CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

22-053 Bijlage 1. 2e begrotingswijziging 2022

Gemeenteraad 9 juni 2022, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Zienswijze 2e begrotingswijziging 2022 Orionis Walcheren (22-053 MZ)11.668 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

2e begrotingswijziging 2022 [februari 2022]

Vastgesteld DB 24 februari 2022

Inhoudsopgave Managementsamenvatting

4

PROGRAMMA’S Programma Arbeidsmarkt Programma Werkleerbedrijf Programma Inkomen Programma Schuldhulpverlening Programma Overhead Algemene Dekkingsmiddelen

6 11 15 20 22 27

FINANCIËN Overzicht van lasten en baten Programma Arbeidsmarkt Programma Werkleerbedrijf Programma Inkomen Programma Schuldhulpverlening Programma Overhead Algemene Dekkingsmiddelen

30 31 32 34 35 36 37

BIJLAGE Financiële bijdragen van gemeenten Verwerking begrotingssaldo Lijst van afkortingen

39 41 42

2

Managementsamenvatting Afgelopen juni is de begroting 2022 vastgesteld door het Algemeen Bestuur. Tijdstip van opstellen van deze stukken was februari / maart 2021. December 2021 is een eerste begrotingswijziging 2022 vastgesteld. In de nu voorliggende 2e begrotingswijziging worden een aantal mutaties verwerkt. Dit betreft met name de financiële gevolgen van het implementatieplan Werkleerbedrijf, de gevolgen van de vastgestelde Rijksvergoeding BUIG en de ontwikkeling van de klantaantallen in 2022 plus de personele gevolgen als gevolg van Cao en functiewaardering. Implementatieplan Werkleerbedrijf Het plan Toekomstbestendig Krimpen is in de primaire begroting 2022 verwerkt. De in het plan opgenomen koerswijziging heeft in de meerjarenbegroting 2022 geleid tot een forse verbetering van de financiële resultaten van het Werkleerbedrijf: van € 556.000 in 2021 via € 1,2 miljoen in 2022 naar € 2,6 miljoen in 2025. Daarnaast heeft KplusV in 2021 een onderzoek gedaan naar de rentabiliteit van het Werkleerbedrijf en onze plannen getoetst. KplusV heeft in het hele land inzichten opgedaan. Hun advies geeft dan ook aanvullend inzicht in de landelijke trends en cijfers. Het KplusV advies is om die reden zeer waardevol voor Walcheren. Het KplusV advies sluit aan bij de plannen van Orionis. Dit is voor Orionis een bevestiging dat de reeds ingeslagen weg ook de juiste is.

Naar aanleiding van het advies van KplusV hebben de Walcherse gemeenten Orionis gevraagd een implementatieplan te schrijven. Dit implementatieplan is eind 2021 aan gemeenten voorgelegd en vastgesteld. KplusV gaat evenals Orionis uit van een forse rendementsverbetering de komende jaren, maar is wel voorzichtiger. De rendementsverbetering is aanzienlijk lager dan de begroting van Orionis. Ook heeft KplusV een andere berekening van het subsidieresultaat Wsw. Het verwerken van het advies KplusV in het implementatieplan betekent dat de eerder gepresenteerde rendementen naar beneden bijgesteld worden. Maar er blijft per saldo een forse rendementsverbetering als resultaat. 2022 2023 2024 2025 Opgenomen rendementsverbetering € 1.230.000 € 1.838.000 € 2.457.000 € 2.620.000 Correcties KplusV - € 19.000 - € 299.000 - € 489.000 - € 681.000 Resterende rendementsverbetering € 1.211.000 € 1.539.000 € 1.968.000 € 1.939.000 Klantenaantal en Rijksvergoeding De ontwikkeling van het klantenbestand is als volgt: Beginstand 2022 2858 Instroom 950 Uitstroom werk - 350 Uitstroom overig - 618 Eindstand 2022 2840 De Rijksvergoeding is gebaseerd op de voorlopige toekenning september 2021 en de verwachte bijstelling hiervan in mei 2022.

2960 2920 2880 2840

2857 2858

2840

2800 1 jan feb mrt apr mei juni jul aug sept okt nov dec jan realisatie

3

Cao ambtenaren en functiewaardering Eind januari 2022 is een nieuw cao-akkoord afgesloten voor de periode 2021/2022. Daaruit vloeit een kostenstijging voort die fors hoger is dan de VZG-normering die hiervoor in de begroting is opgenomen. De verhoging voor 2022 bedraagt over het hele jaar gemeten een stijging van 3,3%. Een stijging van 3,3% ten opzichte van 0,9% opgenomen als VZG-norm betekent een extra last van € 413.000 in 2022, oplopend naar € 512.000 in 2023 en verder. Binnen Orionis is het niet mogelijk zo’n kostenstijging op te vangen zonder dat dit ten koste gaat van de resultaten. De gevolgen van de coronacrisis vragen juist een extra inzet van personeel, waarvoor het Rijk ook het steun- en herstelpakket beschikbaar stelt. Daarom wordt er niet gekort op de inzet van personeel en blijven de resultaatsdoelstellingen in de begroting gehandhaafd. Deze meerkosten zijn daarom in deze begrotingswijziging opgenomen. Los van de Cao-ontwikkelingen is er onderhoud aan het functieboek nodig. Daarbij zijn een aantal functies opnieuw beoordeeld en gewogen. Dit heeft te maken met wijzigingen/verzwaringen in taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden. We leggen bevoegdheden en verantwoordelijkheden zo laag mogelijk in de organisatie. Dit levert betere kwaliteit en sturing op, wat zichtbaar wordt in de prestaties van Orionis.

De taak- en resultaatprofielen van deze functies zijn aangepast aan de herziening van de taken en bevoegdheden en betreffende functies zijn opnieuw gewaardeerd. Begeleiding door een extern gecertificeerd deskundige heeft hierbij plaatsgevonden. De uitkomst hiervan is dat een aantal functies hoger uitkomt en een aantal functies in waardering gelijk blijft. De hogere inschaling leidt tot meerkosten, die gezien het salarispatroon wat werknemers doorlopen in een paar jaar oplopen tot een maximum bedrag: van € 115.000 in 2022 naar € 185.000 in 2026. Daarmee blijft de kwaliteit en kwantiteit van het personeelsbestand van Orionis op peil om de afgesproken resultaten te halen. Ontwikkelingen Het nieuwe regeerakkoord bevat een aantal componenten die zijn weerslag zullen hebben op het werkveld van Orionis. De belangrijkste punten hiervan zijn:  Het kabinet trekt € 500 miljoen per jaar uit voor het hervormen van de arbeidsmarkt, reintegratie en het aanpakken van armoede en schulden. Dat is minder dan de tenminste € 1,5 miljard extra die nodig is om de doelstellingen van de Participatiewet te kunnen bereiken.  Het wettelijk minimumloon gaat met 7,5% omhoog en daarmee ook de hieraan gekoppelde bijstandsuitkeringen.  Het kabinet gaat meer inzetten op beschut werk, om mensen die lang in de uitkering zitten perspectief te bieden op werk.

 De bijverdiengrenzen in de Participatiewet worden verruimd.  Het kabinet wil de duur van schuldhulpverleningstrajecten verkorten en de toegang tot schuldhulp verbeteren.  Advies van commissie Borstlap en de SER dienen als basis voor herziening arbeidsmarkt.  Inwonende jongvolwassenen tot 27 jaar tellen niet langer mee als kostendeler voor de uitkering van huisgenoten. Uitwerking hiervan en invoering in de praktijk zal in de komende periode gaan plaatsvinden. In deze begrotingswijziging zijn hiervan nog geen effecten verwerkt. 4

Financiën Het uiteindelijke saldo van deze begrotingswijziging bestaat structureel uit - de bijstelling door KplusV van de toekomstige rendementen van het Werkleerbedrijf. Daardoor vallen terugbetalingen vanuit Orionis lager uit. Tot deze bijstelling is al besloten bij het vaststellen van het implementatieplan. - de Cao ambtenaren die leidt tot hogere kosten. Via toekomstige indexering gemeentefonds komt de dekking hiervoor bij gemeenten terug. - Kosten van functiewaardering gezien gewijzigde taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Daarmee blijft de kwaliteit en kwantiteit van het personeelsbestand van Orionis op peil om de afgesproken resultaten te halen. Eenmalig alleen voor 2022 een beperkt voordeel op BUIG (€ 62.000) en een beperkt nadeel op huisvestingskosten (€ 78.000). Vlissingen, 24 februari 2022 S. Stroosnijder, voorzitter

5

Programma Arbeidsmarkt Wat willen we bereiken Product re-integratie

Realisatie Begroot 2020 2021-2

Begroot 2022

Begroot 2022-1

Begroot 2022-2

Volledige uitstroom naar werk

280

317-350

350

350

350

Opbrengsten uit deeltijdwerk

€ 2,20 mln

€ 2,0 € 2,1 mln

€ 2,3 miljoen

€ 2,3 miljoen

€ 2,2 miljoen

Duurzaamheid uitstroom werk (% na 6 maanden nog uit de uitkering)

92%

75%

75%

75%

75%

Wat gaan we daarvoor doen Uitstroom werk Uitstroom werk is gebaseerd op de opgave van ons accountmanagement: een reële inschatting op basis van de economische situatie eind december 2021 die gecontinueerd wordt in de eerste periode van 2022, met een opleving vanaf de zomer zoals ook in afgelopen jaar. De arbeidsmarkt in Zeeland is en blijft krap, dit betekent dat er veel vacatures open staan. Onderstaande grafiek van het UWV geeft aan in welke sectoren dit het grootst is.

