21-143 Bijlage 1. Projectplan restauratie Stadhuis Middelburg
Tekst van het document
Projectplan Stadhuisgevels Middelburg
Bijlage 2 Datum: 31 maart 2021 Onderwerp: Projectplan voorbereiding restauratie natuurstenen onderdelen Stadhuis Middelburg Referentie: Bijlage(n): -
PROJECTPLAN RESTAURATIE NATUURSTENEN GEVELS STADHUIS MIDDELBURG Inleiding Door de heet H. Sinke, van de Bouwwinkel Zeeland, is Rothuizen Erfgoed (in opdracht van de gemeente Middelburg) gevraagd een Plan van Aanpak op te stellen voor een onderzoek naar de staat van de natuurstenen elementen van de gevel van het Stadhuis op de Markt. In dit projectplan zijn ook het leveren van een voorlopig restauratieplan en een globale budgetbepaling opgenomen. Leidend in het hele project is de veiligheid van bezoekers- en passanten tegen afkomende onderdelen. Met de heer Sinke is op 1 september 2020 een ronde om het gebouw gemaakt en zijn de vraag en de voorgeschiedenis besproken. Telefonisch is overleg gevoerd met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Afkadering Het onderstaande heeft vooralsnog betrekking op de natuurstenen onderdelen van de gevels van het monumentale deel van het complex en laat de na-Oorlogse (voornamelijk bakstenen) delen buiten beschouwing. Ook wordt niet ingegaan op de staat van de andere materialen aan de gevels. Deze zullen wél onderdeel gaan uitmaken van een uiteindelijk restauratieplan. In dit stuk wordt echter de nadruk gelegd op de natuurstenen elementen. De notitie vervolgt hierna met een beknopte samenvatting (hoofdstuk 1), waarin in grote lijnen het projectplan wordt uitgelegd.
Een nadere inhoudelijke verklaring van de fasering en de diverse werkzaamheden kunt u vinden in hoofdstuk 2.
1. SAMENVATTING 1.1 Vooronderzoek In het vooronderzoek, uitgevoerd door Bouwwinkel Zeeland in samenwerking met Muurpathologie, is in een eerste verkenning vastgesteld dat onderdelen van het Stadhuis minder stabiel zijn geworden. Enkele onderdelen zijn afgekomen of dreigen af te komen. Een aantal van deze potentieel gevaarlijke onderdelen zijn tijdens de inspectie afgenomen. Grotere potentieel gevaarlijke onderdelen zullen middels netten tijdelijk gezekerd worden. Conclusie van dit vooronderzoek is, dat een intensieve onderhoudsronde of restauratie noodzakelijk is geworden. De volgende stap is het preciezer in kaart brengen van de problematiek, het opstellen van een restauratievisie en het ramen van de herstelkosten.
1/9
Projectplan Stadhuisgevels Middelburg
1.2 Voorbereiden restauratieplan in twee fasen Het vooronderzoek door Muurpathologie en de Bouwwinkel concludeert dat zowel parement als het beeldhouwwerk een behoorlijk grote restauratiebehoefte heeft. Het voorbereiden van een restauratie van een object als het Stadhuis van Middelburg vraagt een heel gedetailleerde opname en planvorming die behoorlijk arbeids- en tijdsintensief is. Deze werkzaamheden kunnen bijna niet anders dan vanaf een steiger worden uitgevoerd. Daarom stellen wij een aanpak voor in bouwteam en in twee fasen: a) In fase 1 wordt de omvang van de schade zowel in technische als in financiële zin in kaart gebracht in de vorm van een globaal restauratieplan. Hiervoor zal voornamelijk gebruik worden gemaakt van zogenaamde orthofoto’s en globale opnamen m.b.v. een hoogwerker. Daarnaast worden vergunningen aangevraagd en stukken geproduceerd ten behoeve van de selectie van de bouwteampartner en eventuele subsidieaanvragen. b) Fase 2 hoeft pas te starten als de vergunningen er zijn of er zicht is op verlening en budgettair ruimte gecreëerd is. Dan pas wordt het plan verder uitgewerkt met behulp van nauwkeurige opname op steigers, waarna direct daaropvolgend de uitvoering kan starten.
Bij deze aanpak wordt de gedetailleerde planvorming vanaf steiger naar de periode vlak vóór de uitvoering geschoven, zodat de steiger niet ongebruikt komt te staan en een groot deel van de voorbereidingskosten vooruit wordt geschoven. Wél is het sterk aan te bevelen al vroeg in fase 1 zeer gedetailleerde tekeningen van de bestaande toestand (op blokniveau) te laten maken. Bij voorkeur door een ter zake kundig tekenbureau dat tevens fotogrammetrische foto’s kan leveren. Dit voorkomt dubbel werk en vermindert het risico van fouten. Het is van belang dat deze tekeningen in afstemming met de architect worden vervaardigd, om zo vertraging of hindernissen later in het proces te voorkomen.
