21-068 Bijlage 1. Jaarstukken 2020 Orionis Walcheren
Tekst van het document
Jaarstukken 2020
8 april 2021
Inhoudsopgave Managementsamenvatting
3
JAARVERSLAG
5
Programma Arbeidsmarkt Programma Werkleerbedrijf Programma Inkomen Programma Schuldhulpverlening Programma Bedrijfsvoering
7 10 13 17 19
Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen Paragraaf financiering Paragraaf verbonden partijen Paragraaf bedrijfsvoering Beleidsindicatoren bestuur en organisatie
21 23 23 25 25 27
JAARREKENING Waarderingsgrondslagen Balans Toelichting op de balans Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen Gebeurtenissen na balansdatum Totaaloverzicht van baten en lasten met toelichting Programma Arbeidsmarkt Programma Werkleerbedrijf Programma Inkomen Programma Schuldhulpverlening Programma Bedrijfsvoering
28 29 31 32 36 37 38 39 40 42 44 44
BIJLAGEN 1: Kerncijfers 2: Overzicht van incidentele baten en lasten/onvoorzien 3: Taakvelden 4: Financiële bijdragen van gemeenten 5: Gegevens Wet normering topinkomens 6: SISA 7: Lijst van afkortingen
46 46 46 47 50 52 60
Vaststelling van de jaarrekening
61
Controleverklaring
62
-2-
Managementsamenvatting Deze jaarstukken bevatten het jaarverslag en de jaarrekening. Hierin wordt verantwoording afgelegd over het gevoerde beleid, de bereikte prestaties en de middelen die daarvoor nodig waren. Het jaar 2020 was een bijzonder jaar wat niemand meer zal vergeten door het coronavirus wat vanaf maart 2020 alles anders maakte. Ook voor Orionis Walcheren. Desondanks zijn wij met elkaar trots wat Orionis Walcheren het afgelopen jaar heeft kunnen bereiken. De doelstellingen 2020 zijn samen te vatten in 2 hoofddoelstellingen: vermindering van het klantenbestand (en daarmee de tekorten op de Rijksvergoeding) en verbetering van het rendement van het Werkleerbedrijf. Door corona kwamen deze doelstellingen onder druk te staan. Vanaf 15 maart 2020 hebben wij het Werkleerbedrijf moeten sluiten en is aanvankelijk de daling van het klantenbestand tot stilstand gekomen doordat er meer burgers afhankelijk werden van inkomensondersteuning door een ontslaggolf in de eerste maanden van de pandemie. Tegelijkertijd stopten een groot deel van de reintegratiemogelijkheden. Een tegengestelde beweging ten opzichte van de doelstellingen. Tozo Met ingang van april 2020 heeft Orionis de Tozo regeling voor ondernemers uitgevoerd, alsmede de verstrekking van de bedrijfsleningen.
Binnen een zeer korte termijn kreeg Orionis Walcheren 2.500 Tozo-1 aanvragen te verwerken in het voorjaar en is op een IC-achtige wijze zoals in de zorg gewerkt om al deze aanvragen tijdig af te handelen om zo ondernemers in nood te kunnen helpen. Er is veel waardering geweest vanuit de ondernemers en gemeenten over de goede snelle afhandeling door Orionis Walcheren van deze Tozo regeling. Klantenbestand De daling van het klantenbestand is aanvankelijk tot stilstand gekomen door de uitbraak van de pandemie. Als gevolg van de opheffing van de intelligente lockdown begin juni 2020 en het feit dat veel Nederlanders vakantie vierden in Nederland heeft Zeeland enorm kunnen profiteren van het toerisme. Als gevolg hiervan is het aantal nieuwe aanvragen voor inkomensondersteuning sterk afgenomen naar een zelfde niveau zelfs in 2019. Tegelijkertijd zijn er door een toenemende vraag op de arbeidsmarkt veel mensen geplaats in (deeltijd) werk). Hierdoor heeft Orionis Walcheren 81% van haar doelstellingen weten te realiseren op volledige uitstroom en 104% op tijdelijke uitstroom die geprognotiseerd was voordat de coronacrisis uitbrak. Kortom, naast Tozo zoals hierboven omschreven een mooi resultaat. Uiteindelijk is het klantenbestand niet op het oorspronkelijk beoogde aantal van 2872 uitgekomen, maar slechts iets hoger op 2935 wat bijzonder is gegeven de coronapandemie.
Werkleerbedrijf Het rendement op het Werkleerbedrijf is niet verbeterd. De eerste reden is dat we door de uitbraak van de coronapandemie het Werkleerbedrijf 6 weken hebben moeten sluiten. Hierna is het Werkleerbedrijf gefaseerd open gesteld binnen de 1,5 meter norm en richtlijnen van het RIVM. Hierdoor is de productie capaciteit lager dan voorheen. Uiteindelijk is de gemiddelde productie capaciteit over 2020 ongeveer op 80% uitgekomen. Vanaf oktober 2020 is de basis gelegd voor de rendementsverbeteringen binnen het Werkleerbedrijf. Dit zijn rendementsverbeteringen op de verschillende werksoorten. Door betere prijsafspraken te maken met opdrachtgevers kan het rendement verbeterd worden. Ook is er kritisch gekeken naar de -3-
kosten die gemaakt zijn en die deels bij opdrachtgevers dienen te liggen zoals vervoerskosten en kosten van de magazijnen. Tot slot is er in het najaar van 2020 een start gemaakt met de ontwikkeling van de interne medewerkers waardoor zij intern kunnen doorgroeien naar meer rendabele werksoorten dan wel gedetacheerd kunnen worden naar externe werkgevers. Financiën Het financiële resultaat over 2020 is € 2.832.500 positief (voor alle bedragen geldt: voordelig of nadelig ten opzichte van de laatst gewijzigde begroting). Een groot deel van dit voordelig saldo wordt verklaard uit incidentele zaken, die in de loop of aan het eind van het jaar zichtbaar zijn geworden. Veel verschillen hebben ook een relatie met de coronacrisis. De verschillen als gevolg van corona zijn alleen al € 1.224.000. Dit betreft vooral niet uitgegeven kosten: minder re-integratietrajecten, minder kostenvergoedingen aan klanten, minder opleidingskosten personeel, uitgestelde investeringen, minder kosten catering/ bedrijfsrestaurant etc. en meer opbrengsten vanuit de Tozo-regeling. Veel zaken waarvan tijdens het opstellen van de laatste begrotingswijziging – september 2020, een periode met veel versoepelingen - nog onzeker was hoe de coronacrisis zich verder zou ontwikkelen en wat het effect daarvan op de uitgaven van Orionis zou zijn.
De vergoeding voor uitvoeringskosten Tozo (€ 447.000) voor 2021 en verder was in de begroting opgenomen voor volgend jaar. De verwerking dient echter via het resultaat te lopen. Dus het resultaat komt door deze post € 447.000 hoger uit dan begroot en bij de bestemming van het resultaat 2020 kan besloten worden dit te reserveren voor 2021 e.v. Uitkeringslasten vormen met € 862.000 ook een groot deel van het saldo. Dit is vooral in de laatste maanden van het jaar ontstaan. Zichtbaar werd toen dat de ontwikkeling van het klantenbestand gunstiger verliep dan begroot. Dat heeft zich doorgezet tot en met december. Gemeentelijke bijdragen Zowel de reguliere exploitatiebijdrage (€ 14,2 miljoen) als de extra gemeentelijke bijdrage (€ 2,2 miljoen) is opgenomen conform het begrote bedrag. Vergoeding en besteding (* € 1.000)
realisatie 2020
Gemeentelijke exploitatiebijdrage
€ 14.215
Extra gemeentelijke bijdrage
€ 2.158
Totaal bijdrage gemeenten
€ 16.373
Re-integratie
-€ 34
Werkleerbedrijf excl. Wsw
€ 402
WSW-lonen/rijksvergoeding
-€ 2.326
Inkomen
-€ 3.511
Schuldhulpverlening
€ 132
Indirecte kosten Bedrijfsvoering
-€ 8.205
reserveringen Totaal besteding Saldo
Vlissingen, 8 april 2021
€0 -€ 13.541 € 2.833
S. Stroosnijder, voorzitter
-4-
JAARVERSLAG
-6-
Programma Arbeidsmarkt Het programma Arbeidsmarkt bevat alle re-integratie activiteiten voor bijstandsgerechtigden en gerelateerde groepen. Gericht op uitstroom naar werk en als dat (nog) niet mogelijk is participatie. Wat hebben we bereikt Product re-integratie
Realisatie 2019
Begroot 2020-2
Realisatie
401
210
280
€ 2,39 mln
€ 2,20 mln
€ 2,20 mln
Duurzaamheid uitstroom werk (% na 6 maanden nog uit de uitkering)
---
75%
92%
Plaatsingen op werk voordat uitkeringsaanvraag is toegekend (voorkomen van instroom)
17
10
13
Volledige uitstroom naar werk Opbrengsten uit deeltijdwerk
Wat hebben we daarvoor gedaan Terugkijkend naar 2020 zijn de resultaten hoger uitgepakt dan verwacht. Het aantal volledige plaatsingen op werk is uitgekomen op 82% van het oorspronkelijk begrote aantal van 340, en het aantal nieuwe deeltijdwerkers op 114% . Vooral in de periode juli tot en met november lag het aantal nieuwe plaatsingen hoger dan begroot. In de zomerperiode konden we, na een periode van volledige lockdown, een inhaalslag maken met plaatsingen in de sectoren horeca en facilitair. Daarnaast hebben we in de sectoren logistiek en productie in het 2e halfjaar veel plaatsingen kunnen realiseren. De goede relaties met werkgevers en het goed in contact blijven met onze klanten hebben ervoor gezorgd dat we deze aantallen ondanks de effecten van Covid-19 hebben kunnen realiseren.
