CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

21-122 Ingekomen stukken commissie Ruimte - organisatie

Gemeenteraad 30 september 2021, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Ingekomen stukken gemeenteraad (MZ/RM/AB-21-112)25.740 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Deelnemers actief informeren over de mogelijkheden van RUD Zeeland.

Via de reguliere bijeenkomsten raden, leden van de besturen en contactpersonen informeren.

Monitoren.

Externe ontwikkelingen (bedreiging)

Politiekgevoelige ontwikkelingen leiden tot vertragingen in procedures en aanvullende vragen van raden, staten, pers en politiek. Dit leidt tot

Centrale regie communicatie rondom externe ontwikkelingen.

Actief informeren van deelnemers, bedrijven en personeel

Monitoren en evalueren.

Versie: ontwerp begroting 2022 versie ab.docx

24

Begroting 2022

Sterkte / Zwakten

Waarom

Plan

Do

Check + act

verdere verhoging van de werkdruk.

Versie: ontwerp begroting 2022 versie ab.docx

25

Begroting 2022

Planning & control In 2016 stelde het algemeen bestuur de nota planning en control vast. De volgende diagram geeft de processen planning en control weer. bedrijfsplan

Vastgesteld beleid & PxQ & externe en interne ontwikkelingen

Begroting

begrotingswijziging

mutaties in PxQ tarieven en/of normtijden etc

Zienswijzen

vaststelling format DVO + tarievenlijst + bijdrageverordening

planningsgeprekken

begrotingswijziging

DVO Deelnemers

afdelingsplannen RUD

Materieel budget

begrotingswijziging

derap

= control

jaarverslag

= planning

burap

marap

geen onderdeel van Nota Planning en Control

Versie: ontwerp begroting 2022 versie ab.docx

26

Begroting 2022

PARAGRAAF FINANCIERING (TREASURY) Wet en regelgeving De Wet financiering decentrale overheden (Wet FIDO) kent als belangrijkste uitgangspunt het bevorderen van een solide financieringswijze. Met als doel het voorkomen van grote fluctuaties in de rentelasten, het beheersen van de renterisico’s en het bevorderen van de transparantie en kredietwaardigheid. Het beheersen van de risico’s uit zich concreet in de kasgeldlimiet, de renterisiconorm, het afsluiten van geldleningen en het uitzetten van gelden. Daarnaast bestaat de verplichting om een treasurystatuut op te stellen. In 2016 is het treasurystatuut voor de RUD Zeeland vastgesteld.

Kasgeldlimiet Met de kasgeldlimiet is in de wet FIDO een norm gesteld voor het maximum bedrag waarop overheidsinstanties de financiële bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar) mogen financieren. Het doel hiervan is om renterisico’s op korte termijn te beperken. Deze norm bedraagt 8,2% van het begrotingstotaal aan lasten voor bestemming, dus met uitzondering van stortingen in de reserves. Voor 2022 bedraagt de kasgeldlimiet € 0,8 mln.

Renterisico De renterisiconorm heeft als doel om toekomstige renterisico’s op lang lopende leningen te beperken. De renterisiconorm “speelt” bij de RUD Zeeland niet omdat de RUD Zeeland geen geldleningen heeft.

Koers- en valutarisicobeheer We gaan geen belangrijke c.q. omvangrijke financiële transacties in vreemde valuta aan en we hebben daar ook geen plannen voor. Daarmee zijn er geen koers- en valutarisico’s.

Risicoprofiel Het renterisico bij de RUD is laag. Dit komt aan de ene kant door het ontbreken van geldleningen en aan de andere kant door het opstellen van een liquiditeitsplanning.

Renteschema In de BBV is het verplicht om een renteschema op te nemen waaruit de rentekosten en de renteverdeling blijkt. Dit is voor RUD Zeeland niet relevant door het ontbreken van rentekosten.

Versie: ontwerp begroting 2022 versie ab.docx

27

Begroting 2022

PARAGRAAF WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING Op 10 juli 2018 stelde het algemeen bestuur het beleidskader Weerstandsvermogen en Risicobeheersing vast. Dit beleidskader implementeerde de organisatie en op 27 februari 2019 stelden we de resultaten van de eerste risicoinventarisatie vast. In 2020 actualiseerden we de inventarisatie van de risico’s De actualisatie ligt in het 1e kwartaal van 2021 voor besluitvorming voor bij het dagelijks en algemeen bestuur.

Risicoscore Op organisatieniveau is per risico de gevolgklasse gerelateerd aan de kansklasse. Zo ontstaat de risicoscore. De risicoscore is bepalend voor de aandacht die een specifiek risico krijgt van het management en het bestuur. De risicoscore (op organisatieniveau) op basis van de actualisatie in 2020 van de risico-inventarisatie ziet er als volgt uit: Kansklasse

< 10%

Gevolgklasse

10 - 30%

30 - 50%

gemiddeld laag

groter dan 50.000

4

tussen 40.000 en 50.000

gemiddeld groot

3

tussen 30.000 en 40.000

gemiddeld

2

tussen 15.000 en 30.000

gemiddeld klein

1

1

tussen 5.000 en 15.000

klein

1

> 70%

gemiddeld gemiddeld

1

5

groot

laag

50 - 70% hoog

hoog

4 1

1

1

Geïdentificeerde risico’s en doorrekening (bedragen in €)

Versie: ontwerp begroting 2022 versie ab.docx

28

Begroting 2022

Toelichting en ontwikkelingen Belangrijke constatering bij Onbalans in taken, verschil tussen omvang en kwaliteit taken versus omvang en kwaliteit capaciteit, en een Onevenwichtig personeelsbestand / krapte op de arbeidsmarkt is dat dit feitelijk geen risico’s betreffen maar een zekerheid zijn. Ook risico de Implementatie Omgevingswet is naar alle waarschijnlijk geen risico maar een werkelijkheid. Deze risico’s detecteerden we ook in 2019. Het managementteam managet deze risico’s tot op heden door de productie in lijn te brengen met de beschikbare personele en materiële budgetten. Dit gaat ten koste van de Zeeuwse Kwaliteit. In financiële zin deden deze risico’s zich dus niet voor, maar wel als milieurisico in de uitvoering. Op termijn is dit geen houdbare situatie omdat (de kansen op) incidenten toe zullen nemen. In 2020 stelde de directie van RUD Zeeland een integrale toekomstvisie op (Toekomstvisie OD Zeeland 2021 – 2024). In deze toekomstvisie zijn ook concrete maatregelen opgenomen om de visie te realiseren onder meer op het gebied van onbalans tussen taken en personele capaciteit (inclusief flexibele schil), de onevenwichtige samenstelling van het medewerkersbestand voor wat betreft leeftijd en de krapte op de arbeidsmarkt en de gevolgen van de Omgevingswet. Deze risico-inventarisatie onderstreept daarmee de noodzaak van de voorgestelde maatregelen in de toekomstvisie.

weerstandscapaciteit van RUD Zeeland Het weerstandsvermogen; de benodigde gedeeld door de beschikbare weerstandscapaciteit, geeft de mate aan waarin de organisatie financiële tegenvallers kan opvangen. De kwalificatie van de verschillende ratioklassen is als volgt: Ratio weerstandsvermogen > 2,0 1,4 – 2,0 1,0 – 1,4 0,8 – 1,0 0,6 – 0,8 < 0,6

Beoordeling Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende

RUD Zeeland heeft als doel een ratio weerstandsvermogen te hebben in de categorie ‘voldoende’ dus tussen 1,0 en 1,4. In deze categorie is er een verantwoorde balans tussen enerzijds de aanwezige risico’s en anderzijds de financiële buffer om deze risico’s op te vangen zonder dat dit ten koste gaat van de organisatiedoelstellingen.

