21-124 Bijlage 1. Gebiedsvisie Veerse Meer 2020-2030
Tekst van het document
30
natuurbeheer, de klimaatopgave, de bosvisie en de voedselagenda kansen bieden als onderdeel van een duurzame economische bedrijfsvoering. Aandacht voor onderliggende verdienmodellen is hierbij essentieel. De zoetwatervoorraden (zgn. zoetwaterbellen) vormen een belangrijke productiefactor en moeten worden behouden en waar mogelijk versterkt, zodat ze blijvend van waarde zijn. Ook ligt er een opgave voor een blijvend goed spui- en peilbeheer, zowel in relatie tot de sloten in poldergebied als in relatie tot het Veerse Meer. Het is een opgave die daarom in nauw overleg met andere belanghebbende partijen wordt opgepakt. Meer recreatie en levendigheid in het gebied heeft naast voordelen ook het nadeel van toenemend verkeer waardoor meer risico voor conflicterende situaties met landbouwverkeer ontstaat. Zowel de bereikbaarheid en toegankelijkheid van het gebied voor diverse vervoersmodaliteiten en functies vormt daarmee een aanvullende uitdaging. 3.3.3
Principes
De volgende algemene principes, vastgesteld in Fase 1 van de Gebiedsvisie, zijn van toepassing op deze gebiedstypologie.
Behoud, bescherm en versterk natuurkwaliteiten en landschapswaarden15.
Behoud oorspronkelijke ontwerpprincipes voor optimale beleving.
Verbeter de huidige waterkwaliteit.
Binnen de huidige contouren van het Veerse Meer mag niet in en op het water gebouwd worden.
Behoud, bescherm en versterk zoetwatervoorzieningen16.
De hoogte van de bebouwing mag het open Deltalandschap van het Veerse Meer gebied niet verstoren.
Leg het accent op kwaliteitsverbetering, verduurzaming en maatschappelijke meerwaarde.
Sta geen permanente nieuwvestiging buiten aandachtsgebieden toe en sluit bij voorkeur aan op de bestaande bebouwingscontouren.
Houd rekening met de impact op infrastructuur.
Behoud de vitaliteit van het landelijk gebied.
Bied alleen ruimte aan ondernemers die in hun ontwikkelplannen de identiteit en de specifieke kwaliteiten van het gebied respecteren en versterken.
Anticipeer op klimaatadaptatie en energietransitie.
3.3.4
Kansen
Verbeteren zoetwatervoorziening door toepassing van de drietrapsstrategie vasthouden-bergen-afvoeren (mogelijk levert dit in combinatie met natuur/recreatieve ontwikkelingen, extra mogelijkheden op. Via Zeeuws Deltaplan Zoet water en de Klimaatadaptatiestrategie voor Zeeland kan dit verder worden uitgewerkt.)
Zoetwaterbel op de Goudplaat biedt mogelijkheden als buffer tegen zout water voor landbouw en natuur.
Zoetwaterbellen als buffer voor verontreinigingen.
Zoutwaterkwelgebieden isoleren om te voorkomen dat de rest van de polder verzilt.
Vasthouden van water via verhogen organisch stofgehalte in de bodem.
Zilte gewassen hebben ook baat bij voldoende zoet water bij het ontkiemproces.
Lessen trekken uit de pilot ‘Boeren meten water’ (2021-2022) rondom metingen zoet/zout water in sloten van Noord-Beveland.
Innovatieve, duurzamere landbouwoplossingen rond natuurgebieden/Veerse Meer bieden kansen voor versterking van de natuur- en landschapskwaliteiten. Mogelijk zijn er combinaties te leggen tussen lokaal produceren en consumeren. De agrariërs leveren een deel van hun producten direct aan de omgeving (bewoners en recreanten), middels een rendabel verdienmodel.
15
16
Passend bij het agrarisch gebruik en met speciale aandacht voor de openheid van het landschap.
Dit principe is op verzoek van de agrarische partners toegevoegd in Fase 2 van het gebiedsvisieproces. Dit principe mag niet strijdig zijn met (ingrepen ten behoeve van) de waterkwaliteit van het Veerse Meer.
31
Als nieuwe economische dragers kunnen koppelingen met bijvoorbeeld (agrarisch) natuurbeheer, de klimaatopgave, de bosvisie en de voedselagenda gemaakt worden. De provinciale grondbank en het bijbehorende kavelruilinstrumentarium kunnen daarbij worden ingezet. Ook liggen er mogelijk kansen in de verbreding naar cross-sectorale diensten.
Cultuurhistorische elementen in het gebied inzetten om recreatieve beleving voor wandelaars en fietsers te vergroten en de identiteit van het gebied te versterken (bijv. erfgoedlijnen).
Koppeling van maatschappelijke opgaven via agendering/samenwerking binnen Gebiedsvisie.
Mogelijkheden voor zilte teelten verder verkennen.
Meer draagvlak vanuit de landbouw voor toekomstbestendige agrarische bedrijfsvoering.
Meer begrip over en weer voor het samengaan van recreatie- en landbouwverkeer.
Betere en nieuwe ontsluitingen voor wandelaars, inspelend op stijgende populariteit van deze vrijetijdsbesteding.
3.3.5
Risico's
Een te eenzijdige agrarische sector.
De kosten van alternatieven bij te weinig zoetwatervoorraden.
Door samenvallen van langer toeristisch seizoen met de oogsttijd, is er risico voor verkeersonveilige situaties.
Overlast van toeristen in het agrarisch gebied, waaronder zwerfvuil vanaf pop-up restaurants.
Staat van instandhouding Natura 2000 Veerse meer is ongunstig. Extra initiatieven kunnen conflicteren met verbeterdoelen.
3.3.6
Acties
Zie hoofdstuk 7. Actieprogramma.
32
3.4
Dagrecreatieve oever
3.4.1
Perspectief 2030
De dagrecreatieve oevers zijn hét visitekaartje van het Veerse Meer. Het zijn bij uitstek de plekken waar mensen (samen)komen om een dagje te recreëren en te genieten op, in en aan het water. De brede, landschappelijk ingerichte oevers met een verzorgde en herkenbare inrichting nodigen uit tot informeel gebruik. Ze zijn openbaar toegankelijk en bieden vrij zicht op en vrije toegang tot het water. De goed verzorgde openbare voorzieningen zoals steigers, trailerhellingen, speelfaciliteiten en ontmoetingsplekken faciliteren een divers en veilig gebruik. Zo wordt een veelheid aan bezoekers de mogelijkheid geboden het Veerse Meer, zowel op land als water, te beleven. De verschillende oevers hebben zich met specifieke voorzieningen en mogelijkheden tot onderscheidende plekjes ontwikkeld, met een verschillend dominant gebruik (surfen, zwemmen, gezinsstrandjes etc.). De oevers zijn goed bereikbaar voor fietsers en wandelaars. Auto's parkeren op ruime, groen ingebedde parkeerplaatsen. Doorgaande routes voor fietsers en wandelaars op het hogere deel van de oever zijn verbonden met de fiets- en wandelroutes in de omgeving en vormen een aantrekkelijk ‘rondje Veerse Meer’. Om het groene en openbare karakter te behouden is permanente nieuwvestiging niet toegestaan. De nu aanwezige ondernemingen vervullen een gewaardeerde functie.
Beperkte uitbreidingsmogelijkheden zijn er enkel ten behoeve van kwaliteitsverbetering, aansluitend op schaal en DNA van de plek. Niet-permanente seizoensgebonden voorzieningen en diensten verrijken het recreatieve aanbod in het seizoen. Buiten het toeristische seizoen zijn de dagrecreatieve oevers een aantrekkelijke plek voor vogels en rust- en stiltezoekers. Het uitgangspunt van het gebied blijft altijd duisternis, lichtvervuiling wordt voorkomen en teruggedrongen. 3.4.2
Opgaven 2020-2030
De belangrijkste opgave hier betreft het behouden en versterken van de openbare toegankelijkheid van land en water voor alle doelgroepen. Dit vertaalt zich onder meer in goede, verkeersveilige toegang(routes) tot de oevers, voldoende en goed onderhouden infrastructurele en recreatieve voorzieningen en het beperken van domeinvorming. Ook het borgen van de veiligheid voor de recreant onder water is hierbij van belang. Dat kan onder meer door het tegengaan van Japanse oesters. Daarnaast kan groen worden benut ten behoeve van schaduwplekken in het kader van klimaatadaptatie en hittestress. Om zorg te dragen voor duurzame openbare voorzieningen zoals trailerhellingen, aanlegsteigers en andere watergebonden faciliteiten, is voldoende en structurele (publieke) financiering essentieel. Idealiter kenmerken de publieke faciliteiten (bijv. meubilair, speelplekken, sanitair) langs het Veerse Meer zich niet alleen door een duurzame kwaliteit maar ook door een uniforme uitstraling, als onderdeel van een gezamenlijke ‘gebiedsbranding’. Het 'rondje Veerse Meer’ wordt geborgd door doorontwikkeling en het behoud van de hoge kwaliteit van fiets- en wandelstructuren rondom het Veerse Meer, inclusief voldoende brede paden, stallingsmogelijkheden, oplaadpunten, rustplekken (passend bij het DNA van het Veerse Meer).
