CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

21-170 Bijlage 3. Lijst geen vvgb van de raad benodigd dd. 27-09-2010

Commissie Ruimte 6 december 2021, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Omgevingswet - adviesrecht gemeenteraad en delegatie aan college (RM 21-170)3.188 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel - GEWIJZIGD agendapunt volgnummer onderwerp

8 10-141 Afgeven algemene verklaring van geen bedenking conform art 6.5 lid 3 Besluit Omgevingsrecht

behandelen in raadscommissie Ruimte portefeuillehouder

Wethouder Kool-Blokland

programma e-mail

Daniëlla Huibregtse (tel. 0118-6755285) d.huibregtse@middelburg.nl

conceptbesluit

De raad besluit:

behandeld door

1.

2.

3.

4. 5. relatie met eerdere besluitvorming

conform het bepaalde in artikel 6.5 lid 3 Besluit Omgevingsrecht dat geen verklaring van geen bedenkingen benodigd is voor de in bijlage 1 genoemde categorieën van gevallen; zodra voor projecten passend binnen de onder 1 genoemde categoriëen van gevallen een projectbesluit-procedure wordt opgestart, de gemeenteraad middels een brief schriftelijk wordt geïnformeerd; indien bij projecten waarvoor een procedure is gestart zoals bedoeld onder 1 waarbij zienswijzen worden ingediend, zal de gemeenteraad middels een brief schriftelijk wordt geïnformeerd; de werkwijze rondom de algemene verklaring geen bedenkingen wordt 1 jaar na inwerkingtreding geëvalueerd; Dit besluit in werking te laten treden op 1 oktober 2010.

In uw vergadering van juni 2010 is een soortgelijk voorstel aan uw raad voorgelegd. In dit eerdere voorstel was ook delegatie van de bevoegdheid voor het vaststellen van exploitatieplannen opgenomen. In juni heeft uw raad besloten het voorstel niet te behandelen, in afwachting van een nieuw voorstel. Daarbij was uw vraag om ook in te gaan op hoe andere gemeenten in Nederland met dit vraagstuk omgaan. In dit voorstel wordt op dit punt ingegaan. In dit voorstel wordt uitsluitend ingegaan op de verklaring van geen bedenkingen bij projectbesluiten. In een separaat voorstel wordt ingegaan op delegatie van de bevoegdheid tot vaststelling van exploitatieplannen.

de programmabegroting?

Aanleiding is de invoering van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo – waarschijnlijk per 1 juli 2010), invoering van de Crisis- en Herstelwet en invoering van de Wet ruimtelijke ordening. In dit voorstel wordt ingegaan op de procedure rond het projectbesluit. In deze procedure is uw raad bevoegd een stap in het besluit-proces te nemen.

wat willen we bereiken?

Een snelle en efficiënte besluitvorming in ruimtelijke procedures.

wat is de aanleiding en het bestaande beleid? relatie met

argumenten

Voor een omschrijving van de voor- en nadelen verwijzen wij u kortheidshalve naar de tekst hieronder.

kanttekeningen

Kortheidshalve wordt verwezen naar de tekst hieronder.

wat gaan we daarvoor doen?

Een besluit nemen over het al dan niet afgeven van een algemene verklaring van geen bezwaar voor een specifiek aantal categoriën van gevallen.

wat mag dat gaan kosten?

N.v.t.

hoe gaan we dat financieren? zijn er significante gevolgen voor het weerstandsvermogen? wat communiceren we? mee te zenden stukken 1. 2. 3. ter visie te leggen stukken

open trommel

gesloten trommel

1. 2. 3. 4. 5.