Versie: ontwerp begroting 2022 versie ab.docx

29

Begroting 2022

De benodigde weerstandscapaciteit afgezet tegen de aanwezige (incidentele en structurele) weerstandscapaciteit geeft het volgende beeld:

Het werkelijke weerstandsvermogen bedraagt dus voor 2021 enkelvoudig 0,59 en cumulatief (voor de jaren 2021 en met 2025) 0,17. Het beleidsdoel is, zoals hiervoor vermeld, de categorie ‘onvoldoende’, dus tussen 0,6 en 0,8. Het werkelijke ratio 2021 valt nog niet binnen het gewenst beleidsdoel en het ratio voor de 2022 tot en met 2023 ligt aanzienlijk onder het beleidsdoel. Zoals in deze paragraaf staat, zijn een drietal donkerrode risico’s werkelijkheid. Indien het Algemeen Bestuur de ‘Toekomstvisie Zeeland 2021 – 2024’ vaststelt, mitigeren we de donkerrode risico’s. Na mitigering van de donkerrode sluiten de risico’s veel beter aan bij de aard en omvang van de activiteiten van RUD Zeeland en bij de totaal beschikbare weerstandscapaciteit.

Risico’s Covid -19 Door Covid-19 hebben we de wijze van uitvoering van onze werkzaamheden moeten aanpassen in 2020. Dit heeft geleid tot creatieve oplossingen. De productie over 2020 was dan ook vergelijkbaar met 2019. Op basis van de inzichten toe nu toe is het ook de verwachting dat dit in ook 2021 en 2022 het geval zal zijn. Natuurlijk hebben we extra kosten maar andere kosten, bijvoorbeeld reiskosten, zijn weer lager. We verwachten per saldo geen extra lasten.

Versie: ontwerp begroting 2022 versie ab.docx

30

Begroting 2022

Kengetallen In de BBV staat een voorschrift om een aantal specifieke kengetallen (inzake solvabiliteit, schuldquote, grondexploitatie, belastingcapaciteit en structurele exploitatieruimte) op te nemen in de paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing met een beoordeling van deze kengetallen. RUD Zeeland begroot geen rentelasten of aflossingen. Er is ook geen sprake van grond in exploitatie of inkomsten uit belastingheffing. De begrote structurele lasten zijn in evenwicht met de begrote structurele baten. Alleen het kengetal voor solvabiliteit is dus op RUD Zeeland van toepassing. No.

Omschrijving

Jaarrekening 2019

Begrotin g 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

1.

Solvabiliteit

45%

35%

35%

35%

35%

35%

Solvabiliteit: dit cijfer geeft inzicht in de mate waarin RUD Zeeland in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het kengetal is het eigen vermogen gedeeld door het balanstotaal.

FINANCIËLE BEGROTING In onderstaande financiële begroting staan alle lasten en baten naar kostensoort.

Overzicht baten en lasten naar kostensoort 2021 begroot

2022 begroot

2023 begroot

2024 begroot

2025 begroot

7.945 19 2.041 148

8.174 19 1.932 150

8.164 19 1.950 151

8.238 19 1.967 153

8.312 19 1.985 154

Totaal lasten

10.153

10.275

10.284

10.377

10.470

2. a. b. c. d. e.

9.741 25 -30 416 -

9.991 26 -30 288 -

10.023 26 -30 187 79

10.115 26 -31 81 185

10.209 26 -31 266

10.153

10.275

10.284

10.377

10.470

-

-

-

-

-

Omschrijving (bedragen * € 1.000) 1. Lasten a. Personele lasten b. Personeel van derden c. Overige kosten d. Onvoorzien

Baten Algemene bijdrage deelnemers Materieel budget bijdrage deelnemers BTW compensatie Waterschap Scheldestromen Frictiekostenvergoeding BRZO Schaalnadeel overhead

Totaal baten Resultaat

Versie: ontwerp begroting 2022 versie ab.docx

31

Begroting 2022

Toelichting op 1. Lasten naar kostensoort: 1a. Personele lasten 2021 begroot

2022 begroot

2023 begroot

2024 begroot

2025 begroot

7.278 437 145 83 19 -16

7.499 443 147 83 19 -16

7.566 447 149 19 -17

7.634 451 150 19 -17

7.703 455 151 19 -17

7.945

8.174

8.164

8.238

8.312

Organisatie kosten Huur onroerende zaken Geo-diensten Milieuklachtenlijn Overige directe kosten Accountantskosten Ondernemingsraad

2021 begroot 1.654 181 81 52 43 21 9

2022 begroot 1.565 182 59 53 43 22 9

2023 begroot 1.579 184 59 53 44 22 9

2024 begroot 1.593 186 60 54 44 22 9

2025 begroot 1.607 187 60 54 44 22 9

Totaal overige kosten

2.041

1.932

1.950

1.967

1.985

Personele lasten (bedragen * € 1.000) Salarissen en sociale lasten Reis-en verblijfkosten Opleidingskosten Opleidingskosten (POB) Incidentele prestatiebeloning Terugontvangst kosten Totaal lasten

1b. Personeel van derden Voor inhuur voor het programma Milieu is voor 2022 € 19.000 begroot.

1c. Overige kosten Omschrijving (bedragen x € 1.000)

1d. Onvoorzien Om te voorkomen dat we eventuele tegenvallers niet kunnen opvangen, nemen we in de begroting een post onvoorzien op. Het uitgangspunt is 1,5% van het de totale lasten.

Versie: ontwerp begroting 2022 versie ab.docx

32

Begroting 2022

Toelichting op 2. Baten naar kostensoort: 2a. Algemene bijdrage deelnemers Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten, bedraagt de begrote deelnemersbijdrage voor 2022 € 10 miljoen. Onderstaande tabel geeft het verloop van de bijdrage ten opzichte van de gewijzigde begroting 2021 weer.

Omschrijving Deelnemersbijdrage 2021  Hogere kosten agv extra taken provincie Zeeland (Groen)  Afname van de vergoeding frictiekosten provincie Zeeland  Terugdraaien schaalvoordeel  Inflatie (VZG richtlijn)  Correctie Inrichtingenbestand Deelnemersbijdrage 2022

Bedrag (x € 1000) 9.767 79 31 97 93 -50 10.017

2b. BTW compensatie De BTW is voor waterschappen niet compensabel. Om die reden besloten we bij oprichting dat waterschap deze BTW krijgt gecompenseerd.

2c. Materieel budget bijdrage deelnemers Het begrote materiële budget zijn de verwachte externe kosten voor de bemonstering van indirecte lozingen.

2d. Frictiekosten Brzo In 2019 is door de uitname van Brzo-taken een schaalnadeel ontstaan van € 595.000. Provincie Zeeland vergoedt op basis van een afbouwend schema tot 2025 de frictiekosten die ontstonden door de uitname van deze taken. In 2022 neemt de vergoeding met € 97.000 af. Dit gaat af van het al opgebouwde schaalvoordeel; zie hiervoor ook de volgende paragraaf 2e Schaalnadeel.

2e. Schaalnadeel Door de inbrenging van nieuwe taken bouwde RUD Zeeland tot 2020 een schaalvoordeel op van € 224.000. Het afbouwend schema tot 2025 in de frictiekosten compenseert zich in 2022 nog door deze eerder opgebouwde schaalvoordelen. Het verwachte schaalnadeel vanaf 2025 nam met circa € 31.000 af van € 297.000 naar € 266.000 door de inbrenging van uitbreiding van taken op het gebied van toezicht en coördinatie groene wetten. De oplossing voor het schaalnadeel willen we zoeken in het realiseren van extra of nieuwe taken.

Versie: ontwerp begroting 2022 versie ab.docx

33

Begroting 2022

Jaarrekeningsresultaat 2019 Op voorstel van de werkgroep “Aanpak voor een goede samenwerking tussen gemeenten en gemeenschappelijke regelingen” nemen we in de begroting een analyse op van de laatst vastgestelde jaarrekening (2019) en het effect hiervan op de begroting. Zo ontstaat er inzicht in de actuele financiële positie.