Bron: UWV.nl, meest actuele overzicht per ultimo 3e kwartaal 2021

Tussen deze vacatures en de beschikbare klanten is vaak een mismatch. Door de krapte van de arbeidsmarkt zijn de meest makkelijk vervulbare vacatures al vervuld. De klanten die zich bij ons 6

melden of die al langer een uitkering ontvangen hebben aanvullende dienstverlening nodig voordat van plaatsing op werk sprake kan zijn. Risicomatrix De hiervoor genoemde prognose van uitstroom naar werk is een realistische prognose op het moment van opstellen. Maar de pandemische en economische situatie blijft onzeker. Voor Walcheren is vooral de sector Horeca en de daaraan gekoppelde sector Facilitair (denk aan schoonmaak) van belang: 1 op de 4 uitplaatsingen naar werk vindt in die sectoren plaats en maar liefst 50% van de inkomsten uit deeltijdwerk wordt in deze sectoren verdiend. Juist de sector Horeca is erg gevoelig voor de pandemische ontwikkelingen en maatregelen en ook nog eens sterk seizoenafhankelijk. Dat betekent dat het moment van het jaar waarop de pandemische maatregelen groot zijn erg bepalend is voor hoe groot het effect op de sector is. Onder programma Inkomen is op pagina 16 een risicomatrix opgenomen m.b.t. de totale ontwikkeling van het klantenbestand. Deeltijdopbrengsten De opbrengsten uit deeltijdwerk etc. zijn voor 2022 gelijk gehouden aan de werkelijk gerealiseerde opbrengsten in 2021: € 2,2 miljoen. Jongeren - zoekperiode Voor jongeren tot en met 26 jaar is in de Participatiewet een zoekperiode van 4 weken opgenomen. Deze bepaling betekent dat de bijstandsaanvraag de eerste 4 weken niet in behandeling wordt genomen.

Tijdens deze periode wordt de jongere geacht zelfstandig op zoek te gaan naar werk en krijgt de jongere vanuit de gemeente geen ondersteuning daarbij. Na 4 weken dient de jongere zich opnieuw te melden en wordt beoordeeld of de jongere voldoende inspanning heeft geleverd om aan het werk te geraken. Bij voldoende inspanning wordt alsnog een uitkering verleend met terugwerkende kracht vanaf de eerste aanmelding. De intentie van deze wetsbepaling is voorkomen dat jongeren een beroep op bijstand doen. Orionis heeft de afgelopen jaren gezien dat opleggen van de zoekperiode niet bijdraagt aan deze doelstelling, maar deze juist tegenwerkt. Het grootste deel van de jongeren die instroomt in de bijstand heeft een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Een meting in het tweede halfjaar van 2021 gaf aan dat 80% van de ingestroomde jongeren niet binnen 6 maanden kan uitstromen naar werk. Betaald werk is slechts bereikbaar na langdurige en intensieve ondersteuning en begeleiding. Deze jongeren zijn dan ook gebaat bij het zo snel mogelijk bieden van bestaanszekerheid. En samen met hen kijken welke stappen nodig zijn voor stapsgewijze ontwikkeling. Toepassen van de zoekperiode op jongeren met multiproblematiek verergert de persoonlijke situatie. Tevens brengt dit het risico met zich mee dat een jongere zich niet opnieuw meldt en uit beeld verdwijnt. Met alle lange termijn gevolgen van dien.

De jongere die een kortere afstand tot de arbeidsmarkt heeft doet ondanks het grote vacatureaanbod toch een beroep op Orionis. Veelal blijkt dat ook deze groep baat heeft bij kortdurende begeleiding en ondersteuning. Waarna de jongere uitstroomt naar werk.

7

Orionis legt om deze redenen geen losstaande zoekperiode op, maar we gaan tijdens de zoekperiode meteen samen aan de slag. Uit de praktijk blijkt dat directe intensieve dienstverlening in combinatie met het snel bieden van bestaanszekerheid het beroep op bijstand zo kort mogelijk houdt. Met zowel maatschappelijke als financiële voordelen. Aangezien de uitkering ook bij toepassing van een zoekperiode met terugwerkende kracht toegekend wordt zijn er geen financiële nadelen voor gemeenten. Wanneer in voorkomende gevallen blijkt dat een jongere zich niet voldoende inspant om zich te ontwikkelen biedt de Participatiewet voldoende ruimte om alsnog in te grijpen. Jongeren – Nuggers met indicatie baanafspraak In de raden van de gemeenten Middelburg en Veere is gevraagd om als Orionis meer aandacht te besteden aan jongeren die weliswaar geen recht hebben op een uitkering (zogenaamde Nuggers) maar wel baat hebben bij de dienstverlening van Orionis. Hiervoor wordt nog een voorstel uitgewerkt. Daarin wordt ook opgenomen wat de baten zijn en de kosten van de inzet. Deze extra kosten komen ten laste van de 2 gemeenten die hiervoor opdracht geven. Daarbij kan Vlissingen alsnog aanhaken als zij de kosten-batenanalyse als positief beoordeeld.

Re-integratiebudget De Rijksvergoedingen re-integratie worden in deze begrotingswijziging bijgesteld naar de meest recente meerjarenreeks: septembercirculaire 2021. Dit leidt tot een verhoging van de budgetten. Deze verhoging compenseert o.a. de hogere loonkosten Beschut Werk die in de vorige begrotingswijziging zijn doorgevoerd en die ten koste ging van andere uitgaven re-integratie. De re-integratie van klanten van Orionis zal in 2022 moeilijker zijn. Dit komt omdat alle klanten met een relatief korte afstand tot de arbeidsmarkt succesvol geplaatst zijn bij werkgevers. Een relatief korte afstand tot de arbeidsmarkt betekent dat een plaatsing binnen 6 maanden mogelijk is. Klanten die in 2022 dienen te re-integreren hebben meer aandacht nodig. Zo is bijvoorbeeld vastgesteld dat momenteel 80% van alle jongeren een grotere afstand tot de arbeidsmarkt heeft. Dit blijkt ook uit het feit dat de instroom van de Regionale Mobiliteitsteams (RMT) volledig is opgedroogd omdat een ieder die van werk naar werk bemiddeld kan worden dat ook gedaan heeft. Hierdoor besteden we dit jaar extra aandacht aan de ontwikkeling van specifieke deskundigheid voor de begeleiding van klanten met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt. Concreet betekent dit dat deze klanten niet 6 maanden, maar tussen de 6 en de 18 maanden nodig hebben om succesvol geplaatst te kunnen worden.

Hiertoe is een nieuwe methodiek nodig. Te denken valt dan aan deskundigheid op het gebied van GGZ zorg, leerdoelen stellen en cognitieve vaardigheden ontwikkelen. Zo kunnen we klanten beter equiperen om met hun problematiek om te gaan, met als doel om uitstroom naar werk te realiseren. Orionis is momenteel bezig om onze medewerkers middels train de trainer deze methodiek eigen te maken. De uitvoering van deze nieuwe methodiek start op 1 april 2022. Gegeven de bovenvermelde doorlooptijd van tussen de 6 en 18 maanden zullen de resultaten dan ook met name in 2023 vallen. Hierdoor lijkt het in de absolute cijfers dat Orionis ongeveer hetzelfde resultaat boekt als in 2021. Dit is echter niet zo omdat de effecten hiervan zichtbaar zullen worden in 2023 met een te verwachten extra uitstroom die beter is dan het landelijk gemiddelde. 8

Eventuele extra of hogere subsidies die in 2022 beschikbaar komen kunnen er toe leiden dat achteraf niet het gehele budget nodig is. Wat mag het kosten De financiële effecten voor 2022 en de komende jaren zijn als volgt: In € 1.000 (+ = nadeel -/- = voordeel) 2022 2023 2024 Rijksvergoeding Verhoging overige re-integratie

2025

-/- 162 + 162

-/- 120 + 120

-/- 107 + 107

-/- 110 + 110

0

0

0

0

Saldo Programma Dit leidt tot de volgende tabellen: Re-integratie

realisatie 2020

begroting 2021-2

begroting 2022

(bedragen * € 1.000)

lasten

lasten

lasten

Doorbelast pers. en werkinfra

4.571

loonkosten WiW/BW

274

overige re-integratie

529

Rijksvergoedingen Subtotaal Directe apparaatskosten Totaal product

baten 201 0

368

651

0

756

5.488

5.605

6.071

6.071

5.861

5.861

445

0

923

0

932

0

5.820

5.786

6.995

6.071

6.793

5.861

-34

lasten 4.798

loonkosten WiW/BW

428

overige re-integratie

746

Rijksvergoedingen

Saldo

256

5.786

(bedragen * € 1.000)

Totaal product

4.737

baten

5.374

begroting 2022-1

Directe apparaatskosten

583

421

Re-integratie

Subtotaal

5.000

5.585

Saldo

Doorbelast pers. en werkinfra

baten

-924

2e wijziging

baten

lasten

317

begroting 2022-2

baten 0

lasten 0

0

4.798

baten 317

428

162 5.655

-932

908 162

5.817

5.972

5.972

162

162

6.134

6.134

932

0

0

0

932

0

6.904

5.972

162

162

7.065

6.134

-932

9

0

-932

Re-integratie (bedragen * € 1.000) Doorbelast pers. en werkinfra

raming 2023 lasten 4.811

raming 2024

baten

lasten

287

4.823

raming 2025

baten

lasten

246

4.866

loonkosten WiW/BW

490

563

636

overige re-integratie

876

858

903

Rijksvergoedingen Subtotaal Directe apparaatskosten Totaal product Saldo

5.891

5.998

baten 236

6.169

6.177

6.177

6.243

6.244

6.405

6.405

940

0

949

0

957

0

7.117

6.177

7.192

6.244

7.362

6.405

-940

10

-948

-957

Programma Werkleerbedrijf Wat willen we bereiken Product Werkleerbedrijf (WLB) Uitstroom naar werk (fulltime of parttime) op ingezette werkleerplekken in het WLB Saldo Wsw-lonen en Rijksvergoedingen