De werkleerplekken in het Werkleerbedrijf en andere interventies zoals trainingen voor klanten hebben in de periode maart – augustus door Covid-19 stilgelegen. Hierdoor konden er minder klanten ontwikkeld worden naar werk. Daarnaast konden we in deze periode klanten niet fysiek op kantoor spreken. Hoewel we met iedere klant telefonisch en digitaal contact hebben onderhouden, is deze manier van spreken minder effectief. Vanaf september waren versoepelingen van de maatregelen mogelijk. Werkleertrajecten en trainingen werden weer opgestart, met inachtneming van 1,5 meter afstand. In de periode september – half december hebben we daarom toch klanten kunnen ontwikkelen. Ook konden we klanten die dat nodig hadden weer fysiek spreken op kantoor. Vanaf september hebben we een aantal nieuwe interventies geïntroduceerd die hebben bijgedragen aan de ontwikkeling en bemiddeling van klanten naar werk. Zo is het project rijbewijs opgestart waarbij klanten een rijbewijs kunnen halen als dat bijdraagt aan uitstroom naar werk. Daarnaast hebben we de eerste GO-trainingen gegeven die de intrinsieke motivatie van klanten om aan het werk te gaan verhogen en de klant helpt met het stellen van haalbare doelen op de weg naar werk. Door de volledige lockdown per half december hebben we deze activiteiten opnieuw stop moeten zetten. Wat heeft het gekost Re-integratie
realisatie 2019
begroting 2020
begroting 2020-2
realisatie 2020
(bedragen * € 1.000)
lasten
baten
lasten
baten
lasten
baten
lasten
baten
Doorb. pers. en werkinfra
4.358
50
4.460
100
4.671
161
4.571
201
loonkosten doelgroep
268
overige re-integratie
575
Rijksvergoedingen Subtotaal Doorrekening overhead Totaal product Saldo
285 168
1.003
5.371 5.201
5.589
285 0
973
5.471 5.747
5.571
5.928
435
0
446
0
446
5.589
6.193
5.571
6.374
-622
0
529
5.582
5.635
-46
274 5.585
5.743
5.374 445
0
5.743
5.820
5.786
-631
Doorbelastingen personeel en werkinfrastructuur Door de coronacrisis zijn er minder personele lasten ingezet ten behoeve van re-integratie, € 99.000 voordelig. Vanuit de arbeidsmarktregio zijn afrekeningen van eerdere voorschotsubsidies ontvangen, het projectplan Horeca en het Aanvalsplan voor de Arbeidsmarktregio Zeeland. Dit heeft per saldo geleid tot hogere opbrengsten. Loonkosten doelgroep De loonkosten Beschut Werk zijn afhankelijk van het daadwerkelijk aantal plaatsingen.
-8-
0 5.786
-34
Overige re-integratie Door de coronacrisis zijn er fors minder uitgaven aan re-integratie activiteiten van klanten. Ook de overige instrumenten, waaronder reiskosten, vergoeding voor kinderopvang, opleidingen voor klanten etc. vallen door de coronacrisis fors lager uit. Per saldo wordt er € 444.000 bespaard. Rijksvergoedingen Opgenomen is de Rijksvergoeding zoals in de septembercirculaire is gepubliceerd. Vervolgens is deze Rijksvergoeding in de decembercirculaire nog verhoogd met € 335.000, als onderdeel van de steungelden voor de coronacrisis. Deze opbrengsten vallen bij de gemeenten zelf en gaan buitenom Orionis. Het niet inzetten van deze gelden voor re-integratie is indirect dus een extra besparing.
-9-
Programma Werkleerbedrijf Het programma Werkleerbedrijf bevat de werkinfrastructuur. Het werkleerbedrijf is het middel om de doelgroepen bijstandsgerechtigden, Beschut Werk en Wsw te laten participeren en zich te ontwikkelen. Dit programma bevat ook de inkomensvoorziening Wsw. Wat hebben we bereikt Product Werkleerbedrijf (WLB)
Realisatie 2019
Begroot 2020-2
Realisatie
27 %
50 %
23 %
Saldo WSW-lonen en Rijksvergoedingen
€ 2,72 mln negatief
€ 2,65 mln negatief
€ 2,53 mln negatief
Rendementsverbetering (productie en detacheringen)
€ 19.000 nadeel
€ 235.000 nadeel
€ 52.000 nadeel
Bedrijfseconomische Verantwoording: afstand tot de Cedris benchmark (in € per persoon)
€ 3.060 negatief
€ 3.060 negatief
Volgt medio 2021
Uitstroom naar werk (fulltime of parttime) op ingezette werkleerplekken in het Werkleerbedrijf
Wat hebben we daarvoor gedaan De coronacrisis heeft forse gevolgen voor het Werkleerbedrijf. Medio maart is het Werkleerbedrijf tijdelijk gesloten om de gezondheid van werknemers te waarborgen. Na herinrichting zijn we geleidelijk weer opgestart. Uiteindelijk zijn bijna alle werknemers nu weer aan het werk, en bijna allemaal ook voor hun volledige uren. Medio december kwam de tweede golf, door de herinrichting van de productiehallen hebben we hier weinig tot geen gevolgen van ondervonden. De Coronacrisis heeft dus geleid tot een verlies aan productiecapaciteit en daarmee minder inkomsten, terwijl de kosten wel doorlopen.
- 10 -
Tegelijkertijd zien we dat de economische crisis bij onze opdrachtgevers ook gevolgen heeft. Hierdoor hebben we minder opdrachten gekregen en zijn diverse WSW detacheringen stopgezet. Dit heeft ook negatieve gevolgen voor onze inkomsten. Het effect voor Orionis is dus tweeledig in 2020: een tijdelijke productieuitval en een gedeeltelijke vraaguitval. Een deel van de vraaguitval hebben we inmiddels opgevangen met nieuwe opdrachtgevers. De netto toegevoegde waarde van deze nieuwe opdrachten ligt vaak wel lager dan de wegvallende opdrachten. Rendementsverbetering - Medio mei hebben we het pand aan Mercuriusweg 19 afgestoten. - Half 2020 is het wagenpark verduurzaamd en zijn we van 77 naar 53 auto’s gegaan waarvan 17 elektrische voertuigen - Start van uitvoering van “De route naar een toekomstbestendig Werkleerbedrijf” Alle WSW detacheringen die geen kritische functies waren zijn aan het begin van de coronacrisis ook tijdelijk gestopt. Door goed in gesprek te blijven met de medewerker en de werkgever, is inmiddels 85% van de medewerkers ultimo het jaar weer aan het werk op hun detacheringsplek. De overige medewerkers zijn tijdelijk ondergebracht in het werkleerbedrijf. We zijn actief op zoek naar een vervangende detacheringsplaats.
