CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

21-151 Bijlage 6. Ingekomen stukken AB- organisatie

Gemeenteraad 10 november 2021, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Ingekomen stukken gemeenteraad (MZ/RM/AB 21-151)10.564 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ingekomen stukken Commissie

Commissie Algemeen Bestuur

raadsvergadering

10 november 2021

datum brief

07-10-2021

onderwerp

250. Concept-verslag RKBG 8 september 2021

ingekomen stuk

250. Concept-verslag RKBG 8 september 2021

categorie

Organisatie

afdeling

Wijk en Bestuur

afzender

Bestuur ondersteuning VRZ

advies

Voor kennisgeving aannemen

Commissie

Commissie Algemeen Bestuur

raadsvergadering

10 november 2021

datum brief

07-10-2021

onderwerp

249. Jaarverslag 2020 commissie Bezwaarschriften

ingekomen stuk

249. Jaarverslag 2020 commissie Bezwaarschriften

categorie

Organisatie

afdeling

Wijk en Bestuur

afzender

Commissie bezwaarschriften

advies

Voor kennisgeving aannemen

Commissie

Commissie Algemeen Bestuur

raadsvergadering

10 november 2021

datum brief

16-09-2021

onderwerp

238. Brief ontwerpbegroting 2022

ingekomen stuk

238. Brief ontwerpbegroting 2022

categorie

Organisatie

afdeling

Wijk en Bestuur

afzender

RUD

advies

Via de gemeentesecretaris in handen stellen van het college voor het opstellen van een voorstel aan de raad

Bijlagen: 238 Bijlage 1 Voorstel RUD en VRZ Financiering Externe Veiligheid

238 Bijlage 2 Voorstel AB EV 238 Bijlage 3 Begeleidingscommissie - financiering externe veiligheid - adviesbrief

Commissie

Commissie Algemeen Bestuur

raadsvergadering

10 november 2021

datum brief

14-09-2021

onderwerp

234. KVNRO symposium Corona accentueert noodzaak civiel-militaire samenwerking 25 november

ingekomen stuk

234. KVNRO symposium Corona accentueert noodzaak civiel-militaire samenwerking 25 november

categorie

Organisatie

afdeling

Wijk en Bestuur

afzender

comité KVNRO

advies

Voor kennisgeving aannemen

Commissie

Commissie Algemeen Bestuur

raadsvergadering

10 november 2021

datum brief

07-09-2021

onderwerp

229. Ledenbrief LOGA circulaire regeling netto FLO spaartegoed

ingekomen stuk

229. Ledenbrief LOGA circulaire regeling netto FLO spaartegoed

categorie

Organisatie

afdeling

Wijk en Bestuur

afzender

VNG

advies

Voor kennisgeving aannemen

Bijlagen: 229 Bijlage 1 Car teksten

Concept-verslag 8 september 2021 1.

Opening Aanwezig: Bert Kollen (Middelburg), Bruno van der Hoek (Schouwen-Duiveland), Johan Hessing (Terneuzen), Gert Kruitbosch (Goes), Marina Strooband (Hulst), Sebastiaan Keijmel (Sluis), Ruud Muijt (Tholen), Pieter Romijn (Goes), Jos van de Boom (Middelburg), Frances Oreel (Vlissingen), Marijn Houmes (Middelburg), Henk van Hartingsveldt (Borsele), Piet van de Kerkhove (Hulst), Jean-Paul Casteleijn (Terneuzen), Leonard Harthoorn (Reimerswaal), Paul van Kerckhoven (Hulst), Han van’t Hof (Tholen), Pim van Dijk (Kapelle), Johan Pannekoek (Schouwen-Duiveland), Erik van Merrienboer (voorzitter Veiligheidsregio Zeeland), Edith van der Reijden (directeur Veiligheidsregio Zeeland) Jan-Willem Vermeulen (specialist Risicobeheersing) en Reinier Prins (Bestuursondersteuning VRZ, verslag) • •

2.

Verslag Raadsklankbordgroep •

3.

De heer Van Merrienboer is, vanuit zijn nieuwe rol als voorzitter VRZ, aanwezig bij de vergadering. Dhr. Romijn vraagt, aandacht voor het proces van verzending stukken naar de raden. Er wordt toegelicht dat formeel de portefeuillehouder vanuit het college de documenten vanuit het AB VRZ voor zienswijze aanbiedt aan de raad. Daarom hanteert VRZ tot op heden de lijn om stukken te verzenden, via de behandelend ambtenaar, richting het college zodat het college in staat wordt gesteld deze aan te bieden aan de raad. Er is begrip voor het punt dat het raadslid maakt, namelijk het direct delen van stukken er voor zorgt dat raadsleden in staat zijn om de stukken eerder tot zich te nemen. Echter, per gemeente kunnen wensen hieromtrent verschillen. We treden daarom ambtelijk in overleg om te kijken of maatwerk mogelijk is. De stukken waar dhr. Romijn op doelt worden per mail met hem gedeeld.

Dhr. Hessing geeft aan geen stukken te hebben ontvangen. De stukken worden nagezonden en dhr. Hessing krijgt de gelegenheid om naderhand op of aanmerkingen op het verslag te mailen naar Bestuursondersteuning.

Stand van zaken Samenwerking RUD/GGD/VRZ Tussen november 2020 en juni 2021 is de verkenning samenwerking VRZ, GGD en RUD uitgevoerd door het onafhankelijke onderzoeksbureau Berenschot. De Algemeen Besturen van de drie gemeenschappelijke regelingen hebben gevraagd te verkennen welke mogelijkheden voor samenwerking er zijn en wat de publieke waarde (meerwaarde voor de Zeeuwse burger) van de verschillende scenario’s is. Na consultatie van de drie Algemeen Besturen blijkt, dat de verkenning voldoende aanknopingspunten biedt voor een volgende stap in de samenwerking tussen de drie GR-en. Het rapport van Berenschot is in juli 2021 gepresenteerd aan de drie Algemeen Besturen. Op basis van het rapport wordt de komende periode een vervolgaanpak uitgewerkt. Na besluitvorming door de drie Algemeen Besturen wordt het actieprogramma aangeboden aan de colleges van B en W, het college van Gedeputeerde Staten en het DB van het Waterschap. Afhankelijk van de inhoud van het actieprogramma wordt bezien in hoeverre dit instemming van de colleges en/of zienswijzen van de gemeenteraden, provinciale staten of de algemene vergadering van het

Waterschap behoeft. In september wordt er een brief verzonden naar de colleges waarin de vervolgstappen worden toegelicht. Naar aanleiding hiervan wordt gevraagd welke samenwerkingskansen er worden gezien en of dat één volledig samenwerkingsverband tot de mogelijkheden behoort. Er wordt toegelicht dat er een actieprogramma wordt opgesteld, waarin bijvoorbeeld mogelijkheden worden uitgewerkt tot het samenwerken op bedrijfsvoeringonderdelen. Er wordt geconstateerd dat de input die raadsleden hebben kunnen leveren gedurende het proces van meerwaarde is gebleken. Taakdifferentiatie Alle raden zijn in mei 2021 per brief geïnformeerd over de laatste ontwikkelingen binnen Brandweer Zeeland. Daarin is toegelicht hoe het landelijke onderzoek naar taakdifferentiatie tot stand is gekomen en op welke manier het proces is verlopen. De laatste actualiteiten vanuit de brief waren de uitkomsten vanuit het Veiligheidsberaad van februari 2021. Daar is besloten dat gestart gaat worden met een nadere uitwerking van de eerste bouwsteen voor taakdifferentiatie (verplichte beschikbaarheid). Ten aanzien van de andere drie bouwstenen (2) aantal repressieve taken, 3) type taken en 4) vakbekwaam worden en blijven) zal worden bezien of en zo ja hoe dit geleidelijk en in samenhang met andere trajecten kan plaatsvinden.

Na de laatste brief aan de raden hebben het Veiligheidsberaad en de minister van JenV op 21 juni 2021 het besluit genomen decharge te verlenen aan de denktank taakdifferentie en een nieuwe stuurgroep ‘toekomstbestendig brandweerstelsel’ in te richten. Deze stuurgroep heeft als opdracht gekregen om een plan uit te werken voor implementatie van de eerste bouwsteen (verplichte beschikbaarheid) van de denkrichting en als aanvullende opdracht om te onderzoeken wat andere wenselijke thema’s zijn om mee aan de slag te gaan, om toe te werken naar een toekomstbestendig brandweerstelsel. VRZ neemt actief deel aan deze trajecten. Evaluatie Covid-19 Momenteel wordt een evaluatie van Corona crisis uitgevoerd door het COT. Het COT houdt momenteel diverse interviews met crisisfunctionarissen en bestuurders die zijn ingezet tijdens de Covid-19 crisis. Het evaluatierapport wordt eind van het jaar opgeleverd aan het algemeen bestuur van Veiligheidsregio Zeeland. GR-academy: beleidsplan 2022-2025 Op maandag 18 oktober, woensdag 3 november en woensdag 24 november zijn de GRAcademy’s. De GR- Academy’s staan in het teken van het concept meerjarenbeleidsplan 2022-2025. Het concept meerjarenbeleidsplan ligt momenteel voor zienswijze voor bij de gemeenteraden. 4.