Realisatie 2020

Begroot 2021-2

Begroot 2022

Begroot 2022-1

Begroot 2022-2

23 %

50 %

50 %

50 %

50 %

€ 2,53 mln negatief

€ 2,24 mln € 2,18 mln € 2,24 mln € 2,04 mln negatief negatief negatief negatief

Rendementsverbetering (productie en detacheringen)

verslechtering € 556.000 € 52.000

€ 1,23 miljoen

€ 1,20 miljoen

€ 1,18 miljoen

Afstand tot de Cedris benchmark (in € per persoon)

€ 3.540 (prognose)

€ 1.056

€ 1.056

€ 1.110

€ 2.418

Wat gaan we daarvoor doen Implementatieplan Toekomstbestendig Werkleerbedrijf De afgelopen jaren hebben in het teken gestaan van het zetten van de eerste stappen om het Werkleerbedrijf toekomstbestendig te maken. De focus lag hierbij op het inzetten van het Werkleerbedrijf als re-integratie instrument en op rendementsverbetering door middel van werksoortanalyses. De verdere krimp van de SW doelgroep en financiële resultaten dwingt tot fundamentelere stappen. Een eerste aanzet hiertoe is gezet in het plan Toekomstbestendig krimpen (2020), wat verder is uitgewerkt in de primaire begroting 2022. De hoofdlijn hierin is: het Werkleerbedrijf is toekomstbestendig als er structureel aantoonbaar maatschappelijk rendement is, voor inwoners die (nog) niet bij een reguliere werkgever kunnen werken. En, als dit tegen aanvaardbare kosten plaatsvindt, ook voor een aanzienlijk kleinere SW populatie. Dit heeft in de meerjarenbegroting 2022 geleid tot een forse verbetering van de financiële resultaten van het Werkleerbedrijf: van € 556.000 in 2021 via € 1,2 miljoen in 2022 naar € 2,6 miljoen in 2025. Daarnaast heeft KplusV in 2021 een onderzoek gedaan naar de rentabiliteit van het Werkleerbedrijf en onze plannen getoetst. KplusV heeft in het hele land inzichten opgedaan. Hun advies geeft dan ook aanvullend inzicht in de landelijke trends en cijfers.

Het KplusV advies is om die reden zeer waardevol voor Walcheren. Het KplusV advies sluit aan bij de plannen van Orionis. Dit is voor Orionis een bevestiging dat de reeds ingeslagen weg ook de juiste is. Naar aanleiding van het advies van KplusV hebben de Walcherse gemeenten Orionis gevraagd een implementatieplan te schrijven. Dit implementatieplan is eind 2021 aan gemeenten voorgelegd en vastgesteld. Financieel perspectief implementatieplan KplusV gaat evenals Orionis uit van een forse rendementsverbetering de komende jaren, maar is wel voorzichtiger. De rendementsverbetering is aanzienlijk lager dan de begroting van Orionis. In de onderstaande tabel zijn de verschillende aanpassingen weergegeven. In 2022 voorspellen zij een lager resultaat dan Orionis van ruim € 200.000. De jaren daarna loopt dit op tot een verschil van € 603.000.

11

Overigens was in onze begroting al aangegeven dat niet alle bedragen even ‘hard’ zijn en dat er voor sommige besparingen ook een afhankelijkheid van gemeenten is. Het verschil tussen het advies KplusV en onze primaire begroting 2022 valt uiteen in drie elementen: Analyse verschil Begroting - Kplus V Ouder wordende populatie Krimpvoorziening vanaf 2022 Overig Totale verschil

2022 -156.000 -223.000 160.000 -219.000

2023 -212.000 -211.000 -73.000 -496.000

2024 -255.000 -197.000 -195.000 -647.000

2025 -293.000 -183.000 -127.000 -603.000

Bij de besluitvorming over het implementatieplan is afgesproken deze financiële gevolgen in de begrotingswijziging op te nemen. De eerder opgenomen rendementsverbetering wordt dus aangepast voor deze kosten. Deze begrotingswijziging is noodzakelijk vanwege: 1. De financiële gevolgen van de ouder wordende populatie: bij gelijkblijvende kosten wordt minder rendement behaald. 2. We nemen een krimpvoorziening op:  Het stoppen van de toegang van de SW heeft grote impact op het Werkleerbedrijf. Daarnaast resulteert de ontwikkeling van SW medewerkers in een extra volumedaling van intern werken. Tegenover deze daling staat een bescheiden stijging van Beschut Werk, een toename van re-integratie en het aanbieden van betaalde tijdelijke banen aan bijstandsgerechtigden. Op de langere termijn is het de vraag of deze stijgingen steeds de daling van SW kunnen blijven compenseren. Voorzichtigheidshalve moet er dus rekening gehouden worden met toekomstige krimp.  De omvang van de krimp is moeilijk te voorspellen. Deze hangt af van de ontwikkeling van medewerkers, rendementen per werksoort, marktomstandigheden en het wettelijk kader.  De hoogte van de krimpkosten zijn ook onzeker. In het verleden zijn beslissingen genomen ten aanzien van een flexibele inzet van personeel, vervoermiddelen en huisvesting, waardoor frictiekosten beperkt kunnen worden.

Maar helemaal zonder frictiekosten krimpen is een utopie. Verhuur van delen van het pand brengt altijd extra kosten met zich mee. En een flexibele personele schil kan in aantal voldoende zijn om een krimp op te vangen. Maar passen dan de noodzakelijke kennis en competenties nog? 3. Er treden frictiekosten op vanwege de doorontwikkeling van de interne organisatie. Daarnaast is er een verschil tussen de begrotingscijfers Orionis en KplusV m.b.t. het subsidieresultaat Wsw. Dat komt omdat hier verschillende uitgangspunten gehanteerd worden. Het subsidieresultaat van Orionis is gebaseerd op SZW-cijfers m.b.t. blijfkansen bij de Walcherse gemeenten en de daadwerkelijke personeelsopbouw van Orionis. Daarnaast houden we rekening met het nadelig prijseffect van cao-stijgingen. Alhoewel deze door het Rijk naar verwachting ook in de Rijksvergoeding worden verwerkt, werken ze nadelig door voor dat deel van de loonkosten wat niet door de Rijksvergoeding wordt gedekt. KplusV daarentegen heeft landelijke gemiddelden over blijfkansen doorvertaald naar Walcheren, en is daarmee minder nauwkeurig. En KplusV is gebaseerd op huidig prijspeil, dus een toekomstig nadelig effect wordt door KplusV niet benoemd. Zowel de landelijke als lokale blijfkansen zijn gebaseerd op prognoses en kunnen afwijken. In lijn met het rapport KplusV kiezen we voor de landelijke cijfers die zij hanteren.

Wél houden we rekening met het nadelig effect van toekomstig prijspeil, dit is bestaande begrotingsmethodiek. 12

Dit alles leidt tot de volgende aangepaste meerjarenreeks m.b.t. de rendementsverbetering van het Werkleerbedrijf: 2022 2023 2024 2025 Opgenomen rendementsverbetering € 1.230.000 € 1.838.000 € 2.457.000 € 2.620.000 Correctie KplusV (zie tabel hiervoor) - € 219.000 - € 496.000 - € 647.000 - € 603.000 Correctie subsidieresultaat + € 200.000 + € 197.000 + € 158.000 - € 78.000 *) Resterende rendementsverbetering € 1.211.000 € 1.539.000 € 1.968.000 € 1.939.000 *) per 2025 wordt het bestaand loonkostenvoordeel Lage Inkomens (LIV) afgeschaft wat leidt tot hogere loonkosten

Cao ambtenaren / Functiewaardering Zie de toelichtende tekst onder programma Overhead op pagina 22/23. Een deel van deze kosten wordt toegerekend aan de salariskosten van programma Werkleerbedrijf. Groot onderhoud In 2021 is het meerjarenonderhoudsplan voor gebouw en installaties geactualiseerd. De jaarlijkse dotatie aan dit plan wordt bepaald op basis van de verwachte uitgaven voor de komende 20 jaar. De dotatie komt op basis van dit nieuwe plan uit op € 65.500 (was begroot op basis van het vorige plan uit 2016 op € 32.200) De stijging komt omdat het plan 5 jaar opschuift in tijd. Daardoor vervallen de eerste, relatief goedkope jaren en komen er aan het eind relatief duurdere jaren bij. Dit werkt door in het jaarlijks gemiddelde. Met ingang van 2023 kan dit gedekt worden uit lagere rentelasten vanwege een komende renteherziening en daarom eenmalig. Wat mag het kosten De financiële effecten voor 2022 en de komende jaren zijn als volgt: In € 1.000 (+ = nadeel -/- = voordeel) 2022 2023 2024

2025

Meerkosten cao ambtenaren 2022

+ 86

+ 107

+ 107

+ 107

Meerkosten functiewaardering Subtotaal

+ 18 + 104

+ 23 + 130

+ 29 + 136

+ 29 + 136

Verwerking implementatieplan: Netto omzet (oudere populatie) Overige kosten (krimpvoorziening) Netto omzet (overig) Personele kosten (overig)

+ 156 + 223 -/- 160 0

+ 212 + 211 + 50 + 23

+ 255 + 197 + 150 + 45

+ 293 + 183 + 50 + 77

Wsw doelgroep loonkosten

-/- 200

-/- 197

-/- 158

+ 78

+ 19

+ 299

+ 489

+ 681

+ 33 + 156

0 + 429

0 + 625

0 + 817

Subtotaal implementatieplan Huisvesting (groot onderhoud) Saldo Programma Dit leidt tot de volgende tabellen:

13

Werkleerbedrijf

realisatie 2020

begroting 2021-2

begroting 2022

(bedragen * € 1.000)

lasten

baten

lasten

lasten

Werkinfrastructuur

5.566

5.203

6.119

5.485

6.198

6.261

Wsw-doelgroep

16.787

14.054

16.102

13.859

15.591

13.416

Doorbel. re-integr.

