CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

22-002 Bijlage 1. Ingekomen stukken - MZ

Gemeenteraad 27 januari 2022, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Ingekomen stukken gemeenteraad (22-002)35.534 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

De Wereld van Aandacht Deel 2: De wereld van het ‘daar en dan’

14

• Met name in de post-COVID-19-crisis werd duidelijk dat arbeidsplekken verdampt waren, omdat de voor­ ziene uitgestelde consumptie niet op gang kwam. Door het kabinet werd om die reden in 2029 besloten

om in tien dorpen en steden iedere Nederlands belastingplichtige van 18 jaar en ouder per 1 januari 2030 te voorzien van een universeel basisinkomen. Dit betekende dat iedereen een gelijk inkomen ontving, waarmee een waardige levensstandaard mogelijk werd die overeenkwam met de sociale en culturele standaard van het desbetreffende dorp of stad. Er is voor eenieder een basis waarmee hij/zij kan deelnemen aan de belangrijkste maatschappelijke functies. Sterke vitale professionals en gezonde arbeidsmarkt voor gezinszorg In 2041 zijn gezinszorg, onderwijs en gezondheidszorg sectoren die niet kampen met personeelstekorten of hoge ziekteverzuimcijfers. Door de verandering in de filosofie en de organisatiewijze is de waardering (en beloning) voor professionaliteit en werk hersteld. De structurele middelen en transitiegelden voor gezinszorg versterken dit effect. Er wordt geïnvesteerd in branche-brede opleidingsprogramma’s, die in samenwerking tussen het ministerie voor Gezinnen en Toekomstige Generaties, gemeenten, vakbonden, Jeugdzorg Nederland, opleidings- en kennisinstituten en (ervarings)deskundigen worden vormgegeven. In deze programma’s wordt ook nadrukkelijk aandacht besteed aan de ontwikkeling van leiderschap, waarmee hoge kwaliteit op sleutel­­ posities binnen de keten van gezinszorg wordt geborgd.

Zoals een hoogwaardige toegang, maar ook hoge kwaliteit van personeel en voldoende tijd bij (onderzoeks)processen in het kader van gezinsbescherming en uithuisplaatsingen. Hierdoor is het aantal uithuisplaatsingen drastisch afgenomen. De opleidingsprogramma’s zijn divers en passen bij een ‘leven lang ontwikkelen’. Het gaat dus niet enkel om programma’s die jonge, nieuwe mensen opleiden, maar ook om programma’s die continu leren stimuleren, zoals bij- en nascholing, supervisie en intervisie. In lijn met de professionele standaard is er binnen deze programma’s ook ruime aandacht voor reflectie op de algemene en eigen beroepsuitoefening. Zaken als intrinsieke motivatie om het beste te doen, het vermogen om verbinding te kunnen maken, een goede balans in kennis, praktijkervaring en intuïtie, integraal vakmanschap, aanspreekbaar zijn, staan voor de beroepsethiek. Het leveren van een bijdrage aan de beroepsontwikkeling worden nadrukkelijk aangeboden, getraind en gespiegeld. Tijdens de gesprekken over de opleidingsprogramma’s ontstond ook het idee om samen campagnes te voeren op het gebied van het werven, selecteren en trainen van personeel. Het was onwenselijk dat organisaties met elkaar concurreerden om het weinige personeel dat beschikbaar was. Ook de trend dat steeds meer personeel als flexwerker ging werken, was niet goed voor kinderen, jongeren en ouders.

Dat ging ten koste van de stabiliteit en continuïteit. Daarom werden op regionaal niveau door heel Nederland gezamenlijke campagnes ingericht die zorgden voor de werving, selectie en training van personeel. Die campagnes van uitvoeringsorganisaties in regio’s waren in samenwerking met de opleidingsinstituten verantwoordelijk voor de uitvoering van de opleidingsprogramma’s. Dankzij langdurige contracten tussen aanbieders en gemeenten en duidelijkheid over transitiegelden werd ondertussen gewerkt aan een gezonde werkcontext: een normale werkdruk met voldoende tijd voor gezinnen, genoeg tijd om samen te werken met andere partners in het sociaal domein en andere manieren van verant­ woorden. Oftewel: er kwamen betere arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden voor professionals die in 2025 waren vastgelegd in één sectoroverstijgende CAO Gezinszorg.

De Wereld van Aandacht Deel 2: De wereld van het ‘daar en dan’

15

5. Wetenschap en technologie In deze dimensie gaan we in op de rol van onderzoek, wetenschap en innovatie. Ofwel: de adaptatie van nieuwe collectieve en creatieve praktijken, gedragingen en handelingen door mensen in de gezinszorg.

Continu samen leren en uitwisselen: een ontwikkelingsagenda Aangezien de sector gezinszorg jong is en veel kennis en expertise situationeel is, investeerde het ministerie voor Gezinnen en Toekomstige Generaties vanaf haar oprichting niet alleen in vernieuwing en samenwerking in het kader van opleiden en de arbeidsmarkt, maar ook in de ontwikkeling van kennis en expertise. Samen met universiteiten, kennisinstituten (NJI), adviesraden (RVS, SER, WRR), associatie wijkteams, Instituut voor Publieke Waarden, Garage2020 en (ervarings)deskundigen stelde het ministerie een ontwikkelingsagenda op. Gezamenlijk werd in beeld gebracht welke mogelijkheden en behoeften er waren om nieuwe kennis op te doen en wie dat op zich nam. Vervolgens werd met elkaar gedeeld op welke wijze die kennis gedeeld kon worden, zodat professionals, gemeenten en gezinnen hier hun voordeel mee konden doen. De ontwikkelings­ agenda wordt inmiddels actief gekoppeld aan de opleidingsprogramma’s, zodat de opgedane kennis ook in praktijk kan worden gebracht. Design: gebaande paden verlaten om tot gedurfde oplossingen te komen Naast onderzoek en het willen opdoen van nieuwe inzichten, is in 2041 het besef dat het ontwerpen van nieuwe concepten en diensten van belang is voor de continue ontwikkeling van gezinszorg in de praktijk omgezet.

In de late jaren 20 van de eenentwintigste eeuw werden het aantal garages van Garage2020 door heel Nederland uitgebreid. In deze garages komen nieuwe concepten en toepassingen tot stand op basis van design thinking. Mensen met verschillende achtergronden en afkomstig uit verschillende sectoren ontwerpen samen met kinderen, jongeren, ouders en professionals nieuwe toepassingen in de gezinszorg en testen deze in de praktijk. Door een door­lopende cyclus van ontwerpen, testen en aanpassen komt verandering sneller tot stand in de praktijk. Bewust ruimte voor nieuwe toetreders Onder leiding van het ministerie voor Gezinnen en Toekomstige Generaties en in samenhang met het onderzoeks­­ programma geven gemeenten mogelijkheden om innovatieve concepten en organisaties toe te laten treden in de gezinszorg. Het ruimte bieden aan nieuwe toetreders om het bestaande systeem op te schudden (en daarvan te leren) in combinatie met maximaal stimuleren van echte en schaalbare innovatie, helpt in het versnellen van de vele transformatieprocessen. Daarbij was wel geleerd uit de eerdere jaren van de decentralisatie jeugdhulp en aanpak van de coronapandemie. Nieuwe aanbieders met primair economische motieven werden door strak contractmanagement herkend en gecorrigeerd. Verstandige en beperkte marktwerking zorgde voor de juiste samenwerking.