Thema: Brandonderzoek Jan Willem Vermeulen, coördinator Brandonderzoek, sluit aan en geeft een toelichting op het onderwerp Brandonderzoek. Naar aanleiding van de presentatie stellen raadsleden vragen over:

-

-

-

5.

De samenwerking met onder andere politie en verzekeraars. VRZ werkt, op basis van een samenwerkingsovereenkomst, samen met deze partners. Hierbij heeft ieder een eigen aandeel en focus in onderzoek, daarbij spelen geen commerciële belangen. Belang van voldoende bluswatervoorziening in Zeeland. De afkomst van bluswater is altijd onderdeel van het onderzoek. Het vormgeven van een regionaal bluswaterbeleid is primaire verantwoordelijkheid van de Zeeuwse gemeenten. VRZ adviseert hierbij. De leerpunten uit onderzoek worden meegenomen in ons nieuw beleid en ook onder de aandacht gebracht binnen de samenleving (via nadere toelichting over specifieke risico’s).

Rondvraag en sluiting - Vindt er voldoende afstemming plaats tussen de Provincie Zeeland, het COA en de Zeeuwse gemeenten n.a.v. opvanglocaties in Zeeland? Vanuit de provincie Zeeland is er een regietafel opgestart om de relevante partijen samen te brengen. Hierbij is VRZ verder niet betrokken. - In welke mate zijn de ontwikkelingen rondom de ‘brandweerassistent’ herkenbaar en van toepassing in Zeeland? Werken met brandweerassistenten is een experiment bij VR Noord Holland Noord. Dat experiment moet nog geëvalueerd worden. Nieuwe werkvormen worden door VRZ vanuit deskundigheid en inhoud onderzocht wanneer hier aanleiding toe is, daar is nu nog geen sprake van. - Wat is de stand van zaken omtrent huisvesting Goes-West? Gemeente Goes is bezig met grondverwerving? - Er is eerder een vraag gesteld over de brandveiligheid van een appartementencomplex in Terneuzen. De vraag kan opnieuw worden gesteld bij Bestuursondersteuning. - Wanneer wordt rapport Demmers openbaar? Het AB heeft eerder geheimhouding opgelegd mede vanwege de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene (Als bedoeld in artikel 10, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wet openbaarheid van bestuur). De vergadering wordt gesloten.

1.

INHOUD pagina 1.

Inhoudsopgave ............................................................................... 2

2. Algemeen ........................................................................................

3

3. De bezwaarschriften in cijfers ........................................................... 6

Bijlage 1 Ambtelijke behandeling …………………………………......... 11

2

2. ALGEMEEN Een burger, die het niet eens is met een besluit van de gemeenteraad, het college of de burgemeester kan daar op grond van de Algemene wet bestuursrecht een bezwaarschrift tegen indienen. In verband met de rechtszekerheid en rechtsbescherming voor de burger heeft het gemeentebestuur een onafhankelijke adviescommissie voor de behandeling van bezwaarschriften ingesteld. Deze commissie heeft als taak de voorbereiding van de beslissing op bezwaarschriften. De commissie geeft invulling aan deze taak door partijen te horen en daarna een schriftelijk advies te geven aan het bestuursorgaan. Meestal is dit het college van burgemeester en wethouders. De commissie is bevoegd advies uit te brengen over alle besluiten van de raad, het college en de burgemeester, met uitzondering van zaken over gemeentelijke belastingen en over de waardering van onroerende zaken. Deze zaken zijn uitgezonderd vanwege de hiervoor bestaande afzonderlijke (belasting)wetgeving. Verder zijn uitgezonderd de bezwaarschriften over zaken, die behoren tot het werkterrein van de Gemeenschappelijke Regeling Orionis Walcheren (sociale zekerheidszaken). Deze laatste zaken worden bij Orionis behandeld. Bij alle bezwaarschriften wordt na ontvangst eerst bekeken of het mogelijk is op informele wijze tot een oplossing te komen.

Pas als dit traject niet tot een nieuw besluit en intrekking van het bezwaarschrift leidt, wordt het bezwaarschrift behandeld door de commissie. De commissie houdt in de meeste gevallen een hoorzitting. De hoorzittingen vinden plaats op donderdagmiddag vanaf 16.30 uur en worden in het stadskantoor gehouden. Doel van de hoorzitting is om duidelijkheid over het bezwaar te krijgen en partijen de gelegenheid te geven hun standpunt nader toe te lichten. Soms komen tijdens de hoorzitting nieuwe argumenten naar voren, die aanleiding geven tot nader onderzoek of ertoe leiden dat aan het bezwaar tegemoet wordt gekomen. De hoorzitting biedt (de vertegenwoordiger van) het bestuursorgaan ook een kans om het bestreden besluit en de achtergrond daarvan nog eens extra toe te lichten aan de indiener van het bezwaarschrift. Sinds 1 maart 2016 worden enkele door het college aangewezen categorieën van bezwaarschriften ambtelijk behandeld. De rapportage over de ambtelijke behandeling van bezwaarschriften is als bijlage bij dit jaarverslag opgenomen. Samenstelling commissie De commissie bezwaarschriften bestaat uit personen die onafhankelijk zijn en geen binding hebben met de gemeente Middelburg. Hiervoor is gekozen om de onafhankelijkheid van de commissie te waarborgen. Net als in de voorgaande jaren werd in 2020 gewerkt met een roulerend voorzitterschap.

3

Kamer Algemene Zaken Voorzitters Leden

: mevrouw mr. F.S. Alting-Landa de heer mr. R.M. van den Brand : mevrouw mr. C.R.E. Sijnesael mevrouw mr. A. Elders

De kamer Algemene Zaken vergadert in principe 1 keer per maand. Het horen gebeurt door een voorzitter en twee leden. Tot 1 januari 2020 kende de commissie bezwaarschriften ook een kamer Personele Aangelegenheden. Door de inwerkingtreding van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) is de bezwaarprocedure bij de werkgever komen te vervallen. Deze is vervangen door een geschillenregeling. Als gevolg hiervan is de kamer Personele Aangelegenheden per 1 januari 2020 opgeheven. Secretariaat Het secretariaat is ondergebracht bij het cluster Juridische Zaken van de afdeling Wijk en Bestuur. In 2020 werd de commissie ambtelijk ondersteund door mevrouw mr. A.C. Beije-van Duivendijk, mevrouw J.A. de Feijter (tot en met juni 2020) en de heer M.O. de Waal.

4

Vergoeding De leden van de commissie ontvangen voor hun werkzaamheden een vergoeding. Deze bedraagt voor de voorzitter € 255,00 per vergadering en voor de leden € 215,00. Daarnaast ontvangen zij een reiskostenvergoeding. In 2020 werd aan vergoedingen en reiskosten in totaal € 6833,00 betaald. Vergaderingen Het jaar 2020 was als gevolg van de coronapandemie ook voor de commissie een bijzonder jaar. Vanaf medio maart konden er enkele maanden geen hoorzittingen worden gehouden. Waar mogelijk werden zaken toen schriftelijk afgehandeld of in overleg met betrokkenen aangehouden. Vanaf eind juni was het weer mogelijk om fysieke hoorzittingen te houden. De commissie heeft toen in korte tijd enkele extra vergaderingen gehouden om de opgelopen achterstand in de advisering over bezwaarschriften weg te werken. Ook in het najaar, toen de coronamaatregelen weer strenger werden, bleef het houden van fysieke hoorzittingen over bezwaarschriften mogelijk op grond van de Tijdelijke wet maatregelen covid-19. In totaal heeft de kamer Algemene Zaken in 2020 9 vergaderingen gehouden.

5

3.

DE BEZWAARSCHRIFTEN IN CIJFERS

3.1.

Ingediende en afgehandelde bezwaarschriften

In onderstaande tabel zijn de aantallen ingediende en afgehandelde bezwaarschriften weergegeven.

