CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

21-113 Bijlage 2. Addendum Subsidiebeleidskader Middelburg

Gemeenteraad 30 september 2021, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Algemeen subsidieverordening en addendum subsidiebeleidskader (AB/21-113)4.277 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Subsidiebeleidskader SubsidieSucces bereik je samen! Addendum: nadere uitwerking subsidiebeleidskader Gemeente Middelburg

versie juli 2021

1

Hoofdstuk 1 Aanvulling Subsidiebeleidskader Aanleiding Op 11 maart 2021 heeft de gemeenteraad het Subsidiebeleidskader vastgesteld. Daarbij is het volgende amendement toegevoegd: - De in de vervolgopdracht, die als bijlage bij dit amendement is gevoegd, geformuleerde punten (maar niet limitatief) I tot en met VII uit te werken; - Participatie van belanghebbenden van subsidies (ook van verkapte subsidies) mogelijk te maken. Hierbij de trede ‘raadplegen’ van de participatieladder te hanteren. De participatie vorm te geven door digitale sessies en een (online) enquête; - De uitwerking van de vervolgopdracht en het implementatieplan in een raadsvoorstel aan de raad voor te leggen, uiterlijk in het 4e kwartaal van 2021. Vervolgopdracht subsidiekaders De opdracht bevat de volgende punten: 1. Beter beschrijven welke rol verkapte subsidies in kunnen en mogen nemen. 2. In volgende stukken willekeur bij subsidieverstrekking ondervangen maar ook de mate van flexibiliteit versterken 3. Het opstellen van inhoudelijke subsidiekaders die duiding geven bij de maatschappelijke redenen voor subsidieverlening die als leidraad kunnen dienen voor afwegingen van het al dan niet verlenen van subsidie en ten behoeve van het vaststellen daarvan ook een duidelijke rolverdeling tussen gemeenteraad en college te maken 4.

Effectmeting een duidelijk beschreven rol geven zodat aan de hand van gerapporteerde (maatschappelijke) effecten gestuurd kan worden op de effectiviteit van de subsidieregelingen; helder moet zijn hoe subsidieregelingen zullen worden gevolgd en geëvalueerd, zodat ook de subsidieontvanger weet waar hij/zij aan toe is. 5. In het vervolgproces zorgdragen voor het dusdanige vormgeven van inhoudelijk subsidiebeleid zodat de subsidieregelingen een instrument wordt dat actief ingezet kan worden voor het nastreven van beleidsdoelstellingen. Subsidies als middel om een doel te bereiken en niet het doel an sich. 6. In het implementatieplan een overgangsregeling uit te werken. Een zorgvuldige overgang van de huidige subsidieregelingen naar het nieuwe subsidiebeleid is belangrijk. 7. Waar nodig de genoemde onderwerpen een plaats te geven in de nog te ontwikkelen subsidieverordening. Hoe het amendement is uitgewerkt, is te lezen in dit document. Sommige onderdelen uit het amendement zijn in de actualisatie van de Algemeen Subsidieverordening meegenomen en andere onderdelen zijn van beleidsmatige aard. De onderdelen van beleidsmatige aard betreffen een aanvulling op het door de raad vastgestelde Subsidiebeleidskader. Deze onderdelen zijn in dit document verwerkt. Dit document wordt addendum genoemd.

2

1 Inleiding 1.1 Subsidies gemeente Middelburg Subsidies vormen een belangrijk instrument om het gemeentelijk beleid op tal van beleidsterreinen te kunnen implementeren. Het vormt de verbindende schakel tussen de gemeente en haar maatschappelijk middenveld. De algemene doelstelling van het subsidiebeleid in Middelburg is: organisaties en inwoners in staat stellen om met hun activiteiten een bijdrage te leveren aan het verwezenlijken van gemeentelijke beleidsdoelen, die zonder subsidie niet of niet geheel worden gerealiseerd. Middelburg kent een rijke schakering van professionele en vrijwillige organisaties op het gebied van onder meer openbare orde, werk en inkomen, sport, duurzaamheid, economie, zorg, gezondheid, integratie, cultuur en onderwijs. Deze organisaties kunnen met hun activiteiten bijdragen aan de realisatie van de maatschappelijke doelen die de gemeente Middelburg voorstaat en die van belang zijn voor haar inwoners. Ook natuurlijke personen kunnen bijdragen aan het realiseren van gemeentelijke doelen, bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid en leefomgeving. Het subsidiebeleid dient hierop ingericht te zijn. Zo dient helder te zijn welke maatschappelijke resultaten in de samenleving worden nagestreefd en hoe organisaties een beroep kunnen doen op de gemeente voor financiële ondersteuning.

