CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

21-104 Bijlage 4. Ingekomen stukken commissie AB

Gemeenteraad 7 juli 2021, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Ingekomen stukken gemeenteraad periode 5-2021 (MZ/RM/AB 21-104)26.397 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Alle mensen die hebben gereageerd op de oproep werden teruggemaild om te berichten wat er met hun reactie is gedaan.’

53

Skyline Deventer

‘’

De afspraken met de samenleving maak je niet alleen in het stemhokje. [Jeroen Teesink en Henk-Martijn Schuldink]

Deventer

54

Draagvlak en eigenaarschap ‘Zowel het organiseren van een openbare zitting om de onderhandelingen voor een nieuwe coalitie te starten als ook de oproep voor input vanuit de samenleving kwam eenzijdig uit de koker van de winnende partij bij de raadsverkiezingen. Andere partijen voelden zich daarom weinig gebonden aan het proces én de uitkomst. Om dergelijke vernieuwingen een kans te geven, moeten er draagvlak en gedeeld eigenaarschap bestaan’, benadrukken Teesink en Schuldink. ‘De winnende partij moet zich daarom inzetten om draagvlak te creëren voor de aanpak van het formatieproces. Daarvoor is het gewenst, zo niet noodzakelijk dat samenwerking tussen politieke partijen meteen na de verkiezingen begint, aldus Teesink.

Drie lessen 1

2

3

De open oproep van Gemeentebelang aan de samenleving was niet afgestemd met de andere fracties, maar een actie van Gemeentebelang alleen. De beoogde coalitiepartijen vroegen zich dan ook af of deze reacties onderdeel moesten zijn van de onderhandelingen en welke verwachtingen je als bestuur wekt bij verder contact over de reacties op de oproep. Ook is vooraf niet goed nagedacht over hoe met de reacties op de oproep zou moeten worden omgegaan. Het was raadzaam geweest als alle partijen betrokken waren bij de oproep en zich daarvan dus ook eigenaar konden voelen. Veel gehoorde kritiek op het bestuursakkoord op hoofdlijnen is dat het zo algemeen is en daarmee weinig concreet wordt. Het is belangrijk dat een bestuursakkoord ook enkele duidelijke actiepunten bevat. De concernstaf geeft in een overdrachtsdocument een evaluatie van het formatie- en akkoordenproces na de verkiezingen van 2014, waar in de komende collegevorming de partijen hun voordeel mee kunnen doen.

Cranendonck ‘Informatieavonden in het gemeentehuis afgeschaft’ De gemeente Cranendonck gelegen in de Noord Brabantse Peel, aan de grens met de provincie Limburg, is in 1997 ontstaan na een fusie van de gemeenten Budel en Maarheeze. Cranendonck telt ongeveer 21.000 inwoners en omvat 6 dorpskernen. In de gemeenteraad zitten 19 leden, waarvan de lokale partijen Cranendonck Actief! en Echte Lokale Aandacht Nu (ELAN), met respectievelijk 6 en 5 zetels de grootste fracties zijn. De overige 8 zetels zijn verdeeld over de traditionele partijen van CDA (4), PvdA (2) en VVD (2). De wethouders zijn van de partijen Cranendonck Actief!, CDA en PvdA. Hoe ver wil je gaan met burgerparticipatie? Die vraag stond centraal in de coalitieonderhandelingen van 2014. Je kunt niet om de burger heen voor het verkrijgen van draagvlak voor je beleid en de uitvoering hiervan. Het bereiken van de burger is wel een proces van lange adem waar continu in geïnvesteerd moet worden. ‘Toen Cranendonck Actief! (CrA!) in 2014 de grootste partij werd, ontstond de mogelijkheid om vanuit het principe van burgerparticipatie tot een raadsbreed programma te komen,’ aldus Karel Boonen, fractievoorzitter CrA!. Frans Kuppens, CDA-wethouder Economie en Financiën met burgerparticipatie in zijn portefeuille, voegt hieraan toe dat burgerparticipatie niet nieuw is in Cranendonck.

Karel Boonen (l) en Frans Kuppens (r) die als onderhandelaars betrokken zijn geweest bij de vernieuwde aanpak van het raadsakkoord 2014-2018 vertellen enthousiast over de wijze waarop het raadsakkoord in Cranendonck tot stand is gekomen.

Open bestuur De nieuwe aanpak werd gekenmerkt door drie pijlers: een raadsbreed programma, kwaliteit van de bestuurders en écht resultaat voor de inwoners bereiken.

55

Boonen: ‘Tot onze verrassing werd CrA! de grootste fractie na de verkiezingen van 2014. De ideeën die in onze partij leefden over nieuwe politiek, zoals burgerparticipatie en een raadsprogramma in plaats van een coalitieakkoord konden wij gaan uitvoeren.’

56

Doorslaggevend voor deelname aan de onderhandelingen was de vraag ‘hoe ver wil je gaan met burgerparticipatie?’ Elke partij werd vertegenwoordigd door 2 onderhandelaars. Het streven was zo min mogelijk in termen van oppositie/coalitie te denken, maar te komen tot een raadsbreed gedragen programma. Wat hierbij zeker hielp was dat er na de verkiezingen van 2014 veel nieuw bloed kwam in de raad, waardoor inhoud en niet politieke standpunten leidend waren, aldus Boonen. Boonen: ‘Vanwege tijdgebrek is het bij de totstandkoming van het raadsprogramma Samen Vooruit niet gelukt de burgers om input te vragen. Door het programma, dat is vastgesteld door CrA!, CDA en VVD te beperken tot de hoofdlijnen is er wel ruimte om burgerparticipatie te realiseren en om met wisselende meerderheden in de raad te werken.’ De openheid van het bestuur kwam ook tot uitdrukking in de selectie van bestuurders. Boonen: ‘De wethouders moesten vooral op kwaliteit worden geselecteerd via onder andere een assessment en de resultaten van dit assessment moesten worden gedeeld met de andere wethouders.’ Ook de ambtelijke organisatie ging mee in de zoektocht naar werken als een open bestuur.

Kuppens: ‘De gemeentesecretaris heeft onder andere de medewerkers laten trainen om de voorbereiding van bestuur en beleid met de bril van burgerparticipatie te doen.’ Vanuit de organisatie wordt nu meer naar de raad gecommuniceerd en er is een voortdurende afstemming tussen raad en college hoe burgerparticipatie bij de verschillende onderwerpen ingezet kan worden. Burgerparticipatie 2.0 Kuppens: ‘Zowel voor CrA! als voor het CDA is burgerparticipatie een centraal thema; in de vorige raadsperiode werd het CDA-initiatief om burgerparticipatie te versterken door alle fracties aangenomen.’ Al voor 2014 waren er bewoners- en dorpsplatforms. Maar de kanalen naar de gemeente toe waren sterk gereguleerd met uitvoerige convenanten. Bovendien was er geen sprake van burgerparticipatie bij de vorming van nieuw beleid. Kuppens: ‘Deze platforms zijn niet langer het enige aanspreekpunt. Ook anderen buiten het platform worden nu door de gemeente actief uitgenodigd en gehoord. Zo heeft de raad bij de komst van een AZC naar Budel met burgerpanels en een aselect gekozen aantal burgers het draagvlak hiervoor gepeild en vervolgens een besluit genomen.’