Werkvoorraad 31 december 2019 Ingediende bezwaarschriften 2020 Ingetrokken in 2020 Doorgezonden naar andere instantie of afgehandeld als aanvraag/brief Behandeld in 2020: Ambtelijk: Commissie: Werkvoorraad 31 december 2020

Kamer Algemene Zaken 10

Kamer Personele Aangelegenheden 1

62

0

11*) 7

1 0

0 47*) 8

nvt 0 0

*) 1 bezwaarschrift is ingetrokken nadat daarover al was geadviseerd en daarom vermeld bij zowel de ingetrokken als de behandelde zaken. In 2020 zijn 62 bezwaarschriften ingediend tegen 48 in het jaar daarvoor. Getalsmatig is de ontwikkeling van het aantal bezwaarschriften als volgt weer te geven:

2016 Kamer 59 Algemene Zaken Kamer Pers. 22 Aangelegenh. Totaal 81

2017 123

2018 44

2019 48

2020 62

1

0

1

0

124

44

49

62

6

De ontwikkeling van het totaal aantal bezwaarschriften in grafiekvorm:

Totaal aantal bezwaarschriften 140 120 100 80 60 40 20 0 2016

2017

2018

2019

2020

Dit jaar zijn 11 bezwaarschriften ingetrokken. Deze werden ingetrokken omdat: -een nieuw positief besluit werd genomen (2); -het bezwaar niet meer relevant was (1) -het besluit werd verduidelijkt door een uitleg (2); en -bouwplannen door aanvrager werden aangepast (1). Van 5 bezwaarschriften is de reden tot intrekken onbekend. De kamer Personele zaken had in 2020 1 bezwaarschrift (ontvangen in 2019) in de werkvoorraad maar deze kamer zal geen nieuwe bezwaarschriften meer ontvangen. Door de inwerkingtreding van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) geldt voor ambtenaren niet langer het bestuursprocesrecht maar het civiele procesrecht. In plaats van bezwaar bij de eigen werkgever en beroep bij de bestuursrechter komt een gang naar de kantonrechter. 3.2.

Adviezen

De adviezen van de commissie kunnen zijn: niet-ontvankelijk, ongegrond of gegrond (dan wel een combinatie daarvan). Niet-ontvankelijk wil zeggen dat niet wordt ingegaan op de inhoud van het bezwaar, bijvoorbeeld omdat het te laat is ingediend. Ongegrond wil zeggen dat het bezwaar inhoudelijk wordt afgewezen en dat het besluit waartegen het bezwaar is gericht, wordt gehandhaafd. Gegrond betekent dat het bezwaar inhoudelijk wordt gehonoreerd en dat het bestreden besluit wordt herroepen of aangepast. Ook adviseert de commissie over het toekennen van een wettelijke kostenvergoeding als daarom door de bezwaarmaker is gevraagd. De hoogte van die vergoeding wordt volgens bij wettelijke regeling vastgestelde landelijke tarieven bepaald.

7

Kamer Algemene Zaken In 2020 werden 27 adviezen uitgebracht. Deze adviezen luidden als volgt: Gegrond Ongegrond (kennelijk) Niet-ontvankelijk Combinatie

6x 17 x 3 x 1 x

In grafiekvorm:

18 16

aantal

14 12 10 8 6 4 2 0 gegrond

ongegrond

(kennelijk) niet-ontv.

combinatie

Het college besloot in 2 zaken geheel af te wijken van het advies van de commissie. In de eerste zaak had de commissie geadviseerd een bezwaarschrift tegen het besluit tot afwijzing van de aanvraag voor verlenging van de huishoudelijke hulp gegrond te verklaren. Het college besloot in de heroverweging op basis van nader onderzoek door een onafhankelijke medische adviseur het bestreden besluit in stand te laten. In de tweede zaak had de commissie de burgemeester geadviseerd het bezwaar tegen een besluit om een verzoek om handhavend op te treden af te wijzen, gegrond te verklaren omdat er sprake was van overtreden van de exploitatievergunning. Na wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Middelburg 2015 was er geen sprake meer van overtreden van de exploitatievergunning. In de beslissing op bezwaar verklaarde de burgemeester het bezwaar daarom ongegrond.

8

De 47 bezwaarschriften waarover geadviseerd werd, hadden betrekking op de volgende onderwerpen:

onderwerp

aantal

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (bouwen, verbouwen) Wet maatschappelijke ondersteuning Jeugdwet Handhaving Locatie glascontainers Wegenverkeerswetgeving Last onder dwangsom/bestuursdwang Toekenning subsidie Straatnaamgeving Algemene plaatselijke verordening Wet openbaarheid van bestuur

28

Totaal

47

5 1 4 2 2 1 1 1 1 1

Ook dit jaar waren de meeste bezwaarschriften weer gericht tegen omgevingsvergunningen. Het ging dan doorgaans om omgevingsvergunningen voor (ver)bouwen. 3.4.

Doorlooptijden

De zorg voor een tijdige beslissing op een bezwaarschrift berust gedeeltelijk bij de commissie en gedeeltelijk bij het bestuursorgaan. De vakafdeling stuurt een bericht van ontvangst en zorgt ervoor dat het bezwaarschrift ter advisering aan de commissie wordt voorgelegd. Het is de taak van de commissie om na ontvangst van het bezwaarschrift met de achterliggende stukken er voor te zorgen dat binnen een redelijke termijn advies wordt uitgebracht. Het is vervolgens de taak van de vakafdeling er voor te zorgen dat het bezwaarschrift met het advies voor besluitvorming wordt voorgelegd aan het bestuursorgaan. Zo nodig moet de vakafdeling ook zorgen voor het sturen van een verdagingsbericht aan de indiener(s) van het bezwaarschrift. De wettelijke beslistermijn bedraagt 12 weken, gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift is verstreken. De beslissing kan voor ten hoogste 6 weken worden verdaagd. De totale termijn is dan 18 weken. De beslissing kan onder bepaalde voorwaarden verder worden verdaagd. De beslistermijn wordt opgeschort vanaf de dag na die waarop de indiener is verzocht een verzuim te herstellen. Naast het recht voor bezwaarmaker op een professionele en tijdige behandeling van het bezwaarschrift, is het werken binnen de wettelijke beslistermijnen ook van belang om

9

niet geconfronteerd te worden met door de gemeente te betalen dwangsommen op grond van de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen. Onderstaand overzicht geeft aan dat in 2020 23% van de bezwaarschriften waarover een advies werd uitgebracht werd afgehandeld binnen de primaire wettelijke termijn van 12 weken en 51% werd afgehandeld binnen de termijn van 18 weken. In totaal werd dus in 2020 74% van de bezwaarschriften afgehandeld binnen de wettelijke termijn van 18 weken. Dit percentage is lager dan dat van 2019 (84%), 2018 (93%) en 2017 (80%) maar hoger dan dat van 2016 (72%). _____________________________________________________________________________ 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 _____________________________________________________________________________ Binnen 12 weken 32% 43% 22% 52% 64% 54% 23% _____________________________________________________________________________ Tussen 12 en 18 weken 40% 33% 50% 28% 29% 30% 51% _____________________________________________________________________________ Langer dan 18 weken 28% 24% 28% 20% 7% 16% 26% _____________________________________________________________________________ In aanmerking nemende dat de zaken die langer duurden dan 18 weken in meerderheid zaken waren die in overleg met de indiener van het bezwaarschrift werden aangehouden om een fysieke hoorzitting te kunnen houden zodra dat vanwege de

coronamaatregelen weer mogelijk was of voor bijvoorbeeld een aanvullend onderzoek, kan worden geconcludeerd dat de afhandelingstermijnen in het verslagjaar tot tevredenheid stemmen.

10

BIJLAGE 1 AMBTELIJKE BEHANDELING Algemeen

Sinds 1 januari 2016 is de mogelijkheid van ambtelijke behandeling van bezwaarschriften opgenomen in de Verordening behandeling bezwaarschriften. Het college heeft hiervoor de volgende categorieën van bezwaarschriften aangewezen: - bezwaarschriften in het kader van de Verordening leerlingenvervoer gemeente Middelburg 2014 - bezwaarschriften in het kader van de Wegenverkeerswet 1994 - bezwaarschriften in het kader van de handhaving van artikel 5.10 van de APV Middelburg 2015 - bezwaarschriften in het kader van de Wet openbaarheid van bestuur - bezwaarschriften in het kader van de Verordening naamgeving en nummering (adressen) Middelburg 2013. Sinds 1 maart 2016 kunnen deze bezwaarschriften dus ambtelijk worden behandeld. De behandeling is in handen van de secretarissen van de commissie bezwaarschriften. Zij kunnen ervoor kiezen de zaak door de commissie te laten behandelen, als zij vinden dat de zaak daar aanleiding toe geeft. Daarnaast heeft de indiener van het bezwaarschrift in elk stadium van de ambtelijke behandeling de mogelijkheid alsnog te kiezen voor behandeling door de commissie.