Middelburg, 31 augustus 2010

Op 1 oktober aanstaande treedt de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (Wabo) in werking. Het doel van deze wet is verbetering van de dienstverlening door de overheid aan burgers en bedrijven. In de wet worden daartoe de vergunningen samengevoegd die nodig zijn als een burger of bedrijf op een bepaalde plek iets wil slopen, (ver)bouwen) of gebruiken. De Wabo integreert circa 25 bestaande vergunningen, ontheffingen en meldingen tot één zogenaamde Omgevingsvergunning. Eén van de vergunningen die in de Wabo wordt geregeld is de zogenaamde “omgevingsvergunning voor het gebruik van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan”. Kortgezegd gaat het hier om het projectbesluit. Dit fenomeen is eerder geïntroduceerd in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) per 1 juli 2009. In de Wro is de verplichting opgenomen dat een projectbesluit binnen 1 jaar overgenomen moet zijn in een bestemmingsplan. Als dit wordt verzuimd, vervalt het recht voor het heffen van leges. Omdat dit betekent dat voor een projectbesluit dubbele werkzaamheden uitgevoerd moeten worden, is dit instrument tot op heden nog niet gebruikt in Middelburg. Plannen die niet passen binnen de geldende bestemmingsplannen, worden geregeld middels een zogenaamd "postzegelplan".

Van deze plannen heeft u er inmiddels diverse ter vaststelling voorgelegd gekregen, bijvoorbeeld het plan voor uitbreiding van de Bolwerkschool, voor de bouw van een woning aan de Brigittadreef, voor de realisatie van een fietspad bij de Abeelseweg etc.

2

Met de invoering van de Crisis- en Herstelwet is de voorwaarde, dat een projectbesluit binnen 1 jaar in een bestemmingsplan moet zijn opgenomen, komen te vervallen. Het projectbesluit wordt daarmee een interessant middel om projecten die niet passen binnen het geldende bestemmingsplan, planologisch mogelijk te maken. De Wabo voert echter een aantal wijzigingen door in de bevoegdheden rondom het projectbesluit. Daarnaast stelt de Wabo eisen aan de behandeltermijnen voor aanvragen, waardoor de besluitvorming rondom een projectbesluit belemmerd kan worden. In dit voorstel wordt hier nader op ingegaan. Verklaring van geen bedenkingen

In de Wro is uw raad het bevoegd gezag voor vaststelling van het projectbesluit. Onder de regels van de Wabo is dat niet langer het geval. De bevoegdheid om te beslissen over het vaststellen van het projectbesluit wordt neergelegd bij het orgaan dat bevoegd is op de Omgevingsvergunning te beslissen. Dat is in de meeste gevallen burgemeester en wethouders, maar kan in sommige gevallen ook Gedeputeerde Staten of de Minister zijn. In de Wabo is de zogenaamde verklaring van geen bedenkingen (vvgb) ingevoerd, voor alle gevallen waarin van een bestemmingsplan wordt afgeweken met een zogenaamd projectbesluit. Dit betekent dat de omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan alleen kan worden verleend als uw raad de verklaring van geen bedenkingen heeft afgegeven. In de Wabo wordt de te volgen procedure voor een projectbesluit omschreven. Deze procedure houdt in dat uw raad zich tot twee maal toe over een gevraagde verklaring van geen bedenking moet beraden. Bij de eerste stap spreekt uw raad zich uit over het al dan niet verlenen van een ontwerp-verklaring van geen bedenkingen. Dit ontwerp-besluit moet, samen met alle andere stukken, voor de periode van 6 weken ter visie gelegd worden. In deze termijn kunnen zienswijzen ingediend worden, ook tegen uw ontwerp-verklaring van geen bedenkingen.

