CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

21-160 Bijlage 1. Implementatieplan Toekomstbestendig Werkleerbedrijf Orionis Walcheren

Gemeenteraad 16 december 2021, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Zienswijze Implementatieplan Toekomstbestendig Werkleerbedrijf Orionis Walcheren (MZ 21-160)12.501 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Opnemen van een krimpvoorziening van € 500 per WSW-medewerker zodat in de meerjarenbegroting rekening kan worden gehouden met de dalende populatie. 2. Het Werkleerbedrijf krijgt daarmee de opdracht om de kosten per medewerker op het gewenste niveau te houden en waar nodig de infrastructuur daarop aan te passen.

19

Implementatieplan Toekomstbestendig Werkleerbedrijf oktober 2021

3. Als er beleidskeuzes gemaakt worden over de toename van de nieuwe doelgroep en daarmee de verwachte omvang van het takenpakket van het Werkleerbedrijf dan wordt de krimpvoorziening hierop aangepast.

KplusV heeft een eigenstandige rendementsverwachting gemaakt op basis van de voorgestelde acties zoals deze in hoofdstuk 3 in de kaders zijn opgenomen. Dit leidt tot het volgende resultaatsverwachting KplusV vanaf 2022. Bedrijfsresultaat Primaire begroting 2021 Verbetering in advies KplusV Resultaatsverwachting KplusV

2022 -670.000 514.000 -156.000

2023 -673.000 810.000 137.000

2024 -763.000 1.134.000 371.000

2025 -763.000 1.341.000 578.000

KplusV gaat ook uit van een forse rendementsverbetering de komende jaren. Het resultaat bedrijfsvoering is in hun ogen in 2022 nog negatief (€ - 156.000) en groeit door naar een positief bedrijfsresultaat in 2025. Deze rendementsverbetering is wel aanzienlijk lager dan de begroting van Orionis. In de onderstaande tabel zijn deze verschillende weergegeven. In 2022 voorspellen zij een lager resultaat dan Orionis van ruim € 200.000. De jaren daarna loopt dit op tot een verschil van € 603.000. Bedrijfsresultaat Advies KplusV Primaire begroting 2022 Orionis Verschil

2022 -156.000 63.000 -219.000

2023 137.000 633.000 -496.000

2024 371.000 1.018.000 -647.000

2025 578.000 1.181.000 -603.000

Het verschil tussen het advies KplusV en onze primaire begroting 2022 valt uiteen in drie elementen: Analyse verschil Begroting - Kplus V Ouder wordende populatie Krimpvoorziening vanaf 2022 Overig Totale verschil

2022 -156.000 -223.000 160.000 -219.000

2023 -212.000 -211.000 -73.000 -496.000

2024 -255.000 -197.000 -195.000 -647.000

2025 -293.000 -183.000 -127.000 -603.000

1. KplusV is gereserveerder ten aanzien van de toekomstige rendementsverbeteringen vanwege de ouder wordende populatie en noemen de volgende elementen: De ontwikkeling van medewerkers stagneert in veel gevallen bij het ouder worden vanwege verergerende ziektebeelden. Ten tweede moet rekening gehouden worden met terugval op de werkladder. Dit heeft ook consequenties voor het financiële rendement. De netto toegevoegde waarde daalt over het algemeen bij het ouder worden van de doelgroep. Als laatste neemt de begeleidingsbehoefte toe bij een verergerend ziektebeeld, wat effect heeft op de kostenbesparing. Totaal geeft dit een voorzichtiger inschatting van KplusV van bijna €300.000. 2. KplusV adviseert een krimpvoorziening op te nemen vanwege toekomstige frictiekosten voor huisvesting en personeel bij een permanent kleiner wordend Werkleerbedrijf. Zij zien mogelijkheden om de krimp te verkleinen (nieuwe doelgroep en sociaal ontwikkelbedrijf), adviseren dit nog niet in de cijfers te verwerken voordat hierover zekerheid bestaat. De krimpvoorziening bedraagt circa € 200.000. 3. Bovenop twee specifiek aanwijsbare oorzaken is KplusV voor de jaren 2023 tot en met 2025 voorzichtiger. Dit is te zien in de regel ‘Overig’ in de tabel.