57

Dr. Ant. Mathijsenstraat, rotonde Budel

‘ ‘

Inwoners doen het graag zelf, geef ze de ruimte. Er zit onwaarschijnlijk veel kennis bij inwoners, door scholing of ervaring gekregen. Betrek inwoners daarom aan de voorzijde van alle plannenmakerij in een gemeente en je zult zien dat dit resulteert in breed gedragen besluiten en een beter eindresultaat! [Frans Kuppens]

’

Er zit heel veel kennis en kunde bij je inwoners. Gebruik die en je leven als raadslid wordt een stuk makkelijker. [Karel Boonen]

Cranendonck

’

Een speciaal vrijgemaakte communicatiemedewerker ondersteunt de raad, het college en de ambtenaren in het communiceren vanuit het burgerparticipatie-uitgangspunt.

58

Informatieavonden in het gemeentehuis bijvoorbeeld zijn afgeschaft omdat deze avonden vooral op het zenden van informatie waren gericht. Deze informatie- of klankbordavonden vinden nu plaats op locatie, op de plek waar het te bespreken onderwerp leeft. Cranendonck doet daarnaast mee aan het zogenaamde CitizenLab, een digitaal platform ván en vóór burgers: ONS Cranendonck, dat vergelijkbaar is met de digitale inspiratieagenda van Alblasserdam. Burgers kunnen elkaar vinden op dit platform, ze kunnen projecten ontwerpen en realiseren – soms zonder tussenkomst van de gemeente, soms gefaciliteerd en gefinancierd door de gemeente. Om burgerparticipatie aan de voorkant van het beleidsproces mogelijk te maken heeft een medewerker de taak gekregen om landelijk de ontwikkelingen ten aanzien van burgerparticipatie te volgen zodat de gemeente hiervan kan leren. Boonen: ‘Om de rol van de burger in het beleidsproces te helpen vergroten heeft het raadspresidium een ProDemos cursus aan de inwoners van Cranendonck aangeboden om ze te interesseren voor de lokale politiek. Een onverwacht grote belangstelling (40 tot 50 inwoners) was het resultaat.’ Kuppens: ‘Met behulp van deze inspanningen blijken politieke partijen in Cranendonck in vergelijking met vroeger veel gerichter op zoek te gaan naar input uit de samenleving bij het nemen van besluiten of het samenstellen van verkiezingsprogramma’s.’

Drie lessen 1

2

3

Er zit heel veel kennis en kunde bij inwoners. Als je daar gebruik van maakt, dan wordt je taak als raadslid eenvoudiger, de besluitvorming beter en het resultaat ook. Een goed instrument hiervoor is een raadsbreed akkoord waarin de verhouding van de raad tot de burger wordt vormgegeven. Betrokkenheid van de burger komt niet vanzelf: er moet blijvend geïnvesteerd worden in de relatie met de inwoners om tot een gedragen akkoord te komen. Hanteer hierbij meerdere kanalen, digitaal en klassiek, omdat je anders de representativiteit kwijtraakt. En ga naar ze toe, naar de kernen waar de vraagstukken spelen. Het raadplegen van burgers aan de voorkant van het beleidsproces kost tijd, hierdoor kan de totstandkoming en/of de uitvoering van het akkoord meer tijd kosten dan in de klassieke situatie.

Deelnemers leesgroep

Miranda de Vries, burgemeester Etten-Leur en lid Raad voor het Openbaar Bestuur Huri Sahin, projectleider bij ProDemos en lid Raad voor het Openbaar Bestuur Rien Fraanje, Secretaris-directeur Raad voor het Openbaar Bestuur Jornt van Zuylen, VNG, projectleider Democratic Challenge Bert Blase, Code Oranje Ellen Steijvers, Senvy Consulting

59

Lijst gesprekspartners tien gemeenten

60

Almelo Corrie Steenbergen, raadsgriffier Bert Hümmels, fractievoorzitter Leefbaar Almelo Dörte Jürgensen, strategisch raadsadviseur Etten-Leur Wim Voeten, raadsgriffier Saskia de Smet, adviseur bestuur en directie Kaag en Braassem Karin van der Pas, raadsgriffier Floris Schoonderwoerd, wethouder Petra van der Wereld, fractievoorzitter Samen voor Kaag en Braassem Leiden Frank de Wit, oud-wethouder Pieter van der Straaten, strateeg Oude IJsselstreek Jeroen van Urk, oud-griffier Utrechtse Heuvelrug Walter Hooghiemstra, raadsgriffier Frits Naafs, burgemeester Hugo Prakke, fractievoorzitter D66 Zwijndrecht Noor Kanters, raadsgriffier Alblasserdam Peter Verheij, wethouder Deventer Jeroen Teesink, adjunct-secretaris en manager Concernstaf Henk-Martijn Schuldink, bestuursadviseur Cranendonck Karel Boonen, fractievoorzitter Cranendonck Actief! Frans Kuppens, wethouder

www.raadopenbaarbestuur.nl

Van: Aan: Onderwerp: Datum: Bijlagen:

Tkn Raad

info@middelburg.nl griffie@middelburg.nl FW: Aangenomen moties gemeenteraad Vaals dinsdag 1 juni 2021 15:32:51 image001.png image002.png Motie confetti - Het Alternatief Nuj Lies versie 2 getekend .pdf Motie Huishoudelijke hulp WMO - Raadsbreed getekend.pdf

147230

Van: Jahae, Silvia [mailto:s.jahae@vaals.nl] Verzonden: dinsdag 1 juni 2021 15:01 Onderwerp: Aangenomen moties gemeenteraad Vaals Geachte, Bijgaand ontvangt u een tweetal moties die zijn aangenomen door de gemeenteraad van Vaals in de raadsvergadering van 26 april 2021, met het verzoek om deze moties door te geleiden naar uw gemeenteraad. Alvast bedankt. Met vriendelijke groet, Silvia Jahae | Plv. Griffier (Aanwezig op ma/di/do) Tel.: 043 3068589 | E-mail: s.jahae@vaals.nl

Von Clermontplein 15, 6291 AT Vaals | Postbus 450, 6290 AL Vaals +31(0)43 306 85 68 | info@vaals.nl | www.vaals.nl Please consider the environment before printing this email

Aan de leden

Datum

27 mei 2021 Kenmerk

TLD/U202100474 Lbr. 21/042 Telefoonnummer

070-3738393 Bijlage(n)

2

Onderwerp

Ledenbrief VNG Voorbeeld Verordening Participatie [en uitdaagrecht] (nieuw) en Handreiking

Geachte leden van college en gemeenteraad, Met de huidige maatschappelijke ontwikkelingen, zoals de energietransitie en de Omgevingswet, verandert er veel in het dagelijkse leven van inwoners. Dit leidt tot een grote behoefte bij inwoners om invloed uit te oefenen op de democratische besluitvorming. Gemeenten beseffen tegelijkertijd dat een sterke lokale democratie voortdurend aandacht en onderhoud vraagt. Het is juist nu van belang dat gemeenten inwoners blijvend betrekken bij de ontwikkelingen in de samenleving. Uit de praktijk blijkt dat dit verder moet gaan dan alleen inspraak bij de voorbereiding van beleid. En dat gemeenten nadenken over en streven naar een stevige inrichting van participatie. Er is een wetsvoorstel in voorbereiding om de inspraak uit te breiden naar ‘participatie’ en eventueel ook ‘uitdaagrecht’. Het gaat hier om het ontwerpwetsvoorstel “Wet versterking participatie op decentraal niveau” 1. Participatie omvat volgens de definitie het betrekken van ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van gemeentelijk beleid.

