CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

21-067 Bijlage 1. Het Middelburgs model voor zorg- en ondersteuningstructuur sociaal domein 2022 e.v.

Gemeenteraad 7 juli 2021, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Het Middelburgs model, inhoudelijk kader en bestuursopdracht (MZ 21-067)12.456 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

19 ‘Het Middelburgs model’, inhoudelijk kader transformatieproces ‘Beweging naar voren’

De komende periode willen we in gesprek met Orionis en het meldpunt Geldzorgen Walcheren kijken hoe we preventieve schuldhulpverlening goed kunnen positioneren in het Middelburgs model en dan specifiek binnen het onderdeel sociale basiszorg.

4.1.4 Versterking samenwerking met huisartsen en tandartsen We investeren in de relatie met huisartsen en tandartsen, in het bijzonder op de verbinding tussen het medische en het sociale domein. We willen doorbreken dat patiënten met psychosociale problemen automatisch naar de huisarts gaan die de oplossing vindt in het medische domein. We willen gezamenlijk bekijken welke problematiek zich aandient, en of de huidige verwijspaden beter op elkaar afgestemd kunnen worden. Daarbij willen we de tandarts beter positioneren als preventiepartner. De mond is de spiegel van je lichaam, als je niet lekker in je vel zit dan zie je dat terug in de mond. De tandarts kijkt verder dan de mond en kan in die zin een rol spelen in vroegsignalering en preventie. Welzijn op recept Als alternatief voor patiënten met psychosociale klachten willen we Welzijn op recept gaan toepassen. Welzijn op Recept is een alternatief voor mensen met psychosociale klachten. In plaats van het ‘traditionele pilletje’ voor te schrijven, verwijst de huisarts of de praktijkondersteuner huisarts (POH) deze patiënten door naar een welzijnscoach. Klachten als vermoeidheid, pijn in de nek, maar ook stress, angst en somberheid hebben lang niet altijd een medische oorzaak. Vaak spelen onderliggende sociaal maatschappelijke problemen een rol, zoals overlijden van een partner, verlies van werk, eenzaamheid etc.

Welzijn op Recept is in hoge mate ook een vorm van integrale zorg. Zorg en welzijn werken nauw met elkaar samen om samen de juiste zorg te kunnen leveren. Door Welzijn op Recept doen mensen weer mee. Welzijn op Recept doorbreekt de status quo en is onder meer een aanpak voor eenzaamheid en sociaal isolement. Inwoners worden meer betrokken bij hun wijk en een sommigen worden zelfs vrijwilliger. Het stimuleert de ondernemerschap van alle betrokkenen. Nabijheid en maatwerk zijn echter wel cruciaal. De gemeentelijke transities vragen om meer samenhang en samenwerking tussen zorg en welzijn. Welzijn op Recept is een relatief eenvoudige en krachtige interventie, die de gemeente, partners uit de eerstelijnszorg en het sociaal domein kan helpen bij deze uitdaging. Welzijn op Recept geeft deze samenwerking op een gestructureerde manier vorm. Als de samenwerking binnen Welzijn op Recept eenmaal loopt, kunnen ook andere interventies en programma’s eenvoudiger uitgerold worden. Welzijn op Recept kan ingezet worden zowel bij de WMO, de Jeugdwet als de Participatiewet. Kaderarts GGZ In het kader van toekomstgerichte huisartsenzorg verkennen we de inzet van een kaderarts GGZ (Jeugd). Een kaderarts is opgeleid als huisartsexpert om de eerstelijnsopvang te versterken. Steeds vaker krijgen huisartsen te maken met patiënten die geestelijke zorg behoeven.

De verwachting is dat de vraag naar GGZ alleen maar verder zal stijgen. Ook binnen de GGZ ligt de nadruk op zelfmanagement, veerkracht en regie hebben, en ‘normaliseren’. Huisartsen hebben, ook in de GGZ, een poortwachtersfunctie. Zij bepalen of de patiënt in de praktijk behandeld kan worden of verwezen moet worden naar de generalistische basisof gespecialiseerde GGZ. Als niet direct duidelijk is wat er aan de hand is, kunnen ze de POH-GGZ (Jeugd) vragen om de problemen in kaart te brengen. In toenemende mate wordt een appel gedaan op de huisartsen. Deze taakuitbreiding sluit echter niet naadloos aan bij de mogelijkheden van de huisartsen. De werkdruk is hoog en niet alle huisartsen voelen zich bekwaam in de psychiatrie. Bovendien vinden niet alle huisartsen dat de begeleiding van chronisch psychiatrische aandoeningen tot hun takenpakket behoort. Kortom, er zijn nog enkele hiaten in de huisartsgeneeskundige GGZ, en hier ligt mogelijk ook een belangrijke rol voor de kaderhuisarts GGZ. De kaderarts kan als smeermiddel fungeren tussen de huisartsen en de GGZ, maar als belangrijke samenwerkingspartner voor de gemeente op het gebied van jeugd en/of ouderen. Door betere afstemming en samenwerking kan een hulpverleningsketen ontstaan waardoor de GGZ doelmatiger wordt.