-1.493

Subtotaal

20.860

19.257

20.691

19.344

20.246

19.677

321

0

454

0

458

0

21.181

19.257

21.146

19.344

20.704

19.677

Directe apparaatskst. Totaal product Saldo

baten

-1.530

-1.924

baten

-1.544

-1.802

Werkleerbedrijf

begroting 2022-1

(bedragen * € 1.000)

lasten

baten

Werkinfrastructuur

6.185

6.170

360

4

6.545

6.174

Wsw-doelgroep

15.614

13.502

-200

0

15.414

13.502

Doorbel. re-integr.

-1.544

Subtotaal

20.256

19.672

160

4

20.416

19.676

458

0

0

0

458

0

20.714

19.672

160

4

20.874

19.676

Directe apparaatskst. Totaal product Saldo

2e wijziging

-1.027

lasten

begroting 2022-2

baten

lasten

0

-1.042

baten

-1.544

-156

Werkleerbedrijf

raming 2023

(bedragen * € 1.000)

lasten

baten

Werkinfrastructuur

6.376

6.214

6.381

6.447

6.336

6.609

Wsw-doelgroep

14.759

13.177

13.979

12.681

13.457

12.311

Doorbel. re-integr.

-1.558

Subtotaal

19.577

19.391

18.789

19.128

18.207

18.920

463

0

467

0

471

0

20.040

19.391

19.255

19.128

18.678

18.920

Directe apparaatskst. Totaal product Saldo

raming 2024

-1.198

lasten

raming 2025

baten

lasten

-1.572

-649

-1.586

-127

14

baten

242

Programma Inkomen Wat willen we bereiken Product Inkomen

Realisatie 2020

Begroot 2021-2

Begroot 2022

Begroot 2022-1

Begroot 2022-2

De ontwikkeling van het klantenaantal is positiever dan landelijke cijfers

96

33

17

17

17

Het klantenbestand Participatiewet per ultimo jaar

2935

2937 3030

Afhankelijk van scenario

3098 3210

2840

Saldo uitkeringslasten en Rijksvergoedingen

€ 0,50 mln € 0,30 mln negatief positief

€ 0,19 mln positief

€ 0,19 mln € 0,25 mln positief positief

Van aanvraag tot afhandeling: alle aanvragen zijn binnen 4 weken afgehandeld en betaalbaar gesteld (wettelijk: 8 weken)

85 %

90 %

90 %

90 %

90 %

Rechtmatigheid: % onderzoeken wat leidt tot wijziging uitkering

nvt

20-30%

20-30 %

20-30%

20-30%

Wat gaan we daarvoor doen Klantaantallen De ontwikkeling van het klantenaantal PW is als volgt: Beginstand 2022 2858 Instroom 950 Uitstroom Werk - 250 Uitstroom WnV - 100 Uitstroom overig - 618 Eindstand 2022 2840 De instroom is afgeleid van de twee coronajaren. In 2020 was dit 947, voor 2021 is dit uitgekomen op 944. Uitstroom werk is gebaseerd op de opgave van accountmanagement: een reële inschatting op basis van de situatie eind december die gecontinueerd wordt in de eerste periode van 2022, met een opleving vanaf de zomer zoals ook in afgelopen jaar. Uitstroom Werken naar Vermogen betreft de uitstroom naar werk vanuit de klantgroepen AO en TO. Regulier zijn dit er naar schatting 70 per jaar, door de intensivering van WnV komen er daar 30 bij. Uitstroom overig is gebaseerd op de afgelopen jaren. Dit is een redelijk stabiel percentage van 21,5% van de beginstand van het jaar. Voor de ontwikkeling gedurende het jaar wordt het seizoenspatroon van 2021 aangehouden. Dit leidt tot een rekenkundig jaargemiddelde van 2883 klanten. Het reguliere seizoenspatroon bij Orionis betekent een stijging gedurende de eerste 4 maanden wat omslaat in een daling om vervolgens de laatste 3 maanden weer te stijgen. Corona heeft dit patroon alleen maar versterkt: verslechtering in de wintermaanden en verbetering in de zomermaanden. Dit leidt tot de volgende grafiek:

15

klantenbestand 2022 PW per 31 januari

2960

2920

2880

2857

2858

2840

2840

2800 1 jan

jan

feb

mrt

realisatie

apr

mei

juni

jul

doelstelling

aug

sept

okt

nov

dec

benchmark grote gemeenten

De overige klantaantallen (IOAW, IOAZ, BBZ) zijn gelijk gehouden aan september 2021, 145 klanten. De vereenvoudigde BBZ-regeling van het 4e kwartaal 2021 is verlengd voor het eerste kwartaal 2022. Kosten en opbrengsten BUIG De lasten voor de uitkeringen zijn begroot op basis van de hiervoor genoemde aantallen. Naast uitkeringslasten betreft dit ook loonkostensubsidies (LKS). Jaarlijks worden er nieuwe LKS afgesloten, deels betreft dit omzettingen na een vaststelling van een nieuw percentage. De moeilijker bemiddelbare doelgroep WnV gaat leiden tot een stijging van de aantallen, een plus van 50. Deze opbouw doet zich geleidelijk over het jaar voor. Daarnaast stijgt LKS Beschut Werk met 5 vanwege de gestegen taakstelling. Dit betekent een groei van de uitgaven LKS met € 320.000. De opbrengsten uit deeltijdwerk etc. zijn voor 2022 gelijk gehouden aan de werkelijk gerealiseerde opbrengsten in 2021: € 2,2 miljoen. De rijksvergoeding is gebaseerd op de voorlopige toekenning eind september 2021. LKS is onderdeel van de rijksvergoeding BUIG. De financiering van LKS is per 2022 gewijzigd. Niet het landelijk gemiddelde van LKS, maar de werkelijke realisatie per gemeente is bepalend voor de hoogte van de vergoeding. Omdat het landelijk gemiddelde van LKS hoger is dan de realisatie op Walcheren betekent dit een negatieve bijstelling van de rijksvergoeding.

Sinds de voorlopige toekenning is voor Orionis de benchmark met de grote gemeenten verslechterd. Dit betekent dat de rijksvergoeding nog zal dalen met dit verschil. Daarnaast ontwikkelt de laatste maanden de landelijke benchmark zich gunstiger dan de benchmark grote gemeenten. Dit zal nog extra doorwerken in de verlaging van de rijksvergoeding. Op basis van de bestaande verschillen wordt een verlaging van € 1,46 miljoen begroot.

16

Financieel resultaat BUIG 2022-2025 Dit alles leidt tot een voordelig saldo op de BUIG van € 252.000. Momenteel was begroot € 190.000 voordelig voor 2022. Een extra voordeel dus van € 62.000. Meerjarig was voor de jaren na 2022 een verdere – kleine – stijging van het voordeel begroot: jaarlijks € 313.000 voordelig saldo BUIG. De meest recente berekening laat zien dat dit saldo vooralsnog reëel is en dus ongewijzigd kan blijven. Risicomatrix De hiervoor genoemde prognose is een realistische prognose op het moment van opstellen. Maar de pandemische en economische situatie blijft onzeker. Voor Walcheren is vooral de sector Horeca en de daaraan gekoppelde sector Facilitair (denk aan schoonmaak) van belang: 1 op de 4 uitplaatsingen naar werk vindt in die sectoren plaats en maar liefst 50% van de inkomsten uit deeltijdwerk wordt in deze sectoren verdiend. Juist de sector Horeca is erg gevoelig voor de pandemische ontwikkelingen en maatregelen en ook nog eens sterk seizoenafhankelijk. Dat betekent dat het moment van het jaar waarop de pandemische maatregelen groot zijn erg bepalend is voor hoe groot het effect op de sector is. In een risicomatrix zijn de effecten van de belangrijkste risico’s die op kunnen treden zichtbaar gemaakt. De verschillende risico’s hebben gevolgen voor de instroom van klanten of voor de uitstroom naar werk.