33
Naast toegankelijkheid vraagt ook de bereikbaarheid an sich extra aandacht, bijvoorbeeld met openbaar vervoer en/of nieuwe vervoersconcepten. Parkeerplekken kunnen als aantrekkelijk entreepunt voor deze oevers functioneren, qua uitstraling en gecombineerd met faciliteiten als laadzuilen voor fiets en auto en sanitair. Indien nieuwe ontwikkelingen ten koste zouden gaan van bereikbaarheid (doorstroming/verkeersveiligheid), zijn oplossingen de verantwoordelijkheid van de veroorzaker. 3.4.3
Principes
De volgende algemene principes, vastgesteld in Fase 1 van de Gebiedsvisie, zijn van toepassing op deze gebiedstypologie.
Behoud, bescherm en versterk natuurkwaliteiten en landschapswaarden.
Behoud oorspronkelijke ontwerpprincipes voor optimale beleving.
Behoud de huidige diversiteit aan gebruikers en gebruiksmogelijkheden van het water en waarborg de veiligheid van de vaarbewegingen.
Behoud en versterk openbaar toegankelijke voorzieningen t.b.v. (water)recreatie.
Binnen de huidige contouren van het Veerse Meer mag niet in en op het water gebouwd worden.
De hoogte van de bebouwing mag het open Deltalandschap van het Veerse Meer gebied niet verstoren.
Leg het accent op kwaliteitsverbetering, verduurzaming en maatschappelijke meerwaarde.
Sta geen permanente nieuwvestiging buiten aandachtsgebieden toe en sluit bij voorkeur aan op de bestaande bebouwingscontouren.
Houd rekening met de impact op infrastructuur.
Bied alleen ruimte aan ondernemers die in hun ontwikkelplannen de identiteit en de specifieke kwaliteiten van het gebied respecteren en versterken.
Anticipeer op klimaatadaptatie en energietransitie.
3.4.4
Kansen
Stimuleren van ontmoetingen door centreren van voorzieningen (rustplekken, informatieborden, fietsoplaadpunten, drinkwatertappunten, sanitair), aangesloten op routestructuren.
Stimuleren van buiten spelen, sporten, onderwijs (denk aan natuurlijke speelterreinen, beweegroutes en sportieve uitdagingen).
Het bieden van experimenteerruimte ten behoeve van niet permanente hoogwaardige voorzieningen, zoals:
Low-impact waterrecreatie
Betere belevingsmogelijkheden onderwaterwereld (kleinschalig, zonder bebouwing).
Nieuwe belevingsconcepten (vb. aan excursies/ proeverijen passend bij Veerse Meer en Zeeland).
Mogelijk maken van tijdelijke, pop-up concepten, passend bij plek en seizoen.
Bijdrage aan klimaatadaptatie door het eenvoudig plaatsen van streekeigen solitaire bomen (kan de oevers van het Veerse Meer aantrekkelijker maken voor dagrecreatief gebruik).
Vormgeving vanuit/aansluiting bij visie ‘Bewuste Bestemming Zeeland 2030’
Identiteit en het gebruik van de oevers versterken door de inrichting, huisstijl en het lokale DNA.
Gastheerschap stimuleren, bijvoorbeeld bij nieuwe duurzame sanitair voorzieningen.
Gebruik maken van de ecologische potentie van deze oevers in het beheer ervan.
Zoeken van koppelkansen met andere maatschappelijke opgaven, zoals klimaatadaptatie, bosvisie, etc.
3.4.5
Risico's
Gebrek aan handhaving, met name op het water en na zonsondergang.
Staat van instandhouding Natura 2000 Veerse meer is ongunstig. Extra initiatieven kunnen conflicteren met verbeterdoelen.
Gebrek aan financiering voor duurzame kwaliteitsslag.
Tijdelijkheid van voorzieningen kan ruim/divers worden geïnterpreteerd.
34
Oneerlijke concurrentie: tijdelijke ondernemingen die permanente beconcurreren onder andere voorwaarden.
Domeinvorming belemmert ‘oever is van iedereen’.
3.4.6
Acties
Zie hoofdstuk 7. Actieprogramma.
35
3.5
Dammen
3.5.1
Perspectief 2030
De dammen, dijken en oevers vormen samen de waterkeringszone en beschermen het gebied tegen overstromingen. De natuurlijke omgeving, met de beleving van land en water, het vrije uitzicht op horizon en overkant(en) zijn grote kwaliteiten die blijvend worden gekoesterd. Dit samenspel zorgt voor een aangename uitvalsbasis voor een waaier aan recreatieve activiteiten als wandelen, fietsen, zonnen, zwemmen en andere water gerelateerde in- en ontspanning. De Zandkreekdam, 830m, is in 1960 aangelegd en was het eerste Deltawerk in Zeeland. De dam faciliteert op een vlotte en veilige manier de steeds groeiende stroom van verkeer bij de verbinding tussen Noord- en ZuidBeveland. Daarnaast draagt Rijkswaterstaat blijvend zorg voor de waterverbinding tussen de Oosterschelde en het Veerse Meer via de Katse Heule. De Veerse Gatdam – verbinding tussen Walcheren en Noord-Beveland - is met 2,8 km de kortste van Zeeuwse Deltadammen. De Dammenroute moet je eens in je leven gefietst hebben. De Veerse Gatdam laat daarbij een onvergetelijke indruk achter, robuust en natuurlijk tegelijk, dankzij de aangebrachte duinbeplanting.
Als fietser of wandelaar maak je gebruik van de brede boulevard boven op de dam, genietend van een ongeschonden zicht richting de Walcherse kant van het Veerse Meer; eenvoudige, basic strandhuisjes, de restanten van het voormalige Fort Ten Haak en het silhouet van het stadje Veere dragen bij aan de herkenbaarheid van de oude kustlijn van Walcheren. Vanaf de Dam is een blijvend open zicht op het meest indrukwekkende object van de Deltawerken; de Oosterscheldekering. Natuurlijk is de route ook met de auto te rijden; waarbij de Veerse Gatdam een aantrekkelijk rustpunt biedt met een goed gefaciliteerde parking en hoogstaande kwalitatieve voorzieningen. Zwemmen, surfen of duiken, het kan allemaal vanaf de Veerse Gatdam. 3.5.2
Opgaven 2020-2030
De Zandkreekdam is als onderdeel van de maatregelen omtrent de N256/Deltaweg (o.a. aanleg van een nieuwe landbouwweg) en zal daarom in deze visie enkel nog binnen de beleidscontext (hoofdstuk 5) worden benoemd, maar verder buiten beschouwing worden gelaten. De Veerse Gatdam kreeg vanuit de Zeeuwse Kustvisie een uitwerking in de Landschapsvisie Deltadammen. Opgaven worden er met name gezien in natuur, infrastructuur en dagrecreatie, met daarop aansluitend het accentueren van de cultuurhistorische verbinding tussen de eilandkoppen. De leesbaarheid van de Veerse Gatdam als ‘kering door zee’ staat onder druk doordat de aansluitingen van de dam op de eilandkoppen, aan beide zijden, slecht zichtbaar zijn geworden. Op het gebied van recreatie aan de Veerse Gatdam is de Kustvisie helder: geen verblijfsrecreatieve ontwikkelingen meer. Gefocust op de meer-zijde van de Dam is er ruimte voor kwaliteitsverbetering van bestaande dagrecreatieve voorzieningen en in het bijzonder aan de bestaande surfschool (die verplaatsing behoeft). Deze dagrecreatieve activiteiten hebben een kleinschalig karakter en dragen bij aan een brede kwaliteitsimpuls van de Veerse Dam. Verdere nieuwbouw op de dam is niet mogelijk, tenzij ten dienste van het kustfundament/primaire kering.