Via het verstrekken van subsidies moet een gevarieerd aanbod aan voorzieningen en activiteiten ontstaan. 1.2 Waarom zijn subsidie beleidskaders nodig? Eén subsidiekader Met de Subsidiebeleidskaders wordt in één document het algemene en overkoepelende beleid voor subsidieverstrekking in de gemeente Middelburg vastgelegd. Het geeft de kaders en daarmee de doelstellingen en uitgangspunten weer van het subsidiebeleid van Middelburg. Hiermee wordt het subsidiebeleid helder, inzichtelijk en transparant gemaakt voor alle organisaties en inwoners van Middelburg. Het document waarin de subsidiebeleidskaders zijn opgenomen mist nog een aantal zaken, te weten: - De maatschappelijk doelen die de gemeente stelt die voor subsidie in aanmerking kunnen komen; - Het meten van de effecten van de inzet van subsidie op het bereiken van deze doelen; - Hoe om te gaan met verkapte subsidies. In dit addendum wordt op deze onderdelen en de onderdelen die voortkomen uit het amendement nader ingegaan. Bijdragen aan het realiseren van gemeentelijke doelstellingen Met het subsidiebeleidskader wordt vastgelegd hoe het subsidiekader bijdraagt aan de realisatie van de gemeentelijke doelstellingen.

De volgende doelstellingen streeft de gemeente Middelburg na:  de subsidiesystematiek is eenvoudig, flexibel en gericht op resultaat (conform de aanbevelingen van de rekenkamer, zie hierna);  bij nieuwe subsidies wordt verduurzaming als voorwaarde opgenomen in de subsidiecriteria;

3

  

bij subsidies vanaf € 100.000,- wordt ingezet op een social return on investment van ten minste 2%; alle activiteiten die de gemeente subsidieert, moeten toegankelijk en bruikbaar zijn voor mensen met een beperking (inclusiviteit); subsidiegeld mag niet bijdragen aan ongewenste maatschappelijke uitingen, zoals discrimineren en haatzaaien.

Opvolgen van de aanbevelingen van de rekenkamer Op 18 januari 2019 heeft de rekenkamer Middelburg een rapport uitgebracht met de naam ‘Helpt het subsidiebeleid om de doelen te bereiken?’. In het rapport worden aanbevelingen gedaan. Een aantal wordt er uitgelicht: 1. Actualiseer de ASV en de kadernota subsidiebeleid. 2. Heroverweeg de termijn van subsidieverlening. a. Overweeg subsidies voor meerdere jaren toe te kennen. 3. Zet de ingezette verbeteringen ten aanzien van subsidies door. a. De raad dient duidelijk haar kaders aan te geven. b. Aanbevolen wordt om integraliteit van beleid door te voeren door de subsidies aan de verschillende instellingen toe te kennen vanuit een overkoepeld beleidskader en daaraan eensluidende doelen en prestaties en resultaten te verbinden. c. Wees scherp op de rechtmatigheid en de verantwoordingen. Gebruik de hardheidsclausule uit de ASV alleen waarvoor zij is bedoeld. d. Zorg dat alle subsidies worden meegenomen bij de selectie voor de interne controle en dat de constateringen/aanbevelingen uit de interne controle opvolging krijgen. 4. Verbeter de informatievoorziening aan de gemeenteraad. a. Meer en actief betrekken van de gemeenteraad. b. Verbeter de overzichten die naar de raad gaan. c.