De Wereld van Aandacht Deel 2: De wereld van het ‘daar en dan’

16

Innovatie vraagt om persoonlijk leiderschap alsook moedige en vaardige bestuurders De politiek, beleidsadviseurs, managers en bestuurders van jeugdhulporganisaties hielden elkaar altijd gevangen in een eindeloze kostbare dans, zo was de analyse van de periode tot 2025. Ieder jaar stegen de kosten voor jeugdhulp en ieder jaar kwam er extra geld bij. Echt harde transformatiedoelstellingen eisten de gemeenten voorheen niet en de sector wist dat de lokale politiek het niet aandurfde om die harde transformatiedoel­ stellingen te eisen. Door de arbitragegesprekken tussen gemeenten en het rijk én de toenemende druk op de toegankelijkheid van de gezinssector, veranderde dit. De solidariteit van het stelsel in het algemeen liep daadwerkelijk gevaar. Om transformatie en innovatie te kunnen leiden zijn twee zaken nodig: moed en vaardig­ heden. Leiders die dergelijke processen durven en kunnen leiden. Daar waar geïnvesteerd werd, wordt nu ook geïnvesteerd in bestuurlijk leiderschap. Om regio’s van gemeenten en aanbieders te ondersteunen bij de grote radicale transformatie-opdrachten, zijn bewust leerkringen ingericht voor bestuurders. Vanuit andere sectoren stelden bestuurders met ervaring zich beschikbaar om hun kennis en expertise te delen in de leer­ kringen.

Op basis van verhalen van Peter Bennemeer (hoe een buitenstaander het ziekenhuis beter maakte) en Jos de Blok (Buurtzorg) konden bestuurders met elkaar leren, reflecteren, vaardigheden vergroten en een houding ontwikkelen van ‘willen, zien en doen’.

De Wereld van Aandacht Deel 2: De wereld van het ‘daar en dan’

17

6. Sociaal Deze dimensie gaat over de relationele dynamieken tussen mensen en welke invloed dit heeft op de positie van jeugdhulp in de Nederlandse samenleving.

Een mindsetverandering: bewust nieuwsgierig naar ouderschap In 2041 kunnen we zonder meer stellen dat het individualisme in de afgelopen decennia de samenleving veel heeft gebracht. Waarden als recht op zelfexpressie, je eigen mening kunnen uiten en het streven naar gelijke kansen zijn niet meer weg te denken in de moderne samenleving. Tegelijkertijd werd gedurende de jaren 10 en 20 van de eenentwintigste eeuw ook de schaduwzijde hiervan helder, versterkt door de opkomende dominantie van socialmediaplatforms en op persoonlijke profielen gebaseerde zoekresultaten, reclame en nieuws- en entertainment. Het maakte het mogelijk een eigen ‘bubble’ te creëren van informatie, virtuele relaties en prikkels, die volstrekt aansloot op de eigen perceptie en het gewenste beeld van de werkelijkheid. Dit droeg bij aan het eroderen van sociale relaties binnen de fysieke omgeving, de lokale gemeenschappen en de samen­ leving als geheel. Als tegen­reactie begonnen gemeenten bewust te investeren in concepten die fysieke ontmoeting en gesprekken tussen mensen stimuleerden. In het begin van de jaren 20 van de eenentwintigste eeuw nog mondjesmaat, maar al snel was een trend waarneem­baar. Zo ontstonden in korte tijd lokale bond­ genootschappen tussen ouders, partners en gemeenten, die met elkaar vrijblijvende bijeenkomsten organi­ seerden over het ouderschap.

Ouders met kinderen in dezelfde leeftijd werden hierbij gefaciliteerd in het reflecteren met elkaar over leuke én minder leuke ervaringen binnen het ouderschap. En met name dat laatste bleek waardevol te zijn: ‘het normaliseren van moeite en worstelingen’. De kern in deze groepen is niet elkaar vertellen wat goed opvoeden is en welke methodieken daarvoor beschik­ baar zijn, maar samen nieuwsgierig zijn: wat is er aan de hand en hoe sta ik in de situatie? Wat voel ik en wat denk ik? Welke keuzes kan ik maken? Wie heb ik om mij heen die mij kan ondersteunen? Door een groter bewust­zijn blijken ouders beter in het anticiperen op gebeurtenissen in het leven, zoals het krijgen en hebben van een kind. De gesprekken blijken verder te gaan dan louter het opvoeden van kinderen. Het gaat ook over henzelf: hoe balanceer ik werk en thuis of hoe ervaar ik de relatie met mijn partner? Ouders waarderen deze gesprekken, want een luisterend oor, advies of concrete steun kan iedereen wel gebruiken. De wereld is in 2041 zeker niet minder complex geworden. Inmiddels zijn dit soort initiatieven niet meer weg te denken. Sociale steun - van familie, vrienden, buren en anderen in je eigen directe omgeving – is normaal en ook een belang­rijke beschermende factor in het voorkomen van (herhaling van) kindermishandeling.

Het is in Nederland weer van­zelf­ sprekend om je voor te bereiden op het ouderschap en met elkaar te praten over twijfels en onzekerheden. Toekomstgericht Passend Onderwijs Door reflectie op de snelle technologische veranderingen, zoals automatisering en de oprichting van het ministerie van gezinnen en Toekomstige Generaties, werd ook de rol van het onderwijs tegen het licht gehouden. De historicus en futurist Yuval Noah Harari verwoordde in 2019 deze reflectie als volgt: “Aangezien we niet weten hoe de arbeidsmarkt er in 2030 of 2040 uit zal zien, hebben we geen idee wat we onze kinderen nu De Wereld van Aandacht Deel 2: De wereld van het ‘daar en dan’

18

moeten leren. Het meeste van wat ze momenteel op school opsteken, zal tegen de tijd dat ze veertig zijn waarschijnlijk niet relevant meer zijn.” En in de daaropvolgende jaren werd dat ook bewaarheid. Door de COVID-19-pandemie werd plaats- en tijdonafhankelijk werken de norm en namen digitale beroepen een hoge vlucht. In dat licht werd het curriculum heroverwogen, waarbij relationele vaardigheden als empathie deel gingen uitmaken van het onderwijs. “Empathie, het vermogen om je in te leven, dat zal zijn wat mensen onderscheidt van techniek”, zo sprak de Koning uit in de - achteraf gezien historische - troonrede van 2025. Deze ‘levensvaardigheden’ werden in 2030 – na diverse succesvolle pilots - formeel aan het curriculum toegevoegd als aanvulling op kennisoverdracht en cognitieve vaardigheden. Om dit goed te kunnen doen, werd er vanuit het Meerjarenakkoord Kansengelijkheid geïnvesteerd in het onder­ wijs, zodat hiervoor meer ruimte en tijd voor beschikbaar was. Klassen werden kleiner, leraren werden beter gefaciliteerd en de financiën voor goed onderwijs gingen direct naar de scholen toe. Scholen en leraren waren daardoor – in samenspraak met ouderraden - in staat om zelf echt passend onderwijs te organiseren.