1.3 Bouwteam Wij stellen voor het werk in bouwteam aan te besteden. Dit verkort aanzienlijk de tijd dat een steiger nodig is ten opzichte van een traditionele aanbesteding en voorkomt onnodig hoge steigerkosten. Een plan gebaseerd op een opname vanuit een kraanbak of hoogwerker kan niet anders dan een globaal restauratieplan / restauratie ontwerp opleveren. Om hierop een traditionele aanbesteding uit te voeren betekent dat er onzekerheden en daarmee het risico van aanmerkelijke afwijkingen van het plan tijdens de uitvoering kunnen optreden. Daarnaast committeert de aannemer als lid van het bouwteam zich in de bouwteamfase aan het plan, wat discussie tijdens de uitvoering vermindert. Hij is medeopsteller van het plan.
2. FASERING 2.1 Fase 1: Ontwikkelen globaal restauratieplan 2.1.1 Inventarisatie steensoorten en bouw- en restauratiegeschiedenis Door de eeuwen heen is het Stadhuis vele malen uitgebreid, hersteld en aangepast. De werkzaamheden zijn uitgevoerd met de toepassing van verschillende soorten lichte (zandige)kalksteen. Deze verschillende soorten hebben een verschillende wijze van verweren, en een 2/9
Projectplan Stadhuisgevels Middelburg
verschillend gedrag met betrekking tot desintegratie en het afstoten van (onder)delen. Daarnaast blijken in het verleden uitgevoerde reparaties te falen. Niet alleen hebben de verschillende steensoorten een verschillend gedrag, ook de tijd dat zij in de gevel zitten (reeds verstreken levensduur) en de oriëntatie is, in combinatie met het verweringsbeeld, van belang voor de keuzes die gemaakt moeten worden. Een blok met een verwering die ontstaan is over een periode van een aantal eeuwen heeft bijvoorbeeld een verwachte langere restlevensduur dan een blok met een vergelijkbare verwering die zestig jaar geleden is aangebracht. De noodzaak tot ingrijpen zal daarom in het eerste geval minder urgent zijn dan in het tweede. Het zelfde geldt voor blokken met een grotere of geringere expositie aan de elementen en blokken die al of niet aan de vuurlast zijn blootgesteld. Het komt er op neer dat voor een terdege plan het noodzakelijk is om van bijna alle blokken te weten van welk materiaal ze zijn gemaakt; hoelang ze in het gebouw zitten; onder welke oriëntatie en wat de mate van verwering is. Dit betekent dat er enerzijds moet worden vastgesteld uit welke steensoort de verschillende blokken gemaakt zijn, maar daarnaast bouwhistorisch onderzoek moet worden gedaan om aan te geven welke steensoorten in welke periode werden gebruikt en wat er mee hersteld is.
Dit komt samen in een rapportage bij een set tekeningen waarop per onderdeel staat aangegeven waar het uit bestaat en wanneer het in de gevel verwerkt is. Het onderzoek zal in eerste instantie bestaan uit het bijeenbrengen van de literatuur en archiefbronnen. Een belangrijke bron is het onderzoek van Haakma Wagenaar, die het gebouw tijdens de Oorlog in uitgebrande staat heeft onderzocht en gedocumenteerd. Daarnaast is het werk van H. Hundertmark ten behoeve van Monumenten in Nederland van belang. Ook geeft waarschijnlijk het archief van Cuypers, waarvan bekend is dat deze over het algemeen zeer goede restauratieverslagen opstelde, inzicht in de bij de intensieve restauratie eind van 19e eeuw toegepaste natuursteensoorten. Tijdens de technische opname in Fase 1 worden de natuursteensoorten gekarteerd. Hiervoor is het noodzakelijk om van tekeningen op blokniveau te kunnen werken. Dit betekent dat gestart moet worden met het vervaardigen van tekeningen van de bestaande toestand op blokniveau. Voor het verwerken van de steensoorten inventarisatie op deze tekeningen in fase 1, is het van belang dat de onderliggende basis (de puntenwolk en de orthogrammetrische foto’s) ook door het tekenbureau geleverd worden.
3/9
Projectplan Stadhuisgevels Middelburg
Afb. 1. Voorbeeld inventarisatie natuursteensoorten op bestaande toestand tekening (blokniveau)
4/9
Projectplan Stadhuisgevels Middelburg
Afb. 2. Voorbeeld aangeven ouderdom materialen in wimbergvullingen van natuursteen.
