21.m.1 Motie PvdA, ChristenUnie, D66 en GroenLinks over borgen continuïteit jeugdbescherming in Zeeland
Tekst van het document
MOTIE art. 36 RvO
Voorstel nummer 21-039 / agendapunt 21.m.1
Onderwerp: Borgen van de continuïteit van de jeugdbescherming/GI-functie in Zeeland
De raad van de gemeente Middelburg in vergadering bijeen op 11 maart 2021
De Raad, gehoord de beraadslaging, overwegende dat: De raad in december 2020 het college bij motie heeft verzocht om: 1. De adviezen van de landsadvocaat, de jeugdautoriteit en de rijksinspecties zorgvuldig, en bij verantwoording achteraf herleidbaar, mee te wegen; 2. Zorg te dragen voor een tijdig en realistisch plan voor zorgvuldige continuering van zorg voor de cliënten van Intervence; 3. Rekening te houden met een realistische en zorgvuldige omgang van het personeel van Intervence in de vorm van een sociaal plan. 4. Zich zo nodig in te zetten voor opschorting danwel herziening van het besluit over contractering, wanneer niet zorgvuldig, tijdig en in de juiste volgorde aan het voorgaande kan worden voldaan.
Daarna door hogere overheden, deskundigen en daartoe bevoegde instanties onder andere de volgende oordelen zijn gegeven over het voorgelegde Plan van Aanpak: de Inspecties en de Jeugdautoriteit (JA) hebben geconstateerd dat het voorliggende scenario onvoldoende garanties biedt voor een duurzame transitie van de jeugdbescherming en jeugdreclassering in Zeeland waarbij de continuïteit en kwaliteit van zorg voldoende geborgd is; Het is onvoldoende concreet, realistisch en volledig en bevat te veel risico’s die niet of niet voldoende zijn afgedekt; de Inspecties en JA hebben er geen vertrouwen in dat het plan op korte termijn dusdanig uitgewerkt kan worden dat het voorliggende scenario wel toekomstbestendig en realistisch is; De inspecties constateren dat er sprake was van beperkte voortgang van het proces sinds begin december 2020; De minister erkent de zorgen van de Inspecties en JA en onderschrijft dit oordeel mede gezien de besluitvorming in december en de risico’s die steeds groter worden naar mate de onzekerheid voor medewerkers van Intervence langer duurt.
We inmiddels op trede 3 van de 5 tredes van de Interventieladder Interbestuurlijk Toezicht Jeugdwet zijn aanbeland1 en dat verdere escalatie op deze ladder hoogst ongewenst is; De eerder door de raad en het college geformuleerde uitgangspunten voor continuering van de jeugdbescherming in Zeeland onverminderd van kracht blijven: 1. Zorgvuldigheid boven snelheid: 2. De kwaliteit en de continuïteit van de zorg voor de meest kwetsbare kinderen in onze samenleving zijn leidend, en de financiën zijn volgend; 1
https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2020/03/20/interventieladder-interbestuurlijk-toezicht-jeugdwet
Van oordeel dat: De volgende vragen zich nu steeds prangender manifesteren: Wat zijn nu de lessen die de bestuurders hebben getrokken uit dit snoeiharde oordeel van de Minister, de Inspecties en de JA? Wat zijn de emotionele en financiële gevolgen van deze hele exercitie voor de cliënten en de medewerkers? Wat zijn de gevolgen voor het vertrouwen dat een inwoner zou mogen hebben in een betrouwbare, zorgvuldige en objectieve overheid? Er vooralsnog geen sprake lijkt van: Serieus meegewogen adviezen van de jeugdautoriteit en de rijksinspecties; Een tijdig en realistisch plan voor zorgvuldige continuering van zorg voor de cliënten van Intervence; Een realistische en zorgvuldige omgang met het personeel van Intervence;
Verzoekt het college om: Meer dan tot nu toe: 1. Zichtbaar passende lessen en conclusies te trekken uit het gelopen proces en de resultaten daarvan; 2. Te zorgen voor passende competenties op de cruciale posities in dit proces; 3. Conform haar wettelijke taak te zorgen voor een overeenkomst met een competente gecertificeerde Instelling voor de betreffende jeugdbeschermingsmaatregelen; 4. Zich hierbij als een zorgvuldige en betrouwbare overheid op te stellen met zorg en aandacht voor wat dit allemaal betekent voor het kind, zijn ouders, het netwerk rond de jeugdige en de zorgmedewerkers; 5. Daartoe een plan te realiseren dat voldoende concreet, realistisch en volledig is en de eventuele risico’s voldoende afgedekt; En verder: 6. Naast het uitwerken van het terugvalscenario parallel te werken aan een vangnetscenario, zodat in het geval het terugvalscenario niet slaagt een alternatief voorhanden is; 7. Intervence nadrukkelijk te verzoeken op korte termijn alsnog te communiceren naar de doelgroep (jongeren en hun (pleeg)ouders) over de ontstane situatie en het werken aan een oplossing, dan wel indien mogelijk zelf deze communicatie op te pakken; 8. De raad periodiek te informeren over de aanpak en voortgang van het proces en de daaraan verbonden kosten, dit tenminste 1x per maand of frequenter indien de ontwikkelingen daar aanleiding toe geven; 9.
Naar de Rijksoverheid te communiceren dat in het algemeen de structurele tekorten op de Jeugdzorg waar de gemeenten mee te maken hebben dienen te worden opgelost, en hetzelfde geldt voor de extra kosten die zijn ontstaan door de huidige situatie; 10. Op basis van de ervaringen in dit dossier zich in te zetten voor een evaluatie van de huidige mandateringsstructuur om te komen tot verbetering van de verhouding tussen raden, colleges en bestuurscommissie. En gaat over tot de orde van de dag. Namens de fracties van, PvdA, Caroline Diepeveen
ChristenUnie, Clement Remijnse
D66, Bas van der Reest
GroenLinks, Petra de Ruiter