1 voluit: Wijziging van de Gemeentewet, de Provinciewet, de Waterschapswet en de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint-

Eustatius en Saba in verband met de participatieverordening en het uitdaagrecht van inwoners en maatschappelijke partijen

Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl

U202100474

PROD

VNG Voorbeeld Verordening participatie [en uitdaagrecht] Los van het wetgevingstraject gaan de ontwikkelingen bij gemeenten door en zien we in de praktijk dat de Inspraakverordening wordt gemoderniseerd en verbreed tot een participatieverordening. De VNG heeft daarom een Voorbeeld Verordening participatie [en uitdaagrecht] opgesteld. Aangezien het wetsvoorstel nog in de ontwerpfase verkeert, presenteert de VNG geen model maar een voorbeeld voor een verordening. Met dit voorbeeld beoogt de VNG gemeenten te inspireren tot andere participatiemogelijkheden dan inspraak en deze participatie van een wettelijke basis te voorzien. Gemeenten die al op het ontwerpwetsvoorstel vooruit willen lopen, kunnen gebruik maken van deze voorbeeldverordening. De behoefte aan inspraak verschilt immers per individuele gemeente. Handreiking ‘Aan de slag met participatie’ Ter inspiratie is door Berenschot in samenwerking met de VNG een handreiking ‘Aan de slag met participatie’ gemaakt. Deze handreiking is eveneens bij deze ledenbrief gevoegd en bevat een routekaart en veel concrete gemeentelijke praktijkvoorbeelden die tot de verbeelding spreken. Vanuit het samenwerkingsprogramma Democratie in Actie (www.lokale-democratie.nl) worden dit najaar bijeenkomsten georganiseerd om met gemeenten ervaringen te delen en inhoud te geven aan participatie in de praktijk.

Bijlagen Deze ledenbrief bevat twee bijlagen: Bijlage 1. VNG Voorbeeld Verordening participatie [en uitdaagrecht], met artikelsgewijze toelichting Bijlage 2. Handreiking ‘Aan de slag met Participatie’. Informatie De geconsolideerde teksten van de VNG modellen/voorbeelden (met de bijbehorende toelichtingen) zijn te raadplegen via Kennisbank Decentrale Regelgeving (www.decentraleregelgeving.nl). U kunt voor inhoudelijke vragen en vragen over de voorbeeldverordening terecht bij het Informatiecentrum van de VNG (070-373 83 93 of e-mail: info@vng.nl). Deze ledenbrief staat ook op www.vng.nl onder ‘Producten’ - ‘Brieven’. Met vriendelijke groet, Vereniging van Nederlandse Gemeenten

L.K. Geluk Algemeen directeur

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

2/2

Voorbeeld Verordening participatie [en uitdaagrecht] (nieuw voorbeeld, mei 2021) Leeswijzer voorbeeldbepalingen - […] of (bijvoorbeeld) [iets] = door gemeente in te vullen, zie bijvoorbeeld artikel 6, tweede lid. - [iets] = facultatief, zie bijvoorbeeld artikel 1. - [iets OF iets] = door gemeente te kiezen, zie bijvoorbeeld artikel 5, derde lid. - Combinaties zijn ook mogelijk, zie bijvoorbeeld artikel 7 waarbij afhankelijk van de keuze mogelijk ook nog het een en ander ingevuld dient te worden. - Ook wordt er gewerkt met varianten waaruit gekozen kan worden, zie bijvoorbeeld varianten A en B bij artikel 3. De voorbeeldverordening kent een aantal artikelen waar het aan individuele gemeenten is om een keuze te maken. Het kan gaan om ‘invulbepalingen’, varianten, keuzemogelijkheden en bepalingen die als ‘facultatief’ zijn aangemerkt (deze laatste zijn te herkennen aan de cursieve tekst). Gemeenten die ervoor kiezen om de bepalingen uit de voorbeeldverordening niet of in gewijzigde vorm over te nemen of deze aan te vullen, zullen er zelf scherp op moeten zijn dat deze keuzes zowel in lijn zijn met de toepasselijke wetgeving als met de systematiek van de bepalingen die wel overgenomen worden. Artikelen of artikelleden moeten mogelijk vernummerd worden. In de toelichting zijn de facultatieve bepalingen eveneens als facultatief (cursief) aangemerkt.

Nadere uitleg is opgenomen in de VNG ledenbrief. Besluit van de raad van de gemeente [naam gemeente] tot vaststelling van de Verordening participatie [en uitdaagrecht] [naam gemeente en eventueel jaartal] (Verordening participatie [en uitdaagrecht] [naam gemeente en eventueel jaartal]) De raad van de gemeente [naam gemeente]; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van [datum en eventueel nummer]; gelet op de artikelen 149 en 150 van de Gemeentewet; gezien het advies van de [naam commissie]; [overwegende dat het van belang is lokale democratische processen door participatie van inwoners te verrijken, de samenwerking tussen gemeente en inwoners te versterken en helderheid te geven over de invulling van de participatieprocedure;] besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening participatie [en uitdaagrecht] [naam gemeente en eventueel jaartal] Paragraaf 1. Algemene bepalingen Artikel 1.

Definities In deze verordening wordt verstaan onder: - beleidsvoornemen: voornemen van een bestuursorgaan tot het vaststellen of wijzigen van beleid; - participatie: betrekken van ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van gemeentelijk beleid[; - uitdaagrecht: recht van ingezetenen en lokale maatschappelijke partijen om een verzoek bij het bevoegde bestuursorgaan in te dienen om de feitelijke uitvoering van een gemeentelijke taak over te nemen, als zij denken deze taak beter en goedkoper uit te kunnen voeren]. Paragraaf 2. Participatie Artikel 2. Onderwerp van participatie 1. Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden of participatie wordt toegepast. 2. Participatie wordt altijd toegepast als de wet daartoe verplicht. [3. Er is geen participatie mogelijk: a. ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen; b. als participatie bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten;

Bijlage 2/2 bij VNG ledenbrief, mei 2021

c. als sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft; d. inzake de vaststelling van de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet; e. als de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat participatie niet kan worden afgewacht; f. als het belang van participatie niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de samenleving. OF 3. Er is participatie mogelijk: a. […]; b. […]; c. […].] Artikel 3. Procedure participatie Variant A 1. Op participatie is de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. 2. Het bestuursorgaan kan voor een of meer beleidsvoornemens een andere participatieprocedure vaststellen. Variant B 1. Het bestuursorgaan stelt bij de start van elke participatieprocedure vast op welke manier participatie wordt toegepast en maakt dit besluit bekend op de voor die participatieprocedure geschikte wijze. 2. Als participatie wordt toegepast, neemt het bestuursorgaan over in ieder geval de volgende onderwerpen een besluit, en legt dit vast in een participatienota: a. doel van participatie; b. beïnvloedingsruimte van participatie; c. kaders voor participatie; d. wijze waarop het bestuursorgaan over deze kaders vooraf communiceert; e.

wijze waarop en tijdvak waarin ingezetenen en belanghebbenden hun inbreng kunnen leveren; f. wijze waarop democratische waarden in de participatieprocedure worden gewaarborgd; g. begroting van de kosten. Artikel 4. Eindverslag participatie 1. Ter afronding van de participatie maakt het bestuursorgaan een eindverslag op. 2. Het eindverslag bevat in ieder geval: a. een overzicht van de gevolgde participatieprocedure; b. een weergave van de zienswijzen die tijdens de participatieprocedure mondeling of schriftelijk naar voren zijn gebracht; c. een reactie op deze zienswijzen, waarbij wordt aangegeven welke punten al dan niet worden overgenomen. 3. Het bestuursorgaan maakt het eindverslag op de gebruikelijke wijze openbaar. [Paragraaf 3. Uitdaagrecht Artikel 5. Onderwerp van uitdaagrecht 1. Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen gemeentelijke taken of hierop uitdaagrecht wordt toegepast. [2. Het bestuursorgaan wijst ingezetenen en lokale maatschappelijke partijen actief op het van toepassing zijn van het uitdaagrecht.] [3. Overname van de uitvoering van de volgende taken is niet mogelijk: a. als het een lopend uitvoeringstraject of ondergeschikte herzieningen daarvan betreft; b. als het uitdaagrecht bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten; c.

als sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft; d. inzake de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet; e. als de opdrachtwaarde boven de Europese drempelwaarde uitkomt; Bijlage 2/2 bij VNG ledenbrief, mei 2021

f. als de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat het benutten van het uitdaagrecht niet kan worden afgewacht; g. als het belang van het uitdaagrecht niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de samenleving. OF 3. Overname van de uitvoering van de volgende taken is mogelijk: a. […]; b. […]; c. […].] Artikel 6. Procedure uitdaagrecht 1. Een verzoek met betrekking tot het uitdaagrecht wordt bij het bestuursorgaan ingediend en omvat in ieder geval de volgende onderdelen: a. omschrijving van de gemeentelijke taak die de verzoeker wil overnemen; b. uitleg waarom of hoe de verzoeker deze taak beter en goedkoper kan uitvoeren; c. duidelijkheid over de betrokkenheid, kennis of ervaring van de verzoeker; d. indicatie van het draagvlak onder belanghebbende ingezetenen; e. indicatie van de kosten die aan de uitvoering van de taak verbonden zijn; f. omschrijving van de manier waarop de verzoeker met de gemeente wil samenwerken of ondersteuning nodig heeft; g. inzicht in hoe de kwaliteit en de uitvoering van de taak op de langere termijn kan worden gewaarborgd. 2. Het bestuursorgaan beslist binnen [aantal] weken op het verzoek. [3. Als het verzoek wordt ingewilligd, voorziet het bestuursorgaan de verzoeker van gepaste ondersteuning. OF 3.

Een vaste contactpersoon van de gemeente begeleidt de verzoekers tijdens het hele proces.] 4. Het bestuursorgaan maakt met de verzoekers afspraken over het proces, het resultaat, het budget en de looptijd. [5. Het bestuursorgaan maakt het besluit ten aanzien van een binnengekomen verzoek binnen veertien dagen openbaar.]] Paragraaf 4. Slotbepalingen [Artikel 7. Evaluatie en monitoring 1. De uitvoering van deze verordening wordt eenmaal per [aantal] jaar geëvalueerd. Burgemeester en wethouders zenden hiertoe telkens [aantal] jaar na de inwerkingtreding van deze verordening aan de raad een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de verordening in de praktijk. 2. Ten behoeve van de evaluatie verzamelen burgemeester en wethouders systematisch informatie over: a. […]; b. […]; c. […].] Artikel 8. Intrekking oude regeling De [citeertitel oude verordening] wordt ingetrokken. Artikel 9. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op [datum]. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening participatie [en uitdaagrecht] [naam gemeente en eventueel jaartal].

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van [datum]. De voorzitter, De griffier,

Bijlage 2/2 bij VNG ledenbrief, mei 2021

Toelichting NB Deze toelichting is geschreven met het oog op de (mogelijke) keuzes die in de Voorbeeld Verordening participatie [en uitdaagrecht] gemaakt zijn. Als een individuele gemeente op punten andere keuzes maakt, dan sluit deze toelichting mogelijk niet aan. Wel kan ze uiteraard als basis dienen voor een door de gemeente zelf op te stellen toelichting. Voor een goed beeld dient deze voorbeeldverordening in samenhang met de hierbij behorende VNG ledenbrief gelezen te worden. Algemeen Inspraak, participatie en ontwerpwetsvoorstel De raad is verplicht om een inspraakverordening vast te stellen (artikel 150 van de Gemeentewet). Er is een wetsvoorstel in voorbereiding om deze inspraak uit te breiden naar ‘participatie’ en eventueel ook ‘uitdaagrecht’. Het gaat hier om het ontwerpwetsvoorstel Wet versterking participatie op decentraal niveau (voluit: Wijziging van de Gemeentewet, de Provinciewet, de Waterschapswet en de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint-Eustatius en Saba in verband met de participatieverordening en het uitdaagrecht van inwoners en lokale maatschappelijke partijen). Het ontwerpwetsvoorstel is op 5 juni 2020 door de ministerraad aanvaard en voor advies naar de Raad van State gestuurd en tot op heden nog niet ingediend bij het parlement.

Voorbeeldverordening; verordeningsbevoegdheid Gemeenten die al op het ontwerpwetsvoorstel vooruit willen lopen, kunnen gebruik maken van deze voorbeeldverordening. De behoefte aan inspraak verschilt immers per individuele gemeente. Aangezien het wetsvoorstel nog in de ontwerpfase verkeert, presenteert de VNG geen model maar een voorbeeld voor een verordening. Met dit voorbeeld beoogt de VNG gemeenten te inspireren tot andere participatiemogelijkheden dan inspraak en deze participatie van een wettelijke basis te voorzien. Omdat het om een ontwerpwetsvoorstel gaat, is naast artikel 150 van de Gemeentewet ook artikel 149 van de Gemeentewet (met de autonome verordeningsbevoegdheid van de raad) als grondslag voor de verordening toegevoegd. Definitie participatie Participatie omvat volgens de definitie het betrekken van ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van gemeentelijk beleid. In de memorie van toelichting op het ontwerpwetsvoorstel staat hierover het volgende. Inwoners hebben in toenemende mate een belangrijke rol in de agendering, de voorbereiding, de totstandkoming, de uitvoering en de beoordeling van beleid. Niet alleen omdat de burger de gevolgen van beleid ervaart, maar ook omdat participatie aan het politieke proces als intrinsieke waarde van de Nederlandse samenleving wordt ervaren.

Participatie mobiliseert de kennis en steun van betrokkenen bij beleidsproblemen waarvan de overheid op voorhand nog niet weet, of nog niet wil bepalen, hoe deze opgelost zullen worden. Procedure participatie Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) bevat een procedure voor de voorbereiding van besluiten. Deze afdeling heeft als doelstelling het bevorderen van eenheid in de wetgeving en het systematiseren en vereenvoudigen van wetgeving. In artikel 150, tweede lid, van de Gemeentewet is afdeling 3.4 van de Awb als hoofdregel van toepassing verklaard op de inspraak. Het is ook mogelijk een andere procedure van toepassing te verklaren. Dit is ook zo opgenomen in het ontwerpwetsvoorstel. In de voorbeeldverordening kan het bevoegde bestuursorgaan in aansluiting op de wettekst besluiten om in specifieke beleidstrajecten zowel geheel als gedeeltelijk af te wijken van afdeling 3.4 van de Awb. Dit laatste kan bijvoorbeeld gebeuren in gevallen waarin het wenselijk is om de participatie op andere wijze te organiseren dan via het mondeling of schriftelijk naar voren brengen van zienswijzen of om te werken met andere termijnen. Alternatieven voor participatie Participatie is onderdeel van het totale besluitvormingsproces, een naar tijd en strekking begrensde fase daarin.