Risico’s instroom Risico’s uitstroom werk _ 1. Einde steunmaatregelen voor het MKB 8. Beperkende maatregelen zoals lockdown 2. Einde steunmaatregelen ZZP-ers 9. Beperkende maatregelen 3. Verstoorde productieketens niet-gevaccineerden 4. Hogere energie- en grondstoffenprijzen 5. Beperkende maatregelen zoals lockdown 6. Actief tegengaan niet-gebruik uitkeringen 7. Hogere instroom statushouders De figuur laat zien wat de kansen en effecten van risico’s zijn, van klein naar groot. De opgestelde basisprognose (groen) m.b.t. het klantenaantal is realistisch. Maar alle hiervoor genoemde risico’s werken ongunstig uit als ze zich voordoen, en zorgen ervoor dat de prognose in de oranje (= ongunstig) of zelfs rode (= zeer ongunstig) zone beland. 17

Energietoeslag Om mensen met lage inkomens snel te ondersteunen bij de stijging van de energieprijzen heeft het ministerie van SZW een eenmalige generieke tegemoetkoming ingesteld: de energietoeslag. Huishoudens met een inkomen op of net boven het sociaal minimum ontvangen ongeveer € 200. Orionis voert deze regeling voor Walcheren uit. Naar schatting gaat het op Walcheren om 4500 huishoudens, € 900.000. De kosten hiervan, evenals uitvoeringskosten, worden door het Rijk vergoed. De uitvoeringskosten en vergoeding daarvoor zijn opgenomen onder het programma Overhead. Ondernemers In 2021 heeft de afdeling Inkomen voortvarend de diverse steunmaatregelen van de overheid uit weten te voeren: Tozo, TONK en Bbz-tijdelijk waren zeer snel beschikbaar voor de ondernemers in nood. Ook is een support-programma voor de ondernemers opgezet met een multi-disciplinair team: schuldhulpverlening, bedrijfsbeëindiging, re-integratie naar een baan in loondienst of een coachingstraject zijn beschikbaar gemaakt. Ruim 100 ondernemers hebben hiervan gebruik gemaakt en kunnen dat in 2022 blijven doen. De tijdelijke BBZ-light regeling loopt in de eerste drie maanden van 2022 door. Wat mag het kosten De financiële effecten voor 2022 en de komende jaren zijn als volgt: In € 1.000 (+ = nadeel -/- = voordeel) 2022 2023 2024

2025

Inkomensvoorziening Buig, lasten

-/- 3.884

-/- 4.527

-/- 3.205

-/- 2.573

Inkomensvoorziening Buig, baten

-/- 3.822

-/- 4.527

-/- 3.205

-/- 2.573

Bijzondere bijstand (energie), lasten

+ 900

Bijzondere bijstand (energie), baten Saldo Programma

-/- 900 -/- 62

0

0

0

Dit leidt tot de volgende tabellen: Inkomen

realisatie 2020

begroting 2021-2

begroting 2022

(bedragen * € 1.000)

lasten

baten

lasten

baten

lasten

baten

Inkomensvoorziening Buig

46.939

46.889

47.818

48.142

54.100

54.290

0

0

100

0

100

0

Tozo-regeling

13.166

14.260

5.100

5.560

0

0

Bijz.bijstand/minimareg.

5.888

5.888

6.779

6.822

6.453

6.454

83

0

28

9

29

9

Subtotaal

66.077

67.037

59.824

60.532

60.682

60.753

Directe apparaatskosten

4.471

0

3.289

0

3.318

0

Totaal product

70.548

67.037

63.113

60.532

64.000

60.753

Onderzoekskosten BBZ

overig

Saldo

-3.511

18

-2.581

-3.247

Inkomen

begroting 2022-1

(bedragen * € 1.000)

lasten

baten

lasten

baten

lasten

baten

Inkomensvoorziening Buig

50.041

50.231

-3.884

-3.822

46.157

46.409

Onderzoekskosten BBZ

100

0

0

0

100

0

Bijz.bijstand/minimareg.

6.453

6.454

900

900

7.353

7.354

29

9

0

0

29

9

Subtotaal

56.623

56.694

-2.984

-2.922

53.639

53.772

Directe apparaatskosten

3.318

0

0

0

3.318

0

Totaal product

59.941

56.694

-2.984

-2.922

56.957

53.772

overig

Saldo

Inkomen

2e wijziging

-3.247

raming 2023

begroting 2022-2

62

raming 2024

-3.185

raming 2025

(bedragen * € 1.000)

lasten

baten

lasten

baten

lasten

baten

Inkomensvoorziening Buig

46.408

46.721

47.933

48.246

49.058

49.371

Onderzoekskosten BBZ

100

0

100

0

100

0

Bijz.bijstand/minimareg.

6.164

6.165

5.917

5.917

5.970

5.971

29

9

29

9

29

9

Subtotaal

52.701

52.895

53.979

54.172

55.157

55.351

Directe apparaatskosten

3.348

0

3.378

0

3.409

0

Totaal product

56.049

52.895

57.357

54.172

58.566

55.351

overig

Saldo

-3.155

19

-3.185

-3.215

Programma Schuldhulpverlening Wat willen we bereiken Realisati e 2020

Begroot 2021-2

Begroot 2022

Begroot 2022-1

Begroot 2022-2

nieuw

> 50% < 10%

Vroegsignalering: % waar we mee in contact komen % wat geen hulp accepteert Maximaal 7 werkdagen tussen de melding en een gesprek met SHV-er

95%

90%

90%

90%

90%

Percentage geslaagde schuldregelingen

86%

80%

80%

80%

80%

Aantal extra interventies SHV vanuit Werk en Inkomen

50

125

125

125

vervalt

nieuw

150

Aantal extra interventies SHV voor kwetsbare doelgroepen*) *) statushouders, klanten op werkleertraject, jongeren en ondernemers

Wat gaan we daarvoor doen Vroegsignalering In 2021 hebben we met ruim 60 woningcorporaties, energiebedrijven en zorgverzekeraars convenanten afgesloten om betalingsachterstanden i.h.k.v. vroegsignalering op te sporen en de inwoners een helpende hand te bieden. Er is een ICT-oplossing voor geïmplementeerd, waaruit in het komende jaar nuttige informatie over resultaten is te onttrekken. Nog niet alle deelnemers leveren daadwerkelijk signalen, voor 2022 staat uitbreiding hiervan als doel. Wat mag het kosten Voor klanten budgetbeheer wordt een bedrag in rekening gebracht bij de gemeenten. Hetzelfde geldt voor de rentevergoeding die klanten moeten betalen voor de Persoonlijke Lening: hiervan wordt de helft doorberekend bij de klant en de helft in rekening gebracht bij de gemeenten. De bedragen waar het hier om gaat zijn beperkt. De huidige werkwijze is administratief vrij bewerkelijk. Over de wijze waarop we dit doorberekenen aan gemeenten is in de GR niets opgenomen. Daarom laten deze specifieke bijdrage hier vervallen en verhogen tegelijkertijd de algemene exploitatievergoeding van de gemeenten. De verhoging wordt gebaseerd op de gemiddelde opbrengsten 2020/2021: € 40.000. Het restant van € 26.000 valt vrij t.g.v. gemeenten. De financiële effecten voor 2022 en de komende jaren zijn als volgt: In € 1.000 (+ = nadeel -/- = voordeel) 2022 2023 2024

2025

Verlaging bijdragen gemeenten

+ 26

+ 26

+ 26

+ 26

Saldo Programma

+ 26

+ 26

+ 26

+ 26

Technische mutaties + 40 + 40 + 40 + 40 De technische mutatie betreft een neutrale verschuiving van programma Schuldhulpverlening naar de Algemene Dekkingsmiddelen, de gemeentelijke vergoeding voor rente en budgetbeheer. De verlaging van de bijdragen gemeenten wordt gedekt binnen programma Overhead. 20

Dit leidt tot de volgende tabellen: Schuldhulpverlening

realisatie 2020

begroting 2021-2

begroting 2022

(bedragen * € 1.000)

lasten

lasten

lasten

baten

Overige kosten

baten

baten

15

Bijdragen klanten/derden

83

94

94

Bijdrage gemeenten

49

66

66

Subtotaal

0

132

15

160

0

160

Directe apparaatskosten

0

0

1.193

0

1.204

0

Totaal product

0

132

1.208

160

1.204

160

Saldo

132

Schuldhulpverlening

begroting 2021-2

(bedragen * € 1.000)

lasten

Overige kosten

-1.048

2e wijziging

baten

lasten

15

-1.044

begroting 2022-2

baten

lasten

0

baten

15

Bijdragen klanten/derden

94

0

94

Bijdrage gemeenten

66

-66

0

Subtotaal

15

160

0

-66

15

94

Directe apparaatskosten

1.204

0

0

0

1.204

0

Totaal product

1.219

160

0

-66

1.219

94

Saldo

Schuldhulpverlening (bedragen * € 1.000) Overige kosten

-1.059

raming 2023 lasten

-66

raming 2024

baten

lasten

15

-1.125

raming 2025

baten

lasten

15

baten

15

Bijdragen klanten/derden

94

94

94

Bijdrage gemeenten

0

0

0

Subtotaal

15

94

15

94

15

94

Directe apparaatskosten

1.215

0

1.226

0

1.237

0

Totaal product

1.230

94

1.241

94

1.252

94

Saldo

-1.136

21

-1.147

-1.158

Programma Overhead Wat willen we bereiken Een efficiënte en effectieve uitvoering van de hiervoor genoemde programma’s binnen de kaders en budgetten die vastgesteld zijn. Wat gaan we daarvoor doen Extra crisisdienstverlening In de vorige begrotingswijziging is al genoemd dat we een terugval zien bij klanten als gevolg van minder intensieve dienstverlening gedurende de coronaperiode. Qua personele inzet is het dan ook nog steeds alle hens aan dek voor Orionis. Voor reguliere dienstverlening, voor crisisdienstverlening, voor Werken naar Vermogen. Op de gebieden re-integratie, bijstandsverlening, inkomensondersteuning en schuldhulpverlening. Vanuit de Rijksoverheid zijn extra middelen toegekend, het steun- en herstelpakket. Dit om de gemeentelijke gevolgen op het terrein van re-integratie, schuldhulpverlening en toekenningen van bijstand op te vangen. Voor 2022 is een bedrag toegekend van € 820.000. Het verschil van € 70.000 met het reeds opgenomen bedrag wordt in deze begrotingswijziging opgenomen, ter besteding aan personele inzet. Onverkort blijven de volgende uitgangspunten uit de vorige begrotingswijziging van kracht:  Maximale benutting van andere financieringsbronnen zoals arbeidsmarktregio middelen, ESF etc.  Wellicht blijkt aan het eind van het jaar dat door aanvullende financieringsbronnen dubbele dekking ontstaat.