20

Implementatieplan Toekomstbestendig Werkleerbedrijf oktober 2021

4.3 Begrotingswijziging 2022 Hoe moeten we omgaan met de aanzienlijke verschillen tussen onze begroting en het advies van KplusV? Enerzijds wordt de inhoud van de plannen volledig ondersteund door KplusV wat ons sterkt in de gekozen richting. Anderzijds willen we een realistische begroting hanteren en wijst KplusV ons op het volgende: 1. Wat zijn de financiële gevolgen van de ouder wordende populatie? 2. Weten we zeker dat er geen krimp optreedt wat leidt tot frictiekosten? 3. Is het algemene groeipad realistisch, in samenhang met de omvangrijke doorontwikkeling van de interne organisatie? We kunnen deze waarschuwing van KplusV niet negeren een passen de oorspronkelijke begroting aan het groeipad uit KplusV advies aan. De begrotingsmutatie wordt dan als volgt: Bedrijfsresultaat Primaire begroting 2021 Verbetering in begroting 2022 Primaire begroting 2022 Begrotingswijziging Aangepast bedrijfsresultaat

2022 -670.000 733.000 63.000 -219.000 -156.000

2023 -673.000 1.306.000 633.000 -496.000 137.000

2024 -763.000 1.781.000 1.018.000 -647.000 371.000

2025 -763.000 1.944.000 1.181.000 -603.000 578.000

Deze begrotingswijziging is noodzakelijk vanwege: 1. De financiële gevolgen van de ouder wordende populatie. 2. We nemen een krimpvoorziening: Het stoppen van de toegang van de SW heeft grote impact op het Werkleerbedrijf. Daarnaast resulteert de ontwikkeling van SW medewerkers in een extra volumedaling van intern werken. Tegenover deze daling staat een bescheiden stijging van Beschut Werk, een toename van re-integratie en het eventueel aanbieden van tijdelijk betaalde banen aan bijstandsgerechtigden in het Werkleerbedrijf. Op de langere termijn is het de vraag of deze stijgingen steeds de daling van SW kunnen blijven compenseren. Voorzichtigheidshalve moet er dus rekening gehouden worden met toekomstige krimp. De omvang van de krimp is moeilijk te voorspellen. Deze hangt af van de ontwikkeling van medewerkers SW, rendementen per werksoort, marktomstandigheden en het wettelijk kader. De gemoeide kosten van krimp zijn ook onzeker. I n het verleden zijn beslissingen genomen ten aanzien van een flexibele inzet van personeel (flexibele schil), vervoermiddelen (lease) en huisvesting (compartimentering). Maar zonder frictiekosten krimpen is een utopie. Verhuur van delen van het pand brengt altijd extra kosten met zich mee. En een flexibele personele schil kan in aantal voldoende zijn om een krimp op te vangen. Maar passen dan de noodzakelijke kennis en competenties nog? 3.

Er treden frictiekosten op vanwege de doorontwikkeling van de interne organisatie. De begrotingswijziging bedraagt € 219.000 negatief voor 2022, oplopend tot € 603.000 in 2025. En sluit volledig aan op het financieel perspectief vanuit het KplusV advies. Deze begrotingswijziging wordt apart ter zienswijze aan de gemeenteraden worden voorgelegd. KplusV H8, 4.10: De cijferreeks is vanaf 2022 richtinggevend als kader voor de meerjarenbegroting voor de uitvoering van de SW en biedt de mogelijkheid om langs deze kengetallen de behaalde financiële resultaten te monitoren. Het tempo waarmee de opbrengsten de komende jaren kunnen worden gerealiseerd, is moeilijk in te schatten, zeker vanwege de nog onzekere economische situatie.