36
Verrommeling is een ander aandachtspunt op de kering; het meubilair bestaat uit een ratjetoe aan bankjes, fietsenklemmen, sanitaire voorzieningen, vlaggen etc. Het ontbreekt aan een herkenbare huisstijl; hierbij wordt aansluiting gezocht bij een eventuele gebiedsbranding en/of -herkenbare uitstraling voor het Veerse Meer. De eerdere ontwikkeling van (slaap)strandhuisjes aan de strandzijde maakt dat er op de Dam meer permanente parkeerdruk is ontstaan wat de aantrekkelijkheid en toegankelijkheid van de Veerse Gatdam benadeelt. Gezien de bijzondere positie van de Veerse Gatdam, bovengenoemde knelpunten en de kansen die er liggen om hier op een integrale gebiedsgerichte wijze een kwaliteitsslag te maken, is de Veerse Gatdam als aandachtsgebied benoemd. 3.5.3
Principes
De volgende algemene principes, vastgesteld in Fase 1 van de Gebiedsvisie, zijn van toepassing op deze gebiedstypologie.
Behoud, bescherm en versterk natuurkwaliteiten en landschapswaarden
Behoud oorspronkelijke ontwerpprincipes voor optimale beleving
Behoud en versterk openbaar toegankelijke voorzieningen t.b.v. (water)recreatie
Behoud de huidige diversiteit aan gebruikers en gebruiksmogelijkheden van het water en waarborg de veiligheid van de vaarbewegingen
Binnen de huidige contouren van het Veerse Meer mag niet in en op het water gebouwd worden.
Leg het accent op kwaliteitsverbetering, verduurzaming en maatschappelijke meerwaarde
Sta geen permanente nieuwvestiging buiten aandachtsgebieden toe en sluit bij voorkeur aan op de bestaande bebouwingscontouren
Houd rekening met de impact op infrastructuur
Bied alleen ruimte aan ondernemers die in hun ontwikkelplannen de identiteit en de specifieke kwaliteiten van het gebied respecteren en versterken
Anticipeer op klimaatadaptatie en energietransitie
3.5.4
Kansen
De kwaliteit van dagrecreatieve voorzieningen in balans brengen met de kwaliteit van hun omgeving
Behoud en versterking van het unieke karakter van de dammen en de kwaliteiten van robuustheid, openheid en ongereptheid
Maak gebruik van de 10 gouden regels zoals deze opgesteld zijn in de Landschapsvisie Deltadammen
3.5.5
Risico's
Eventuele bebouwing kan leiden tot aantasting van de waterstaatsbelangen (o.a. waterkering en Kustfundament)
Eventuele bebouwing heeft nadelige invloed op zichtlijnen, waaronder het zicht op Veere
Te grote verkeers- en parkeerdruk
3.5.6
Acties
Zie hoofdstuk 7. Actieprogramma.
37
3.6
Bebouwde oever
3.6.1
Perspectief 2030
De verschillende dorpen rondom het Veerse Meer – Kortgene, Kamperland, Wolphaartsdijk, Vrouwenpolder - en de stad Veere zijn dé plaatsen waar het toerisme langs het Veerse Meer zich concentreert en floreert. De havens zijn daarbij zichtbare hotspots. Vanaf hier vertrekken velen voor een belevingstocht op het Veerse Meer, geniet het publiek van het gevarieerd en hoogstaand aanbod van restaurants, cafés en dagrecreatieve voorzieningen en treffen bezoekers elkaar langs het water. Rondom kernen en havens liggen hoogwaardige verblijfsrecreatieve parken fraai ingebed in het landschap. De parken en de oevers zijn voor ieder toegankelijk en maken deel uit van de dagelijkse leefomgeving van inwoner, recreant en toerist. Hoewel er slechts een enkele nieuwe ontwikkeling is bijgekomen in de bebouwde kernen, is er toch het een en ander veranderd. Ondernemers kregen kansen voor versterking, kwaliteitsverbetering en innovatie van hun bestaande product en hebben die met beide handen aangegrepen. Het recreatieve aanbod is door hun ondernemerskracht met recht gedifferentieerd en onderscheidend te noemen. Bezoekers - ook die met een smallere beurs - mogen hierdoor rekenen op accommodaties en voorzieningen van hoge kwaliteit.
In kernen zelf is de leefbaarheid voor inwoners verbeterd door een aantrekkelijk voorzieningen- en dienstenaanbod, een verbeterde verkeersveiligheid en een goede balans tussen toerisme en leefbaarheid. Bij ontwikkelingen is immers steevast de nadruk gelegd op hun maatschappelijke bijdrage aan het dagelijkse leven. De bebouwde oevers zelf zijn divers in beeld en beleving. Ze hebben een duidelijk herkenbaar, eigen karakter voortkomend uit hun oorsprong en ligging op een van de Zeeuwse eilanden. De inrichting van deze oevers houdt de oorspronkelijke ontwerpprincipes van het landschapsplan in ere (zie 1.4). De lage bebouwing staat in een lommerrijke wereld op afstand van de waterlijn. De tussenliggende grassige oever is openbaar toegankelijk en biedt direct toegang tot het water. Het totaal is omkaderd met bosschages naar de ideeën van Nico de Jonge. Lichtvervuiling is teruggedrongen en nieuwe ontwikkelingen vinden plaats met respect voor duisternis als natuurlijke kwaliteit. De havengebieden én de stad Veere vormen hierop een uitzondering. Hier wordt de groene contour rond het Veerse Meer kort doorbroken met een meer geconcentreerde en een grotere schaal van bebouwing direct aan het water. Er is dus zichtbaar sprake van drie verschillende bebouwingssferen rondom het Veerse Meer. 3.6.2
Opgaven 2020-2030
De afgelopen jaren is er een maatschappelijke zorg ontstaan over de natuur- en landschappelijke waarden van het Veerse Meer door toegenomen verstening, zichtbaar in de havens en op of nabij de oevers van het meer door nieuwe en/of uitgebreide verblijfsrecreatie. Dit consumeerde het landschap in plaats van dat er nieuw landschap werd gecreëerd. Uiteindelijk gaat daardoor de kwaliteit van het gehele gebied achteruit, ook qua leefbaarheid en het toeristisch product als geheel. De hoofdopgave voor bebouwde oevers is dan ook geen verdere verstening. Verder moet worden voorkomen dat dorpskernen en verblijfsrecreatieve gebieden in elkaar gaan overlopen. Het versterken van de verbinding tussen beide verdient echter wel de nodige aandacht, bv door middel van wandel-
38
fiets-, langzaam-verkeer routes. Een betere verbinding kan ook worden gestimuleerd door het voorzieningenniveau (eet- en drinkgelegenheden, detailhandel en culturele(aangelegenheden) in de dorpskernen aantrekkelijker te maken, een voordeel voor inwoners én tijdelijke gasten. De uitdaging hierbij is inzetten op een diversiteit aan functies waaronder hoogwaardige innovatieve concepten met voldoende onderlinge diversiteit langs het Veerse Meer. Deze opgave is zowel voor de private ondernemer van belang als voor de publieke overheid. Ook bij de bebouwde oever is aanvullende publieke financiering noodzakelijk om deze opgave invulling te geven. Ter bescherming van ondergrondse zoetwaterbeschikking op bepaalde locaties, is het van belang dat nieuwe ontwikkelingen grondwaterstromen niet negatief beïnvloeden. 3.6.3
Principes
De volgende algemene principes, vastgesteld in Fase 1 van de Gebiedsvisie, zijn van toepassing op deze gebiedstypologie.
Behoud, bescherm en versterk natuurkwaliteiten en landschapswaarden.
Behoud oorspronkelijke ontwerpprincipes voor optimale beleving.
Behoud de huidige diversiteit aan gebruikers en gebruiksmogelijkheden van het water en waarborg de veiligheid van de vaarbewegingen.
Behoud en versterk openbaar toegankelijke voorzieningen t.b.v. (water)recreatie.
Binnen de huidige contouren van het Veerse Meer mag niet in en op het water gebouwd worden.
De hoogte van de bebouwing mag het open Deltalandschap van het Veerse Meer gebied niet verstoren.
Leg het accent op kwaliteitsverbetering, verduurzaming en maatschappelijke meerwaarde.
Sta geen permanente nieuwvestiging buiten aandachtsgebieden toe en sluit bij voorkeur aan op de bestaande bebouwingscontouren.
Houd rekening met de impact op infrastructuur.
Behoud de vitaliteit van het landelijk gebied.
Bied alleen ruimte aan ondernemers die in hun ontwikkelplannen de identiteit en de specifieke kwaliteiten van het gebied respecteren en versterken.
Anticipeer op klimaatadaptatie en energietransitie. Vanwege drie verschillende sferen die aanwezig zijn binnen de gebiedstypologie bebouwde oevers (algemeen, havens en vesting Veere), zijn de uitgangspunten voor de hoogte van de bebouwing per sfeer uitgewerkt (zie tabel 1).
39
Tabel 1: Uitgangspunten hoogte bebouwing rondom het Veerse Meer.