Saldo jaarrekening Over het jaar 2019 realiseerden we een positief rekeningresultaat van € 490.000. Dit resultaat is als volgt tot stand gekomen: Omschrijving (bedragen * € 1.000) Programma Overhead Algemene Begrotings- Verschil miieu dekkings- resultaat middelen 1. Personele lasten 2. Personeel van derden / uitbestede werkzaamheden 3. Implementatiekosten P*Q 4. Overige organisatiekosten 5. Bijdrage deelnemers en inkomsten DCMR 6. Projectkosten overdracht Brzo-taken 7. Begrotingsresultaat Totaal resultaat 2019

-60 196 -23

113

79 28 91 302

82 -321

500

-239

116 116

-60 275 28 68 82 -19 116 490

N V V V V N V V

Effecten van het jaarrekeningsresultaat 2019 voor de begroting 2022 zijn er niet. Het resultaat over 2019 komt door incidentele meevallers.

Overzicht van incidentele lasten en baten 2022 Het overzicht incidentele lasten en baten geeft inzicht in de mate waarin er sprake is van ‘materieel evenwicht’. Materieel evenwicht, of een reëel sluitende begroting, is een belangrijk uitgangspunt. De term materieel evenwicht houdt in dat de begroting voldoet aan bepaalde eisen. De belangrijkste daarvan is dat structurele lasten zijn gedekt door structurele baten. Incidentele lasten mogen worden gedekt door incidentele baten, waaronder onttrekkingen aan de reserves. Voor het begrip ‘incidenteel’ moet gedacht worden aan lasten en baten die zich gedurende maximaal 3 jaar voordoen (art.19 BBV). Voor deze begrotingsperiode zijn voor 2022 de lasten voor het persoonlijk ontwikkelbudget, € 83.000, incidenteel. Deze lasten zijn in de periode gedekt door een incidenteel hoger bijdrage van de deelnemers over dezelfde periode.

Versie: ontwerp begroting 2022 versie ab.docx

34

Begroting 2022

Geprognotiseerde Balans De geprognotiseerde balans geeft inzicht in de verwachte schulden en bezittingen van de RUD van 2019 tot en 2023.

Activa per 31 december (*€ 1.000) Vaste activa Voorraden

Geprognotiseerde balans 2020 2021 2022 2023 2024 begroot begroot begroot begroot begroot 0 0 0 0 0

2025 begroot 0

0

0

0

0

0

0

Kortlopende vorderingen

1.800

1.800

1.800

1.800

1.800

1.800

TOTAAL ACTIVA

1.800

1.800

1.800

1.800

1.800

1.800

800

800

800

800

800

800

Voorzieningen

0

0

0

0

0

0

Langlopende leningen

0

0

0

0

0

0

Kortlopende schulden

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

TOTAAL PASSIVA

1.800

1.800

1.800

1.800

1.800

1.800

0

0

0

0

0

0

Passiva per 31 december (*€1.000) Eigen Vermogen

EMU saldo

Het eigen vermogen van afgerond € 800.000 bestaat uit een algemene reserve van € 582.000 en reserve implementatie P*Q van € 216.000.

Versie: ontwerp begroting 2022 versie ab.docx

35

Begroting 2022

Door het algemeen bestuur te autoriseren begrotingsbedragen 2022 Het Algemeen Bestuur stelt de bij de programma’s opgenomen budgetten vast. Onderstaande tabel geeft een overzicht van baten en lasten 2022. Begroting 2022 (bedragen * € 1.000) lasten baten saldo Programma: Programmalijn Milieu - Vergunningverlening Programmalijn Milieu - Toezicht en Handhaving

2.678 4.215

0 0

2.678 4.215

Overzichten: Algemene bijdrage deelnemers Materieel budget bijdrage deelnemers Frictiekosten vergoeding Overhead Schaalnadeel overhead Vpb Onvoorzien

0 0 0 3.232 0 0 150

9.961 26 288 0 0 0 0

-9.961 -26 -288 3.232 0 0 150

Saldo van baten en lasten

10.275

10.275

0

0 0

0 0

0 0

10.275

10.275

0

Mutaties reserves: Programmalijn Milieu - Vergunningverlening Programmalijn Milieu - Toezicht en Handhaving

Resultaat

Aldus vastgesteld in de vergadering van het Algemeen Bestuur van de RUD Zeeland op …/…/

De secretaris

De voorzitter,

De heer ing. A. van Leeuwen MPA

De heer A.G. van der Maas

Versie: ontwerp begroting 2022 versie ab.docx

36

Begroting 2022

BIJLAGEN

Versie: ontwerp begroting 2022 versie ab.docx

37

Begroting 2022

Bijlage 1 Baten en lasten per taakveld Taakvelden (bedragen * € 1.000) 0.4 Overhead 0.8 Overige baten en lasten 7.4 Milieubeheer Totaal

Versie: ontwerp begroting 2022 versie ab.docx

Lasten 3.232 150 6.893 10.275

Begroting 2022 Baten

10.275 10.275

Saldo 3.232 150 -3.382 0

38

Begroting 2022

Bijlage 2 meerjarig overzicht en berekening van de bijdrage per deelnemer Bijdrage per deelnemer (in €) Deelnemer Borsele Goes Hulst Kapelle Middelburg Noord-Beveland Reimerswaal Schouwen-Duiveland Sluis Terneuzen Tholen Veere Vlissingen Waterschap Scheldestromen Provincie Zeeland TOTAAL

2021

2022

2023

2024

2025

595.500 608.900 562.500 264.900 218.600 290.700 497.400 693.200 738.500 931.200 324.200 230.900 287.100 93.500 3.429.100 9.766.200

584.000 615.300 578.100 266.700 222.900 297.700 494.200 687.900 744.100 978.200 332.800 226.200 296.600 95.500 3.596.400 10.016.600

585.900 617.300 579.900 267.500 223.600 298.600 495.800 690.100 746.500 981.300 333.900 226.900 297.500 95.800 3.607.800

591.300 623.000 585.300 270.000 225.700 301.400 500.400 696.500 753.400 990.400 336.900 229.000 300.300 96.700 3.641.200

596.700 628.700 590.700 272.500 227.800 304.200 505.000 702.900 760.300 999.500 340.100 231.100 303.100 97.600 3.674.800

10.048.400

10.141.300

10.234.900

De deelnemersbijdrage wijzigt als gevolg van inflatie, het inrichtingenbestand en de uitbreiding van de capaciteit voor toezicht Groene wetten.

Begrote bijdrage per deelnemer 2022 specificatie (in €) Deelnemer

Inzet P*Q producten met kental

Borsele Goes Hulst Kapelle Middelburg Noord-Beveland Reimerswaal Schouwen-Duiveland Sluis Terneuzen Tholen Veere Vlissingen Waterschap Scheldestromen Provincie Zeeland TOTAAL

Versie: ontwerp begroting 2022 versie ab.docx

452.700 469.900 475.100 198.900 134.100 199.700 375.600 536.800 643.700 858.100 265.400 146.200 186.700 95.500 3.337.600 8.376.000

Inzet P*Q Strippenkaart

Totaal

producten zonder kental

131.300 145.400 103.000 67.800 88.800 98.000 118.600 151.100 100.400 120.100 67.400 80.000 109.900 0 258.800 1.640.600

584.000 615.300 578.100 266.700 222.900 297.700 494.200 687.900 744.100 978.200 332.800 226.200 296.600 95.500 3.596.400

10.016.600

39

1

Inhoudsopgave VOORWOORD ...............................................................................................................................................................3 1

SAMENVATTING ....................................................................................................................................................5

2

IN HET KORT ..........................................................................................................................................................7

3

PROGRAMMA’S .....................................................................................................................................................8 3.1

4

5

PROGRAMMA MILIEU ...............................................................................................................................9

OVERZICHTEN .....................................................................................................................................................22 4.1

OVERHEAD ..............................................................................................................................................22

4.2

ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN............................................................................................................22

4.3

ONVOORZIEN ..........................................................................................................................................22

PARAGRAFEN ......................................................................................................................................................23 5.1

BEDRIJFSVOERING ...................................................................................................................................24

5.2

FINANCIERING .........................................................................................................................................28