Dat leidt dan uiteraard tot een teruggave van gelden aan gemeenten. Inburgering De nieuwe wet inburgering 2021 is per 2022 ingegaan. Orionis voert deze taak volledig uit voor de gemeenten Middelburg en Veere. Vlissingen koopt enkele onderdelen de dienstverlening in bij Orionis. De inzet voor Middelburg en Veere en de gemeentelijke vergoeding daarvoor waren al begroot. De definitieve afspraken met Veere komen € 7.500 lager uit. Klanttevredenheidsonderzoek Vanuit onze missie wil Orionis in 2022 grote stappen maken in klantbenadering; wij willen dat de klant ons ervaart als betrouwbaar, deskundig, toegankelijk, snel, flexibel en duidelijk. Dat willen we natuurlijk ook meten. Eind 2021 is een onderzoeksplan opgesteld en een leverancier gekozen om ons te helpen bij een continue meting van de klanttevredenheid. Dit jaar zullen we ons “poort” proces verbeteren om een grote groep klanten met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt intensiever te gaan begeleiden. Alles met als doel om nog veel meer mensen te kunnen laten meedoen in de maatschappij. Dat vraagt veel van onze medewerkers met betrekking tot deskundigheid en klantbejegening. Ook willen we in de komende jaren onze digitale aanwezigheid en mogelijkheden vergroten en klantcommunicatie verbeteren.

Tijd dus om een “nulmeting” uit te voeren onder minstens de helft van onze huidige klanten, om van daaruit continu onze verbeteringen te meten met behulp van het klanttevredenheidsonderzoek. We starten met opstellen van vragen. We klankborden met diverse disciplines, waaronder de Cliëntenraad. Vervolgens houden we een aantal telefonische interviews met klanten om zeker te weten dat we alle vragen op de juiste manier stellen. Stap 2 is de genoemde nulmeting. 22

Vervolgens gaan we de continue meting inrichten: direct na het eerste contact een 6-tal eenvoudige vragen stellen en vervolgens halfjaarlijks ca. 12 vragen die verdeeld zijn over de volgende categorieën:  Toegankelijkheid  Begrijpelijkheid  Bejegening  Resultaat Het marktonderzoekbureau verwerkt alle gegevens en plaatst deze in een zogenaamd Dashboard. Hierin kunnen we naar believen gegevens selecteren en structureren. B.v. naar fase waarin klanten zitten, naar gemeenten, naar gezinssituatie of naar leeftijd, naar dienstverleningstype en natuurlijk of de respondent wel of niet recht had op onze eigen diensten. De resultaten gaan we halfjaarlijks delen met belanghebbenden. Cao ambtenaren De Cao waar Orionis onder valt (SGO, Cao Samenwerkingsverbanden gemeentelijke organisaties) is in januari 2021 verlopen. Eind januari 2022 is een nieuw cao-akkoord afgesloten voor de periode 2021/2022. Daaruit vloeit een kostenstijging voort die fors hoger is dan de VZG-normering die hiervoor in de begroting is opgenomen. De kostenstijging voor 2021 (met terugwerkende kracht) is alsnog opgenomen in de jaarstukken 2021. De verhoging voor 2022 bedraagt 1,5% per januari en 2,4% per april, over het hele jaar gemeten een stijging van 3,3%. Overige werkgeverslasten blijven gelijk.

Een stijging van 3,3% ten opzichte van 0,9% opgenomen als VZG-norm betekent een extra last van € 413.000 in 2022, oplopend naar € 512.000 in 2023. Deze meerkosten zijn in deze begrotingswijziging opgenomen, deels onder het Programma Werkleerbedrijf (€ 86.000 / € 107.000) en deels onder het Programma Overhead (€ 327.000 / € 405.000). Binnen Orionis is het niet mogelijk zo’n kostenstijging op te vangen zonder dat dit ten koste gaat van de resultaten. De gevolgen van de coronacrisis vragen juist een extra inzet van personeel, waarvoor het Rijk ook het steun- en herstelpakket beschikbaar stelt. Daarom wordt er niet gekort op de inzet van personeel en blijven de resultaatsdoelstellingen in de begroting gehandhaafd. Functiewaardering 2022 In februari 2019 is het huidige generieke functieboek ingevoerd. Orionis Walcheren is in beweging, daarnaast is de arbeidsmarkt ook in beweging. Tevens is wet- en regelgeving sinds 2019 gewijzigd. Dit alles maakt dat er nu onderhoud aan het functieboek nodig is. Daarbij zijn een aantal functies opnieuw beoordeeld en gewogen. Dit heeft te maken met wijzigingen/verzwaringen in taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden. In 2020 is de laag Unitmanagers opgeheven waardoor wijzigingen in taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden zijn ontstaan. Daarnaast zijn er ook nieuwe functies bij gekomen.

We leggen bevoegdheden en verantwoordelijkheden zo laag mogelijk in de organisatie. Dit levert betere kwaliteit en sturing op, wat zichtbaar wordt in de prestaties van Orionis. De taak-en resultaatprofielen van deze functies zijn aangepast aan de herziening van de taken en bevoegdheden en betreffende functies zijn opnieuw gewaardeerd met behulp van het functiewaarderingsysteem van het OFS systeem dat door Orionis Walcheren wordt gehanteerd. Begeleiding door een extern gecertificeerd deskundige heeft hierbij plaatsgevonden.

23

De uitkomst hiervan is dat een aantal functies hoger uitkomt en een aantal functies in waardering gelijk blijft. De hogere inschaling leidt tot meerkosten, die gezien het salarispatroon wat werknemers doorlopen in een paar jaar oplopen tot een maximum bedrag: van € 115.000 in 2022 naar € 185.000 in 2026. Deze meerkosten zijn in deze begrotingswijziging opgenomen, deels onder het Programma Werkleerbedrijf (€ 18.000 / € 30.000) en deels onder het Programma Overhead (€ 97.000 / € 155.000). Daarmee blijft de kwaliteit en kwantiteit van het personeelsbestand van Orionis op peil om de afgesproken resultaten te halen. Uitvoering energietoeslag De eenmalige energietoeslag 2022 (zie programma Inkomen) leidt tot voorbereidingskosten (€ 9.000 ICT en € 7.000 personeel) en uitvoeringskosten gedurende het jaar voor personele inzet (€ 48.000). Hiertegenover staat een Rijksvergoeding voor gemeenten, die naar verwachting hoger uitkomt. Toeslagenaffaire Ook in 2022 verrichten wij nog werkzaamheden voor de gemeenten Middelburg en Veere als aanspreekpunt voor de slachtoffers van de toeslagenaffaire. Voor deze personele inzet (0,25 fte) wordt een bijdrage van beide gemeenten ontvangen, € 17.500. Groot onderhoud In 2021 is het meerjarenonderhoudsplan voor gebouw en installaties geactualiseerd.

De jaarlijkse dotatie aan dit plan wordt bepaald op basis van de verwachte uitgaven voor de komende 20 jaar. De dotatie komt op basis van dit nieuwe plan uit op € 61.600 (was begroot op basis van het vorige plan uit 2016 op € 17.000 en miv 2024 op € 41.300). De stijging komt omdat het plan 5 jaar opschuift in tijd. Daardoor vervallen de eerste, relatief goedkope jaren en komen er aan het eind relatief duurdere jaren bij. Dit werkt door in het jaarlijks gemiddelde. Met ingang van 2023 kan dit gedekt worden uit lagere rentelasten vanwege een komende renteherziening en daarom eenmalig. Diversen exploitatie Door de – beperkte – uitbreiding van fte bij I&A samenwerking stijgt het aandeel van Orionis met € 13.000. Deze verhoging werkt door in de gemeentelijke exploitatievergoeding. Door de toegenomen cyberrisico’s zoals gijzeling van data stijgt de premie van de cyberverzekering met € 5.000. Dit wordt gedekt door een verlaging bij overige kosten. De verlaging van de gemeentelijke bijdragen voor SHV (zie programma Schuldhulpverlening) van € 26.000 worden eveneens gedekt door een verlaging bij de overige kosten. Wat mag het kosten De financiële effecten voor 2022 en de komende jaren zijn als volgt: In € 1.000 (+ = nadeel -/- = voordeel) 2022 2023 Personele lasten (crisisdienstverlening) + 70

2024

2025

Steun en herstelpakket Personele lasten (inburgering) Overige opbrengsten (Veere)

-/- 70 -/- 8 +8

Meerkosten cao ambtenaren 2022

+ 327

+ 405

+ 405

+ 405

Meerkosten functiewaardering

+ 97

+ 125

+ 144

+ 147

24

Loonkosten (energietoeslag)

+ 55

ICT kosten (energietoeslag)

+9

Rijksvergoeding uitvoering energietoeslag

-/- 64

Loonkosten (inzet toeslagaffaire)

+ 18

Vergoeding Mid/Veere (toeslagaffaire)

-/- 18

Meerkosten I&A Samenwerking

+ 13

+ 13

+ 13

+ 13

ICT Cyberverzekering

+5

+5

+5

+5

Huisvesting (groot onderhoud)

+ 45

Overige kosten

-/- 31

-/- 31

-/- 31

-/- 31

Saldo Programma

456

517

536

539

Dit leidt tot de volgende tabellen: Overhead

realisatie 2020

begroting 2021-2

begroting 2022

(bedragen * € 1.000)

lasten

lasten

lasten

Personeelskosten

12.470

0

13.761

Overig

4.170

553

4.709

Doorbel. re-integr.

-2.646

baten

baten

624

-2.694

Steun/herstelpakket

baten

13.627

0

4.782

573

-2.718

0

407

750

Subtotaal

13.994

553

15.776

1.031

15.691

1.323

Directe apparaatskst.

-5.237

0

-5.860

0

-5.913

0

Totaal product

8.757

553

9.916

1.031

9.778

1.323

Saldo

-8.205

Reserveringen

0

Saldo na reservering

-8.885

0

142

-8.205

Overhead

begroting 2022-1

(bedragen * € 1.000)

lasten

Personeelskosten

13.775

Overig

4.770

Doorbel. re-integr.