De tweede stap is dat uw raad zich buigt over de eventuele zienswijzen en een besluit neemt over het al dan niet verlenen van de definitieve verklaring van geen bedenkingen. Per 1 oktober aanstaande is uw raad (vanwege de regels in de Wabo) dus niet meer bevoegd tot het besluiten over het projectbesluit, maar uitsluitend nog over de afgifte van de verklaring van geen bedenkingen (artikel 2.27 Wabo). Artikel 3.11 Wabo geeft aan dat deze verklaring van geen bedenkingen onderdeel uit dient te maken van het ontwerpbesluit. Dit ontwerpbesluit moet voor de periode van zes weken (op grond van afdeling 3.4. Algemene Wet Bestuursrecht) ter visie worden gelegd. Gedurende deze periode kunnen ook zienswijzen worden ingediend op de ontwerp-verklaring van geen bedenkingen. Na afloop van de tervisietermijn dient een besluit genomen te worden omtrent verlening van de definitieve verklaring van geen bedenkingen. De Wro regelt dat uw raad categorieën van gevallen kan aanwijzen, waarin een verklaring van geen bedenkingen niet is vereist. Verzoeken die binnen deze categorieën vallen, kunnen daarmee sneller afgehandeld worden. Wat deze categoriën van gevallen moeten zijn, schrijft de wet niet voor. Uw raad is bevoegd dat zelf in te vullen. Termijnen

Met de Wabo wordt ook een wijziging in procedures ingevoerd. Aanvragen om een omgevingsvergunning moeten binnen de in de wet vastgestelde termijnen behandeld worden. Is dit niet het geval, dan kan het zo zijn dat de vergunning van rechtswege verleend wordt (dit geldt alleen voor aanvragen die onder de reguliere procedure vallen).

3

Daarnaast is inmiddels de “Wet Dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen” ingevoerd. Aanvragers kunnen een beroep op deze wet doen, als een bestuursorgaan niet binnen de wettelijke termijnen over een aanvraag besluit. Het bestuursorgaan kan hierdoor gedwongen worden alsnog snel een besluit te nemen, maar kan daarnaast veroordeeld worden tot het betalen van een dwangsom van maximaal € 1.260,-. Met beide nieuwe onderdelen is gepoogd bestuursorganen te dwingen om binnen de wettelijk gestelde termijnen te beslissen over aanvragen en bezwaar- en beroepschriften. De Wabo kent twee procedures voor behandeling van aanvragen: de reguliere procedure (proceduretermijn 8 weken) en een uitgebreide procedure (proceduretermijn 26 weken). Beide procedures mogen eenmalig met 6 weken verlengd worden. Het projectbesluit valt onder de zogenaamde uitgebreide procedure. Deze aanvragen moeten dus binnen 26 weken behandeld zijn. De planning van de raadsvergaderingen en de aanlevertijden die gelden voor raadsstukken, kunnen een probleem vormen bij het al dan niet halen van deze wettelijke termijnen. Om een voorbeeld te schetsen: als op 14 juli 2010 een verzoek om een projectbesluit wordt ingediend, kan deze pas op 27 september 2010 aan uw raad voorgelegd worden voor een besluit over het ontwerp van de vvgb.

Op dat moment zijn al 10 van de 26 weken verstreken en is het onmogelijk om een besluit te nemen binnen de wettelijke termijn van 26 weken. Het verzoek moet na de tervisielegging immers nog voor een tweede maal aan uw raad voorgelegd worden, om de definitieve verklaring van geen bedenkingen te verlenen. Een zelfde situatie doet zich voor in oktober/november, wanneer in oktober geen raadsvergadering plaatsvindt en begin november de begrotingsraad is gepland. Overigens zal naar verwachting het halen van de termijn, ook bij de reguliere raadsvergaderingen, lastig zijn, aangezien per gevraagd raadsbesluit circa 6 weken voorbereidingstijd uitgetrokken moet worden. Omdat bij een projectbesluit twee maal een besluit van uw raad wordt gevraagd, zijn minimaal 12 weken benodigd voor een definitief besluit omtrent de verklaring van geen bedenkingen. Dit zal betekenen dat het risico op termijnoverschrijving in de procedure voor een projectbesluit groot is. Op dit moment kan niet tot in detail aangegeven worden, hoeveel keer per jaar een procedure voor een projectbesluit voor zal komen. Het gaat immers om een nieuw instrument. Maar als voorbeeld: tot nu toe (april 2010) zijn dit jaar al circa 15 postzegelplannen opgesteld om ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk te maken. Een groot aantal van deze ontwikkelingen zou ook door middel van een projectbesluit geregeld kunnen worden.