4.1.5 Verbreding samenwerking jeugdgezondheidszorg (JGZ) Alle jeugdigen in Nederland hebben tot hun 18e verjaardag recht op JGZ. Het doel van de JGZ is bijdragen aan een gezonde en veilige opgroeisituatie van jeugdigen, als individu en als groep. Dit doet de JGZ door voorlichting te geven, vroegtijdig te signaleren en waar nodig aanvullende hulp te bieden. De JGZ kijkt naar de gezondheid en ontwikkeling van kinderen, in brede zin, en altijd in relatie tot de omgeving waarin het

20 ‘Het Middelburgs model’, inhoudelijk kader transformatieproces ‘Beweging naar voren’

opgroeit. In de JGZ werken diverse professionals zoals jeugdartsen, jeugdverpleegkundigen, verpleegkundig specialisten en (dokters)assistenten. Soms aangevuld met expertise van bijvoorbeeld logopedisten en gedragswetenschappers. Nu de focus weer meer op preventie ligt, wordt ook van rijkswege weer geïnvesteerd in extra middelen om hier ook daadwerkelijk op in te kunnen zetten. Een voorbeeld hiervan is Kansrijke Start. De overheid wil (aanstaande) kwetsbare ouders helpen zodat hun kinderen zo gezond mogelijk hun leven starten. Het actieprogramma Kansrijke Start richt zich op de zorg en ondersteuning aan kwetsbare gezinnen. Ook Middelburg doet hier aan mee. In het verlengde van Kansrijke Start heeft het ministerie van VWS het voornemen om per 1 januari 2021 in de Wet Publieke gezondheid (Wpg) de verplichting voor gemeenten op te nemen om de JGZ een prenataal huisbezoek aan kwetsbare zwangeren en gezinnen aan te laten bieden. Voor de uitvoering en invulling van het prenatale huisbezoek wordt van de geboortezorg en JGZ-organisaties verwacht dat zij zich gezamenlijk optimaal inspannen om vroegtijdig op het juiste moment, op de juiste plek, door de juiste professional het prenataal huisbezoek in te zetten. Voldoende reden dus te investeren in een samenwerking met de gehele keten van de JGZ.

Dit houdt in dat we in gesprek willen zowel met de consultatiebureaus als de professionals die de leeftijd 4-19 onder hun hoede hebben. We willen kijken hoe we hen beter kunnen positioneren in het Middelburgs model en dan specifiek binnen het onderdeel sociale basis en sociale basiszorg. De huidige uitvoeringspraktijk leert dat men nog onvoldoende bekend is met de inzet van de JGZ. Daarnaast zien we de investering in samenwerking als kans om met elkaar in gesprek te gaan over de voorliggende vraagstukken en samen op te trekken in innovatief aanbod.

4.1.6 Verbeterde samenwerking met onderwijs In het onderwijs wordt de samenwerking met partners die jeugdhulp verlenen verbeterd. De nieuwe manier van samenwerken zal ook gelden voor kinderopvang en peuterspeelzalen. Waar dat mogelijk is met dezelfde medewerkers, zodat de doorgaande lijn wordt geborgd. Door een betere samenwerking kunnen hulpvragen sneller worden opgepakt. Enkele professionals uit het voorliggend veld die binnen het onderwijs werkzaam zijn, vormen in samenwerking met medewerkers uit het onderwijs het eerste aanspreekpunt voor ouders en/of jeugdigen. Schoolmaatschappelijk werkers, medewerkers van de jeugdgezondheidszorg, de POH-GGZ (Jeugd) en eventuele jeugd- en jongerenwerkers zijn voor leerlingen, ouders en leerkrachten op school aanspreekbaar. Zij kunnen waar mogelijk inzetten op hulp vanuit het voorliggend veld. Wanneer aanvullende zorg (jeugdzorg) nodig is, dan organiseren deze medewerkers dit in samenspraak met het kind, de ouders/verzorgers, de leerkracht of IBer en de gemeentelijke toegang. Wanneer sprake is van een onderwijs-zorgarrangement (oza), is er afstemming met de samenwerkingsverbanden binnen het onderwijs. Dit om een juiste afstemming te vinden in de hulp én financiering van de benodigde inzet, welke zowel vanuit onderwijs als vanuit zorg moet komen.