5.3

WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING .................................................................................29

6

VERANTWOORDING BEGROTINGSRECHTMATIGHEID ........................................................................................33

7

JAARREKENING 2020 ...........................................................................................................................................35 7.1

BALANS....................................................................................................................................................36

7.2

OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN ........................................................................................................42

7.3

ANALYSE REKENINGRESULTAAT ..............................................................................................................42

7.4

WET NORMERING TOPINKOMENS (WNT) ...............................................................................................46

7.5

TOELICHTING BATEN EN LASTEN PER PROGRAMMA ..............................................................................48

7.6

OVERZICHT INCIDENTELE LASTEN EN BATEN ..........................................................................................50

8

CONTROLEVERKLARING VAN DE ONAFHANKELIJKE ACCOUNTANT ....................................................................51

9

BIJLAGEN JAARREKENING 2020...........................................................................................................................57 9.1

Informatie paragraaf verbonden partijen deelnemers ...........................................................................58

9.2

Lasten en baten per taakveld ..................................................................................................................59

2

VOORWOORD Met veel genoegen bied ik de jaarstukken 2020 aan van de Regionale UitvoeringsDienst (RUD) Zeeland. In deze jaarstukken informeren wij u over de inhoudelijke en financiële realisatie van de begroting 2020. Positief resultaat Voor ons ligt een positief financieel resultaat. Ik ben aan de ene kant blij dat er nog wat overblijft onderaan de streep. Aan de andere kant lijkt het op een tegenstelling omdat we structureel meer geld nodig hebben om onze taken goed uit te voeren. We benadrukken dat deze twee zaken echt los staan van elkaar. Ik ben blij dat een belangrijk deel van het overschot is te verklaren door het onverwachts goed benutten van de strippenkaart door de deelnemers. De inzet van de strippenkaart was wel begroot, maar deelnemers bleken deze mogelijkheid vaker te benutten dan verwacht. Dat stemt ons positief voor het komende jaar. Positief is ook dat we dit jaar het budget voor productie volledig hebben kunnen besteden. Er waren geen vacatures die we niet konden invullen. PxQ Dit is de laatste jaarrekening waarin we de uren die we hebben gemaakt voor deelnemers nog niet 1 op 1 doorberekenen. Vanaf 2021 brengen we de werkelijk gemaakte uren die we leveren in rekening. Dat leidt tot een eerlijkere verdeling van de kosten onder de deelnemers. Dat is een goede zaak.

Tegelijkertijd is dit voor zowel de deelnemers als voor ons als RUD spannend, de jaarrekening kan er zomaar eens heel anders uitkomen te zien. Bijzondere situatie Sinds ik voorzitter ben, hebben we ieder jaar nog te maken gehad met bijzondere zaken. Soms is dit uniek voor de RUD Zeeland, zoals het invoeren van de PxQ systematiek of het verdwijnen van de Brzo-taken. Soms zijn het ook zaken die iedereen aangaan, zoals dit jaar de bijzondere situatie rondom corona. Ondanks dat we een jonge organisatie zijn, hebben we al veel meegemaakt. Het coronavirus heeft een behoorlijk invloed gehad, ook op onze organisatie. Niet alleen op de wijze waarop we onze werkzaamheden moesten uitvoeren, maar ook op iedereen persoonlijk. Ik heb waardering voor de wijze waarop we allemaal de omschakeling naar digitaal werken hebben gemaakt. Tegelijkertijd hebben we het fysiek bij elkaar zijn moeten missen. We blijven mensen en het is moeilijk om veel minder contact met elkaar te hebben. Dat heb ik zelf ook gemerkt, ik verlang ook naar het praatje in de wandelgang of de humor tijdens vergaderingen. Daarom is een heel hartelijk, welgemeend compliment op zijn plek voor onze medewerkers die zich het afgelopen jaar zo hebben ingezet. Daarnaast eveneens de complimenten aan ons bestuur voor de wijze van vergaderen.

Digitaal is niet ideaal, maar dankzij jullie hebben we weer de benodigde besluiten kunnen nemen in het belang van een veilig en schoon Zeeland. Met vriendelijke groeten, Adrie van der Maas Voorzitter Dagelijks Bestuur

3

JAARVERSLAG 2020

4

1 SAMENVATTING In dit hoofdstuk vindt u een samenvatting van onze prestaties. Algemeen 2020 was een ongebruikelijk jaar. Door corona werkten we vanaf halverwege maart op afstand samen aan de opdracht van onze deelnemers. Dit vergde de nodige aanpassingen en improvisatie in de uitvoering van onze werkzaamheden. Mede door de nodige inspanningen en flexibiliteit van onze medewerkers zetten we een goed resultaat neer en slaagden we erin om een groot deel van onze planbare taken uit te voeren. Vergunningverlening Het afhandelen van vergunningaanvragen en meldingen gaat ook met corona bijna ongewijzigd door. De werkdruk was hierdoor onverminderd hoog en daarom stelden we ook in 2020 prioriteiten in de afhandeling van zaken. Voorsorterend op de Omgevingswet volgden onze medewerkers, eerder dan gepland, opleidingen/ cursussen in digitale vorm (op afstand). Ook is er een plan gereed om vergunningverleners C, van wie we verwachten dat hun werk als gevolg van de Omgevingswet als eerste terugloopt, op te leiden tot vergunningverlener B door ‘training on the job ’. Toezicht en handhaving In de loop van 2020 zijn er zes inspecteurs en twee juridisch medewerkers in dienst gekomen. De nieuwe inspecteurs volgden een intensief opleidingstraject en zij voldoen nu aan de landelijk gestelde eisen in de kwaliteitscriteria VTH 2.2.

Ondanks de corona-crisis voerden we de controlebezoeken zoveel mogelijk fysiek uit, zelfs tijdens de perioden van lockdown. Daar waar fysieke controles niet mogelijk waren, voerden we administratieve en zelfcontroles uit. Het aantal hercontroles is hoger dan voorzien in de kentallen P*Q. Ook de inzet op (voornemen) last onder dwangsom, is aanzienlijk hoger. We geven, met onze beperkte capaciteit, prioriteit aan een strakke opvolging van hercontroles en (voornemens) last onder dwangsom. Dit doen we in het kader van meer risicogericht toezicht. Dit gaat ten koste van andere werkzaamheden. We breidden de boa-capaciteit de laatste jaren flink uit. We zijn daardoor beter in staat om uitvoering te geven aan strafrechtelijke opvolging. Door de uitbreiding van het aantal boa’s kunnen we ook voldoen aan verzoeken van onze deelnemers om deel te nemen aan integrale acties in het kader van ondermijning. Realisatie jaarplannen 2020 De jaarplannen van de deelnemers bevatten de raming van de te leveren producten voor de betreffende deelnemer. Dit jaarplan bevat planbare productvarianten, zoals periodieke controles en actualisatievergunningen. Ook bevat dit jaarplan niet planbare productvarianten zoals klachten en omgevingsvergunningen. In 2020 leverden we ongeveer 75% van de planbare productvarianten.

Op basis van de huidige afspraken is het voor ons niet mogelijk om 100% te leveren onder andere omdat:  In 2020 nog geen rekening is gehouden met de uitkomsten evaluatie P*Q;  De kentallen, ook na evaluatie P*Q, weinig ruimte bieden om te reageren op nieuwe ontwikkelingen terwijl personele inzet daarop wel noodzakelijk is;  De kentallen, ook na evaluatie, geen rekening houden met het organisatorische vraagstuk van verloop. In hoofdstuk 4 van dit jaarverslag informeren we u over geleverde prestaties over de vergunningverlening, toezicht en handhaving. Via de deelnemersrapportages informeren we de deelnemers over de aan hun geleverde producten.