Algemeen (alles buiten de havens en
Terrein
Bebouwing
Uitgangspunt is een kleinschalig karakter, aansluitend bij karakteristieken en uitstraling van de locatie en rekening houdend met de essentiële zichtlijnen in het landschap.
vesting Veere)
De oeverzone is breed, continu, openbaar toegankelijk en biedt vrij uitzicht op het Veerse Meer.
Domeinvorming op de oever is niet toegestaan, tenzij de veiligheid van personen of goederen in het geding
Een bouwhoogte van max. 1 laag met kap. (goothoogte max. 4,5m en bouwhoogte max. 6,5m). Met uitzonderingen van: -
Enkele locaties waarbij hogere bebouwing functioneel noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering en logisch aansluit (aangetoond d.m.v. beeldkwaliteitsplan) bij een reeds bestaand (ensemble van) gebouw(en) en toegestaan is volgens het bestemmingsplan.
-
Locaties op afstand van de waterlijn (minimum van 100m) gelegen binnen een bosschage/groen kader die het gebouw aan het zicht onttrekt. Hier geldt een maximale bouwhoogte van 2 lagen met een kap (goothoogte max. 8m en bouwhoogte max.
is. In deze gevallen wordt er naar een landschappelijk passende oplossing gezocht.
10m).
Bouwen in, op of direct aan het water is niet toegestaan. Bebouwing staat liefst vrij van de waterlijn op min. 50m afstand. Waar dit niet mogelijk is, is de bebouwing ingepakt met een landschappelijke inpassing van min. 15m breedte.
Havens
Het gebied is zoveel mogelijk openbaar toegankelijk binnen de
veiligheidsvereisten ten aanzien van personen en goederen. De oevers blijven waar mogelijk openbaar gebied of zijn anders minimaal
en architectuur van het havengebied en blijft weg van de waterlijn, tenzij middels het beeldkwaliteitsplan wordt onderbouwd dat een kortere afstand te rechtvaardigen is en dit
openbaar toegankelijk.
Domeinvorming (en hekwerken/afrasteringen) wordt zoveel mogelijk voorkomen, tenzij de veiligheid van personen of goederen in het geding is.
Passende groene invulling heeft een robuuste maat (vergelijkbaar met/in verhouding tot de havenloodsen) en bestaat uit gras met los gestrooide boom(groepen), boomgroepen, singels of bosschages.
Bebouwing sluit in bouwhoogte, massa en uitstraling aan bij de schaal en stedenbouwkundige structuur
functioneel noodzakelijk is.
Nieuwe bebouwing concurreert niet met de bebouwing die van oorsprong visueel-ruimtelijk een dominante positie inneemt in de haven.
Gebouwen staan direct in de openbare/buitenruimte en hebben geen eigen tuinen of een andersoortige afgescheiden intermediaire ruimte tussen gebouw en openbare ruimte
De maximale bouwhoogte is 2 lagen met kap of 3 bouwlagen (goothoogte max. 8m en bouwhoogte max. 10m). Incidenteel en onder voorwaarden is een hogere bouwhoogte mogelijk als stedenbouwkundig/architectonisch accent tot een max. bouwhoogte van 15m indien dit de uitstraling van het gebied op het Veerse Meer gebied niet verstoort.
Vesting Veere
Vesting Veere neemt een bijzondere positie in langs het Veerse Meer als compacte vestingstad met kenmerkend en beeldbepalend stadssilhouet.
De vesting en omgeving zijn Beschermd stadsgezicht. Eventuele ontwikkelingen moeten passen binnen het Beschermd Stadsgezicht en de reeds geldende bepalingen.
40
3.6.4
3.6.5
Kansen M.b.t. omgeving en landschap:
Vergroening van de bebouwde oevers en verdere ontwikkeling van de groene omkadering op basis van de ontwerpprincipes van Nico de Jonge.
Realiseren van verbindende recreatieve structuren langs de (bebouwde) oevers en tussen de verblijfsrecreatieterreinen en de kernen.
Zo veel als mogelijk bevorderen van openbaarheid en toegankelijkheid van de (bebouwde) oevers en van havens langs het Veerse Meer t.b.v. de belevingswaarde. Dat betekent: geen verdere beperking van de huidige openbaarheid en toegankelijkheid en bij oevers die minder/niet toegankelijk zijn: bevorderen en zo mogelijk uitbreiden van de openbare toegankelijkheid.
M.b.t. recreatieve voorzieningen, jachthavens, ondernemerschap:
Samenhangende inrichting van de openbare ruimte van de havens als ontmoetings- en verblijfsplek, waardoor bootgebruikers verleid worden om gebruik te maken van voorzieningen en activiteiten in de haven en omgeving en ‘landrotten’ enthousiast worden voor een kennismaking met water gerelateerde recreatie.
Ruimte voor innovatieve concepten van het (verblijfs)recreatieve aanbod zodat er een diversiteit aan functies en (verblijfs)recreatief aanbod is voor alle doelgroepen.
Financieringsmodel ontwikkelen ten behoeve van diversiteit aan functies en voorzieningen. Risico's
Ruimte voor ontwikkeling is schaars, waardoor bepaalde functies onder druk kunnen komen te staan.
Een rendabel economisch model blijkt voor lokale ondernemers mogelijk niet haalbaar binnen de huidige kaders.
Als waterpartijen meer landinwaarts gaan, neemt het risico op verzilting toe.
(Bestaande) domeinvorming belemmert de openbare toegankelijkheid en beleefbaarheid van oevers in de toekomst.
Meer (recreatieve) ontwikkelingen leiden mogelijk tot een bedreiging van (licht en) duisternis als landschappelijke kwaliteit.
Staat van instandhouding Natura 2000 Veerse meer is ongunstig. Extra initiatieven kunnen conflicteren met verbeterdoelen.
3.6.6
Acties
Zie hoofdstuk 7. Actieprogramma.
41
4.
Strategie voor ontwikkelingen
Typerend voor het Veerse Meer gebied zijn de openheid, het agrarische landschap, openbaar toegankelijke oevers en mooie zichtlijnen op markante oriëntatiepunten en cultuurhistorisch erfgoed. De maatschappelijke oproep om deze omgevingskwaliteiten niet verder aan te tasten door verdere verstening klonk en klinkt luid. Daarom wordt ervoor gekozen om geen nieuwe (verblijfs)recreatieve ontwikkelingen17 meer toe te laten rondom het meer, tenzij ze zich binnen een bestaand stedelijk gebied of een aandachtsgebied bevinden en daarmee bijdragen aan een kwalitatieve opwaardering van het gebied vanuit de daar aanwezige knelpunten en/of maatschappelijke opgaven. Dit vertaalt zich in een tweeledige strategie voor ontwikkelingen, naar analogie van de Zeeuwse Kustvisie: 1. Beschermen, versterken en beleven van bestaande kwaliteiten; 2. Ontwikkelen van nieuwe kwaliteiten middels een gebiedsgerichte aanpak. Deze strategieën worden – gezien het bovenlokale belang – geborgd in de Provinciale Omgevingsverordening.
4.1
Beschermen, versterken en beleven van bestaande kwaliteiten
Gezien de grote druk op landschaps- en omgevingskwaliteiten rondom het Veerse Meer, ligt de focus in het gebied op het behouden, beschermen, versterken en beleven ervan. Deze strategie is van toepassing op alle (in hoofdstuk 3 beschreven) gebiedstypologieën:
Veerse Meer – water (3.1)
Natuur(oevers) (3.2)
Open agrarisch landschap en oevers (3.3)
Dagrecreatieve oevers (3.4)
Dammen (3.5)
Bebouwde oevers (3.6) Elk van deze gebiedstypologieën heeft haar eigen kwaliteiten, functies en gebruikers en onderling zorgen ze voor een landschappelijke dynamiek. Gezamenlijk bepalen ze de identiteit en aantrekkelijkheid van het gebied en dienen daarin te worden beschermd en versterkt. 4.1.1
Ontwikkelruimte
Geen permanente (verblijfs)recreatieve nieuwvestiging Binnen deze typologieën is het uitgangspunt dat er geen ruimte meer wordt geboden voor nieuwe permanente (verblijfs)recreatieve ontwikkelingen, tenzij deze ontwikkeling zich binnen bestaand stedelijk gebied of een aandachtsgebied situeert18. In dat geval behoort het tot de tweede strategie: ontwikkeling onder strikte voorwaarden binnen een gebiedsgerichte aanpak (zie 4.2). Niet-permanente tijdelijke dagrecreatieve voorzieningen of initiatieven zijn onder voorwaarden buiten de aandachtsgebieden wel toegestaan. (Uitbreiding) gevestigde ondernemingen Gevestigde ondernemingen (zoals een agrarisch bedrijf of recreatiebedrijf) behouden ruimte voor doorontwikkeling en kwaliteitsverbetering volgens vigerend beleid. Gezien de hoge recreatieve druk en de slechte staat van instandhouding van het Natura2000gebied, geldt voor verblijfsrecreatieve ontwikkelingen een ontwikkelkader, waarbij de focus ligt op kwaliteitsverbetering, productinnovatie en -differentiatie. Uitbreiding in eenheden en/of oppervlakte van de bestaande verblijfsrecreatiebedrijven is mogelijk indien deze voldoet aan de onderdelen A t/m D van dat ontwikkelkader (zie
17
Uitzondering hierop wordt gevormd door ontwikkelingen binnen context van NED of buitenplaats/landgoed waarvoor een eigen kader geldt.