4.1.7 Doorstroming van maatschappelijke opvang en beschermd wonen naar zelfstandig wonen De uitstroom van beschermd wonen en maatschappelijke opvang naar zelfstandig wonen vraagt enerzijds om voldoende aanbod van betaalbare woningen gekoppeld aan een goed afgewogen plaatsing rekening houdend met voldoende spreiding. Anderzijds vraagt dit om een integrale samenwerking aangezien er begeleiding en ondersteuning nodig is op meerdere levensdomeinen. De opgave is door een betere samenwerking de uitstroom te versnellen en een zachte landing in de wijk mogelijk te maken. Het Actieprogramma Weer Thuis! Van Aedes, VNG, Valente, GGZ Nederland en het Leger des Heils heeft als doel het vormgeven van een duurzame samenwerking tussen de belangrijkste partijen in een regio, voor een zo optimaal mogelijke uitstroom naar een woning vanuit een instelling voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Naast praktijklabs en werkateliers biedt het actieprogramma begeleiding bij de samenwerking in de regio’s door de inzet van een externe procesregisseur. De handleiding ‘Verbeter je samenwerking: Weer thuis in de wijk’ bevat succesfactoren om mensen in de maatschappelijke opvang en beschermd wonen te laten uitstromen naar een zelfstandige

21 ‘Het Middelburgs model’, inhoudelijk kader transformatieproces ‘Beweging naar voren’

woning. Goede samenwerking tussen gemeenten, corporaties en zorginstellingen blijkt een belangrijke voorwaarde voor succes.

4.2 Zorgen voor elkaar 4.2.1 Passende ondersteuning en zorg voor (kwetsbare) ouderen thuis Het doel is dat ouderen in hun eigen vertrouwde omgeving zelfstandig oud kunnen worden met een goede kwaliteit van leven. We willen een samenhangend aanbod van ondersteuning en zorg. Een aanbod dat past bij de persoonlijke (sociale en medische) behoeften en wensen van ouderen. We gaan kijken wat het programma Langer thuis ons hierin kan bieden.

4.2.2 Versterking van (jonge) mantelzorgers Mantelzorgers zijn onmisbaar bij de ondersteuning en zorg voor hun naasten. Ook veel vrijwilligers zetten zich in voor ouderen. Mantelzorgers en vrijwilligers moeten weten dat ze er niet alleen voor staan. Hebben ze ondersteuning of vervangende zorg (respijtzorg) nodig? Dan willen we dat eenvoudig en snel kunnen bieden. We willen meer ondersteuning op wijk- en buurtniveau. Het doel is maatschappelijke bewustwording over mantelzorg te verbeteren, het ondersteuningsaanbod te verbeteren en beter toegankelijk te maken en de samenwerking met vrijwilligers te versterken. Mantelzorgers zijn zich er vaak niet bewust van dat zij mantelzorg geven. Daardoor weten ze niet dat zij hulp kunnen krijgen. Ook zijn veel mantelzorgers werknemers, dit vraagt van werkgevers om mantelzorgvriendelijk te werken. Overbelasting van de mantelzorger vraagt in het bijzonder de aandacht. Landelijk is zo’n 10 procent van de mantelzorgers overbelast. Ook een kleiner aantal vrijwilligers die zich inzet voor ouderen heeft hier last van. Drie specifieke groepen met een hoog risico op overbelasting zijn oudere mantelzorgers, mantelzorgers die iemand met dementie ondersteunen en mantelzorgers met een migratieachtergrond. Een oplossing om de mantelzorger te ontlasten is meer aandacht voor respijtzorg. Hierbij kan een mantelzorger tijdelijk vervangende zorg aanvragen 6.