Dit heeft tot gevolg gehad dat sinds jaar en dag kinderen met extra behoeften of bijzonder gedrag vrijwel niet meer met een busje naar instellingen voor speciaal onderwijs gaan, maar gewoon naar school kunnen in de eigen buurt. Door de extra middelen is er ook ruimte om de samenwerking tussen scholen, kinderopvang en verenigingen of stichtingen in de wijk vorm te geven. Samen werken vanuit één kindgerichte ontwikkelvisie is inmiddels de normaal­ ste zaak van de wereld. Hoewel verschillend verwoord en vormgegeven, is de verbin­den­­de kern de talentoriën­ tatie. Dit betekent dat wordt uitgegaan van de diverse talenten van kinderen en dat de activiteiten worden afgestemd op het bioritme van kinderen. Veel scholen leerden van innovatieve voorbeelden, zoals basisschool Wijde Wereld in Uden, die hiermee al in de jaren 10 en 20 van de eenentwintigste eeuw goede resultaten boekte. Strategisch investeren in het derde milieu: de vrije tijd Door de droge constatering dat een kind 5.000 uur per jaar wakker is, daarvan 940 uur op school zit, waarbij het 250 uur didactische instructie krijgt, kwam de realisering dat - naast ouders - de kinderopvang, jongeren­ werkers en sport- en cultuurverenigingen een grote rol (kunnen) spelen in de ontwikkeling van een kind.

Gemeenten en partners ondernamen gezamenlijk werkbezoeken naar andere landen in Europa waar overheden en partners juist veel meer tijd en geld investeerden in de vrije tijd van kinderen en waar informeel ontwikkelen met plezier (en zonder prestatiedruk) sterk georganiseerd is. Op basis van die werkbezoeken investeerden gemeenten sterk in het derde milieu van vrije tijd waarin kinderen en jongeren hun talenten kunnen ontdekken, benutten en ontwikkelen. Middelen beschikbaar stellen voor goed jongerenwerk werd normaal. Gemeenten zorgden ervoor dat er nooit financiële belemmeringen konden zijn voor kinderen om lid te worden van een vereniging of club en ouders en scholen zetten zich in om lidmaatschap te stimuleren. Deskundigheid om te leren omgaan met bijzonder gedrag werd gratis beschikbaar gesteld aan vrijwilligers bij clubs en verenigingen. Door de experimenten met basisinkomen konden meer mensen zich als vrijwilliger inzetten voor de organisaties in de vrije tijd. Laagdrempelige en hoogwaardige toegang die voor kinderen, jongeren en ouders logisch is Door de ontstaansgeschiedenis van de gezinszorg was de toegang waar gezinnen terechtkonden met een hulpvraag sterk versnipperd. De landelijke overheid besloot aan het begin van de eenentwintigste eeuw onder andere door de inrichting van Bureau Jeugdzorg en de Centra voor Jeugd en Gezin deze te vereenvoudigen.

Uiteindelijk bleek dit niet het gewenste effect te hebben. In de vroege jaren 20 van de eenentwintigste eeuw – met de omslag in denken richting ‘kind en gezin centraal in handelen’ én het feit dat het in eigen regie (laten) uitvoeren van de toegang geen positief effect bleek te hebben (inhoudelijk en financieel) besloot men de toegang te koppelen aan plekken waar ouders van nature kwamen: de huisartspraktijk. Dit bleek de meest normale en logische plek voor gezinnen om een vraag te stellen. Bijna alle gemeenten in Nederland besloten vanaf 2024 om de aparte loketten af te breken en de toegang tot gezinszorg volledig onder te brengen bij de huisartsenpraktijken in de wijken, buurten en dorpen. Daar werkten namelijk jeugd- en gezinsspecialisten die gezinnen konden ondersteunen. Dit deed de jeugd- en gezinsspecialist vaak zelf door eigen expertise in te zetten als orthopedagoog of j-ggz-psycholoog en anders haalde de jeugd- en gezinsspecialist er de benodigde hulp of ondersteuning bij. De Wereld van Aandacht Deel 2: De wereld van het ‘daar en dan’

19

Invulling toegang volgens het ‘first time right’-principe Niet alleen werd de toegang anders gepositioneerd. Ook de onderliggende filosofie is aangepast: volgens het 'first time right'-principe. Dit betekent dat in de toegang hoogwaardige professionals werkzaam zijn: de jeugd- en gezinsspecialisten (orthopedagogen en j-ggz-psychologen). Dit principe was in de jaren 10 van de eenentwintigste eeuw al ingevoerd bij ziekenhuizen. Daar werkten op de eerste hulp bij ziekenhuizen veel artsen in opleiding of beginnende artsen. De gedachte was dat dit goedkoper was dan het inzetten van meer ervaren medisch specialisten. Echter, uit onderzoek bleek dat bij meerdere vraagstukken de startende artsen onzeker waren. Om zekerheid te krijgen, werden meerdere aanvullende onderzoeken uitgevoerd. In veel gevallen gaf dat nog steeds voldoende zekerheid en moest vervolgens de medisch specialist alsnog betrokken worden. Vaak was de uitkomst dat een opname bij nader inzien niet nodig bleek. Deze manier van werken was uiteindelijk dus niet goedkoper én zorgde ook voor onnodige zorg én bezorgdheid bij de patiënt. Meerdere ziekenhuizen voerden daarom de praktijk in dat de medische specialist aan de voorkant gelijk meekijkt in situaties van twijfel. Het aantal onderzoeken nam drastisch af, de doorloopsnelheid ging omhoog en de waardering bij de patiënten ging omhoog.

Voor de toegang tot gezinszorg betekent dit het hierna omschreven: Op basis van het gesprek heeft de huisarts inmiddels grofweg drie wegen ter beschikking: 1. bij lichamelijke klachten zelf behandelen of een medisch specialist inzetten voor behandeling; 2. bij ggz-problematiek inzet van praktijkondersteuner jeugd-ggz of doorverwijzing naar 2e lijn jeugd-ggz; 3. bij vragen over opvoeden, opgroeien of ontwikkelen hetzij handelingsadvies geven of een jeugd- en gezinsspecialist inzetten voor begeleiding. Deze jeugd- en gezinsspecialist (orthopedagoog) kan samen met het gezin de tijd nemen om hun vraag te onderzoeken:

• Wat willen jullie? • Wat heb je daarvoor nodig? • Wat kan je daarin zelf doen? Soms was een gezin al geholpen met het helder krijgen van de vragen en konden zij daar zelf mee vooruit. Anders waren er twee mogelijkheden voor vervolg. 1. De vraag van het gezin was eenvoudig, maar extra begeleiding was wel nodig. In dit geval kan de jeugden gezinsspecialist het volgende doen: a. D  e vaardigheden van het kind vergroten: leren omgaan met anders zijn (ADHD, autisme, hoogbegaafdheid, handicap) en sociale vaardigheidstrainingen (weerbaarheid). b. De vaardigheden van de ouder vergroten: leren omgaan met bijzonder gedrag, leren omgaan met een handicap, Triple P, centrering. c. M  ocht blijken dat er toch ggz-behandelingen nodig waren, dan kon een jeugd- en gezinsspecialist deze expertise er alsnog bij halen.