Ingediende bezwaarschriften

In 2020 zijn vijf bezwaarschriften ingediend die vallen binnen de aangewezen categorieën voor ambtelijke behandeling, waarvan er 1 is ingetrokken. De overige vier waren bezwaarschriften in het kader van de Wegenverkeerswet 1994 (2x), de Wet openbaarheid van bestuur (1x) en de Verordening naamgeving en nummering (adressen) Middelburg 2013 (1x). Zij zijn als volgt behandeld: Ambtelijke hoorzitting Ambtelijk afgedaan zonder hoorzitting Doorgeleid naar commissie

:0 :0 :4

Dit jaar zijn dus geen ambtelijke adviezen uitgebracht over bezwaarschriften.

11

Colofon Gemeente Middelburg, Afdeling Wijk en Bestuur, Cluster juridische zaken Kanaalweg 3 Postbus 6000 4330 LA Middelburg T 14 0118 E info@middelburg.nl F (0118) 62 37 17 www.middelburg.nl Tekst en vormgeving: Secretariaat onafhankelijke bezwarencommissie Foto: Beeldbank Middelburg

September 2021, Gemeente Middelburg 12

Aan: Gemeenteraden Zeeuwse gemeenten, Provinciale Staten van Zeeland, Algemene Vergadering Waterschap Scheldestromen

ons kenmerk behandeld door telefoonnummer e-mail

: 00274987 : de heer G. Vonk : 06 5120 5192 : g.vonk@rud-zeeland.nl

Terneuzen, 15 september 2021

Betreft: 4e begrotingswijziging 2021 en 1e begrotingswijziging 2022 Externe Veiligheid

Geachte raadsleden, Statenleden en leden van de Algemene Vergadering, Op 13 september 2021 heeft het dagelijks bestuur van RUD Zeeland ingestemd met de 4e begrotingswijziging 2021 en 1e begrotingswijziging 2022 en het voorstel voor zienswijze voor te leggen aan de deelnemers. Door RUD Zeeland is in de begeleidingscommissie op 12 januari 2021 de wijziging nader toegelicht. De begeleidingscommissie heeft in een beknopte reactie haar bevindingen ten aanzien van de wijziging samengevat. De wijziging en het concept voorstel dat aan het algemeen bestuur zal worden voorgelegd en de bevindingen van de begeleidingscommissie vindt u terug in de bijlagen bij deze brief. De zienswijze kan onder vermelding van ons kenmerk 00274987 tot en met 10 november 2021 worden ingediend bij de secretaris van het Dagelijks Bestuur van de RUD Zeeland (email: post@rudzeeland.nl en in cc naar g.vonk@rud-zeeland.nl). De tijdig ingediende zienswijzen worden in het Dagelijks Bestuur van 15 november 2021 behandeld. Daarna wordt de ontwerpbegroting met de daarop indiende zienswijzen ter besluitvorming voorgelegd aan het Algemeen Bestuur van 6 december 2021. Over deze besluitvorming wordt uw raad, staten of algemeen bestuur geïnformeerd. Hoogachtend, ing. A. van Leeuwen Directeur RUD Zeeland

Bijlage bij voorstel RUD en VRZ voor financiering Externe Veiligheid Opstellers: Patrick van den Brande, Andre Lindenbergh en Gerben Vonk (namens RUD Zeeland) en Henk van Dalfsen en Wim Kosten (namens Veiligheidsregio Zeeland) ______________________________________________________________________________ Deze notitie is een gezamenlijke notitie van Veiligheidsregio Zeeland en RUD Zeeland met als doel de financiering van externe veiligheid ter besluitvorming voor te leggen aan de dertien Zeeuwse gemeenten. Allereerst gaat de notitie in op hetgeen externe veiligheid (EV) inhoudt. Vervolgens wordt beschreven hoe de financiële dekking van externe veiligheidstaken er tot 1 januari 2021 heeft uitgezien en hoe voorgesteld wordt dit in de toekomst vorm te geven. Hierna wordt ingegaan op de EV-taken van Veiligheidsregio Zeeland en RUD Zeeland waarna een toelichting wordt gegeven op de voorgestelde begrotingswijziging, het beoogd effect hiervan en de planning.

1. Wat is Externe Veiligheid? Bij externe veiligheid (EV) gaat het om de risico’s veroorzaakt door navolgende activiteiten: ● opslag, productie en het transport van gevaarlijke stoffen; en ● het in werking hebben van windturbines en luchthavens. Voorbeelden van gevaarlijke stoffen zijn LPG, aardgas, bestrijdingsmiddelen en ammoniak. Het begrip risico is een combinatie van kans en effect. Namelijk de kans dat een ongeval zich voordoet en het effect ervan. Het doel van externe veiligheid is om te voorkomen dat er (dodelijke) slachtoffers vallen als gevolg van (ongevallen bij) het uitvoeren van de hierboven genoemde activiteiten. Bij externe veiligheid wordt daarbij specifiek gekeken naar slachtoffers ‘buiten de poort’. Zo wordt bijvoorbeeld voorkomen dat omwonenden het slachtoffer kunnen worden van (het transport door) een aardgasleiding of de opslag van bestrijdingsmiddelen bij een naastgelegen bedrijf. Om dit te bereiken is externe veiligheid een onderdeel van het beoordelen van vergunningaanvragen, het beoordelen van bestemmingsplan(wijzigi)n(g)en en het houden van toezicht. In de PDC staat externe veiligheid dan ook niet als een apart product vermeld, omdat het een onderdeel is van meerdere in de PDC genoemde producten.

1

2. Financiële dekking Externe Veiligheid- tot 1 januari 2021 en daarna Sinds 2004 verstrekt het Rijk subsidie1 om de kwaliteit van de uitvoering van EV-taken te stimuleren. De subsidie was in de aanvang (na de vuurwerkramp in Enschede) bedoeld om een impuls te geven aan het vakgebied externe veiligheid, en daarmee de veiligheid van de bevolking. In de praktijk is deze subsidie ook ingezet om de uitvoering van EV-taken financieel te dekken. Dit is op zich legitiem, daar door het uitvoeren van EV-taken, EV-taken ook worden gestimuleerd. Hierdoor is de afgelopen jaren bij de omgevingsdiensten expertise opgebouwd op het gebied van externe veiligheid om gemeenten en provincies te ondersteunen bij de uitvoering van (wettelijke) taken op het gebied van externe veiligheid. Vanaf 1 januari 2021 keert het Rijk de bijdrage uit via het provinciefonds en het gemeentefonds. Deze bijdrage is bestemd voor zowel de inzet van RUD Zeeland en VeiligheidsRegio Zeeland. Bovendien wordt het subsidiebedrag gekort. Omdat vanaf 1 januari 2021 de RUD de subsidie niet meer rechtstreeks via Provincie Zeeland ontvangt, moet de RUD vanaf dat moment de uitvoering van de EV-taken in rekening brengen bij de deelnemers. Ditzelfde geldt voor Veiligheidsregio Zeeland, die het subsidiebedrag voor 2021 rechtstreeks via de Provincie Zuid Holland ontving.

De provincie informeerde de gemeenten hierover middels haar schrijven van 15 september 2020 reeds geïnformeerd. In dit schrijven geeft de provincie de deelnemers in overweging, gelet op het belang van het thema externe veiligheid voor gemeenten en inwoners, om de betreffende gelden vanaf 2021 ter beschikking te stellen aan de RUD Zeeland en de Veiligheidsregio Zeeland, en op die manier gebruik te blijven maken van de expertise van deze uitvoeringsdiensten. De VNG heeft benadrukt dat, nu gemeenten van 2021 tot 2024 vanuit het Rijk een gedeelte van de financiën voor externe veiligheid direct in het gemeentefonds ontvangen, de gemeente verantwoordelijk is en blijft voor vergunningverlening, toezicht, handhaving en advisering rondom ruimtelijke ordening. De omgevingsdienst en veiligheidsregio hebben de taak om de gemeente te adviseren over de lokale externe veiligheid. Dit kunnen ze alleen blijven doen als deze taak wordt bekostigd met de uitkering uit het gemeentefonds. De VNG adviseert gemeenten daarover afspraken te maken met de eigen omgevingsdienst en veiligheidsregio. 3. EV-taken EV-taken Veiligheidsregio Zeeland VRZ heeft een wettelijke taak om bij milieuvergunningen voor Bevi-bedrijven (art. 12 Bevi) en bij ruimtelijke ontwikkelingen nabij bedrijven (art. 13 Bevi), transportroutes (art. 9 Bevt) en buisleidingen (art.

