CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

21-117 Bijlage 3. Lange termijn prognose

Gemeenteraad 30 september 2021, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Krediet uitbreiding huisvesting Aventurijn (MZ/21-117)3.839 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

2020/2021 2024/2025

Stichting Onze Wijs (42653) De Aventurijn 15NS Henry Dunantlaan 6 4334 BA Middelburg januari 2021

mw. drs. R. Jordanov E rjordanov@verus.nl T 0348 - 744 121

Contact Postbus 381, 3440 AJ Woerden Korenmolenlaan 2, 3447 GG Woerden E info@verus.nl | www.verus.nl

Disclaimer © 2021 Verus – Alle rechten voorbehouden. Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd, overgenomen, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar worden gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier, zonder voorafgaande toestemming van Verus en bronvermelding. Dit rapport is met grote zorgvuldigheid samengesteld. Desondanks kan niet worden ingestaan voor mogelijke feitelijke onjuistheid en/of onvolledigheid van de opgenomen gegevens. Verus aanvaardt geen aansprakelijkheid, evenmin kunnen aan de inhoud van dit rapport rechten worden ontleend.

400 350

320

303

336

347

154

155

279

300

248 220

250 177

200 150

101

198 122

162

146

139

153

151

100 50 0 2016/2017 2017/2018 2018/2019 2019/2020 2020/2021 2021/2022 2022/2023 2023/2024 2024/2025

Onderbouw

Totaal

schooljaar

prognose

2020/2021

2021/2022

2022/2023

2023/2024

2024/2025

Personele bekostiging regulier

€ 933.227

€ 1.042.847

€ 1.098.203

€ 1.150.148

€ 1.196.613

Personeels- en arbeidsmarktbeleid

€ 200.196

€ 222.885

€ 240.306

€ 252.989

€ 264.507

Materiële instandhouding

€ 193.613

€ 211.260

€ 226.063

€ 232.241

€ 246.974

Prestatiebox

€ 48.814

€ 54.916

€ 59.601

€ 63.012

€ 66.109

€ 1.375.850

€ 1.531.907

€ 1.624.173

€ 1.698.390

€ 1.774.202

Totaal bovenstaand

NB: De prognose van de bekostiging is indicatief en gaat uit van de landelijke gewogen gemiddelde leeftijd (GGL). De bekostiginsprognose is exclusief specifieke regelingen/subsidies.

kalenderjaar

bruto vloeroppervlak m2

prognose

2021

2022

2023

2024

2025

1603

1724

1810

1890

1945

Deskundig, snel en áltijd op maat. Zo kunnen de leerlingenprognoses van Verus gekenmerkt worden. Dankzij ruime ervaring hebben de adviseurs van Verus expertise op het gebied van planning en prognose en beschikken zij over de deskundigheid om complexe data op de juiste manier te interpreteren. Prognoses van Verus zijn bovendien altijd op maat: dat wil zeggen dat we naar de specifieke context van de school en de omgeving kijken. De prognoses worden van ‘onderaf’, vanuit het voedingsgebied, opgebouwd zodat ze zo goed mogelijk aansluiten bij uw eigen situatie. Wij werken met een prognosemodel dat ontwikkeld is door Verus en dat voldoet aan het Programma van Eisen van de VNG. Meer informatie over totstandkoming van de prognose treft u aan in de technische bijlage van dit rapport. Adequate prognoses zijn belangrijk voor uw bedrijfsvoering. Vooruitkijken helpt u onder meer bij de ontwikkeling van meerjarenbeleid op het terrein van financiën, personeel en huisvesting. Heeft u na het lezen van het rapport behoefte aan verdere toelichting, wilt u meer informatie of heeft u ondersteuning nodig van Verus? Neem dan vrijblijvend contact op: wij beschikken over gespecialiseerde kennis op het gebied van huisvesting, planning, bekostiging, financieel- en personeelsbeleid. Meer informatie over het thema bedrijfsvoering vindt u op onze website: https://www.verus.nl/themas/bedrijfsvoering.