Tot slot willen we kijken hoe we de samenwerking tussen mantelzorgers, professionals in zorg- en welzijnsorganisaties en vrijwilligersorganisaties kunnen verbeteren. Manteling biedt in Middelburg ondersteuning aan mantelzorgers. Daarvoor hebben zij onder meer een groot en divers aanbod van activiteiten en cursussen, geven zij informatie en advies, bieden zij een luisterend oor, ondersteuning door vrijwilligers en organiseren zij lotgenotencontact (zie www.mantelingwalcheren.nl voor meer informatie). Daarnaast heeft Manteling twee mantelzorg makelaars in dienst en voert Manteling voor de gemeente de regelingen mantelzorgwaardering en noodfonds uit. Manteling richt zich op alle mantelzorgers, en heeft specifieke aandacht voor bijzondere doelgroepen, zoals jonge mantelzorgers, werkende mantelzorgers en mantelzorgers met een niet westerse achtergrond. Manteling besteedt veel aandacht aan de communicatie naar mantelzorgers en eerstelijnsprofessionals zoals huisartsen, wijkverpleegkundigen en sociaal werkers. Zij doet dit via het verspreiden van brochures en een nieuwsbrief die vier keer per jaar verschijnt, het plaatsen van advertenties en berichtgeving via haar website en sociale media. Het doel is de bekendheid en toegankelijkheid van het (bestaande) aanbod voor mantelzorgers te vergroten en daarmee hun draagkracht.

4.2.3 Betere profilering van het kind- en jongerenwerk Een solide sociale basis bevordert dat kinderen en jongeren opgroeien in een veilige buurt, met ruimte en uitdagingen om zich positief te ontplooien. Die basis biedt hen bovendien de alternatieven en perspectieven die ze thuis vaak ontberen. De inzet van kind- en jongerenwerk kan in dat kader preventief werken. Door het outreachende karakter en de vertrouwensrelatie bereiken en ondersteunen kinder- en jongerenwerkers jongeren die anders buiten beeld blijven totdat hun problemen escaleren. De overlast van jongeren stijgt, het aantal messteekincidenten neemt toe en ondermijning ligt op de loer. Daar komt bij dat steeds meer jongeren moeite hebben met de coronamaatregelen en keren zich af ván of zelfs tegen de overheid en de samenleving.

6 https://www.programmalangerthuis.nl/actielijnen/mantelzorgers-en-vrijwilligers

22 ‘Het Middelburgs model’, inhoudelijk kader transformatieproces ‘Beweging naar voren’

Kind- en jongerenwerk is een belangrijke schakel in het lokaal jeugdbeleid, denk aan de inzet kind- en jongerenwerk voor kinderen en jongeren die ook jeugdzorg krijgen.

4.2.4 Betere profilering van het schoolmaatschappelijk werk (SMW) Het SMW is ervoor kwetsbare leerlingen met een extra zorgbehoefte, zoals bijvoorbeeld leerlingen met een ontwikkelingsachterstand, ADHD en autisme of een risicovolle thuissituatie. Kwetsbare leerlingen komen dankzij het SMW snel in beeld en krijgen de juiste ondersteuning. Hierdoor kunnen leerlingen mee blijven doen in het onderwijs. De schoolmaatschappelijk werkers (smw’ers) van Maatschappelijk Werk Walcheren bieden hulp aan leerlingen die problemen ervaren op school, in de thuissituatie of op een andere manier zorgen hebben. Ook advies aan docenten in het onderwijs is iets wat SMW aanbiedt. De smw’ers staan klaar voor leerlingen en/of ouders, en docenten van alle basisscholen en scholen voor voortgezet onderwijs op Walcheren en kan de brug zijn richting verdere zorg en ondersteuning, zo licht als mogelijk, zo zwaar als nodig. MWW zet zich in om zorgtrajecten in het onderwijs zo effectief en efficiënt mogelijk te organiseren. SWM maakt onderdeel uit van de sociale basiszorg. Hun werkplek is in de scholen. Dichtbij en laagdrempelig.

