CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

21-073 Bijlage 3. Ingekomen stukken RM

Commissie Ruimte 17 mei 2021, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Ingekomen stukken gemeenteraad periode 4-2021 (MZ/RM/AB 21-073)20.690 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

De installatie van operator B is een nieuwe antenne-installatie, waarvoor een stemprocedure moet worden gehouden. In 2014 wil operator A de in 2012 geplaatste antenne-installatie aanpassen. Daarbij is het nodig dat er een extra antennedrager (paal met antenne) wordt geplaatst. Voor deze aanpassing is geen instemmingsprocedure nodig, want er is geen sprake van een nieuwe antenne-instaiiatie. In 2012 is voor deze antenne-installatie immers al een instemmingsprocedure gehouden, dat hoeft niet opnieuw. Klachtenregeling Het Antennebureau coördineert de klachtenafhandeling over instemmingsprocedures. >

Vragen en eventuele klachten kunnen bij het Antennebureau worden gemeld. In eerste instantie beantwoordt het Antennebureau vragen en klachten, eventueel na raadpleging van de Teller.

>

Het Antennebureau zal de vragen en eventuele klachten naar de betreffende operator(s) doorsturen en verzoeken om behandeling als daarvoor de operator benodigd is. Het Antennebureau bewaakt de termijn voor beantwoording en toetst of de procedure correct is verlopen.

>

Klachten worden in beginsel binnen 5 werkdagen na ontvangst behandeld.

>

Indien voor behandeling van een klacht meer dan 5 werkdagen nodig is, ontvangt de klager hiervan bericht.

Bewaring van de geretourneerde stemformulieren De geretourneerde stemformulieren worden tenminste 5 jaar na de datum van telling door de Teller bewaard. Het bewaren van de geretourneerde stemformulieren heeft als doel hertelling mogelijk te maken. Inzage in de stemformulieren is omwille van de privacy (een bewoner ziet immers de door zijn buren uitgebrachte stemformulieren) niet mogelijk en niet wenselijk. Geldigheid verkregen instemming De instemming met het plaatsen van een antenne-installatie geldt voor een periode van 5 jaar. Dat betekent dat de operator binnen 5 jaar de antenne-installatie moet plaatsen en dat hij opnieuw om instemming moet vragen als hij de antenne-installatie niet binnen 5 jaar plaatst. Normaal plaatst een operator de installatie zo snel mogelijk. De verkregen toestemming voor plaatsing van de betreffende antenne-installatie blijft na tijdige plaatsing voor onbepaalde tijd van kracht.

'\ f.J i f vJ

Bewoner(s) van «ADRES» «NR» «TOEVOEGING» «POSTCODE» «PLAATS»

w

STEMFORMULIER voorstel plaatsing antenne-installatie

Stemming plaatsing antenne-installatie Stemt u voor of tegen de plaatsing van de antenne-installatie op of aan het gebouw waarin u woont? In de begeleidende brief en de bijgevoegde informatie staat omschreven waarvoor uw toestemming wordt gevraagd. Kruis uw antwoord hieronder aan: O Ja, ik stem voor plaatsing. O Nee, ik stem tegen plaatsing. Hieronder kunt u eventueel aangeven wat uw bezwaar is.

Uitslag van de telling De uitslag van de telling wordt uiterlijk binnen tien werkdagen na verstrijken van de termijn voor inzending bekend gemaakt. U ontvangt de uitslag en het verslag van de telling per post. Naam

Adres

Datum:

Handtekening *: * Met het ondertekenen van dit stemformulier geeft u toestemming voor de telling en het bewaren van uw formulier tot 5 jaar na de telling (dit om een eventuele hertelling mogelijk te maken). Het bepaalde in de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) wordt hierbij in acht genomen. Gekopieerde of niet ondertekende stemformulieren zijn ongeldig en worden niet meegeteld.