Deze prognose is opgesteld door: mw. drs. R. Jordanov rjordanov@verus.nl 0348 - 744 121

Het voedingsgebied van de basisschool omvat: de wijken Middelburg-Noord (01) en MiddelburgZuidwest (02).

Bron: Kadaster

De woningvoorraad in het genoemde voedingsgebied ontwikkelt zich volgens de gemeente als volgt:

12000 10000

5

124

150

114

9427

9432

9556

9706

2021

2022 nieuwbouw tijdens jaar

2023 voorraad op 1 januari

2024

8000 6000 4000 2000 0

De onderstaande tabel toont de historische ontwikkeling van het aantal kinderen in het voedingsgebied per leeftijd per 1 januari van het betreffende kalenderjaar. Daarnaast geeft het een prognose van het kindertal per leeftijd voor de komende jaren (rekening houdend met eventuele woningbouw). feitelijk leeftijd

2014

2015

0

161

1

167

2

prognose

2016

2017

2018

2019

2020

183

171

174

159

168

187

17 1

172

185

176

174

157

164

18 6

17 1

200

174

169

185

195

188

167

17 1

19 4

18 0

3

168

198

181

178

185

212

194

17 3

17 7

203

18 9

4

167

171

207

183

188

197

210

19 9

17 8

18 4

2 12

5

174

168

179

220

185

198

199

2 17

206

18 6

19 3

221

6

191

176

177

188

217

192

203

204

222

2 13

19 3

200

7

185

187

183

188

200

220

197

2 10

2 11

233

224

203

8

207

191

191

187

193

206

221

200

2 14

2 17

240

230

9

221

197

194

196

187

191

214

223

202

2 18

222

245

10

213

220

202

195

194

190

201

2 17

226

207

224

228

11 12

255 239

215 248

220 215

205 230

207 212

201 207

195 206

205 19 8

221 209

233 228

2 15 241

232 221

ba s .ge n. ba s .ge n 4 / 7

16 8 5 7 17

15 9 9 702

16 18 746

16 3 1 779

16 3 5 790

16 5 7 807

17 0 2 809

17 3 4 830

17 4 2 8 17

17 6 0 8 16

17 9 6 823

18 2 2 821

2021

2022

2023

2024

2025

19 7

NB: De meest actuele demografische gegevens die beschikbaar zijn, hebben betrekking op uitgangsjaar 2020 (1 januari), de cijfers voor 20201 en verder betreffen een prognose. De historische aantallen zijn conform CBS-richtlijnen afgerond op veelvouden van vijf. In de daadwerkelijke analyses ten bate van de leerlingenprognose zijn wel de onafgeronde aantallen benut.

De volgende tabel toont de jaarlijkse mutatiefactoren in het voedingsgebied per leeftijd, gecorrigeerd voor veranderingen in de woningvoorraad. De mutatiefactoren tonen de ontwikkelingen in de omvang van de leeftijdscohorten tussen kalenderjaren (van 0-jarigen naar 1-jarigen, van 2- naar 3-jarigen enzovoorts). De geprognosticeerde factoren zijn het gemiddelde van de afgelopen vijf jaren. feitelijk leeftijd