Naar verwachting kan in de komende jaren dus veelvuldig gebruik gemaakt worden van het projectbesluit. Aangezien in de procedure, zoals hiervoor beschreven, een tweetal besluiten van uw raad gevraagd zal worden, kan dit betekenen dat jaarlijks een groot aantal extra voorstellen aan u voorgelegd zullen worden. Dit betekent een extra belasting voor u als gemeenteraad. Oplossingen

Een manier om te verzekeren dat de wettelijke termijnen voor behandeling van een aanvraag gehaald kunnen worden, is het ophogen van uw vergaderfrequentie. Op deze manier kan tijdig een besluit over de afgifte van de vvgb genomen worden. Ook zou gekozen kunnen worden om op basis van noodzaak extra raadsvergaderingen in te plannen. Maar ook bij een hogere vergaderfrequentie bestaat het gevaar van termijnoverschrijding. Dit wordt veroorzaakt door het feit dat uw raad zich twee maal over 1 verzoek uit moet spreken. In de huidige situatie is het zo dat raadsvoorstellen circa zes weken voor de raadsvergadering aangeleverd moeten worden, zodat de stukken tijdig verzonden kunnen worden. Eén en ander betekent dat al meer dan een derde van de wettelijke behandeltermijn verstreken is, voordat een definitief besluit over de verklaring van geen 4

bedenkingen is genomen. In de nog resterende 16 weken zullen dan de overige procedurestappen uitgevoerd moeten worden, zoals tervisieleggen van het verzoek voor de periode van 6 weken, het vragen van advies bij de officiële adviesinstanties (o.a. waterschap, provincie) en het behandelen van zienswijzen. Het risico op termijnoverschrijding is hierbij bijzonder groot. Zoals hiervoor aangegeven, geeft de Wro ook de mogelijkheid om categorieën van gevallen aan te wijzen, waarvoor een verklaring van geen bedenkingen niet nodig is. Dit zou een andere oplossing kunnen zijn om de besluitvorming sneller en binnen de gestelde termijnen te laten verlopen. Daarnaast past een vereenvoudiging van procedures binnen de uitgangspunten van het coalitieakkoord, waarin gestreefd wordt naar makkelijker en minder procedures. Gezien het risico dat kleeft aan het niet tijdig afhandelen van verzoeken, adviseren wij uw raad om over te gaan tot de laatste optie. Door een aantal categorieën van gevallen aan te wijzen, kunnen verzoeken die passen binnen deze categorieën sneller afgehandeld worden. Invulling categoriën van gevallen

In het verleden bestond een soortgelijke regeling bij de oude vrijstellingsprocedures artikel 19 lid 1 en 2 van de Wet op de ruimtelijke ordening. Bij de artikel 19 lid 1 WRO procedures moest een verklaring van geen bezwaar bij Gedeputeerde Staten aangevraagd worden. GS kon categorieën van gevallen aanwijzen, waarbij geen verklaring van geen bezwaar nodig was. Deze projecten mochten met een vrijstellingsprocedure volgens artikel 19 lid 2 WRO gerealiseerd worden. Wij stellen u voor in dit geval aansluiting te zoeken bij de categorieën van gevallen zoals Gedeputeerde Staten die voorheen hanteerde. Daarom stellen wij u voor een aantal categorieën van gevallen aan te wijzen, waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen nodig is. Deze categorieën van gevallen staan omschreven in bijlage 1 behorend bij dit raadsvoorstel. Voor alle projecten die niet onder deze categorieën vallen, geldt dat een projectbesluitprocedure gevoerd kan worden, maar in deze gevallen worden de verzoeken aan uw raad voorgelegd voor het verlenen van een verklaring van geen bedenkingen. Bij deze gevallen bestaat dan nog wel het risico van termijnoverschrijding zoals hiervoor beschreven. Indien dit risico dreigt, zal in voorkomende gevallen, in overleg met het raadspresidium, naar een oplossing gezocht moeten worden.

Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat het niet gaat om het delegeren van een bestuursbevoegdheid door de raad aan het college. Dit is formeel juridisch ook niet mogelijk omdat het college, als bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning, niet aan zichzelf een verklaring van geen bedenkingen kan verlenen. Er is in dit voorstel dus sprake van het categorisch uitsluiten van het vereiste van een verklaring van geen bedenkingen. Maar uiteraard moet ten allen tijde wel voldaan worden aan het beginsel van een goede ruimtelijke ordening. Daarnaast moet het uiteindelijke besluit altijd een goede ruimtelijke onderbouwing bevatten en dient, indien dit van toepassing is, een beargumenteerde reactie op ingediende zienswijzen gegeven te worden. Overigens zijn inmiddels verspreid over heel Nederland soortgelijke voorstellen voor het afgeven van verklaringen van geen bedenkingen aan de gemeenteraden voorgelegd, bijvoorbeeld in Terneuzen, Vlissingen, Voorschoten, Utrecht en Laarbeek. De wet schrijft niet voor hoe zo’n algemene verklaring van

5

geen bedenkingen er uit moet zien. Iedere gemeente kan voor zich besluiten of deze algemene verklaring wordt toegepast en hoe deze ingevuld moet worden. Wij hebben geprobeerd aansluiting te zoeken bij de situatie zoals die in de voorgaande jaren gold bij de vrijstellingsprocedures volgens artikel 19 lid 2 WRO. Ons voorstel voor de aan te wijzen categoriën van gevallen, is beperkt tot ontwikkelingen binnen bestaand bebouwd gebied. Nieuwe ontwikkelingen buiten het bestaand bebouwd gebied, kunnen dus alleen plaatsvinden nadat uw raad hierover heeft besloten. Bijvoorbeeld de ontwikkeling van een nieuwe woonwijk aan de westzijde van de stad (Cleene Hooge bijvoorbeeld) is met deze algemene verklaring van geen bedenkingen niet mogelijk. De bouw van een woonzorgcomplex zoals in de afgelopen jaren op de hoek van de Sportlaan/Nassaulaan is gebouwd, zou bijvoorbeeld wel onder de algemene verklaring van geen bedenkingen vallen. Informatieplicht

Wij stellen u voor een controle-mogelijkheid in te voeren, zodat u controle kunt uitvoeren op de door ons genomen besluiten. Wij stellen voor dat wij u schriftelijk per brief informeren, zodra een project-besluit procedure wordt opgestart voor projecten die passen binnen de categoriëen van gevallen. Dit informeren zal zo vroeg mogelijk in de procedure plaatsvinden, zodat uw raad tijdig op de hoogte is van de ontwikkelingen en, indien gewenst, aan ons college uw standpunt over het project kunt meegeven. Daarnaast stellen wij u voor om indien bij projecten waarvoor een projectbesluit procedure wordt gevoerd zoals bedoeld onder 1, zienswijzen worden ingediend tegen het plan, uw raad hierover te schriftelijk te informeren middels een brief. Evaluatie

Voorgesteld wordt deze werkwijze rondom de algemene verklaring van geen bedenkingen 1 jaar na in werking treding te evalueren.

Burgemeester en wethouders van Middelburg de secretaris,

mr. A. van den Brink de burgemeester,

mr. J.M. Schouwenaar

6

BIJLAGE 1 Behorende bij het raadsbesluit van 27 september 2010 inhoudende de aanwijzing van categorieën gevallen waarbij geen verklaring van geen bedenkingen is vereist.

Een verklaring van geen bedenkingen is niet vereist voor de onderstaande categorieën van gevallen: 1.

2.

3.