5

Financieel resultaat 2020

Omschrijving 1. Resultaat 2e Bestuursrapportage 2. Programma milieu 3. Overhead 5. Algemene dekkingsmiddelen 6. Onvoorzien 7. Onttrekkingen Eindtotaal

Resultaat (bedragen x € 1.000) 276 -61 154 174 12 -104 451

V N V V V N V

Het resultaat over 2020 is € 451.000 (4,1%) voordelig. Dit is € 175.000 hoger dan het verwachte resultaat in de 2e bestuursrapportage 2020. De belangrijkste oorzaken van dit hogere resultaat is dat de verwachte lagere inzet voor de strippenkaartproducten zich niet heeft voorgedaan en de stagnatie in Informatiemanagement/ICT gerelateerde projecten. Voor een uitgebreide analyse van het resultaat verwijzen we u naar hoofdstuk 7. Reserves Onze reserve positie (inclusief bestemmingsreserves) bedraagt circa € 1.145.000 ofwel 11% van het begrotingstotaal. Dit is nog onvoldoende om onze financiële risico’s te kunnen opvangen. Hiervoor hebben we een reserve nodig van circa € 1,8 mln. In de nota “Afspraken samenwerken met gemeenschappelijke regelingen in Zeeland” staat dat reservevorming uit batige saldi beperkt zijn toegestaan. De richtlijn is 5% van alle baten van de deelnemers. Voor ons komt dat overeen met een algemene reserve van € 0,5 mln. Wij vinden dat deze richtlijn te weinig aandacht besteedt aan de specifieke risico’s die er bij een gemeenschappelijke regeling aan de orde kunnen zijn. In onze ogen is er meer maatwerk noodzakelijk; zie ook onze paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. Als risico’s hoog zijn is een hogere algemene reserve nodig als risico’s laag zijn kan volstaan worden met een lagere algemene reserve.

We overleggen hierover met de Vereniging van Zeeuwse Gemeenten. Een verkennend gesprek vond al plaats. Een vervolg is in verband met corona nog niet gepland.

6

2 IN HET KORT Financiën x € 1 mln

Inkomsten

Uitgaven 2020

-11,5

11,1

2019 -12,9

12,4

2018 -12,5

11,7

Lasten: per kostensoort

Lasten: per programma

x € 1mln

x € 1mln

8,7

8,2

3,7

3,5

9,1

8,4

7,6

3,5

2,1

2,1

1,2

2018 2018

2019 Milieu

2020

Personele kosten

Overhead

6,3

Vergunningen 7,4

Organisatiekosten

1.527

5,0

2018

2019

Periodieke inspecties

268

4,2

2020

2020

Materieel budget

Verzuim

10,8

2019

0,6

Taken

Openstaande vacatures

2018

2,2

1,2

2019

Personeel 11,9

8,3

2020

2018

136

159

2019

2020

2018

1.246

1.303

2019

2020

Vanaf 2019 exclusief Brzo, In 2018 leverden we 106 vergunningen en 45 periodieke inspecties aan Brzo .

7

3 PROGRAMMA’S PROGRAMMA MILIEU

9

PROGRAMMALIJN VERGUNNINGVERLENING PROGRAMMALIJN TOEZICHT EN HANDHAVING OVERZICHT BATEN EN LASTEN PROGRAMMA MILIEU

9 17 20

8

3.1

PROGRAMMA MILIEU

3.1.1 PROGRAMMALIJN VERGUNNINGVERLENING Wat wilden we bereiken? De doelstelling van programmalijn Vergunningverlening is om tot een eenduidige uitvoering van de taken in de regio te komen. Dit houdt in:  Een gelijkwaardige en evenwichtige beoordeling van vergunningaanvragen, meldingen en ontheffingen. Dit leidt tot kwalitatief goede vergunningen en toestemmingen en een voor bedrijven ‘level playing field’.  Adviesverzoeken zijn van goede kwaliteit en behandelen we tijdig.  Plustaken, waaronder het afgeven van bodembeschikkingen en behandelen van meldingen Besluit bodemkwaliteit, voeren we op een efficiënte en effectieve wijze uit. Wat hebben we bereikt? Adviesverzoeken zijn van goede kwaliteit en worden tijdig behandeld Dat adviesverzoeken van goede kwaliteit zijn tijdig afgehandeld. Dit maken wij op uit de reacties van de deelnemers; zelden verzoeken zij een nadere onderbouwing en adviezen nemen ze één op één over. Het aantal verzoeken om adviezen m.b.t. ruimtelijke ordening groeit. Plustaken voeren we op een efficiënte en effectieve wijze uit Plustaken voerden we in zijn algemeenheid op een efficiënte en effectieve wijze uit, in goed overleg met de betrokken deelnemer; deze lichten we verderop in dit document nader toe. Positief is dat de deelnemers de RUD steeds meer betrekken bij de implementatie van de Omgevingswet.

Wat hebben we gedaan? Corona Het afhandelen van vergunningaanvragen en meldingen ging bijna ongewijzigd door. De behandeling van de juridische trajecten waren in 2020 enige tijd opgeschort. Deze zijn, rekening houdend met de corona-maatregelen, weer opgestart. Bedrijven hadden over het algemeen veel begrip voor de situatie. Alleen het stilvallen van het bemonsteren van afvalwater leidde ertoe dat alternatieve werkzaamheden zijn opgepakt. In dit specifieke geval was dat het actualiseren van vergunningen op het gebied van legionella, van bedrijven met een risicovolle, biologische afvalwaterzuivering. Effecten corona-crisis De afdeling vergunningen verleent diverse soorten vergunningen en we hadden in de praktijk niet het beeld dat er minder aanvragen werden ingediend door de corona-crisis. De onderstaande grafiek geeft bijvoorbeeld het verloop van de reguliere procedure weer. Het betreft het aantal vergunningprocedures die in een bepaalde week in behandeling zijn. Voor deze specifieke procedure concluderen we dat de werkvoorraad redelijk continu is, met uitzondering van een significante daling rond week 38 en 40 (rond de tweede lockdown).

Reguliere procedure

2020-02 2020-04 2020-07 2020-10 2020-12 2020-14 2020-16 2020-18 2020-20 2020-23 2020-25 2020-27 2020-29 2020-31 2020-34 2020-36 2020-38 2020-40 2020-42 2020-45 2020-47 2020-49

30 25 20 15 10 5 0

9

Het overall-beeld voor de meest relevante vergunningprocedures is als volgt: Een gelijkwaardige en evenwichtige beoordeling van vergunningaanvragen, meldingen en ontheffingen Vergunningen voor bedrijven zijn van goede tot zeer goede kwaliteit. Dit blijkt uit het feit dat er van de dertien bezwaar- en beroepsprocedures uit 2020, het bevoegde gezag (vertegenwoordigd door RUD Zeeland), in negen procedures in het gelijk is gesteld. Eén voorlopige voorziening is niet toegekend. De overige drie procedures zijn ingetrokken. Door een eenduidige en kwalitatief goede wijze van vergunningverlening en het beoordelen van meldingen ontstaat er voor bedrijven steeds meer een ‘level playing field’. Dit ontwikkelt zich verder door het actualiseren van vergunningen. Vergunningen en meldingen We beschikken over onvoldoende capaciteit om alle gevraagde werkzaamheden uit te voeren. In het afgelopen jaar is, net als voorgaande jaren, de focus geweest op: - het voorkomen dat milieuneutrale veranderingsvergunningen van rechtswege van kracht worden; - het begeleiden van nieuwe bedrijfsinitiatieven; - het adequaat reageren op verzoeken van deelnemers. Door de hoge werkdruk is er een relatief hoge werkvoorraad. De werkvoorraad is inclusief actualisatievergunningen. De onderstaande grafieken geven de geleverde vergunningen en meldingen ten opzichte van de afspraken (raming) weer.