2014/ 2015

2015/ 2016

prognose

2016/ 2017

2017/ 2018

2018/ 2019

2019/ 2020

2020/ 2021

2021/ 2022

2022/ 2023

2023/ 2024

2024/ 2025

2025/ 2026

0 1

1,069

1,016

1,016

0,989

0,982

0,972

0,995

0 ,9 9 6

1,0 0 8

1,0 11

1,0 0 7

1,0 0 3

2

1,043

0,988

0,987

1,096

1,074

1,059

1,041

1,0 4 1

1,0 5 4

1,0 5 7

1,0 5 3

1,0 5 0

3

0,991

1,046

1,039

0,989

1,081

1,027

1,037

1,0 3 7

1,0 5 0

1,0 5 3

1,0 4 9

1,0 4 5

4

1,019

1,051

0,998

1,045

1,059

0,986

1,028

1,0 2 8

1,0 4 1

1,0 4 4

1,0 4 0

1,0 3 6

5

1,007

1,052

1,049

1,000

1,047

1,006

1,031

1,0 3 1

1,0 4 4

1,0 4 7

1,0 4 3

1,0 4 0

6

1,012

1,059

1,037

0,976

1,032

1,021

1,025

1,0 2 5

1,0 3 8

1,0 4 1

1,0 3 7

1,0 3 4

7

0,980

1,045

1,048

1,053

1,008

1,022

1,035

1,0 3 6

1,0 4 9

1,0 5 1

1,0 4 7

1,0 4 4

8

1,033

1,027

1,008

1,016

1,024

1,000

1,015

1,0 16

1,0 2 8

1,0 3 1

1,0 2 7

1,0 2 4

9

0,953

1,021

1,013

0,989

0,984

1,034

1,008

1,0 0 9

1,0 2 1

1,0 2 4

1,0 2 0

1,0 17

10

0,996

1,031

0,992

0,979

1,010

1,048

1,012

1,0 12

1,0 2 5

1,0 2 8

1,0 2 4

1,0 2 1

11 12

1,010 0,973

1,005 1,005

1,002 1,032

1,050 1,023

1,030 0,994

1,022 1,020

1,022 1,015

1,0 2 2 1,0 15

1,0 3 5 1,0 2 8

1,0 3 8 1,0 3 1

1,0 3 4 1,0 2 7

1,0 3 1 1,0 2 4

Methode 1 baseert zich op twee aspecten. Ten eerste het deelnamepercentage van de 4-jarigen op de school ten opzichte van het totaalaantal 4-jarigen in het voedingsgebied. Ten tweede op de doorstroomfactoren binnen de school. De doorstroomfactoren tonen de ontwikkelingen in de omvang van leeftijdsgroepen tussen schooljaren (van 4-jarigen naar 5-jarigen, van 5- naar 6-jarigen enzovoorts). Onderstaande tabel toont de historische leerlingaantallen per leeftijdsgroep en de geprognosticeerde aantallen op basis van methode 1: feitelijk

prognose

leeftijd

2015/2016

2016/20017

2017/2018

2018/2019

2019/2020

2020/2021

2021/2022

2022/2023

2023/2024

2024/2025

4

32

21

43

35

41

38

35

36

42

39

5

17

35

21

46

35

41

38

35

36

42

6

19

22

36

21

47

36

42

39

36

38

7

12

23

22

37

23

47

36

42

39

36

8

10

12

23

22

40

25

51

39

46

42

9

20

18

13

23

24

42

26

54

41

48

10

23

21

19

13

24

25

44

27

56

43

11

17

20

19

21

10

21

22

38

24

49

12

1

5

2

2

4

4

8

9

15

10

4-7 jaar

80

101

122

139

146

162

151

153

154

155

totaal

151

177

198

220

248

279

303

320

336

347

De volgende tabel toont het historische deelnamepercentage van de 4-jarigen op school. Het toekomstig deelnamepercentage van de 4-jarige leerlingen is bepaald op: het gemiddelde van de laatste vier deelnamepercentages. feitelijk

deelnam e

prognose

2015/2016

2016/20017

2017/2018

2018/2019

2019/2020

2020/2021

2021/2022

2022/2023

2023/2024

2024/2025

15,5%

11,5%

22,9%

17,8%

19,5%

19,1%

19,8%

19,8%

19,8%

19,8%

leerlingen

32

21

43

35

41

38

35

36

42

39

kinderen

207

183

188

197

210

199

178

184

212

197

Onderstaande tabel laat de historische doorstroomfactoren zien ten opzichte van het voorgaande schooljaar. De toekomstige doorstroomfactoren bepaald op: de laatstbekende cijfers uit de analyse periode. feitelijk