4.2.5 Versterken rol van bewonersinitiatieven We werken aan passende ondersteuning van- en samenwerking met - bewonersinitiatieven en maatschappelijke initiatieven. We zoeken uit waar initiatieven behoefte aan hebben en sluiten daarbij aan. En we maken afspraken over de rol van bewonersinitiatieven en ervaringsdeskundigheid bij het bereiken van kwetsbare bewoners. Buurthulp Op dit moment loopt in 4 wijken en kernen van de gemeente Middelburg het project Buurthulp. Het doel van de Buurthulp is om een kleinschalig netwerk op te zetten waar buurtbewoners gebruik van kunnen maken voor lichte en incidentele hulp. Deze hulp wordt aangeboden en gecoördineerd door vrijwilligers uit de wijk. Op dit moment zijn er 28 vrijwilligers die zich inzetten en zijn er 18 hulpvragen behandeld. Met andere woorden: de bewoners willen een omgeving waar zorg is voor elkaar, waar mensen buren helpen die door ziekte of een beperking hulp nodig hebben. De vrijwilligers worden ondersteund door Welzijn Middelburg.

4.3 Gezondheid en vitaliteit

4.3 Gezondheid en Vitaliteit 4.3.1 Positieve gezondheid De afgelopen periode is het begrip Gezondheid veranderd in de wereld en is het meer dan niet ziek zijn, Covid 19 is het levende bewijs dat we ook onze leefstijl onder de loep moeten nemen. De problemen die achter een verminderde gezondheid schuilgaan, gaan verder dan het gezondheidsdomein. Armoede, schulden, eenzaamheid etc hebben allemaal invloed op hoe gezond je bent en hoe gezond je je voelt. We willen de komende periode toewerken naar een brede kijk op gezondheid, of wel “Positieve Gezondheid”.

23 ‘Het Middelburgs model’, inhoudelijk kader transformatieproces ‘Beweging naar voren’

Positieve gezondheid maakt onderscheid in 6 dimensies van gezondheid, namelijk lichaamsfuncties, mentale functies- en beleving, de spiritueel/existentiële dimensie, kwaliteit van leven, sociaal maatschappelijke participatie en dagelijks functioneren. Het is een benadering binnen de gezondheidszorg die niet de ziekte, maar een betekenisvol leven van mensen centraal stelt. De nadruk ligt op veerkracht, eigen regie en het aanpassingsvermogen van de mens én niet op de beperkingen of ziekte. Daarmee is Positieve Gezondheid niet alleen een theorie over veerkracht, maar ook een diagnostisch instrument en een handvat voor gerichte actie. Het spinnenweb fungeert in feite als een zelfredzaamheidsmatrix, waarin het niet meer gaat om de aan- of afwezigheid van ziekte, maar om hoe je omgaat de fysieke, emotionele en sociale levensuitdagingen.

4.3.2 Focus op preventie Volksgezondheid willen we integreren in het sociaal en fysieke domein, mede vanwege het feit dat de focus op preventie de gemene deler is tussen positieve gezondheid en het sociaal domein. Vanuit verschillende invalshoeken wordt ingezet op versterking van preventieve inzet, zowel op het niveau van primaire preventie (voorkomen), secundaire preventie (vroegsignalering) en tertiaire preventie (vergroten zelfredzaamheid waardoor de zorgvraag afneemt). Zo wordt in Middelburg ingezet op het lokaal sportakkoord, het lokaal preventieakkoord en is binnen het sociaal domein het preventiebudget tijdelijk vergroot met het realisatiebudget preventie in het voorliggend veld. Binnen het sportakkoord ligt de focus op voeding en beweging zoals Jongeren op Gezond Gewicht (JOGG). Binnen het preventieakkoord ligt de focus op roken, alcohol en overgewicht én thema’s die van invloed zijn op gezondheid; zoals armoede, laaggeletterdheid, eenzaamheid en tekortschietende opvoedingssituaties. Bovengenoemd preventiebudget richt zich specifiek op de versterking van algemeneen preventievoorzieningen, te bekostigen uit het in het actieplan Sociaal Domein gereserveerde realisatiebudget preventie in het voorliggend veld (zie paragraaf 3.1.1). Tot slot willen we de methode van de Vitale Revolutie gemeentebreed uitrollen.

We zijn in 2017 gestart in de wijk Dauwendaele ‘De Vitale Revolutie Dauwendale (DVRD)’. In 2020 is een eindrapportage uitgebracht met daarin een advies of en hoe de gemeente vitaliteit in andere wijken van Middelburg gaat bevorderen. De eindrapportage laat een positieve uitkomst zien, er is sprake van een verbetering van de vitaliteit van de inwoners op alle vijf de levensdomeinen, ook is de duurzame inzetbaarheid van medewerkers en bedrijven verbeterd. In Dauwendaele borgen inwoners en organisaties zelf bepaalde vitaliteitsactiviteiten. Deze bereidheid van inwoners en organisaties is in andere wijken ook aanwezig. Door deze kracht aan te boren kunnen de komende tijd een aantal vitaliteitsactiviteiten in andere wijken ontstaan. Welzijn Middelburg kan hierbij een ondersteunende en stimulerende rol spelen.