Het college dient periodiek, conform artikel 4:24 Awb, tenminste eenmaal inde vijf jaar, een verslag te publiceren over de doeltreffendheid en de effecten van de verstrekte subsidies. De aanbevelingen zijn deels verwerkt in het nieuwe Subsidiebeleidskader en in het onderhavige addendum. Daarnaast is er een juridische vertaling door een nieuwe Algemene Subsidieverordening en door het college vastgestelde nadere regels. Het controleprotocol is tegen het licht gehouden en daar waar nodig geactualiseerd. Ook wordt uniformiteit bereikt door werkprocessen te uniformeren en standaard formulieren voor aanvragers op te stellen. Door middel van de raadswerkgroep is de raad actief betrokken bij het project herijking subsidies. De raad wordt daarnaast door het college ten minste één keer per jaar geïnformeerd over het verstrekken van subsidies. 1.3 Wat willen we bereiken? De gemeente Middelburg wil subsidies zo efficiënt en effectief mogelijk inzetten zodat subsidies optimaal bijdragen aan het realiseren van de beoogde maatschappelijke en gemeentelijke doelen. Vanaf 2024 of zoveel eerder als mogelijk worden de kaders toegepast. Samengevat: a. het subsidiebeleid is helder en transparant en het subsidieproces verloopt zorgvuldig, transparant, uniform, klantvriendelijk en integer;

4

b. voor alle subsidies worden subsidieregelingen of specifieke verordeningen (hierna subsidieregelingen) opgesteld, tenzij sprake is van een uitzonderingsgrond uit de Algemene wet bestuursrecht; c. in alle subsidieregelingen is expliciet het maatschappelijke doel genoemd waar de subsidie aan bijdraagt; d. in alle subsidieregelingen zijn concreet meetbare doelstellingen en resultaten geformuleerd; e. in alle subsidieregelingen staan de noodzakelijke verantwoordingsverplichtingen; f. alle subsidieregelingen worden (uiterlijk) om de vijf jaar geëvalueerd op doelmatigheid en doeltreffendheid. Rolverdeling in bestuurlijk perspectief Rechtmatigheid vraagt om bestuurlijke en juridische vormgeving van het subsidiebeleid en het subsidieproces. Door verduidelijking van de rollen van de raad en het college ontstaat een verantwoordelijkheids- en bevoegdheidsverdeling voor het vaststellen van (beleids)kaders, subsidieverlening en –vaststelling en verantwoording van subsidies. Wie heeft welke rol? De raad  De Subsidiebeleidskaders wordt door de raad vastgesteld. Het subsidiebeleid wordt op hoofdlijnen beschreven en is daarmee tevens grondslag voor de Algemene subsidieverordening en de (subsidie)regels.  De Algemene subsidieverordening (ASV) is de juridische vertaalslag van de Subsidiebeleidskaders en sluit aan op de Algemene wet bestuursrecht.

De ASV wordt vastgesteld door de gemeenteraad.  Subsidieplafonds: met het vaststellen van de jaarlijkse begroting kunnen tevens de subsidieplafonds worden vastgesteld. Aan elk plafond is een budget gekoppeld.  Via de begrotingsbehandeling bepaalt de raad jaarlijks de indexering voor subsidies. Het college:  Stelt nadere regels vast ter uitwerking van de ASV.  Kan beleidsregels vaststellen (artikel 1:3 Awb. Beleidsregels gaan meestal over de uitvoering en invulling en veelal op een bepaald detailniveau).  Subsidieverstrekking: het college is op basis van de ASV het bevoegde bestuursorgaan om subsidies te verstrekken (inclusief de weigering).

Hoofdstuk 2 Wettelijk kader voor subsidieverstrekking In dit hoofdstuk wordt kort ingegaan op de juridische aspecten van subsidies. De Algemene wet bestuursrecht, de ASV en subsidieregelingen vormen samen de wettelijke basis om subsidie te verstrekken. 2.1 Wat is een subsidie? Allereerst de vraag wat is een subsidie precies? Artikel 4:21 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht geeft de volgende definitie:

5

“Onder subsidie wordt verstaan: de aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten.” 2.2 Verkapte subsidies Als een financiering voldoet aan de criteria uit de definitie van artikel 4:21 Awb voor een subsidie, dan ís het een subsidie. Ongeacht de naam die aan de financiering is gegeven, zoals bijdrage, garantstelling, lening, sponsoring etc. Vanuit juridisch oogpunt bestaat de vorm ‘verkapte subsidie’ niet. Toch kan het zijn dat de gemeente gelden verstrekt en het niet duidelijk is of dit nu wel of niet onder de noemer subsidie valt. Er is een inventarisatie gemaakt van dergelijke situaties onder de noemer ‘verkapte subsidies’. Het college zal bij aanvragen moeten beoordelen of de aanvraag subsidie betreft of niet. Indien de aanvraag niet ziet op subsidie, dan zal -indien gewenst (toets aan doelmatigheid & rechtmatigheid)- gezocht worden naar een andere vorm van financiering. Indien mogelijk zullen de subsidies ondergebracht worden in een juridisch kader, de nadere regels. Vastgoed Uit de inventarisatie blijkt dat er op de lijst ook vastgoed staat vermeld. Alle gemeenten in Nederland hebben vastgoed in eigendom. De één meer dan de ander.

Het is vastgoed dat overwegend wordt gebruikt voor maatschappelijke doeleinden als onderwijs, opvang, ontmoeting, sport en zorg. In veel gevallen wordt dit vastgoed verhuurd. De gemeente Middelburg heeft ook vastgoed in eigendom. Het vastgoed wordt veelal door organisaties gehuurd van de gemeente om maatschappelijke activiteiten uit te voeren. De maatschappelijke activiteiten komen voor subsidie in aanmerking. De uitvoering van deze activiteiten kost geld. De kostprijs van een maatschappelijke activiteit wordt gevormd door de kosten van die activiteit inclusief de huisvestingslasten. Als de gemeente huisvesting beschikbaar stelt voor een lagere prijs dan de kostprijs, ook wel huurkorting, kan dit worden gezien als een vorm van subsidie. Voor de transparantie en rechtsgelijkheid is het noodzakelijk een duidelijk onderscheid te maken in huur (kosten voor de subsidieontvanger) en subsidie (opbrengst voor de subsidieontvanger). De gemeente heeft dan ook twee rollen: 1. Verhuurder van vastgoed (vastgoedeigenaar); 2. Verstrekker van subsidie. Voor het verhuren van gemeentelijk vastgoed is voorts van belang dat op 1 juli 2012 de wet Markt en Overheid (hierna: Wet M en O) in werking is getreden. In toenemende mate verrichten overheden - zelf of met inschakeling van een overheidsbedrijf - economische activiteiten.

De Wet M en O is ingevoerd om oneerlijke mededinging te voorkomen en bevat hiertoe een viertal gedragsregels waaraan overheden uiterlijk op 1 juli 2014 dienen te voldoen. Eén van deze gedragsregels is de integrale kostendoorberekening: overheden moeten tenminste alle integrale kosten van een economische activiteit doorberekenen in de kostprijs. Een gemeente die bijvoorbeeld een gebouw die ze in eigendom heeft verhuurt, moet minimaal de kosten die zij daarvoor maakt doorberekenen in de huurprijs. De 6

gemeente moet aansluiten bij de uitgangspunten voor de berekening van de integrale kostprijs zoals deze zijn opgenomen in het Besluit markt en overheid. Er zijn uitzonderingen waarbij de Wet M en O niet van toepassing is. Eén van deze uitzonderingen betreft de economische activiteiten en bevoordelingen van bedrijven die plaatsvinden in het algemeen belang. De raad van de gemeente Middelburg heeft op 10 november 2014 onder meer de volgende gemeentelijke economische activiteiten aangemerkt als activiteiten die plaatsvinden in het algemeen belang: - Verhuren/exploiteren van vastgoed In het raadsvoorstel is opgenomen: Bij de verhuur en/of exploitatie van vastgoed is het vereiste van integrale kostendoorberekening in de Wet markt en overheid niet altijd haalbaar. Gestreefd wordt naar kostendekkende huurprijzen. Dat is echter niet altijd te realiseren. Meestal is er sprake van langlopende huurcontracten, waarin de huurprijs jaarlijks slechts met een inflatiecijfer kan worden verhoogd. Het gemeentelijk vastgoed wordt hoofdzakelijk verhuurd/geëxploiteerd ten behoeve van sport-, welzijns-, sociale en culturele activiteiten. Het gebruik vormt in vrijwel alle gevallen een economische activiteit in de zin van de Wet markt en overheid.