Het moet naar onze mening onderscheiden worden van de andere mogelijkheden die Bijlage 2/2 bij VNG ledenbrief, mei 2021

men heeft om zich tot het gemeentebestuur te wenden. Te denken valt hierbij aan het spreekrecht bij raads- en commissievergaderingen (regeling via het [citeertitel Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad] of de [citeertitel Verordening op de raadscommissies]). Andere mogelijkheden die buiten de hier geregelde participatie vallen zijn: het schrijven van brieven, het bezoeken van spreekuren en het houden van informatiebijeenkomsten. Participatie is uiteraard ook van een andere orde dan de mogelijkheid om de concrete uitkomsten van de beleidsvaststelling aan te vechten door middel van bezwaar en beroep. [Uitdaagrecht als specifieke vorm van participatie in de uitvoeringsfase Het ontwerpwetsvoorstel bevat een (facultatieve) bevoegdheid om het uitdaagrecht te regelen. Bij de uitvoering van beleid is het uitdaagrecht – ook wel Right to Challenge – een bijzondere vorm van betrokkenheid van inwoners en lokale maatschappelijke partijen. Deze vorm houdt in dat inwoners van de gemeente of lokale maatschappelijke partijen de gemeente kunnen verzoeken om de feitelijke uitvoering van een taak van de gemeente over te nemen als zij denken deze taak beter en goedkoper te kunnen uitvoeren.

Ruimte voor initiatieven van inwoners en lokale maatschappelijke partijen Het is van wezenlijk belang dat decentrale overheden ruimte bieden voor initiatieven van onderop en dat aan de samenleving een grote rol wordt toebedeeld bij het ontwikkelen van initiatieven voor algemene voorzieningen. Inwoners kennen hun buurt en hun gemeente, weten wat er leeft en spelen daarop in. Deze maatschappelijke initiatieven kunnen aanvullend zijn op de gemeentelijke initiatieven of kunnen sommige gemeentelijke initiatieven vervangen. Tegelijkertijd moet rekening worden gehouden met het gegeven dat de primaire verantwoordelijkheid voor de uitvoering van gemeentelijke taken bij het gemeentebestuur zelf berust. Taken burgemeester en wethouders Bij het overnemen van gemeentelijke taken, na een succesvolle ‘uitdaging’, gaat het in de regel om de feitelijke uitvoering van een taak van burgemeester en wethouders. Burgemeester en wethouders – als de verantwoordelijken voor de uitvoering van de betreffende taak of taken – beslissen naar aanleiding van een verzoek of ‘uitdaging’ of de feitelijke uitvoering van die taak of taken aan inwoners of de lokale maatschappelijke partij kan worden gelaten.

Samenwerkingsrecht Onder uitdaagrecht wordt ook het zogenaamde samenwerkingsrecht begrepen, want er is geen werkelijk onderscheid tussen deze twee begrippen.] Artikelsgewijs Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven, worden hieronder nader toegelicht. Artikel 1. Definities Beleidsvoornemen Het begrip beleidsvoornemen is gedefinieerd als het voornemen van het bestuursorgaan tot het vaststellen of wijzigen van beleid. Het zal duidelijk zijn dat het hierbij niet gaat om de vaststelling van concrete besluiten of maatregelen, maar om de vorming van het beleid waarop deze kunnen worden gebaseerd. Participatie Bij de omschrijving van participatie is aangesloten bij de tekst van het ontwerpwetsvoorstel Wet versterking participatie op decentraal niveau waarbij een wijziging van artikel 150, eerste lid, van de Gemeentewet is voorzien. Hierin is bepaald dat de raad een verordening vaststelt waarin regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van gemeentelijk beleid worden betrokken. Het huidige artikel 150 van de Gemeentewet omvat inspraak bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid; bij participatie wordt dit uitgebreid met uitvoering en evaluatie van gemeentelijk beleid.

De omschrijving van participatiegerechtigden (ingezetenen en belanghebbenden) vloeit rechtstreeks voort uit de tekst van artikel 150 van de Gemeentewet. Het begrip belanghebbende is in artikel 1:2 van de Awb gedefinieerd en deze definitie heeft ook gelding voor wetgeving buiten de Awb, zoals deze verordening.

Bijlage 2/2 bij VNG ledenbrief, mei 2021

[Uitdaagrecht Bij de omschrijving van het begrip uitdaagrecht is aangesloten bij de memorie van toelichting op het ontwerpwetsvoorstel Wet versterking participatie op decentraal niveau. Het uitdaagrecht berust bij ingezetenen en lokale maatschappelijke partijen. In de begripsomschrijving is ‘lokale’ ter verduidelijking van de tekst van het ontwerpwetsvoorstel toegevoegd in aansluiting op de memorie van toelichting, waarin is toegelicht dat afhankelijk van de lokale omstandigheden het bijvoorbeeld kan gaan om lokale verenigingen of stichtingen, buurtcomités, woongroepen, vrijwilligersorganisaties, een maatschappelijke organisatie, sociale bedrijven zonder winstoogmerk of een georganiseerd collectief van inwoners die geen formele rechtsvorm hebben.] Artikel 2. Onderwerp van participatie Eerste lid In het eerste lid is bepaald dat elk bestuursorgaan ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden besluit of participatie mogelijk is. Het begrip bestuursorgaan is gedefinieerd in artikel 1:1, eerste lid, van de Awb. Het begrip omvat in elk geval raad, burgemeester en wethouders en burgemeester. Elk bestuursorgaan van de gemeente kan zijn eigen beleidsvoornemens aan participatie onderwerpen, of niet.

Omdat het in bepaalde gevallen doelmatiger zal kunnen zijn als participatie geschiedt door middel van bijvoorbeeld spreekrecht bij raadsvergaderingen, blijft door de formulering van het eerste lid de mogelijkheid bestaan dat voor bepaalde beleidsvoornemens een andere wijze van het betrekken van ingezetenen en belanghebbenden wordt geregeld. Tweede lid In het tweede lid is bepaald dat participatie altijd mogelijk is als een wettelijk voorschrift daartoe verplicht. Derde lid In het derde lid is opgenomen wanneer [geen OF wel] participatie wordt verleend. Artikel 3. Procedure participatie Variant A Eerste lid In artikel 150, tweede lid, van de Gemeentewet is bepaald dat inspraak wordt verleend door toepassing van afdeling 3.4 van de Awb, voor zover in de verordening niet anders is bepaald. Ter uniformering en deregulering is in het eerste lid afdeling 3.4 van de Awb van toepassing verklaard op de participatie. In de artikelen 3:11 tot en met 3:17 van de Awb is de participatieprocedure te vinden. Na terinzagelegging en bekendmaking van het beleidsvoornemen kunnen belanghebbenden gedurende zes weken schriftelijk of mondeling hun zienswijze naar voren brengen. Tweede lid Als het bestuursorgaan de procedure van afdeling 3.4 van de Awb niet passend acht voor een specifiek beleidstraject, kan op grond van het tweede lid een andere procedure worden gevolgd.