18
Idem
42
onder 4.2.2) en volgens betreffende bebouwingssfeer (tabel 1). 4.1.2
Beschermingsgebieden
Definitie Sommige agrarische (en natuur) gebieden hebben dermate hoge landschappelijke waarden dat ze om aanvullende bescherming vragen. Deze gebieden hebben de status beschermingsgebied. De karakteristieke openheid draagt bij aan het ervaren van rust en ruimte. Voor agrarische gronden die als beschermingsgebied zijn geduid staat het agrarische gebruik niet ter discussie, omdat dit juist de landschappelijke waarde ervan bepaalt. Wanneer er kansen liggen voor kwaliteitsversterking middels een integrale gebiedsgerichte impuls van cultuurhistorische, natuur en/of agrarische waarden is dit mogelijk, o.b.v. vrijwilligheid. Dit laatste geldt ook bij een wens tot omzetting van agrarisch gebied naar natuur. Omzetting naar natuur is geen kenmerk van een beschermingsgebied. De essentie ligt in de bescherming van de specifieke landschappelijke waarden op die locatie. Locaties Rondom het Veerse Meer zijn vier beschermingsgebieden geduid (figuur 6). Dat zijn (1) de Sint Felixweg, (2) Goudplaat, (3) De Piet en (4) Ooster-Nieuwlandpolder e.o. Voor deze gebieden geldt een conserverende status. Wanneer een initiatief zich aandient t.b.v. bovengenoemde waardenversterking, wordt gekeken naar de mogelijkheden voor een integrale gebiedsgerichte benadering hiervan. De gemeente is hiervoor verantwoordelijk, in afstemming met betrokken maatschappelijke partners.
De begrenzing en een beknopte beschrijving van deze gebieden, is te vinden in bijlage IV.
43
Figuur 6: Beschermingsgebieden in kaart gebracht.
44
4.2
Ontwikkelen van nieuwe kwaliteiten: de aandachtsgebieden
De tweede strategie is gericht op het gebiedsgericht ontwikkelen van nieuwe kwaliteiten en versterken van bestaande kwaliteiten. Dit is van toepassing bij aandachtsgebieden (zie figuur 6). 4.2.1
Definitie en toepassing
Definitie Aandachtsgebieden zijn gedefinieerd als gebieden waar de ruimtelijke kwaliteiten onder druk staan of al (deels) zijn verdwenen. Vaak worden ze gedomineerd door (recreatieve) bebouwing en behoeven die een impuls. Het landschap vormt in alle gevallen de drager van de totale ruimtelijke structuur. Uitzondering hierop wordt gevormd door aandachtsgebied(sdelen) die zijn geconcentreerd rondom een jachthaven waar de (inrichting van de) publieke ruimte en de daaraan/-in gelegen voorzieningen de drager vormt van de ruimtelijke structuur van dat gebied. Ruimtelijke kwaliteiten In alle gevallen liggen er in de aandachtsgebieden kansen om de ruimtelijke kwaliteiten een impuls te geven als onderdeel van voorziene en gewenste ontwikkelingen. De ruimtelijke kwaliteiten van een locatie zijn gebied specifiek en zullen bij ontwikkelingen uitgewerkt moeten worden. Algemeen geldt dat een belangrijke kwaliteitsimpuls gehaald wordt door versterking van natuur- en landschap (landschap produceren) en dat ontwikkelingen daaraan bijdragen. Uitzondering daarop zijn aandachtsgebied(sdelen) geconcentreerd rondom een jachthaven waar er nauwelijks ruimte is voor (extra) natuur en landschap. Daarvoor geldt dat kwaliteitsimpulsen worden bereikt door in ieder geval te investeren in de publieke ruimte en dat ontwikkelingen integraal onderdeel uitmaken van een (nieuw) kwaliteitsvol ruimtelijk geheel.
In alle gevallen gebeurt dat in samenhang met andere opgaven. Naast de thema’s natuur, landschap, publieke ruimte en (verblijfs)recreatie kan immers ook sprake zijn van opgaven voor waterveiligheid, energietransitie, (watergebonden) bedrijvigheid, woningbouw, leefbaarheid van kernen, aquacultuur en landbouw. Uitgangspunt in de aandachtsgebieden is dat er kansen liggen om deze ruimtelijke kwaliteiten integraal opnieuw te ontwikkelen. Gezien het Veerse Meer de centrale waarde vormt van het gebied, is er bijzondere aandacht voor de landschappelijke kwaliteit van de oevers en de overgang met het water. Gezamenlijk streefbeeld als basis voor ontwikkeling De uitwerking en uitvoering van de kwaliteitsimpulsen in een aandachtsgebied gebeurt onder regie van de gemeente. Samen met de betrokken partijen wordt een gezamenlijk gedragen streefbeeld opgesteld. Naast ondernemers heeft ook de overheid een rol. Zij regisseert de totstandkoming van het streefbeeld samen met de overige partijen, begeleidt het proces daartoe en richt zich in de uitvoering op de kwaliteit van de publieke ruimte. Dergelijk streefbeeld bestaat uit een visie op het gebied en een ruimtelijke vertaling daarvan op kaart. Gewenste ontwikkelingen kunnen vanuit dit streefbeeld met een kleinschalige projectaanpak gerealiseerd worden.
In het streefbeeld voor de aandachtsgebieden wordt in ieder geval invulling gegeven aan de ontwikkeling van de landschapsstructuur (landschap produceren) dan wel aan de ontwikkeling van de openbare ruimte (indien gebied geconcentreerd rondom jachthaven). De regionale identiteit en de omvang en dichtheden van bebouwing passen bij de landschapsstructuur, volgens de betreffende gebiedstypologie en bouwsfeer. Het landschap dan wel openbare ruimte worden beheerd middels een integraal plan. Hiernaast wordt aansluiting gezocht met de omgeving o.m. door de verdere ontwikkeling en aansluiting op het recreatieve routenetwerk en infrastructuur. Aandachtsgebieden zijn met name te vinden onder de gebiedstypologieën bebouwde en dagrecreatieve oevers. De mogelijkheden voor kwaliteitsimpulsen en nieuw te ontwikkelen kwaliteiten worden dus bepaald door:
Het landschapskader van het Veerse Meer gebied (bijlage II),
De gebiedstypologie(en) en eventuele bouwsfeer (hoofdstuk 3),
45
Het per aandachtsgebied nog nader uit te werken gezamenlijk streefbeeld o.b.v. gedefinieerde knelpunten en opgaven (bijlage V), en
Waar van toepassing het ontwikkelkader voor verblijfsrecreatieve bedrijven. (Zie hieronder – ontwikkelruimte B-D).
Locaties Rondom het Veerse Meer zijn 10 aandachtsgebieden geduid (figuur 7): (1) Schotsman, (2) Kamperland, (3) Kortgene, (4) Recreatiezone Wolphaartsdijk, (5) Waterpark, (6) Oever nabij Scoutscentrum Zeeland, (7) Mijnenmagazijn, (8) Oranjeplein Veere, (9) Jachthaven Oostwatering en (10) Veerse Gatdam.
46
Figuur 7: Aandachtsgebieden in kaart gebracht.