Begroten is geen exacte wetenschap. Het echte jaareffect is immers afhankelijk van allerlei externe factoren, zoals het resultaat van onderhandelingen, marktmogelijkheden, ontwikkeling en verloop van medewerkers, kansen en bedreigingen. De genoemde bedragen zijn dan ook de best mogelijke inschatting voor de komende vier jaar, die bij iedere begrotingswijziging geactualiseerd zullen worden. Onze ambitie is en blijft zo snel als mogelijk een positief rendement voor het werkleerbedrijf in combinatie met een focus op de medewerker en zijn welbevinden.

21

Implementatieplan Toekomstbestendig Werkleerbedrijf oktober 2021

4.4 Vergelijking met de benchmark KplusV H4.9, H4.10: In de totale ICT-infrastructuur is sprake van hogere kosten en een hoger kwaliteits- en beveiligingsniveau dan wat op grond van ‘een stand alone’ Werkleerbedrijf nodig zou zijn. Het lijkt zinvol om op GR-niveau nader in beeld te brengen wat een passend niveau aan ICT-infrastructuur en bijbehorende kosten is voor een GR met een vergelijkbaar takenpakket. Ook de huisvestingskosten liggen op een fors hoger niveau dan het landelijk gemiddelde. De belangrijkste oorzaak hiervan is gelegen in het relatief nieuwe en kwalitatief hoogstaande bedrijfspand. In het landelijk gemiddelde cijfer zit een aantal werkbedrijven met oude of zelfs verouderde bedrijfspanden. Verschillende andere werkbedrijven met een meer moderne huisvesting laten vergelijkbare jaarlijkse kosten zien. Om de komende jaren een zuiver vergelijk te houden met de benchmarkcijfers wordt voorgesteld de ICT-kosten en de huisvestingskosten te corrigeren (normaliseren) met respectievelijk € 400 en € 800 per fte. Met het hierboven beschreven pakket aan maatregelen moet het Werkleerbedrijf Orionis in staat zijn om in 2025 op of zelfs licht boven het gemiddeld landelijk niveau terecht te komen.

Als daarnaast rekening gehouden wordt met de naar verhouding ongunstige ICT- en huisvestingskosten en de cijfers daarvoor worden gecorrigeerd dan is sprake van een bovengemiddeld financieel resultaat.

Door het advies van KplusV hebben we beter inzicht gekregen in de benchmark. Hieruit blijkt dat onze ICT en huisvestingskosten fors boven het landelijk gemiddelde liggen. In het verleden is besloten de verdeling van ICT kosten tussen gemeenten Middelburg, Vlissingen en Orionis ongemoeid te laten. De hogere huisvestingslasten wordt veroorzaakt door het relatief nieuwe bedrijfspand én omdat sommige gemeentes de huisvesting nagenoeg “om niet” aanbieden aan het WLB. Beide factoren zijn dus niet beïnvloedbaar. Dit vertekent wel de prestaties van Orionis. Om een zuivere vergelijking met de benchmark te houden passen een correctie (normalisatie) toe. In de primaire begroting 2022 hebben we aangegeven medio 2023 gelijk aan de benchmark te willen presteren. En daarna door verdere verbeteringen aan te sluiten bij de top-10 van best renderende werkleerbedrijven. De verwachte resultaten volgens het KplusV advies zijn voorzichtiger. We volgen in de begrotingswijziging het KplusV advies. Als we ook de normalisatie toepassen geeft dit het volgende beeld:

De begrotingswijziging laat vanaf 2023 een resultaat boven de benchmark zien en vertoont in de jaren daarna een verder stijgende lijn. Hierbij gaan we uit van een ongewijzigd Rijksbeleid ten aanzien van de SW subsidie.

22

Implementatieplan Toekomstbestendig Werkleerbedrijf oktober 2021

5. Hoe gaan we dit monitoren? In dit hoofdstuk wordt weergegeven Orionis en gemeenten de voortgang kunnen monitoren op de geschetste maatregelen en acties uit hoofdstuk 3. In de eerste paragraaf wordt kort de rol van gemeenten en Orionis geduid. Daarna wordt de monitor van de volgende onderwerpen uitgewerkt:  SW en Beschut Werk medewerkers verder helpen ontwikkelen (5.1)  Doorontwikkeling re-integratie binnen het Werkleerbedrijf (5.2)  Planmatige rendementsverbetering (5.3) Elke paragraaf begint met een kader waarin de relevante onderdelen uit het KplusV advies zijn opgenomen.