2.1.2 Tekeningen bestaande toestand op blokniveau De meest efficiënte manier om geveltekeningen te genereren is het inscannen met laserapparatuur en op basis van de scan en hoge kwaliteit foto’s een zogenaamde orthogrammetrische foto van de gevel te vervaardigen. Deze wordt vervolgens overgetekend in een 2D lijntekening (bij voorkeur in een autocad formaat). Het is raadzaam een heel gedetailleerde scan te laten maken en meteen de tekeningen op blokniveau uit te laten werken. Hierdoor staan de gegevens die voor de uitvoering nodig zijn al meteen op tekening en kan door het in- en uitschakelen van lagen gekozen worden om een meer of minder gedetailleerd beeld te genereren. Het uittekenen van natuurstenen gevels op blokniveau vergt mogelijk enig overleg tussen het tekenbureau en de architect. Op basis van referentie tekenwerk kan Rothuizen de tekenaar eventueel helpen om de digitale opbouw van tekeningen (in verschillende layers en polylines) op een niveau te krijgen waar gedurende het hele planproces profijt van wordt ondervonden.
5/9
Projectplan Stadhuisgevels Middelburg
Afb. 3. Voorbeeld tekening op blokniveau, uitgewerkt in layers en verschillende polylines. Elk individueel blok is “aan te klikken” en te onderscheiden.
2.1.3 Globaal restauratieplan Vanuit een hoogwerker worden de gevels onderzocht voor een globaal restauratieplan. Voor de toren zal middels een kraanbak moeten worden opgenomen. Hierbij worden niet alleen de inventarisatie van de steensoorten, maar ook hun technische staat vastgelegd. Het scala van aanwezige steensoorten wordt met deze werkzaamheden geïnventariseerd en zoveel mogelijk in kaart gebracht. Hiervoor zal gewerkt worden met de software Metigo Map en worden de gegevens direct op een tablet ingevoerd. Eventueel worden monsters genomen als dat voor de identificatie noodzakelijk is. Dit onderzoek wordt uitgevoerd in samenwerking met in ieder geval de natuursteendeskundige van de RCE, maar mogelijk wordt ter identificatie van specifieke steensoorten kennis uit België of Noord- Frankrijk ingebracht. Ook bij TNO in Delft is veel kennis van natuursteen aanwezig. Hieruit moet een eerste kartering van de aanwezige steensoorten worden ingetekend.
6/9
Projectplan Stadhuisgevels Middelburg
Tegelijkertijd met de inventarisatie van de steensoorten wordt een zo grondig mogelijke inventarisatie van de schadebeelden uitgevoerd. In Metigo Map worden de schadefenomenen vastgelegd middels de internationale standaard van ICOMOS-ISCS, de “Illustrated glossary on stone deterioration patterns”. Vanuit een hoogwerker of kraanbak is een technische opname maar beperkt mogelijk doordat niet alle delen van de gevel even goed bereikbaar zijn en de tijd waarin kan worden opgenomen gelimiteerd is. De technische opname zal dus noodgedwongen globaal zijn. Op basis van kennis en ervaring moet worden ingeschat welke schades vermoed worden of (nog) niet zichtbaar zijn. Met de kennis van de wijze waarop steensoorten verweren en gecombineerd met de tijdspanne waarover de verwering heeft plaats gevonden, kan de urgentie van herstel worden ingeschat en een wijze van herstel worden voorgesteld. Dit is een belangrijk deel van de restauratievisie; waarin omschreven staat wat het aangetroffen schadebeeld is, hoe dit te herstellen is en waarom op die manier. Een ander belangrijk onderdeel van de ontwikkeling van de restauratievisie is het zoeken naar vervangende steensoorten en het onderzoeken van de leveringsmogelijkheden en prijs.
Op basis van de schade inventarisatie en de restauratievisie kan een globale raming worden opgesteld die kan worden gebruikt voor de budgetbepaling en eventuele uitvoeringsstrategie/fasering, globale planning en subsidieaanvraag. Dit hele proces om tot een globaal restauratieplan te komen, wordt begeleid door een Restauratieteam waarin naast de opdrachtgever en de architect, in ieder geval de natuursteendeskundige van de RCE zitting heeft. Het globale restauratieplan zal bestaan uit: - Bouwhistorische informatie, restauratievisie en “receptenboek”. Het laatste document beschrijft per soort ingreep het waarom van de gekozen methode; - Tekeningen van de bestaande toestand met aangegeven de steensoorten en de schade; - Hersteltekeningen waarop aangegeven staat wat op welke manier wordt hersteld; - Een concept bestek met daarin de technische en kwaliteitseisen. - Fotorapportage/ orthofoto’s. Dit restauratieplan kan gebruikt worden voor de selectie van een bouwteampartner. Potentiele bouwteampartners kunnen het werk afprijzen op basis van het concept bestek voor het globale restauratieplan, waarbij de eenheidsprijzen gebruikt zullen worden bij de begroting van het uiteindelijke plan voor uitvoering. Gezien het zeer specifieke karakter van dit project is het belangrijk vooral op kwaliteit te selecteren op basis van de BPKV (Beste Prijs-Kwaliteitverhouding).