12 Bevb) met gevaarlijke stoffen het bevoegd gezag te adviseren over de aspecten zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Daarnaast is VRZ conform art. 25 van de Wet veiligheidsregio’s (Wvr) belast met toezicht en handhaving bij Bevi-bedrijven. Verder is het bestuur van VRZ overeenkomstig Wvr art. 46 verplicht om de bevolking te informeren over risico’s van (onder meer) gevaarlijke stoffen en de mogelijke handelingsperspectieven bij incidenten. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet (naar verwachting op 1 juli 2022) vervallen de besluiten externe veiligheid. De wettelijke adviestaak van de veiligheidsregio op het gebied van externe veiligheid wordt dan anders geregeld. Voor milieuvergunningen voor Bevi-bedrijven geldt dat de adviestaak dan wordt geborgd in art. 3.25 van het Omgevingsbesluit. De wettelijke 1 Van 2012 tot en met 2016 gebeurde dat via een subsidie die werd verleend door de provincie Zuid Holland. Vanaf 2017

ontving de provincie e.e.a. in de vorm van een bijdrage via het Provinciefonds.

2

adviestaak voor ruimtelijke ontwikkelingen wordt geborgd in art. 5.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, de artikelen 10, 14 en 25 van de Wet veiligheidsregio’s en in het regionaal beleidsplan van de veiligheidsregio. Hoewel de adviestaak wettelijk op een andere manier wordt geregeld, zal de omvang van de adviestaak naar verwachting niet noemenswaardig veranderen. De wettelijke adviestaak zal na 1 juli 2022 met de huidige beschikbare capaciteit worden uitgevoerd, indien de bijdrage wordt toegewezen. Mocht dit niet het geval zijn, dan kent dit risico’s voor mens en milieu bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen omdat de middelen en capaciteit voor EV-adviezen over vergunningverlening, toezicht, handhaving en ruimtelijke ordening niet kan worden geleverd. EV-taken RUD Zeeland RUD Zeeland kent voor de EV-taken een onderscheid in basis- en plustaken: Basistaken De EV-taken die onderdeel vormen van vergunningverlening en toezicht en handhaving zijn basistaken. Deze moeten wettelijk gezien door de RUD worden uitgevoerd. Geraamd wordt dat hiervoor een bedrag van € 100.000,-- benodigd is. Plustaken Daarnaast voert RUD Zeeland ook EV-taken uit waarvan de deelnemers niet wettelijk verplicht zijn deze over te dragen aan RUD Zeeland: de plustaken. 4.

Waarom uitvoering van EV-(plus)taken door RUD? Hieronder wordt gemotiveerd aangegeven waarom RUD Zeeland de meest geschikte organisaties in Zeeland zijn om deze taken uit te voeren: In de Kwaliteitscriteria 2.2 (2019) is met betrekking tot EV opgenomen: “Onderstaande activiteiten 1 t/m 5 moeten binnen de overheid uitgevoerd worden. Activiteit 5 wordt bij voorkeur door bovenregionale samenwerkingsverbanden en/of gespecialiseerde bureaus uitgevoerd. Dit geldt ook voor activiteit 6, omdat een relatief groot en ruimtelijk complex grondgebied nodig is om met voldoende frequentie het grote aantal verschillende typen situaties te kunnen beoordelen. 1. Vaststellen EV-situatie op basis van het Bevi, Bevb, Bevt en Basisnet (relatie kunnen leggen tussen risicobronnen en ruimtelijke situatie en ontwikkelingen en vise versa). 2. Inbrengen aspecten externe veiligheid in het kader van vergunningverlening, toezicht en handhaving en Ruimtelijke Ordening. 3. Het bijhouden van de EV-situatie (risicokaart). 4. Toetsen ontvankelijkheid QRA en het beoordelen van het resultaat van een QRA 5. Uitvoeren van risicoberekening in het kader van Bevi, Bevb, Bevt (Safeti, RBMII, LPGrekentool, CAROLA), inclusief uitvoeren van een GR-berekening. 6.

Advisering ten aanzien van verantwoorden groepsrisico (inclusief beheersmaatregelen” Voor al deze taken (met uitzondering van taak 6) dient een organisatie minimaal 2 medewerkers in dienst te hebben die minimaal 1/3 van hun tijd aan deze activiteiten besteden. Het is duidelijk dat, indien de EV-plustaken, die voor RUD Zeeland geraamd worden op € 120.000,--, door de deelnemers afzonderlijk uitgevoerd zouden worden, geen enkele individuele deelnemer aan de kwalteitscriteria kan voldoen. Voor het bijhouden van de risicokaart is bovendien input nodig uit de door de RUD beheerde (en verleende) milieuvergunningen. Het is niet efficiënt om deze gegevens centraal te beheren bij de RUD om vervolgens een deel van deze gegevens bij de deelnemers afzonderlijk te verwerken in 3

de risicokaart. Bovendien vraagt het bijhouden van de risicokaart voor alle deelnemers circa 300 uur op jaarbasis. Per deelnemer iemand opleiden om op jaarbasis 40 uur of minder te werken aan het bijhouden van de risicokaart is niet zinvol. De taken met betrekking tot RO, buisleidingen en beleidsvorming komen op Zeeuwse schaal bezien voldoende frequent voor om hierin de benodigde expertise te behouden. Op het niveau van een individuele deelnemer is dit niet het geval en is het niet ondenkbaar dat er jaren voorbijgaan zonder dat deze taak door één individuele deelnemer uitgevoerd moet worden. Algemeen Bij de RUD en VRZ is de afgelopen 6 jaar veel expertise opgebouwd voor het uitvoeren van deze taken. Tevens is voldoende kwaliteit en capaciteit beschikbaar om ook in de toekomst deze taken te kunnen uitvoeren tegen miminale kosten. 5. Overzicht EV-taken RUD en VRZ In navolgende tabellen wordt aangegeven welke EV-taken de RUD en VRZ jaarlijks uitvoeren. Per taak is een raming gegeven van de jaarlijkse bijbehorende kosten. In de tabel van de RUD is per taak aangegeven of er sprake is van een basis- of plustaak. Basistaken zijn taken die (wettelijk gezien) door de RUD moeten worden uitgevoerd. Plustaken mogen door de deelnemers zelf worden uitgevoerd. VRZ kent geen onderscheid in basis- en plustaken. VRZ heeft alleen wettelijke EV-taken en taken die daaraan ondersteunend zijn.

Taken RUD: Inzet

Inzet

(in €)

(in uren)

140.000

1.051

Generieke taak

30.000

225

Plustaak

10.000

75

Plustaak

40.000 220.000

300 1.652

Nr. Omschrijving 1. Advisering m.b.t. EV voor vergunningverlening/toezicht en handhaving/ruimtelijke ordening

Basistaak VV, TenH zijn basistaak, RO is plustaak

2.

Beleid(svorming)/ondersteunen landelijke ontwikkelingen/ Interne afstemming/verantwoording

3.

Overige wettelijk verplichte taken (bv. buisleidingen/routeringen)

4. Risicokaart Totaal

Taken VRZ: Nr. 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Omschrijving Advisering externe veiligheid - Ruimtelijke ordening Advisering externe veiligheid - Milieuvergunningen voor Bevi-bedrijven Toezicht en handhaving Bevi-bedrijven Risicocommunicatie Gevaarlijke stoffen Beleidsvorming (bijdrage aan Regionaal Risicoprofiel en beleidsplannen) Participatie regionale en landelijke vak- en werkgroepen (Brandweer NL en Coördinatiegroep EV Zeeland) 7. Implementatie Omgevingswet (Ondersteuning gemeenten & provincie t.a.v. het vernieuwde Omgevingsveiligheidsbeleid, advisering op Omgevingsvisies, -plannen en -vergunningen, interne scholing, deelname SamenwerkingsPlatform Omgevingswet Zeeland) Totaal:

Inzet

Inzet

(in €)

(in uren)

53.284 9.625 7.161 1.309 1.309 8.778

761 138 102 19 19 125

17.094

244

€ 98.600

1.408

De bovengenoemde kosten werden tot op heden gedekt door de rechtstreeks van het Rijk verkregen subsidie voor het stimuleren van de kwaliteit van EV-taken. Dit betekent dat een bedrag van € 220.000 (1.652 uur) vanaf 1 januari 2021 niet meer is gedekt door rechtstreeks 4

aan de RUD uitgekeerde subsidie. Voor VRZ gaat het om een bedrag van afgerond € 98.600 (1.408 uur). Voorgesteld wordt daarom om beide bedragen ten laste te leggen van de gemeenten. Voor de RUD is de bovengenoemde inzet voor Externe Veiligheid bepaald op basis van historische gegevens (2018 en 2019) uit het tijdschrijfsysteem van de RUD. De inzet voor EV registreren we tot en met 2020 op één separaat product (subsidies Impuls) in ons tijdschrijfsysteem. Deze registratie was noodzakelijk voor de onderbouwing van de subsidieaanvraag voor Impuls EV. Door deze wijze van registratie is er geen inzicht in de inzet per product (vergunningen, toezicht, (RO) advies) per deelnemer. De inzet van VRZ op de wettelijke taken 1 t/m 4 is eveneens gebaseerd op de urenregistraties uit 2018, 2019 en 2020 voor de onderbouwing voor de subsidieaanvraag voor Impuls EV. De inzet op de ondersteunende taken 5 t/m 7 is bepaald aan de hand van de gegevens uit het teamjaarplan. 6. Begrotingswijziging Het Rijk hanteert een verdeelsleutel om de bijdrage voor het provincie- / gemeentefonds per deelnemer te bepalen; zie hiervoor de navolgende tabel. Op basis van deze verdeelsleutel wordt voorgesteld de totaal door RUD Zeeland en Veiligheidsregio Zeeland geraamde inzet van Externe Veiligheid over de deelnemers te verdelen.