5.1 Algemeen KplusV H7: De beleidsambities moeten door de gemeenten scherp worden geduid en ondersteund door een goed uitvoeringsplan van de uitvoeringsorganisatie. Dit plan bevat op het beleid gerichte (haalbare) doel- en taakstellingen die tussen beiden worden overeengekomen. Stel een heldere en meetbare set van sturingsvariabelen vast en ontwikkel daarvoor de informatievoorziening, zodat op transparante wijze voor Orionis als geheel en op onderdelen op het niveau van de individuele gemeenten, de dienstverlening door de gemeenten kan worden getoetst. De (beperkte) schaal van Walcheren vergt een gezamenlijke aanpak op het taakveld Werk & Inkomen. Opsplitsing van de infrastructuur gaat onherroepelijk ten koste van de efficiency en effectiviteit. Ook werkgevers geven nadrukkelijk aan (zelfs op Zeeuwse schaal) behoefte te hebben aan meer uniforme werkgeversdienstverlening. Gebaseerd op de analyse van het klantenbestand en de dienstverlening van Orionis voor de drie gemeenten kan worden geconcludeerd dat de verschillen marginaal zijn. Dit rechtvaardigt in de basis eenzelfde (uniforme) dienstverlening van Orionis voor de drie gemeenten. Andersom geredeneerd; er is op dit aspect geen enkele reden om de regionale dienstverlening te wijzigen.

KplusV adviseert gemeenten te sturen op basis van een gezamenlijk uitvoeringsplan. Daarvoor is dit implementatieplan opgesteld. Door aanvullende informatievoorziening kunnen gemeenten de voortgang monitoren en bijsturen. Deze monitor bestaat deels uitinformatie die al voorhanden is. Aanvullend benodigde informatie wordt gegenereerd. De volledige monitor is medio 2022 beschikbaar. Daarnaast adviseert KplusV gemeenten om beleidsambities scherp te duiden. We vragen hiervoor aandacht aan de drie gemeenten. Betere onderlinge afstemming tussen gemeenten stelt Orionis als uitvoeringsorganisatie in staat efficiënter en effectiever te opereren.

5.2 SW en Beschut Werk medewerkers verder helpen ontwikkelen KplusV: H2, H4.2: De ontwikkeling van de medewerkers naar een niveau van werkzaamheden brengen die bij diegene past. Een vereenvoudigde doelstelling van binnen en buiten kan afbreuk doen aan de gewenste dynamiek tussen de verschillende afdelingen. Door middel van een ‘van-naar-matrix’ kan de dynamiek tussen de afdelingen systematisch gemonitord worden. Sommige bewegingen van afdeling x naar afdeling y kunnen beschouwd worden als ‘van binnen naar buiten’, anderen ’van buiten naar binnen’ etc. Het gaat niet om de absolute aantallen, het gaat om de gewenste en noodzakelijke dynamiek in het werknemersbestand. Sommige medewerkers vallen terug en anderen maken een ontwikkelstap. Niet alleen het saldo van binnen naar buiten is relevant, maar juist de bewegingen zelf

23

Implementatieplan Toekomstbestendig Werkleerbedrijf oktober 2021

De ontwikkeling van SW en Beschut Werk wordt gevolgd aan de hand van de volgende indicatoren: Indicatoren ontwikkeling SW en Beschut Werk Start gesprek 3 gesprek evaluatie Ontwikkeling in ….. Zelfontwikkeling Eigen werk Andere afdeling Detachering Uitgevallen

Q3 2021

Q4 2021

Q1 2022

Q2 2022

etc.

Daarnaast volgen we aan de hand van de volgende tabel de resultaten op de werkladder: Intern Werken Groepsgericht werken Individuele detachering Begeleid werken Totaal

Q3 2021 x% x% x% x% 100%

Q4 2021

Q1 2022

Q2 2022

etc.