2. Wanneer de vraag van een gezin complexer is, doordat er meerdere vraagstukken op meerdere leefgebieden waren (woonproblematiek, schulden, verslaving, etc.), schakelt de jeugd- en gezinsspecialist een gezins­ werker in (dit is een systemisch werkende therapeut) die het gezin intensief en over een langere periode kan begeleiden. Deze gezinswerker heeft een domeinoverstijgend mandaat van andere lokale en regionale partijen (gemeente, zorgaanbieders, UWV, Passend Onderwijs, SVB, Woningbouwvereniging) om benodigde zorg, expertise of dienstverlening in te zetten. Daarbij wordt gewerkt met 100% schone overdracht van informatie. Zo wordt dubbel werk voorkomen en worden zaken niet opnieuw uitgezocht of uitgevoerd. Ook is de afspraak gemaakt dat bij verschillende perspectieven tussen organisaties over financiering, er eerst hulp wordt verleend en dat er naderhand wordt bekeken uit welk of wiens budget het wordt betaald.

De Wereld van Aandacht Deel 2: De wereld van het ‘daar en dan’

20

Geen leeftijdsgrens, maar continuïteit naar volwassenheid Op basis van het advies van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving werd de Jeugdwet in 2023 aangepast op de leeftijdsgrens. De gezinszorg voor jongeren werd ingericht op continuïteit naar volwassen­ heid, ook na de 18e verjaardag. Omdat jongeren zich tot hun 25e kunnen ontwikkelen tot veerkrachtige volwassenen, werden leeftijdsgrenzen minder scherp en kunnen regelingen doorlopen. De 100% schone overdracht is ook van toepassing bij de overgang naar volwassenheid. We laten pas los als er sprake is van:

• een vrijwillig en onbetaald netwerk; • een passende en betaalbare woonplek; • een opleiding of werk dat basis biedt voor toekomst; • voldoende inkomen en een plan op het voorkomen of oplossen van schulden; • het zich fysiek en mentaal welbevinden, waarbij de jongere ook het vermogen heeft om disbalans te signaleren.

Gezinszorg en gezinsbescherming In 2021 werd al erkend dat de bescherming van kinderen en jongeren te complex georganiseerd was. Te veel organisaties en instituten met verschillende verantwoordelijkheden: Veilig Thuis, gecertificeerde instellingen en de Raad voor de Kinderbescherming. Daarnaast kwamen de gevolgen van de bescherming vooral op het bord te liggen van de kinderen en jongeren in plaats van bij het gehele gezin. Het kind werd bijvoorbeeld uit huis geplaatst wegens bijzonder gedrag, terwijl dat gedrag voortkwam uit de context van het gezin. Daarom werd in 2022 in samenwerking met toenmalige ministeries van Justitie, VWS, VNG en de branche­organisaties een nieuw toekomstscenario opgesteld en versneld geïmplementeerd. In plaats van de verschillende organisaties werden er Regionale Veiligheidsteams samengesteld. Hierin werd alle benodigde expertise gebundeld op ontwikkelingsbedreiging en veiligheid. Die expertise werd vervolgens beschikbaar gesteld aan onder andere gezinnen en gezinswerkers, jeugd- en gezinsspecialisten.

Voor de transformatie van de bestaande organisaties naar de Regionale Veiligheidsteams werden transitiegelden beschikbaar gesteld en de Regionale Veiligheids­ teams werden verantwoordelijk voor het geven van informatie en advies op basis van meldingen, het uitvoeren van onderzoeken naar veiligheid en de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. Ook werd er een nieuwe en meer eenvoudigere definitie van voogdij gehanteerd:

• de opvoeders van de kinderen (daar waar de kinderen wonen) zijn altijd de Uitvoerend Voogd; • de ouders zijn altijd Toeziend Voogd, behalve wanneer een kinderrechter de uitspraak heeft gedaan dat dit niet mogelijk is, dan is er sprake van een Externe Voogd.

De Externe Voogd van het Regionale Veiligheidsteam is niet meer verantwoordelijk voor het organiseren van een woonplek voor het kind of het gezin. Dit is de verantwoordelijkheid van de gezinswerker in samenspraak met de jeugd- en gezinsspecialist. Hierdoor heeft de Externe Voogd meer tijd beschikbaar om door te brengen met het kind. Dit had groot positief effect op de kwaliteit van processen rondom waarheidsvinding en feiten­ onderzoek. De JeugdzorgPlus, zoals deze in 2021 nog bestond, is inmiddels opgeheven. Door de aandacht en kwaliteit die georganiseerd is in de keten rondom dwang worden onnodige ondertoezichtstellingen en uithuisplaatsingen voorkomen. Hierbij is het adagium ‘Als het kind niets heeft gedaan, komt dwang niet bij het kind terecht’.

De Wereld van Aandacht Deel 2: De wereld van het ‘daar en dan’

21

7. Ruimte In deze dimensie wordt gekeken naar de invloed van ruimtelijke en fysieke omgevingsinvloeden binnen de wereld van de jeugdhulp.

Woningen als topprioriteit! Het bouwen van woningen werd bij de kabinetsformatie van 2021 een topprioriteit, net zoals dat was tijdens de wederopbouwperiode na de Tweede Wereldoorlog. Dit betekende dat er allerlei maatregelen werden getroffen die het bouwen van betaalbare woningen stimuleerden. Zo werd bijvoorbeeld de landelijke subsidie Woningbouwimpuls voor gemeenten verlengd en uitgebreid met nog drie miljard euro extra. In de plannen voor bouwen werden nieuwe concepten voor wonen en zorg opgenomen en ook concepten van wonen voor jong­ volwassenen. Door de invoering van de Omgevingswet waren gemeenten vervolgens beter in staat om wijken en buurten in te richten op de behoeften van gezinnen. Gezondheid en ontmoeting waren belangrijke principes bij die inrichting, zodat samen bewegen en spelen beter mogelijk werd. De initiële druk op de beschikbare ruimte buiten de grote steden was bij de start hoog, maar deze is in 2041 gestabiliseerd. Door slimme innova­tieve concepten, zoals tiny houses, en het combineren van functies, zoals energie, micro-landbouw en vergroening, kon de groei worden opgevangen in de gebieden in de directe omgeving van de stad. Weliswaar verdwenen hiermee de harde grenzen tussen stad en platteland, maar werd gezonde recreatie in het buiten­gebied voor iedereen bereikbaar, ook bij verminderde mobiliteit.

Kleinschalig woonaanbod in de wijken en buurten De traditionele grootschalige woonvoorzieningen voor kinderen en jongeren die echt niet meer thuis kunnen wonen bestaan in 2041 niet meer. Deze woonvoorzieningen lagen in 2021 nog vaak aan de rand van een dorp of stad, waardoor kinderen en jongeren niet alleen moesten verhuizen, maar dikwijls ook moesten veranderen van school, clubs en vrienden. Uit onderzoek bleek dat professionals in de specialistische jeugdhulp hun werk het beste konden doen op het niveau waar de zorg het meest effectief is; veelal de dagelijkse leefomgeving van gezinnen. Een omgeving waar de vertrouwde basisvoorzieningen bestaan en die gekoppeld is aan woonvoorzieningen. Met behulp van de transitiegelden vanuit het ministerie van Gezinnen en Toekomstige Generaties werd per regio een transformatieplan ontworpen en uitgevoerd om de afbouw van onwenselijke woonvoorzieningen te versnellen en gelijktijdig kleinschalige woonvoorzieningen op te bouwen. Omdat het aanvankelijk niet zeker was dat aanbieders met veel expertise zouden starten met kleinschalig woonaanbod, werd er ook een concentratiebeleid voor gespecialiseerde gezinszorg gevoerd, zodat capaciteit, kennis (ontwikkeling) en expertise beschikbaar bleven in regio’s (alsook landelijk een dekkend aanbod).