Grafiek 1 Omgevingsvergunningen (aantallen vergunningen)

Vergunningen

139

88 47

39 7

Akkerbouw

27

37 15

Afval(water)beheer Houden van dieren Raming aantal vergunningen

16

12

Tankstations

13

10

Op- en overslag overig

Overig

Aantal vergunningen afgehandeld

10

Grafiek 2 Omgevingsvergunningen en meldingen activiteitenbesluit (aantallen) 1000 800 600 400 200 0 Vergunningen

Meldingen raming

Vergunningen Meldingen

realisatie

in uitvoering

Raming

Realisatie

291 942

159 603

In uitvoering / werkvoorraad 155 70

Omschrijving

KPI

Realisatie KPI t/m 31-12-2020

Termijnen vergunningen

90% van de omgevingsvergunningen verlenen we binnen de wettelijke termijn.

73%

Termijnen meldingen

90% van de meldingen Activiteitenbesluit handelen we binnen zeven dagen en gemiddeld binnen vier uur af

37%

Kwaliteit producten

80% van de rechtszaken wint de RUD. Het kennisniveau is op orde.

100%

Vergunningen van rechtswege toegekend

0% van de vergunningen wordt van rechtswege toegekend.

4%

*circa 37% van de meldingen handelen we binnen zeven dagen en vier uur af. In veel gevallen moeten we aanvullende informatie (bijvoorbeeld akoestisch rapport) opvragen. Daarnaast stellen we op basis van de uitkomsten van de evaluatie P*Q het kental van vier uur naar boven toe bij.

Afhandeling vergunningprocedures In 2020 namen wij 183 vergunningaanvragen in behandeling. 159 vergunningen handelden we in 2020 af. We rapporteren aan elke deelnemer over een aantal vergunningenproducten binnen de RE01-varianten, die door de RUD zijn gecoördineerd, of de aanvragen zijn afgehandeld binnen de wettelijke beslistermijn. In de analyse staan geen procedures die een deelnemer zelf coördineert en geen procedures die de deelnemer, om onbekende redenen, niet doorzette.

11

Tabel 1 Analyse: toetsing afgehandelde procedures in relatie tot wettelijke termijnen. Uitsluitend van onderstaande productvarianten (RE01.1, RE01.2, RE01.3, RE01.4 en RE01.10).

Productvariant

aantal procedures

binnen wettelijke termijn

buiten wettelijke termijn

regie bij deelnemer

RE01.1 Oprichtingsvergunning(1)

4

-

4

RE01.2 Revisievergunning(1)

3

1

-

2

RE01.3 Veranderingsvergunning(1)

21

6

9

6

RE01.4 Milieuneutrale veranderingsvergunning(2)

37

26

2

9

RE01.10 Omgevingsvergunning beperkte milieutoets(2)

11

8

-

3

Eindtotaal

76

41

15

20

(1) Wettelijke termijn is 26 weken (2) Wettelijke termijn is 8 weken

Bovenstaande tabel laat zien dat wij 73%1 van de procedures binnen de wettelijke termijn afhandelden. Wanneer een bedrijf van mening is dat de afhandeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning te lang duurt, heeft het bedrijf de mogelijkheid om de deelnemer c.q. de RUD in gebreke te stellen. Mogelijk moet de RUD of de deelnemer een vergoeding betalen aan het bedrijf. Om te voorkomen dat bedrijven de deelnemer of de RUD in gebreke stellen is o.a. ingezet op een duidelijke communicatie richting bedrijven over de afhandeling van de vergunningaanvraag. Door een in 2019 ingevoerde wijziging in het registratiesysteem registreren we vergunningprocedures apart die ondernemers intrekken of waarvan wij de procedure buiten behandeling laten (RE01.11). Het buiten behandeling laten van een procedure gebeurt als een ondernemer niet of onvoldoende gegevens aanlevert om een aanvraag te beoordelen of wanneer de aanvraag niet voldoet aan de wettelijk voorgeschreven indieningsvereisten. Wij maken gebruik van deze wettelijke mogelijkheid om langdurige (juridische) procedures te voorkomen. De verhouding tussen buiten behandeling gelaten procedures en het totaal afgehandelde procedures is circa 10%. De overige procedures die onder RE01.11 vallen, trok de ondernemer, om welke redenen dan ook, zelf in. Samenvattend ontstaat dan het volgende beeld:

afgehandeld

aanvraag ingetrokken

buiten behandeling gelaten

1

41 binnen de termijn gedeeld door 76 ontvangen min 20 regie bij deel nemer

12

Van de afgehandelde vergunningprocedures (RE01.4) handelden we 7% niet binnen de termijn af waardoor sprake was van twee van rechtswege verleende vergunningen. We informeerden hierover de betrokken gemeente. De oorzaken lagen in organisatorische afstemming tussen alle betrokken partijen. Ontvangen vergunningen en meldingen activiteitenbesluit Ook het verloop van ontvangen vergunningen en meldingen Activiteitenbesluit analyseerden we. Onderstaande grafieken geven per week het aantal in behandeling zijnde vergunnen en meldingen weer. De eerste lockdown was rond week 13 en de tweede lockdown rond week 38. Er is een lichte afname te zien maar een eenduidige verklaring is daarvoor niet te geven.

Ontvangen vergunningen 80 70 60 50 40 30 20 10

2019-50 2020-02 2020-04 2020-07 2020-09 2020-11 2020-13 2020-15 2020-17 2020-19 2020-21 2020-23 2020-25 2020-27 2020-29 2020-31 2020-34 2020-36 2020-38 2020-40 2020-42 2020-44 2020-46 2020-48 2020-50

0

Omgevingsvergunning Revisievergunning Veranderingsvergunning Milieuneutrale vergunning

Meldingen activiteiten besluit 80 60 40 20

2020-01 2020-03 2020-05 2020-07 2020-09 2020-11 2020-13 2020-15 2020-17 2020-19 2020-21 2020-23 2020-25 2020-27 2020-29 2020-31 2020-33 2020-35 2020-37 2020-39 2020-41 2020-43 2020-45 2020-47 2020-49 2020-51 2020-53

0

Actualiteit van het vergunningenbestand We hanteren een nieuwe methode om vergunningen te toetsen op actualiteit van vergunningplichtige industriële inrichtingen. In de analyse (juli 2019) pasten we een risicogerichte benadering toe op twee milieuaspecten van alle bedrijfsactiviteiten:  Landelijk Afvalbeheerplan: Sinds 1 januari 2018 moet de RUD vergunningen binnen een jaar actualiseren als de minimumstandaard voor verwerking van afval in het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP3) is aangepast. Wij analyseerden voorschriftenpakketten op het feit of deze verwijzen naar sectorplannen en/of een acceptatieen verwerkingsbeleid (AO/AO-IC).  Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS): vanuit veiligheidsoogpunt is het niet wenselijk dat vergunningen verwijzen naar verouderde PGS-richtlijnen. Ook vanuit het gelijke speelveld voor alle bedrijven is het wenselijk dat bedrijven niet hoeven te voldoen aan richtlijnen die al zijn vervallen (en daardoor niet meer de nieuwste

13

inzichten op veiligheidsgebied bevatten). Wij analyseerden het voorschriftenpakken met het doel te bepalen of vergunningen verwijzen naar een verouderde PGS-richtlijn. Uit de analyse kwamen 145 bedrijven naar voren waarover we het volgende opmerken: - 100 bedrijven zijn geselecteerd op basis van de PGS-voorschriften; - vijftien bedrijven zijn geselecteerd op basis van de in de vergunning opgenomen acceptatie- en verwerkingsbeleid; - Verder kwam uit de analyse naar voren dat er dertig bedrijven zijn met een onderliggende oprichtings/revisievergunning die dateert van vóór 2000. Van circa 50% van de industriële vergunningplichtige inrichtingen is aanpassing van de vergunning nodig gebleken. Circa 10% van de bedrijven heeft een onderliggende vergunning die ouder is dan 20 jaar. Het streven is om dit percentage te minimaliseren. Een actuele vergunning bied een goede bescherming voor het milieu en anderzijds is het zo, dat een actuele vergunning een bedrijf meer houvast biedt bij eventuele bedrijfseconomische ontwikkelingen omdat zij niet geconfronteerd worden met eventuele aanpassingen in de bedrijfsvoering omdat vanuit regelgeving maatregelen noodzakelijk zijn. Overige aspecten zoals bodem, energie, water (actuele NEN-normen) en lucht betrokken we niet in deze analyse.