Bovenstaande informatie is een saldo van ontwikkeling en terugval. Het risico op terugval wordt de komende jaren groter door het verouderende personeelsbestand. Om die reden gaan we onderzoeken of we de volgende informatie eenvoudig kunnen ontsluiten:

Intern Werken Groepsgericht werken VAN Individuele detachering Begeleid werken

Intern Werken X

NAAR Groepsgericht Ind. werken detachering

Begeleid werken

X X X

Ook de prestaties van de drie gemeenten op het gebied van detachering komt in een monitor terugkomen.

5.3 Doorontwikkeling re-integratie binnen het Werkleerbedrijf KplusV H3, H4.5: Resultaatmeting naar volledige uitstroom als ook naar andere succesfactoren (bijv. deeltijdwerk). Resultaatmeting mogelijk verbijzonderen naar werksoorten en/of sectoren Wanneer de gemeenten aanvullende beleidskeuzes maken over de nieuwe doelgroep en/of als vanuit wet- en regelgeving meer bekend is over de omvang en de financiering van de nieuwe doelgroep, kan op eenzelfde wijze berekend worden wat het meerjarige financiële resultaat is (P*Q voor de nieuwe doelgroep). Stel na de doorontwikkeling van re-integratie binnen het Werkleerbedrijf een passende vergoeding aan het Werkleerbedrijf vast. Dit leidt dan tot een bevestiging of herziening van het bedrag van de huidige vergoeding ad. 1,5 mln.

De doorontwikkeling van de re-integratie volgen we elk kwartaal op de volgende manier: Re-integratie jaar x

Aantal trajecten

Uitstroom naar werk

Deeltijd uitstroom

Groei in ontwikkeling

Productie en Techniek Dienstverlening Buitendienst Externe werkleertrajecten Totaal

In het kader van Werken naar Vermogen gaan we klanten met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt begeleiden. De werkleertrajecten hebben een aanzienlijk langere looptijd dan

24

Implementatieplan Toekomstbestendig Werkleerbedrijf oktober 2021

de huidige trajecten. Om die reden willen we, naast fulltime en parttime uitstroom naar werk, ook de tussentijdse groei in ontwikkeling monitoren. De komende periode nemen we een besluit hoe we deze voortgang gaan meten. Doen we dit aan de hand van de participatieladder of een ander instrument? Jaarlijks worden op de volgende manier de kosten per traject afgezet tegen de bespaarde uitkeringslast: kosten en baten re-integratie Aantal trajecten (*) Kosten re-integratie in WLB Kosten per traject

2021

2022

2023

etc.

Bespaarde uitkeringslast Overige baten (**) Baten per traject (*) ui tgedrukt i n tra jecten va n 6 ma a nden

(**) Het blijkt dat er een grote overlap in klanten is tussen de gemeentelijke toegang WMO/Jeugd en de bijstand. Als voorbeeld noemen we hier de Middelburgse jongeren: Van alle bijstandsjongeren hebben 30% een WMO/Jeugd indicatie. Voor jongeren onder de 23 jaar is dit zelfs 40%. We verwachten in Vlissingen eenzelfde trend. Werken naar Vermogen kan dus een zeer positieve invloed hebben op de gemeentelijke uitgaven WMO en Jeugd. De enorme druk op deze middelen rechtvaardigt in onze ogen een onderzoek om te kijken in hoeverre intensieve re-integratie de tekorten op WMO en Jeugd kan reduceren.

5.4 Planmatige rendementsverbetering KplusV H2, H3, H4.9: De opbrengsten en de kosten van een werksoort in overeenstemming brengen met het niveau van de medewerkers. Rekening wordt gehouden met een krimp van de doelgroep. Idealiter bewegen de kosten van de bedrijfsvoering mee met de omvang van de doelgroep, zodat de kosten per persoon op een vergelijkbaar niveau blijven. Op deze wijze ontstaat een houvast en een mogelijkheid tot monitoring voor de gemeenten hoe het financieel resultaat SW zich zal ontwikkelen. De gehanteerde referentie is de verwachte landelijke ontwikkeling van de kosten en baten per SWmedewerker (Cedris-sectorinformatie). Om de komende jaren een zuiver vergelijk te houden met de benchmarkcijfers van de andere werkbedrijven wordt voorgesteld de ICT-kosten en de huisvestingskosten van het bedrijfspand hiervoor te corrigeren (normaliseren) met respectievelijk € 400 en € 800 per fte.