Variant B Eerste lid In artikel 150, tweede lid, van de Gemeentewet is bepaald dat inspraak wordt verleend door toepassing van afdeling 3.4 van de Awb, voor zover in de verordening niet anders is bepaald. Hier is anders bepaald door de bepaling dat het bestuursorgaan bij de start van een participatieprocedure bekendmaakt hoe de participatie wordt vormgegeven. Tweede lid Het bestuursorgaan legt in een participatienota een aantal zaken vast met betrekking tot de participatie. Om zoveel mogelijk duidelijkheid te verschaffen, somt het tweede lid hiertoe op dat moet worden ingegaan op: doel van de participatie, beïnvloedingsruimte, kaders, communicatie, werkwijze, tijdspad, democratische waarborgen en begroting van de kosten van de procedure. Deze participatienota kan onderdeel uitmaken van de bekendmaking van het eerste lid, maar kan ook later worden uitgewerkt en bekendgemaakt. Tweede lid, onder b

Bijlage 2/2 bij VNG ledenbrief, mei 2021

Bij beïnvloedingsruimte kan worden gedacht aan en een keuze worden gemaakt uit: informeren, raadplegen, adviseren, of een combinatie daarvan. Tweede lid, onder c Kaders zijn bijvoorbeeld de inhoudelijke, financiële en procedurele kaders voor de participatie. Tweede lid, onder f Democratische waarden zijn bijvoorbeeld: gelijkheid, transparantie en verantwoording. Artikel 4. Eindverslag participatie Eerste lid Er is hier niet gekozen voor verwijzing naar afdeling 3.4 van de Awb. In artikel 3:17 van de Awb wordt namelijk slechts bepaald dat een verslag wordt gemaakt van hetgeen tijdens de procedure mondeling naar voren is gebracht. Tweede lid, onder a Onder overzicht van de gevolgde participatieprocedure wordt verstaan: Hoe is de procedure feitelijk verlopen? Is afdeling 3.4 van de Awb onverkort toegepast? Wanneer is het beleidsvoornemen ter inzage gelegd, enz. Tweede lid, onder b Het eindverslag dient een volledig overzicht te bevatten van zowel de mondelinge als de schriftelijke participatiereacties. In het eindverslag kan worden volstaan met een korte zakelijke weergave van de naar voren gebrachte opvattingen en vermelding van de personen die hun opvatting naar voren hebben gebracht. De schriftelijke participatiereacties kunnen aan het eindverslag worden gehecht.

Tweede lid, onder c Als het sluitstuk van participatie wordt voorgeschreven dat het bestuursorgaan aangeeft wat met de zienswijzen wordt gedaan. Derde lid De bekendmaking van de resultaten van de participatieprocedure is uitermate belangrijk. Dit rondt de participatieprocedure daadwerkelijk af. Het ligt voor de hand om degenen die hebben geparticipeerd een exemplaar van het eindverslag te sturen. Daarnaast kan het eindverslag algemeen worden gepubliceerd in de krant en op de gemeentelijke website. Als het aantal participanten omvangrijk is, kan worden gekozen voor het volstaan met een algemene bekendmaking. Het is belangrijk om aan het begin van de participatieprocedure al duidelijkheid omtrent de communicatie te verschaffen. [Artikel 5. Onderwerp van uitdaagrecht Eerste lid In het eerste lid is bepaald dat elk bestuursorgaan ten aanzien van zijn eigen taken besluit of het uitdaagrecht mogelijk is. Het zal hier meestal gaan om taken van burgemeester en wethouders als in de regel het verantwoordelijke bestuursorgaan voor de uitvoering van gemeentelijke taken (artikel 160, eerste lid, onder b, van de Gemeentewet). Derde lid In het derde lid is opgenomen voor welke taken het [niet OF wel] mogelijk is om de uitvoering van het gemeentebestuur over te nemen. Er kan ten aanzien van deze taken dus [geen OF wel] uitdaagrecht worden toegepast.

Derde lid, onder a (eerste variant) Onder lopende uitvoeringstrajecten vallen ook taken die al zijn aanbesteed of gecontracteerd. Derde lid, onder e (eerste variant) Als de opdrachtwaarde boven de Europese drempelwaarde uitkomt, geldt dat in die gevallen aanbesteding is vereist. Artikel 6. Procedure uitdaagrecht Eerste lid

Bijlage 2/2 bij VNG ledenbrief, mei 2021

Het in het eerste lid genoemde bestuursorgaan betreft uiteraard het bestuursorgaan dat de betreffende taken uitvoert. Meestal zijn dat burgemeester en wethouders en een verzoek om overname van hun taken dient dus bij hen te worden ingediend. Derde lid [De mate van ondersteuning wordt in overleg tussen verzoeker en bestuursorgaan bepaald. OF De gemeente zorgt voor een vaste contactpersoon die de verzoekers gedurende het gehele uitdaagproces begeleidt. Een vaste contactpersoon betekent dat de verzoeker een vaste begeleider krijgt. Deze persoon kan bijvoorbeeld een ambtenaar zijn die ervaring heeft met soortgelijke uitvoeringstrajecten.]] [Artikel 7. Evaluatie en monitoring Eerste lid De evaluatie van de werking van deze verordening in de praktijk is wenselijk. Daarom wordt de uitvoering van deze verordening eenmaal per [aantal] jaar geëvalueerd. Er wordt een verslag aan de raad verzonden. Tweede lid Over de in het tweede lid genoemde gegevens verzamelen burgemeester en wethouders systematisch informatie.] Artikel 8. Intrekking oude regeling Met deze bepaling wordt de bestaande [citeertitel oude verordening] ingetrokken. Er wordt geen tijdstip vermeld waarop de oude verordening wordt ingetrokken. Dat is ook niet nodig. De datum waarop de oude verordening vervalt, is de datum waarop de Verordening participatie [en uitdaagrecht] in werking treedt (zie artikel 9).

Bijlage 2/2 bij VNG ledenbrief, mei 2021

a.

Aan de slag met participatie

Handreiking

25 mei 2021

1

Inhoudsopgave Inleiding

3

Een routekaart

5

De relatie met verwante trajecten: omgevingswet en sociaal domein

Stap 1: Waar hebben we het over?

6

7

Participatie en representatieve democratie

7

Bandbreedte vormgeven van participatie

9

Aan de slag

9

Stap 2: Wat voor gemeente bent u?

11

Ambitie op het gebied van participatie

11

Naar een ‘strategisch plaatje’: sterke en zwakke punten

11

Aan de slag

13

Stap 3. Waarom participatie?

15

Gedeelde waarden zijn belangrijk

15

Wat zijn de motieven voor participatie?

15

Publieke waarde als perspectief

17

Aan de slag

18

Stap 4. Wat: vormen en smaken in participatie

20

Naar meer overheidsinitiatief, of juist meer burgerinitiatief

20

Naar meer of minder invloed van burgers in de fases van het beleidsproces

21

Meer directe vormen van democratie

22

Betrokkenheid, representativiteit, doelgroepen

22

Aan de slag

24

Stap 5. Hoe: van instrument naar gefaseerde aanpak per vraagstuk

26

Rolinvulling

26

Een gestructureerde aanpak en fasering

27

Het belang van het soort vraagstuk: exploratief en maakbaar

29

Vele instrumenten die op weg helpen

30

Aan de slag

32

Stap 6. Leren en evalueren

34

Een licht leerprogramma

34

Verankering

35

Aan de slag

36

Stap 7. Opstellen handelingsperspectief: visie en uitvoeringsprogramma Verwante trajecten: omgevingswet en sociaal domein

Stap 8. Opstellen Participatieverordening Stap 1. Waar hebben we het over en stap 2. wat voor gemeente wilt u zijn

38 39

40 41

2

Stap 3. Waarom participatie?

41

Stap 4. Wat: vormen en smaken in participatie

42

Stap 5. Hoe (werkwijze): van ad hoc instrument naar gefaseerde aanpak per vraagstuk

45

Stap 6. Evalueren en leren

46

Verder met opstellen particpatieverodening

47

Bijlage: VNG Voorbeeld Verordening participatie [en uitdaagrecht] gedefinieerd.