Belangrijk: Dit formulier dient uiterlijk twintig werkdagen na dagtekening van de begeleidende brief te zijn ontvangen op het volgende adres: Administratie Instemmingen Antenneconvenant, Antwoordnummer 1443, 1410VC NAARDEN. U kunt hiervoor gebruik maken van de bijgevoegde portvrije retourenveloppe.

t-J i'-j ‘i

I

Bijlage 3 Blootstellingslimieten

f-j

© i-J

(D

Conform Aanbeveling 1999/519/EG en hierop gebaseerde geharmoniseerde normen onder de R&TTE Richtlijn, kunnen evaluaties op basis van Basisrestricties of op de Referentieniveaus worden uitgevoerd. In de tekst van het Convenant wordt de term Blootstellingslimieten gebruikt als verzamelnaam voor Basisrestricties en Referentieniveaus. Agentschap Telecom hanteert op het moment van het vaststellen van voorliggende afspraken, de volgende meetsystematlek: De basisrestricties die van toepassing zijn op radiofrequente velden afkomstig van onder andere televisie- en radiozenders en toepassingen voor mobiele communicatie (2G, 3G, 4G en 5G), zijn gerelateerd aan de opwarming van het menselijke lichaam. De fysische grootheid die daarbij wordt gebruikt is de Specific Absorption Rate (SAR-waarde). De SAR-waarde is een maat voor de hoeveelheid energie die per tijdseenheid in het lichaam wordt opgenomen met als eenheid watt per kilogram lichaamsgewicht (W/kg). De SAR-waarden kunnen alleen in het lichaam worden gemeten. Om een meer eenvoudige meting mogelijk te maken zijn de basisrestricties door ICNIRP omgerekend naar meetbare grootheden buiten het lichaam, waarbij conservatieve aannames zijn gehanteerd. Die afgeleide grootheden heten referentieniveaus Indien de gemeten waarden de referentieniveaus niet overschrijden, dan worden de basisrestricties ook niet overschreden.

Indien de referentieniveaus wel worden overschreden, dan betekent dit nog niet dat de basisrestricties worden overschreden. De basisrestricties zijn te berekenen met behulp van computersimulaties; meting is relatief complex en kan alleen in laboratoriumsetting worden uitgevoerd. Blootstellingslimieten Verzamelnaam van Basisrestricties en Referentieniveaus. Basisrestricties Tabel 1 van Bijlage II van de Europese Aanbeveling van 12 juli 1999 betreffende de beperking van blootstelling van de bevolking aan elektromagnetische velden van 0 Hz - 300 GHz (1999/519/EG) Basisrestricties voor elektrische, magnetische en elektromagnetische velden (0 Hz-300 GHz

Frequentiegebied

Magne­ tische fluxdichtheid (mT)

Stroom­ dichtheid (mA/m^)

OHz >0-1 Hz 1-4 Hz 4-1 000 Hz 1 000 Hz100 kHz

40

-

-

Frequentiegebied

Magne­ tische fluxdichtheid (mT)

100 kHz10 MHz

“

LichaamsSAT (W/kg)

Plaatselijk SAT (hoofd en romp) (W/kg)

Plaatselijk SAT (extre­ miteiten) (W/kg)

Vermogensdichtheid, S (W/m^ )

8 8/f 2 f/500

-

-

-

-

Stroom­ dichtheid (mA/m^)

LichaamsSAT (W/kg)

Plaatselijk SAT (hoofd en romp) (W/kg) 2

Plaatselijk SAT (extre­ miteiten) (W/kg) 4

Vermogensdichtheid, S (W/m^ )

(rms)