In het overzicht is ook aangegeven welk totaal bedrag per deelnemer door de RUD en VRZ structureel gevraagd wordt.

Deelnemer Borsele Goes Hulst Kapelle Noord-Beveland Middelburg Reimerswaal Schouwen-Duiveland Sluis Terneuzen Tholen Veere Vlissingen Provincie Zeeland Totaal

Te ontvangen bijdrage van het Rijk* 8.000 9.000 5.000 4.000 1.000 6.000 11.000 6.000 4.000 25.000 3.000 2.000 12.000 16.000 112.000

Door RUD te vragen bedrag 15.400 17.600 8.800 8.800 2.200 11.000 22.000 11.000 8.800 48.400 6.600 4.400 24.200 30.800 220.000

Door VRZ te vragen bedrag 8.216 9.243 5.135 4.108 1.027 6.162 11.297 6.162 4.108 25.675 3.081 2.054 12.324 0 98.592

Verschil -15.616 -17.843 -8.935 -8.908 -2.227 -11.162 -22.297 -11.162 -8.908 -49.075 -6.681 -4.454 -24.524 -14.800 -206.592

* bijdrage bestemd voor zowel de RUD als VRZ .

Het door VRZ te vragen bedrag is gebaseerd op het uurtarief Schaal 10, productieve uren, excl. btw uit de Handleiding Overheidstarieven 2021, die is vastgesteld door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Dit betreft een uurtarief van €70,-. VRZ vraagt alleen

5

de personeelslasten. De kosten voor overhead en ondersteuning worden gedekt uit de algemene middelen van VRZ. Het door RUD Zeeland te vragen bedrag is gebaseerd op de vastgestelde tarievenlijst P*Q voor 2021. Vervolg besluitvorming RUD Na instemming door het Algemeen Bestuur RUD wordt de door RUD Zeeland gevraagde bijdrage voor EV-taken toegevoegd aan het Jaarplan 2021. Vervolg besluitvorming VRZ Na instemming door het Algemeen Bestuur VRZ wordt dit verwerkt in de Begroting 2023. Voor 2021 en 2022 geldt dat dekking van de werkzaamheden voor rekening van VRZ komen. 7. Beoogd effect Bestendiging van de huidige situatie, hetgeen inhoudt dat de deelnemers akkoord gaan dat:  RUD Zeeland en Veiligheidsregio Zeeland de huidige EV-taken blijven uitvoeren voor de deelnemers;  de deelnemers zorgdragen voor voldoende en adequate financiering van de uitvoering van de EV-taken. 8. Uitvoering en communicatie a. B1. Planning RUD 21 juli 2021 4 augustus 2021 13 september 2021 15 september 2021 10 november 2021 11 november 2021 15 november 2021 6 december2021 7 december 2021

: MT : Informeren BC : DB : Start zienswijzeprocedure (verzending begrotingswijziging) : Einde zienswijzeprocedure : Nazending stuk DB : DB inclusief zienswijzen : AB inclusief zienswijzen : Addendum op Jaarplan 2021

B2. Planning VRZ 31 augustus 20 september 21 september 30 september 14 oktober 16 oktober 16 december 2 december 17 december

: MT : BAO : ACF : DB : AB (eerste behandeling) : Start zienswijze procedure (verzending begrotingswijziging) : Einde zienswijzeprocedure : DB inclusief zienswijzen : AB inclusief zienswijzen

6

AB voorstel: financiering externe veiligheid Agendapunt: IZISnummer: 00274987

Terneuzen, mei 2021 Opsteller: Patrick van den Brande, André Lindenbergh en Gerben Vonk

Portefeuillehouder: VV ______________________________________________________________________________ Aan het AB van RUD Zeeland 1. Gevraagde beslissing / besluit Vaststellen 4e begrotingswijziging 2021 en 1e begrotingswijziging 2022: Financiering externe veiligheid (EV) voor RUD Zeeland. 2. Effect van het besluit Structureel aanpassen van de begroting vanaf 2021. 3. Samenvatting De bijlage bij dit voorstel bevat een nadere toelichting op de EV taken en de begrotingswijziging voor zowel de deelnemers van RUD Zeeland als Veiligheidsregio Zeeland. De begrotingswijziging voor RUD Zeeland bestaat uit de volgende taken en inzet per deelnemer; voor de tarieven baseren we ons op P*Q en de tarievenlijst 2021: Taken: Inzet

Inzet

(in €)

(in uren)

140.000

1.051

Generieke taak

30.000

225

Plustaak

10.000

75

Plustaak

40.000 220.000

300 1.652

Nr. Omschrijving 1. Advisering m.b.t. EV voor vergunningverlening/toezicht en handhaving/ruimtelijke ordening

Basistaak VV, TenH zijn basistaak, RO is plustaak

2.

Beleid(svorming)/ondersteunen landelijke ontwikkelingen/ Interne afstemming/verantwoording

3.

Overige wettelijk verplichte taken (bv. buisleidingen/routeringen)

4. Risicokaart Totaal

Inzet per deelnemer: Deelnemer

Door RUD te vragen bedrag Borsele 15.400 Goes 17.600 Hulst 8.800 Kapelle 8.800 Noord-Beveland 2.200 Middelburg 11.000 Reimerswaal 22.000 Schouwen-Duiveland 11.000 Sluis 8.800 Terneuzen 48.400 Tholen 6.600 Veere 4.400 Vlissingen 24.200 Provincie Zeeland* 30.800 Totaal 220.000 *Provincie Zeeland verwerkte de mutatie voor 2021 al de in het Jaarplan en begroting van 2021

4. Uitvoering en communicatie a. Aanpak n.v.t. b. Planning 13 september 2021 15 september 2021 10 november 2021 11 november 2021 15 november 2021 25 november 2021 6 december2021 7 december 2021

: DB : start zienswijzeprocedure (verzending begrotingswijziging) : einde zienswijzeprocedure : nazending stukken DB : DB inclusief zienswijzen : deelnemersoverleg : AB inclusief zienswijzen : addendum op Jaarplan 2021

5. Risico’s, kosten, baten en dekking (restant budget) a. Risico’s: (kosten-baten), niet gehonoreerd wat dan + risico’s besluit b. Organisatorisch (wat betekent dit voor de organisatie) Structurele mutaties worden verwerkt in de Jaarplannen en planningen van de afdelingen c. Juridisch n.v.t.

Uren 116 132 66 66 17 83 165 83 66 363 50 33 182 231 1.652

d. Financiën De 4e begrotingswijziging Externe Veiligheid 2021 en 1e wijziging begroting 20221 leidt tot de volgende aanpassingen in de deelnemersbijdragen voor de begroting 2021 en begroting 2022: Begroting 2021

Deelnemer

Begroting 2022

Begroting na 3e 4e wijziging: Begroting na wijziging EV 4e wijziging

Primaire begroting 1e wijziging 2022 2022

Begroting 2022 na 1e wijziging

Begroting 2023 na 1e wijziging

Begroting 2024 na 1e wijziging

Begroting 2025 na 1e wijziging

Borsele

576.702

15.400

592.102

584.000

15.500

599.500

601.400

606.800

612.200

Goes

647.819

17.600

665.419

615.300

17.800

633.100

635.100

640.800

646.500

Hulst

563.540

8.800

572.340

578.100

8.900

587.000

588.800

594.200

599.600

Kapelle

265.853

8.800

274.653

266.700

8.900

275.600

276.400

278.900

281.400

Noord-Beveland

242.047

2.200

244.247

222.900

2.200

225.100

225.800

227.900

230.000

Middelburg

293.537

11.000

304.537

297.700

11.100

308.800

309.700

312.500

315.300

Reimerswaal

476.544

22.000

498.544

494.200

22.200

516.400

518.000

522.600

527.200

Schouwen-Duiveland

688.647

11.000

699.647

687.900

11.100

699.000

701.200

707.600

714.000

Sluis

746.017

8.800

754.817

744.100

8.900

753.000

755.400

762.300

769.200

1.014.550

48.400

1.062.950

978.200

48.800

1.027.000

1.030.100

1.039.200

1.048.300

Tholen

336.968

6.600

343.568

332.800

6.700

339.500

340.600

343.600

346.800

Veere

218.728

4.400

223.128

226.200

4.400

230.600

231.300

233.400

235.500

Vlissingen

340.594

24.200

364.794

296.600

24.400

321.000

321.900

324.700

327.500

Waterschap

37.765

0

37.765

95.500

0

95.500

95.800

96.700

97.600

Provincie*

5.131.728

0

5.131.728

3.596.400

31.100

3.627.500

3.638.900

3.672.300

3.705.900

Totaal

11.581.039

189.200

11.770.239

10.016.600

222.000

10.238.600

10.270.400

10.363.500

10.457.000

Terneuzen

*Provincie Zeeland heeft EV al verwerkt in het Jaarplan / Begroting 2021

e. Overige consequenties n.v.t.