De financiële resultaten worden primair in de reguliere planning- en control-cyclus gerapporteerd. Aanvullend volgen we jaarlijks de vergelijking met de benchmark als volgt: 2019

2020

2021

2022

etc

Bedrijfsresultaat FTE Resultaat per fte Normering ict & huisvesting Benchmark per fte excl us i ef s ubs i di eres ul taat

Ook de prestaties van de drie gemeenten op het gebied van SROI komt in een monitor terug.

25

Implementatieplan Toekomstbestendig Werkleerbedrijf oktober 2021

6. Overweging bredere doelgroep In dit hoofdstuk geven we kort onze visie weer op de voordelen om het Werkleerbedrijf in te zetten voor meer Walcherse inwoners. Ten aanzien van het mogelijk opnemen van een bredere doelgroep in het Werkleerbedrijf zien wij twee invalshoeken:  De inwoner (6.2)  De financiën (6.3) De eerste paragraaf bevat een terugblik op de kadernota. Paragraaf 6.3 begint met een kader waarin de relevante onderdelen uit het KplusV advies zijn opgenomen.

6.1 Kadernota Orionis Walcheren 2020 -2022 Basis is in onze ogen de door gemeenten vastgestelde kadernota 2020 – 2022. Hierin is het volgende kader opgenomen: Het Werkleerbedrijf ontwikkelt door in samenwerking met zorg en onderwijs Samenwerking met Zorg, onderwijs en dagbesteding heeft een toegevoegde waarde in dienstverlening aan de inwoner en kan leiden tot lagere kosten. Denk hierbij aan:  Meer samenwerking op het gebied van werkinfrastructuur. Er bestaan verschillende organisaties binnen het sociaal domein met een eigen werkinfrastructuur. Samenwerking en / of samenvoeging van werkinfrastructuur kan leiden tot kostenbesparing.  Switchen in de participatieketen mogelijk maken door de overgang tussen arbeidsmatige dagbesteding en beschut werk te verkleinen. Doorgroei vanuit de relatief dure voorziening dagbesteding naar arbeidsmatige dagbesteding.  Parallelle trajecten van een werkleertraject en zorg  Sluitende aanpak voor VSO/PRO schoolverlaters Deze samenwerking gebeurt stap voor stap. Werken met kleinschalige pilots en resultaten borgen. Halverwege de termijn van de kadernota moeten we constateren dat niet alle gemeenten bovenstaande kader in de beleidsambities hebben opgenomen.

6.2 De inwoner Er zijn diverse groepen inwoners te onderscheiden die extra ondersteuning nodig hebben om stapsgewijs hun weg te vinden naar (reguliere) arbeid. We zijn er (in navolging van het kabinet4) van overtuigd dat deze ondersteuning het beste werkt bij continuïteit in begeleiding en meer integrale ondersteuning. In het bijzonder bij de overgangen tussen verschillende domeinen (onderwijs, zorg, werk). Door onvoldoende continuïteit in de begeleiding bestaat het risico dat mensen uitvallen. Een gemeentelijk werkleerbedrijf kan hierin een belangrijke factor spelen. De kwetsbare inwoner kan in een veilige omgeving ontwikkelstappen zetten. En ook een stap terug doen zonder uit te vallen. Concreet denken we aan de volgende groepen die van het werkleerbedrijf gebruik kunnen maken: - (vroegtijdig) schoolverlaters vanuit MBO 1 en 2, VSO en PRO - WW-uitkeringsgerechtigden - WMO, WLZ en jeugdzorg geïndiceerde - GGZ cliënten

