Asplenium scolopendrium
Tongvaren
2
32.28
391.489
51.49903
3.619752
Asplenium scolopendrium
Tongvaren
3
32.289
391.492
51.49907
3.619882
Asplenium scolopendrium
Tongvaren
3
32.304
391.502
51.49915
3.620091
Asplenium scolopendrium
Tongvaren
4
32.341
391.528
51.49939
3.62061
Asplenium scolopendrium
Tongvaren
1
32.36
391.546
51.49956
3.620877
Asplenium scolopendrium
Tongvaren
7
32.413
391.584
51.49992
3.621633
Asplenium scolopendrium
Tongvaren
2
32.416
391.586
51.49994
3.621669
Asplenium scolopendrium
Tongvaren
3
32.423
391.591
51.49998
3.62178
Asplenium scolopendrium
Tongvaren
1
32.428
391.596
51.50003
3.621845
Asplenium scolopendrium
Tongvaren
1
32.431
391.599
51.50005
3.621888
Athyrium filix-femina
Wijfjesvaren
1
32.431
391.599
51.50005
3.621888
34
Bijlage 3: Alle waargenomen soorten muurplanten Korendijk-Kinderdijk 2022 Korendijk, Kinderdijk 21-9-2022 Nr.
Wetenschappelijke naam
Naam
1
Sonchus arvensis
Akkermelkdistel
2
Gnaphalium luteoalbum
Bleekgele droogbloem
3
Achillea millefolium
Duizendblad
4
Polypodium spec.
Eikvaren spec.
5
Lolium perenne
Engels raaigras
6
Agrostis stolonifera
Fioringras
7
Alchemilla mollis
Fraaie vrouwenmantel
8
Oxalis corniculata
Gehoornde klaverzuring
9
Holcus lanatus
Gestreepte witbol
10
Acer pseudoplatanus
Gewone esdoorn
11
Sonchus oleraceus
Gewone melkdistel
12
Vulpia myuros
Gewoon langbaardgras
13
Urtica dioica
Grote brandnetel
14
Galinsoga quadriradiata
Harig knopkruid
15
Plantago coronopus
Hertshoornweegbree
16
Erigeron sumatrensis
Hoge fijnstraal
17
Cyrtomium falcatum
IJzervaren
18
Parietaria judaica
Klein glaskruid
19
Tussilago farfara
Klein hoefblad
20
Diplotaxis muralis
Kleine zandkool
21
Campanula spec.