Bijlagen:  

Bijlage bij voorstel RUD en VRZ voor financiering Externe Veiligheid Advies begeleidingscommissie ten aanzien van de begrotingswijziging

1 Voor de wijziging 2022 pasten we de uitgangspunten, inflatiecorrectie van +0,9%, van de begroting 2022 toe op de

wijziging voor 2022. De begroting 2022 is vastgesteld door het AB op 5 juli 2021.

begeleidingscommissie datum onderwerp

20 januari 2021 voorstel Financiering externe veiligheid

aan het dagelijks bestuur van de RUD-Zeeland p/a Postbus 35 4530 AA TERNEUZEN Geacht bestuur, De begeleidingscommissie heeft op 12 januari 2021 het ontwerp-voorstel ‘Financiering externe veiligheid’, inclusief de daaruit voortvloeiende ontwerp 2e begrotingswijziging 2021 besproken. De begeleidingscommissie merkt op dat de 2e begrotingswijziging 2021 een structureel karakter heeft. De verhoging van het gemeente- en provinciefonds bij de deelnemers voor deze taak is (vooralsnog) maar voor de periode 2021-2024 toegekend en is tevens bedoeld voor de taken externe veiligheid van de Veiligheidsregio Zeeland (VRZ). Wij vragen u in het voorstel duidelijk te maken dat de toevoeging aan het gemeentefonds voor beide gemeenschappelijke regelingen bestemd is en hierin geen onderverdeling is gemaakt. Duidelijkheid over de financiële bijdrage die de VRZ in dat kader bij deelnemers van de RUD Zeeland zal neerleggen, zou het beeld compleet maken. De begeleidingscommissie heeft de ambtelijke vertegenwoordigers van de RUD Zeeland verder een aantal tekstuele verbetersuggesties gegeven. Zonder tegenbericht gaat de begeleidingscommissie er van uit dat deze in de definitieve versie worden verwerkt. De begeleidingscommissie geeft, rekening houdend met bovenstaande, een positief advies over dit voorstel. Desgewenst is de begeleidingscommissie bereid de inhoud van deze brief nader toe te lichten.

De begeleidingscommissie verzoekt u deze reactie/dit advies aan de deelnemers en aan het algemeen bestuur beschikbaar te stellen. Met vriendelijke groet, namens de begeleidingscommissie,

Ronny de Troije voorzitter

Pagina 1 van 1

Onderwerp: KVNRO symposium Corona accentueert noodzaak civiel-militaire samenwerking 25 november Gemeenten t.a.v. College van B&W, gemeenteraad, gemeentesecretaris en medewerkers crisisbeheersing en OOV Geachte relatie, Op donderdagmiddag 25 november organiseert de Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reserveofficieren (KVNRO) in Stroe haar tweejaarlijkse symposium over civiel-militaire samenwerking in de nationale veiligheid. De coronacrisis zal dit jaar als centraal thema worden besproken. Diverse ervaren sprekers leveren een bijdrage aan dit symposium onder wie de Commandant der Landstrijdkrachten, de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid en de bestuursvoorzitter van de Veiligheidsregio Limburg-Zuid. Het programma wordt gecompleteerd met een bijdrage uit Zweden en een interactieve paneldiscussie. Het symposium staat open voor bestuurders, beleidsmedewerkers en overige geïnteresseerden die binnen het civiele en militaire veiligheidsdomein werkzaam zijn. Het symposium wordt hybride georganiseerd, zowel fysieke als online deelname is mogelijk. Kosten voor deelname zijn gering. Tijdens het symposium worden ook enkele powerpitches gepresenteerd over creatieve/innovatieve ideeën die een positieve bijdrage kunnen leveren aan de civielmilitaire samenwerking in crisisbeheersing en rampenbestrijding.

Ideeën hiervoor kunnen nog tot 15 oktober worden ingediend via het mailadres gjludden@icloud.com. Voor meer achtergrondinformatie over het programma, de powerpitches en de aanmeldingsprocedure zie onderstaande link. https://www.kvnro.nl/2021/05/05/symposium-2021-coronacrisis-accentueert-noodzaakciviel-militaire-samenwerking/ Mocht u zich al hebben aangemeld, dan kunt u deze mail wellicht doorzetten naar een geïnteresseerde collega? Als organisatie zien wij uit naar een mooi programma op 25 november met hopelijk zoveel mogelijk deelnemers. Met vriendelijke groet, Gert-Jan Ludden Voorzitter organiserend comité KVNRO 06-51817733

Brief aan de veiligheidsregio’s T.a.v. het bestuur

Datum

6 september 2021 Kenmerk

TAZ/U202100745/ Lbr. 21/066 LOGA 21/06 Telefoon

070 3738393 Bijlage(n)

1

Onderwerp

LOGA-circulaire: Regeling Netto FLO -spaartegoed

Samenvatting Deze brief gaat in op de nieuwe Netto FLO-spaarregeling ter vervanging van de gemeentelijke levensloopregeling FLO-overgangsrecht (hoofdstuk 9e CAR-UWO).

College van Arbeidszaken / VNG Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl

U202100745

PROD

Aan de veiligheidsregio’s

Datum

6 september 2021 Kenmerk

TAZ/U202100745/ Lbr. 21/066 LOGA 21/06 Telefoon

070 3738393 Bijlage(n)

1

Onderwerp

LOGA-circulaire: Regeling Netto FLO -spaartegoed

Geacht bestuur, Deze brief gaat in op de nieuwe Netto FLO-spaarregeling ter vervanging van de gemeentelijke levensloopregeling FLO-overgangsrecht (hoofdstuk 9e CAR-UWO). 1. Het startsaldo Netto FLO-spaartegoed op 1 januari 2022 In verband met de beëindiging van de levensloopregeling per 1 januari 2022 is besloten de bruto levenslooptegoeden opgebouwd bij Loyalis/ASR in maximaal drie tranches (2019, 2020 en 2021) te belasten en netto over te brengen naar een speciaal daarvoor door de ambtenaar geopende rekening. Ook de bedragen die in de loop der jaren op de netto polis bij Loyalis/ASR (Aanvullingsplan Netto) zijn overgemaakt (inclusief de versneld spaarbedragen over 2020 en 2021) gaan eind 2021 over naar de eerdergenoemde rekening van de ambtenaar. Rekening houdend met een vastgesteld bedrag aan bankkosten over de periode 1 september 2019 tot 1 januari 2022 en een gemiddeld rentepercentage over de jaren 2020 en 2021 stelt de werkgever het startsaldo virtueel Netto FLO-spaartegoed op 1 januari 2022 vast. Dit is een virtueel door de werkgever vastgesteld bedrag omdat de werkgever geen kennis heeft van de daadwerkelijke rente en bankkosten van de rekening die de ambtenaar heeft geopend. Ieder jaar ontvangt de ambtenaar een opgave van zijn virtueel Netto FLO-spaartegoed.

Het startsaldo virtueel Netto FLO-spaartegoed per 1 januari 2022 vormt de basis voor het bereiken van een doelsaldo van 225% netto van de berekeningsgrondslag als bedoeld in artikel 9f:2 CAR-UWO op jaarbasis in de maand voorafgaand aan de maand waarin de ambtenaar de leeftijd van 55 jaar bereikt.