-2.718

Steun/herstelpakket

0

-8.678

2e wijziging

baten

-8.455

349

lasten

baten

41

lasten

baten

14.335 75

0 750

-8.455

begroting 2022-2

560 610

0

4.811

685

-2.718 70

820

Subtotaal

15.827

1.360

601

145

16.427

1.505

Directe apparaatskst.

-5.913

0

0

0

-5.913

0

Totaal product

9.914

1.360

601

145

10.515

1.505

25

Saldo

-8.554

Reserveringen

0

Saldo na reservering

Overhead

0

-8.494

lasten

Personeelskosten

13.894

Overig

4.963

Doorbel. re-integr.

-2.743

raming 2024

baten

Steun/herstelpakket

lasten

0

5.042

-8.950

lasten

13.686 642

baten

13.809 652

-2.767

5.087

15.960

654

-2.792 0

985

60

raming 2025

baten

343 16.114

-9.010

0 -456

raming 2023

(bedragen * € 1.000)

Subtotaal

-456

60

652

0 16.105

654

Directe apparaatskst.

-5.966

0

-6.019

0

-6.074

0

Totaal product

10.149

985

9.941

652

10.031

654

Saldo Reserveringen Saldo na reservering

-9.163 0

-9.289

60

0

-9.103

60 -9.229

26

-9.378 0

60 -9.318

Algemene Dekkingsmiddelen

Wat mag het kosten De financiële effecten voor 2022 en de komende jaren zijn als volgt (excl. technische mutaties): In € 1.000 (+ = nadeel -/- = voordeel) 2022 2023 2024 2025 Saldo programma Arbeidsmarkt

0

0

0

0

Saldo programma Werkleerbedrijf Saldo programma Inkomen

+ 156 -/- 62

+ 429 0

+ 625 0

+ 817 0

Saldo programma Schuldhulpverlening

+ 26

+ 26

+ 26

+ 26

Saldo programma Overhead

+ 456

+ 517

+ 536

+ 539

Alg. dekkingsmiddelen (expl.verg.) Saldo begrotingswijziging

-/- 13 + 563

-/- 13 + 959

-/- 13 + 1.174

-/- 13 + 1.369

Dit leidt tot de volgende tabellen (excl. verwerking begrotingssaldo): Alg. dekkingsmiddelen

realisatie 2020

begroting 2021-2

begroting 2022

(bedragen * € 1.000)

lasten

lasten

lasten

baten

baten

baten

Extra bijdrage gemeenten

2.158

502

0

Exploitatiebijdrage gemeenten

14.215

14.532

14.975

0

-270

Totaal alg dekkingsmiddelen

0

16.373

Alg. dekkingsmiddelen

begroting 2022-1

(bedragen * € 1.000)

lasten

15.033

2e wijziging

baten

Extra bijdrage gemeenten

0

lasten

0

14.705

begroting 2022-2

baten

lasten

baten

0

0

0

Exploitatiebijdrage gemeenten

15.016

53

15.069

Reductie gemeentelijke bijdrage

-242

0

-242

Totaal alg dekkingsmiddelen

Alg. dekkingsmiddelen (bedragen * € 1.000)

0

14.774

raming 2023 lasten

0

53

raming 2024

baten

Extra bijdrage gemeenten

lasten

0

14.827

raming 2025

baten

lasten

baten

0

0

0

Exploitatiebijdrage gemeenten

15.322

15.459

15.598

Reductie gemeentelijke bijdrage

-1.298

-1.997

-2.560

Totaal alg dekkingsmiddelen

0

14.024

27

0

13.462

0

13.038

In de exploitatievergoeding is de verhoging van de deelnamekosten I&A samenwerking (€ 13.000) verwerkt, plus de gemeentelijke bijdragen die voorheen onder schuldhulpverlening vielen (€ 40.000, technische mutatie). Samengevat is de verklaring van het saldo als volgt. In € 1.000 (+ = nadeel -/- = voordeel) 2022

2023

2024

2025

Implementatieplan WLB

+ 19

+ 299

+ 489

+ 681

Meerkosten cao ambtenaren

+ 413

+ 512

+ 512

+ 512

Meerkosten functiewaardering Voorziening groot onderhoud

+ 115 + 78

+ 148

+ 173

+ 176

BUIG-saldo

-/- 62

Saldo begrotingswijziging

+ 563

Exploitatieverg. Exploitatieverg. Teruggave Teruggave

+ 959

+ 1.174

Deze mutaties zijn zichtbaar in de bijlage “Verwerking begrotingssaldo”.

28

Muteert op Teruggave

+ 1.369

FINANCIËN

29

TOTAALOVERZICHT VAN LASTEN EN BATEN

Totaal

realisatie 2020

begroting 2021-2

begroting 2022

(bedragen * € 1.000)

lasten

lasten

lasten

baten

baten

baten

Re-integratie

5.820

5.786

6.995

6.071

6.793

5.861

Werkleerbedrijf

21.181

19.257

21.146

19.344

20.704

19.677

Inkomen

70.548

67.037

63.113

60.532

64.000

60.753

0

132

1.208

160

1.204

160

8.757

553

9.916

1.031

9.778

1.323

Schuldhulpverlening Overhead Heffing VPB

0

Onvoorzien

0

Alg.dekkingsmiddelen

0

16.373

0

15.033

0

14.705

106.305

109.137

102.378

102.171

102.479

102.479

Totaal Saldo

0

0

0

0

2.832

Reserveringen

0

Saldo na reservering

-207

0

142

2.832

Totaal

begroting 2022-1

(bedragen * € 1.000)

lasten

0

349

0

0

0

2e wijziging

baten

lasten

0

begroting 2022-2

baten

lasten

baten

Re-integratie

6.904

5.972

162

162

7.065

6.134

Werkleerbedrijf

20.714

19.672

160

4

20.874

19.676

Inkomen

59.941

56.694

-2.984

-2.922

56.957

53.772

Schuldhulpverlening

1.219

160

0

-66

1.219

94

Overhead

9.914

1.360

601

145

10.515

1.505

Heffing VPB

0

0

0

Onvoorzien

0

0

0

Alg.dekkingsmiddelen Totaal

0

14.774

0

53

0

14.827

98.692

98.632

-2.062

-2.625

96.630

96.007

0

60

0

0

0

60

Reserveringen Saldo na reservering

Totaal (bedragen * € 1.000)

0

-563

raming 2023 lasten

raming 2024

baten

lasten

baten

-563

raming 2025 lasten

baten

Re-integratie

7.117

6.177

7.192

6.244

7.362

6.405

Werkleerbedrijf

20.040

19.391

19.255

19.128

18.679

18.920

30

Inkomen

56.049

52.895

57.357

54.172

58.566

55.350

Schuldhulpverlening

1.230

94

1.241

94

1.252

94

Overhead

10.149

985

9.941

652

10.031

654

Heffing VPB

0

Onvoorzien

0

Alg.dekkingsmiddelen

0

14.024

0

13.462

0

13.038

94.585

93.566

94.986

93.753

95.890

94.462

0

60

0

60

0

60

Totaal Reserveringen

0

0

0

Saldo na reservering

-959

0

-1.174

-1.368

Onder Algemene Dekkingsmiddelen is In de exploitatievergoeding de verhoging van de deelnamekosten I&A samenwerking (€ 13.000) verwerkt, plus de gemeentelijke bijdragen die voorheen onder schuldhulpverlening vielen (€ 40.000, technische mutatie). Samengevat is de verklaring van het saldo als volgt. In € 1.000 (+ = nadeel -/- = voordeel) 2022

2023

2024

2025

Muteert op

Implementatieplan WLB

+ 19

+ 299

+ 489

+ 681

Teruggave

Meerkosten cao ambtenaren

+ 413

+ 512

+ 512

+ 512

Exploitatieverg.

Meerkosten functiewaardering Voorziening groot onderhoud

+ 115 + 78

+ 148

+ 173

+ 176

BUIG-saldo

-/- 62

Exploitatieverg. Teruggave Teruggave

Saldo begrotingswijziging + 563 + 959 + 1.174 Deze mutaties zijn zichtbaar in de bijlage “Verwerking begrotingssaldo”.