In 2020 was er binnen de P*Q systematiek geen mogelijkheid om al acties op te pakken die uit deze analyse naar voren kwamen. Wij stonden daarom een projectmatige aanpak voor. Dit resulteerde er in dat de vergunningssituatie van 77 bedrijven is beoordeeld. Dit leidde ertoe dat: - De vergunning van 11 bedrijven is ingetrokken of de procedure tot intrekking loopt; - 13 bedrijven meldingsplichtig zijn bevonden; - Van 7 bedrijven bleek na een diepere analyse een actualisering niet noodzakelijk; - Van 11 bedrijven het dossier niet volledig is, waardoor de toetsing on-hold is gezet; - We van 23 bedrijven de vergunningen actualiseerden of dat de actualiseringstoetsing nog loopt; - We van 12 bedrijven het vooroverleg opstartten om een vergunning aan te vragen of waarvan een vergunningprocedure reeds loopt. Als gevolg van bovengenoemde inspanningen om bepaalde individuele bedrijven te voorzien van actuele vergunningvoorschriften optimaliseren we de bescherming van de leefomgeving, omdat actuele normen vaak strenger zijn en omdat handhaving eenvoudiger wordt. Samenvattend ziet het beeld voor het inrichtingenbestand er als volgt uit:

niet betrokken

ingetrokken vergunningen

meldingsplichtige inrichtingen

on-hold ivm dossier

actualiseringen

extra vergunningprocedures

Het voornemen is om het vergunningplichtige industriële bedrijvenbestand in 2021 opnieuw te analyseren om een beeld te krijgen van de actualiteit van de risicovolle activiteiten bij de betreffende bedrijven. Daarmee hopen we tegelijkertijd een beeld te krijgen van de bedrijven waarvan de onderliggende oprichtings-/revisievergunning dateert van vóór 2010. Dit laatste is met het oog op het voorgenomen VTH-beleid waarbij vergunningen niet ouder mogen zijn dan 10 jaar, tenzij uit een actualiseringstoets blijkt dat de voorschriften nog redelijk actueel zijn. Bezwaar- en beroepszaken In alle bezwaar- en beroepszaken namen we juridisch gezien een juist besluit; de details staan hieronder:

14

Zes bezwaren ongegrond / niet-ontvankelijk Twee bezwaren ingetrokken Eén voorlopige voorziening niet toegekend Eén voorlopige voorziening ingetrokken Twee beroepen ongegrond Eén hoger beroep ongegrond Ontwikkelingen Gevraagde adviezen We nemen een positieve trend waar over het aantal vragen om advies door de deelnemers, waaronder ruimtelijke ordeningsvraagtukken. Veel van deze vragen gaan over de invloed van geluid door ontwikkelingen en initiatieven in gemeenten. Ook vragen over de inpasbaarheid van initiatieven, zoals windmolens, bereiken ons steeds vaker. Onze expertise op het gebied van externe veiligheid was al diverse keren van toegevoegde waarde bij gemeentelijke vraagstukken. Zeer Zorgwekkende Stoffen Alle bedrijven (die vallen onder het bevoegd gezag van provincie Zeeland) ontvingen een uitvraag om informatie aan te leveren met betrekking tot het gebruik van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS). Ons doel was om per 1 januari 2021 inzicht te hebben in de emissies van de bedrijven waar provincie bevoegd gezag voor is. Echter, ook bedrijven waarvoor de gemeente het bevoegd gezag is, gebruiken ZZS stoffen. We schatten in dat via gangbare vergunningprocedures deze bedrijven worden geïnformeerd over ZZS en de mogelijke verplichtingen die daaruit voortvloeien. In het kader van de ZZS uitvraag schreven we alle 49 bedrijven aan waar provincie bevoegd gezag voor is.

Hiervan reageerden vier bedrijven niet, ondanks een herhaald verzoek. Intern kijken we welke vervolgstappen we moeten nemen, met als laatste stap inzet van de handhaving. Bij één bedrijf leidde de inventarisatie tot het aanpassen van de vergunning. Bij 36 bedrijven gaat het om een afvalverwerkend bedrijf. Hiervan - leverde circa de helft van de bedrijven een overzicht aan; - hiervan gaf circa een kwart van de bedrijven een kwantitatieve opsomming op basis van de afvalstromen per sectorplan met eventuele relevante ZZS (Bron: SGS-Intron Rapportnr. : A108010/R20190414a, d.d. 1812-2019), en - de overige 25% gaf aan zich aan te sluiten bij het landelijk beleid. Het landelijk beleid is vastgelegd in: “Handelingsperspectief Zorgstoffen voor Afvalverwerkers en hun vergunningverleners” opgesteld (14 mei 2020) en “Handreiking verzoek om informatie over ZZS afvalbedrijven” tot stand gekomen (3 september 2020). Deze afvalverwerkende bedrijven dienen in 2021 een eerste overzicht te overleggen zoals aangegeven in het landelijk beleid. Warme overdracht (bodem) Met het inwerking treden van de Omgevingswet gaat een aantal bevoegdheden over van de provincie naar de gemeenten. Daarbij hoort het adequaat overdragen van dossiers in het kader van bodemsanering. Een projectgroep met daarin deelnemers van gemeenten, provincie en RUD Zeeland, faciliteert deze overdracht.

De verwachting is dat de provincie eind 2021 de bodem-dossiers in digitale vorm aan de gemeenten overdraagt. We hebben extra aandacht voor de dossiers waar we mogelijk een (nieuwe) beschikking op moeten nemen. Dit gaat bijvoorbeeld om reeds gesaneerde locaties waarop een monitoringsverplichting rust. Momenteel is onbekend hoe het overgangsrecht voor bodem onder de Omgevingswet eruit ziet. Waarschijnlijk blijft de provincie voor een aanzienlijk deel van de bodemsaneringslocaties het bevoegde gezag.

15

Informatieplicht energiebesparing Op basis van deze Informatieplicht moeten bedrijven melden of, en zo ja, welke energiebesparende maatregelen zij genomen hebben. Met een subsidie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat is primair ingezet op het laten melden van alle melding-plichtige bedrijven. Een deel van de bedrijven is steekproefsgewijs fysiek gecontroleerd om na te gaan of zij daadwerkelijk de energiebesparende maatregelen hebben doorgevoerd. Voor de vier Zeeuwse gemeenten Vlissingen, Veere, Middelburg en Tholen, wordt ook een deel van de ‘niet basistaak inrichtingen’ gecontroleerd. De volgende tabel geeft de kenmerken weer van de in 2020 uitgevoerde activiteiten. Gemeente

Borsele Goes Hulst Kapelle Middelburg Noord-Beveland Reimerswaal Schouwen-Duiveland Sluis Terneuzen Tholen Veere Vlissingen Totaal

Algemene uren Administratieve Informatieplic controles ht (A1) indienen Informatieplicht (B1)

17 40 17 8 24 5 23 48 47 37 16 0 6 288

41 99 55 20 20 16 52 107 100 109 29 14 16 678

Vooraankondig Aantal ingen last rapportages onder beoordeeld voor dwangsom voor basistaak het niet gemeenten (E1) indienen (D1)

3 2 2 1 6 1 1 3 2 2 2 19

7 5 18

Resultaat: Aantal bedrijven dat in 2020 de rapportage Informatieplich t heeft ingediend 29 61 43 8 96 17 33 67 73 68 26 19 48 588

Vuurwerk Ondanks het verbod op het verkopen en afsteken van categorie F2 vuurwerk, voerden we in de tweede helft van december controles uit bij de vuurwerkverkooppunten. De controles op voorzieningenniveau waren toen al afgerond. De vuurwerkcoördinator informeerde daarover vooraf gemeenten, politie, Veiligheid Regio en de vuurwerk-detaillisten. De reguliere controles tijdens de verkoopdagen werden maatwerk controles. Dit waren zowel fysieke als administratieve controles. 5-jaarlijkse toets UPD/PvE Het uitgangspuntendocument voor het brandbeveiligingssysteem van vuurwerkopslagplaatsen toetsen we elke vijf jaar aan de actuele stand van de techniek. In 2020 vond deze beoordeling plaats bij diverse verkooppunten. We namen de eindcontrole op basis van de 5-jaarlijkse toets mee met de reguliere voorcontrole. Luchtvaart In 2020 verrichtte de RUD diverse werkzaamheden in het kader van luchtvaart (Wet luchtvaart). Hiertoe behoren onder meer het verlenen van ontheffingen voor tijdelijk en uitzonderlijk gebruik (TUG-ontheffingen), procedures voor het vaststellen van luchthavenregelingen en luchthavenbesluiten en adviseren over het TUG-beleid. Onder reguliere werkzaamheden vallen onder meer advisering voor de Interprovinciale Contactgroep Luchthavens en het beantwoorden van ad hoc vragen over Luchtvaart en TUG-ontheffingen.