College van Arbeidszaken / VNG Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl

U202100745

PROD

2. De maandelijkse werkgeversbijdrage Netto FLO-spaartegoed vanaf 1 januari 2022 Vanaf 1 januari 2022 vervangt de maandelijkse werkgeversbijdrage Netto FLO-spaartegoed de maandelijkse werkgeversbijdrage levensloop. De vaststelling van de maandelijkse werkgeversbijdrage Netto FLO-spaartegoed geschiedt jaarlijks op basis van het laatstelijk vastgestelde virtuele Netto FLO-spaartegoed, de hoogte van het voor de ambtenaar geldende doelsaldo Netto FLO-spaartegoed, de leeftijd van de ambtenaar, het gemiddelde rentepercentage en de bankkosten. Vaststelling geschiedt door het Expertisebureau IFV onderdeel van het stafbureau Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV). Het Expertisebureau vraagt hiervoor jaarlijks gegevens uit bij de veiligheidsregio’s. De hoogte van de werkgeversbijdrage Netto FLO-spaartegoed bedraagt in aanvang maximaal (vanaf 1 januari 2022) 12,5% van de berekeningsgrondslag en kan oplopen tot 20%. De controle op het bereiken van het doelsaldo vindt plaats 6 maanden voorafgaand aan het bereiken van de leeftijd van 55 jaar van de ambtenaar. 3.

De methodische gelijkschakeling tussen Loga-pad-volgers en Loga-pad-verlaters De ambtenaar die het LOGA-pad niet volgt, wordt methodisch gelijkgeschakeld met de ambtenaar die het LOGA-pad volgt, dat wil zeggen dat voor de vaststelling van het (startsaldo) Netto FLOspaartegoed wordt uitgegaan van een “virtueel” levenslooptegoed; het levenslooptegoed dat de ambtenaar gehad zou hebben als hij het LOGA-pad had gevolgd. 4. De hoogte en keuze van de inzet van het Netto FLO-spaartegoed Ingangsdatum volledig buitengewoon verlof vanaf 1-1-2022 Vanaf het moment dat de ambtenaar gebruik gaat maken van volledig buitengewoon verlof wordt het virtueel Netto FLO-spaartegoed ingezet ter financiering van de aanspraak op een uitkering FLOovergangsrecht van 75% netto. Het maandelijks in te zetten virtuele netto FLO-spaarbedrag wordt vastgesteld door het laatst vastgestelde virtuele saldo Netto FLO-spaartegoed te delen door de duur van het volledig buitengewoon verlof in maanden. De werkgever vult dit bedrag aan tot 75% netto en betaalt dit maandelijks gebruteerd aan de ambtenaar uit. Gedurende de periode van buitengewoon verlof vindt jaarlijks op basis van het per 1 januari vastgestelde virtuele Netto FLO-spaartegoed vaststelling van het bedrag van de maandelijkse opname plaats. In de laatste maand van het buitengewoon verlof zal een definitieve eindafrekening plaatsvinden.

Of de medewerker dit bedrag inzet respectievelijk of de medeweker überhaupt nog kan beschikking over dit spaartegoed ligt geheel bij de medewerker. De werkgever gaat hier wel ter bepaling van de aanvulling tot 75% netto van uit. Ingangsdatum volledig buitengewoon verlof voor 1-1-2022 Voor de ambtenaar die op 1 januari 2022 al gebruik maakt van het volledig buitengewoon verlof wordt voor de vaststelling van de hoogte van het bedrag van de maandelijkse opname uit het virtuele Netto FLO-spaartegoed gerekend met de vanaf 1 januari 2022 nog resterende duur van de periode van volledig buitengewoon verlof in maanden.

College voor Arbeidszaken / VNG

3/5

Keuzemogelijkheid Zowel Loga-pad-volgers als Loga-pad-verlaters hebben bij aanvang van het volledig buitengewoon verlof eenmalig de keuzemogelijkheid om het volledige virtuele Netto FLO-spaartegoed in te zetten in de maanden voorafgaande aan het ontslag. Vaststelling van de duur van deze periode vindt plaats door het laatst vastgestelde virtuele Netto FLO-spaartegoed te delen door het bedrag dat hoort bij een aanspraak van 75% netto. Gedurende deze periode wordt het virtueel Netto FLO-spaartegoed ingezet ter financiering van de aanspraak op een uitkering FLO-overgangsrecht van 75% netto. Het maandelijks in te zetten virtuele netto FLO-spaarbedrag wordt vastgesteld door het laatste vastgestelde virtuele saldo netto FLO-spaartegoed te delen door de resterende duur van het volledig buitengewoon verlof in maanden. De werkgever vult dit bedrag aan tot 75% netto en betaalt dit maandelijks gebruteerd aan de ambtenaar uit. De ambtenaar die op 1 januari 2022 al gebruik maakt van het volledig buitengewoon verlof, heeft eveneens de mogelijkheid om het netto FLO-spaartegoed op een gelijke wijze als hiervoor aangegeven in te zetten. 5.

Het vaststellen van een afkoopbedrag bij beëindiging van de werkzaamheden in de bezwarende functie voordat de ambtenaar de leeftijd van 55 jaar heeft bereikt De ambtenaar die, voordat hij de leeftijd van 55 jaar heeft bereikt, zijn werkzaamheden in de bezwarende functie beëindigt heeft recht op een afkoopbedrag. Deze situatie kan zich voordoen indien de ambtenaar ontslag op eigen verzoek neemt, een andere niet bezwarende functie aanvaardt, bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid en bij overlijden van de ambtenaar. Bij disciplinair ontslag (art. 8:13 CAR-UWO) bestaat geen aanspraak op een afkoopbedrag. De hoogte van het afkoopbedrag bedraagt het verschil tussen het doelsaldo Netto FLOspaartegoed en het reeds opgebouwde virtuele saldo netto FLO-spaartegoed, berekend op de datum van ontslag. 6. Pensioenopbouw Gedurende de periode dat de ambtenaar gebruik maakt van het FLO-overgangsrecht als bedoeld in artikel 9f:3, bouwt hij pensioen op over de volledige berekeningsgrondslag. Het verhaal van het werknemersgedeelte pensioenpremie is gelijk aan het bedrag alsof de ambtenaar nog in actieve dienst is. Bovengenoemde afspraken zijn opgenomen in een nieuw hoofdstuk 9h van de CAR. Dit hoofdstuk treft u in de bijlage aan. 7. Afkoop In hoofdstuk 9h zijn de regels voor de afkoop van het FLO-spaartegoed gewijzigd. Deze wijzigingen (o.a.

aanspraak bij het overlijden van de ambtenaar) hebben een terugwerkende kracht tot 1 januari 2020. De dienovereenkomstige wijzigingen in hoofdstuk 9e van de CAR treft u eveneens in de bijlage aan.

College voor Arbeidszaken / VNG

4/5

Inwerkingtreding De voorgestelde wijzigingen in de CAR-UWO (opname hoofdstuk 9h) treden in werking met ingang van 1 januari 2022. De wijzigingen in hoofdstuk 9e treden in werking per heden en werken terug tot 1 januari 2020. Rechtskrachtbepaling De CAR-UWO geldt alleen voor veiligheidsregio’s. De LOGA-brief van 30 oktober 2019 (kenmerk: TAZ/U201901034) heeft u geïnformeerd over de rechtspositieregeling voor personeel veiligheidsregio’s per 1/1/2020.1 Op grond van hun aansluitingsovereenkomst bij de VNG zijn veiligheidsregio’s gehouden om uitvoering te geven aan de in het LOGA overeengekomen CAR-bepalingen en de nadien overeengekomen wijzigingen daarvan. De CAR en de UWO is geen cao in de zin van de Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst, waardoor overeengekomen wijzigingen niet rechtstreeks doorwerken in de aanstelling van individuele ambtenaren. Het bestuur van de veiligheidsregio is verplicht en bevoegd, voor personeel in dienst van de veiligheidsregio, de overeen gekomen wijzigingen vast te stellen. Hoogachtend, Landelijk overleg Gemeentelijke Arbeidsvoorwaarden

Janine Jongepier Secretaris College voor Arbeidszaken

Deze ledenbrief staat ook op www.vng.nl

1 https://vng.nl/sites/default/files/2019-11/20191030_ledenbrief_rechtspositieregeling-voor-

personeel-veiligheidsregio-per-1-1-2020.pdf

College voor Arbeidszaken / VNG

5/5

Bijlage bij LOGA-brief U202100745

Bijlage 1 CAR teksten A. Artikel 9e:11, tweede lid wordt vervangen door: 2. De ambtenaar bedoeld in artikel 9e:8, derde lid, wiens deelname aan de levensloopregeling FLOovergangsrecht eindigt op grond van artikel 9e:10, tweede lid onder a of b, voordat hij het moment van ingang van onbetaald volledig verlof bereikt, bedoeld in artikel 9b:11, tweede lid, of 9b:35, tweede lid, heeft recht op een afkoopbedrag, tenzij het ontslag plaatsvindt op grond van artikel 8:13.

B. Artikel 9e:15, eerste lid wordt vervangen door: 1.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10636806/1