Het in rekening brengen van de volledige integrale kostprijs zou er toe leiden dat maatschappelijke organisaties hogere kosten krijgen en zo hun maatschappelijke gewenste activiteiten niet of niet volledig meer kunnen uitvoeren. Hetzelfde geldt voor de sportaccommodaties en welzijnsaccommodaties. Volledige doorberekening zou ten koste gaan van de deelname aan sportactiviteiten. Dit terwijl wij als bestuurlijk doel hebben om de deelname aan sportbeoefening van volwassenen en jeugdigen juist zoveel mogelijk te bevorderen. Het is naar onze mening van algemeen belang dat burgers (en met name kinderen) tegen maatschappelijk aanvaardbare tarieven sport kunnen beoefenen, aan welzijns- en sociale activiteiten kunnen deelnemen en zich cultureel kunnen laten vormen. Tenslotte valt hier nog te melden het in gebruik geven van gebouwen ter voorkoming van het kraken ervan (antikraak). Panden die tijdelijk in eigendom van de gemeente komen in afwachting van een andere bestemming, worden in gebruik gegeven tegen een lage gebruiksvergoeding en soms wordt daarvoor geen vergoeding gevraagd. Volledige doorberekening zou ten koste gaan van het in gebruik geven als anti-kraak. Het is naar onze mening van algemeen belang dat een dergelijke ingebruikgeving plaatsvindt. In het accommodatiebeleid zal op dit punt nader worden ingegaan.

2.3 Wat zijn de algemene regels op basis van de Algemene wet bestuursrecht? De Algemene wet bestuursrecht (hierna Awb) bepaalt grotendeels het wettelijk kader van het subsidiebeleid. Voor subsidieverstrekking is altijd een wettelijke grondslag nodig: “Een subsidie wordt slechts verstrekt op basis van een wettelijk voorschrift dat regelt voor welke activiteiten subsidie kan worden verstrekt” (artikel 4:23, lid 1 Awb). Voor gemeenten is dit wettelijk voorschrift een subsidieverordening. De gemeente Middelburg verstrekt subsidies op basis van de algemene subsidieverordening Middelburg. 2.4 Algemene subsidieverordening Middelburg In de algemene subsidieverordening (hierna ASV) staan de algemene regels voor het verlenen van subsidie. Deze verordening geeft regels (kaders) voor onder meer de

7

aanvraagtermijn, de gegevens die moeten worden ingediend bij de aanvraag, de weigeringsgronden en bepalingen over de verantwoording van de subsidie. 2.5 Uitwerking in een subsidieregeling vereist Voor het verstrekken van subsidie moet de ASV altijd verder worden uitgewerkt in een subsidieregeling. Alleen op die manier kan een subsidie gedetailleerd worden vormgegeven en worden bereikt dat voor alle belanghebbenden dezelfde regels gelden. In een subsidieregeling wordt in ieder geval vastgelegd wie voor welke activiteiten subsidie kan aanvragen, welk(e) beleidsdoel(en) worden nagestreefd en aan welk maatschappelijk beleidsdoel de subsidie bijdraagt. Verder kan een subsidieregeling specifieke eisen bevatten die gelden voor de subsidieaanvraag, specifieke weigeringsgronden of verplichtingen voor de aanvrager en de subsidieverantwoording, naast de eisen die al gelden op grond van de ASV. 2.6 Europees recht Naast de bovenstaande nationale regelgeving, zijn ook enkele onderdelen van het Europees recht relevant voor subsidieverstrekking. Specifiek gaat het om de regels voor staatssteun. Staatssteun is alleen rechtmatig als zij past binnen de Europese regels daarover. Alle subsidieregelingen worden hieraan getoetst.