47
Voor de aandachtsgebieden Schotsman, Wolphaartsdijk en Waterpark geldt dat de nieuwe landschapsstructuur binnen de begrenzing van het aandachtsgebied in een verhouding van 70% natuur en landschap en 30% recreatieterrein wordt vormgegeven. Onder 30% recreatieterrein wordt verstaan: footprint recreatieverblijven met berging, tuin en terras; parkeerplaatsen, centrumvoorzieningen, dienstgebouwen, wegen e.a. verharding en infrastructuur, standaard landschappelijke inpassing, … Onder 70% natuur en landschap wordt verstaan: water, groen, collectief speelterrein, … De begrenzing en een beknopte beschrijving van deze gebieden, is te vinden in bijlage V. 4.2.2
Ontwikkelruimte
Het Veerse Meer gebied kent veel verschillende typen van ondernemers (met invloed op de ruimtelijke kwaliteit). Denk aan recreatie- en horecaondernemers en ondernemers in de landbouw, visserij, aquacultuur, plezier- en beroepsvaart. Kwaliteit(verbetering) moet voor elke onderneming het uitgangspunt vormen. Gezien de hoge recreatieve druk en de slechte staat van instandhouding van het Natura 2000-gebied geldt echter zowel voor verblijfs- als dagrecreatieve ontwikkelingen wel een specifieke context: Wat dagrecreatie betreft werken de partijen aan een versterking van de aantrekkelijkheid van het gebied voor bewoners en gasten. Mogelijkheden voor dagrecreatie vergroten en leveren een bijdrage aan de lokale economie en leefbaarheid. Ontwikkelingsmogelijkheden zijn er, mits de activiteiten aansluiten op het karakter van Zeeland en het Veerse Meer en qua aard en schaal passen bij de locatie en gericht op een innovatief en hoogwaardig concept en een gedifferentieerd product in het gebied. Ook bij permanente (nieuwe) dagrecreatieve ontwikkelingen staat kwaliteitsverbetering – of toevoeging niet op zichzelf, maar is het (onderdeel van) een integrale gebiedsontwikkeling op basis van een gedragen streefbeeld binnen een aandachtsgebied19. Specifiek voor verblijfsrecreatieve ontwikkelingen geldt dat deze moeten voldoen aan onderstaand ontwikkelkader (B-D).
De ontwikkelruimte is bovendien geen 'vrije' ontwikkelingsruimte. In alle gevallen moet de verblijfsrecreatieve ontwikkeling in een aandachtsgebied bijdragen aan het oplossen van verblijfsrecreatieve knelpunten (herstructurering, verplaatsing, sanering) (elders) in het gebied of in het betreffende aandachtsgebied als onderdeel van een gezamenlijk streefbeeld en gebiedsaanpak. Dit geldt ook voor de ontwikkeling van een bestaande, verblijfsrecreatieve voorziening in een aandachtsgebied (herstructurering). De uitwerking van dit uitgangspunt is een zaak van partijen gezamenlijk en dient per aandachtsgebied ingevuld te worden.
19
Buiten stedelijk gebied en een aandachtsgebied zijn geen nieuwe permanente dagrecreatieve ontwikkelingen meer mogelijk – zie hoofdstuk 3 In het open agrarisch gebied gelden voor de vestiging van recreatieve voorzieningen de kaders voor NED in het landelijk gebied.
48
ONTWIKKELKADER VERBLIJFSRECREATIE (aansluitend op bijlage IV, 3 en 4 van de provinciale verordening)
A. Ruimtelijke kwaliteit Kwaliteitsverbetering van bestaande bedrijven vindt plaats binnen de bestaande oppervlakte en eenheden van het bedrijf. Een beperkte uitbreiding van oppervlakte is mogelijk indien het nieuw uit te breiden terrein: integraal onderdeel uitmaakt van een (nieuw) landschap; de dichtheid en omvang van de bebouwing passend is in het betreffende landschap; en het beheer en onderhoud van het landschap geborgd is; Een beperkte uitbreiding van eenheden is mogelijk indien er sprake is van een integrale kwaliteitsimpuls van de bestaande en toekomstige accommodatie.
B. Economische haalbaarheid Ontwikkelingen zijn aantoonbaar economisch uitvoerbaar, vinden plaats op basis van een businessplan en voorzien in een centrale bedrijfsmatige exploitatie. C. Markt en onderscheidend vermogen van het concept Ontwikkelingen zetten qua verschijningsvorm en type accommodatie in op een innovatief en hoogwaardig concept. Hierdoor wordt bijgedragen aan een gedifferentieerd product in het Zeeuwse achterland, i.e. aan het Veerse Meer, zowel t.a.v. het bestaande aanbod, in soort en qua bereik van verschillende doelgroepen. De diversiteit dient te worden getoetst voor het Veerse meer gebied als geheel. Het voegt beleving/beleefbaarheid (bv. van landschap, historie, …) en economische diversiteit toe. Het principe van LAND IN ZEE! en het lokale DNA van het Veerse meer – o.m. gevat in de beginselen van het plan van Nico de Jonge - staan hier centraal, wat onder meer gekenmerkt wordt door kleinschaligheid, landelijkheid, openheid en een natuurlijke inbedding. Met oog op de dynamiek en verdere vernieuwing in de sector, wordt ingezet op circulair, klimaat robuust en duurzaam bouwen. Investeringen dienen zoveel mogelijk gebruik te maken van de Best Beschikbare Technieken (BBT) in het duurzaam gebruik van energie en materialen en de uitstraling van licht. D.
Sociaal maatschappelijke bijdrage Ontwikkelingen leveren een bijdrage aan de werkgelegenheid, behoud van voorzieningen en zijn een toegevoegde waarde voor de (leef)omgeving. Zoals bijdragen aan
Bereikbaarheid en connectiviteit. Gezondheid, duurzaamheid en klimaatadaptiviteit van de leefomgeving. Kwaliteit openbare ruimte & leefomgeving. Toegankelijkheid van natuur (‘groen’ en ‘blauw’). Leefbaarheid, (sociale) veiligheid en cohesie.
49
5.
Beleidscontext
5.1
Gebiedsontsluiting
Bereikbaarheid, toegankelijkheid en verkeersveiligheid van het gebied zijn belangrijk voor vele functies in en rondom het Veerse Meer. De bereikbaarheid van het gebied via de bestaande infrastructuur staat al jaren onder druk, als gevolg van een toenemende recreatieve interesse voor het meer en haar directe omgeving. Aan de zuid-, west- en oostzijde van het Veerse Meer voorzien we daarnaast de komende jaren een verdere toename van het weggebruik door woon-werkverkeer, recreatieverkeer, fietsverkeer en landbouwverkeer. Gebiedsontsluitingsvisie Veerse meer Zuid Als gevolg van het pijplijnproject Waterpark Veerse Meer en de bijbehorende burgerparticipatie is door de wegbeheerders in 2020 besloten om, parallel aan de Gebiedsvisie Veerse Meer en rekening houdend met de elementen uit de oude visie, specifiek en nader oplossingsgericht beleid op te stellen voor een duurzame en robuuste toekomstbestendige verkeersveilige ontsluiting voor het gebied ten zuiden van het Veerse Meer inclusief de kernen Arnemuiden, Lewedorp en Wolphaartsdijk. Die voorziene ontsluiting moet primair bij dragen aan de verbetering van steeds indringender wordende leefbaarheidsknelpunten in de kernen binnen het gebied. Secundair wordt de bereikbaarheid van de recreatieve functies gediend.
De opgestelde Gebiedsontsluitingsvisie Veerse Meer zuid bevat een gewenste wegenstructuur op hoofdlijnen, waarbij voor de lange termijn kansrijke varianten in beeld zijn gebracht. Daarnaast wordt door verschillende wegbeheerders de noodzaak onderkend dat in het gebied ook noodzakelijke concrete korte termijn maatregelen moeten worden uitgevoerd. Qua bereikbaarheid van bestemmingen is er de afgelopen decennia een kloof ontstaan tussen nieuwe ontwikkelingen (waaronder verblijfsrecreatieve) en de beschikbare capaciteit van het ontsluitende wegennet voor bestemmings- en landbouwverkeer. Ook de verkeersveiligheid speelt daarbij een rol, waarbij voor met name fietsers aandacht nodig is. Dat is vooral rondom Wolphaartsdijk en Arnemuiden zichtbaar. Met de Gebiedsontsluitingsvisie Veerse Meer Zuid ligt er een ambitie om bestaande en toekomstige problemen op te lossen. Zonder deze maatregelen ontstaat er met name in de zomerperiode een ongewenste piekbelasting die ten koste gaat van leefbaarheid, verkeersveiligheid en recreatieve beleving. De essentie is dat voor een toekomstbestendige wegenstructuur van Arnemuiden, Lewedorp en omgeving er grootschalige infrastructurele ingrepen in relatie tot de A58 noodzakelijk worden geacht, nu bestaande infrastructuur niet langer toereikend is voor verbetering. De lokale overheden worden hiervoor als projectverantwoordelijke beschouwd.