De Wereld van Aandacht Deel 2: De wereld van het ‘daar en dan’

22

Ondersteund door het programma ‘Centraal het Decentrale versterken’ maakte elke regio van gemeenten inzichtelijk welke woonvoorzieningen zij in het kader van gezinszorg nodig achtte. Dat inzicht werd gemaakt op basis van drie mogelijke redenen waarom thuis wonen niet mogelijk was:

• Ouders kunnen (tijdelijk) de opvoeding van hun kinderen niet meer aan. • Kinderen of jongeren zijn wees geworden. • Kinderen of jongeren lopen thuis een zeer ernstig veiligheidsrisico.

Op basis van deze inzichten werd het duidelijk voor regio’s wat er nodig was op de drie woonvormen: 1. Pleeggezin: een geschikte woonplek voor wanneer kinderen of jongeren geen extra pedagogische begeleiding nodig hebben. 2. Gezinshuis voor maximaal zes kinderen en jongeren: een geschikte woonplek voor wanneer kinderen of jongeren wel extra pedagogische begeleiding nodig hebben. 3. Woongroep: een woonplek voor wanneer kinderen of jongeren wel extra pedagogische begeleiding nodig hebben. In 2041 is het gangbaar dat dit overzicht en behoefteanalyse periodiek wordt herijkt en gemonitord. Op deze wijze kan vraag en aanbod met elkaar in evenwicht blijven. Behandeling en wonen zijn van elkaar gescheiden In de voorbije decennia werd het normaal dat je als kind, jongere of gezin niet op een behandelplek kon wonen. Je woonde thuis, in een pleeggezin, in een gezinshuis of op een woongroep. Als je behandeling nodig had, dan kwamen de gezinszorgprofessionals naar je woonplek. Bij hoge uitzondering vond behandeling van kinderen of gezinnen met overnachting elders plaats. Analoog aan een behandeling in een ziekenhuis is dat echter geen wonen, maar een opname. Tijdens de opname blijft de woonplek (thuis, pleeggezin, gezinshuis of woongroep) bestaan, zodat het gezin of het kind daar altijd naar terug kan keren.

En net als in het ziekenhuis is alles erop gericht om dat zo snel als mogelijk voor elkaar te krijgen. Kleinschalige woonvoorzieningen staan midden in de wijk en zijn warm, sfeervol, overzichtelijk, veilig en stimulerend Door steeds meer te luisteren naar ervaringsverhalen van kinderen en jongeren die woonden op woongroepen en in gezinshuizen, werd duidelijk dat we waren doorgeschoten in de hygiëneregels en risicoprotocollen. Kinderen en jongeren vertelden over stalen bedden met plastic matrassen, geïmpregneerde blauwe gordijnen en ander hufterproof meubilair. Grote kilte die niet past bij aandacht, het aangaan van gelijkwaardige relaties of een ruimte om je te ontplooien. Binnen de transformatieplannen van het ministerie werd hiervan afscheid genomen door radicaal te kiezen voor een set van nieuwe designprincipes van kleinschalige en duurzame woonvoorzieningen. Risico’s waren niet meer leidend. Uiteraard werden ze wel geïnventariseerd en verkleind, maar risicoloze woonplekken, daar geloofde men niet meer in. Om te voorkomen dat elke regio van gemeenten zelf het wiel ging uitvinden voor het design van kleinschalig woonaanbod, werd landelijk expertise gebundeld om te komen tot meerdere designs die regio’s op lokale factoren konden aanpassen. De designs gingen uit van warme, sfeervolle huizen die ontwikkeling stimuleerden, maar tegelijkertijd overzichtelijk en veilig waren.

Niet alles aan het design van de woonhuizen was af, met opzet. Kinderen en jongeren mochten ook zelf hun kamer mee inrichten. Huisdieren waren niet langer uitgesloten en droegen bij aan de gewenste warmte. Doordat kleinschalig woonaanbod werd gebouwd in wijken en buurten, konden kinderen en jongeren in de eigen leefomgeving opgroeien. Een plek dicht bij huis, zodat kinderen geen afscheid hoeven te nemen van familie, vrienden en andere vertrouwde gezichten. In 2041 is als gevolg van de bewegingen op het gebied van wonen een scherpe reductie in kosten gerealiseerd. Het vastgoed en ruimte die vrijvielen, zijn gebruikt voor andere doelen (zoals nieuwe woonconcepten). Meer nog is het aantal kinderen en jongeren dat zich geconfronteerd ziet met talloze doorplaatsingen of broers en zussen die gescheiden worden nagenoeg gereduceerd tot nul. Nagenoeg, omdat dit alleen nog gebeurt als dit aantoonbaar in het belang van het kind is. De Wereld van Aandacht Deel 2: De wereld van het ‘daar en dan’

23

8. Artistiek Creativiteit en vindingrijkheid hebben de menselijke ontwikkeling voortgedreven sinds het begin der tijden. In deze dimensie wordt bezien in hoeverre de dimensie artistiek deel uitmaakt van de wereld van aandacht.

Verbeeldingskracht voor een hoopvolle toekomst Een van de zaken die het ministerie van Gezinnen en Toekomstige Generaties zich al snel realiseerde, was dat een laagdrempelig aanbod van en waardering voor vormende jeugdactiviteiten, zoals (jeugd)cultuur, (jeugd)sport, etc. beschikbaar diende te zijn in de directe omgeving van het kind. Alleen op die manier konden positieve talentontplooiing, innovatiekracht en een nieuwe gemeenschapszin ontstaan. Samen met het onderwijs, culturele instellingen en gemeenten is in 2041 het streven om per 20.000 inwoners een laag­ drempelige culturele instelling beschikbaar te hebben waar dans, muziek, film en overige artistieke uitingen aangeboden worden. Binnen het vormende onderwijs is kennismaking met passieve en actieve cultuurbeleving en lichamelijke oefening nadrukkelijker aanwezig. Op deze manier wordt bewust ingezet op creativiteit en verbeeldingskracht. Het ministerie van Gezinnen en Toekomstige Generaties stelt ook middelen beschikbaar voor kunstuitingen over het leven en de zorg aan kinderen, jongeren en gezinnen. Wetenschap en creativiteit worden bewust gestimuleerd, omdat ze vragen stellen bij vanzelfsprekendheden, mensen doen verplaatsen in anderen en helpen daardoor de wereld anders te zien.

Hiermee is kunst dus niet zomaar mooi of leuk, maar is het een van strategische instrumenten om transformatie te versnellen: andere manieren van denken, doen en organiseren. Entertainment als instrument Sinds de vroege jaren 10 van deze eeuw heeft zingeving en mindfullness voor een deel de plek ingenomen van de traditionele godsdiensten. Maar met het succes van de tv-reality show ‘Heel Nederland balanceert’ over herstel van een groep mensen met burn-outverschijnselen werden in het midden van de jaren 20 van de eenentwintigste eeuw de laatste taboes doorbroken. Vanuit de overheid worden nu regelmatig subsidies verstrekt voor populaire programma’s bij commerciële omroepen en streamingdiensten. Voorbeelden daarvan zijn programma’s als ‘Daar vraag je me zo wat?’ over wetenschappelijke vraagstukken (een remake van een format uit de jaren 80 van de vorige eeuw), ‘Ouderschap enzo’ voor ouders en het op pubers gerichte ‘F*** Y**’ over communicatie met je ouders. Dit alles maakt dat praten over opvoeden, opgroeien en leefproblemen veel gangbaarder is geworden en de ‘hulpverlegenheid’ veel minder is geworden.