Hoofdstuk 3 Uitgangspunten subsidiebeleid nader uitgewerkt Uitgangspunten In dit hoofdstuk worden de uitgangspunten van het Subsidiebeleidskader nader uitgewerkt. Soorten subsidie In de Subsidiebeleidskaders zijn de volgende soorten van subsidie opgenomen: - Aanjaagsubsidie; - Activiteitensubsidie (jaarlijks vs. maximaal 3 jaar); - Alliantiesubsidie Geconstateerd is dat deze subsidiesoorten en de toelichting erbij niet overeenkomen met de subsidies die op grond van de ASVM 2007 worden verstrekt. Bepaalde verstrekte subsidies zouden zelfs “buiten de boot vallen” zoals incidentele subsidies van € 11.000,- en evenementensubsidies. Voor de duidelijkheid aan subsidiënten en de rechtszekerheid is ervoor gekozen de subsidie soorten uit de ASVM 2007 te behouden. In de ASV worden deze verder uitgewerkt. Verder is van belang dat subsidies altijd gericht zijn op activiteiten of ondersteuning van activiteiten. Deze activiteiten zijn eenmalig of zijn structureel. Een onderverdeling van subsidie in incidenteel tegenover structuur is gebruikelijk. Binnen de regio Zeeland wordt dit onderscheid ook gehanteerd. Per subsidieregeling kunnen desgewenst andere benamingen aan subsidies gegeven worden. In de Algemeen Subsidieverordening zal vastgehouden worden aan het onderscheidt: eenmalig/incidenteel-meerjarig/structureel.

8

Gemeentelijke regierol De gemeente neemt steeds vaker de regierol op zich. Met subsidies als instrument geeft de gemeente sturing aan het bereiken van gemeentelijk beleid en doelen. De regierol kan vertaald worden in het aansturen op hoofdlijnen, waarbij prestatieafspraken worden vastgelegd in een beperkte set van meetbare activiteiten. De gemeente verwacht geen verantwoording tot in de kleinste details door gesubsidieerde organisaties. De gemeente gaat ervanuit dat inwoners en partners te vertrouwen zijn en verantwoordelijkheid nemen. Organisaties zijn zelf verantwoordelijk voor de uitvoering van activiteiten en de gemeente hoeft alleen te weten of met de uitgevoerde activiteiten een bijdrage geleverd is aan de gemeentelijke beleidsdoelen. Samenhang in beleid en subsidieverstrekking Subsidie als sturingsinstrument veronderstelt dat er op de verschillende beleidsterreinen doelen zijn geformuleerd. Om voor subsidie in aanmerking te komen, dienen de gesubsidieerde activiteiten altijd een bijdrage te leveren aan de realisatie van deze gemeentelijke doelen. Het is aan de gesubsidieerde organisatie om duidelijk te maken hoe de prestaties en activiteiten bijdragen aan de realisatie van deze doelen.

Bij de ene subsidievorm is de sturing door de gemeente nadrukkelijker aanwezig dan bij de andere subsidievorm, maar in alle gevallen moeten de gesubsidieerde activiteiten passen in het gemeentelijk beleid. Dit betekent ook dat als het gemeentebestuur kan kiezen uit meerdere subsidieaanvragen, men prioriteit geeft aan de subsidieaanvragen die het meest bijdragen aan de gestelde gemeentelijke doelen. Onderscheid tussen professionele en vrijwilligersorganisaties Aan vrijwilligersorganisaties kunnen niet dezelfde eisen worden gesteld als aan organisaties waar een belangrijk deel van de werkzaamheden wordt uitgevoerd door professionele krachten (professionele organisaties). Professionele organisaties hebben veelal specifieke uitvoeringstaken binnen het gemeentelijk beleid, waaraan de gemeente door middel van overeenkomsten meer sturing wil geven. Met deze vastgelegde afspraken wordt een zakelijke relatie tussen de gemeente (opdrachtgever) en de gesubsidieerde instelling (opdrachtnemer) nagestreefd. Hiermee wordt de doeltreffendheid en de doelmatigheid van het subsidiebeleid versterkt en worden de effecten van subsidies zichtbaar. Voorwaarde is wel dat de gemeente haar beleidsdoelen concreet en meetbaar formuleert (SMART). Van deelnemers/gebruikers/leden wordt een redelijke eigen bijdrage verwacht Verwacht wordt dat de deelnemers c.q.