In afstemming met de provincie legde de RUD bij de uitvoering van de werkzaamheden de prioriteit bij luchthaven Midden-Zeeland. Voor dit vliegveld lopen onder meer procedures voor de uitbreiding van het aantal helikopterbewegingen en de voorgenomen baanrotatie. 16

Naast luchthaven Midden-Zeeland lopen er voor meerdere luchthavens binnen Zeeland procedures voor het vaststellen van een luchthavenregeling of luchthavenbesluit. Voor de zweefvliegvelden Haamstede en De Smitsschorre in Axel rondde de RUD de procedures in 2020 af. Voor de helikopterluchthavens Inter Scaldes te Kruiningen, Prince Helikopters te Zierikzee, Ziekenhuis ADRZ te Goes, Ziekenhuis ZorgSaam te Terneuzen en Schelde/Damen te Vlissingen voerde de RUD voorbereidende acties uit. Externe veiligheid De bijdrage die we via het provinciefonds ontvingen voor Impuls Externe veiligheid vervalt per 1-1-2021. Deze bijdrage zetten we in voor zowel provinciale als gemeentelijke taken. Een deel van de bijdrage verschoof naar het gemeentefonds. De bijdrage is zowel bestemd voor de uitvoering van taken door RUD Zeeland als door de VeiligheidsRegio Zeeland. We bereiden een voorstel inclusief begrotingswijziging voor de invulling van de uitvoering van de taken voor externe veiligheid per 1 januari 2021.

3.1.2 PROGRAMMALIJN TOEZICHT EN HANDHAVING Wat wilden we bereiken? De doelstelling van programmalijn Toezicht en Handhaving van RUD Zeeland is om tot een kwalitatief goede en eenduidige uitvoering van de overgedragen milieutaken toezicht en handhaving in Zeeland te komen. Dit doen we door:  Adequaat toezicht uitvoeren of handhavend optreden tegenover bedrijven en burgers die zich niet houden aan de wet- en regelgeving.  Vakinhoudelijke kennisontwikkeling. Wat hebben we bereikt? Adequaat toezicht uitvoeren of handhavend optreden Door in te zetten op het uitvoeren van hercontroles, bereikten we dat bedrijven die in eerste instantie niet aan de milieuregels voldeden, dit alsnog zijn gaan doen. Bij bedrijven die ook na een hercontrole nog steeds niet bleken te voldoen, zetten we vervolgstappen door het opleggen van een Voornemen Last onder Dwangsom (VLoD). De meeste bedrijven voldeden daarna wel aan de gestelde eisen. In een enkel geval legden we een definitieve Last onder Dwangsom (LoD) op. Door uitbreiding van de vaste bezetting zijn wij steeds beter in staat om ad hoc actie te ondernemen en, zo nodig, op te treden. Naast de periodieke controles en hercontroles verrichten we ook op tal van andere terreinen toezichtswerkzaamheden; denk aan asbest, bodem en zwemwater/baden.

Vakinhoudelijke kennisontwikkeling De medewerkers ontwikkelen hun vakinhoudelijke kennis door deel te nemen aan toolboxmeetings en kennisoverdracht tijdens overleggen of onderling op de werkvloer. Door corona konden we in 2020 geen invulling aan toolboxmeetings geven. Wat hebben we gedaan? Corona Ondanks de coronacrisis voerden we controlebezoeken, binnen de regels van het RIVM, zoveel mogelijk fysiek uit, ook tijdens de perioden van lockdown. Hierover maakten we duidelijke interne werkafspraken, die we in vertrouwen aan de deelnemers rapporteerden. Daar waar fysieke controles niet mogelijk waren, is ingezet op administratieve en zelfcontroles.

17

Toezicht We kozen er bewust voor om de capaciteit in de flexibele schil voor een groot deel om te zetten in vaste capaciteit. Het telkens opnieuw uitzetten van opdrachten, inwerken van nieuwe personen in de systemen en het begeleiden van externen kost veel tijd. Voordeel van een grotere vaste bezetting is dat we ook andere producten kunnen oppakken. Denk daarbij aan het optimaliseren van het piket, uitvoeren van hercontroles en inzet op ad hoc zaken die aangedragen worden. Ook de kennis binnen de organisatie groeit doordat mensen zich specialiseren in een of meer branches of zich op een andere manier verdiepen in een bepaald onderwerp. Als gevolg van intern doorschuiven, natuurlijk verloop en de uitbreiding van TH-taken vanuit Schouwen-Duiveland, kwamen in de loop van het jaar zes inspecteurs en twee juridisch medewerkers (beiden part time) in dienst. Nieuwe inspecteurs leiden we op en voldoen individueel aan de eisen uit de kwaliteitscriteria VTH 2.2. We evalueerden de werkwijze binnen het asbestteam. Uit de evaluatie kwam naar voren dat meer risicogericht en informatie-gestuurd toezicht wenselijk is. Hieraan geeft het asbestteam uitvoering. Het team perkte het aantal administratieve controles in en controleerde meer bij saneringen die minder bekende saneringsbedrijven uitvoerden. Een extern bureau voerde de controle op de informatieplicht energiebesparing uit.

In het kader van ‘learning on the job’ was bij een aantal bedrijven een RUD inspecteur bij de uitvoering van de controle aanwezig. De administratieve handelingen voerde de RUD uit en dat trok een zware wissel op de capaciteit, omdat deze uren niet waren geraamd. Bij bedrijven die niet meldden, voerden we een hercontrole uit, en gingen enkele voornemens Last onder Dwangsom uit. Verder controleerden we steekproefsgewijs op het uitvoeren van energiebesparende maatregelen. Met de nieuwe subsidieronde zetten we het project in 2021 voort. Handhaving Wij zien dat het aantal periodieke controles die leiden tot een hercontrole per deelnemer verschilt (35-50%), maar gemiddeld (44%) op het niveau van PxQ ligt. Echter, het aantal hercontroles wat leidt tot een (voornemen) last onder dwangsom, is nog steeds hoger dan we op basis van PxQ mogen verwachten. Door een strakkere opvolging van hercontroles werken we aan het terugdringen van het aantal voornemens. Hiermee geven we uitvoering aan risicogericht toezicht. De boa-capaciteit breidde de laatste jaren flink uit. Dit resulteert in meer strafrechtelijk optreden, wat in lijn is met de implementatie van de Landelijke Handhavingsstrategie. Daarnaast nemen de boa’s, bij deelnemers die daarom verzoeken, deel aan integrale acties in kader van ondermijning.

Geleverde producten Onderstaande grafiek geeft een selectie van de geleverde producten weer ten opzichte van de afspraken (raming). De weergegeven werkelijke uitvoering en de geraamde producten betreft de optelsom van de geleverde producten en gemaakte afspraken met individuele deelnemers. Grafiek 3 Toezicht en handhaving (in aantallen producten) 3000 2500 2000 1500 1000 500 0 Periodieke contr.

Hercontrole raming

Adm contr. realisatie

LoD

Zelfcontrole

in uitvoering

18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10494962/2