Ervaringen creëren voor het vergroten van inlevingsvermogen Ramsey Nasr schreef in zijn boek de Fundamenten de volgende zin: ‘Het geweten is de enige plek in ons lichaam die zowel van ons is als van de ander, en die ook de eigen tijd overstijgt.’ Het gaf de inspiratie aan organisaties om, samen met musea voor conceptuele kunst, ervaringen te creëren waarin bezoekers de toekomst van onze wereld konden verkennen. In de vroege jaren 20 van deze eeuw namen nieuwe generatieontwerpers

De Wereld van Aandacht Deel 2: De wereld van het ‘daar en dan’

24

bezoekers mee op een reis door de tijd van experimentele toekomsten door gebruik te maken van technologieën als augmented reality (toevoegen van elementen aan de analoge werkelijkheid). De ontwikkelingen gingen in de jaren daarna zo snel dat het al snel niet alleen mogelijk werd om de toekomst te visualiseren, maar ook te ervaren, door te voelen, horen en zelfs ruiken. Deze zogenaamde extended reality (XR) zorgde voor een naadloos overvloeien van de virtuele en de fysieke werkelijkheid. Hoewel het grote publiek deze technologieën in eerste instantie vooral door grote shows als het Eurovision Songfestival, de ‘hologramtour’ van bands als Abba in 2022 en films leerde kennen, werden deze methoden al snel gebruikt om ook mensen zelf ‘levensechte’ ervaringen te laten ondergaan. In 2041 is dit gangbaar in het onderwijs, maar ook in voorlichtingscampagnes. Uiteraard blijft hierbij ook de vrijetijdssector niet achter. In 2043 zal – zo kondigde een groot entertainment­ consortium in 2041 aan - zal het eerste belevenispark ‘Shogunworld’ in Japan worden geopend, waar bezoekers zichzelf in de wereld van Japan in 1500 kunnen onderdompelen, zoals films als ‘Total Recall’ en ‘Westworld’ in de jaren zeventig en negentig van de vorige eeuw voorspelden.

De Wereld van Aandacht Deel 2: De wereld van het ‘daar en dan’

25

Samen werken aan een klimaat van aandacht In de buurt Je thuis voelen doe je op een plek waar er aandacht

Op de school in de wijk zijn alle kinderen welkom en

voor elkaar is. Waar er steun is, waar samen gehuild en

is écht passend onderwijs mogelijk door kleinere

gelachen kan worden, waar we het dagelijkse leven

klassen en goed gefaciliteerde leraren. En ook in de

met elkaar delen. Dat klimaat van aandacht is wat

vrije tijd op de club of vereniging kunnen alle kinderen

kinderen zeker nodig hebben, thuis, in de wijk, op

meedoen. Er zijn geen (financiële) belemmeringen

school, op de club, kortom, overal. Samen versterken

voor een lidmaatschap. En coaches en begeleiders

we en werken we aan een omgeving die dat waar­

zien niet ‘die lastige gast’, maar focussen op de

maakt. In die buurt of wijk hebben we aandacht voor

kwaliteiten en talenten van de individuele kinderen.

elkaar. Daar bieden ouders elkaar een luisterend oor,

Ze krijgen daarvoor ook ondersteuning in de vorm

geven advies of bieden elkaar concrete steun.

van coaching.

De Wereld van Aandacht Deel 2: De wereld van het ‘daar en dan’

26

De huisarts, een vertrouwd gezicht in de wijk De huisarts als toegang tot hulp De huisartsenpraktijk is de logische plek voor gezinnen

Kinderen, jongeren en ouders geven niet alleen aan

om (hulp)vragen te stellen. De jeugd- en gezins­

wat voor hen belangrijk is, maar zij beslissen ook mee

specialist kan samen met het gezin de tijd nemen

in de gezinszorg die zij krijgen. Als er voor langere tijd

om hun vragen te onderzoeken: wat willen jullie;

meerdere vormen van ondersteuning nodig zijn, kan de

wat hebben jullie daarvoor nodig; wat kunnen jullie

gezinswerker hier het gezin bij begeleiden. Door samen

daarin zelf doen?

de (hulp)vraag op een hoogwaardige wijze te onder­ zoeken, wordt de inzet van onzinnige zorg voorkomen.

De Wereld van Aandacht Deel 2: De wereld van het ‘daar en dan’

27

Relatie, Ruimte en Reflectie als leidende principes Gezinszorg De gezinszorg richt zich niet alleen op bijzonder

De focus ligt dus niet op een snelle, goedkope oplos­

gedrag van kinderen of jongeren, maar juist op de

sing, maar op de optimale ontwikkeling van het kind.

gehele omgeving. Immers, gedrag is vaak het gevolg

Om dit te kunnen waarmaken hebben de professionals

van onze interactie met onze omgeving. Ouders,

de tijd en ruimte voor profes­sionele reflectie, coaching

broers, zussen, vrienden, klasgenoten, buren, het is

en ontwikkeling. Dit investeren in de kwaliteit van

maar net om wie het gaat. Gezinszorgprofessionals

de relatie, zelfsturing én de kennis en kunde van de

werken via en investeren in de relatie met de gezinnen,

professionals draagt bij aan meer tijd voor gezinnen

kinderen, jongeren en hun omgeving. Hierbij hanteren

en minder onnodige gezinszorg.

ze geen dichtgetimmerde (be)handelprotocollen, maar nemen de ruimte om datgene te doen dat zorgt voor een duurzame en stabiele situatie.

De Wereld van Aandacht Deel 2: De wereld van het ‘daar en dan’

28

Centraal het decentrale versterken Het ministerie van Gezinnen en Toekomstige Generaties Het leven van kinderen en jongeren speelt zich af in

Ook ondersteunt het ministerie door het gebruik

de wijken en buurten van gemeenten. Dáár wonen

van heldere definities en standaarden binnen

familie, vrienden, buren en daar worden diepe relaties

inkoop­processen, zoals facturatie en verantwoording.

opgebouwd. Het is ook daar waar gebruik wordt

Deze standaardisering geeft gemeenten ruimte en

gemaakt van zogenaamde basisvoorzieningen, zoals

capaciteit om zich te focussen op inhoudelijke

de school, verenigingen, clubs en de huis­artsen­prak­tijk.

samen­werking in het primaire proces en het biedt

Een gemeente is dan ook het beste in staat om op

het professionele veld de ruimte voor de focus op

domeinoverstijgende wijze gezinszorg te organiseren.

effectieve gezinszorg.

Het ministerie van Gezinnen en Toekomstige Generaties faciliteert regio’s en gemeenten met standaarden voor kwaliteit die recht doen aan de diversiteit van gezinszorg.