(rms) f/500

0,08

-

ry

t-O 'i l..-I

r-.J

<S) t-J

tió

lOMHz10 GHz 10-300 GHz

-

-

0,08

2

4

-

-

-

-

-

-

10

Opmerkingen: 1. ƒ is de frequentie in Hz. 2. De basisrestrictie voor de stroomdichtheid is bedoeld om te beschermen tegen acute blootstellingeffecten op weefsel van het centraal zenuwstelsel in hoofd en romp en bevat een veiligheidsfactor. De basisrestricties voor ELF-velden zijn gebaseerd op vastgestelde schadelijke effecten op het centrale zenuwstelsel. Dergelijke acute effecten treden in wezen onmiddellijk op en er zijn geen wetenschappelijke redenen om de basisrestricties voor blootstellingen van korte duur te wijzigen. Aangezien de basisrestrictie betrekking heeft op schadelijke effecten op het centrale zenuwstelsel, kunnen evenwel hogere stroomdichtheden in ander lichaamsweefsel dan het centrale zenuwstelsel onder dezelfde blootstellingomstandigheden worden toegestaan. 3. Vanwege de elektrische inhomogeniteit van het lichaam dienen de waarden van de stroomdichtheid te worden gemiddeld over een doorsnede van 1 cm2 loodrecht op de stroomrichting. 4. Voor frequenties tot 100 kHz kunnen de piekwaarden voor de stroomdichtheid worden verkregen door de rmswaarde met V2 (=1,414) te vermenigvuldigen. Voor pulsen met een duur van tp dient de equivalente frequentie die in de basisrestricties moet worden toegepast, te worden berekend als ƒ = l/(2t p). 5.

Voor frequenties tot 100 kHz en voor gepulseerde magnetische velden kan de maximale stroomdichtheid als gevolg van de pulsen worden berekend uit de stijg/valtijden en de maximale veranderingssnelheid van de magnetische fluxdichtheid. De geïnduceerde stroomdichtheid kan dan worden vergeleken met de bijbehorende basisrestrictie. 6. Alle Specific Absorption Rate (SAR)-waarden moeten worden gemiddeld over een willekeurige periode van zes minuten. 7. De plaatselijke SAR-middelingsmassa is 10 g aangrenzend weefsel; het aldus verkregen maximale SAR dient de waarde te zijn die voor de raming van de blootstelling wordt gebruikt. Met deze 10 g weefsel wordt een massa van 10 g aangrenzend weefsel met vrijwel homogene elektrische eigenschappen bedoeld. Hierbij valt op te merken dat een massa aangrenzend weefsel te gebruiken is in de computerdosimetrie, maar moeilijkheden kan opleveren bij directe fysieke metingen. Er kan een eenvoudige geometrische vorm zoals een kubusvormige weefselmassa worden gebruikt, op voorwaarde dat de dosimetrische hoeveelheden waarden hebben die ten opzichte van de blootstellingrichtsnoeren aan de veilige kant zijn. 8. Voor pulsen met een duur van tp dient de equivalente frequentie die in de basisrestricties moet worden toegepast, te worden berekend als ƒ = l/(2t p).

Bovendien wordt voor gepulseerde blootstellingen in het frequentiegebied van 0,3 tot 10 GHz en voor plaatselijke blootstelling van het hoofd, ter vermijding en beperking van effecten op het gehoor die veroorzaakt worden door thermo-elastische uitzetting, een extra basisrestrictie aanbevolen. Deze is dat de SA niet meer dan 2 mJ kg-1 gemiddeld over 10 g weefsel mag bedragen. Referentieniveaus Tabel 2 van bijlage III van de Europese Aanbeveling van 12 juli 1999 betreffende de beperking van blootstelling van de bevolking aan elektromagnetische velden van 0 Hz - 300 GHz (1999/519/EG). Voor de ondergetekenden van dit convenant zijn op het moment van ondertekenen van dit convenant de volgende specifieke referentiewaarden relevant. De opgegeven frequenties corresponderen met de frequentiebanden in de "toelichting op de reikwijdte van het convenant". Op het moment dat er frequentiebanden bij komen, wordt deze lijst aangepast. De laagste frequentie per band is gekozen omdat dit de laagste referentiewaarde voor de betreffende band oplevert.

V KO

r-j I t-v.i

Frequentiegebied

©

E-veldsterkte (V/m)

H-veldsterkte (A/m)

B-veld

(fT)

Equivalente vermogensdichtheid Seq (W/m2 )

-.41

0,11

0,136

4,4

-.58

0,157

0,195

9,0

-.61

0,16

0,20

9,5

61

0,16

0,20

10

61

0,16

0,20

10

Pw

880 MHz (GSM) 1805 MHz (GSM/DCS1800) 1900 MHz' (lMT-2000) 2.6 GHz (mobiele communicatie) 3.5 GHz (WLL/FWA, communicatie)

Voor de volledigheid is hieronder ook de gehele tabel opgenomen voor referentieniveaus voor elektrische, magnetische en elektromagnetische velden (0 Hz - 300 GHz, ongestoorde middelbare waarden).