Fout! Bladwijzer niet

3

Inleiding Ontwerpwetsvoorstel en participatieverordening: verbreding Met de huidige maatschappelijke en politieke ontwikkelingen, denk aan de energietransitie en de Omgevingswet, verandert er veel in het dagelijks leven van inwoners. Dit leidt tot een grote behoefte vanuit inwoners om invloed uit te oefenen op de democratische besluitvorming. Daarbij beseffen gemeenten dat een sterke lokale democratie om continue aandacht en onderhoud vraagt, om mee te kunnen bewegen met de nieuwe uitdagingen. Het is juist nu van belang dat gemeenten inwoners blijven betrekken bij de ontwikkelingen in de samenleving én dat we daarbij ruimte blijven bieden voor nieuwe verbindingen tussen inwoners en hun bestuur. Uit de praktijk blijkt dan ook dat dit verdergaat dan alleen inspraak bij de voorbereiding van beleid en dat gemeenten hierbij nadenken over en streven naar een stevige inrichting van participatie. Participatie is in de afgelopen jaren dan ook steeds hoger op de gemeentelijke agenda komen te staan. Het derde Kabinet Rutte deelde deze prioritering. Dit blijkt uit het uit het regeerakkoord 2017 en uit het ontwerpwetsvoorstel 2020 ‘Versterking participatie op decentraal niveau’ van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK).

Het doel van het ontwerpwetsvoorstel is dat voor zowel de inwoners als voor gemeenten duidelijk is (1) binnen welke kaders inwoners in het beleidsproces participeren en (2) op welke wijze zij in een verschillende fase van het beleidsproces betrokken worden. In een participatie maakt elke gemeenteraad deze zaken expliciet voor zijn gemeente. Het voorstel verplicht tot een uitbreiding/verbreding van de in de Gemeentewet (artikel 150) voorgeschreven inspraakverordening naar een participatieverordening. Inmiddels heeft het ontwerpwetsvoorstel enige vertraging opgelopen, maar is de verwachting dat de komende periode een voorstel zal worden ingediend. De urgentie om tot zoiets als een participatieverordening te komen is er ook niet minder om. De VNG Voorbeeld Verordening participatie [en uitdaagrecht], met toelichting, (hierna: voorbeeldverordening) kan daarvoor als basis dienen. De VNG heeft daarbij de intenties van het ontwerpwetsvoorstel gevolgd om van inspraakverordening tot een participatieverordening te komen. Volgens de Inspraakverordening dienen inwoners betrokken te worden bij de voorbereiding van beleid. Als een gemeente niets anders regelt in de verordening geldt daarvoor de uniforme openbare voorbereidingsprocedure uit afdeling 3.4 van de Awb.

Met de beoogde participatieverordening wordt de Inspraakverordening uitgebreid: een gemeente regelt niet alleen betrokkenheid bij de voorbereiding, maar ook bij de uitvoering en evaluatie van het beleid. In het ontwerpwetsvoorstel werd ook met name de mogelijkheid van uitdaagrecht geregeld. De VNG heeft dat in de voorbeeldverordening gevolgd. Opgenomen is dat regels over het uitdaagrecht (voorheen bekend als Right to Challenge), als specifieke vorm van participatie, onderdeel kunnen zijn van de participatieverordening. Met het uitdaagrecht kunnen inwoners hun gemeente verzoeken om de uitvoering van een taak van de gemeente over te nemen, al dan niet met bijhorend budget, omdat zij denken deze taak beter en goedkoper te kunnen uitvoeren. Denk aan het onderhoud van een park, het beheer van sportvelden of andere maatschappelijke voorzieningen. Ook in andere wetsvoorstellen, zoals bijvoorbeeld de Omgevingswet en energietransitie wordt participatie specifiek benoemd met het oog op versterking ervan. Sterker nog in de Omgevingswet is participatie verankerd en daarmee niet vrijblijvend.

4

Bandbreedte van beleid en verordening Met het oog op rechtszekerheid is het zeer wenselijk dat gemeenten duidelijkheid scheppen over de mogelijkheden van participatie. Tegelijkertijd moet er ruimte zijn om rekening te houden met lokale ambities en omstandigheden, die kunnen namelijk erg verschillen. Gemeenten hebben in principe vrijheid om te beslissen op welke wijze zij inwoners bij de verschillende beleidsfasen betrekken en hoe ze hun visie op participatie vertalen in de participatieverordening. Het is dan ook wezenlijk dat u als gemeente eerst nader bepaalt hoe u aan participatie vorm wilt geven. Vervolgens kunt u de stap zetten naar vertaling van deze opvattingen in juridische formuleringen. De voorbeeldverordening kan daarvoor als basis dienen. Met de ‘routekaart’ in deze handreiking geven we u (1) een structuur van stappen, (2) een selectie van suggesties voor hoe u het goede gesprek te voeren en good practices ter illustratie en ter inspiratie. Tot slot verwijzen we u naar bronnen voor eventuele verdieping. Na het volgen van deze route heeft u als gemeente handelingsperspectief om effectief aan de slag te gaan met participatie en daarmee een participatieverordening op te stellen. Anders gezegd: deze handreiking helpt u bij het formuleren van uw participatiestrategie, de te zetten stappen en vervolgens het vertalen hiervan in uw participatieverordening.

Het gaat hierbij altijd om lokaal maatwerk en het vastleggen in een participatieverordening is geen doel op zich als stap 8 in de routekaart. Deze Handreiking is geschreven door Berenschot in opdracht en samenwerking met de VNG.

Aan de slag Iedere stap uit de routekaart bevat dit kader ‘Aan de slag’ met praktische tips, keuzes, dilemma’s en achtergrondartikelen om voortvarend aan de slag te kunnen.

Tools Om gemeenten hiermee op weg te helpen heeft de VNG de Voorbeeld Verordening participatie [en uitdaagrecht] opgesteld. Deze voorbeeldverordening biedt een inhoudelijke basis en ruimte om regels omtrent het uitdaagrecht op te nemen. De voorbeeldverordening gaat uit van maatwerk per gemeente. Het is dus belangrijk dat u een nadere invulling geeft aan de voorbeeldverordening. Op die manier kunt u het vereiste lokale maatwerk leveren en precies die mate van participatie regelen waarin in uw gemeente behoefte is. Indien u graag het hierna gepresenteerde stappenplan georganiseerd wilt doorlopen, kunt u ervoor kiezen om dit niet alleen te doen, maar hierbij ondersteuning te vragen. De VNG en Democratie in Actie bieden de module Visie en uitvoeringsplan als hulp aan om al dan niet met begeleiding de stappen (nog eens) te doorlopen.

Achtergrond en kennisbronnen Voor meer informatie over de versterking en vernieuwing van de lokale democratie in Nederland, leest u: •

Kamerbrief over voortgang versterking en vernieuwing van de lokale democratie

•

Kamerbrief over versterking en vernieuwing lokale democratie https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2021/03/22/kamerbrief-over-versterking-en-vernieuwinglokale-democratie

•

Voortgangsrapportage Versterking en vernieuwing lokale democratie – Programma Democratie in Actie

•

Democratie in Actie, de VNG en BZK hebben voor het thema lokale democratie veel handreikingen, tools, kennisbronnen, essays en e-learning beschikbaar gesteld

•

Participatiewijzer van Prodemos: https://www.participatiewijzer.nl/

5

Een routekaart

Deze handreiking gaat over het invulling geven aan participatie gemeentebreed. Dit betekent dat we het niet hebben over het organiseren van de participatie ‘in dat ene proces’, maar toewerken naar een algemene strategie. En de verankering daarvan in een participatieverordening. Gegeven alle verschillen in gemeenten bij de vormgeving van participatie en de verschillen in lokale ambities die ze hebben, is het gepast een algemeen toepasbare redenering te volgen. De routekaart ‘begint bij het begin’ bij fundamentele vragen over participatie en leidt stap voor stap naar belangrijke onderwerpen die gaan over concrete participatiekaders, participatie-instrumenten en participatiewerkwijzen. De handreiking geeft per stap relevante inhoudelijke richtlijnen (vaak in de eerste twee paragrafen) om het gesprek in een gemeente te voeren. Per stap geven we een selectie aan good practices en geven we tips hoe het goede gesprek te voeren. We gaan ook in op onderwerpen die vaak terugkomen: het uitdaagrecht (hier zijn gelet op het ontwerpwetsvoorstel ook voorbeeldartikelen van opgenomen in de voorbeeldverordening), decentralisatie, representativiteit en de rol van de gemeenteraad. Bij elke stap noemen we bronnen die u kunt gebruiken voor een verdieping. De gedachte achter de handreiking is om de stappen een voor een te nemen: dit structureert het gesprek over participatie.