De Wereld van Aandacht Deel 2: De wereld van het ‘daar en dan’

29

Veiligheid 2.0 Nieuwe kijk op veiligheid en voogdij Bescherming van kinderen en jongeren door lokaal

Daarnaast zijn de ouders altijd Toeziend Voogd,

werkende SAVE-teams. De verantwoordelijkheden en

behalve wanneer een kinderrechter de uitspraak

functies van Veilig Thuis, gecertificeerde instellingen en

heeft gedaan dat dit niet mogelijk is, dan is er sprake

de Raad voor de Kinderbescherming worden gebun­

van een Externe Voogd.

deld in Regionale Veiligheidsteams. Hierdoor wordt het systeem vereenvoudigd en is het mogelijk dat alle

De Externe Voogd is niet meer verantwoordelijk voor

benodigde expertise op het gebied van ontwikke­lings­

het organiseren van een woonplek voor het kind of het

bedreiging en veiligheid beschikbaar wordt gesteld

gezin. Dit is de verantwoordelijkheid van de gezins­

aan gezinnen en gezinswerkers, jeugd- en gezins­

werker, samen met de jeugd- en gezinsspecialist.

specialisten in de vorm van lokale SAVE-teams.

Hierdoor heeft de Externe Voogd meer tijd beschik­ baar om door te brengen met het kind en het gezin.

Ook hanteren we een nieuwe, eenvoudigere defi­nitie

En kan de Externe Voogd eventuele veranderingen

van voogdij. De opvoeders van de kinderen (daar waar

met betrekking tot de veiligheid van het kind en gezin

de kinderen wonen) zijn altijd de Uitvoerend Voogd.

beter inschatten.

De Wereld van Aandacht Deel 2: De wereld van het ‘daar en dan’

30

Wonen doe je op een plek die je thuis noemt Transitie Wonen We investeren in de professionals in de ambulante

Het wonen en behandelen is van elkaar gescheiden.

zorg, die weer investeren in de relatie en samenwer­

Als er behandeling nodig is, dan komt die naar de plek

king met ouders. Zo kunnen we veel uithuisplaatsingen

waar het gezin of kind woont. Wanneer - bij hoge

voorkomen. Wanneer kinderen en jongeren écht

uitzondering – behandeling op een andere plek nodig

(tijdelijk) niet thuis kunnen wonen, is er geen gesloten

is, dan noemen we dat geen wonen, maar een opname.

jeugdzorg nodig. Ze kunnen blijven wonen in de eigen

Waarom zou het immers anders zijn dan bij een

vertrouwde omgeving op een plek dicht bij huis.

behandeling in het ziekenhuis? Tijdens de opname

Zo hoeven ze geen afscheid te nemen van familie,

blijft de woonplek bestaan, zodat het gezin of het

vrienden, de leraar en andere vertrouwde gezichten.

kind daar altijd naar terug kan keren. En net als in

Geen grootschalige kille woonplekken met hufter­

het ziekenhuis is alles erop gericht om dit zo snel als

proof meubilair en strikte hygiëneprotocollen, maar

mogelijk voor elkaar te krijgen.

een kleinschalig, warm en sfeervol gezinshuis in de wijk. Hier mogen de kinderen en jongeren ook hun eigen kamer inrichten en knuffelen met huisdieren, net als thuis.

De Wereld van Aandacht Deel 2: De wereld van het ‘daar en dan’

31

De Wereld van Aandacht Deel 2: De wereld van het ‘daar en dan’ | November 2021

Betreft: gemeenteraadsverkiezingen en digitalisering

6 december 2021

Geachte gemeenteraadsleden, Graag wil de Stichting EHS uw aandacht vragen voor de gevolgen van de toenemende digitalisering en de effecten hiervan voor het welzijn en de gezondheid van burgers 1. Dit ook met het oog op coalitie afspraken na de gemeenteraadsverkiezingen. Druk op gemeenten De samenleving digitaliseert in snel tempo en dat heeft natuurlijk voordelen. Deze voordelen van digitalisering worden door het ministerie van EZK en de Telecom, vertegenwoordigd door Monet, ruim uitgemeten. Het ministerie van EZK wil 98% landelijke dekking van mobiele netwerken en wil dat de Telecom hiervoor zorgt. Aan gemeenten wordt gevraagd hieraan mee te werken. De steeds verder toenemende digitalisering heeft echter ook nadelen. Zoals op het gebied van afname van privacy en toename van energieverbruik van datacentra. In geval van een toename van draadloze communicatie geeft dit een toename van blootstelling aan elektromagnetische velden. In de discussie missen we de aandacht voor alle nadelen en risico’s van toenemende digitalisering. In de landelijke politiek is veel te weinig aandacht voor de negatieve effecten van digitalisering op de gezondheid, dit zowel in het algemeen als specifiek voor mensen met EHS. Het kabinet stelt dat mobiele communicatie volkomen veilig is en voldoet aan de normen.

Het kabinet heeft geen enkele aandacht voor de waarschuwingen in het Advies van de Gezondheidsraad (GR) van september 2020. In dit Advies staat dat niet uitgesloten kan worden dat ook blootstelling onder de in Nederland gehanteerde (ICNIRP) blootstellingslimieten de potentie heeft de gezondheid te schaden. De GR benoemt dat er nog geen alternatief is voor deze limieten, maar adviseert daarbij uitdrukkelijk wel voorzorg toe te passen. Het kabinet legt de adviezen van de GR echter naast zich neer, hoewel daarin meerdere serieuze gezondheidsrisico’s worden benoemd, waaronder kanker, mannelijke vruchtbaarheid, zwangerschapsuitkomsten en geboorteafwijkingen. Wetenschappelijk gezien is er veel kritiek op de gehanteerde blootstellingslimieten. Dit omdat er daarbij geen aandacht is voor biologische gezondheidseffecten, cumulatieve effecten en lange termijneffecten. Er is absoluut geen wetenschappelijke overeenstemming over de veiligheid van draadloze communicatie. Ondanks dit alles oefenen het ministerie van EZK en Monet druk uit op gemeenten om weerstand te bieden aan het verzet tegen antennes bij verontruste burgers en eigenaren van hoge gebouwen. Nadelige gevolgen bevolking Er bestaan vele wetenschappelijke onderzoeken die aantonen dat er voldoende bewijs is dat 2G, 3G, 4G en wifi schadelijke gezondheidseffecten kunnen hebben ver beneden de gehanteerde blootstellinglimieten.

Bijvoorbeeld op de hersenen en met name op die van kinderen. Het Europees 1

De Stichting EHS behartigt al jarenlang de belangen van de vele Nederlanders met EHS. Mensen met EHS worden ziek van de elektromagnetische velden (EMV) van draadloze communicatie. Stichting EHS Louisahoeve 57 2131 MP Hoofddorp info@stichtingEHS.nl

http://www.stichtingEHS.nl

IBAN: NL83 INGB 0003478207 BIC: INGBNL2A KvK: 09167685

Parlement heeft in juli 2021 een rapport gepubliceerd over gezondheidseffecten van 5G. Conclusie is onder meer dat er een duidelijk bewijs is voor een negatief effect op vruchtbaarheid van mensen en vooral bij mannen. Deze bevinding past bij de eerdere conclusies van de Gezondheidsraad. Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) heeft op 7 oktober 2021 een opinie aangenomen waarin wordt aangegeven dat er risico’s verbonden zijn aan de digitalisering en vindt dat daar onvoldoende aandacht voor is. Het EESC vraagt daarbij specifieke aandacht voor de kwetsbare mensen. Lokaal management van de blootstelling wordt noodzakelijk geacht door het EESC in het belang van kwetsbare groepen (kinderen, zwangere vrouwen, chronisch zieken, ouderen en EHSmensen). Dit heeft direct implicaties voor het gemeentelijke beleid. En de bestuursrechter in Arnhem heeft in december 2020 uitgesproken dat het niet uitgesloten is dat ook bij een veldsterkte ver (factor 60) onder de huidige blootstellingslimieten sprake is van verhoogde gezondheidsrisico’s. De bevolking wordt zonder het te weten blootgesteld aan allerlei gezondheidsrisico’s. Gemeenten hebben een eigen verantwoordelijk voor de gezondheid van hun burgers. Al met al voldoende reden om zeer kritisch te zijn m.b.t. nog verdere uitrol van draadloze communicatie.