Als gevolg van de productie uitval, verminderde werkplekcapaciteit door herinrichting van de productie hallen (iedereen op 1,5 meter) en een verminderde vraag op de arbeidsmarkt zijn er minder re-integratietrajecten gestart binnen het Werkleerbedrijf. Ook hier geldt dat de (vaste) kosten wel doorlopen. Door de aangescherpte Coronamaatregelen tijdens de lopende lockdown hebben we de werkleertrajecten stop moeten zetten ,tenzij er sprake was van onoverkomelijk psychische schade. Orionis staat niet alleen in deze problematiek. Het Rijk heeft in 2020 een vergoeding verstrekt om de financiële gevolgen op te vangen. Hiermee is het grootste gedeelte van de verliezen opgevangen, maar niet volledig. De branchevereniging Cedris geeft ook aan richting het Rijk dat de compensatievergoeding landelijk gezien onvoldoende is om de volledige financiële gevolgen te dekken. Al met al sluiten we af met een nadeel van € 52.000. Dit is € 183.000 voordeliger dan begroot. Over de bedrijfseconomische verantwoording valt nog niets te zeggen: de benchmark informatie wordt medio 2021 verwacht. Het nadeel van € 52.000 betekent een verslechtering voor Orionis van € 107 per fte, maar onbekend is nog wat de landelijke mutatie is. Wat heeft het gekost Werkleerbedrijf
realisatie 2019
begroting 2020
begroting 2020-2
realisatie 2020
(bedragen * € 1.000)
lasten
baten
lasten
baten
lasten
baten
lasten
baten
Werkinfrastructuur
5.693
5.243
5.833
5.537
5.806
5.009
5.566
5.203
Wsw-doelgroep
17.156
14.443
16.201
13.173
16.500
13.852
16.787
14.054
Doorbel. re-integr.
-1.443
Subtotaal
21.406
-1.493 19.687
20.542
- 11 -
-1.493 18.710
20.814
-1.493 18.861
20.860
19.257
Doorrekening overhead
313
0
321
0
321
Totaal product
21.718
19.687
20.862
18.710
21.134
Saldo
-2.032
-2.153
18.861
321
0
21.181
19.257
-2.274
-1.924
Werkinfrastructuur Ten opzichte van de begroting ontstaat hier een positief resultaat. Dit heeft deels te maken met corona, waardoor niet alleen nadelen optreden maar ook voordelen. Het nadeel op de omzet is in de 2e begrotingswijziging meegenomen. Uiteindelijk is de netto omzet in de laatste maanden van het jaar toch positiever uitgevallen dan begroot. Een oorspronkelijk begroot nadeel van € 235.000 over dit jaar is hiermee teruggebracht tot € 52.000, een voordeel van € 183.000. Corona heeft ook tot kostenvoordelen geleid. Zo is er € 91.000 bespaard op opleidingskosten, € 84.000 op arbo/werkkleding, € 22.000 brandstof machines en € 50.000 vanwege vertraging in de aflevering van de nieuwe leaseauto’s. Daar tegenover extra kosten voor schoonmaak € 13.000 en gepleegd onderhoud op machines € 35.000. WSW-doelgroep De hogere lasten en hogere baten bij de Wsw-doelgroep hebben te maken met transitievergoedingen die zijn uitbetaald en de compensatievergoeding die daar weer voor ontvangen wordt door het UWV. Enerzijds zijn zowel de transitievergoeding over 2020 en de compensatievergoeding 2020 hoger dan begroot. Anderzijds zijn alle transitievergoedingen die in 2015 t/m 2019 zijn uitbetaald afgewikkeld door het UWV. Hiervoor was een compensatievergoeding begroot waarbij we rekening hielden met een uitbetaling van gemiddeld 80%, wegens onduidelijkheid in regelgeving.
De daadwerkelijke compensatie komt € 86.000 hoger uit, dit leidt tot een voordeel in 2020. In 2020 is een voorziening voor spaarverlof gevormd. Dit is gedaan omdat de omvang van het spaarverlof in verhouding tot het totale personeelsbestand flink toeneemt. Door het aantal gespaarde uren toe te voegen aan een voorziening ontstaat er een betere balans tussen de in een jaar gerealiseerde netto-omzet en de daarbij behorende personeelslasten. Deze voorziening bedraagt 5,9 fte; € 197.000 (nadelig). Het aantal fte WSW bedraagt 489,6 ultimo 2020 (592 personen). Hiervan werkt 14,9 fte in een dienstverband Begeleid Werken bij een externe werkgever. Daarnaast is 23,0 fte Beschut Werk (32 personen) in dienst per ultimo 2020.
- 12 -
Programma Inkomen Het programma inkomen bevat de inkomensvoorziening voor bijstandsgerechtigden en de activiteiten in het kader van handhaving. Daarnaast de verstrekking van bijzondere bijstand en minimaregelingen. In 2020 is daar de tijdelijke maatregel voor ondernemers (TOZO-regeling) bij gekomen. Wat hebben we bereikt Product Inkomen
Realisatie 2019
Begroot 2020-2
Realisatie
53 klanten
60 klanten
96 klanten
Het klantenbestand Participatiewet per ultimo jaar
2902 P-wet 174 overig
2990 klanten
2935 klanten
Saldo uitkeringslasten en Rijksvergoedingen
€ 2,80 mln negatief
€ 0,91 mln negatief
€ 0,05 mln negatief
65%
90%
85%
---
99,5%
99,1 %
---
50%
62%*
Door het PvA is de ontwikkeling van het klantenaantal positiever dan landelijke cijfers
Van aanvraag tot afhandeling: alle aanvragen zijn binnen 4 wkn afgehandeld en – bij toekenning – betaalbaar gesteld. Uitkeringen worden tijdig betaald conform planning Bijdragen conform de minimaregelingen Fonds CSO, Chronisch zieken en Ind. Ink.toeslag (IIT) worden proactief toegekend o.b.v. de informatie die we al hebben
*percentage heeft alleen betrekking op geautomatiseerde verwerking van het Fonds Cultuur, Sport en Onderwijs.
Wat hebben we daarvoor gedaan De ontwikkeling van het klantenbestand is anders verlopen dan voorgaande jaren. De horeca heeft een goed zomerseizoen gehad. In het najaar is als gevolg van COVID-19 de horeca gesloten, maar relatief veel inwoners hebben beroep kunnen doen op werknemersverzekeringen of voorzieningen
- 13 -
voor werkgevers, zoals de NOW-regeling. Dit heeft (tijdelijk) een dempend effect gehad op de toename van uitkeringen in onze regio. De ontwikkeling van het klantenbestand in 2020 is als volgt:
klantenbestand 2020 PW 3040
3031
3000
2990
2960
2935 2920 2902 2880 1 jan
jan
feb
realisatie
mrt
apr
mei
juni
jul
aug
benchmark grote gemeenten
In de uitkering Stand 1-1-2020
2902
Instroom
947
okt
nov
dec
doelstelling (2e BW)
Uit de uitkering
Uitstroom – door werk
280
Uitstroom – overig
634
Stand 31-12-2020
sept
2935
De mutatie van 2902 naar 2935 bestaat uit een stijging van 129 door de macro ontwikkeling en een daling van 96 als gevolg van extra inspanningen.
Naast de in de begroting genoemde klantenaantallen hebben we als gevolg van de Coronamaatregelen ook aan ondernemers een TOZO-uitkering toegekend. In de maanden maart t/m mei aan 1805 ondernemers, van juni t/m september aan 430 ondernemers en vanaf oktober aan 560 ondernemers. Het aantal aanvragen voor levensonderhoud wat binnen 4 weken is afgehandeld, is iets lager dan de prognose. Deels als gevolg van piekbelasting bij (wijzigingen in) Corona-maatregelen die landelijk zijn uitgevaardigd. In samenspraak met de klant is het nodig geweest om vanuit oogpunt van zorgvuldigheid de aanvraag iets langer aan te houden.