Dit levert de best mogelijke garantie op dat een kundig aannemer de selectie wint. Een heel goed criterium blijkt het leveren van een kritiek of feedback op de opgestelde restauratievisie. Hieruit blijkt al snel de mate van gevoel die de aannemer heeft bij de opdracht. Daarnaast is de aanpak van de logistiek een belangrijk criterium, vanwege de ligging van de bouwplaats midden in de stad. De markt voor dit type werk is heel klein. Rothuizen heeft ervaring in het begeleiden van dit soort aanbestedingen in deze zeer specifieke markt.
7/9
Projectplan Stadhuisgevels Middelburg
Tabel 2. Voorbeeld gunnen op kwaliteit en kwantiteit. Prijs doet voor 30% mee in de weging
2.1.4 Resultaat van Fase 1 is: - Inzicht in de omvang van de restauratie zowel technisch als financieel; - Benodigd budget; - Globale planning/ faseringsplan; - Vergunning of zicht op vergunning voor de uitvoering; - Contractstukken voor de selectie van een bouwteampartner; 2.2 Fase 2: opstellen restauratieplan in bouwteam 2.2.1. Steiger en bouwplaats De eerste opdracht aan de bouwteampartner is het bouwen van een steiger en het inrichten van de bouwplaats. Bij diverse projecten is gebleken dat een zorgvuldig ingerichte bouwplaats, gekoppeld aan bezoek- en voorlichtingsmogelijkheden uit toeristisch oogpunt, positief gewaardeerd wordt en de impact van het afschermen van het gebouw naar de stad dit meer dan compenseert. Hiervoor vragen wij aandacht.
2.2.2. Definitief restauratieplan Gezamenlijk met de bouwteampartner wordt het gebouw gedetailleerd geïnspecteerd en het uiteindelijke restauratieplan opgesteld. Op basis van dit plan wordt een definitief bestek opgesteld en de contractstukken geproduceerd. De steiger kan worden benut om eventueel een proefrestauratie uit te voeren om een gevoel te krijgen bij aspecten van uitvoering, om de compatibiliteit van materialen te beoordelen en voor het nemen van monsters. Ook deze tweede fase wordt begeleid door het eerder genoemde Restauratieteam, maar het is ook van belang hierbij de monumentencommissie en de RCE te betrekken.
8/9
Projectplan Stadhuisgevels Middelburg
2.2.3. “Toegepaste bouwhistorie” als input voor een gedragen plan Uit ervaring weet Rothuizen dat de pragmatische implementatie van bouwhistorische kennis een gedragen en verantwoord restauratieplan ten goede komt. Het is daarom aan te bevelen dat het bouwteam reeds vroeg in de tweede fase een lijst met mogelijke onderzoeksvragen (uit te zoeken onderwerpen) wordt samengesteld. Door inzichtelijk te maken waar nog onzekerheden over bestaan, en direct aan deze onderzoeksvragen een prioritering te koppelen, zal zo veel mogelijk voorafgaand aan de start van de uitvoering bekend gemaakt zijn. De beantwoording van deze vragen wordt door de bouwhistoricus in de vorm van deelvragen en beknopte notities uitgevoerd. Op deze manier heeft de bouwhistorische kennis een directe input in de planvorming, en voorkomen we zoveel mogelijk dat er achteraf nog onzekerheden in de uitvoering tevoorschijn komen die vanuit bouwhistorisch oogpunt te voorspellen waren. Het inzetten van “toegepaste bouwhistorie” in deze fase is dus niet ten behoeve van een compleet bouwhistorisch onderzoeksverslag, maar kan wel dienen als input voor een latere rapportage. Idealiter volgt de bouwhistoricus vanaf dit punt niet alleen de planvorming maar in later stadium ook de uitvoering.
Na het afronden van de restauratie kan zo een complete bouwhistorische verslaglegging (een grondige bouwhistorische ontleding volgens de Richtlijnen bouwhistorisch onderzoek, 2009) van de werkzaamheden worden belegd.
2.2.4 Resultaat van Fase 2: - Gecontracteerde aannemer; - Gedetailleerd plan met weinig onzekerheden/ risico’s; - Gedetailleerde planning
9/9