prognose

leeftijd

2015/2016

2016/2017

2017/2018

2018/2019

2019/2020

2020/2021

2021/2022

2022/2023

2023/2024

2024/2025

5

0,944

1,094

1,000

1,070

1,000

1,000

1,000

1,000

1,000

1,000

6

1,118

1,294

1,029

1,000

1,022

1,029

1,029

1,029

1,029

1,029

7

0,706

1,211

1,000

1,028

1,095

1,000

1,000

1,000

1,000

1,000

8

0,833

1,000

1,000

1,000

1,081

1,087

1,087

1,087

1,087

1,087

9

1,053

1,800

1,083

1,000

1,091

1,050

1,050

1,050

1,050

1,050

10

0,920

1,050

1,056

1,000

1,043

1,042

1,042

1,042

1,042

1,042

11

1,063

0,870

0,905

1,105

0,769

0,875

0,875

0,875

0,875

0,875

12

0,053

0,294

0,100

0,105

0,190

0,400

0,400

0,400

0,400

0,400

Methode 2 baseert zich op het deelnamepercentage van de gehele schoolbevolking (4 t/m 12-jarigen) ten opzichte van de basisgeneratie in het voedingsgebied. Het toekomstige deelnamepercentage van de schoolbevolking is bepaald op: oplopend naar 19,0% in schooljaar 2024/2025. Onderstaande tabel toont de historische leerlingaantallen van de school, de omvang van de basisgeneratie en de verhouding tussen beide (het deelnamepercentage). Tevens geeft het de geprognosticeerde leerlingaantallen van de school weer op basis van methode 2: feitelijk leeftijd

prognose

2015/2016

2016/2017

2017/2018

2018/2019

Leerlingen 4-12

151

177

198

220

248

279

296

317

332

346

Basisgeneratie

1620

1630

1635

1655

1700

1735

1742

1760

1796

1822

Deelname

9,3%

10,9%

12,1%

13,3%

14,6%

16,1%

17,0%

18,0%

18,5%

19,0%

Basisgeneratie 4/7

745

780

790

805

810

830

817

816

823

821

Leerlingen 4-7

80

101

122

139

146

162

139

147

152

156

2019/2020 2020/2021 2021/2022 2022/2023 2023/2024 2024/2025

De prognosemethode die naar inschatting het meest passend is voor de school, betreft methode 1. Onderstaande figuur toont de historische en geprognosticeerde leerlingaantallen tot en met 2024/2025 (onderbouw en totaal) op basis van deze analysemethode. In volgend hoofdstuk wordt op basis van deze aantallen de verwachte bekostiging en ruimtebehoefte doorgerekend.

400 350

303

347

154

155

248 220

250

150

336

279

300

200

320

177 101

198 122

139

146

162

151

153

100 50 0 2016/2017 2017/2018 2018/2019 2019/2020 2020/2021 2021/2022 2022/2023 2023/2024 2024/2025

Onderbouw

Totaal

Op basis van de verwachte leerlingaantallen voor komende jaren en de ‘achterstandsscore’ van de school (CBS-indicator), volgt voor de komende schooljaren de onderstaande prognose van de rijksbekostiging. Aangezien het onderwijs vele specifieke en aanvullende regelingen kent, betreft het een globale, richtinggevende prognose. schooljaar

prognose

2020/2021

2021/2022

2022/2023

2023/2024

2024/2025

Personele bekostiging regulier

€ 933.227

€ 1.042.847

€ 1.098.203

€ 1.150.148

€ 1.196.613

Personeels- en arbeidsmarktbeleid

€ 200.196

€ 222.885

€ 240.306

€ 252.989

€ 264.507

Materiële instandhouding

€ 193.613

€ 211.260

€ 226.063

€ 232.241

€ 246.974

Prestatiebox

€ 48.814

€ 54.916

€ 59.601

€ 63.012

€ 66.109

€ 1.375.850

€ 1.531.907

€ 1.624.173

€ 1.698.390

€ 1.774.202

Totaal bovenstaand

NB: De prognose van de bekostiging is indicatief en gaat uit van de landelijke gewogen gemiddelde leeftijd (GGL). De bekostiginsprognose is exclusief specifieke regelingen/subsidies.