1

indien reeds een stedenbouwkundige visie, stedenbouwkundige randvoorwaarden, een exploitatieopzet waarbij de ruimtelijke kaders zijn aangegeven, gebiedsvisie, projectplan of een ander daarmee te vergelijken ruimtelijk kader is vastgesteld door de raad van de gemeente Middelburg; indien de ontwerpverklaring van geen bedenkingen ter inzage heeft gelegen en er door belanghebbenden geen zienswijzen zijn ingediend, is geen definitieve verklaring van geen bedenkingen vereist1 voor projecten die gelegen zijn binnen de grenzen van bestaande bebouw gebied (zoals bedoeld in het Omgevingsplan Zeeland 2006-2012) of die gelegen zijn binnen de begrenzing van het bestemmingsplan Mortiere en die betrekking hebben op de realisering van stedelijke functies, waaronder wordt verstaan woondoeleinden, detailhandelsdoeleinden, bedrijfsdoeleinden, maatschappelijke doeleinden, horecadoeleinden, al dan niet in combinatie met elkaar en waarbij voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. in het geval van woningbouw: bij projecten van maximaal 20 woningen en voor zover het bouwplan past binnen de meest actuele vastgestelde planningslijst woningbouw2; b. in het geval van detailhandelsdoeleinden: nieuwvestiging of uitbreiding van een bestaand detailhandelsbedrijf tot een maximum van 500 m²; c.

in het geval van bedrijfsdoeleinden: het bouwen van bedrijfsgebouwen op een terrein dat in de Herijking Kwaliteitsatlas is aangeduid als ‘bestaande bedrijventerrein’ of een wijziging van het gebruik van onbebouwde gronden, mits dit passend is bij de hoofdfunctie van het terrein, op een terrein dat in de Herijking Kwaliteitsatlas is aangeduid als ‘bestaande bedrijventerrein’; d. in het geval van kantoordoeleinden: voor zover het project gelegen is in een gebied dat in de Herijking Kwaliteitsatlas is aangewezen als kantoorlocatie; e. in het geval van maatschappelijke doeleinden: nieuwvestiging of uitbreiding van een bestaande maatschappelijke voorziening tot een maximum van 500 m²; f. in het geval van horecadoeleinden: uitbreiding van bestaande bedrijven met maximaal 20%;

Indien de raad een ontwerp-verklaring van geen bedenkingen voor een project heeft verleend, geeft zij daarbij aan positief te

staan tegenover de ontwikkeling. Indien belanghebbenden geen zienswijzen indienen, zijn er geen redenen om de positieve grondhouding te wijzigen. 2

Een exemplaar van de meest recente vastgestelde planningslijst (d.d. 29 april 2010) is als bijlage toegevoegd. 7

De raad van de gemeente Middelburg; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 31 augustus 2010, volgnummer 10-141; gelet op het bepaalde in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (Wabo) en het Besluit Omgevingsrecht (BOR); besluit: 1. 2. 3. 4. 5.

conform het bepaalde in artikel 6.5 lid 3 Besluit Omgevingsrecht dat geen verklaring van geen bedenkingen benodigd is voor de in bijlage 1 bij dit besluit genoemde categorieën van gevallen; zodra voor projecten passend binnen de onder 1 genoemde categoriëen van gevallen een projectbesluitprocedure wordt opgestart, de gemeenteraad middels een brief schriftelijk wordt geïnformeerd; indien bij projecten waarvoor een procedure is gestart zoals bedoeld onder 1 waarbij zienswijzen worden ingediend, zal de gemeenteraad middels een brief schriftelijk wordt geïnformeerd; de werkwijze rondom de algemene verklaring geen bedenkingen wordt 1 jaar na inwerkingtreding geëvalueerd; Dit besluit in werking te laten treden op 1 oktober 2010.

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Middelburg in zijn openbare vergadering van 27 september 2010.

de griffier, Edwin Israel

de voorzitter, mr. J.M. Schouwenaar

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10796736/1