Frequentiegebied

E-veldsterkte (V/m)

H-veldsterkte (A/m)

B-veld (qT)

-

0-1 Hz 1-8 Hz 8-25 Hz 0,025-0,8 kHz 0,8-3 kHz 3-150 kHz 0,15-1 MHz 1-10 MHz

10 000 10 000 250/f 250/f 87 87 87/fi/z

3,2 xlOOOO 3,2 xiooOO/f^ 4 000/f 4/f 5 5 0,73/f 0,73/f

4 x10 000 3,2 x10 000/f ^ 5 000/f 5/f 6,25 6,25 0,92/f 0,92/f

10-400 MHz 400-2 000 MHz 2-300 GHz

28 1,375 61

0,073 0,0037 0,16

0,092 0,0046 f"^ 0,20

Equivalente vermogensdichtheid voor vlakke golven Seq (W/m^ )

2 f/200 10

Opmerkingen: 1. ƒ zoals aangegeven in de kolom van het frequentiegebied. 2.Voor frequenties tussen 100 kHz en 10 GHz moeten Seq, E2, H2 en B2 over een willekeurige periode van zes minuten worden gemiddeld. 3. Voor frequenties boven 10 GHz moeten Seq, E2, H2 en B2 worden gemiddeld over een willekeurige periode van 68// 1,05 -minuten (ƒ in GHz). 4. Voor frequenties <1 Hz, die in feite statische elektrische velden zijn,wordt geen E-veldwaarde gegeven.De meeste mensen ervaren elektrische oppervlakteladingen bij een elektrische veldsterkte

Absoluut gesproken loopt de frequentieband van UMTS van 1899-2170 MHz. Vanaf 2000 MHz is de limiet 61 V/m, tussen 1899 en 2000 is die iets lageren afhankelijk van de exacte frequentie, ook voor GSM- en DCS 1800 banden gelden namelijk een gering oplopende limiet.

r-j

to '\ t;Ï'0 I

Bijlage 4 Hergebruik opstelpunten en courtesy afspraken

i-,J tJ

Hergebruik van opstelpunten kan aan de orde zijn op het moment dat één van de aan de afspraken deelnemende partijen het voornemen heeft om antennes van een opstelpunt te verwijderen inclusief alle fysieke en technische voorzieningen van het opstelpunt. Het opstelpunt zou in een dergelijk geval echter behouden kunnen blijven voor andere partijen die daar (op enig moment) een antenne willen plaatsen. Daarmee kan vermeden worden dat na ontmanteling van een opstelpunt op een later moment opnieuw een opstelpunt wordt geïnstalleerd. Dat laatste zou onnodige overlast kunnen geven aan de bewoners van het betreffende gebouw. Het is daarom wenselijk dat een partij andere deelnemende partijen over een voorgenomen ontmanteling informeert en daarmee opening biedt voor een eventuele overdracht van de nog (deels) ingerichte antenne-site. Met deze afspraak kan echter geen inbreuk gemaakt worden op de bedrijfseconomische overwegingen van de eigenaar van de betreffende site om tot ontmanteling over te gaan. Relevant hierbij zijn de bepalingen over medegebruik in hoofdstuk 5a van de Telecommunicatiewet. Ten aanzien van de jurisprudentie is de uitspraak van het College van Beroep voor het Bedrijfsleven van 25 april 2001 relevant.