Tegelijkertijd hebben alle stappen een sterke samenhang. Vaak zal bij een gesprek over een specifiek onderdeel (zoals bijvoorbeeld het ‘hoe’ van participatie) er sprake zijn van weer even teruggaan naar vorige stappen (bijvoorbeeld om te kijken of het ‘waarom’ en ‘hoe’ wel goed op elkaar aansluiten. En als u alle stappen doorlopen heeft, zal er vaak de behoefte zijn nog een keer alle stappen (snel) te nemen alvorens uw visie respectievelijk uitvoeringsprogramma te formuleren/aan te scherpen en de verordening definitief op te stellen. Ook is het mogelijk alle stappen eens langs te lopen en dan te besluiten de module Visie en uitvoeringsplan (zie kader) te volgen en met meer of minder begeleiding de stappen te doorlopen.

6

Deze route van stappen is als volgt: 1.

Participatie en democratie: de betekenis van participatie in een representatieve democratie in relatie tot het ontwerpwetsvoorstel en de verordening, waar hebben we het over en voor wie doen we het?

2.

Wat voor gemeente bent u al in participatief opzicht?

3.

Waarom participatie: wat zijn de redenen en motieven om (als inwoner) te participeren, en/of participatie (als gemeente) mogelijk te maken en te organiseren?

4.

Wat voor participatie: welke vormen van participatie horen bij uw gemeente en wilt u verder stimuleren (en aan welke motieven dragen ze bij)?

5.

Hoe participatie: welke rollen verdelen we en aan welke kaders en instrumenten is te denken om participatie daadwerkelijk te organiseren?

6.

Leren en evalueren: systematisch aan het werk, en vooral van tijd tot tijd het stappenplan weer doorlopen;

7.

Handelingsperspectief: formuleert u op basis van alle eerdere stappen een participatievisie met een bijbehorend uitvoeringsprogramma?

8.

Verordening: een lokale invulling van de participatieverordening maken.

Het doel van deze handreiking is niet het verplicht doorlopen van alle stappen met een participatieverordening als ultiem doel en laatste stap, maar meer het helpen van het modulair inrichten van het proces.

De route samen afleggen Om de route als een gedragen proces in te richten, is ons advies om een platform met inwoners (en eventueel plaatselijke ondernemers), raadsleden, burgemeester en wethouders, en ambtenaren te vormen die samen de route afleggen. Per stap of per doelgroep kunt u een specifieke gespreksstrategie formuleren die goed aansluit bij die doelgroep of bij een onderwerp dat speelt in uw gemeente.

De relatie met verwante trajecten: fysiek domein en sociaal domein Zoals gezegd is er in verschillende beleidsterreinen sprake van noodzakelijke en gewenste betrokkenheid van inwoners. In deze handreiking wordt op verschillende plekken een relatie gelegd naar lopende trajecten om participatie van inwoners te realiseren, zoals Omgevingswet, energietransitie en in het sociaal domein. Bij stap 7 “Opstellen handelingsperspectief” wordt hierop uitvoerig ingegaan.

7

Stap 1: Waar hebben we het over? Om aan de slag te gaan met participatie is het belangrijk dezelfde taal te spreken. Waar hebben we het over als we spreken over participatie? Om dit fundament te leggen bestaat de eerste stap uit het bespreken van (1) participatie en de representatieve democratie en (2) de bandbreedte van het vormgeven aan participatie.

Participatie en representatieve democratie Bij participatie hebben we het over het betrekken van de samenleving bij wat – beleidsvoorbereiding, -uitvoering en/of -evaluatie – u als gemeente wilt bereiken. Dit houdt in dat de gemeente (en in het bijzonder de gemeenteraad) besluiten niet alleen neemt. Bij de besluiten worden juist andere belanghebbenden uit de samenleving actief betrokken. De representatieve democratie vormt in Nederland het uitgangspunt van ‘de democratie’. De participatieve democratie is een aanvulling hierop. Het is nodig dat participatie zich op de juiste manier verhoudt tot de rol van de representatieve volksvertegenwoordiging. Op zoek naar de juiste verhoudingen is verdieping nodig over de vraag; wat is de rol en positie van de gemeenteraad/het gemeentebestuur ten opzichte van participerende bewoners? Deze verhouding tussen representatief en participatief is tweeledig. Enerzijds besluit de gemeenteraad over het vormgeven van de participatieve praktijk (denk aan kaderstelling: welke ruimte is er voor participatie?). Anderzijds beïnvloedt deze vormgeving de rol en invloed van de raad (meer ruimte of minder kaders betekent mogelijk ook minder directe invloed door de raad op participatieve processen).

Bij het nadenken over participatie gaat het dan ook in essentie over het samenspel tussen de representatieve democratie (de gekozen volksvertegenwoordiging) en de participatieve democratie (de betrokkenheid en invloed vanuit de maatschappij). Verschillende vormen van participatie leiden tot een andere balans. Zo zijn er gemeenten die vooral de nadruk leggen op participatie van burgers in beleids- en besluitvormingstrajecten. Andere gemeenten hechten (daarenboven) veel waarde aan burgerinitiatieven, waarbij het gemeentebestuur kaders kan stellen en vaak een ondersteunende rol heeft. Weer andere gemeenten experimenteren met vormen van meer directe democratie als G1000 Burgerberaad (waar burgers door middel van dialoog meebeslissen) of een referendum. Deze vormen benadrukken in toenemende mate de balans in het ‘voordeel’ van het belang van de participatieve democratie.

Good practice: gemeente Hof van Twente Hof van Twente ging op zoek naar de opvattingen over de juiste balans tussen de representatieve en participatieve democratie. In een recente bijeenkomst formuleerden vertegenwoordigers vanuit inwoners, raad, college en ambtelijke organisatie hun visie op participatie. In de bijeenkomst bleken duidelijk verschillende accenten over de positie van de raad Hof van Twente als meer of minder bepalend voor de uiteindelijke besluitvorming. Toch was er goed overeenstemming te bereiken over de wijze waarop met alle accentverschillen te zoeken naar een goed samenspel tussen representatief en participatief. Aan de ene kant een nadruk op het belang van goed kaderen aan de voorkant én goed de verwachtingen managen, qua rollen, tijd en inbreng. Goede communicatie is essentieel hierbij. Zo voorkom je teleurstellingen. Maar altijd is er het zoeken naar kaders, soms bij de start van een participatieproces, soms is dat zoeken onderdeel van het participatieproces zelf. En altijd moet helder worden hoe uiteindelijk de besluitvorming en uitvoering plaats vindt; vaak door de raad, soms binnen kaders

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10251453/2