+ 1.369

Programma Arbeidsmarkt Re-integratie

realisatie 2020

begroting 2021-2

begroting 2022

(bedragen * € 1.000)

lasten

lasten

lasten

Doorbelast pers. en werkinfra

baten

4.139

baten

4.224 776 421

4.262

Doorbelast flex inzet Loonkosten WiW/BW

433 274

Plaatsingsvergoedingen

204

Overige instrumenten Rijksvergoedingen

325

Subtotaal Directe apparaatskosten

5.374 445

5.786 0

6.071 923

6.071 0

5.861 932

5.861 0

Totaal product

5.820

5.786

6.995

6.071

6.793

5.861

Saldo

201

baten

583

457

-34

31

256

461

194 5.585

475 368 295

5.488

-924

5.605

-932

Re-integratie

begroting 2022-1

(bedragen * € 1.000)

lasten

Doorbelast pers. en werkinfra

2e wijziging

baten

lasten

4.262

Doorbelast flex inzet Loonkosten WiW/BW

536 428

Plaatsingsvergoedingen Overige instrumenten

461 285

Rijksvergoedingen

begroting 2022-2

baten 0

317

Directe apparaatskosten Totaal product

0 0

0

0 162

317

461 447 162

5.817

5.972

162

162

6.134

6.134

932

0

0

0

932

0

6.904

5.972

162

162

7.065

6.134

-932

raming 2023 lasten baten

Doorbelast pers. en werkinfra

536 428

5.972

Saldo

Re-integratie (bedragen * € 1.000)

baten

4.262

5.655

Subtotaal

lasten

4.300

0

raming 2024 lasten baten 4.339

raming 2025 lasten baten 4.378

Doorbelast flex inzet

511

Loonkosten WiW/BW Plaatsingsvergoedingen

490 465

563 469

636 474

Overige instrumenten

411

388

429

Rijksvergoedingen

287

-932

484

5.891

246

488

5.998

236

6.169

Subtotaal Directe apparaatskosten

6.177 940

6.177 0

6.243 949

6.244 0

6.405 957

6.405 0

Totaal product

7.117

6.177

7.192

6.244

7.362

6.405

Saldo

-940

-948

-957

Programma Werkleerbedrijf Werkleerbedrijf (bedragen * € 1.000)

realisatie 2020 lasten baten

begroting 2021-2 lasten baten

begroting 2022 lasten baten

Personeelslasten

3.092

3.511

3.582

Huisvesting

1.323

1.089

1.062

881 269

1.092

1.062 457

11

1.078 476

11

Netto omzet Wsw-doelgroep

16.787

4.112 14.054

16.102

5.474 13.859

15.591

6.250 13.416

Doorbel. re-integr. WI

-1.086

Productiemiddelen Overig

-1.113

32

-1.123

Doorbel. re-integr. Wsw Subtotaal Directe apparaatskst. Totaal product

-407

-417

20.860

19.257

20.691

19.344

20.246

19.677

321

0

454

0

458

0

21.181

19.257

21.146

19.344

20.704

19.677

Saldo

-1.924

Werkleerbedrijf

begroting 2022-1

(bedragen * € 1.000)

lasten

Personeelslasten Huisvesting

3.582 1.062

Productiemiddelen

1.078

Overig

-421

2e wijziging

baten

lasten

baten

lasten

1.078

223

0

6.159

686

4

15.614 -1.123 -421

Subtotaal Directe apparaatskst.

20.256 458

19.672 0

160 0

4 0

20.416 458

19.676 0

Totaal product

20.714

19.672

160

4

20.874

19.676

(bedragen * € 1.000)

0

6.163

Doorbel. re-integr. WI Doorbel. re-integr. Wsw

Werkleerbedrijf

-200

11

Wsw-doelgroep

Saldo

13.502

baten

3.686 1.095

0 11

-1.027

begroting 2022-2

104 33

463

Netto omzet

-1.802

0 0

-156

raming 2023

raming 2024

baten

lasten

-1.198

raming 2025

baten

lasten

Personeelslasten Huisvesting

3.558 1.042

3.555 1.051

3.548 1.051

Productiemiddelen

1.095

1.110

1.086

Overig Netto omzet

13.502

-1.123 -421

-1.042

lasten

15.414

baten

680

11 6.202

666

12 6.436

652

12 6.598

Wsw-doelgroep Doorbel. re-integr. WI

14.759 -1.133

13.177

13.979 -1.143

12.681

13.457 -1.153

12.311

Doorbel. re-integr. Wsw

-425

Subtotaal Directe apparaatskst.

19.577 463

19.391 0

18.789 467

19.128 0

18.207 471

18.920 0

Totaal product

20.040

19.391

19.255

19.128

18.678

18.920

Saldo

-429

-649

-432

-127

33

242

Programma Inkomen Bijstandsverstrekking

realisatie 2020

begroting 2021-2

begroting 2022

(bedragen * € 1.000)

lasten

lasten

lasten

Inkomensvoorziening Buig

46.939

baten

Rijksvergoeding Buig

1.262

baten

47.818

45.627

Onderzoekskosten BBZ

882

0

100

0

Tozo-regeling

13.166

14.260

5.100

5.560

Bijzondere bijstand

3.714

116

4.151

Minimabeleid

2.174

112

2.628

Bijdrage gemeenten bb/min Overig

5.660 83

54.100

47.260

0

baten 750 53.540

100

0

129

3.792

131

78

2.661

79

6.614

6.243

28

9

29

9

Subtotaal

66.077

67.037

59.824

60.532

60.682

60.753

Directe apparaatskosten

4.471

0

3.289

0

3.318

0

Totaal product

70.548

67.037

63.113

60.532

64.000

60.753

Saldo

-3.511

Bijstandsverstrekking

begroting 2022-1

(bedragen * € 1.000)

lasten

Inkomensvoorziening Buig

50.041

Rijksvergoeding Buig Onderzoekskosten BBZ

-2.581

2e wijziging

baten

lasten

882

begroting 2022-2

baten

-3.884

49.349

-3.247

lasten 0

46.157

-3.822

100

0

baten 882 45.527

100

Bijzondere bijstand

3.792

131

900

900

4.692

1.031

Minimabeleid

2.661

79

0

0

2.661

79

Bijdrage gemeenten bb/min Overig

6.243

0

6.243

29

9

0

0

29

9

Subtotaal

56.623

56.694

-2.984

-2.922

53.639

53.772

Directe apparaatskosten

3.318

0

0

0

3.318

0

Totaal product

59.941

56.694

-2.984

-2.922

56.957

53.772

Saldo

Bijstandsverstrekking (bedragen * € 1.000)

-3.247

raming 2023 lasten

62

raming 2024

baten

34

lasten

baten

-3.185

raming 2025 lasten

baten

Inkomensvoorziening Buig

46.408

Rijksvergoeding Buig Onderzoekskosten BBZ

882

47.933

45.839

882

49.058

47.364

882 48.489

100

0

100

0

100

0

Bijzondere bijstand

3.695

133

3.623

136

3.656

137

Minimabeleid

2.469

81

2.293

83

2.314

84

Bijdrage gemeenten bb/min

5.951

Overig

5.699

5.750

29

9

29

9

29

9

Subtotaal

52.701

52.895

53.979

54.172

55.157

55.351

Directe apparaatskosten

3.348

0

3.378

0

3.409

0

Totaal product

56.049

52.895

57.357

54.172

58.566

55.351

Saldo

-3.155

-3.185

-3.215

Programma Schuldhulpverlening Schuldhulpverlening

realisatie 2020

begroting 2021-2

begroting 2022

(bedragen * € 1.000)

lasten

lasten

lasten

baten

Advieskosten

baten

baten

15

Bijdragen klanten

18

41

41

Bijdragen derden

65

53

53

Bijdrage gemeenten

49

66

66

Subtotaal

0

132

15

160

0

160

Directe apparaatskosten

0

0

1.193

0

1.204

0

Totaal product

0

132

1.208

160

1.204

160

Saldo

132

Schuldhulpverlening

begroting 2021-2

(bedragen * € 1.000)

lasten

Advieskosten

-1.048

2e wijziging

baten

lasten

15

-1.044

begroting 2022-2

baten

lasten

0

baten

15

Bijdragen klanten

41

0

41

Bijdragen derden

53

0

53

Bijdrage gemeenten

66

-66

0

Subtotaal

15

160

0

-66

15

94

Directe apparaatskosten

1.204

0

0

0

1.204

0

Totaal product

1.219

160

0

-66

1.219

94

Saldo

-1.059

35

-66

-1.125

Schuldhulpverlening (bedragen * € 1.000)

raming 2023 lasten

Advieskosten

raming 2024

baten

lasten

15

raming 2025

baten

lasten

15

baten

15

Bijdragen klanten

41

41

41

Bijdragen derden

53

53

53

Bijdrage gemeenten

0

0

0

Subtotaal

15

94

15

94

15

94

Directe apparaatskosten

1.215

0

1.226

0

1.237

0

Totaal product

1.230

94

1.241

94

1.252

94

Saldo

-1.136

-1.147

-1.158

Programma Overhead Overhead

realisatie 2020 baten

begroting 2021-2

begroting 2022

lasten

lasten

(bedragen * € 1.000)

lasten

Personeelskosten

12.470

13.761

13.627

Huisvesting

1.566

1.675

1.710

ICT

1.970

2.385

2.391

Inventaris en vervoer Overig

baten

42 634

Onvoorzien Doorbel. re-integr.

baten

553

607

624

682

0

0

0

-2.646

-2.694

-2.718

Steun/herstelpakket

407

573

750

Subtotaal

13.994

553

15.776

1.031

15.691

1.323

Directe apparaatskst.

-5.237

0

-5.860

0

-5.913

0

Totaal product

8.757

553

9.916

1.031

9.778

1.323

Saldo

-8.205

Reserveringen

0

Saldo na reservering

begroting 2022-1

(bedragen * € 1.000)

lasten

Personeelskosten

13.775

-8.455

349

0

-8.678

-8.455

142

-8.205

Overhead

-8.885

2e wijziging

baten

lasten 560

36

baten

begroting 2022-2 lasten 14.335

baten

Huisvesting

1.690

45

1.735

ICT

2.438

27

2.465

Inventaris en vervoer

42

0

42

Overig

599

Onvoorzien Doorbel. re-integr.

610

-31

75

568

0

0

0

-2.718

0

-2.718

Steun/herstelpakket

750

685

70

820

Subtotaal

15.827

1.360

601

145

16.427

1.505

Directe apparaatskst.

-5.913

0

0

0

-5.913

0

Totaal product

9.914

1.360

601

145

10.515

1.505

Saldo

-8.554

Reserveringen

0

Saldo na reservering

Overhead

-456

-9.010

60

0

60

-8.494

-456

-8.950

raming 2023

raming 2024

(bedragen * € 1.000)

lasten

Personeelskosten

13.894

13.686

13.809

Huisvesting

1.707

1.747

1.762

ICT

2.627

2.650

2.673

Inventaris en vervoer

43

44

44

Overig

586

Onvoorzien Doorbel. re-integr.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11483807/1