In deze uitspraak is uitsluitsel gegeven ten aanzien van de door de OPTA (thans ACM) vastgestelde regels die tussen KPN en (toenmalig) Dutchtone zullen gelden naar aanleiding van het toenmalige artikel 3.11 van de Telecommunicatiewet. Vervolgens heeft de OPTA op 17 juli 2001 zijn beslissing op bezwaar aangepast. Operators kunnen - aansluitend bij de bestaande regelgeving en jurisprudentie - courtesy afspraken maken. Dit zijn afspraken met een technisch karakter en deze hebben als doelstelling de exacte plaatsing van apparatuur met elkaar af te stemmen. Immers, bij toepassing van meer dan één antenne op dezelfde locatie (door verschillende partijen) zijn afspraken nodig om storing te voorkomen. Tevens wordt voor de algemene regels voor het voorkomen en opheffen van storing verwezen naar: Besluit van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 24 april 2009, nr ATEZ/6279718.JZ, houdende vaststelling van een beleidsregel met betrekking tot het voorkomen van ontoelaatbare belemmeringen door het gewenste signaal (beleidsregel storing door het gewenste signaal van radiozendapparaten).

(g) als voorwaarde voor het vergunnlngvrlj mogen plaatsen van bepaalde antennes VNG, de Operators en de Rijksoverheid zijn overeengekomen nadere afspraken hierover te maken. Deze afspraken zijn in 2002 in een convenant vastgelegd dat Is herzien In 2010 en verlengd in 2019 en dat nu vervangen wordt door dit Convenant. Het doel van de afspraken Is het: bevorderen van samenwerking tussen operators bevorderen van Informatie-uitwisseling tussen operators en gemeenten voorkomen van maatschappelijke onrust; (h) de In het Convenant opgenomen regelingen in de toekomst geheel of gedeeltelijk kunnen worden vervangen door publiekrechtelijke regelgeving; (i) de Autoriteit Consument en Markt per email op 23 november 2020 heeft aangegeven geen mededingingsrechtelijke bezwaren tegen vaststelling van het Convenant te zien; 0) fn dit Convenant een regeling omtrent blootstellingslimieten Is opgenomen die reeds was opgenomen In de voorganger van dit Convenant en die in dat kader op 1 december 2009 is gemeld aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen (kennisgeving 2009/645/NL) ter voldoening aan de destijds geldende rlchtlljn 98/34/EG, waarvoor richtlijn (EU) 2015/1535 in de plaats Is gekomen; (k) de regeling over blootstellingslimieten in dit Convenant wordt gehandhaafd In afwachting van de regels over blootstelllngslimleten die daarover zullen worden opgenomen In de op het moment van het

ondertekenen van dit Convenant in voorbereiding zijnde algemene maatregel van bestuur; ('I) het antenneregister een overzicht geeft van alle antennes voor mobiele communicatie In Nederland; (m)Partijen zich in het kader van de uitvoering van het Nationaal Antennebeleid zullen tnspannen zo adequaat mogelijk lokale overheden en betrokken burgers voor te lichten over alle aspecten verbonden aan antenne-Installaties voor mobiele telecommunicatie. Partijen zullen regelmatig de Informatievoorziening aan derden op dit gebied met elkaar afstemmen; (n} Partijen specifieke afspraken over de plaatsing van small cells In dit convenant willen opnemen, passend binnen de over small cells opgenomen bepalingen ln artikel 57 van Richtlijn (EU) 2018/1972 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie (PbEU 2018, L 321) en de daarop gebaseerde Uitvoeringsverordening {EU) 2020/1070 van de Commlssle van 20 juli 2020 tot vaststelling van de kenmerken van draadloze toegangspunten met klein bereik krachtens artikel 57, lid 2, van Richtlijn (EU) 2018/1972 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie (PbEU 2020, L 234); Komen overeen als volgt: Artikel 1 Definities

1.1 Algemeen publiek: personen voor wie niet op grond van wet- en regelgeving een toepasselijk maximaal niveau van blootstelling aan elektromagnetische velden In het kader van de uitoefening van hun beroep of bedrijf geldt; 1.2 Antenne-installatie: Onder antenne-Installatie wordt verstaan een installatie bestaande uit één of meer antennes, één of meer antennedragers, de bedrading en de al dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie; 1.3 Antennedrager: onder een antennedrager wordt verstaan een antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne; 2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10059333/1