Voor Wolphaartsdijk en omgeving wordt ingezet op het opwaarderen van de bestaande wegenstructuur en het aanleggen van, zij het beperkt, nieuwe infrastructuur richting de Deltaweg (N256). Over de exacte aansluiting op de Deltaweg (N256) zal nadere planvorming moeten plaatsvinden. Voor de korte termijn zijn maatregelen nodig die in de kernen en op drukke plattelandswegen bijdragen aan het verbeteren van de leefbaarheid en verkeersveiligheid. Ook hier wordt voorzien dat de lokale overheid een sleutelrol zal gaan spelen. De financiering is een groot punt van aandacht. De komende jaren worden zowel korte termijn maatregelen als lange termijn ingrepen verder uitgewerkt en onderzocht. Participatie met de omgeving en stakeholders blijft essentieel voor het draagvlak van de maatregelen. Zie ook: https://www.middelburg.nl/gebiedsontsluitingsvisieveerse-meer-zuid Aanpak Deltaweg De Deltaweg (N256) tussen Goes en Colijnsplaat is één van de belangrijkste verkeersaders van Zeeland voor het personen- en goederenvervoer. In het zomerseizoen is het er extra druk door het toeristenverkeer. De Deltaweg is daarmee één van de drukste wegen van Zeeland. De Provincie Zeeland vindt een veilige en vlotte doorstroming op de Zeeuwse wegen belangrijk en daarom staat de Deltaweg hoog op de prioriteitenlijst om aangepakt te worden.
De Provincie gaat samen met de aanliggende gemeenten en andere belanghebbenden onderzoeken welke mogelijke oplossingen er zijn om de
50
verkeersveiligheid en de doorstroming op het tracé N256 tussen de A256 en de aansluiting met de N255 (NoordBeveland) te verbeteren. Om te komen tot een oplossingsrichting wordt gewerkt aan een planstudie. Hierbij worden de verkeersproblemen van de Deltaweg in kaart gebracht. Ook andere thema’s zoals, geluid, natuur, landschap, ecologie, bodem, archeologie, externe veiligheid, klimaatbestendigheid worden meegenomen. Extra aandacht wordt geschonken aan duurzaamheid en slimme mobiliteit. Zie: https://www.zeeland.nl/verkeer-en-openbaar-vervoer/deltaweg Recreatieve mobiliteit Het gebied rondom het Veerse Meer kent ook een recreatieve weg- en padeninfrastructuur voor wandelaars en fietsers enerzijds, en toegangswegen naar dagrecreatieterreinen, oevers en jachthavens anderzijds. De verwachting is dat het gebruik hiervan ook de komende jaren zal toenemen. Het tussen de overheden afstemmen en implementeren van een verbeterde recreatieve infrastructuur wordt dan ook van belang geacht. Het vormt een belangrijk element in de beleving van het gebied. Gezien de grote investeringen die hiermee gepaard gaan, wordt de komende jaren gekeken naar mogelijkheden om die bij ontwikkeling van deelgebieden of specifieke opgaven (bv. met betrekking tot kwaliteitsambities rondom publieke voorzieningen) gericht op te pakken. De energietransitie kan voor andere mobiliteitsconcepten zorgen.
Waarschijnlijk zal de personenauto een prominente rol blijven vervullen als schakel tussen herkomst en recreatieve bestemming. Eenmaal gearriveerd zou de e-bike de rol van de auto kunnen overnemen. Het is zaak deze ambitie met comfortabele en veilige fietsinfrastructuur te stimuleren.
5.2
Bestemming Zeeland 2030
Hoe ontwikkelen we Zeeland tot een bestemming die veerkrachtig is, die in balans is met de leefomgeving en die waarde creëert voor bezoekers, bewoners en bedrijven? Het toerisme en vrijetijdsdomein zijn van groot belang voor Zeeland. In de afgelopen jaren is toerisme naar Zeeland hard gegroeid en ondanks de huidige coronacrisis wordt verwacht dat deze groei tot 2030 doorzet. Dit biedt volop kansen. In de wisselwerking tussen economische spin-off, landschap, gasten én inwoners zijn er echter ook volop aandachtspunten. Hoe kan Zeeland daar als bestemming mee omgaan? Waar staan we nu? Welke uitdagingen zien we? Welke ambities hebben we? En vooral ook: hoe kunnen we onze ambities gezamenlijk realiseren? Samen met ondernemers en overheden werkt het Kenniscentrum Kusttoerisme aan een visie op Zeeland als een bewuste bestemming, die medio 2021 gereed is. Meer informatie hierover is te vinden via Bestemming Zeeland 2030. Aangezien het Veerse Meer een belangrijke trekpleister is voor Zeeland als toeristische bestemming, biedt dit perspectief voor de toeristische sector zeker aanknopingspunten in de uitvoering van de Gebiedsvisie.
5.3
Zeeuwse kustvisie
De Zeeuwse kust herbergt enorme kwaliteiten en een grote diversiteit aan functies. Deze diversiteit zorgde mede voor discussie over de gewenste ontwikkeling van de Zeeuwse kust. Zorg voor bescherming van natuur- en landschapskwaliteiten, een opgave voor vitaliteit verblijfsrecreatie en het garanderen van de waterveiligheid was aanleiding voor een landelijk Kustpact. Het Kustpact vroeg om een integrale regionale visie, voor Zeeland is dit de Zeeuwse kustvisie geworden. Deze gaat in op strand, duinen, dammen, dijken, Zeeuwse badplaatsen en loopt geleidelijk over in het daaraan grenzende agrarische achterland. In de Kustvisie worden de uitgangspunten en strategieën voor de toekomstige ontwikkeling van de Zeeuwse kust beschreven. De Kustvisie is vertaald naar het nieuwe Omgevingsplan en de daarbij horende Omgevingsverordening Zeeland 2018. In de Omgevingsverordening worden o.a. eisen gesteld aan verblijfsrecreatie in, maar ook buiten de kustzone (deze
51
laatste heeft ook betrekking op het Veerse Meer gebied). Ondertussen werken alle partijen hard aan het actieprogramma dat onderdeel is van de Kustvisie. Zie: https://www.zeeland.nl/ruimte/zeeuwse-kustvisie
5.4
Bosvisie
Rijk en provincies willen meer bos voor toekomstige generaties, om invulling te geven aan klimaatdoelstellingen en biodiversiteit te verbeteren. Daarom hebben zij samen de landelijke bossenstrategie ondertekend die ernaar streeft om eind 2030 tien procent extra bos te realiseren in Nederland. In de Zeeuwse Bosvisie staat beschreven hoe de Provincie Zeeland hier uitvoering aan wil geven. De Zeeuwse Bosvisie is opgesteld in nauw overleg met alle Zeeuwse overheden, agrarische partijen en terreinbeheerders en met een brede inbreng van andere maatschappelijke partijen. De ambitie is om uiterlijk in 2030 ongeveer 425 ha bos te realiseren binnen het bestaande Natuur Netwerk. Dat gebeurt vooral met Zeeuwse elementen die typerend zijn voor Zeeland. Denk aan beplantingen op dijken of heggen en hoogstamboomgaarden op het agrarische platteland. De uitrol van de Zeeuwse Bosvisie heeft uiteraard ook zijn uitwerking op bebossing rond het Veerse Meer. Zie ook: https://www.zeeland.nl/natuur-en-landschap/natuurbeleid
5.5
Natura 2000, wet Natuurbescherming
Het natuurbeleid vormt een belangrijke pijler voor het sturen van ontwikkelingen en activiteiten op, rondom of in het Veerse Meer. Het Veerse Meer is op basis van de Vogelrichtlijn aangewezen als beschermd Natura 2000gebied. Activiteiten of ontwikkelingen waarvan effecten op deze vogelwaarden niet kunnen worden uitgesloten zijn daarmee vergunning plichtig. Het Natura 2000-beheerplan (RWS) beschrijft de natuurdoelen, de staat van instandhouding en geeft aan welke activiteiten al dan niet vergunning plichtig zijn. Een passende beoordeling en vergunningaanvraag moeten dan duidelijk maken of een activiteit passend is en kan worden vergund. De Provincie is daarvoor het bevoegd gezag. Iedere zes jaar rapporteert Nederland aan de EU of de doelstellingen van Natura2000 worden behaald. Voor veel vogelsoorten is dat momenteel niet het geval en zijn maatregelen nodig om daar naartoe te werken. Maar informatie over het Veerse Meer als N2000 gebied via: https://www.natura2000.nl/gebieden/zeeland/veerse-meer
5.6
Natuurnetwerk Zeeland
Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een overkoepelend netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het Zeeuwse deel van dit natuurnetwerk heet Natuur Netwerk Zeeland (NNZ). Het doel van het natuurnetwerk is het behoud en de versterking van het aantal soorten in het wild voorkomende planten en dieren. Natuurnetwerk Zeeland draagt ook sterk bij aan de identiteit van Zeeland en aan de kwaliteit van Zeeland als woon- en werkgebied. Het grootste deel van het Natuurnetwerk Zeeland is goed toegankelijk en beleefbaar. De plannen, die tot zeer in detail zijn uitgewerkt, zijn opgenomen in het Natuurbeheerplan Zeeland. Op de volgende site is daar meer informatie over te vinden: https://www.zeeland.nl/natuur-enlandschap/natuurbeheer
5.7
Landschapsvisie Deltadammen
De Landschapsvisie Zeeuwse Deltadammen is opgesteld vanuit het actieprogramma van de Zeeuwse Kustvisie. Het vormt het kader voor de Veerse Gatdam, de Oosterscheldekering en de Brouwersdam en brengt de huidige kwaliteiten en knelpunten van de kunstwerken zo objectief mogelijk in beeld. Van daaruit biedt het een toetsingskader van de (beheers)ingrepen door Rijkswaterstaat zelf, maar ook voor de beoordeling van initiatieven van derden. De inpassing van de Veerse Gatdam maakt deel uit van het regionale landschapsontwerp dat Nico de Jonge voor het Veerse Meer heeft ontwikkeld en dat als één van de weinige regionale landschapsontwerpen nagenoeg in zijn geheel is uitgevoerd. In het gezamenlijk gedragen streefbeeld voor de Veerse Gatdam moeten kwaliteiten, knelpunten en opgaves samengebracht worden vanuit ‘De Tien Gouden Regels’: 1. Iedere ontwikkeling moet kwaliteit toevoegen.