de gebruikers een redelijke, substantiële eigen bijdrage, betalen voor de aangeboden activiteiten. Het bepalen van de hoogte van deze redelijke eigen bijdrage is een zaak van de organisaties zelf. Wel dienen zij aan te kunnen tonen dat de eigen bijdragen (en eventuele andere middelen) een substantieel deel van de te verlenen subsidie bedragen. Dat is per subsidie ontvangende organisatie verschillend. Gedacht kan worden aan het uitgangspunt van 50%. Subsidiebedragen worden in principe elk jaar geïndexeerd Het subsidiebedrag wordt jaarlijks bijgesteld met een indexatie. Als regel geldt het percentage zoals jaarlijks in de begrotingscyclus wordt bepaald. Deze kan overigens ook op 0% worden vastgesteld. Hierbij wordt opgemerkt dat de dit indexcijfer niet noodzakelijk parallel loopt met de (commerciële) huurverhogingen, waar organisaties mee te maken kunnen krijgen. 9

In het geval van een structurele subsidierelatie (>3jaar) wordt een overgangsregeling toegepast Bij de bepaling van de nieuwe subsidiebedragen zal de historische situatie in ogenschouw worden genomen. Mocht als gevolg van een subsidiebijstelling sprake zijn van financiële gevolgen in negatieve zin dan zal een overgangsperiode van maximaal 4 jaar in acht worden genomen om naar het nieuwe (lees: lagere) subsidieniveau te komen. De Algemene wet bestuursrecht (artikel 4:51) verplicht hiertoe. Deze overgangsregeling is primair van toepassing op onbedoelde financiële gevolgen. Er kan echter ook sprake zijn van bedoelde financiële gevolgen. De herijking van het subsidiebeleid brengt namelijk met zich mee dat de subsidies kritisch tegen het licht worden gehouden vanuit de wens om te komen tot een eenduidig subsidiebeleid met een duidelijke relatie tussen de subsidies en de maatschappelijke resultaten die de gemeente met haar beleid beoogd. Ook kunnen op grond van formele criteria activiteiten of organisaties niet langer meer in aanmerking komen voor subsidie. De afbouwregeling wordt niet in alle gevallen toegepast. Zo kan er worden afgeweken als blijkt dat een organisatie voor de uitvoering van haar activiteiten minder subsidie nodig heeft dan de voorgaande jaren. Transparantie en verantwoording De gemeente wenst in haar subsidiebeleid transparantie in de financiële verantwoording.

Bovendien wordt in de programmabegroting aangegeven welke beleidsdoelstellingen en resultaten er worden beoogd op de verschillende beleidsterreinen. Transparantie betekent ook dat organisaties inzichtelijk maken waar zij mee bezig zijn en waarvoor de subsidie is/wordt ingezet en welke maatschappelijke resultaten dit teweeg heeft gebracht. De gemeente – en in het verlengde daarvan de gesubsidieerde organisaties - moet immers kunnen verantwoorden hoe het gemeenschapsgeld is ingezet en besteed. Verminderde regels en administratieve last (daar waar mogelijk) Het Rijk heeft een ontwikkeling ingezet om het aantal regels voor burgers en organisaties te verminderen en de administratieve last te verlagen. Zo wordt bekeken hoe de subsidieformulieren verder kunnen worden gestandaardiseerd en vereenvoudigd. Uiteraard wordt in de mate van verantwoording een onderscheid gemaakt tussen de verschillende vormen van subsidie. Exploitatieoverschotten kunnen (deels) worden ingezet voor de realisatie van statutaire doelstellingen Professionele en vrijwilligersorganisaties moeten in staat worden gesteld om financiële tegenvallers vanuit het weerstandsvermogen op te vangen. Ter vorming van een weerstandsvermogen is het toegestaan om meevallers in de exploitatie te gebruiken voor reservevorming.