4.4 Integraal (samen)werken We zijn er steeds meer van doordrongen dat samenhangende dienstverlening beter werkt voor individuen en gezinnen die te maken hebben met problemen op verschillende leefgebieden. Voor ieder mens zijn verschillende leefgebieden onlosmakelijk met elkaar verbonden. Wie niet voldoende geld heeft om zijn kinderen eten te geven, kan zomaar te maken krijgen met opvoedstress en psychische problemen. En de helft van de mensen met schulden heeft moeite met lezen en schrijven. Leefgebieden lopen ongemerkt in elkaar over. Dit vraagt om een verbinding tussen zorg & werk en een koppeling tussen armoede & bestaanszekerheid.

4.4.1 Zorg & Werk Werk kan een belangrijke bijdrage leveren aan de normalisering van de situatie van gezinnen met meervoudige problematiek. Dat blijkt uit onderzoek rond de Participatiewet. 7 Andersom vormen problemen op andere levensterreinen soms een belemmering om werk te vinden of houden. Er is niet één alomvattende manier om integraal te werken, maar er zijn verschillende methoden voor. Het is interessant om te weten welke (delen van) methoden in andere gemeenten werken, maar dat wil niet altijd zeggen dat het ook in een andere lokale setting effectief zal zijn. Elke gemeente moet zelf met de ketenpartners op grond van de lokale kenmerken een eigen aanpak ontwikkelen en de informatievoorziening daarop inrichten. Divosa heeft een dossier aangelegd en voorbeelden verzameld uit het pilotproject ‘Waarom

7 Zie de Movisie-publicatie Activeren door participeren; De meerwaarde van de Wet maatschappelijke ondersteuning

voor re-integratie van mensen in de bijstand.

24 ‘Het Middelburgs model’, inhoudelijk kader transformatieproces ‘Beweging naar voren’

moeilijk doen, als het samen kan?’ Er zijn pilots gestart met acht gemeenten om bij te dragen aan meer efficiëntie in de begeleiding van gezinnen met meervoudige problematiek én het vergroten van de arbeidsparticipatie en zelfredzaamheid van gezinsleden. In het kader van dit piotproject heeft Divosa een werkwijzer gepubliceerd over het integraal kunnen helpen van mensen en gezinnen met meervoudige problematiek. In de werkwijzer zijn nieuwe inzichten van deskundigen én waardevolle praktijkervaringen van gemeenten gebundeld.

4.4.2 Armoede & Bestaanszekerheid Bestaanszekerheid en een armoedevrij bestaan zorgen voor gezonde, participerende en zich ontwikkelende inwoners. Ze vormen daarmee de basis van welvaart, welzijn en welbevinden. En ze zorgen maatschappelijk voor samenhang, de benutting van (arbeids)potentieel en kostenbesparing. De aanpak van armoede begint in de leefomgeving van inwoners. Armoede is een integraal vraagstuk, waarvan schulden een onderdeel zijn. Het is dé uitdaging om het sociaal domein zo in te richten dat schotten wegvallen en de belevingswereld van mensen centraal staat: integraal samenwerken dus. De komende periode staat in het teken om samen met de kernpartners verder vorm en invulling te geven aan integraal samenwerken. Te beginnen met een pilot sluitende aanpak jongeren (in de bijstand). Pilot sluitende aanpak jongeren (in de bijstand) Jongeren van 18 tot 27 jaar die werk zoeken of niet naar school kunnen gaan, vallen onder de Participatiewet. Zij kunnen in aanmerking komen voor een bijstandsuitkering. Een jongere die zich meldt voor een bijstandsuitkering moet eerst vier weken zelf actief aan de slag om zijn mogelijkheden voor terug naar school of betaald werk te bekijken. Pas na vier weken kan de uitkering worden toegekend. Een uitkering is tijdelijk! Het uitgangspunt is om zo snel mogelijk een opleiding of werk te vinden.