4

Simpel Switchen in de participatieketen

26

Implementatieplan Toekomstbestendig Werkleerbedrijf oktober 2021

6.3 De financiën KplusV 4.6: Het is niet vanzelfsprekend een goede oplossing voor Orionis en de drie gemeenten dat het Werkleerbedrijf arbeidsmatige dagbesteding gaat organiseren. Als er al sprake is van een financieel voordeel, dan komt dat doordat hiermee meer werk-gerelateerde concepten ontwikkeld kunnen worden naast het huidige AWBZ-aanbod. Dit voordeel ligt dan vooral bij de gemeente die mogelijkerwijs goedkoper zorgtrajecten kunnen inkopen. Het gebruik maken van beschikbare bedrijfsruimte bij Orionis is een eventueel bijkomend voordeel, maar niet een doorslaggevend (en zeker geen primair) argument. Orionis voert met de huidige zorgaanbieders verkennende gesprekken en het lijkt zinvol dit verder te onderzoeken. Voor de meerjarige financiële resultaten van het Werkleerbedrijf Orionis zal dit nauwelijks of niet van invloed zijn.

We zijn in gesprek met organisaties die zich bezig houden met werkleeromgevingen: ‘sHeerenloo, Philadelphia, Scalda, VSO-PRO scholen, Emergis etc. Elk van deze organisaties heeft te maken met teruglopende budgetten, waardoor het steeds lastiger wordt om eigen werkleeromgevingen betaalbaar te houden. We zien als enige oplossing om intensief samen te werken op dit gebied. Alleen zo kunnen maatschappelijke belangen en beperkte financiële middelen met elkaar in balans komen. KplusV maakt een onderscheid tussen financieel voordeel voor gemeenten en financieel voordeel van het Werkleerbedrijf. Orionis gaat bij deze overwegingen uit van het totale financiële effect voor gemeenten in het gehele Sociaal Domein. Het Werkleerbedrijf is immers volledig eigendom van de Walcherse gemeenten! Vanuit dat perspectief roept Orionis gemeenten op ook op die manier naar het Werkleerbedrijf en de mogelijkheden te kijken. Integrale ondersteuning en continuïteit in begeleiding leidt tot:  Meer beschikbare arbeidskrachten wat bijdraagt aan de economische ontwikkeling op Walcheren  Lagere kosten op het gebied van onder andere WMO, Jeugdzorg, Zorg, en criminaliteitsbestrijding.

27

Implementatieplan Toekomstbestendig Werkleerbedrijf oktober 2021

7. Wat zijn randvoorwaarden en risico’s? We zijn goed op weg het Werkleerbedrijf toekomstbestendig te maken. Dit plan geeft de gewenste richting aan en geeft aan hoe we dit gaan bereiken. Maar we moeten ook een aantal randvoorwaarden en risico’s noemen die de gewenste veranderingen kunnen vertragen. Hieronder een kader waarin de relevante onderdelen uit het KplusV zijn opgenomen KplusV 7.3: De (proces)uitvoering wordt vanaf de intake uitgevoerd door Orionis. Het is waardevol dat de professionals zelf het passende vervolgproces vaststellen (diagnose, trajectverloop etc.). In Nederland zien we soms voorbeelden dat gemeenten op basis van een gewenste regie op de uitvoering zelf mee willen beslissen bij keuzes ten aanzien van deze vervolgstappen per cliënt. Ons inziens is dat ongewenst. Het is een uiting van georganiseerd wantrouwen waarbij soms een bureaucratie wordt opgetuigd waarbij de medewerkers van de uitvoeringsorganisatie uitgebreid beslissingen moet onder onderbouwen (dossiervorming) die vervolgens door de gemeente wordt geverifieerd. Het anders inrichten van de GR, herverdeling van taken op andere wijzen zal veel tijd en aandacht vragen van de organisatie en gemeenten. Met het oog op de forse uitdagingen die er zijn, wordt in deze fase energie steken in een tijdrovend en (duur) reorganisatieproces sterk ontraden.

Het zal afleiden op de vraagstukken die er zijn en spoedig dienen te worden opgepakt.