De ruimtebehoefte wordt bepaald volgens de normberekening zoals vastgelegd in de modelverordening onderwijshuisvesting van de VNG. In onderstaande tabel is de ruimtebehoefte gebaseerd op de actuele (nieuwe) ruimtenormering van de VNG, waarbij op grond van het aantal leerlingen het genormeerde bruto vloeroppervlak wordt bepaald. kalenderjaar

bruto vloeroppervlak m2

prognose

2021

2022

2023

2024

2025

1603

1724

1810

1890

1945

Ter indicatie van het aantal te vormen groepen, geeft onderstaande tabel een prognose van de formatiebehoefte op basis van de voormalige ‘formatierekeneenheden’. Aangezien deze systematiek niet meer gehanteerd wordt, is de tabel enkel als aanvullende informatievoorziening bedoeld. kalenderjaar

aantal groepen

prognose

2021

2022

2023

2024

2025

12

13

13

14

14

Het opstellen van een leerlingenprognose gebeurt in een aantal stappen. Allereerst moet worden bepaald waar de leerlingen van de school vandaan komen. Het gebied waar ten minste 70% van de leerlingen uit afkomstig zijn, wordt het voedingsgebied genoemd. Vervolgens wordt op basis van de bevolkingsgegevens van het voedingsgebied een prognose gemaakt van de basisgeneratie (het totaalaantal kinderen van 4 t/m 11 jaar en 30% van de 12-jarigen in het voedingsgebied). De geprognosticeerde basisgeneratie vormt het demografische potentieel voor scholen in het voedingsgebied. Vervolgens wordt het toekomstig aantal leerlingen van een school geschat aan de hand een historisch verantwoord (deelname)percentage van de basisgeneratie.

Het voedingsgebied van een school is het gebied waar de leerlingen van die school grotendeels vandaan komen (minstens 70%). Het voedingsgebied vormt de basis van de rest van de prognose, een goede bepaling van het voedingsgebied is daarom erg belangrijk. Een voedingsgebied kan bestaan uit een reeds bestaand gebied, een toekomstig nieuwbouwgebied of een combinatie van deze twee. Hoewel het voedingsgebied van een school niet altijd synchroon loopt met de wijk- en buurtindeling van de gemeente, zal bij de bepaling van het voedingsgebied toch zoveel mogelijk aangesloten moeten worden gezocht bij de gemeentelijke wijk- en buurtindeling, omdat alleen voor deze gebieden de benodigde gegevens kunnen worden verstrekt.

Het prognosemodel heeft als hoofdtaak om de basisgeneratie (het totaalaantal kinderen van 4 t/m 11 jaar en 30% van de 12-jarigen in het voedingsgebied: ruwweg de leeftijdsopbouw van basisschoolleerlingen) in het voedingsgebied van de school te prognosticeren. Voor de kortetermijnprognose wordt de zogenaamde ‘cohortmethode’ worden gebruikt. De methode komt in de basis neer op het ‘doorschuiven’ van leeftijdscohorten over de tijd. Eerst wordt een historische analyse gemaakt van de ontwikkeling van de bevolking en de woningvoorraad in de afgelopen jaren in het voedingsgebied (de analyseperiode). Voor de historische analyse zijn de volgende gegevens nodig: per jaar het aantal kinderen van 0 t/m 12 jaar in 1jaarscohorten, en per jaar het aantal woningen. In de analyse wordt de omvang van een cohort in jaar t vergeleken met de omvang van dat cohort in jaar t + 1. De analyses worden uitgedrukt in zogenaamde ‘mutatiefactoren’. Als voorbeeld: Een cohort van 100 0-jarige kinderen in 2018 en 103 1jarige kinderen in 2019 levert voor dat leeftijdscohort een mutatiefactor op van 103/100 = 1,03. Op deze manier ontstaan per leeftijdscohort en per kalenderjaar reeksen van mutatiefactoren die de ontwikkeling van de bevolking in de analyseperiode laten zien. Vervolgens worden deze mutatiefactoren vergeleken met de ontwikkeling van de woningvoorraad in dezelfde periode.