Orionis ondersteunt de jongere vanaf het moment van melding, zij zien een stijging in het aantal jongeren dat een bijstandsuitkering ontvangt en willen dit tij keren. De praktijk leert dat betrokken partijen rondom de begeleiding van jongeren nog geregeld langs elkaar werken. De verwachting is dat een betere samenwerking tot minder jongeren in de bijstand kan leiden. Orionis neemt het initiatief tot een pilot om samen met alle relevante partners een sluitende aanpak voor jongeren in de bijstand neer te zetten. De pilot richt zich in eerste instantie op het terugdringen van het aantal jongeren in de bijstand. Het voornaamste doel is om de jongeren in een uitkeringssituatie niet thuis te laten zitten. Dus, een aansluitende toeleiding terug naar school, naar de arbeidsmarkt of het vervullen van anderszins zinvolle activiteiten maken onderdeel uit van de gezamenlijke aanpak, waar nodig gekoppeld aan verdere begeleiding en ondersteuning. De uiteindelijke ambitie is om een meer preventieve aanpak te ontwikkelen die gericht is op het voorkomen en vroegtijdig aanpakken van problemen die mogelijk leiden tot voortijdig stoppen van een opleiding. En daarnaast is de ambitie om jongeren te begeleiden naar werk.

Hiervoor kunnen verschillende middelen ingezet kunnen, waaronder Leerplichtwet, Regionaal Meld- en Coördinatiepunt voortijdig schoolverlaten, de Wet Gemeentelijk Onderwijsachterstandenbeleid en de Wet Inschakeling Werkzoekenden zullen in onderliggende nota uitgebreid aan bod komen.

4.4.3. In elke regio samenwerking op zorg & ondersteuning De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en Zorgverzekeraars Nederland (ZN) hebben afgesproken om toe te werken naar een sluitend samenwerkingsnetwerk waardoor inwoners in elke regio verzekerd zijn van een goede samenwerking tussen gemeenten en zorgverzekeraars op zorg en ondersteuning. Op landelijk niveau is de samenwerking tussen gemeenten en zorgverzekeraars de afgelopen jaren sterk uitgebreid, met name als het gaat om ouderenzorg, preventie en geestelijke gezondheidszorg (GGZ). Ouderen wonen langer thuis, de mogelijkheden voor preventie in de wijk nemen toe en de zorg- en ondersteuningsvraag van mensen met psychische problemen hangt steeds meer samen. Hierdoor groeit de behoefte aan goede, lokale afstemming. Dat maakt de samenwerking tussen gemeenten en zorgverzekeraars noodzakelijk en vanzelfsprekend. De nieuwe afspraken tussen VNG en ZN moeten zorgen voor een sluitend netwerk waarmee in elke regio de samenwerking op zorg en ondersteuning tot stand komt.

25 ‘Het Middelburgs model’, inhoudelijk kader transformatieproces ‘Beweging naar voren’

Ook op Zeeuws- en Middelburgs niveau vinden we het belangrijk om te investeren in de samenwerking met de zorgverzekeraar. We hebben immers veel met elkaar te maken als financiers voor zorg en ondersteuning van de meest kwetsbare inwoners. We hebben hetzelfde doel: onze inwoners zo gezond mogelijk houden. Tegelijkertijd lopen we tegen verschillende uitdagingen aan, door bijvoorbeeld de verschillende ‘schotten’ in wet-en regelgeving zoals de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Wet langdurige zorg (Wlz). Het is daarom belangrijk om samen op te trekken om de zorg en ondersteuning zo goed mogelijk in te richten. Ouderenzorg, preventie en GGZ zijn belangrijke thema’s om samen verder uit te werken. Dit vergt een investering in de samenwerking. Draagvlak voor samenwerking is belangrijk. De kosten van preventieve activiteiten vallen nu vaak in het ene domein en de baten in het andere. Zo zijn de kosten voor gezamenlijke initiatieven voor preventieve maatregelen vaak voor rekening van de gemeente en de zorgverzekeraar, terwijl het zorgkantoor ook financieel gebaat is bij de resultaten van dergelijke initiatieven, doordat zwaardere en/of duurdere zorg voorkomen kan worden. Wellicht lukt het om in samenwerking te komen tot een preventiefonds: een gezamenlijke geldpot met zorgverzekeraars, gemeenten en woningcorporaties.

26 ‘Het Middelburgs model’, inhoudelijk kader transformatieproces ‘Beweging naar voren’

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10061398/2