Orionis ziet de volgende randvoorwaarden en risico’s: 1. Het financiële rendement van het Werkleerbedrijf bestaat uit twee onderdelen. Het subsidieresultaat SW en de resultaat van de bedrijfsvoering. Het subsidieresultaat SW wordt enerzijds bepaald door de loonontwikkeling van de medewerkers (vastgesteld in de cao SW) en anderzijds door de Rijkssubsidie. Beide elementen zijn volledig afhankelijk van het rijksbeleid. 2. Ten aanzien van de onzekerheid rondom corona citeren we uit onze eigen begroting: “Als het over is, is het (nog) niet voorbij. Deze zin markeert de onzekerheid die er momenteel nog steeds heerst. Nu we een zomer zijn ingegaan vol versoepelingen, de dagelijkse besmettingen en ziekenhuisopnames sterk zijn teruggebracht en iedereen die dat wil inmiddels gevaccineerd kan zijn, lijkt het alsof het over is. En met ‘het’ bedoelen we dan de medische crisis. Maar is dat ook zo? Een vaccinkiller mutant van het virus zou nog roet in het eten kunnen gooien. IC-deskundigen voorspellen nog een nieuwe piek in het najaar door het grote aantal niet gevaccineerden. Anderen wijzen naar hoe het vorig jaar na de zomer ging, ook al zijn de omstandigheden toen en nu niet met elkaar vergelijkbaar. En de medische wetenschap voorspelt dat corona een blijvertje zal zijn, maar dan beheersbaar.

En al zou de medische crisis voorbij zou zijn, dan zijn economie, samenleving en individuele personen nog niet uit hun crisis.” 3. De resultaten in dit plan kunnen slechts volledig behaald worden wanneer de drie Walcherse gemeenten een actieve rol spelen. Een rol als inclusief werkgever, als klant en als inkoper. Dit vraagt een integrale visie van gemeenten inclusief hun aandeel in Orionis. 4. Doorontwikkeling interne organisatie: De noodzakelijke cultuuromslag en kwaliteitsslag binnen het Werkleerbedrijf is fors. Dit is een meerjarig proces wat niet volledig voorspelbaar is. 5. Uitvoeringsregie door gemeenten. Wanneer gemeenten regie op uitvoering gaan voeren geeft dit taakverwarring, een lagere effectiviteit en komen de aangegeven resultaten onder druk te staan. Het is niet duidelijk of de planvorming rondom de integrale Vlissingse toegang leidt tot een uitvoeringsregie door de gemeente voor de Participatiewet. 6. Het anders inrichten van de GR of herverdeling van taken op andere wijzen zal veel tijd en aandacht van Orionis vragen. We herhalen hier de waarschuwing van KplusV: Dit gaat onherroepelijk ten koste van de tijd en energie ten behoeve van de hier beschreven veranderingen.

28

Implementatieplan Toekomstbestendig Werkleerbedrijf oktober 2021

Bijlage: Gebruikte afkortingen en verklarende woordenlijst AB

Algemeen Bestuur Orionis Walcheren

DB

Dagelijks Bestuur Orionis Walcheren

Fte

Fulltime-equivalent

MT

Management Team

Cedris:

Landelijke branchevereniging voor de sociale werkvoorziening

SROI:

Social Return On Investment

SW:

Sociale Werkvoorziening

SZW:

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

VSO/PRO:

Scholen voor voortgezet speciaal onderwijs en praktijkonderwijs.

Werkplekleren:

Leren in de beroepspraktijk

ICT

Informatie & Communicatie technologie

WMO

Wet maatschappelijke ondersteuning

WW

Werkeloosheidswet

WLZ

Wet Langdurige Zorg

GR

Gemeenschappelijke regeling

MKB

Midden en kleinbedrijf

BUIG gebundelde uitkering (BUIG) voor het bekostigen van de uitkeringen in het kader van de Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2004 (levensonderhoud startende ondernemers) en voor de inzet van loonkostensubsidie UWV

Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen

GGZ

Geestelijke Gezondheidszorg

29

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10796529/1