In het voornoemde voorbeeld zou de woningvoorraad in het jaar 2019 toegenomen kunnen zijn van 400 naar 420, hetgeen een mutatiefactor woningvoorraad van 420/400 = 1,05 oplevert.

De ‘gecorrigeerde mutatiefactor kinderen’ bedraagt dan 1,03/1,05 = 0,98. Hieruit kan de conclusie worden getrokken dat de woningvoorraad sterker is gegroeid dan het cohort van de 0-jarigen en dat bij een geringere groei van de woningvoorraad vermoedelijk een negatief migratiesaldo had ontstaan voor dit cohort. Op een vergelijkbare manier kan voor elk leeftijdscohort en elk kalenderjaar een feitelijke en een gecorrigeerde mutatiefactor worden berekend, waardoor duidelijk wordt wat er werkelijk is gebeurd in de analyseperiode (mutatie in aantal kinderen in het cohort) en wat er (rekenkundig) naar verwachting zou zijn gebeurd wanneer er geen wijziging in de woningvoorraad had plaatsgevonden. Met de analysegegevens uit het verleden en de toename van de woningvoorraad in de prognoseperiode kan vervolgens een prognose worden gemaakt van het aantal kinderen van 0 t/m 12 jaar door middel van een cohortsgewijze doorschuiving op basis van de mutatiefactoren (bijvoorbeeld op basis van het gemiddelde over de afgelopen vijf jaar). Deze methodiek maakt het mogelijk om gevolgen van de toe- of afname van de woningvoorraad in de prognoseperiode tot uitdrukking te brengen.

Nadat in de vorige stap de geprognosticeerde omvang van de basisgeneratie en de specifieke leeftijdscohorten in kaart is gebracht, kan de ontwikkeling van het leerlingaantal voor de individuele basisschool worden geprognosticeerd. Binnen een kortetermijnprognose zijn twee methodes mogelijk om het leerlingaantal te schatten: methode 1 op basis van doorstroomfactoren binnen de school en het instroompercentage van 4-jarigen en methode 2 op basis van het deelnamepercentage van de gehele schoolbevolking. Daarnaast is het mogelijk om het gemiddelde van methode 1 en 2 te hanteren. Hieronder volgt een nadere toelichting van de methodes. Methode 1 baseert zich op twee factoren, enerzijds de jaarlijkse doorstroomfactoren binnen de school en anderzijds het deelnamepercentage van 4-jarigen. De doorstroomfactor wordt berekend door het aantal leerlingen van een bepaalde leeftijd in het ene schooljaar te vergelijken met het aantal leerlingen van een 1 jaar hogere leeftijd in het daaropvolgende schooljaar. Als voorbeeld: wanneer er in oktober 2014 20 kinderen van 4-jarige leeftijd de school bezochten en er in oktober 2015 25 5-jarige kinderen op deze school zaten, betreft de doorstroomfactor voor deze leeftijdsgroep tussen oktober 2014-2015 25 / 20 = 1,25.