- 14 -
Alle overige aanvragen zijn in 90,6% binnen 4 weken afgehandeld (gemiddelde 12 dagen). Afgelopen jaar zijn de 2166 bijdragen uit het Fonds Cultuur, Sport en onderwijs voor inwoners met een uitkering geautomatiseerd uitbetaald. Dit bleek nog niet mogelijk met andere regelingen. Voor de Individuele Inkomenstoeslag zou de verordening dan moeten worden aangepast. En omdat er beleidswensen waren doorgevoerd bij gemeenten om de regeling chronisch zieken aan te passen, was het onverstandig om de bijdrageregeling te automatiseren. De criteria om een bijdrage aan chronisch zieken te verstrekken, verschilt daarbij per gemeente. Wat heeft het gekost
Inkomen
realisatie 2019
begroting 2020
begroting 20202
realisatie 2020
(bedragen * € 1.000)
lasten
lasten
lasten
baten
lasten
baten
Inkomensvoorziening Buig
46.379 43.769
46.945 44.896
47.470 46.558
46.939
46.889
36
0
0
Vangnetuitkering Buig Inkomensvoorziening BBZ
428
baten
407
350
baten
354
TOZO-regeling 1, 2 en 3 Bijz.bijstand/minimareg. overig
0
0
0
0
0
12.851 13.366
13.166
14.260
5.453
5.453
5.551
5.552
5.811
5.812
5.888
5.888
37
0
27
8
127
8
83
0
Extra bijdrage gemeenten
4.507
4.177
2.158
Subtotaal
52.296 54.172
52.872 54.987
66.258 67.901
66.077
69.195
Doorrekening overhead
4.362
4.471
4.471
4.471
0
Totaal product
56.659 54.172
57.343 54.987
70.729 67.901
70.548
69.195
-2.487
-2.356
-2.828
Saldo
0
0
2.158
-1.353
Inkomensvoorziening Buig en Vangnetuitkering De uiteindelijke lasten komen € 531.000 lager uit dan begroot. Dit is al zichtbaar in de grafiek klantenaantal: in de laatste periode van het jaar komt dit fors lager uit dan begroot. Daarnaast zijn er meer opbrengsten vanuit terugvordering en verhaal en omzettingen BBZ dan begroot: € 288.000. Verder kan de dotatie aan de voorziening voor oninbaar lager worden vastgesteld, € 43.000 voordelig. Gezien de resultaten komen gemeenten niet in aanmerking voor een Vangnetuitkering. Per saldo ontstaat er een resultaat van € 862.000 voordelig ten opzichte van de begroting. Inkomensvoorziening BBZ Deze is ingaande 2020 opgenomen onder de Buig. Tozo-regeling 1, 2 en 3 Door o.a. de lockdown van december zijn de Tozo-uitkeringen hoger uitgekomen dan begroot, € 315.000. Dit leidt ook tot een hogere vergoeding met hetzelfde bedrag, dus budgettair neutraal. Door hogere aantallen stijgt ook de vergoeding voor uitvoeringskosten die is gebaseerd op standaardbedragen, deze komt € 131.000 hoger uit wat leidt tot een voordeel voor gemeenten. - 15 -
De vergoeding voor uitvoeringskosten Tozo (€ 447.000) voor 2021 en verder was in de begroting opgenomen voor volgend jaar. De verwerking dient echter via het resultaat te lopen. Dus het resultaat komt door deze post € 447.000 hoger uit dan begroot en bij de bestemming van het resultaat 2020 kan besloten worden dit te reserveren voor 2021 e.v. Bijzondere bijstand / minimabeleid De feitelijke uitgaven worden in rekening gebracht bij de deelnemende gemeenten op grond van de werkelijke betalingen op toegekende aanvragen. Deze komen licht hoger uit, € 77.000. Opbrengsten komen ook iets hoger uit, € 24.000, zodat de gemeentelijke bijdrage beperkt stijgt met € 53.000. Overig Hieronder vallen o.a. de kosten gemaakt voor inning van terugvorderingen (incassokosten), kosten van de bezwarencommissie en onderzoeken voor de BBZ regeling. In 2020 zijn vanwege de coronacrisis minder BBZ-aanvragen ontvangen en daardoor minder onderzoeken uitgevoerd. Extra gemeentelijke bijdrage De extra bijdrage is nodig om de tekorten op de Buig en de overige tekorten op verschillende onderdelen te dekken. De bijdrage is opgenomen conform het begrote bedrag. Een eventueel afwijkend saldo komt als saldo in de jaarrekening en wordt via de resultaatsbestemming verwerkt.
- 16 -
Programma Schuldhulpverlening Het programma Schuldhulpverlening bevat alle (preventieve) interventies voor inwoners van Walcheren met problematisch schulden, gericht op een duurzame schuldenvrije toekomst en financiële zelfredzaamheid. Wat hebben we bereikt Product Schuldhulpverlening
Realisatie 2019
Begroot 2020-2
Realisatie
Max. 7 werkdagen tussen het dienstverleningsgesprek en een gesprek met de schuldhulpverlener
--
90 %
95%
Aantal ontvangen schuldhulpvragen
--
600
569
Aantal extra interventies SHV vanuit de Participatiewet
--
125
50
Aantal geslaagde schuldregelingstrajecten
--
200
107
Wat hebben we daarvoor gedaan Max. 7 werkdagen tussen het dienstverlenings-gesprek en een gesprek met de schuldhulpverlener Gemiddeld wacht een inwoner met schulden 5 jaar voordat hij zich tot de gemeentelijke schuldhulp wendt. Men ervaart vaak een grote drempel om dit te doen. Een snelle response van onze kant is in dit geval daarom erg belangrijk. Als de klant zich gehoord voelt wordt de schuldenstress vaak al een beetje minder. Tot op heden lukt het ons met de huidige bezetting en aanloop vaak om binnen 7 werkdagen al een gesprek met een klantmanager SHV te regelen. Helaas gebeurt het wel eens dat we een inwoner niet kunnen bereiken of dat deze zelf niet in de gelegenheid is om binnen 7 dagen een gesprek te voeren. Daarom zal dit nooit in 100% van de gevallen lukken.
- 17 -
Aantal ontvangen schuldhulpvragen In 2020 is het aantal schuldhulpvragen niet zoveel toegenomen als we verwacht hadden. Deze trend is landelijk te zien. Dit zou verklaard kunnen worden door de steunmaatregelen van het Rijk waardoor de effecten van de coronacrisis nog niet zo voelbaar zijn. Ook het gegeven dat we als gevolg van de corona maatregelen minder gesprekken op kantoor kunnen voeren kan hier een onderdeel van zijn. Aantal extra interventies SHV vanuit de Participatiewet Het begrote aantal interventies vanuit de Participatiewet hebben we in 2020 helaas niet gehaald. Eén van de oorzaken is dat we weinig klanten op kantoor konden ontvangen. Ook het gegeven dat de samenwerking tussen afdelingen door het thuis werken erg lastig is maakte dat we de doelstelling niet gehaald hebben. Een goede integrale samenwerking en daardoor het vroegtijdig signaleren van schuldenproblematiek is zeker voor ons klantenbestand erg belangrijk. Daarom vinden de deze doestelling erg belangrijk en we hebben deze voor 2021 niet bijgesteld. Aantal geslaagde schuldregelingstrajecten Doordat er minder aanvragen zijn, zijn er ook minder nieuwe schuldregelingstrajecten ingezet. Procentueel ligt het aantal geslaagde regelingen op 86 % (2019: 81%). Wat heeft het gekost Schuldhulpverlening
realisatie 2019
begroting 2020
begroting 2020-2
realisatie 2020
(bedragen * € 1.000)
lasten
lasten
lasten
lasten
baten
baten
baten
baten
Bijdr. klanten/derden
116
129
94
83
Bijdrage gemeenten
67
111
66
49
Subtotaal
0
183
0
240
Doorrekening overhead
0
0
0
0
Totaal product
0
183
0
240
Saldo
183
240
0 0
160 160 160
Ten opzichte van de gemiddelde aantallen van vorig jaar zijn de aantallen in 2020 enigszins afgenomen. Dit werkt door in lagere opbrengsten.
- 18 -
0
132
0
0
0
132 132
Programma Bedrijfsvoering Het programma Bedrijfsvoering betreft de uitvoering van de hiervoor genoemde programma’s. Alle overheadkosten zijn opgenomen in dit programma. Alle kosten die direct toerekenbaar zijn aan een programma worden vervolgens naar dat programma doorbelast. Wat hebben we gedaan Er is hiervoor al veel geschreven over de gevolgen van corona. We zijn het jaar gestart met reguliere activiteiten, en de uitwerking van de Kadernota naar beleid en begrotingswijziging. Vervolgens heeft alles in het teken gestaan van de gevolgen van de coronacrisis. Tijdelijke sluiting van het Werkleerbedrijf en veilig maken van de werkomgeving zodat opstart weer mogelijk is. Tozo-regeling: aanpassen systemen en verwerken van duizenden aanvragen, met verlengingen en wijzigende voorwaarden gedurende het jaar. Thuiswerken voor kantoormedewerkers en wennen aan de nieuwe communicatievormen die daarmee ontstaan. En bij dit alles het mantra dat de klant zo goed mogelijk geholpen moet worden en zo weinig mogelijk nadeel ondervindt van onze andere manier van werken en de extra werkzaamheden die we uit te voeren hadden. Kortom: crisismanagement. Maar niet beperkt tot management. Dit alles heeft ook grote inventiviteit losgemaakt bij al het personeel.