52
2. 3. 4. 5.
Koester de grootschalige leegte. De dammen zijn het hoofdmoment. Bewaak de openheid van de oevers. Speel in op de herhaling/ritmiek van land en water. Wees scherp op de overgang naar het land. Voorkom dat keringen ‘verlanden’. Koester het contact met het water. 6. Versterk het onderscheid tussen buiten- en binnenzijde. 7. Respecteer maat en robuustheid. 8. Versterk het karakter van de dammen, speel in op de verscheidenheid binnen eenheid. 9. Sluit aan op het basic kustkarakter. 10. Zoneer
5.8
Gebiedsagenda Zuidwestelijke Delta 2050
De Zuidwestelijke Delta staat de komende jaren voor uitdagende opgaven op het gebied van economie, waterveiligheid, zoet water en natuur. Thema's als klimaatadaptatie, energietransitie en circulaire economie spelen een steeds grotere rol in deze opgaven. Daarom hebben het Gebiedsoverleg Zuidwestelijke Delta en het Rijk, samen met belanghebbenden, een Gebiedsagenda Zuidwestelijke Delta 2050 opgesteld. De Gebiedsagenda geeft een doorkijk tot 2050 en moet in beeld brengen wat de prangende kwesties zijn die partijen met elkaar de komende 15 jaar gaan aanpakken. Het resultaat is een integraal langetermijnperspectief voor de ontwikkeling van de Zuidwestelijke Delta, inclusief een kennis- en innovatieprogramma en een oriënterende uitvoeringsagenda. Daarmee heeft deze gebiedsagenda ook zijn doorwerking op het Veerse Meer. In het verlengde hiervan dient ook het Kennisprogramma Zeespiegelstijging genoemd te worden. De uitkomsten hiervan gaan op termijn zeker ook gevolgen hebben op het Veerse Meer. Mede op basis hiervan is het noodzakelijk om onderzoeken naar waterkwaliteit en maatregelen ten behoeve van natuurherstel en medegebruik voor het Veerse Meer ook in een lange termijn perspectief te plaatsen voor de periode tot 2050 en daarna (https://www.zwdelta.nl/over-zuidwestelijke-delta/strategie/gebiedsagendazuidwestelijke-delta-2050).
5.9
Regionale Energiestrategie
In het nationaal Klimaatakkoord20 is afgesproken hoe Nederland de mondiale klimaatafspraken van Parijs vertaalt naar een beleid en een uitvoeringsagenda. Wat is er nodig om de doelstelling van 49% CO2-reductie in 2030 te behalen? Die opgave is neergelegd in 30 regio's in Nederland, waarvan de Zeeuwse RES Zeeland als gehele provincie er één van is. Zeeland was de eerste regio die de RES 1.0 gereed had. Zeeland streeft daarbij in de gebouwde omgeving naar een reductie van 400 kiloton CO2 en kiest in 2030 minstens voor 11 Peta Joule hernieuwbare energie. De Zeeuwse ambitie voor mobiliteit is een CO2-reductie van 49%. In het afwegingskader wordt de impact van de energieplannen op ruimtegebruik en landschap nadrukkelijk meegewogen. In de nog te ontwikkelen RES 2.0 zal dit kader concreter worden uitgewerkt. Voor meer informatie zie: https://www.zeeuwsenergieakkoord.nl/
5.10
Klimaatadaptiestrategie Zeeland
Gemeenten, Rijk, waterschap en Provincie hebben samen afgesproken dat zij ervoor gaan zorgen dat schade door hitte, wateroverlast, droogte en overstromingen zo min mogelijk toeneemt. Daarop letten ze bij de aanleg van nieuwe woonwijken en bedrijventerreinen, het opknappen van bestaande bebouwing, vervanging van rioleringen, groenbeheer en wegonderhoud. Hoe de overheden hiervoor gaan zorgen, is vastgelegd in een Klimaatadaptatiestrategie voor Zeeland (KasZ). Voor actuele ontwikkelingen en mogelijke koppelkansen in het kader van de Gebiedsvisie, zie: https://www.zeeland.nl/energie-en-klimaat/aanpak-klimaatadaptatie
20
Klimaatakkoord, 28 juni 2019. Den Haag. https://www.klimaatakkoord.nl/documenten/publicaties/2019/06/28/klimaatakkoord
53
5.11
Uitvoeringsprogramma Landelijk Gebied 2021-2030
De Provincie vervult een regisserende rol in het landelijk gebied. Daartoe werden de ambities voor landbouw, natuur, biodiversiteit en klimaat geformuleerd als stap richting een gezamenlijke aanpak. Samen met de Zeeuwse partijen is een uitvoeringsprogramma opgesteld voor de periode van 2021 - 2027. Deze heeft veel raakvlakken en aanknopingspunten met de Gebiedsvisie. Voor het uitvoeringsprogramma zie: https://www.zeeland.nl/digitaalarchief/ib210c29b686
5.12
Deltaplan Zoet Water
Hoofddoelstelling is om Zeeland weerbaar te maken tegen zoetwatertekorten. Nevendoelstelling van het Zeeuws Deltaplan Zoet Water is om in kaart te brengen hoe een zo robuust mogelijke regionale zoetwatersituatie, zowel kwalitatief als kwantitatief, kan worden bereikt in het licht van klimaatverandering en functionele vraagontwikkeling. Er wordt aangesloten bij de ambitie, zoals voor heel Nederland in september 2019 bepaald in het Bestuurlijk Platform Zoet Water (BPZ), om in 2050 weerbaar te zijn tegen zoetwatertekorten. Tegelijkertijd wordt ook verbetering in de zoetwatersituatie op de korte termijn nagestreefd. Het Deltaplan kent een aantal pilotprojecten die momenteel in uitvoering zijn. Een aantal opgaven en kansen voor het Veerse Meer sluit hier naadloos op aan, dus het is van belang om de ontwikkelingen in dit plan goed te volgen. Dat kan via: https://www.zeeland.nl/water/zeeuws-deltaplan-zoet-water
5.13
Beheer en onderhoud convenant Veerse Meer
In afstemming met de partijen in het gebied Veerse Meer is het beheer en onderhoud van openbare voorzieningen bij het waterschap belegd. Voor de komende 10 jaar wordt door de partijen een nieuw convenant opgesteld. Het waterschap zal naar verwachting ook in die periode verantwoordelijk worden voor het beheer en onderhoud van de openbare voorzieningen. Voor aansturing van het beheer en onderhoud is er een ‘gebruikersraad Veerse Meer’. In deze raad zit, naast het waterschap, de (commerciële) vertegenwoordiging van gebruikers. Daarnaast is een bestuurlijk platform Veerse Meer actief waarin de verschillende overheden rondom het Veerse Meer zijn vertegenwoordigd. Zowel het bestuurlijk platform als de gebruikersraad komen meerdere keren per jaar bijeen om de stand van zaken door de nemen en eventuele knelpunten op te lossen. De financiering van het huidige beheer en onderhoud is daarbij een continu punt van aandacht. Dit wordt momenteel jaarlijks betaald door de partners in het convenant Veerse Meer (gemeenten Veere, Middelburg, Goes en Noord-Beveland, provincie Zeeland en waterschap Scheldestromen) op basis van een overeengekomen verdeelsleutel, samen met watersportverenigingen, commerciële jachthavens en recreatiebedrijven die bijdragen op basis van het aantal vaste ligplaatsen.