Een doorstroomfactor boven de 1 betekent dus dat het aantal leerlingen in dezelfde leeftijdsgroep is toegenomen, een doorstroomfactor kleiner dan 1 indiceert een afname. Voor alle leeftijdsgroepen worden doorstroomfactoren berekend, waarna de prognosemaker een aanname doet over de geschatte doorstroomfactoren in de toekomstige schooljaren op basis van de historische doorstroomfactoren. De tweede factor bij methode 1 betreft het deelnamepercentage 4-jarigen, ruwweg de leeftijd waarop kinderen het basisonderwijs instromen. Het deelnamepercentage 4-jarigen geeft het aantal 4-jarige leerlingen weer ten opzichte van het totaalaantal 4-jarige leerlingen in het voedingsgebied. Als voorbeeld: wanneer er 20 4-jarige kinderen een bepaalde school bezoeken en er op dat moment 200 4-jarige kinderen in het voedingsgebied wonen, betreft het deelnamepercentage 20 / 200 = 10%. De prognosemaker doet vervolgens een aanname over het geschatte deelnamepercentage 4-jarigen in de toekomstige schooljaren op basis van de historische deelnamepercentages. De combinatie van aannames over doorstroomfactoren en aannames over het deelnamepercentage 4-jarigen vormt de analytische basis voor de leerlingenprognose via methode 1. Methode 2 baseert zich op het deelnamepercentage van de gehele schoolbevolking en werkt volgens hetzelfde principe als uitgelegd bij het deelnamepercentage 4-jarigen.

Dat wil zeggen dat bij methode 2 het totaalaantal leerlingen dat een school bezoekt wordt afgezet tegen het totaalaantal kinderen in de basisgeneratie van het voedingsgebied. Als voorbeeld: wanneer er 200 kinderen een bepaalde school bezoeken en er op dat moment 2000 kinderen in het voedingsgebied wonen, betreft het deelnamepercentage van de schoolbevolking 10%. De prognosemaker doet vervolgens een aanname over het geschatte deelnamepercentage voor de gehele schoolbevolking in de toekomstige schooljaren op basis van de historische deelnamepercentages.

begrip Analyseperiode

Basisgeneratie Bovenbouw/Onderbouw Cohort Deelnamepercentage

Doorstroomfactor

Mutatiefactor Prognoseperiode

Uitgangsjaar Voedingsgebied

definitie De periode waarvan de gegevens van het voedingsgebied beschikbaar / ingevuld zijn. Het totaalaantal kinderen van 4 t/m 11 jaar en 30% van de 12-jarigen in een voedingsgebied. Deze leeftijdsgroepen vormen samen bij benadering de leeftijdsopbouw van leerlingen in het basisonderwijs. Leerlingen van respectievelijk 8 jaar en ouder, of 4 t/m 7 jaar. Een groep personen die één of meerdere gemeenschappelijke kenmerken heeft, binnen deze leerlingenprognose gaat het om dezelfde Het totaal van alle leerlingen op de scholen in een voedingsgebied ten opzichte van de basisgeneratie in dat voedingsgebied. Het relatieve verschil in omvang van een cohort binnen dezelfde school op twee verschillende tijdstippen. Deze factor laat de toe- of afname zien van het cohort als gevolg van tussentijdse instroom en uitstroom (om welke reden dan ook) op school. Het relatieve verschil in omvang van een cohort op twee verschillende tijdstippen. Deze factor laat de toe- of afname zien van het cohort als gevolg van vestiging, vertrek en sterfte in die periode. De periode waarover de prognose wordt opgesteld. In het geval van een kortetermijnprognose betreft dit de komende vier schooljaren. Het laatste jaar waarvan bevolkingsgegevens bekend zijn.

Het uitgangsjaar mag ten behoeve van een aanvraag voor huisvesting niet ouder zijn dan t-1 ten opzichte van het jaar van het jaar van indiening Het gebied waaruit een school de leerlingen betrekt. In een bestaand gebied moet minimaal 70 % van de leerlingen uit dat gebied komen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10490198/1