Iedereen is doordrongen van de noodzaak tot aanpassing, en gemotiveerd om de klant, die door de coronacrisis extra kwetsbaar is, nog beter te bedienen. Wat heeft het gekost Bedrijfsvoering
realisatie 2019
begroting 2020
begroting 2020-2
realisatie 2020
(bedragen * € 1.000)
lasten
baten
lasten
lasten
lasten
Personeelskosten
12.213
75
12.178
Overig
4.065
377
Doorbel. re-integratie
-2.536
Expl.bijdr. gemeenten
4.444
baten
12.709 375
-2.637 13.269
4.420
602
-2.646 13.262
- 19 -
baten
baten
12.470
0
4.170
553
-2.646 14.215
14.215
Subtotaal
13.743
13.721
13.984
13.637
14.482
Doorrekening overhead
-5.110
0
-5.237
0
-5.237
Totaal product
8.633
13.721
8.747
13.637
9.245
Saldo Reserveringen Saldo na reserveringen
5.088 0
0
4.890 0
5.088
14.817 14.817
14.768
-5.237
0
8.757
14.768
5.572
0 4.890
13.994
6.011 0
5.572
0 6.011
Personeelskosten komen € 239.000 lager uit dan begroot. De belangrijkste zaken die dit verklaren zijn: - Niet benodigd ziektebudget € 92.000 - Niet vervulde vacatures € 50.000 - Ontwikkelingsbudget / opleidingskosten € 257.000 voordelig wegens niet doorgegane trainingen als gevolg van coronamaatregelen - Een extra dotatie aan de voorziening reorganisatiekosten van € 201.000 nadelig. Als gevolg van de coronacrisis zijn de vooruitzichten op werk verslechterd, daarom wordt met aanvullende ww-kosten rekening gehouden. De overige kosten komen per saldo € 250.000 lager uit dan begroot. Dit is een optelsom van diverse onderschrijdingen en overschrijdingen, waarvan een aantal corona-gerelateerd. De belangrijkste daarvan zijn: ICT € 126.000 voordelig. Belangrijkste post hierin is een vermindering vanuit het I&A Samenwerkingsverband van € 77.000 over 2020. Daarnaast zijn diverse ICT-zaken die gepland stonden niet doorgegaan wegens de coronacrisis: alle prioriteit is gegeven aan de inrichting en uitvoering van de Tozo-regeling en het werken op afstand. Daardoor zijn projecten doorgeschoven naar een volgend jaar. Huisvestingskosten € 136.000 voordeel op de kosten van catering personeel / bedrijfsrestaurant. Daartegenover ook € 50.000 minder opbrengsten (nadeel) vanuit bestedingen personeel in het bedrijfsrestaurant.
De exploitatiebijdrage dient ter dekking van de netto bedrijfsvoeringkosten. De bijdrage is opgenomen conform het begrote bedrag. Een eventueel afwijkend saldo komt als saldo in de jaarrekening en wordt via de resultaatsbestemming verwerkt.
- 20 -
Paragrafen Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing Algemene reserve De algemene reserve wordt aangehouden als bufferfunctie voor de directe en indirecte kosten. De algemene reserve mag maximaal 5% van de jaarlijkse directe en indirecte kosten bedragen. De stand per ultimo 2020 is – vooralsnog – nihil. Gezien het feit dat de reserve nihil is komen afwijkingen in de realisatie direct tot uiting in aanpassing van de gemeentelijke bijdrage. Reorganisatievoorziening Voor de totale kosten die samenhangen met de reorganisatie die in 2013 is doorgevoerd is een voorziening gevormd. Periodiek wordt de hoogte van deze voorziening getoetst en wordt een eventuele herziening meegenomen. De stand van de voorziening is per ultimo 2020 bedraagt € 376.000. Dit is van voldoende niveau om de uitgaven 2021 en verder te dekken. Verplichtingen lopen door t/m 2025. Voorziening dubieuze debiteuren Ten behoeve van de vorderingen die niet inbaar zijn is een voorziening dubieuze debiteuren gevormd. Afboekingen van vorderingen worden ten laste van deze voorziening gebracht. Risicobeheersing Risico’s worden periodiek gemonitord, o.a. tijdens het opstellen van de jaarstukken en bij het opstellen van de begroting en van afdelingsplannen. Er vindt binnen Orionis geen centrale registratie van risico’s plaats. De top-10 van risico’s is in de risicoscan opgenomen.
Dit betreft risico’s die Orionis loopt en die zich op korte termijn (binnen 4 jaar) voor zouden kunnen doen. Na beheersmaatregelen en eventuele aanvullende maatregelen resteert een restrisico waarvan de mogelijke financiële gevolgen zijn ingeschat in de kolom “exposure”, zie de tabel hieronder uit de begroting 2020. Risico
1
2
3
4
Inc of Str
Beheersmaatregelen (vermijden, verminderen, overdragen, zelf dragen)
Aanvullende maatregelen
Exposure
Bestandsontwikkeling Inc bijstand op Walcheren ongunstiger dan landelijk gemiddelde Achterblijvende nettoInc opbrengsten bij de begroting (productie en detachering) Mismatch tussen ontwik- Str keling Wsw-loonkosten en rijkssubsidie
---
Met meer inspanning zou het landelijk gemiddelde gehaald moeten worden. Groei in minder conjunctuur- en concurrentiegevoelige werksoorten ---
Max € 2.557.000 (5% afwijking +50% extra uitstroom)
Frictiekosten Werkleerbedrijf wegens krimp
---
Meerjaren scenario’s flexcontracten
€ 150.000
Inc
Voldoende verschillende werksoorten in stand houden ---
- 21 -
Max € 526.000 (10% afwijking)
Max € 324.000 (2% afwijking op de loonkosten)
5
WW-risico: eigen risicodrager m.b.t. (nawettelijke) WW
Inc
Intentie overeenkomst met externe partijen over indienstneming
---
Max € 86.000 (50% van de niet begrote lasten)
6
Uitval ICT: verlies van data, recoverykosten, verlies productieve uren
Inc
Dubbele uitvoering ICT
---
Max € 69.000 (1 fte)
7
Niet voldoen aan AVG, datalek Wijzigingen in (voorwaarden in) regelgeving
Inc
Aanstellen functionaris Gegevensbescherming ---
Voorlichting personeel € 100.000 fysieke maatregelen (inschatting) --Max € 577.000 (1% van subsidie-omvang bijstand/Wsw)
---
---
Bewustwording bij personeel, agressieprotocol, veiligheidsmaatregelen, training
Bewaking in frontoffice
8
9 10
Inc
Inzet van WSW-werkplek- Str ken voor kritische functies Agressie richting Inc personeel
€ 107.000 gemiddeld per jaar Max € 69.000 (1 fte ziekteverzuim)
Risico’s en weerstandsvermogen De totale exposure van incidenteel bedraagt € 4.983.000, en structureel € 388.000. Het bedrag aan incidentele risico’s dient afgezet te worden tegen het eigen vermogen wat dient als buffer, het bedrag aan structurele risico’s dient afgezet te worden tegen de financiële ruimte in de begroting. Het weerstandsvermogen is nihil in 2020. De financiële ruimte in de begroting 2020 is eveneens nihil, er is geen post “onvoorzien” opgenomen. Geconstateerd kan worden dat zowel de structurele weerstandscapaciteit als de incidentele weerstandscapaciteit van Orionis niet toereikend is. Dit betekent dat, gezien het karakter van de gemeenschappelijke regeling, dit risico voor de deelnemende gemeenten komt. Kengetallen BBV
JR 2019
Begr 2020
JR 2020
1a- Netto Schuldquote
21,1%
23,3%
17,5%
1b- Netto Schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
20,6%
22,9%
17,1%
2 - Solvabiliteitsratio
2,4%
0,0%
8,8%
3 - Structurele exploitatieruimte
0,6%
0,0%
1,3%
De uitbraak van Covid-19 eind februari 2020 heeft laten zien dat ook heel andere risico’s kunnen voordoen, zoals een pandemie. Dankzij overheidssteunmaatregelen is de financiële impact hiervan voor Orionis vooralsnog beperkt. En gelukkig is ook de impact op de gezondheid van werknemers beperkt gebleven Omdat de steunmaatregelen doorlopen en 2021 en “mee-ademen” met de gezondheidscrisis zal ook de financiële impact in 2021 beperkt zijn voor Orionis, zo is de verwachting. Uiteraard mits de daarvoor ontvangen Rijksvergoedingen door gemeenten ook hiervoor bestemd worden. een enorme impact op ons allemaal. De wereldwijde pandemie leidt tot ongekende omstandigheden. Voor de aanpak van COVID-19 kijken wij wat we, aanvullend op de landelijk maatregelen van het Rijk, kunnen doen. Dit raakt veel beleidsterreinen van onze organisatie. We streven naar een zo adequaat mogelijke uitvoering van de landelijke en lokale maatregelen en naar zoveel mogelijk continuïteit van
- 22 -
de reguliere werkzaamheden en van noodzakelijke (digitale) besluitvorming en hebben daarvoor de nodige interne maatregelen genomen.
Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen Orionis Walcheren is gehuisvest op verschillende locaties. De hoofdvestiging aan de Oostsouburgseweg in Vlissingen. Dit gebouw is in eigendom. Hier is de frontoffice en de backoffice gevestigd alsook het werkleerbedrijf waar diverse werksoorten zijn gehuisvest. Een vestiging aan de Mercuriusweg in Vlissingen, waar tijdelijk de afdeling Buitendienst is gehuisvest. Ook heeft de Cliëntenraad hier hun kantoor. Dit gebouw is december 2019 verkocht. Het is vervolgens teruggehuurd tot 30 april 2020. De Buitendienst is vervolgens verhuist naar Poortersweg 27. Een vestiging aan de Poortersweg in Vlissingen, hiervan loopt de huur uiterlijk in september 2021 af. Daarnaast zijn er diverse kleine nevenlocaties die gehuurd worden ten behoeve van de afdeling Groen. Alle installaties, kantoormeubilair en de meeste ICT-apparatuur zijn in eigendom van Orionis Walcheren. Deze zijn geactiveerd tegen de aanschaffingsprijs en worden lineair afgeschreven conform de resterende levensduur. De vervoermiddelen zijn in 2020 verkocht en worden nu geleasd. Ten behoeve van het groot onderhoud van het gebouw Oostsouburgseweg in Vlissingen is een meerjarige onderhoudsplanning opgesteld. Voor het groot onderhoud is een voorziening gevormd.
Paragraaf financiering Wettelijk kader De Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) heeft als belangrijkste uitgangspunten het bevorderen van een solide financieringswijze met als doel het voorkomen van grote fluctuaties in de rentelasten, het bevorderen van transparantie, het bevorderen van de kredietwaardigheid en het beheersen van renterisico's. Het beheersen van risico's uit zich concreet in de kasgeldlimiet, de renterisiconorm en het met een prudent karakter uitzetten van gelden en afsluiten van leningen. Daarnaast zijn gemeenschappelijke regelingen verplicht tot het hebben van een treasurystatuut. Het statuut heeft o.a. als oogmerk de kwaliteit van de uitvoering van de treasuryfunctie te verhogen alsmede de transparantie van het besluitvormingsproces te verbeteren. Rentevisie De rentevisie is gebaseerd op de verwachting dat de korte rente vooralsnog laag zal blijven en voorlopig niet zal oplopen. Momenteel is de korte rente negatief. Daarom wordt voor de financiering maximaal gebruik gemaakt van kortlopende middelen. Zolang de korte rente lager ligt dan de debetrente op de rekening courant worden negatieve saldi op de rekeningcourant aangevuld met kortlopende kasgeldleningen.
- 23 -
Kasstromen De bevoorschotting vanuit de gemeenten voor programmalasten en exploitatie vindt halverwege de maand plaats. Om eventuele tijdelijke liquiditeitstekorten te overbruggen is een rekening-courant krediet afgesloten bij de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) tot een maximum van € 6,5 miljoen. Ter overbrugging is in 2020 een aantal keer voor een korte periode (enkele weken) een kasgeldlening aangetrokken. Kasgeldlimiet Als wettelijke norm voor de kasgeldlimiet geldt 8,2% van het begrotingstotaal bij het begin van het jaar. De gemiddelde korte financiering wordt per drie maanden getoetst aan deze kasgeldlimiet. In 2020 is voldaan aan deze norm. Uitzettingen / schatkistbankieren Schatkistbankieren houdt in dat alle overtollige geldmiddelen boven een bepaalde drempel verplicht bij het Rijk moeten worden uitgezet. Dit wordt dagelijks getoetst. Het drempelbedrag is gelijk aan 0,75% van het begrotingstotaal, € 698.000. Deze drempel wordt dagelijks getoetst en is in 2020 niet overschreden. Het verloop is opgenomen in de toelichting op de balans. Financiering van de investeringsuitgaven Ten behoeve van de huisvesting zijn leningen aangetrokken voor een totale waarde van € 19,5 miljoen. De uitstaande positie ultimo jaar is € 16,6 miljoen. De looptijden zijn 20, 25 en 30 jaar. De rentepercentages liggen tussen 1,9% en 4,9%, deels lineair en deels annuïtair.
Ten behoeve van de overige investeringen zijn langlopende leningen aangetrokken. Deze hebben een looptijd van 10 of 20 jaar. De totale uitstaande positie bedraagt € 0,9 miljoen per ultimo jaar. De rente op deze leningen is 0,53% resp. 3,51%. Renterisiconorm Het doel van de renterisiconorm is het beheersen van de renterisico’s op de vaste schuld (schuld met een rentetypische looptijd vanaf één jaar). Het renterisico op de vaste schuld mag de zogenaamde renterisiconorm niet overschrijden. De renterisiconorm bedraagt 20% van het begrotingstotaal, € 18,9 miljoen. Uit de onderstaande gegevens blijkt dat het renterisico op de vaste schuld ruim onder deze grens ligt. Renteherzieningen (A) € 0 Nieuw uitgezette leningen (B) € 0 Vervroegde aflossing € 0 Reguliere aflossingen (C) € 771.000 Renterisico op vaste schuld (A + laagste B, C) € 771.000 Toerekening van rente De totale rentelasten bedragen in deze jaarrekening € 627.400. Deze zijn als volgt toegerekend:
- 24 -
Jaarbedrag € 330.000 € 281.500 € 15.900
Reden Betreft rente op leningen voor nieuwbouw werkleerbedrijf Betreft rente op leningen voor nieuwbouw kantoor Overige rente, ter financiering van het benodigde werkkapitaal
Toegerekend aan Programma Werk, onderdeel werkinfrastructuur Programma Bedrijfsvoering (overhead) Programma Bedrijfsvoering (overhead)
Aan eigen vermogen en voorzieningen wordt geen rente toegerekend.
Paragraaf verbonden partijen Orionis heeft geen verbonden partijen.
Paragraaf bedrijfsvoering Plan van Aanpak en begroting Eind 2019 is de Kadernota door de gemeenteraden vastgesteld. De bedoeling was de uitwerking hiervan in beleid te verwerken in de begrotingswijziging 2020. Door de coronacrisis zijn in 2020 alleen de noodzakelijke wijzigingen in bestaand beleid doorgevoerd in begrotingswijzigingen. In november 2020 is de begroting 2021 vastgesteld, ook hiervoor geldt bestaand beleid en rekening houdend met de noodzakelijke wijzigingen door de coronacrisis. Daarnaast is het bestaande Plan van Aanpak gecontinueerd, wat zich inmiddels succesvol heeft bewezen. Vanaf de invoering eind 2016 tot heden zijn de klantaantallen geleidelijk meer in lijn gebracht met het landelijk gemiddelde en daarmee de tekorten op de BUIG-vergoeding ieder jaar verkleind. Het Plan van Aanpak is mogelijk door de inzet van extra middelen. De uitwerking van de Kadernota vindt plaats in het eerste kwartaal 2021, voor de 1e begrotingswijziging 2021 en de begroting 2022 en verder. Informatievoorziening De planning&control cyclus voorziet in periodieke rapportages met betrekking tot de financiële en beleidsmatige voortgang. Tweemaandelijks wordt een dashboard verstrekt aan de Raden van de deelnemende gemeenten waarin de voortgang zichtbaar is en wordt toegelicht. Hieruit kunnen eventueel begrotingswijzigingen voortkomen.
