21-127 rvs wijzigen APV inzake gewijzigde aanpak lachgas
Tekst van het document
Raadsvoorstel datum vergadering volgnummer
30-09-2021 21-127
onderwerp
Voorstel tot wijzigen van de Algemeen Plaatselijke Verordening in verband met een gewijzigde voorgestane aanpak ten aanzien van lachgas
behandelen in raadscommissie
Algemeen Bestuur
portefeuillehouder
Burgemeester Veiligheid Rutger Kwekkeboom r.kwekkeboom@middelburg.nl
programma behandeld door e-mail
Conceptbesluit
De APV te wijzigen in verband met een gewijzigde voorgestane aanpak ten aanzien van lachgas. Aanleiding
Gebleken is dat de verkoop en het oneigenlijk gebruik van lachgas vaak hinder en overlast opleveren. Daarnaast brengt lachgas als recreatief roesmiddel aanzienlijke risico’s voor de individuele gezondheid én voor de volksgezondheid met zich mee. Deze overlast en gezondheidsrisico’s door oneigenlijk gebruik van lachgas waren voor het kabinet redenen om in een Kamerbrief van 9 december 2019 aan te kondigen dat lachgas zal worden geplaatst op lijst II behorende bij de Opiumwet. Hierdoor zal onder meer de verkoop, het vervaardigen en het bezit van lachgas verboden worden. Het streven was om het verbod op 1 januari 2021 in te laten gaan. Omdat er niet met zekerheid kon worden gezegd of en wanneer lachgas op lijst II van de Opiumwet zal zijn geplaatst, hebben wij aan u voorgesteld om een specifieke bepaling op te nemen in de APV die het mogelijk maakt om tegen de overlast van lachgas op te treden. In uw vergadering van 28 januari 2021 heeft u besloten om het volgende artikel in de APV op te nemen: Artikel 2:64a Lachgasverbod 1.
Het is verboden op een openbare plaats distikstofmonoxide (lachgas) recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben, indien dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken.
2.
Het is verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college ter bescherming van de openbare orde of het woon- en leefklimaat aangewezen gebied distikstofmonoxide (lachgas) recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben.
3.
Het college kan in het aanwijzingsbesluit het in het tweede lid bedoelde verbod beperken tot bepaalde tijden.
Wij hebben in het begeleidende raadsvoorstel aangegeven dat het juridisch niet mogelijk is om een algemeen gebruiksverbod van lachgas op te nemen in de APV dat van toepassing zou kunnen zijn op het grondgebied van de onze gemeente. Zo’n gebruiksverbod moet landelijk geregeld worden in de Opiumwet. Om die reden beperkt de handhaving op grond van het eerste lid van dit artikel zich tot het gebruik van lachgas waar overlast uit voortkomt. Op grond van het tweede lid zou het wel mogelijk worden dat wij specifieke gebieden aan zouden wijzen waar het gebruik van lachgas verboden wordt, zonder het hiervoor genoemde verband met overlast. De gedachte was dat ons college op grond van dit artikel gemotiveerd gebieden aan zou kunnen wijzen waar dit verbod zou gaan gelden. Lachgas is echter op dit moment nog steeds een legaal middel. Dat betekent dat een lachgasverbod ook binnen bepaalde delen van onze gemeente naar alle waarschijnlijkheid geen stand zal houden bij de rechter. 1
De reden daarvoor is dat er zal moeten worden onderbouwd dat ook in deze delen sprake is van aantasting van de openbare orde of overlast als gevolg van oneigenlijk gebruik van lachgas. Die onderbouwing is niet te geven. In onze gemeente ontbreekt het aan politierapportages om bepaalde openbare plaatsen aan te wijzen waar er sprake is van aantoonbare en structurele overlast door lachgas. Dan nog zou de handhaving van deze bepaling een lastige zijn. Het gebruik van het lachgas is moeilijk aan te tonen en het bezit van lachgas is, zoals eerder aangegeven, (nog) legaal. De politie heeft aangegeven, gelet op de huidige stand van zaken zoals beschreven door de VNG bij brief van 12 mei 20211, de handhaving van lachgas aan te willen pakken op grond van de algemene bepalingen die in de APV’s gaan over drugsoverlast. In onze gemeente zijn dit de artikelen 2.63 en 2.64 APV. Deze luiden: Artikel 2.63 Drugshandel op straat Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, al dan niet tegen betaling, af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.
Artikel 2.64 Openlijk drugsgebruik Het is verboden, op of aan door het college aangewezen openbare plaatsen of gedeelten daarvan middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen en/of stoffen openlijk voorhanden te hebben.
Deze bepalingen zijn geschreven met het oog op de handhaving van de openbare orde/het voorkomen van overlast. Het gaat hierbij uitdrukkelijk (alleen) om (het voorkomen van) overlast ten gevolge van drugshandel op straat. In deze artikelen wordt verwezen naar middelen uit lijst I en II van de Opiumwet, (hard- en softdrugs) en “daarop gelijkende waar”. Bij “daarop gelijkende waar” zou kunnen worden gedacht aan nieuwe middelen die al wel worden gebruikt, nog niet op de lijsten I of II voorkomen, maar waartegen wel moet worden opgetreden, zoals lachgas. Het blijft van belang om handhaving via deze bepalingen goed te motiveren. Nu het kabinet voornemens is het recreatief gebruik van lachgas op lijst II van het Opiumwetbesluit te plaatsen en hiervoor ook concrete stappen zet zou het kunnen zijn dat deze motivering stand zou houden bij de rechter. Daarom wordt aan u geadviseerd om op grond van deze artikelen te laten handhaven. Dit betekent dat art. 2.64a APV kan komen te vervallen en dat art. 2.64 aangepast zou kunnen worden in die zin dat met het toevoegen van de woorden ‘of daarop gelijkende waar, ook op grond van dit artikel tegen openlijk gebruik van lachgas kan worden opgetreden. Echter dat vereist weer een separaat aanwijzingsbesluit van ons college. Omdat wij dit artikel zonder meer op het gehele grondgebied van toepassing willen laten zijn adviseren wij u om art.
2.64 APV als volgt te wijzigen: Artikel 2:64 Openlijk drugsgebruik (nieuw) Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikel 2 en 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden hebben.
Op deze manier kan op het gehele grondgebied tegen het openlijk gebruik van (ook) lachgas worden opgetreden, mits dit dus (ook) voldoende in casuïstiek wordt gemotiveerd. Argumenten
Lachgas Het tegengaan van overlast veroorzaakt door het gebruik hiervan.
Kanttekeningen
Niet van toepassing
1 VNG ledenbrief
2
Financiën
Niet van toepassing Duurzaamheid
Niet van toepassing Communicatie en participatie
Indien u conform besluit zal de wijziging van de APV op de gebruikelijke wijze gepubliceerd worden. Uitvoering
Zie bovenstaand bij communicatie en participatie. Advies ingewonnen bij adviesorgaan?
Niet van toepassing Bijlagen 1. Raadsbesluit
Middelburg, 31-08-2021 Burgemeester en wethouders van Middelburg de secretaris,
mr. A. van den Brink de burgemeester,
mr. H.M. Bergmann
3