Ook de van de gemeente verkregen subsidies mogen gebruikt te worden voor reservevorming onder de volgende voorwaarden: - de reservevorming dient de statutaire doelstelling te dienen; - de opgebouwde reserve kent een plafond van 10% van de totale gerealiseerde basten in het betreffende jaar. Indien het weerstandsvermogen boven een bepaald maximum komt, behoort restitutie van subsidie tot de mogelijkheden. 10

Algemene toetsingscriteria De aanvraag moet voldoen aan de bepalingen van de ASV en Awb. In de subsidieverordening is de procedure beschreven om in aanmerking te komen voor subsidie (van subsidieaanvraag tot subsidieverlening en subsidievaststelling). Hierin is aangegeven op welke tijdstippen wat moet worden ingediend en aan welke verplichtingen de subsidieaanvrager en de gemeente moeten voldoen. De ASV is afgestemd op het subsidiebeleid en de Awb. Subsidie wordt verstrekt voor activiteiten. Deze activiteiten dragen bij aan het verwezenlijken van de beleidsdoelstellingen van de gemeente. Veelal zijn deze beleidsdoelstellingen vastgelegd en vastgesteld in het coalitieakkoord, de programmabegroting en het betreffende beleid, zoals het gezondheids-, het jeugd- en Wmo-beleid. Immers, het instrument subsidies wordt ingezet om gemeentelijke doelstellingen op de diverse beleidsterreinen te kunnen bereiken, met maatschappelijke resultaten en/of effecten als gevolg. Aan het niet voldoen aan de procedure regels (bijvoorbeeld ene te late indiening van een aanvraag) of aan een verplichting zijn consequenties verbonden. Deze staan beschreven in de Awb. Gedacht kan worden aan het niet in behandeling nemen van een aanvraag tot het weigeren van een aanvraag of het intrekken van een beschikking met terugvordering van onterecht betaalde subsidie.

Telkens zal een zorgvuldige afweging plaatsvinden en is het college uiteraard gehouden een besluit conform artikel 3:2 Awb zorgvuldig voor te bereiden waarbij de subsidieontvanger wordt betrokken. Via de uitgewerkte regels zal moeten worden beoordeeld of een activiteit of prestatie bijdraagt aan het verwezenlijken van de gemeentelijke doelstellingen en of dit in voldoende mate ten goede komt aan de inwoners van de gemeente Middelburg. Alleen activiteiten die voor een ieder toegankelijk zijn, komen voor subsidie in aanmerking Dit betekent dat de volgende soorten activiteiten niet in aanmerking komen voor subsidie: - activiteiten die niet vrij en openbaar toegankelijk zijn; - activiteiten die een politieke, godsdienstige of levensbeschouwelijke boodschap hebben. De activiteiten moeten een meerwaarde hebben voor het (activiteiten) aanbod in Middelburg. Alleen die activiteiten of organisaties komen in aanmerking voor subsidie, waarvan duidelijk is dat de activiteit of de organisatie een meerwaarde heeft voor het activiteitenaanbod. Er mag geen sprake zijn van meer van hetzelfde. Met andere woorden: er wordt gekeken naar het reeds aanwezige aanbod om doublures in de subsidiëring te voorkomen. Organisaties moeten voor hun hulpverleners, begeleiders, trainers e.d. van de doelgroep jeugd een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) kunnen overleggen.

Voor organisaties die activiteiten organiseren primair voor en met de doelgroep jeugd of hulpverlening bieden aan de doelgroep jeugd wordt verwacht dat zij een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) kunnen overleggen voor hun hulpverleners, begeleiders, trainers e.d. Deze VOG geldt voor vrijwilligers en professionals die zich primair en 11

op structurele basis bezig houden met de doelgroep jeugd in de leeftijd van 0-23 jaar) en/of hiermee alleen kunnen zijn. Het moet dus gaan om personen die verantwoordelijk zijn voor de instelling en die namens deze instelling de belangen vertegenwoordigen. Het college heeft ervoor gekozen deze passage in het subsidiebeleid specifiek te benoemen, maar wijst hiervoor tevens op het nemen van verantwoordelijkheid door de instelling zelf. Er moet (voldoende) financiële ruimte zijn binnen de gemeentebegroting Subsidieaanvragen moeten worden getoetst aan het subsidiebeleid, de Algemene subsidieverordening en het beleid op de verschillende beleidsterreinen. Past de subsidieaanvraag binnen het beleid en voldoet deze aan alle bepalingen, dan kan in principe subsidie worden verleend. Dit kan echter alleen als de gemeente over voldoende financiële middelen beschikt. De gemeente heeft op grond van artikel 4: 25 Awb de mogelijkheid om een subsidieplafond in te stellen om een open-eind financiering te voorkomen. Het subsidieplafond is een weigeringsgrond.

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10490182/2