Begrotingswijzigingen worden ter zienswijze voorgelegd aan de Raden. Externe informatieverstrekking vindt plaats via de website, alsook de begroting en het jaarverslag. Informatiebeveiliging We beschikken over een informatiebeveiligingsbeleid en een informatiebeveiligingsplan. Beide zijn geüpdatet in 2019, waarbij de BIO als richtlijn is gehanteerd. Er lag een actieplan ter uitvoering in 2020 om te voldoen aan de eisen van de Baseline Informatiebeveiliging Overheden (BIO). Niet alle
- 25 -
onderdelen zijn daarvan uitgevoerd, mede door de coronacrisis en -beperkingen. Tegelijkertijd is door het vele thuiswerken dit onderwerp alleen maar actueler geworden. Binnen de beperkingen als gevolg van corona is daar op diverse originele manieren aandacht aan besteed. In 2020 zijn er 29 signalen van datalekken geweest waarvan er één onder de definitie van datalek valt die gemeld moeten worden aan de Autoriteit Persoonsgegevens. Deze heeft niet tot sancties geleid. Het interne controleplan Suwinet is uitgevoerd in 2020 en zijn er geen onrechtmatigheden geconstateerd. Ook zijn externe audits gehouden m.b.t. DigiD en Suwinet. Duurzaamheid De aanbesteding van het wagenpark is eind 2019 afgerond en gegund. Januari 2020 zijn de leasecontracten getekend en gedurende de eerste helft van 2020 zijn de bedrijfswagens gefaseerd vervangen, hiervan zijn er 17 volledig elektrisch. Dienstverlening Klantenparticipatie vindt plaats middels de Sociale Cliëntenraad Walcheren. Met de cliëntenraad is periodiek overleg gevoerd. Voor klachtenafhandeling is een klachtencoördinator aangesteld. Orionis heeft een eigen bezwarencommissie ten behoeve van de Participatiewet, die conform de vastgestelde verordening opereert. Orionis is aangesloten bij de nationale Ombudsman. Bezwaar en beroep In 2020 hebben we 398 bezwaarschriften ontvangen. Dat is een daling van 38% t.o.v. 2019.
Hierbij dient te worden opgemerkt dat in 2019, 103 verzoeken om een dwangsom wegens het niet tijdig beslissen, zijn ingediend. Deze zijn ook behandeld als een bezwaarschrift. Van de ingediende bezwaren is in 2020 27 % (gedeeltelijk) gegrond verklaard, Er zijn 34 bezwaarschriften d weer ingetrokken. Alle bezwaarschriften zijn in 2019 binnen de wettelijke termijn afgehandeld. In 2020 is er 70 keer beroep aangetekend tegen een besluit op bezwaar. Er is 16 keer hoger beroep ingesteld. Niet in alle zaken is al uitspraak gedaan. In de zaken waar het wel is gedaan, zijn 9 zaken ongegrond verklaard, 2 gegrond, 9 ingetrokken, 8 niet-ontvankelijk en 2 schikkingen getroffen. In 13 zaken waar hoger beroep is ingesteld is nog geen uitspraak gedaan. Klachten In 2020 zijn er 76 klachten ingediend. Dit zijn er aanzienlijk minder dan de 109 van 2019. Terwijl Orionis in 2020 veel meer klanten kreeg. Hier zijn een aantal verklaringen voor te vinden: In dit corona jaar is alles anders Er is dit jaar extra aandacht voor hoe we met klanten omgaan Door corona is er minder klantcontact geweest met klanten die naar werk begeleid worden De veelklager van vorig jaar heeft minder geklaagd Bijna een derde van de klachten lossen we samen op. Bij een aantal van deze klachten hebben wij het eerst niet goed gedaan. Maar uiteindelijk is de klant tevreden.
In ruim 40% van de klachten hebben wij het goed gedaan.
- 26 -
In bijna een kwart van de klachten hebben wij het niet goed gedaan. Oordeel Minnelijk We zijn er samen uit gekomen. Zorgvuldig Goed gedaan door Orionis. Niet onbehoorlijk Niets fout gedaan door Orionis Niet zorgvuldig Niet goed gedaan door Orionis Ingetrokken Klacht niet meer behandelen
2020 32% 36% 9% 22% 1%
2019 32% 33% 12% 23% 0%
Juridische procedures Er zijn geen lopende juridische procedures ultimo 2019. Wel ondersteund Orionis de gemeenten Middelburg en Vlissingen bij hun lopende bezwaar- en beroepsprocedures m.b.t. de Rijksvergoedingen voor de uitkeringslasten, de BUIG. Dit betreft de jaren 2017 t/m 2021. Rechtmatigheid begrotingscriterium Bij het programma Werkleerbedrijf zijn de uitgaven € 47.000 hoger dan begroot. Hier staan ook hogere opbrengsten tegenover, € 396.000. Het belangrijkste onderdeel hiervan is Wsw. Lasten komen € 287.000 hoger uit, baten € 202.000. De hogere lasten worden veroorzaakt door hogere transitievergoedingen dan begroot, hier staat ook extra compensatievergoeding van UWV tegenover. In 2020 is een voorziening voor spaarverlof gevormd. Dit is gedaan omdat de omvang van het spaarverlof in verhouding tot het totale personeelsbestand flink toeneemt. Door het aantal gespaarde uren toe te voegen aan een voorziening ontstaat er een betere balans tussen de in een jaar gerealiseerde netto-omzet en de daarbij behorende personeelslasten. Deze voorziening bedraagt 5,9 fte; € 197.000 (nadelig). De overschrijdingen konden niet gedurende het jaar gesignaleerd worden c.q. middels een begrotingswijziging nog verwerkt worden. Alle overschrijdingen passen binnen het door het Algemeen Bestuur uitgezette beleid. Beleidsindicatoren bestuur en organisatie Naam indicator
Eenheid
Realisatie 2020
Formatie Fte per 1.000 inwoners Bezetting Fte per 1.000 inwoners Apparaatskosten Kosten per inwoner Kosten als % van totale loonsom Externe inhuur + totale kosten inhuur externen Overhead Kosten als % van totale lasten
- 27 -
1,89 1,91 € 145 9% € 1,3 miljoen 57%
JAARREKENING
jaarrekeningJAARREKENING
- 28 -
Waarderingsgrondslagen Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.
Vaste activa Waardering van (im)materiële activa en financiële activa vindt plaats tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Met uitzondering van grond vindt afschrijving plaats op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs volgens een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur. Bij de waardering wordt in voorkomende gevallen rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is. Op het moment dat een desinvestering (verkoop van het actief) plaats vindt wordt de boekwinst c.q. het verlies ten gunste/laste van het resultaat van het betreffende jaar gebracht. Onder de Financiële activa worden deelnemingen opgenomen die zijn gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs. Bij een negatieve vermogenswaarde wordt een voorziening gevormd.
Voorraden De grond- en hulpstoffen worden gewaardeerd tegen verrekenprijzen, gebaseerd op de gemiddelde betaalde inkoopprijs. Waarderingsverschillen tussen standaard verrekenprijs en betaalde inkoopprijs worden als bedrijfsresultaat verantwoord. Voor het risico van incourante voorraden wordt een voorziening in mindering gebracht. De onderhanden werken worden gewaardeerd tegen de vervaardigingsprijs, verminderd met op de balansdatum reeds voorzienbare verliezen. De vervaardigingsprijs omvat de verrekenprijzen van de grond- en hulpstoffen, de loon- en machinekosten en de overige kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend alsmede een opslag voor de indirecte kosten. Het gereed product wordt gewaardeerd tegen fabricagekostprijs of tegen de marktwaarde indien de marktwaarde lager is dan de fabricagekostprijs. De fabricagekostprijs bestaat uit de verrekenprijzen van grond- en hulpstoffen, de loon- en machinekosten en de indirecte kosten die aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. Voor het risico van incourante voorraden wordt een voorziening in mindering gebracht.
Debiteuren Vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor het risico dat vorderingen niet invorderbaar zijn wordt een voorziening in mindering gebracht. Met betrekking tot de Rijksregelingen BBZ t/m 2019 waar nog met een gebudgetteerde vergoeding van 75% wordt gewerkt is een correctie voor verrekening met het Rijk opgenomen. Met betrekking tot de uitkeringsvorderingen op klanten wordt een voorziening voor oninbaarheid gevormd. Deze wordt in mindering gebracht op de balanspost debiteuren. De voorziening wordt jaarlijks statisch bepaald aan de hand van ervaringen van de afgelopen jaren. De waardering van de vordering is gebaseerd op de meest recente betaaldatum. Hierbij is een minimum percentage gehanteerd van 40% voor vorderingen waarop het afgelopen jaar nog betaald is, oplopend tot 100% voor vorderingen waarvan de laatste betaaldatum meer dan 5 jaar geleden is. Als uitzondering zijn vorderingen krediethypotheek alle gesteld op 20% oninbaar.
Liquide middelen, overlopende activa Deze worden gewaardeerd tegen nominale waarde.