Nadelige gevolgen EHS-ers Naast bovengenoemde risico’s voor de bevolking zijn er steeds meer mensen die nu al ziek worden door de overdaad aan draadloze communicatie (hoofpijn, vermoeidheid, duizeligheid, algehele malaise). Mensen met EHS moeten blootstelling aan de straling van draadloze technieken zoveel mogelijk vermijden. Door hun handicap worden ze sociaal geïsoleerd en komen ze ongewild buiten de maatschappij te staan. Een landelijke dekking van 98% zou een nog verdere inperking van hun vrijheid betekenen. Deze burgers worden steeds ernstiger beperkt in hun dagelijkse manier van leven. Gemeenten zijn ervoor verantwoordelijk dat alle inwoners, met of zonder beperking, op alle leefgebieden mee kunnen doen. Alle reden om meer aandacht te hebben voor mensen met EHS. Verzoek aan gemeenten Het is van groot belang om de voordelen en nadelen van toenemende digitalisering goed tegen elkaar af te wegen. Om een evenwichtige en zorgvuldige afweging te maken tussen de mobiele bereikbaarheid en de gezondheid van burgers. Dit in het bijzonder ook met betrekking tot mensen met EHS.

We willen de gemeenten dan ook vragen: - aandacht te hebben voor de nadelen van digitalisering en deze nadelen mee te wegen in de besluitvorming; - op gemeentelijk niveau voorzorg toe te passen, dit bijvoorbeeld door in de openbare ruimte af te zien van verdere uitrol van 5G en stadswifi en kritisch te zijn op vergunningsvrije laagstaande antennes die door de kortere afstand meer straling afgeven; - kwetsbare mensen als kinderen, zwangere vrouwen, chronisch zieken, ouderen en mensen met EHS extra bescherming te geven door geen zendinstallaties in hun omgeving te plaatsen; - burgers die geen behoefte hebben aan alomtegenwoordige draadloze technieken keuzevrijheid te geven d.m.v. stralingsarme plekken; - inwoners actief en evenwichtig te informeren over de risico’s van draadloze communicatie. Desgewenst willen we graag met u in gesprek gaan voor een nadere toelichting. Meer informatie kunt u vinden op onze website. U kunt ons bereiken via info@stichtingehs.nl.

Met vriendelijke groeten Rob van der Boom Voorzitter Stichting EHS

Advies Sociale Cliëntenraad Walcheren - Implementatieplan Toekomstbestendig Werkleerbedrijf Orionis Walcheren - aan de gemeenteraden van Middelburg, Veere, Vlissingen. Cc: Colleges van B&W van Middelburg, Veere, Vlissingen.

Vlissingen, 28 november 2021

Geachte lezer,

De Sociale Cliëntenraad Walcheren ziet dat Orionis een andere weg is ingeslagen met het Werkleerbedrijf. We hebben waardering voor de manier waarop Orionis de afgelopen tijd is bezig geweest met het Werkleerbedrijf. We vinden het goed dat er meer aandacht is zowel voor de ontwikkelingsperspectieven van de medewerkers als voor de bedrijfsmatige aanpak (zakelijker zonder de bijzondere behoeften van de doelgroep uit het oog te verliezen). Het is in het belang van de cliënten dat zij zich binnen hun mogelijkheden kunnen ontwikkelen. Die ontwikkeling moet zonder dwang en met een respectvolle benadering vorm krijgen. We zien daar voldoende aandacht voor in het Implementatieplan. In dit verband onderschrijven we de aandacht voor uitbreiding van de ontwikkeling en vaardigheden van de begeleiders in het Implementatieplan. SCW is pas laat van het laatste actuele concept op de hoogte gebracht en heeft daarom eerst op basis van een eerdere versie geadviseerd.

Pagina 1 van 3

Naar aanleiding van het laatste concept heeft de SCW een aantal inhoudelijke en technische vragen aan Orionis gesteld en die zijn naar onze tevredenheid beantwoord. Bij de totstandkoming van het aanvullende beleidsvoorstel (2022) voor de tijdelijke betaalde functies voor bijstandsgerechtigden willen wij uitdrukkelijk vanaf het begin aan tafel zitten.

In het laatste concept is toegevoegd: "Detachering wordt toegepast wanneer dit een positief effect heeft voor het financiële rendement én het gevoel van eigenwaarde van de medewerker." Dat vindt de SCW een ongelukkige formulering. We schreven hierover eerder in een reactie: Detachering moet, vinden wij, objectief toetsbaar en niet alleen in gevoelsmatig opzicht in het belang zijn van de cliënt/medewerker.

Wat betreft de positie van de bijstandsgerechtigden in Orionis binnen het werkplekleren en proefplaatsingen en dergelijke bij externe partijen merken we het volgende op. We hebben in het verleden signalen gekregen dat cliënten in zo’n positie meemaakten dat zij niet altijd even eerlijk behandeld werden en dat bij de beoordeling hun ervaringen onvoldoende serieus genomen werden. Daar moet voldoende aandacht voor zijn. Aan elk verhaal zitten twee kanten.

In het algemeen hebben wij de volgende opmerkingen;

-Veel mensen die voorheen - voor 2015- voor bijvoorbeeld WSW of Wajong in aanmerking zouden zijn gekomen vallen nu onder de Participatiewet. Niet al deze mensen komen tegenwoordig nog in aanmerking voor een indicatie (bijvoorbeeld Beschut Werk) maar hebben wel extra aandacht en begeleiding nodig.

-Bij de invoering van plannen als deze is het erg belangrijk dat er geen wachtlijsten voor het Beschut Werk (indicatie UWV) zijn. Dat kan betekenen dat gemeenten bovenop het verplichte quotum een extra (financiële) inspanning moeten leveren.

-De SCW roept verder op tot actief gemeentelijk SROI beleid. (Waarbij Orionis niet gezien moet worden als een soort uitzendbureau maar als een maatschappelijke partner.) De SCW wil ook graag meedenken over te ontwikkelen SROI beleid. Daar zijn nog onbenutte kansen en mogelijkheden. De SCW gaat daar graag over in gesprek met de gemeenten.

Pagina 2 van 3

Tot slot:

De SCW concludeert dat het Implementatieplan een uitgewerkt en afgewogen geheel vormt. Wij vinden dat wij daarom positief kunnen adviseren maar wijzen er wel op dat het Implementatieplan in zijn samenhang uitgevoerd moet worden. Vanzelfsprekend zal de SCW de uitvoering kritisch volgen.

Namens Sociale Cliëntenraad Walcheren Met vriendelijke groet, Marischka Duinkerken, Marina Goudjalova, Ada Visschers

s.c.walcheren@zeelandnet.nl Tel: 0118614299 https://www.socialeclientenraadwalcheren.nl/

Pagina 3 van 3

Powered by TCPDF (www.tcpdf.org)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10973564/2