Eigen vermogen De algemene reserve dient als buffer voor calamiteiten en het opvangen van tegenvallers in de exploitatie (programma Bedrijfsvoering). Deze reserve mag maximaal 10% van de gemeentelijke bijdragen bedragen. De programmareserve dient als buffer om schommelingen in de programmakosten en de Rijksvergoedingen daarvoor op te vangen (programma´s Inkomen en Aanvullende Inkomensvoorziening). Deze reserve mag maximaal 5% van de programmalasten bedragen. Het nog te bestemmen resultaat betreft het nog niet bestemde saldo van het afgesloten boekjaar. Aan het eigen vermogen wordt geen rente toegerekend.
Voorzieningen Voorzieningen worden gewaardeerd tegen het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. Aan voorzieningen wordt geen rente toegerekend.
Vaste schulden Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde verminderd met gedane aflossingen. Deze vaste schulden hebben een rente typische looptijd van een jaar of langer.
Vlottende schulden, overlopende passiva Deze schulden worden tegen nominale waarde gewaardeerd.
Resultaatsbepaling De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.
Netto-omzet Netto-omzet is de opbrengst van aan derden geleverde goederen en diensten exclusief de over omzet geheven belastingen en onder aftrek van kortingen.
Grond- en hulpstoffenverbruik en uitbesteed werk De kosten van grond- en hulpstoffen worden berekend op basis van standaard verrekenprijzen. In voorkomende gevallen wordt de werkelijk betaalde prijs t.l.v. de exploitatie geboekt.
Overige posten Al de overige posten zijn gewaardeerd tegen nominale waarde.
Diversen Voor jaarlijks terugkerende, aan arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume wordt in de balans geen verplichting opgenomen.
Pensioenen Orionis Walcheren heeft een pensioenregeling. Deze regeling wordt gefinancierd door afdrachten aan een pensioenuitvoerder, het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP). De pensioenverplichtingen worden gewaardeerd volgens de ‘verplichting aan de pensioenuitvoerder’ benadering. In deze benadering wordt de aan de pensioenuitvoerder te betalen premie als last in het overzicht van baten en lasten verantwoord. De dekkingsgraad van het ABP bedraagt ultimo 2020 volgens opgave van het fonds 93,2%. Op basis van het uitvoeringsreglement heeft de GR bij een tekort in het fonds geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bijdragen anders dan door hogere toekomstige premies. De dekkingsgraad van het pensioenfonds PWRI waaronder de Wsw-ers vallen bedraagt 98,0% per ultimo 2020 volgens opgave van het fonds.
- 30 -
- 31 -
Toelichting op de balans Materiële vaste activa Het verloop van de materiële vaste activa is als volgt: BW 01-01 Investeringen DesAfAfwaarSoort activum investeringen schrijvingen deringen
BW 31-12
Grond en terreinen Gebouwen Vervoermiddelen Machines Apparaten en installaties Installaties Inventarissen
2.503.935 13.223.080 103.523 743.723
0 27.388 13.502 18.575
0 0 47.714 0
0 432.801 43.300 196.903
0 2.503.935 0 12.817.666 0 26.010 0 565.395
273.423 3.192.180 440.055
101.456 82.005 5.603
0 0 0
89.912 291.509 91.561
0 0 0
Subtotaal In uitvoering
20.479.918 19.954
248.529 -17.591
47.714
1.145.985
0 19.534.747 2.363
284.967 2.982.676 354.097
Materiele vaste activa 20.499.872 230.938 47.714 1.145.985 0 19.537.110 De materiële vaste activa betreft uitsluitend investeringen met economisch nut. De investeringen in uitvoering begin 2020 zijn verder afgewerkt in 2020. Financiële vaste activa Deze bestaat uit verstrekte geldleningen en kredieten aan sociale minima. Hiervoor wordt een voorziening Risicofonds aangehouden omdat aan het verstrekken van geldleningen en kredieten onzekere verplichtingen zijn verbonden. Voor leningen die zonder borgstelling zijn verstrekt wordt als norm gesteld dat 9% van het uitgezette bedrag in een fonds wordt aangehouden om evt. tegenvallers op te vangen. In afwijking daarop worden voor leningen ouder dan 5 jaar een afwijkend percentage gehanteerd, namelijk 20%. Conform het BBV is de voorziening in mindering gebracht op de overige langlopende leningen u/g. Uitstaande leningen per 31-12-2020 € 439.000 waarvan met borgstellingen -/€ 0 Leningen met risicofonds € 439.000 Beginstand voorziening Onttrekkingen Dotatie Stand ultimo 2020
- /-
€ 54.000 € 14.000 € 6.000 € 46.000
Voorraden De op de balans opgenomen grond- en hulpstoffen zijn gecorrigeerd met een voorziening voor incourante voorraden. De specificatie is als volgt: Grond- en hulpstoffenstoffen € 276.000 Voorziening incourant -/- € 15.000 Saldo grond- en hulpstoffen € 261.000
- 32 -
Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Deze post bestaat uit: Vorderingen op openbare lichamen. Dit betreft nog te ontvangen bedragen van de gemeenten: Vangnetuitkering € 35.400, AIV/Kinderopvang € 96.900 en afrekening BTW € 1.119.800 en nog te ontvangen bedragen van het Rijk € 306.800. Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar. Conform de regeling Schatkistbankieren worden liquiditeiten boven het drempelbedrag uitgezet bij het Rijk. Overige vorderingen. Dit betreft terugvorderingen van uitkeringen en Tozo-kredieten. Hierop worden de terugbetalingsverplichtingen aan het Rijk èn een voorzieningwegens oninbaarheid in mindering. De specificatie van dit onderdeel is als volgt: Vorderingen klanten € 7.297.000 Verplichtingen Rijk -/- € 2.323.000 Voorziening oninbaarheid -/- € 2.365.000 Overige debiteuren € 890.000 Totaal € 3.499.000 Schatkistbankieren Schatkistbankieren betekent dat alle overtollige geldmiddelen boven een bepaalde drempel verplicht bij het Rijk moeten worden uitgezet. Dit wordt dagelijks getoetst. De drempel is voor Orionis € 806.000. Deze drempel is in 2020 niet overschreden.
Het onderstaande overzicht laat het verloop per kwartaal in 2020 zien: Drempelbedrag 698.000 Bedragen * € 1.000 Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4 Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks 65 132 67 118 schatkist aangehouden middelen Ruimte onder het drempelbedrag 633 566 631 580 Overlopende activa De specificatie van de overige nog te ontvangen bedragen en vooruitbetaalde bedragen is als volgt: · Vooruitbetaalde kosten · Nog te ontvangen subsidies · Nog te ontvangen bedragen o.a. omzetten · Vorderingen op personeel · Te verwerken facturen Totaal
€ € € € € €
208.200 25.800 392.700 45.300 97.400 712.400
Eigen vermogen: Gerealiseerde resultaat Het resultaat over 2020 bedraagt € 2.833.000 voordelig. Het voordelig resultaat over het voorgaande jaar ad. € 707.000 is conform het bestuursbesluit uitgekeerd aan de Walcherse gemeenten.
- 33 -
Voorzieningen Onder voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's zijn opgenomen: Een voorziening Reorganisatie ad € 376.000 met betrekking tot de kosten van de reorganisatie 2013. Deze is bestemd voor toekomstige ww-uitkeringen met de daarbij komende kosten. De in 2020 gemaakte kosten zijn onttrokken aan de voorziening. Op basis van de berekening van de toekomstige verplichtingen ultimo 2020 en de aanvullende dotatie is de voorziening op peil. Een voorziening parkeerterrein ad. € 45.000, deze heeft betrekking op het toekomstig herbestraten van het parkeerterrein. Deze middelen zijn bij aankoop verkregen van de gemeente Vlissingen met dit specifieke doel. Een voorziening voor personele verplichtingen ad € 410.000. Deze voorziening betreft opgebouwde rechten spaarverlof ambtenaren en Wsw. Onder voorzieningen ter egalisering van kosten is opgenomen: Een voorziening voor groot onderhoud ad € 239.000. Hier ligt een meerjaren-onderhoudsplan aan ten grondslag, waar ook de jaarlijkse dotatie op gebaseerd is. Het verloop van de voorzieningen is als volgt: 2020 Soort Voorziening
Beginstand
Dotatie
Onttrekking
Voorziening Reorganisatie/personeel Voorziening Parkeerterrein Voorziening Personele verplichtingen Voorziening Groot onderhoud